Posts tonen met het label rugzak. Alle posts tonen
Posts tonen met het label rugzak. Alle posts tonen

dinsdag 31 mei 2016

Rugzak vol verdriet

Zoveel mensen
en toch alleen
Het verdriet
ik moet er doorheen
Thuis ben ik
op de vlucht
maar wist ik dat?
Ik ben het 
eigenlijk zo zat
Ik draag een rugzak
vol verdriet
Ze zegt je bent mooi
Maar ik ben degene
die dat nog niet ziet

dinsdag 28 oktober 2014

Nevel op de berg

Een intense mist daalt neer. Even zie ik geen hand voor ogen. Dan ontdek ik contouren maar de nevel wil niet weg. Ik durf geen stap meer te zetten. Hoogtevrees en angst spelen mij parten. Moet ik nu vooruit of juist achteruit? Verschrikt blijf ik staan. Maar voor hoe lang?

Hand in hand lopen we de berg op. Allebei hebben we een behoorlijke rugzak mee die ondanks het formaat toch wel te tillen lijkt. Wat er bij de ander in de rugzak zit, weten we nog niet. Hoe kan het ook, we hebben er nog maar amper over gesproken. Het enige dat we weten is dat ons gevoel zegt dat we de berg op willen. Met grote passen beginnen we aan onze tocht. Ik heb niet het idee dat ik ren, maar echt slenteren is het ook niet. We lijken een zelfde tempo te hebben wat prima aanvoelt. Af en toe kijken we naar boven en glimlachen. Wat een prachtige berg daar voor ons, de zon die schijnt en de top die uitnodigend wenkt.

Terwijl we rustig het pad volgen, komt er ineens een stuk met prachtige bloemen. Ik geniet en voel de zon op mijn wangen. Mijn rugzak lijkt even niets te wegen en al pratend en lachend klimmen we verder. Hij lacht en straalt. Ik kijk nog eens vol vertrouwen naar boven en dan ineens is alles gehuld in mist. Het lijkt alsof de berg op zijn kop staat. Op de tast zoek ik naar degene naast mij. Hij zoekt ook, zijn handen dwalend door de mist op zoek naar houvast. Maar de houvast is er niet. Het is alsof hij door onzichtbare armen wordt weggepakt en in een achtbaan wordt gezet. Ik zie vaag de contouren van de wagons die met een sneltreinvaart alle kanten op bewegen.

‘Het komt goed’ fluister ik en heb geen idee of mijn woorden hoorbaar zijn. Komt het goed? En wat kan ik daar aan doen terwijl ik stil op de berg sta. Ik kan niet vooruit of achteruit en ik weet niet of blijven staan wel goed is. Vage beelden van voorheen vullen mijn gedachten. Toen ik daar ook op de berg stond, in een zelfde soort van mist, te wachten tot de mist op zou trekken. Vol vertrouwen bleef ik wachten tot het te laat was en ik koud en verkleumd achter bleef. Die mist is opgetrokken maar de nevel is nog steeds tastbaar in mijn rugzak.


Behalve op de berg is de mist nu ook in mijn hoofd aanwezig. Af en toe vang ik een glimp op van de achtbaan, de man en zijn rugzak. Steeds meer voel ik wat er in de rugzak zit maar zien mag ik het nog niet. En hij? Kan hij mij nog zien staan? De mist hangt als een dikke prop watten om hem heen en hij ziet geen hand voor ogen. Op gevoel zou hij het halen, makkelijk zelfs maar hij is zo vaak over de kop gegaan in deze achtbaan, dat hij niet eens meer weet op welke berg hij was. Is hij op een nieuwe berg of loopt hij nog zoekend op de vorige? Is het een nieuw pad dat hij ingeslagen is. En waar is hij eigenlijk naar op zoek? De achtbaan neemt een loopje met hem, letterlijk en figuurlijk. De mist maakt dat hij zijn pad even niet meer ziet. En ik? Ik weet nog steeds niet of ik een stapje vooruit moet of achteruit. En dus blijf ik weer staan. 


donderdag 23 oktober 2014

De berg leidt tot de meeuw

Hij is terug in mijn leven. De berg. De berg is terug in mijn leven. In zijn droom en daardoor weer in mijn leven. ‘Gedroomd dat wij een berg aan het beklimmen waren’ stuurt hij per sms aan mij. ‘En kwamen we boven?’ vraag ik. Als ik de vraag na lees, ziet het er uit als een gewone vraag. Hij weet niet hoe belangrijk zijn antwoord is. Ik zucht en glimlach. De berg is er weer, een intens geluk stoomt door mij heen.

De berg is een metafoor in mijn leven geworden. Met de berg kan ik mijn gevoel uitdrukken. En of we de top bereiken is belangrijk. Niet de top zelf is belangrijk maar de reis er naar toe. Alleen als ik weet dat ik nooit boven zal komen, kan ik de reis niet opbrengen. Dan struikel ik over elke steen die ik tegen kom. Ik heb dat doel nodig. Nodig om als ik dan toch val, weer op te staan. Op staan en verder lopen, de reis beleven. Met steeds als doel het uitzicht op het ultieme, en met elke stap nieuwe ervaringen opdoen. Weer een stapje hoger. Hoger op de berg, hoger in mijzelf. Voelen en intens beleven. En dan zal ik boven op de top beseffen dat de reis zelf het mooiste was. En dat de top de hele reis samenvat. Ooit zal ik daar staan, een zoen op mijn mond, een arm om mijn schouder. Samen stil genieten van alle momenten, daarvan ben ik overtuigd.  

