dinsdag 20 november 2012

De dood

Dood gaan we allemaal. Er zijn weinig dingen zeker in het leven behalve dan dat we dood gaan. Wat er daarna komt, kun je over discussiƫren. Over wanneer je gaat en hoe ook. En hoe je het ook wend of keert, hoe tegenstrijdig het ook voelt, ook de dood hoort bij het leven.

Op 28 november is de uitzending “Sta op tegen kanker” en als vanzelf denk ik aan alle mensen die deze ziekte niet overleefd hebben. Mensen die me dierbaar waren. Van dichtbij moest ik toezien hoe oudere maar ook jonge mensen vochten zonder kans. Die hun gezin moesten achter laten omdat ze de strijd tegen kanker niet konden winnen. Een nare ziekte waar nog elke dag zoveel mensen tegen vechten. Maar helaas niet alleen tegen kanker. Ook zoveel andere ziektes rukken ook zonder pardon geliefde mensen uit ons midden.
Ineens stond heel Nederland weer extra stil bij de dood door Tim, een van de mensen die zelf hun lot in handen nemen. Ook die mensen heb ik gekend. Ik was nog erg jong toen ik hoorde dat de achterbuurman zich opgehangen had in de schuur. Weken durfde ik niet alleen de schuur in. Onze schuur zat vast aan die van de achterburen en het leek alsof ik hem kon zien als ik binnen stapte. Een paar jaar later hoorde ik dat de man van mijn nichtje zelfmoord gepleegd had. Die gezellige, maar wel een beetje blabla man. Vader van een zoon en dochter getrouwd met een lieve vrouw. Woonde in een prachtig huis met bijbehorende auto. Als iemand zijn leven goed voor elkaar had…. Maar dat bleek uiterlijke schijn. Hij wist het niet meer, zag geen andere uitweg. Zijn vrouw bleef achter met schulden en een hoop vragen. We zien altijd alleen de buitenkant. De ware binnenkant houden de mensen liever geheim.
Degene die hard roepen doen het toch niet, hoor je dan. Wat een onzin. Zij riep vaak. En zij riep hard. Of was ze alleen de uitzondering die de regel bevestigde? Op een dag deed ze het. Ik had medelijden met de familie die voor een deel ook mijn familie is. En met de conducteur en de mensen in de trein. De trein waar zij zich voor gegooid had. Wanneer houdt het op voor de mensen in een zwart gat. Wanneer houdt het op voor de mensen die ziek zijn zonder enkel uitzicht. En wie mag beslissen over degene die dood willen. Of degene die in coma liggen of te ziek zijn om beslissingen te kunnen nemen. Het zijn onmenselijke beslissingen. Wie heeft bedacht dat sommige van ons zulke beslissingen moeten nemen? Er is geen regel die je toe kunt passen. De regel is er wel maar voor de dood bestaat geen standaard verhaal. Elk leven is anders, elk verhaal kent zijn eigen kanttekeningen en dus is ieders dood ook niet met die van een ander te vergelijken. Wie heeft dit bedacht. Wat een waardeloos script.
“Neem mijn angst, mijn wanhoop en verdriet” zingt Youp in “Meneer Alzheimer”. Met de jaren die erbij komen word ook ik banger om te gaan. Waarom weet ik niet eens. Is het bang voor het achterlaten, bang voor het gemis? Ik had ooit een diep geloof over wat er hier na zou komen, maar nu weet ik het even niet meer. Angst is het ergste wat je kan overkomen, hoorde ik laatst tijdens een presentatie. Angst maakt je klein, angst maakt je kwetsbaar. En toch ontkom je er bijna niet aan. Wie lief heeft, heeft soms angst. Angst om degene die je liefhebt, angst wat andere of jezelf kan overkomen, angst vooral dus voor het onbekende, het niet weten. Af en toe vertel ik mijn kinderen wat ik wel of niet wil als ik dood ben. Het voelt tegenstrijdig maar ook mijn doodgaan hoort erbij. Ik vertel ze dat ik hoop dat er met mijn organen andere levens verlengd kunnen worden. Dat ze mij, wat mij betreft dan, totaal leeg mogen plunderen. En dat ik gewoon in de grond gestopt wil worden. Wel graag met veel bloemen. Hoewel als ik zie hoe mensen dat schenken aan een goed doel vind ik dat nog veel mooier. En soms vraag i, liefst ook met een traan. Zodat ik het gevoel kan hebben dat er mensen zijn die me zullen missen. Ik vraag me dan af hoe het zal zijn. Hoe ik me zal voelen.
Want wat zou ik doen als ik niet degene was die probeert iets te doen voor een zieke maar zelf getroffen wordt door zo'n nare, acherlijke ziekte. Stiekem hoop ik dat ik het nooit zal weten. Dat ik zoveel op mijn oma lijk dat ook ik, later als ik oud en echt helemaal versleten ben, simpel weg naar bed ga om voor altijd te blijven slapen. 

Elke dag steek ik een kaarsje aan en dan praat ik met haar, tegen haar. Ik vertel haar over mijn gevoel, mijn angst. Soms vraag ik haar de dingen die ik niemand anders durf te vragen. Soms vertel ik alleen over de dagelijkse dingen, en soms zijn we samen stil. Ik denk dat ze er is. Waar weet ik niet maar wel dicht bij. Dat geeft troost. Waarschijnlijk vooral voor mij. Dan steken we “Samen” nog een kaarsje aan, met het vlammetje van haar kaarsje. Stiekem hoop ik dan dat mijn oma bij haar is, want dan komt het wel goed. Bij mijn oma komt het altijd goed.
En als we nou vandaag alle lichten zouden doven en iedereen kaarsjes liet branden voor alle mensen die ons lief zijn maar niet meer bij ons zijn, hoe zou de wereld er dan van bovenaf uit zien? Zouden we ruimte genoeg hebben om alle kaarsjes neer te zetten? Want zoveel zijn er al van ons weggegaan. Het kan ook niet anders, want dood gaan we allemaal. Op woensdag 28 november sta ik op tegen kanker. Want ik weet dat we allemaal ooit dood gaan. Maar laat het dan in vredesnaam gebeuren als we oud en gewoon echt versleten zijn.