Posts tonen met het label dochter. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dochter. Alle posts tonen

zondag 10 mei 2015

Dochter

Mijn kind wat ben ik
trots op jou
Mijn kleine meisje
op weg naar een vrouw

Je maakt me soms wanhopig
en ook zo klein
Je maakt me soms bozer
dan ik ooit zou willen zijn.

Je maakt me gelukkig
en ook zo blij
Je bent mijn kleine cadeautje
lieve dochter van mij

donderdag 5 december 2013

Warme handen

Vanaf een afstandje kijkt ze toe. Ze houdt de man nauwlettend in de gaten. Niets ontgaat haar. De man staat voor haar vader en zijn handen liggen op haar vaders borst. Stil staat ze daar te kijken tot hij zijn handen terugtrekt, schud alsof er iets vanaf moet vallen en dan glimlachend zegt dat hij klaar is.

Als de man weg is, zegt ze ‘dat kan ik ook’. Haar vader lacht.  Haar grote ogen kijken hem aan, gelooft hij haar niet? Maar ze weet het zeker, zij kan het ook. Net als de man die er net was. Waarom lacht haar vader nu? Dan loopt ze naar hem toe en legt haar handen op zijn borst. ‘Niet doen’ roept haar vader verschrikt terwijl hij haar handen wegduwt’ het wordt net zo warm als bij hem.
Hij had al heel lang pijn, haar vader. Soms zo erg dat hij helemaal wit in elkaar gedoken zat. Het was iets met zijn maag, helemaal begreep ze het niet. In het ziekenhuis konden ze er niets aan doen. En toen hoorde ze via iemand van de man met de genezende handen. Hij zou pijn weg kunnen halen. Haar vader vond het maar onzin maar haar moeder bleef aandringen. Ze konden het toch proberen. ‘Baat het niet dan schaadt het niet’ was de insteek.
En het werkte. Al vanaf de eerste keer had haar vader veel minder pijn. De man kwam terug en elke keer werd de pijn minder. Zij stond elke keer te kijken. Ze wist heel zeker dat ze het ook kon. Pijn weghalen met je handen. Maar van haar vader mocht ze het niet proberen. ‘Zo meteen krijg jij het nog’ was zijn commentaar. Ze had er zich maar bij neergelegd. Tegen de grote mensen kon ze toch niet op.
Vandaag zit ze bij wat ze thuis gekscherend ‘de heksenkring’ noemen. Ondertussen weet ze dat zij het ook kan. Net als de man van toen. Ook haar handen kunnen pijn weghalen. En voorzichtig probeert ze te kijken wat ze nog meer kan. Haar handen glijden over de envelop met de foto. Beelden en gedachten komen binnen. Ze schrijft alles op wat ze ‘doorkrijgt’. Even later verteld de vrouw tegenover haar over de foto van haar dochter die zij had meegenomen. ‘Lief met een scherp randje.' Ze lacht en herkent haar dochter. De vrouw verteld meer en alles klopt. Dan zegt ze half vragend: 'Genezende handen?’
De andere dag zegt haar dochter: ‘dat wat jij kunt, wil ik ook kunnen’. Ze lacht haar dochter liefdevol toe en denkt terug aan de tijd dat zij zo jong was en niemand haar geloofde.  ‘Geduld schat’ zegt ze dan, ‘ooit kan jij dit ook’. 


dinsdag 25 december 2012

Eenzame vrouw

“Het is maar een gewone dag hoor” zegt ze “je moet er niet meer van maken dan ’t is”. Dan staat ze op om de theepot te pakken en in te schenken als teken dat het onderwerp afgedaan is. Het voelt niet goed, niet uitgesproken maar de deur is dicht. Kerst is maar een gewone dag. Een ingang om verder te praten is er niet meer.

