dinsdag 12 februari 2013

Slingers en een wereldbol

Zijn bed was versierd met slingers. Ze hingen aan de stellage die er voor zorgen moest dat zijn lichaam zweefden in plaats van op het bed lag. Zo lag hij al een paar weken. Maar die dag was het feest. Het gordijn zorgde ervoor dat de slingers niet te zien waren vanaf de gang. Maar zodra ik de grote kamer deur open deed, wist ik dat er iets speciaals was.

Acht jaar werd ik die dag. Het was feest maar toch ook weer niet. Feest als je vader in het ziekenhuis ligt is dubbel als je klein bent. Want je bent verdrietig maar toch ook weer blij en dat is verwarrend. Te verwarrend. Hij straalde maar hij moest ook huilen. En dus moest ik ook huilen. Dat mocht nooit van mijn moeder. Waarschijnlijk omdat ze het zelf te moeilijk vond. Bij ons thuis was het omgedraaid. Tenminste wat ik me kan herinneren. Mijn moeder was de harde vrouw, niet zeuren maar doorgaan. Bij mijn vader zaten de tranen direct hoog. Blijkbaar lijk ik meer op hem dan ik zou willen.
Glimmend  met een lach op zijn gezicht lag hij daar in bed. Vol spanning wat ik er van zou vinden.  Ook de andere mannen die met hem de kamer deelden waren in rep en roer geweest. De hele afdeling wist dat ik die dag jarig was. En dat alles zonder dat mijn moeder iets had meegekregen. In de hoek naast zijn bed stond een groot cadeau op een stoel. Een vierkant groot cadeau, mooi ingepakt in papier van de speelgoedwinkel. Dat had een verpleegster voor hem geregeld, gekocht in haar pauze. Op het cadeau stond een kroon. Die hadden de mannen geknutseld. De vrouw van de man die gisteren nog in het bed links in de hoek lag, had gezorgd voor taart. De man mocht die dag naar huis maar was in de avond samen met zijn vrouw (en de taart) weer terug gekomen. Ik weet niet voor wie de dag belangrijker was, voor mij of voor mijn vader.
In de grote doos met het cadeaupapier zat een wereldbol. Ik herinner me de bol nog goed. Hij was vooral blauw, helder licht blauw. Dat was de zee. Binnenin zat een lichtje waardoor de hele bol oplichtte en je ook in de avond naar de landen kon kijken. Dan kreeg de bol een gele gloed, de gloed van de gloeilamp die er in zat. Jaren heeft de wereldbol op mijn bureau gestaan. Hoe en waarom die verdwenen is, weet ik niet meer. Nu is er geen wereldbol in huis maar nog steeds kijk ik in winkels naar wereldbollen. Vooral de bruinige ‘oude’ wereldbollen vind ik prachtig. De symboliek van de hele wereld kunnen omarmen, de landen  en de zee. En de hang naar nostalgie. Ze hebben een magische aantrekkingskracht op mij. Toch heb ik er nooit meer een gekocht. Zelf kopen kan bij sommige dingen niet. Dan vergaat de pracht ervan.  
Precies zo is het met slingers. Nog steeds voel ik me alleen jarig als er slingers hangen. Maar zelf ophangen voor je verjaardag kan niet. Dan klopt het niet meer. Slingers is jarig zijn. In de ochtend naar beneden komen en dat de kamer versierd is. De rest is niet belangrijk. De slingers wel. De slingers betekenen feest. De kleuren maken dat er vrolijkheid is. Ze maken de kamer fleurig en tegelijk rommelig. Druk ook. Alsof de visite al in huis is. Dat alles hoort bij feest. Als ik na een paar dagen de slingers opruim, komt direct ook de rust weer terug. Lijkt de hele kamer direct opgeruimd en gaan we terug naar normaal. Is het feest geweest maar blijft de herinnering hangen. Net zoals de slingers aan zijn bed. Voor altijd verbonden aan de dag dat ik 8 jaar werd.