Posts tonen met het label muts. Alle posts tonen
Posts tonen met het label muts. Alle posts tonen

zaterdag 19 januari 2013

Eenzame schaatser

Ineens zie ik hem. Alleen midden op de plas. De plas die nu bevroren is. Hij strekt zijn armen wijd uit naast zijn lijf en zweeft over het ijs. Ik voel me alsof ik stiekem mee kijk. Hij is ver weg maar ik kan zijn gevoel van vrijheid bijna voelen.

Het is ijzig koud als ik de hond ga uitlaten. Als ik langs het water loop, trek ik mijn sjaal nog iets hoger. De wind jaagt de ijskoude lucht langs mijn hoofd. Ik weet nu al hoe mijn oren en voorhoofd straks zullen gloeien als ik weer thuis ben. Mijn handen verstop ik in mijn handschoenen die geen handschoenen zijn, maar waarvan ik de naam nooit heb kunnen ontdekken. Handslippers hebben we ze gedoopt en ze horen bij mij. Een soort van handelsmerk.
Even nog dacht ik dat het nog wel een aantal dagen zou moeten vriezen voor er iemand het ijs op zou durven. Het zag er zo breekbaar uit vanaf de kant. Stil en verlaten lag het erbij. Ik wandel verder en als het even windstil is, zuig ik genietent de koude lucht naar binnen. Het is heerlijk hier, een prachtig verlaten landschap. Stilte. Ik ben alleen met de hond, de wuivende rietstengels, het bevroren water en mijn gedachten. Een groot gevoel van vrijheid vult me.

Dan ineens zie ik hem. Even sta ik stil en kijk. Dan zie ik er meer. Er zijn veel meer schaatsers op de plas. Een groepje van vier schiet door mijn gezichtsveld. Vanaf de kant schieten ze naar het midden om zomaar de plas over te steken. Ze gaan hard. Echte schaatsers, muts op en strak pak. Een prachtig gezicht. Het snerpende geluid van schaatsen op het ijs bereikt mijn oor en nog voor ik het besef zoeft een schaatser voorbij. Alleen, zichtbaar genietend. Ik besef hoe heerlijk het moet zijn om daar over het ijs te zweven. Zonder iets, alleen met het ijs en je gedachten. Even terug in de tijd. De tijd staat stil en neemt me mee terug. Strenge winters, pret op het ijs, geen haast, geen druk. Genietend van het alleen zijn of van elkaar. Kinderen achter stoelen op wiebelende ijzers. Vrouwen op kunstschaatsen met zwierende rokken. Mannen op die rondjes schaatsen.
Als ik af wil slaan naar links om het gewone rondje te lopen, voel ik de wind hard en koud in mijn gezicht zwiepen. Ik ril en besluit om in plaats van mijn rondje om te keren en het stuk gewoon terug te lopen. Behalve dat het minder koud is, kan ik dan ook nog naar de schaatsers kijken. Als ik bijna terug ben zie ik hem, de schaatser van deze tijd. Ook hij is alleen. Maar naast het geluid van zijn schaatsen op het ijs hoor ik hem ook praten. Met een mobiel tegen zijn oor gedrukt schaatst hij verder. Hij voelt het gevoel van schaatsen, de vrijheid op het ijs en het snerpende geluid van de schaatsen die zich een weg vooruit boren in het ijs. Maar hij mist duidelijk een stukje van het geheel. Hij mist het alleen zijn met je gedachte. De stilte en de rust. Hij laat ze nog niet toe. Zijn mobiel schaatst met hem mee. Hij kan niet zomaar gemist worden. Hij is de moderne schaatser.

zaterdag 12 januari 2013

Lente in aantocht

Het is koud buiten. De krantenjongen loopt met dikke handschoenen, een sjaal en muts voorbij. Ik kijk naar buiten en besluit vandaag lekker binnen te blijven. Ik loop naar het fornuis en kook water voor thee. Als de thee klaar is en ik de haard aan gedaan heb, nestel ik me achter de computer. Heerlijk weer om te schrijven.

