Posts tonen met het label fantasie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fantasie. Alle posts tonen

woensdag 15 april 2015

Tot gauw mijn engel

't klinkt voor een ander
misschien wel heel raar
toch weet ik dat ik je weer zie
over een dag, een maand, een jaar

Tijd bestaat alleen
in onze gedachten fantasie
dus weet ik dat ik jou
'binnenkort'
weer zie



zaterdag 11 mei 2013

WC-bril onder je oksels

‘Er was niks daar hoor’ zegt ze. Ze is een jaar of zes, misschien al zeven en zit relaxed achter op de fiets van haar moeder. Haar stemmetje babbelt vrolijk verder terwijl ik gestaag richting het toiletgebouw loop. ‘Er was geen wc-papier, geen wc-bril. Je moest alles meenemen’ gaat ze serieus verder. Mijn beeldende fantasie doet zijn werk al weer en ik zie de mensen voorbijkomen; linkerhand rolletje wc-papier en onder de rechter oksel het eigen wc-brilletje geklemd.  

Ik adem diep in en geniet van het heerlijke weer terwijl ik de hoek om ga en het toiletgebouw al in het zicht heb. Hier lopen we inderdaad met wc-papier. Op de vorige camping hoefde dat niet. Maar hier is een timer zodat je weet hoelang je nog warm water hebt. Dan bedenk ik me dat als ik deze week thuis was geweest in plaats van hier op de camping, ik waarschijnlijk amper buiten was geweest. Wat een geluk dat ik mee gegaan ben. Grappig genoeg schijnt niet iedereen dat te hebben. De mensheid is in twee soorten verdeeld bedenk ik mij; zij die kamperen leuk vinden en zei die zich er groen en geel aan ergeren.
Zij die zich groen en geel ergeren kunnen zich eenvoudigweg niet voorstellen dat je naar een toiletgebouw wil lopen met het bekende rolletje wc-papier onder de arm geklemd terwijl je thuis een toilet gewoon in huis hebt, misschien wel 2 of 3 toiletten zelfs en misschien nog wel met vloerverwarming zodat je helemaal niet afkoelt in de avond of nacht. Zij kunnen zich niet voorstellen dat je op een matrasje of luchtbed gaat slapen terwijl je thuis een slaapkamer hebt net zo groot of groter dan je hele tent of caravan met voortent erbij. En compleet met box spring of waterbed natuurlijk. Zij die niet in de kampeerwieg gelegd zijn net na de geboorte haken al spontaan af bij het idee van koken op butagas in een klein pannetje met los handvat wat je meestal de hele dag kwijt bent. Om over waterhalen en douchen met muntjes nog maar niet te spreken.
Gelukkig hebben mijn ouders direct na mijn geboorte iets van een tentje over mijn wieg heen gezet waardoor ik wel in de bekende kampeerwieg gelegen heb. En we gingen toen ik nog heel klein was al met de tent op pad. Heerlijk vond ik dat. Drie weken lang buiten leven, kamperen. Hoewel dat dat dan weer niet echt kamperen mocht heten. Want het liefst namen mijn ouders alles mee. Hoge stoelen, want anders zat je maag dubbel als je moest eten. Stretchers met een dik matras, anders sliep het niet lekker. En een koelkastje, wel zo praktisch vond mijn vader die niks had met de bekende koelboxen die hun naam meestal geen eer aan doen. En mijn moeder had te tent van binnen voorzien van gordijnen, want stel dat iemand je zou kunnen zien als je je aan het omkleden was. Als de zon zou schijnen zou je wel eens een silhouet kunnen ontdekken en dat moesten we niet hebben natuurlijk. Een caravan wilde mijn vader dan weer gek genoeg niet. Want dat vond hij geen echt kamperen.

Als we in de avond de campertjes die ook bij onze groep horen een soort van windscherm gespannen hebben, en we met dikke truien en fleecedekens en glas wijn om de barbecue zitten, terwijl de zon de hemel oranje kleurt en de grappen en verhalen heen en weer gaan, voel ik me gelukkig dat ik hier met deze groep zit. En vanavond… nou dan loop ik gewoon met wc-rol in mijn ene hand, mijn toilettas onder de arm geklemd, genietend hand in hand met mijn schatje naar het toiletgebouw om mijn tanden te poetsen. Lach ik van binnen om de wc-bril van het meisje en geniet ik onderweg van een prachtige sterrenhemel.



vrijdag 28 september 2012

Mijn "Muze"

Ik kijk naar een foto en vraag me af waar hij heen loopt. Voor hem een lang pad dat in het niets lijkt te verdwijnen. Naast hem de vaart. Hij is een hond. Hij is alleen. “Op weg naar….” staat er bij geschreven. Op weg waar naar toe?

