Posts tonen met het label werk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label werk. Alle posts tonen

dinsdag 25 augustus 2015

100% zeker

De vrouw in de trein
zit er dus mee
Ze moppert over haar werk
en hij, hij knikt gedwee

Ze begrijpen er daar niks van
Ze raast en raast maar door
wat een domme boel
tenminste als ik haar zo hoor

Ze willen haar kwijt
ze is zo vreselijk boos
Maar ach als ik moest kiezen
op welk vlak dan ook. 
Wist ik wel
100% zeker
dat ik haar niet koos!

donderdag 10 oktober 2013

Haast

Terwijl ik nog aan de telefoon ben en keurig antwoord op de vragen die mij gesteld worden, pak ik mijn laptop in en gris ik nog snel mijn agenda van mijn bureau en werp een laatste blik in de spiegel waarbij ik een lok keurig achter mijn oor stop. Met mijn laptop tas over mijn schouder en mijn ‘werktas’ in mijn rechter hand, loop ik al bellend de kamer en het huis uit op weg naar mijn afspraak waar ik als haast moet zijn en waar ik als alles mee zit nog net op tijd binnen kan rollen.

De dag leek zonder te veel haast te beginnen. Maar terwijl ik mij nog half slapend omdraaide en tegen mijn lief aan kroop, kwam de plannen van de dag al gauw bovendrijven. Nadat kind 1 zich gemeld had voor een kus en een ‘dag ik ben na school direct naar mijn werk’ begon de molen met wie wat waar en hoe laat al weer te draaien. Bij kind 2 kon ik, nog steeds met mijn hoofd op het kussen erbij mompelen dat ik hem niet kon ophalen vanavond en bij kind 3 kwam het besef dat ik om 17.00 uur nog een bespreking had en om 19.30 uur al weer bij een cursus moet zijn, hard binnen denderen.

Eenmaal beneden (gedoucht, aangekleed, de ingekomen e-mails al bekeken  en de was al weer draaiend) waste ik af en haalde vlees uit de vriezer voor vanavond. Iets met kip gestoofd met ui en paprika zou het worden. Maar voor we vijf minuten verder waren, waren de plannen al gewijzigd in een snelle makkelijke variant waarbij ieder apart zou kunnen eten. Na de afwas en nog snel met de stofzuiger door de kamer te zijn geracet, haast ik me weer naar mijn werkkamer om een aantal klusjes af te ronden voor ik naar mijn eerste afspraak zou vertrekken.
Onderweg van de ene naar de andere afspraak geniet ik van de radio en een soort van stiltemoment. Even niets dan autorijden en mijn gedachten laten gaan. Ik hoor over een schrijfster en haar boek en besluit dat ik toch echt vanavond eens door mijn verhalen moet lopen die ik nog steeds moet opsturen voor de correcties. Vanavond? Uh maar dan moet ik naar cursus. Morgen dan? Misschien voor of na het wegbrengen van zoonlief. Of zaterdag, oh nee die zit ook al vol.
Hoe ik het doe, weet ik niet maar op de een of andere manier is er altijd haast. Altijd tijd te kort of plannen te veel. Er is altijd zoveel dat mijn interesse wekt. Mijn werk, nieuwe initiatieven maar ook het vrijwilligerswerk en alles wat daar bij komt. Dan is er nog het vriendennetwerk die ik zo graag vaker zou willen zien, de familie en mijn gezin waar ik zo graag meer tijd voor zou hebben. En alle bijna vergeten hobby’s. Hoe lang is het geleden dat ik geschilderd of getekend heb. Armbanden maken, de laatste is half klaar en ligt op tafel te wachten op een ‘vrije’ avond. Foto’s van jaren die nog ingeplakt moeten worden. Boeken die gelezen willen worden en letters die op papier willen komen. Films die nog niet uit de folie zijn, onkruid dat tussen tegels en planten gehaald moet worden en een huis dat sneller vies dan schoon lijkt te worden. Was die zich vermenigvuldigd waar je bij staat.
Ik geloof in een volgend leven. Ik moet wel want ik heb te veel idealen voor in één leven, zelfs als ik 100 zou worden. Want naast dat alles wil ik ook nog graag af en toe op de bank zitten en niks doen. Gewoon even niks terwijl er ook niks op wacht. Gewoon even gewoon zonder haast.  

zaterdag 22 december 2012

Het heen en weer

Het is nog licht als ik vertrek maar dat is anders als ik weer thuis kom. De kilometerteller staat ineens veel hoger en de benzinemeter geeft duidelijk lager aan. Verder dan “ons dorp” ben ik niet gekomen. Niet eens even er uit, niet eens even over de grens.