Ze praat veel maar niet over wat ze zelf denkt of voelt. Zo is ze niet opgevoed. Haar vader was hard in zijn opvoeding en veel keuzes had ze niet. Ze moest naaister worden en als ze dat niet wilde moest me maar naar de sigarenfabriek. Ze was enig kind en meer dan dat ze thuis was, was ze in het huis bij haar oma die een groot gezin draaiende hield. Haar ooms en tantes waren als broers en zussen en haar oma noemde ze moeder. Leren praten over haar gevoel heeft ze nooit geleerd en dus stopt ze dat maar weg. Praten doet ze over anderen, over wat die meemaken. Soms zegt ze hard en wat ze ergens van vindt maar je weet nooit of het wel echt haar mening is of eigenlijk die van een ander.
Vragen hoe het met je gaat doet ze niet, tenminste niet aan jou zelf. Hooguit via via. Als je ziek bent of het moeilijk hebt, is dat moeilijk voor haar en dus praat ze er maar niet over.  Het is altijd druk bij haar. Velen komen en gaan. Voor vreemden heeft ze altijd een luisterend oor. Dat is makkelijker, dan hoef je niet bij je eigen gevoel te komen. Dat raakt je niet. Als ik een paar weken later vraag wat ze met oud en nieuw doet krijg een soort gelijk antwoord. “Oh dat dat zie ik nog wel, misschien ga ik wel gewoon vroeg naar bed”. Uitnodigingen wimpelt ze keer op keer af en dus vraag ik het niet meer. Ze heeft de deur gesloten, niet eens op een kier. De deur is dicht al jaren en ze is niet bereikbaar. Ze is een vrouw met veel mensen om zich heen maar diep van binnen is ze waarschijnlijk heel eenzaam. Ze heeft veel meegemaakt en veel verloren. Ook daar praat ze niet over. Alsof het niet bestaat.
Haar vader was jager en ooit aten ze in de oorlog hazenpeper met kerst. Tenminste dat dacht ze. Ze heeft de volgende dag nog heeft ze gezegd dat ze de hazenpeper lekkerder vond dan het stukje konijn dat op haar bord lag. Later hoorde ze dat ze die eerste dag kat gegeten had. Over haar angst en afkeer van katten is ze nooit meer heen gekomen.
Ik ken haar goed en eigenlijk ook niet. Begrijp haar niet, nog steeds niet. We hebben veel dingen samen gedaan. Ik heb vaak, heel vaak, te vaak geprobeerd om de dingen te doen die ze leuk zou vinden. Maar eigenlijk weet je nooit of ze het echt leuk vind. Ze is een weegschaal en blijft wikken en wegen en waait met alle winden mee. Toch is ze ook een sterke vrouw en misschien is dat wel wat haar leven zo moeilijk maakt. Sterk zijn overheerst, haar gevoel komt niet aan bod. Ik heb haar weinig zien huilen. Schouders eronder en kom op. “Is ze eigenlijk niet gewoon heel eenzaam?” vroeg laatst iemand mij. En ja dat is precies wat het is. In haar hart is ze zo eenzaam maar toegeven zal ze dat nooit.
Vandaag is het eerste kerstdag. Als ik uit praktische overwegingen toch maar even de was op aan het hangen ben, denk ik aan haar woorden van een paar jaar geleden: “Het is maar een gewone dag hoor”. Eenmaal beneden zet ik koffie en doe de broodjes in de oven. Ik wandel met de hond en denk aan haar. Weer thuis pak ik de telefoon. Ik hoor haar stem en met moeite bedwing ik mijn tranen. Dan haal ik adem en zeg: “Fijne kerst mam”.

 

Jouw boek

Gisteren was ik er weer en het liefst was ik er weer heel lang gebleven. Rondsnuffelen in een boekwinkel, zomaar alleen rondsnuffelen. Ik had voor mezelf de smoes verzonnen dat ik nog een paar cadeautjes moest kopen want ik weet dat mijn kostbare tijd daar te snel voorbij vliegt. Daar tussen de boeken staat de tijd altijd even stil.