Hoe ridicuul kan het zijn. Een berg als metafoor als je hoogtevrees hebt. En misschien maakt dat het juist zo bijzonder. Want meer dan anderen is het voor mij belangrijk dat ik me veilig voel op de berg. Durf ik met jou de berg te beklimmen? Ik hoef er niet eens over na te denken. Een volmondig ja vormt zich in mijn hoofd. Een ‘ja ik durf de berg te beklimmen’ staat voor mezelf veilig voelen, volkomen op mijn gemak. En zonder dat, mag je niet met mij mee de berg op.

‘Komen we op de boven?’ was de vraag. ‘Op de top’ komt even later zijn antwoord ‘en daar heb ik je gezoend’. Ik lees de woorden en een brok vormt zich in mijn keel. ‘De berg is bijzonder in mijn leven’ schrijf ik terug. ‘De zeemeeuw voor mij’ antwoord hij. Ik wijs hem simpel naar mijn naam en hij ontdekt de meeuwen. Even denk ik dat het bijna te veel is voor een dag. Voor een uur, nee nog korter. Nooit gedacht dat iemand ooit mijn liefde voor de zeemeeuwen zou snappen. Laat staan de liefde zou delen. ‘De berg leidt tot de meeuw’ zegt hij. De berg leidt tot de meeuw. Ik weet niet wat jou naar mij leidt of mij naar jou. Ik weet niet wie jou op mijn pad heeft gezet of ik op het jouwe. Ik weet niet hoever we komen op de berg. Of we de top zullen bereiken. Maar ik ben bereid mijn rugzak te pakken en mijn eerste stap te zetten. Jij ook?


maandag 11 februari 2013

Een doos om te bewaren

“Mijn hele leven op een A4tje”  zegt hij. Er klinkt een lach en een traan in zijn woorden. Stiekem observeer ik hem vanonder mijn wimpers maar ik kan niet opmaken wat er door zijn hoofd gaat. “Eén A4tje” herhaal ik, en vraag me even af of mijn leven past op één A4tje.  “Ik heb wel stiekem de marges een beetje aangepast hoor” zegt hij dan. “Is dat goed of fout?” vraag ik. Even staart hij voor zich uit. “Ik heb werkelijk geen idee” zegt hij dan.

Voor zijn gesprek met de psycholoog moest hij zijn verleden op papier zetten. Niet in een verhaal maar gewoon de feiten op een rijtje. Hij had hulp gezocht. Het leven viel even niet mee. Ik begrijp het wel en herken het ook wel. Ook hij heeft kinderen en een eigen bedrijf. Je ziekmelden als het niet gaat, zit er niet in. Geen werk is geen geld. Geen geld is geen brood op de plank en kinderen kosten nou eenmaal geld. Zo is het en niet anders. Ondertussen lijkt hij de draad weer opgepakt te hebben. Maar ik ken hem beter. En hij zichzelf ook. Dus besloot hij er nu maar eens wat aan te doen en eens dieper te gaan graven. In elk geval het gevoel te hebben dat je eens een grote schoonmaak kunt houden en de boel een beetje inzichtelijk voor je zelf kunt maken. Soort van voorjaarsopruiming. Het defragmenteren van je harde schijf. Het opruimen van de kasten. En alles wat je niet meer past of niet meer gebruikt nu eens echt weg doen in plaats van in een doos op zolder zetten.
Mijn rugzak zit niet zo vol. Maar de dozen op de zolder wel. Het is net zo iets als met de dozen die na mijn verhuizing nog niet uitgepakt zijn. Ze staan uit het zicht achter een deur maar toch blijven ze wel in mijn hoofd. Ik heb ze weggezet en probeer zo mezelf voor de gek te houden. Maar het stemmetje in mijn hoofd lacht hard met een schril geluid “hou lekker je zelf voor de gek, ze staan er en dat weet jij ook.” En dus zijn ze niet echt weg uit mijn gedachte. Het zelfde is het met de nog niet helemaal verwerkte herinneren.
Ik heb bewondering voor hem. Hij gaat ze nu opruimen. Echt opruimen. Echt verwerken en ze een plekje geven waar ze goed staan en niet meer achter de deur. De deur die toch steeds weer open en dicht gaat waardoor je er steeds weer mee geconfronteerd word. Ik kijk naar hem terwijl ik onze koppen nog een keer vol met koffie schenk. Je hele leven op een A4tje. Ik begrijp zijn toon, zijn lach en zijn traan. De zelfspot die hem al die jaren overal doorheen geholpen heeft. De tranen die nog niet allemaal vergoten zijn. Het verdriet dat er nog achter schuilt en tegelijk het besef dat het hem heeft gemaakt tot wie hij nu is. Een mooi mens vol ervaring en met twee benen op de grond. Ik hoop zo dat de gesprekken hem brengen wat hij er van hoopt.
Dan besluit ik, morgen maak ik een A4tje en ga ik kijken en voelen waar nog onverwerkte pijn ligt. Ik ga de rugzak omkiepen, de dozen vol erbij gooien. Alles wat ik echt niet meer wil gooi ik weg, net zoals de rugzak want ik hou niet van die jeuk term. In plaats daarvan koop ik een mooie tas.  Dan selecteer ik wat er in de tas mag, selecteer ik wat ik elke dag bij me wil dragen. De rest van de herinneringen vouw ik netjes op in de doos om die op een vaste plaats op zolder te zetten. Daar waar de doos rustig kan blijven staan. Gewoon als doos om te bewaren.