“Ik wil zo’n bordje taxi” opper ik nog als ik voor de derde keer in stap en start. “Dat is een heel gedoe hoor mam” wordt me fijntjes verteld. “Dan moet je ook vergunningen en zo en een rittenteller.” Dat laatste lijkt me wel wat en dat deel ik ook mee. Hij kijkt me schuldig aan. “Sorry”  zegt hij. “Nee joh” zeg ik “jij kunt er niks aan doen” maar helemaal blij komt het er toch niet uit.
Het is zo’n dag dat ik het niet eens echt druk heb. Alleen even in avond de kinderen wegbrengen. Rond drie uur begin ik te vertellen dat ik echt om half vier vertrek. Dochterlief moet mee en voor die eens klaar is. Daarbij is het kerstviering op school dus moet er getut worden. Kersteten moet er meegenomen worden en ook een bord, bestek, beker en een kerstservet. Behendig prop ik alles in een tas en check of ik zelf alle papieren heb voor de afspraak die eerst even moet. Dan rijden we naar het centrum. Mijn afspraak is zo geregeld en we lopen nog even de boekwinkel binnen. Ik ben verslaafd aan boekwinkels. Uren kan ik daar blijven. Het liefst een dag en dan nog liever in zo’n oud boekenwinkeltje ergens in een godverlaten dorp. Misschien moet ik eens een boekenreis maken. Van boekwinkel naar boekwinkel reizen en me helemaal te barsten lezen. Vandaag kan dat niet. Vandaag stopt het boekengevoel bij een te dik uitgevallen tijdschrift met een dikke kaft. Bijna een boek zeg maar. Het verschil is tegenwoordig maar klein. Want een bundel korte verhalen heet tegenwoordig ook een boek. Dat is mooi voor mij want de kans dat ik een boek ga uitbrengen is hiermee vergroot.

Eenmaal terug in de auto besluiten we rechtstreeks door te gaan naar school. Terug naar huis heeft geen enkele zin. Ik verheug me al op samen het blad doorkijken in de auto om de tijd te doden maar zover zal het niet komen. Als we amper de parkeerplaats opgedraaid zijn, zie ik dat zoonlief me maar liefst zeven keer gebeld heeft. Opnemen als ik terugbel doet hij uiteraard niet. Dat is niet cool, dat hoort niet. Toch is de nood hoog want even later belt hij nog een keer. Of zijn zus misschien zijn fietssleutel nog heeft. Nou ja niet zijn fietssleutel maar de mijne. Zijn fiets is namelijk gesneuveld en als moeder lever je dan braaf je fiets in. Ik geloof niet dat ik die nog ooit terug ga zien en dan in elk geval niet heel. De dame naast mij in de auto kijkt ineens heel schuldig en dus weet ik gelijk dat de sleutel nog in haar zakken zit. “En nu?” vraag ik nog naïef. Hij legt me uit dat hij de fiets van zijn broer mee heeft maar die is stuk en dus komt hij niet echt vooruit en om vijf uur moet hij werken. Snel besluit ik dochterlief bij haar meester neer te zetten en binnen een paar minuten rij ik al weer huiswaarts zoonlief op te halen en te brengen. Onderweg vraag ik me af wanneer ik moet koken en eten. Gezien de nog in huis verkerende zoon zijn telefoon niet opneemt, besluit ik het maar te nemen zoals het gaat. Ik zet de oudste af en draai weer om.
Zo’n vijfendertig minuten later zit ik alweer in de auto en haal hem van zijn werk, drop de andere bij sport en haal dochterlief weer op. Er is gekookt en gegeten. Thuis warm ik nog wat op voor de harde werker en was de rest van de vaat af. Koffie hoef ik niet te zetten want aan opdrinken kom ik toch niet toe.
Dan stap ik maar weer in en haal het laatste kind op bij sport om hem weer veilig naar huis te brengen. Inmiddels ben ik vijf uur verder. Verder dan “ons dorp” ben ik niet gekomen. Niet eens heel even over de grens.