De ketens zijn leuk maar veel leuker zijn de echte boekwinkels. Daar sta ik dan, in zo’n boekwinkel waarvan er maar één is, die uniek is. Ik slenter langs de boeken en af en toe pak ik er een op om op de achterkant in een notendop de inhoud te lezen. Om zomaar met mijn hand over het boek te gaan, te voelen en te ruiken. Het ruikt heerlijk in boekwinkels. De geur van papier en van inkt. De verschillende kaften, de kleuren, de foto’s. Er heerst een soort van serene stilte in boekwinkels. Anders dan in bibliotheken waar het ook vol staat met boeken, maar waar het anders is. De sfeer is anders. Ik hou van boekwinkels.
Als ik naar al die boeken kijk merk ik ineens dat ik op zoek ben naar jouw boek. Ongemerkt zoeken mijn ogen naar de kaft en de titel. Maar het ligt er niet. Het zou er wel moeten liggen maar het ligt er niet. Dat kan ook niet want jouw boek is nog niet af. Het is nog niet echt een boek in de vorm van pagina’s met een dikke kaft. Je bent nog aan het schrijven maar ik weet nu al dat het er zou moeten liggen. En niet alleen het boek dat nog niet af is. Maar ook de bundel van korte verhalen. Daar heb je geen plannen voor maar het zou er moeten komen. Ik weet ook de titel al en hoe het boek er uit zou zien. Je zou het moeten bundelen en uitgeven. Het zou zoveel mensen kunnen helpen. Je verhalen zijn zo mooi, zo puur. Rauw, teder, gevoelig en gevoelloos. Alles bij elkaar. Het verdient het om daar te liggen. Als erkenning en eerbetoon aan jouw dochter.

Dan zie ik een boekje van Nico Dijkshoorn en weer denk ik aan jou. Als vanzelf pak ik het op en begin te lezen. “Dit wordt gen leuk brief. Ik ga je vriendschap opzeggen” lees ik de eerste zin. Dat slaat zeker niet op jouw. Jouw vriendschap wil ik niet kwijt. Die is nog maar net begonnen en duurt tegelijk al een nieuw leven lang. Ik blader verder door het boek en lees fragmenten. De manier van schrijven raakt me. Dan besluit ik het boek te kopen als kerstcadeautje voor jou. Niet dat ik je zie met kerst maar toch. Je had het laatst over een boek van Dijkshoorn. Niet dit boek maar ook dit boekje moet je lezen. Zo simpel is het. Jouw manier van schrijven lijkt wel op die van Dijkshoorn of die van Dijkshoorn die van jouw. Ik vermoed het eerste want Dijkshoorn was eerder. Zo simpel is het.  Al in de boekwinkel weet ik dat ik het ook wil lezen. De komende dagen zie ik je nog niet dus kan ik het best even doorlezen besluit ik. Dat vindt Nico vast niet erg. Die is niet zo moeilijk volgens mij. Behalve misschien voor zich zelf. Dat wel vermoed ik zo als ik hem zie en zijn verhalen lees. Misschien zit het wel in de naam.
Als ik de boekwinkel uit loop, kijk ik nog een keer achterom. Het moet er komen. Een van de dingen die moeten in het leven. In dit geval in jouw leven. Je moet verder schrijven. Het is jouw droom en het past bij je. Jij hoort te schrijven. Je bent een soort van Dijkshoorn. Lezend Nederland zit op jou te wachten dat weet ik zeker. Zo simpel is dat gewoon. Dat voel ik. En als je dan toch bezig bent. Bundel dan gelijk even je columns aan en over haar. Zoek de mooiste foto voor de omslag en laat de wereld zien wie je bent. Een schrijver, een papa en vooral een geweldig mooi mens.
Merry Christmas lieverd.


 

 

donderdag 15 november 2012

Ik heb je lief

‘k weet niet of je zit te wachten, op een vriendelijk woord van mij. Als ik jou oproep in gedachte, maakt me dat veel beetjes blij. Ik voel het als ik jou zie zitten, als ik je alleen maar ruik. ’t Zit in honderdduizend vlinders, die zoet zweven in mijn buik”

Ik voel de woorden in mijn oren, in mijn hoofd, in mijn buik, in mijn hart overal. Dan zie ik dat kleine hummeltje opgerold op mijn buik liggen, het liefst sabbelend op mijn pink. Een paar jaar later het lachje en de ondeugende streken van zijn broertje en nog later hoe zijn zusje die prille eerste weken op mijn borst lag te slapen in de nacht.  ’t Is als of je in mijn bloed zit, ik zonder jullie niet leven kan”. Moederliefde is niet te beschrijven, niet uit te leggen. Hoe hard we het allemaal proberen, hoe we overlopen van liefde zeker in die eerste periode maar ook als ze groot zijn. Het is bijna niet onder woorden te brengen… hoewel “ik heb je lief…”.  