De kinderen vermaken zich prima met de nieuwste games op een apparaat waarvan ik de naam ken, maar ook niets meer. Gisteravond vertelde ze onder het eten hoe geweldig het apparaat er uit zag. Enthousiast hoorde ik de verhalen over een klepje dat vervangen was door een schuifje. Ik probeerde nog op de juiste momenten te knikken maar ik denk niet dat ik echt geloofwaardig overkwam. Ik heb er niets mee met die speldingen. De Wii dat snap ik dan nog wel maar verder is elke spelcomputer mij vreemd. En dat is misschien maar goed ook.
Ik ruik hoe de kamer zich vult met een heerlijke wierookgeur en ik staar naar buiten. Zoals altijd zitten er zoveel onderwerpen in mijn hoofd maar op dit moment komt niets naar boven drijven. Dan maar niet denk ik en schenk een kop thee in. Mijn ogen dwalen weer af naar buiten. Ik weet dat het koud is buiten maar zo met het doorkomende zonnetje lijkt het meer op voorjaar. Ik verlang al weer naar de zon en het voorjaar. De bloemen die breekbaar doorkomen en laten zien dat de winter weer bijna voorbij is. De vogels die fluiten en bomen die weer groene blaadjes krijgen. Die eerste tere tekenen dat de lente weer in aantocht is. Het zonnetje nog twijfelend. Maar als je buiten loopt ruikt je het voorjaar. En je voelt het vooral in heel je lijf.
Als ik het raam op een kier zet, hoor ik de geluiden van buiten langzaam naar binnen dringen. Bij de achterburen is blijkbaar een feestje. Ik hoor de kinderen buitenspelen. Het is koud maar toch lijkt alles te twijfelen. Binnen is het huis net zo in tweestrijd. Op de grote tafel staat een boeket met amarillissen. De rode symboliseren voor mij de kerst, de witten geven zacht toe dat kerst voorbij is en ze ook wel naar de lente verlangen. Op de andere tafel staat een bos met tulpen. Ze knikken me lief toe. De lente is in gang gezet, er zijn tulpen in mijn huis gedrongen. Een stukje verderop lachen op het aanrecht de narcisjes me toe. Bollen heb ik in huis gehaald toen de kerstboom er uit zou gaan. De hyacint op het kleine tafeltje toont is nog niet overtuigt maar toont toch al wel een klein beetje roze. De geur houdt ze nog even geheim.
De weerkaart toont dan misschien winter met cijfers beneden nul. Vriezen gaat het de komende dagen, in de nacht maar ook overdag zal het kwik niet boven het vriespunt gaan komen. Ik wil het wel geloven, ik zal wel moeten. Maar in mijn hoofd is de lente al begonnen. Een dikke maillot maar ook een zacht lenteblauw vestje heb ik vanmorgen uit de kast getrokken. Is het mijn verlangen naar de zon? Of is het ‘t verlangen naar alles wat bij de lente hoort. De vogels, de bloemen, het lichte gevoel van geluk. Ik weet het niet.
Het is koud buiten. De krantenjongen loopt met dikke handschoenen, een sjaal en muts voorbij. En ik? Ik kijk naar buiten en besluit dat vandaag de lente begint.

dinsdag 18 december 2012

iPhone5

Met een ruk draait hij zich om. “Is dat echt? Heb jij een iPhone5?” vraagt hij. Ik knik. Even kijkt hij mijn zoon aan en dan zegt hij: “En ligt die gewoon in de vensterbank?” Ik lach en zeg ja. Zijn ogen rollen bijna uit zijn hoofd.