maandag 24 december 2012

Lieve Kerstman,


“Een rugzakje. Wat een onzin “ zegt ze. “Levenservaring, dat is gewoon levenservaring. En wat had je dan gedacht, dat ik 57 geworden ben zonder?” Ze schudt meewarig haar hoofd. “Wat denken ze wel niet”.
We staan in een winkeltje in de stad die ik het meest liefheb. Vaak heb ik er al gelopen, de pleintjes, de terrasjes, de sfeer. Ik kan er gewoon niets aan doen, in mijn hart blijf ik een Brabander en deze stad, ook al kom ik er niet vandaan en heb ik er nooit gewoond, heeft toch wel een speciaal plekje in mijn hart. De vrouw achter de toonbank zit vol energie en straalt het uit. Wat een geweldig mens. Al snel raken we in een gesprek dat veel verder gaat dan de spullen uit haar winkel. Ze is gescheiden en haar kinderen zijn al bijna het huis uit. Eigenlijk komt ze uit het Noorden en dat maakt ons verhaal wel bijzonder. “Ik zit toch niet te wachten op zo’n oude vent” zegt ze. “Ik wil lol hebben, achter de geraniums kan altijd nog”. Ze ziet er jaren jonger uit en ik kan me voorstellen dat de mannen die met haar daten zich het apezuur schrikken als ze horen hoe oud ze is. “En leeftijd maakt toch ook niet uit” zegt ze “wat is nou leeftijd, het gaat er om hoe ik me voel”. En gelijk heeft ze.
Als ik later samen met een vriendin over de markt slenter en bij een kraampje naar een dekbedovertrek staar, vraagt knappe en erg jonge man welke maat ik zoek. Ik stamel dat ik dat dus niet weet. Elke keer neem ik me voor om even te kijken welke ik nou precies hebben moet, maar dat ben ik dan al weer vergeten als ik thuis kom. Dan grijnst hij van oor tot oor en zegt: “dat is toch geen probleem, dan kom ik het wel even opmeten”. Even weet ik niet of ik het goed hoor en kijk hulp zoekend naar mijn vriendin. Ik voel het rood op mijn wangen komen maar zeg nog wel dapper dat dat een goed plan is. Jammer genoeg ben ik dan weer niet zo stoer om heel ad rem mijn telefoonnummer of adres achter te laten.

Ineens, ik weet niet eens waarom, denk ik weer aan haar woorden. “Wat rugzakje, levenservaring!” Maar ik weet niet meer of ik het nog wel aandurf. Mannen met levenservaring. En op mannen zonder zit ik al helemaal niet te wachten. “Ach het is dat ze zo gezellig staan op de bank” zei ik altijd stoer. Maar nu is de bank leeg. Dat is handig hoor en vaak genoeg is de bank gevuld met vrienden en kinderen, daar ligt het dus allemaal niet aan.
Maar dan kijk ik in de meest mooie ogen die ik ooit gezien heb. Mijn adem stokt in mijn keel. De ogen kijken me lachend maar ook een tikkeltje uitdagend aan. Daaronder een prachtig gevormde mond die in een stralende lach prachtige tanden laat zien. Ze kloppen bij elkaar, die mond en die ogen. Zijn hele gezicht lacht mee. De rimpeltjes laten zien dat hij geniet van het leven. Zijn haar is kort en grijzend aan de slapen. “Met jou zou ik wel een beschuitje willen eten” zegt iets in mij. “Of een wijntje willen drinken, langs het strand willen wandelen en je uren diep in je ogen willen kijken” Het stemmetje in mijn hoofd die opsomt wat ik nog wel allemaal meer zou willen, roep ik snel tot een halt. Hij ziet er uit als een filmster. Ik kan me bijna niet voorstellen dat deze man gewoon hier in Nederland rond loopt. Maar dan fluistert het duiveltje “dat weet je ook helemaal niet” en met een dreun kom ik weer met twee benen op de grond terecht. Nee, dat weet ik inderdaad niet. Want ik kijk in de ogen van een foto. En dat is maar goed ook. Want even ben ik al mijn tekst kwijt. Zou het dan toch kunnen…. “ Lieve Kerstman, mag ik deze man van u voor kerst?