Maar mijn gedachte gaan niet alleen naar mijn kinderen. “Jouw mooie ogen doen me smelten” en al zetten ze me niet in vuur en vlam. Ik heb je lief. Ogen…. En mijn gedachten gaan naar hem. Na zoveel tijd ben ik nog steeds onder de indruk van zijn ogen. En oh wat is het prettig nu gewoon zo te kunnen praten in plaats van alleen via e-mail. Maar ook een ander met prachtige ogen die me bij de eerste blik al raakte. “Ik mis je wel hoor” schreef ik hem. Vandaag belde hij en even hoorde ik een aarzeling. “Je had toch een vriend?” “Mag ik je dan niet missen?” vroeg ik. Ik heb hem lief om wie hij is. Hij kwam zomaar opeens in mijn leven en binnen een paar dagen was hij belangrijk. Geen relatie maar wel een bijzondere band. Hij is mijn spiegel, hij zet me op de grond. Hij kan me ongezouten de waarheid vertellen. Want hij is zoals ik. Verbonden aan elkaar. Ik heb hem lief misschien wel 14 bloemencorso’s lang.
Ik heb ze lief, mijn familie. Mijn moeder, mijn broer maar misschien nog wel meer mijn schoonzus waar ik altijd op terug kan vallen. Als een warme deken. Hun kinderen en kleinkinderen. Ik heb ze lief, het is veel meer dan houden van. Ze zitten diep in mij verankerd. Een soort van onvoorwaardelijk houden van.
Het liedje raakt me. Keer op keer. Ik denk aan hem. Ik weet inderdaad niet of hij zit te wachten op een woord van mij. Maar aan hem denken maakt mij wel veel beetjes blij. Ik heb hem lief. Ik heb het leven lief.  “Ik proef het tijdens ons zoenen, of als je plotseling lacht. Ik zie het in vallende sterren, na heftig vrijen in de nacht. Ik heb je lief, wat moet ik zonder jou. ’t Zijn vier hele kleine woordjes en al maakt je dat een beetje bang. Ik heb je lief 1001 nachten lang”.
Een van mijn mooiste dromen, is oud te worden met z’n twee. Dat die maar uit mag komen……. Ik heb je lief 104 kerstbomen lang.”
“Ik heb je lief mijn hele leven. ’t Is veel meer dan houden van. Ik heb je lief wat moet ik zonder jou”. De belangrijke mensen in mijn leven. Ik heb ze lief….. m’n hele leven lang.

woensdag 14 november 2012

Vanaf vandaag leef jij in mij

“Ik moet het een plekje geven” lees ik in zijn blog maar hij weet niet hoe. Hoe doe je dat ook, iets een plekje geven. Wat voor plekje, waar is zo’n plekje? Hoe kan je loslaten als je niet wil loslaten. Hoe kan je het een plekje geven als je denkt dat je het dan moet loslaten. Hoe doe je dat?

