zaterdag 24 november 2012

Elk huisje heeft zijn kruisje

“Ik heb er nog meer” roept hij naar zijn vriendje die aan de kant van het water staat met een hengel. Hij houdt een bakje in zijn hand en loopt op een drafje naar het andere jongetje. Ik bekijk het van een afstandje en denk “wat heerlijk om zo klein te zijn en geen zorgen te hebben”. Dan schrik ik van mijn gedachte want wie zegt mij dat zij geen zorgen hebben. Misschien gaan ze straks wel naar huis waar de één ruziënde ouders heeft en de ander alleen bij zijn vader is omdat zijn moeder een half jaar geleden overleed.

Langzaam wandel ik verder. De hond loopt iets voor mij uit. Vanaf een afstand kan een ander hier een prachtig gelukkig tafereeltje van maken. Dan ben ik iemand die heerlijk aan het wandelen is en zo naar huis gaat. Naar een gezellig warm huis waar manlief koffie heeft gezet en voor de kinderen warme chocolademelk heeft gemaakt. Een meisje hangt om hem heen te dralen en de jongen speelt met zijn autootjes. De kat ligt lui voor de brandende openhaard en het ruikt naar versgebakken appeltaart. Maar de realiteit is dat ik me eigenlijk gewoon heel verdrietig voel. De man is er niet en de kinderen dit weekend ook al niet. Mijn hoofd maalt om alles wat nog gedaan moet worden. De katten waar ik tijdelijk voor zorgde zijn gisteren weer naar huis gegaan en zelfs de hond is verdrietig en komt de keuken niet meer uit. Mijn huis is leeg. Er vandaag iets van maken heeft weinig zin want over een paar weken gaan we verhuizen. Ik trek mijn handen nog wat verder terug in mijn mouwen, het is koud. Niet alleen buiten maar vooral in mij. Dapper wandel ik door en ben voor de buitenwereld vast een mooi tafereeltje.
“Het is niet echt hoor, het is een neppe” zeiden de kinderen een paar jaar geleden als ze me weer eens met een drol of spin voor de gek wilde houden. Alles was niet echt was, heette “een neppe”. En hoe ouder ik word, hoe meer ik om me heen kijk en denk alles is zo nep. Als ik lees op twitter en facebook zie ik iedereen opzoek naar zichzelf. Het hoort bij deze tijd. Niet alleen ik maar de hele wereld is zich zelf blijkbaar kwijtgeraakt. Een enkeling heeft zich zelf inmiddels gevonden maar of dat werkelijk zo is vraag ik me soms af. Eens woonde ik in een huis dat van hout leek te zijn maar het niet was. De muren binnen leken steen maar waren dan weer wel van hout. Het gezin dat er in leefde was geen echt gezin. Het leek mooi.
Overal om me heen zie ik het. Het meisje op school dat lacht en komt aanrennen om me een knuffel te geven, lijkt heel gelukkig. Maar als je met haar praat komt een afschuwelijke waarheid naar boven. Een moeder die ik tijdens een info avond over haar kinderen hoorde praten, blijkt later aan Münchhausen by proxy te lijden. De vrouw waarvan ik me afvraag hoe ze in hemelsnaam op die oudere en zeker niet knappe man kon vallen, blijkt jarenlang mishandeld en hij ving haar op. Gezinnen die een prachtig totaalplaatje zijn, vallen spontaan uit elkaar. De man die zo gelukkig lijkt met zijn vrouw, heeft in het geheim een ander. In de netste wijk van de stad huist een hennepkwekerij en de man die zoveel geld lijkt te hebben, besluit zelfmoord te plegen omdat hij de druk van alle leningen niet meer aan kan. De mooiste vrouwen hebben heel wat laten inspuiten of rechttrekken. Prachtige boezems zijn vooral van silicone. En zelfs in mijn verhalen kun je niet weten wat echt is en wat niet. En op twitter en facebook proberen we vooral onszelf voor de gek te houden door te laten zien hoe gelukkig we zijn. En december is helemaal de maand vol bedrog.  
Als ik bij ze aanbel doe ik mijn best een glimlach tevoorschijn te toveren. Ondertussen probeer ik uit alle macht mijn tranen te bedwingen maar ik weet nu al dat dat tevergeefse moeite zal zijn. De eerste die nu iets aardigs tegen me zegt, krijgt de hele lading over zich heen. Als ze mijn jas aanpakt voel ik het al aankomen. En dan zegt ze: “Heb je lekker uitgeslapen?” Ik schud mijn hoofd en mompel iets. Maar te laat. Ze ziet ze al terwijl ik ze nog probeer te verdringen. Mijn hemel waarom kan ik niet gewoon lachen en doen alsof zoals de rest van de wereld. “Een last is van mijn schouders gevallen dus mens lach” denk ik bij mezelf. “Ach meisje” zegt ze dan en ja hoor alsof ze een startsein geeft lopen de tranen over mijn wangen. Na twee koppen koffie en heel wat praten, kunnen we beide weer adem halen. “Elk huisje heeft zijn kruisje” zegt ze tegen me. Ik prijs me gelukkig met wat ik wel heb en zou niet met haar willen ruilen. Zij misschien ook wel niet met mij. We dragen het lot en maken er het beste van. “Ach meestal lukt het me wel hoor” zeg ik dapper “dan zie ik het mooie allemaal wel”.  Ze knikt en weet wat ik bedoel. Het zijn mooie mensen en ik ben vooral blij dat ik ze ontmoet heb en verheug me er nu al op dat ze straks eens gezellig bij mij koffie kunnen komen drinken. Of liever nog het door mij aan hem beloofde borreltje.