dinsdag 22 januari 2013

Het vogelvrouwtje

Schuifelend met de fiets aan de hand komt ze voorbij. Een half uur later zie ik haar weer dezelfde kant oplopen, maar dan zonder fiets. En dat gaat de hele dag zo, elke dag opnieuw. Het is moeilijk haar leeftijd te schatten. Ik denk dat ze al oud is maar weet het niet zeker. Ze heeft iets teers, iets breekbaars maar ook iets geheimzinnigs, duisters. En vooral iets heel eenzaams.

In  het begin viel het me nog niet zo op dat ze steeds voorbij kwam schuifelen. Wel zag ik dat er zoveel duiven op haar dak zaten. Bij haar en bij mijn buurvrouw. Duiven zitten er hier veel. Heel erg veel. “Dat komt door haar”, zei hij en knikte naar rechts. Hij woont hier ook en kwam me helpen met wat klusjes in huis. “Dat komt door haar, het vogelvrouwtje”. Ik keek hem met een vragende blik aan; “het vogelvrouwtje?” “Ja, zo noemen we haar” verhelderde hij zijn verhaal. “Ze voert de hele dag de duiven, ze lopen gewoon achter haar aan. Maar wij zitten met de ellende. Die beesten schijten echt alles onder”. Ja dat is letterlijk dus met de ‘shit’ zitten, denk ik.
De duiven die het symbool zijn van de vrede. En een paartje staat voor de liefde. Hoe mooi is het om die te voeren. Maar toch kan ik me ook wel voorstellen dat niet alle buren er zo op zitten te wachten. Behalve dat ze veel poepen wat geen prettig gezicht is, brengt die poep ook de nodige bacteriën mee. Het vreet in de lak van auto’s en de goten van daken komen er vol mee te zitten. En dan de bacteriën. Niet voor niets worden de duiven vliegende ratten genoemd. Ze brengen Salmonella mee, Listeria en nog wat voor mij onbekende bacteriën.  In 2010 deed een groep wetenschappers testen en bleek zeven van de tien stadsduiven de Campylobacter met zich mee te dragen. En die ken ik dan weer wel. Daarvoor heb ik eens een week in het ziekenhuis gelegen en ik kan vertellen, dat was geen pretje. Ineens weet ik het niet meer zo zeker met die duivenvrede en liefde.
Vandaag sprak ze me aan. Er ligt sneeuw en ze heeft kilo’s voer gekregen om de vogels te voeren. “Van de dierenpolitie of nou ja zoiets dan” zegt ze. Elke dag gaat ze ook de zwanen eten geven. Ze heeft volgens haar zeggen een eigen stuk land toegewezen gekregen om de zwanen en de vogels te kunnen voeren. “Voor het huis mag het niet meer” verteld ze. Maar op het stukje land daar aan het water mag het wel. Daar mag niemand komen behalve zij. “Want de dieren gaan altijd voor” zegt ze. Mijn dochter, dierenactiviste in de dop, wil wel graag mee de vogels voeren. Ik bedenk nog even dat ik nu niet meer zo zeker weet of we hier nog vrienden gaan maken in de straat. Gelukkig antwoord het vogelvrouwtje dat dat gevaarlijk is, maar dat ze wel mag gaan kijken. “De zwanen doen zo hoor” zegt ze en maakt met haar armen een wijds gebaar en begint te blazen. “Daarom kan ik deze hand niet meer gebruiken” vult ze aan “maar ik ben niet bang voor ze hoor!”
Vanavond gaat mijn dochter kijken  naar het voeren van de vogels. En mijn zoon maakt het pad sneeuwvrij en biedt aan de kliko buiten te zetten. Eenzaam schuifelt ze even later weer voorbij. Ik kijk naar haar en eigenlijk vind ik haar wel heel stoer. Ze doet gewoon haar ding. Wat een ander er ook van mag vinden. Ze krijgen haar niet gek. Zij is het vogelvrouwtje.