In de auto luister ik naar de cd. Ik luister steeds dezelfde liedjes. Dan zet ik zomaar, ik weet niet waarom, nummer 4 op. “Vandaag begraaf ik jou in mij” zingt Rob de Nijs. “Niet in de aarde, niet in die kist. Niet bij die bomen in de ochtendmist. Daar ben jij niet, jij bent veilig in mij”. Het raakt me diep. Ik denk aan hem. “Een plekje geven, eigenlijk doe je dat al maar misschien niet zo bewust. Misschien is dat wel het plekje. Een plekje in jou En misschien is dat ook wel “plekje” genoeg. Zij hoort bij jou. Zij zit in jou. In je gedachten, in je hart. “Al die oude namen, daar hoor jij niet bij. Nee vandaag begraaf ik jou in mij. Dan kan ik met je praten en antwoord geven” gaat de tekst en de melancholie verder, “dan blijf jij leven in mijn leven”.
Dan besef ik dat ik dat ook deed. Omdat er geen plaatsje was waar ik hem kon begraven. Hij werd gecremeerd en uitgestrooid. Ik weet niet waar. Er was niets meer. Niets meer voor mij behalve het kruisje dat op zijn kist lag. Maar ik had een plekje nodig. Hij mocht van mij niet zomaar verwaaien en dus begroef ik hem in mij. Niet bewust. Maar ik begroef hem dicht bij mij, in mij. Mijn vader zit begraven in mij.
Zij zit ook in mij. Voor haar was er wel een plaatsje. En daar ging ik vaak heen. Samen met mijn moeder. Bloemen leggen, het graf verzorgen. En als mijn moeder dan water ging halen praatte ik daar met haar, zoals ik eerst ook tegen haar praatte als ik bij haar zat aan de ronde tafel in haar kamer. Mijn oma. Mijn alles. Tot de plek weg was. Geruimd zoals ze dat noemen. Wat was ik boos op mijn moeder die dat “zomaar” zonder mij besloten had. Waar moest ik heen? Waar kon ik met haar praten? Die dag begroef ik haar opnieuw. Die dag begroef ik haar in mij.
“Vandaag begraaf ik jou in mij. Ik zal je niet zoeken waar jij niet bent. Blijf maar bij ons hier, waar je iedereen kent. Jouw plaats aan tafel hou ik voor je vrij”. Ze zitten in mij. Begraven in mij. “Dan kan ik met ze praten en antwoord geven. Dan blijven ze leven in mijn leven”.  De mensen die ik zo lief had, ze zitten in mij. Begraven in mij. Vanavond zit ik op een bank in een onbekend huis bij onbekende mensen. Ik spreek ze voor de eerste keer. Dan zegt de man “begraven? En dan legt hij met veel verbeelding uit wat er dan naar zijn mening gebeurd. “Nee”, zegt hij “Ik heb geen plek nodig”. Dan wijst hij naar zijn hart en zegt:  “ze zitten hier, hier in mij”.
Kan dat zomaar of moet je dat heel bewust misschien wel met een soort van ritueel doen? Ik hoop dat hij het kan, haar een plaatsje geven in zichzelf. Ik luister verder en er rolt een traan. Ik hoop zo dat hij het kan. Dat het rust geeft. “Vandaag begraaf ik jou in mij. Dan kan ik met je praten en antwoord geven. Dan blijf jij leven in mijn leven. Hier neem m’n ogen en kijk met mij. Neem m’n voeten en loop met mij. We gaan naar huis nu wij allebei. Vanaf vandaag leef jij in mij”.
“We zullen lachen en plannen maken. Ik zal met je slapen en met jou ontwaken. Hier neem m’n mond en lach met mij. Neem mijn handen en voel met mij. Wat je doen wou doe ik erbij. Vanaf vandaag leef jij in mij”.
“Neem m’n hart en leeft met mij. Want jouw dood is nu voorbij. Vanaf vandaag………. leef jij in mij”.

maandag 8 oktober 2012

Vandaag vier ik de verjaardag van mijn moeder.........… en de verjaardagen van alle moeders die niet zo oud zijn geworden.

Het cadeau van vorig jaar kunnen we niet overtreffen, zelfs niet evenaren. Maar dat willen we ook niet. Zo bijzonder, zo speciaal. Niet gepland maar zomaar gekregen. Dus koop ik maar gewoon dat wat ze gevraagd heeft; een Enkhuizen almanak.

