donderdag 28 februari 2013

Ikeapaard

“Ik ben van de gehaktballen van IKEA nu zelf thuis zelf een paard in elkaar aan het zetten................altijd een ellende bij het in elkaar zetten IKEA spullen...............” lees ik op Facebook en beeldend als ik in elkaar zit, zie ik het natuurlijk al weer helemaal voor me.

Op tafel voor haar liggen bergen Ikea zweutse gehaktballen. Rechts naast haar een half opengevouwen gebruiksaanwijzing, ook van Ikea en natuurlijk ligt die op zijn kop. Eén omdat het van Ikea is en twee omdat ze blond is. En inmiddels weten we het allemaal; “blond is geen keuze, blond is levenslang”. We kunnen het tenslotte niet voor niks goed met elkaar vinden. Verder liggen er natuurlijk nog tig plastic zakjes op tafel met onderdelen waarvan je nu nog echt met geen mogelijkheid kunt zien of je die echt nodig zult hebben en waarvoor dan in hemelsnaam. Waarschijnlijk kom je daar pas achter als je bijna klaar bent zodat je alles weer af kunt breken en opnieuw kunt beginnen. Zo hoort dat namelijk, bij Ikea.
Ik zie het nog steeds voor me, alsof ik van een afstandje mee keek terwijl ik zelf met een (mannelijke) collega Ikea kasten voor op kantoor in elkaar aan het zetten was. Het was avond, uiteraard was het avond want overdag doe je zoiets niet. Overdag heb je kans dat er anderen langs komen lopen en dat is al erg op zich maar er bestaat ook nog eens de kans dat ze zich er tegenaan gaan bemoeien. En geloof me, een Ikea kast in elkaar zetten is al lastig genoeg met zijn tweeën. Dus hadden we gegeten op kantoor, een kant en klare Appie Heijn maaltijd want we hadden natuurlijk niet voor niets een magnetron. Ons bedrijf huurde twee kamers in een bedrijvencentrum en zoals dat gaat in zo’n centrum, liggen die kamers uiteraard niet naast elkaar.
We liepen dus altijd al heel wat af van kamer naar kamer, alsof we in een groot bedrijf werkzaam waren. Na het eten, toen de gangen donker waren en de meeste mensen wel naar huis, trokken we richting de andere kamer om vol goeie moed de stellingen in elkaar te zetten. Vol goede moed begonnen we. En als snel merkte we dat het heel goed was dat het avond en dus rustig was op kantoor. Al snel hingen we in de meest vreemde posities over elkaar heen, armen en benen vreemd doorelkaar heen gewrongen proberend om en de onderdelen vast te houden, op zijn plaats en ook nog eens de schroefjes er in te draaien. Vanaf de gang moet het een geweldig plaatje geweest zijn dat het roddelcircuit zeker op gang had gebracht.
Maar nu zit zij daar aan die tafel, zwoegend om het deel paard uit de gehaktballen te peuteren en het vervolgens weer tot paard terug te kneden. Een paar dagen daarvoor hoorde ik een slager op de radio vertellen over het vlees van het paard. Dat waar nu iedereen van gaat stuiteren was vroeger heel gewoon. Paarden zorgden voor het vervoer en als het beest dood ging, at je het op. Het klinkt simpel maar als je er te lang over denkt wordt het toch weer bizar. Stel je voor dat je buurman overlijdt en de familie nodigt je een paar dagen later uit voor een diner. Tja, hij is toch dood dus zonde om weg te gooien.
Terug naar het paard en mijn vriendin want even vraag ik me af of wel alle onderdelen in die zweutse ballen zit. Als ik het haar vraag kijkt ze me warrig en vragend aan, verdiept als ze was in het paardenproject. Dan begint ze te lachen en zegt: ‘nee natuurlijk niet. Ik heb toch niet voor niks nog drie lasagnes in de koelkast liggen’.