zaterdag 5 april 2014

Gematigd zeeklimaat

Vandaag zit ik opgesloten. Opgesloten in een huis dat mijn huis niet is. Het is letterlijk niet mijn huis en voelt niet als mijn huis. Opgejaagd maar niet weten waar naar toe hou ik vast aan een soort van rietstengel. Maar niet alleen opgesloten in het huis, ook opgesloten in mijzelf. Waar gisteren de wereld nog zonnig leek, hangt er nu een grauwe mist.

Is het omdat ik in Nederland woon of opgegroeid ben. Mijn gevoel lijkt de laatste tijd op het weer. Het lijkt zo veranderlijk. Toch heerst er ook in mij een gematigd zeeklimaat. Geen kwestie van extremen. Als het een paar dagen warm is, denk ik al dat er vast regen moet gaan komen. Laat staan dat de temperaturen oplopen… Een week, twee weken, drie weken… Een lange hete zomer? Dan moet het vast wel snel gaan vriezen. 

Je kiest je eigen pad. Je roept af wat je zegt en vooral wat je denkt. Is dat het? In het boek ‘Het miljonairsbrein ontrafeld’ van T. Harv Eker lees ik dat je anders moet denken. Als je genoeg hebt aan ‘net genoeg’ zal je niet meer krijgen. Ik betrap mezelf op veel ‘fouten’. Gestaag lees ik door. Niet vaak maar ik hou wel vol. Tot vorige week… ‘Ben je bereid veel te werken’ staat er in. Ja hoor, dat doe ik al. ‘Ben je bereid om het zien van je familie, je vrienden en leuke dingen op te geven?’ En ineens rinkelen alle alarmbellen. ‘NEE!!!’ schreeuwt het in mij. Alles kan ik opgeven maar niet mijn gezin. Met een klap sla ik het boek dicht. Ineens is alles mij duidelijk.

‘NEE...!!!’ schreeuwt het in mij.

‘Je krijgt wat je vraagt’ zegt een paar dagen later iemand tegen mij. Het is een uitspraak in een heel ander verband maar brengt mij weer even terug bij mijzelf. Elke dag teken ik op de douchewand wat ik graag wil ontvangen. Maar kan ik het ook aannemen? Of denk ik tegelijk dat het niet voor mij bestemd is? Waar gaat het fout? Is het mijn Nederlandse gematigde zeeklimaat? Doe maar gewoon dan doe je gek genoeg. Maar juist dat ‘gewoon’ daar word ik zo gelukkig van. De kleine dingen maken mij zo compleet en blij.

Stiekem kijk ik op de klok. Nog even, maar is het dan anders? Dan komt er in elk geval niet zomaar iemand binnendringen. Of is een dreigend gevaar weer even van mijn radar. Nog steeds is het huis niet mijn huis. Wat ik ook probeer te doen. Het leek een thuis maar dat lag niet aan het huis. Het zijn de mensen in het huis die mij mijn thuisgevoel geven. Maar niet vandaag. Vandaag ben ik alleen. En alleen zijn is prima alleen niet hier in dit huis. Buiten in het zonnetje lijkt de wereld al iets minder kil. Binnen wachten klusjes op mij die ik het liefst voor me uit zou schuiven. Maar ja, ik ben een Nederlander en dus moet het vandaag in plaats van morgen. Als ik mijn ogen dicht doe voel ik de zon op mijn huid branden. Meeuwen maken een zo typische zee geluid en even denk ik dat ik het water kan horen.


Dan denk ik terug aan alle dagen, weekenden of vakantie aan zee. Het zand door mijn tenen, het water dat ruist en klotst en de zilte lucht. Even voel ik me thuis in mezelf. Dan besluit ik: ‘ik wil wel het zeeklimaat maar niet meer gematigd’.