Het is 8 oktober. Vandaag is mijn moeder jarig. Ze wordt 87 jaar en zoals elk jaar moet ik het getal even op me in laten werken. Want voor mij is ze nog niet zo oud. Ergens is haar leeftijd net als de mijne blijven hangen.  “Verwen haar maar” is een van de reacties op twitter als ik met de wereld deel dat zij jarig is. “Ja” denk ik, “dat moet ik vaker doen”. Maar zoals met alles gaat de tijd altijd sneller dan ik zou willen. Passen al mijn plannen niet in de beschikbare uren. En zoals in elke moeder dochter relatie kan ik haar, net als mijn kinderen, af en toe wel achter het behang plakken. En zij mij denk ik.
Misschien is het de leeftijd. Haar leeftijd, mijn leeftijd of ons leeftijdsverschil, een generatiekloof. Misschien is het mijn karakter of het hare. Misschien zijn het de enorme hobbels die zij in haar leven heeft moeten doorstaan. Waarschijnlijk is het de combi van alles bij elkaar. Vroeger keek ik erg tegen haar op. Zag ik alleen de sterke vrouw die ze was en dacht ik dat je zo moest zijn. Jaren heb ik dat geprobeerd. Inmiddels weet ik dat ik daardoor misschien de lat wel veel te hoog leg voor mezelf. Gewoon omdat ik het zo graag goed wilde doen in haar ogen. Inmiddels ben ik ouder en zie haar twijfels en eenzaamheid. Inmiddels kan ik dat alles aanvaarden en weet ik dat en is het goed.  Zij is zij.
 “Wat wil je voor je verjaardag” vroeg ik haar twee weken geleden. “Nou” begon ze “dat zal ik vertellen maar dan moet je beloven dat je alleen dat koopt en niet meer”. Mijn zoon begon al te lachen en al snel riepen we om beurten “Laat me raden mam, een douchemuts, een veger, een stoffer en blik”. Mijn moeder is namelijk kampioen in het verzinnen van de meest vreemde cadeautjes. En het liefst niet boven de 5 euro. Cadeautjes die wij alles behalve leuk vinden om te geven. Vorig jaar vroeg ze een badmuts. Dus kochten we vorig jaar 3 verschillende badmutsen, een regenkapje, zeep etc. Om het geheel op te leuken zeg maar. Dit jaar wil ze een Enkhuizer Almanak. Oké, daar kan ik wel vrede mee hebben. Simpel omdat ik weet dat ze dat echt leuk vindt.
Vroeger zong ze dan het liedje “mijn wiegie was een stijfsel kissie”. Als kind vond ik vooral het zinnetje “het was op de 8e oktober, de ooievaar die moest me kwijt” leuk. Prachtig en voor mij voor altijd verbonden met haar. Sinds vorig jaar is daar een nieuwe dimensie bij gekomen. Want vorig jaar kreeg mijn moeder op haar verjaardag een achterkleindochter. Niet de eerste maar wel heel bijzonder op haar verjaardag. Praktisch riep ze natuurlijk “niet op die dag” maar ondertussen is ze is er maar wat trots op en ik denk dat ze het stiekem ook wel gehoopt had.
Volgende week vieren we haar verjaardag. “Vandaag wordt mijn moeder 87 jaar. Gefeliciteerd mam! Hoop dat mijn dochter dit ooit zal mogen zeggen #OudWordenIsNietVanzelfsprekend” zette ik vanmorgen op twitter. Niet omdat zij het leest, naar omdat ik besef dat oud worden echt niet vanzelfsprekend is. Dus vandaag vier ik de verjaardag van mijn moeder. En de verjaardagen van alle moeders die niet zo oud zijn geworden. Soms staan we er niet bij stil, vinden we het zo normaal. Maar ze zijn beide zo bijzonder. Oud worden en een moeder hebben.

woensdag 26 september 2012

De verloren “dochter”

“Ooit was ze een beetje ook mijn dochter, tenminste zo voelde het. Ooit schreef ik een gedicht voor haar. Niet geboren uit mij, maar geboren in mijn hart. Nu ben ik haar kwijt. “

