donderdag 23 oktober 2014

De berg leidt tot de meeuw

Hij is terug in mijn leven. De berg. De berg is terug in mijn leven. In zijn droom en daardoor weer in mijn leven. ‘Gedroomd dat wij een berg aan het beklimmen waren’ stuurt hij per sms aan mij. ‘En kwamen we boven?’ vraag ik. Als ik de vraag na lees, ziet het er uit als een gewone vraag. Hij weet niet hoe belangrijk zijn antwoord is. Ik zucht en glimlach. De berg is er weer, een intens geluk stoomt door mij heen.

De berg is een metafoor in mijn leven geworden. Met de berg kan ik mijn gevoel uitdrukken. En of we de top bereiken is belangrijk. Niet de top zelf is belangrijk maar de reis er naar toe. Alleen als ik weet dat ik nooit boven zal komen, kan ik de reis niet opbrengen. Dan struikel ik over elke steen die ik tegen kom. Ik heb dat doel nodig. Nodig om als ik dan toch val, weer op te staan. Op staan en verder lopen, de reis beleven. Met steeds als doel het uitzicht op het ultieme, en met elke stap nieuwe ervaringen opdoen. Weer een stapje hoger. Hoger op de berg, hoger in mijzelf. Voelen en intens beleven. En dan zal ik boven op de top beseffen dat de reis zelf het mooiste was. En dat de top de hele reis samenvat. Ooit zal ik daar staan, een zoen op mijn mond, een arm om mijn schouder. Samen stil genieten van alle momenten, daarvan ben ik overtuigd.  

Hoe ridicuul kan het zijn. Een berg als metafoor als je hoogtevrees hebt. En misschien maakt dat het juist zo bijzonder. Want meer dan anderen is het voor mij belangrijk dat ik me veilig voel op de berg. Durf ik met jou de berg te beklimmen? Ik hoef er niet eens over na te denken. Een volmondig ja vormt zich in mijn hoofd. Een ‘ja ik durf de berg te beklimmen’ staat voor mezelf veilig voelen, volkomen op mijn gemak. En zonder dat, mag je niet met mij mee de berg op.

‘Komen we op de boven?’ was de vraag. ‘Op de top’ komt even later zijn antwoord ‘en daar heb ik je gezoend’. Ik lees de woorden en een brok vormt zich in mijn keel. ‘De berg is bijzonder in mijn leven’ schrijf ik terug. ‘De zeemeeuw voor mij’ antwoord hij. Ik wijs hem simpel naar mijn naam en hij ontdekt de meeuwen. Even denk ik dat het bijna te veel is voor een dag. Voor een uur, nee nog korter. Nooit gedacht dat iemand ooit mijn liefde voor de zeemeeuwen zou snappen. Laat staan de liefde zou delen. ‘De berg leidt tot de meeuw’ zegt hij. De berg leidt tot de meeuw. Ik weet niet wat jou naar mij leidt of mij naar jou. Ik weet niet wie jou op mijn pad heeft gezet of ik op het jouwe. Ik weet niet hoever we komen op de berg. Of we de top zullen bereiken. Maar ik ben bereid mijn rugzak te pakken en mijn eerste stap te zetten. Jij ook?