Zonder telefoon besta je niet. Je hoort een telefoon te hebben en eigenlijk hoor je een iPhone te hebben. Dan hoor je erbij. Zit je in een cafĂ© dan zie je iedereen met de telefoon in de hand. Praten doe je niet, je kunt sms’en of appen. Loop je in de supermarkt dan is het vrij bijzonder als je mensen kunt aanspreken. Geluid is er genoeg zo om je heen, iedereen is in gesprek. Met een hand duw je het karretje en met de andere druk je de telefoon tegen je oor. Of je loopt standaard met oortjes in. En de jeugd is zo mogelijk nog erger. Op school zie je kinderen van amper 6 of 7 jaar al met een telefoon. Op de middelbare hoor je er niet bij als je als geen Blackberry, iPhone of andere coole smartphone hebt.  
Zonder telefoon ben je een nerd.  Zo erg ben ik niet. Ik heb niet eens een oude Nokia. Nee ik heb een Windows Phone. Dat leek toen een goede keuze maar ik liep ineens zo vooruit dat ik overal buiten viel. Leuke apps waren er genoeg maar niet voor de Windows Phone. Gebruikte iedereen al What’s App, moest ik daar nog driekwart jaar op wachten. En niemand kon me helpen als ik iets niet snapte. De wereld had iPhone of Android. En ik liep niet in de pas. Ik hoorde er niet bij. Nu vind ik dat niet zo erg maar dat gedoe met mijn telefoon kwam me af en toe mijn oren uit. Ondertussen ben ik gewend. En dat is het precies. Eindelijk ben ik gewend en nu krijg ik een iPhone. En nu ben ik te druk. Ik  moet van alles, mijn weken en mijn hoofd zijn te vol en ik wil niet nadenken over gewoon “even bellen”. Ik wil gewoon de telefoon kunnen pakken en kunnen bellen. Ik wil mijn e-mail gewoon binnen krijgen. En ik wil er vooral niet over na hoeven denken. Niet in deze weken. Niet nu. En dus ligt mijn nieuwe iPhone geduldig te wachten in de vensterbank.
Vanaf dat moment beland ik in een wereld vol onbegrip. Het schijnt niet toegestaan te zijn dat je een iPhone hebt en die niet gebruikt. Het schijnt zelfs raar te zijn dat je niet helemaal gek wordt omdat je dan eindelijk die iPhone hebt. Eens dacht ik nog dat ik er niet aan mee zou gaan doen. Maar ja toen belde de provider en ben ik gezwicht. Niet om de iPhone maar wel om de aanbieding. Negen maanden lang onbeperkt bellen en sms’en voor 25 euro per maand. En omdat ik voor mijn werk nogal wat moet bellen, is dat dus een mooie kostenbesparing. En bij die kostenbesparing kreeg ik dus die iPhone5 gratis. Dus voor het geval dat, doe mij die telefoon er maar gewoon bij. Helemaal weggelegd voor mij was het niet. Had ik de iPhone binnen, bleek de simmkaart niet te passen. En toen ik die eenmaal binnen had zat ik zo in de hectiek dat mijn enthousiasme al weer gezakt was. Dus lag de voor velen felbegeerde iPhone5 bij mij gewoon in de vensterbank.
Een paar dagen geleden was dan eindelijk de dag. Waarom? Nou eerlijk gezegd omdat er op de iPhone een grappig spelletje zat. En omdat mijn zoon zo graag mijn telefoon wil hebben. En omdat een vriend van me de druk maar opvoerde dat ik dan de iPhone beter aan de kinderen kon geven. En omdat ik niet zeker wist of ik daar dan weer spijt van zou krijgen. En vooral omdat ik mezelf een muts vind dat ik het niet gewoon uitprobeer. Dus trok ik de stoute schoenen aan en ging aan de slag. En ja hoor, het werkte. De e-mail deed het. Zelfs overzichtelijk alle e-mailadressen bij elkaar. Wat een luxe. What’s app werkt nog mooier dan op mijn oude telefoon. En de prachtigste apps heb ik inmiddels. Zo kan ik zien waar welke sterren er aan de hemel staan. Als ik muziek hoor kan ik kijken welk nummer het is. Zelfs 50 tinten grijs heb ik gewoon op mijn telefoon staan. Alleen bellen…… nee dat niet. Bellen kan ik niet met de iPhone. Dacht ik toch even dat ze daarvoor dat ding uitgevonden hadden.
“Binnen 2 uur zal de code geactiveerd zijn” zegt de mevrouw van KPN. Voor niets zocht ik alle dozen af naar de activeringscode die er volgens anderen echt bijgezeten moest hebben. “Nee hoor, je moet gewoon even bellen of via internet activeren” zegt de KPN mevrouw. Vanavond is het dus zover… en werkt mijn iPhone. Inmiddels ben ik al een beetje gewend maar mis ik ook de leuke foto’s op de voorgrond van mijn WindowsPhone. Vanavond is het  zover en hoor ik officieel bij de eenheidsworst; de grijze komozakken; de gemiddelde Nederlander; de volgers; de mensen zonder identiteit. Vanavond ben ik een iPhone-gebruiker.