Posts tonen met het label column. Alle posts tonen
Posts tonen met het label column. Alle posts tonen

dinsdag 25 december 2012

Jouw boek

Gisteren was ik er weer en het liefst was ik er weer heel lang gebleven. Rondsnuffelen in een boekwinkel, zomaar alleen rondsnuffelen. Ik had voor mezelf de smoes verzonnen dat ik nog een paar cadeautjes moest kopen want ik weet dat mijn kostbare tijd daar te snel voorbij vliegt. Daar tussen de boeken staat de tijd altijd even stil.

De ketens zijn leuk maar veel leuker zijn de echte boekwinkels. Daar sta ik dan, in zo’n boekwinkel waarvan er maar één is, die uniek is. Ik slenter langs de boeken en af en toe pak ik er een op om op de achterkant in een notendop de inhoud te lezen. Om zomaar met mijn hand over het boek te gaan, te voelen en te ruiken. Het ruikt heerlijk in boekwinkels. De geur van papier en van inkt. De verschillende kaften, de kleuren, de foto’s. Er heerst een soort van serene stilte in boekwinkels. Anders dan in bibliotheken waar het ook vol staat met boeken, maar waar het anders is. De sfeer is anders. Ik hou van boekwinkels.
Als ik naar al die boeken kijk merk ik ineens dat ik op zoek ben naar jouw boek. Ongemerkt zoeken mijn ogen naar de kaft en de titel. Maar het ligt er niet. Het zou er wel moeten liggen maar het ligt er niet. Dat kan ook niet want jouw boek is nog niet af. Het is nog niet echt een boek in de vorm van pagina’s met een dikke kaft. Je bent nog aan het schrijven maar ik weet nu al dat het er zou moeten liggen. En niet alleen het boek dat nog niet af is. Maar ook de bundel van korte verhalen. Daar heb je geen plannen voor maar het zou er moeten komen. Ik weet ook de titel al en hoe het boek er uit zou zien. Je zou het moeten bundelen en uitgeven. Het zou zoveel mensen kunnen helpen. Je verhalen zijn zo mooi, zo puur. Rauw, teder, gevoelig en gevoelloos. Alles bij elkaar. Het verdient het om daar te liggen. Als erkenning en eerbetoon aan jouw dochter.

Dan zie ik een boekje van Nico Dijkshoorn en weer denk ik aan jou. Als vanzelf pak ik het op en begin te lezen. “Dit wordt gen leuk brief. Ik ga je vriendschap opzeggen” lees ik de eerste zin. Dat slaat zeker niet op jouw. Jouw vriendschap wil ik niet kwijt. Die is nog maar net begonnen en duurt tegelijk al een nieuw leven lang. Ik blader verder door het boek en lees fragmenten. De manier van schrijven raakt me. Dan besluit ik het boek te kopen als kerstcadeautje voor jou. Niet dat ik je zie met kerst maar toch. Je had het laatst over een boek van Dijkshoorn. Niet dit boek maar ook dit boekje moet je lezen. Zo simpel is het. Jouw manier van schrijven lijkt wel op die van Dijkshoorn of die van Dijkshoorn die van jouw. Ik vermoed het eerste want Dijkshoorn was eerder. Zo simpel is het.  Al in de boekwinkel weet ik dat ik het ook wil lezen. De komende dagen zie ik je nog niet dus kan ik het best even doorlezen besluit ik. Dat vindt Nico vast niet erg. Die is niet zo moeilijk volgens mij. Behalve misschien voor zich zelf. Dat wel vermoed ik zo als ik hem zie en zijn verhalen lees. Misschien zit het wel in de naam.
Als ik de boekwinkel uit loop, kijk ik nog een keer achterom. Het moet er komen. Een van de dingen die moeten in het leven. In dit geval in jouw leven. Je moet verder schrijven. Het is jouw droom en het past bij je. Jij hoort te schrijven. Je bent een soort van Dijkshoorn. Lezend Nederland zit op jou te wachten dat weet ik zeker. Zo simpel is dat gewoon. Dat voel ik. En als je dan toch bezig bent. Bundel dan gelijk even je columns aan en over haar. Zoek de mooiste foto voor de omslag en laat de wereld zien wie je bent. Een schrijver, een papa en vooral een geweldig mooi mens.
Merry Christmas lieverd.


 

 

donderdag 20 september 2012

Ik voel een blog opkomen


“Oh jee, mama voelt een blog opkomen!”, roepen ze tegelijk en schieten allebei in de lach. Dubbel liggen ze en ik kijk ze aan. “Is het zo erg?” vraag ik met een licht schuldgevoel.

Sinds een tijdje ben ik niet alleen meer een kinderboek aan het schrijven maar laat ik mijn hersenspinsels ook op teksten voor volwassene los. Heerlijk is dat. Waar ik in het begin nog soms nog even moest nadenken, vliegen mijn vingers nu over het toetsenbord en vertellen wat er in mij opkomt. Dat begin, wanneer was dat eigenlijk ook al weer?  Ik kan me niet al bijna niet meer herinneren dat ik niet aan het schrijven was. Alleen stuurde ik in het begin mijn verhalen nog niet de wereld in. Ondertussen heb ik altijd een schrijfblok bij me en benut ik alle loze momenten met schrijven.

Zo komen er ook op de meest gekke momenten ideeën op voor een blog of column. Het zien van een grappige gebeurtenis, de herinnering aan iets, het zien van een foto of een berichtje op twitter. Een zin als “woensdag gehaktdag” is al genoeg om direct een tekst in me te voelen opborrelen. En ook “als je aan gras trekt gaat het niet harder groeien” is zo ontstaan. Nu ben ik niet de enige hier die schrijft. Ook mijn vriend schrijft. Sterker nog hij is de aanleiding dat ik deze teksten ben gaan schrijven. Waarvoor mijn eeuwige dank. En zelfs mijn dochter is op dit moment druk met  een verhaal in de weer. Dat is leuk, dat schept een band.

Dan kan het dus zomaar gebeuren dat we ergens lopen, iets zien, elkaar aankijken en tegelijk een idee krijgen voor eens tuk tekst. Het leuke vind ik dat onze teksten dan zo anders zijn. Dat geeft inspiratie en energie. Af en toe zit mijn hoofd vol met beginzinnen en zou ik het liefst dag en nacht willen schrijven. En als er dan ook nog reacties komen, begint het nog meer te borrelen. Een gelukkig mens voel ik mij dat ik kan schrijven. Nog gelukkiger dat het andere blij maakt. Voor bedrijven schrijven doe ik ook. Het meest interessant is om de man of vrouw achter het bedrijf neerzetten en  de visie op een heel andere manier kenbaar te maken.  

Het schrijven is een onderdeel van mijn leven geworden. Het loopt net als mijn werk en vrijwilligerswerk door alles heen. Een manier van denken. En zo zitten we dan aan tafel te eten. De jongens komen niet meer bij van het lachen. “Nee, mam” proesten ze “het is niet erg hoor, maar het is gewoon zoooo grappig”. Als je iets ziet zeg je standaard: “ik voel een blog opkomen!” Ze proesten het uit. Ik kijk ze aan en zeg niets. Nee ik zeg niet., ik hou me in. Tenminste ik probeer het. Uit alle macht probeer ik het. Maar ik kan het niet helpen, ik kan het niet onderdrukken. Het borrelt, het kriebelt en ik denk “Ik voel een blog opkomen…..”