Als ik de foto zie voel ik de vele antwoorden die in me opkomen. Op weg naar huis denk ik als eerste en direct moet ik denken aan de column die ik schreef net na de collecteweek van KWF. Naar huis, niet iedereen heeft het geluk naar een huis te kunnen gaan. Hoe vreselijk wordt je weg soms zomaar anders bepaald en leg je een reis af naar een bestemming die je nog niet voor ogen had. Op weg naar het einde, confronterend en hard. Of je hebt een huis maar geen thuis, zovelen voelen zich alleen op de wereld.  Zoveel dat er een speciale week voor is bedacht. Hoe eenzaam kun je zijn. We zien het niet altijd, ook niet op deze foto. Is hij eenzaam of verheugd hij zich om de weg af te lopen? Is hij misschien op weg de weide wereld in… zovelen die dromen maar nooit de stap durven zetten. Op weg naar….. De tekst, de foto, ze inspireren mij.
Ik vraag mij ook gelijk af waar hij vandaan komt. Maar als ik de reacties lees, ben ik de enig die daar over na denkt. Het feit dat hij niet alleen is maar dat er iemand achter hem loopt die de foto maakt, vergeet ik ook graag even. Deze foto zou zo op de voorkant van een boek kunnen staan, denk ik. En ik zou dan willen weten waar hij vandaan komt, waar hij heen gaat, hoe het zou aflopen…
Het is niet de eerste keer dat een tekst van hem mij aanzet tot het schrijven van een blog. “Woensdag gehaktdag” was de eerste en daarna kwam “Gras gaat niet harder groeien als je er aan trekt”.  Eigenlijk ken ik hem niet zo goed. Een paar keer gezien, een enkele keer gesproken. Maar zijn oneliners inspireren mij tot het schrijven van teksten. Het zijn de korte zinnen, een niet afgemaakt geheel. Ruimte voor mijn fantasie, een nooit ophoudende fantasie. Altijd al gehad en hoop het altijd zo te houden. Dat boezemt mij angst in, dat je de hoop en fantasie zou kunnen verliezen. Zou kunnen vergeten.
Inspireren. Een mooi woord. Inspireren hoort bij kunst en schrijven is toch een bepaalde vorm daarvan. “Vele kunstenaars hebben een inspiratiebron” denk ik terwijl ik de zin nog eens lees. “Dus waarom ik niet. Schilders hebben een muze. Kijk dat klinkt nog eens leuk; een muze. Ik laat het woord een paar keer door mijn hoofd rollen. En eigenlijk bevalt het me wel. Een muze. Dat is het. Dat heb ik nodig. En dus verklaar ik, zomaar op een doordeweekse dag zo rond een uur of 12,hem tot “mijn Muze”. Mijn inspiratiebron van gewone simpele teksten, gekke zinnen, foto’s die uitdagen tot verhalen. Mijn verhalen.
Ik volg hem al. Op twitter op facebook. Ik ken hem amper maar u gaat meer over hem lezen. Niet over de hem zelf maar over de zinnen die hij er uit gooit. Ik hoop van harte dat hij zich niet gaat inhouden, dat zou nog zonde zijn. Misschien moet ik het geheim houden. Moet ik hem geheim houden maar hoe doe je dat. En daarbij is hij daar de persoon niet voor. Naar zijn vrouw vertel ik alvast dat ik geen enkele bedreiging vorm. Ik ben geïnteresseerd in zijn woorden. In de aanzet naar mijn verhalen. De zon schijnt en vanaf vandaag heb ik een muze!
Ik kijk nog een keer naar de foto en ik weet ineens waar hij heen loopt. Op dat lange pad dat in het niets lijkt te verdwijnen. De vaart naast hem is er niet voor niets want hij is op weg naar….”