zaterdag 13 oktober 2012

Kleine dingen maken een groot verschil

“Jongens, ze komt er aan hoor” zeiden ze dan en blijkbaar kwamen dan alle belangrijke vragen nog “even” ter sprake. Ze wist dat het werkte maar hoorde later pas hoe goed het ook werkte. Later toen ze niet meer voor de directeur maar voor een van zijn management teamleden werkte.

In die jaren deed ze veel invalwerk als secretaresse. Dat betekende in dit geval amper drie uur inwerktijd en dan gewoon aan de slag. Zes weken de taak van de directiesecretaresse van een bedrijf met 400 man overnemen. Een eigen werkwijze had ze daardoor gecreëerd. Een werkwijze waarmee ze overal haar werk kon doen. En soms veranderde er dingen binnen zo’n bedrijf waar ze zelf geen idee van had. Zoals in dit geval.
De secretaresse die ze moest vervangen was van het type “ik ben de secretaresse van de directeur dus niet zeuren, ik heb wel wat beters te doen”. En zo zat zij nou net niet in elkaar.  Ze staat nu eenmaal graag voor andere klaar en beseft dat ze juist in haar vak iedereen binnen het bedrijf nodig heeft om haar werk goed te kunnen uitvoeren. Als vanzelf had ze de eerste dag al gesprekken met de koffiejuffrouw. Was ze geïnteresseerd in de mensen van de postkamer en hielp ze degene die niet wist hoe je een fax moest verzenden. Niet omdat het handig was maar omdat ze een echte interesse in de mensen had. En al die mensen stonden dan ook voor haar klaar als ze eens iets met spoed moest regelen. Ze zat anders in elkaar en dat merkte de directeur ook.
“Ja hallo, ik ben hier de directeur” sloeg hij met zijn vuist lachend op tafel toen zij aan één stuk door ratelde of hij dit al gedaan had, die teruggebeld, en dat al geschreven. “Nou doe er wat aan, neem de leiding” zei ze dan lachend terug. Binnen een paar dagen wisten ze wel wat ze aan elkaar hadden. En gingen ze voor elkaar door het vuur. Zij streepte met gemak uren in zijn agenda weg met vage teksten en zorgde er voor dat hij daardoor tijd kreeg om zijn werk ook te kunnen doen. Afspraken bracht ze terug naar de minimale tijd door de persoon eerst zijn verhaal per e-mail te laten sturen zodat haar baas zich op zijn gemak kon inlezen. Ze klopte vijf minuten voor een volgende afspraak op de deur en zei dan “denk je aan je volgende afspraak”. Spijkers met koppen werden er dan geslagen. Hij kreeg zijn imago van op tijd zijn weer terug en er kwam rust in de tent. Had hij weer tijd om eens door zijn bedrijf te lopen en te zien wat er speelde.  
Tussen afspraken door belde hij even naar kantoor en konden ze lachen om van alles wat er gebeurde. Kwam hij laat van afspraken terug, had zij altijd wel een stuk fruit of broodje voor hem klaar liggen. En hij, hij sprak regelmatig zijn waardering uit. Liet blijken hoe prettig het was dat ze van alles deed om hem echt te ondersteunen. Na die zes weken werd ze gevraagd om een van de management teamleden te ondersteunen. Zijn secretaresse zou er drie maanden uit zijn wegens een operatie. Een heel andere baan waarin ze naast een manager een afdeling van 70 personen ondersteunde. De meeste mensen kende ze al en als vanzelf rolde ze die baan in.
“Weet je wel dat de directeur  veel relaxter is geworden sinds jij voor hem ging werken” zei hij in die tijd tegen haar. Nee dat wist ze niet, ze kende hem daarvoor natuurlijk ook niet. “Maar ik doe niks speciaals” had ze nog gezegd. “Misschien is het dat juist” antwoordde hij. “Het zijn die kleine dingen die jij niks noemt, die een groot verschil maken”.