vrijdag 31 augustus 2012

Geheime informatiebron

“Hoe weet je dat” vroeg ze verwonderd. “Van Kiki” antwoorde hij simpel. Zijn grote groene ogen keken haar vol vertrouwen aan, alsof hij iets zei dat behoorde tot de normaalste dingen van de wereld. En dat zij dat toch zou moeten begrijpen. “Kiki?” vroeg ze voorzichtig en ze probeerde haar verbazing enigszins te verbergen. Want Kiki, ze had geen flauw idee wie dat was.
Later kon ze zich niet meer herinneren wanneer het begonnen was. Haar zoon zal ongeveer 3 of 4 jaar oud geweest zijn. Misschien was het al wel eerder. De naam Kiki was steeds vaker teruggekomen. Kiki was zijn vriendje en Kiki wist overal het antwoord op. In het begin moest ze er nog wel om lachen maar langzaam aan begon ze te merken dat haar zoon echt antwoorden kon geven die hij op zijn leeftijd helemaal niet kon weten. Zo kon hij uitleggen hoe verzekeringen in elkaar zaten, hoe een spin een web maakte  maar ook wie wat wanneer had gedaan en over hoeveel nachtjes het ging sneeuwen. En elke keer weer als ze hem vroeg hoe hij dat wist, was zijn simpele antwoord dat Kiki dat verteld had. Wanneer hij dan met Kiki sprak heeft ze eigenlijk nooit gevraagd. Haar zoon was er zo van overtuigd dat Kiki bestond en altijd bij hem was, dat ze het maar zo gelaten heeft. Want ach, een beetje fantasie kan toch geen kwaad op die leeftijd.
Later begon ze te twijfelen of Kiki nu gewoon het een denkbeeldige fantasie vriendje was. Maar wat dan Kiki wel was……. Nou het ideale vriendje tot zover. Kiki wist overal een antwoord op, was slim, alleen op de achtergrond aanwezig en bleek ook nog eens over behoorlijk wat normen en waarden te beschikken. Want niet alleen gaf hij haar zoon antwoorden maar leerde hem ongemerkt ook nog eens wat wel en niet mocht. Haar hoorde je dus niet zeuren want welke moeder wil dat nou niet. En daarbij had je bij Kiki geen gezeur over ophalen en brengen, niets te maken met zijn ouders, logeerde hij standaard in het gezin en was koken voor meer niet eens nodig. Idealer kon het bijna niet.    
De omkeer in haar denken kwam toen zowel zoonlief als Kiki er van overtuigd bleken dat er nog een zusje zou komen. Nu hadden zij en haar man geen directe plannen voor nog een baby en dus deed ze het af met het idee dat hij op school vast iets had opgevangen over een zwangere moeder. Vervelender werd het toen diverse mensen haar gingen vragen of ze zwanger was omdat haar zoon regelmatig overal verkondigde dat hij een zusje zou krijgen. Tot op de dag dat ze ontdekte dat ze zwanger was, al 9 weken. In alle drukte had ze inderdaad niet gemerkt dat ze niet ongesteld geworden was. En toen ze na een paar weken gewend waren aan het idee en het aan de kinderen vertelde, wist haar oudste zoon alleen te vertellen dat hij dat al wist en dat de baby een zusje was.
Wat later wist hij haar te vertellen wanneer de baby geboren zou worden “op maandag na Pasen”en was hij zo overtuigd dat ze hem echt niet om de tuin kon leiden om hem wat eerder in bed te leggen met het idee dat hij uitgerust moest zijn als de baby zou komen. Want “mama is het morgen dan maandag” zei hij dan. En op haar “nee” antwoorde hij “oh maar onze baby wordt geboren op maandag”. Het  werd ongemerkt “het verhaal” in de familie. Toch was de verbazing groot toen hij op de voorspelde dag (2 weken na de uitgerekende datum) bij de geboorte van zijn zusje alleen maar zei “dat had de baby toch al aan mij verteld”.
Meer dan 10 jaar zijn we inmiddels verder. Het kleine ventje is inmiddels een kop groter dan zijn moeder. Kiki is inmiddels verleden tijd. Maar haar gedachten heeft hij vaak nog hardop uitgesproken compleet met de mededeling “dat vind jij toch ook mama”. Tja het besef dat je soms beter iets alleen kunt denken is pas in de jaren daarna gekomen. Vaak hoorde hij stemmen, voelde hij stemmingen aan en antwoorde hij op zijn moeders gedachten. Tot hij er echt zelf last van kreeg. Toen heeft ze hem meegenomen naar een vrouw die zijn mogelijkheden om meer op te vangen dan anderen wat meer “dicht” gedraaid heeft. Nu is het rustig in zijn hoofd. Problemen van anderen vangt hij niet langer op. Soms vindt ze dat wel jammer. Want ze is er van overtuigd dat haar zoon met een mooie gave bedeeld is. Maar ze gunt hem ook zo de rust om zich bezig te houden met school, vrienden en het groot en volwassen worden. Heel af en toe verteld ze hem wel eens over vroeger. Over de tijd dat hij wist over hoeveel nachtjes het ging sneeuwen en hij haar met “nee mama, niet Loelila” met zijn 2 jaar al probeerde duidelijk te maken dat de baby in haar buik geen meisje (Julia) maar toch echt een jongen was.  En hoe hij had voorspeld dat er daarna nog een zusje zou komen.
En heel heel heel af en toe verteld ze hem over Kiki.
“Kiki?” vraagt hij dan voorzichtig en probeert zijn  verbazing te verbergen. Want Kiki……… hij heeft geen flauw idee meer wie dat is.