We wandelen door het bos en praten. Over de afgelopen tijd. Over de nieuwe dingen in ons leven, over afscheid en over verdriet. “Ik mis haar” zegt ze ineens. “ondertussen lijkt het heel gewoon maar soms ineens mis ik haar”. “Dat is toch ook niet zo gek” zeg ik “ze was zo lang in je leven”.  Vier was ze, toen zij haar leerde kennen. Net naar school. Nog zoveel behoefte aan houvast. Vorig jaar moest ze haar loslaten. Nu ziet ze haar niet meer.
“Ik dacht echt dat we contact zouden houden” verteld ze. “een illusie maar ik heb me er wel aan vast gehouden”. Ik weet dat ze langer dan goed voor haar was in haar relatie is blijven hangen. En ik weet ook dat het loslaten van haar een van de moeilijkste dingen voor haar geweest is. Dat ze daardoor misschien wel veel langer vol gehouden heeft.
Het nieuwe samengestelde gezin is een vreemd iets. Je voegt gezinnen samen, gaat van elkaar houden maar als het niet lukt ben je niet alleen een illusie armer maar heel veel meer. Jaren ben je mede verantwoordelijk voor een paar kinderen extra. En of je nu wel of niet hun echte vader of moeder bent, je ontkomt er niet aan een deel van het leven te worden. Zij was thuis met de kinderen en dus deelde zij mee in de opvoeding. Anderen maken er een sport van om daar een mening over te vormen en hoe je het ook doet, je doet het nooit goed.
Hou je van je nieuwe kinderen, zijn er mensen die daar wat over te zeggen hebben. Hou je niet van ze, is het voor een andere groep weer niet oké. Opvoeden van je eigen kinderen is al niet simpel maar in het leven stappen van andere kinderen is nog veel ingewikkelder. Met je eigen kinderen heb je een sterke band, een soort staalkabel. En je moet het als ouder of kind wel erg bont maken wil die stuk gaan.  Met je stiefkinderen heb je een dun draadje. Dat draadje verbind je maar je bent altijd alert dat het stuk kan gaan.
Pas had ik een gesprek met een man die vertelde dat zijn broer het kind van zijn ex opvoedt. De andere kant van de medaille. Mooi is het, dat zoiets kan. Maar zo triest dat de moeder er dus niet is. Dubbele verhalen over zoveel liefde en tegelijk zoveel verdriet.
Ik kijk naar mijn vriendin. Zij is nu uit het leven van hun vader. En daarmee uit hun leven. Ooit was zij er elke dag. Bracht zij haar naar bed en werd zij geroepen als ze ziek was in de nacht. Waste zij haar haren en bracht zij haar naar school. Bespraken zij vriendjes en de moeilijke dingen van het leven. Ze lachten en huilden samen. Vaak dachten anderen dat ze moeder en dochter waren. Zij konden daar samen grapjes over maken. “Geen bloedband, maar wel verbonden met elkaar” schreef ze. “Niet je moeder maar in mijn hart wel mijn dochter”. Nu is ze haar kwijt.
We zijn stil en in gedachten en wandelen verder. Dan zegt ze zacht “Ooit was ze een beetje ook mijn dochter…”

Dochter


Niet geboren uit mij
Maar geboren in mijn hart
Niet gegroeid in mij
Maar gegroeid naar elkaar
Niet dezelfde genen
Toch mezelf zien in jou
Geen bloedband
Maar wel verbonden met elkaar
Niet je moeder
Maar in mijn hart wel mijn dochter

maandag 10 september 2012

Weet dat je in mijn hart altijd blijft voortbestaan


“Alles is voorgoed gedaan, als jij er klaar voor bent” zingt Clouseau vanuit de laptop “Ik heb aan je zijde gestaan, mijn God ik heb je graag gekend”. Ze wil het hem zo graag laten horen, dit voor haar zo belangrijke lied, maar het lukt haar nog steeds niet.  De tranen lopen over haar wangen. Stil zit ze achter haar laptop. Ze kan er niet naar luisteren zonder te huilen. Mijn god wat mist ze hem, nog steeds, na 18 jaar mist ze hem nog steeds. Elke dag.
Ze was 24 jaar oud. Daar zat ze in het tehuis waar hij de laatste maanden woonde. Nu voor de 3e nacht. Hij kon niets meer horen, kreeg niets meer mee had de verpleging gezegd. Zij geloofde het niet en bleef tegen hem praten. Gewoon over de dingen die ze had meegemaakt, wat er gebeurde, wie er binnenkwam, wat voor weer het was. “Ik ga je mond even insmeren hoor” zei ze tegen hem, “want je lippen zijn zo droog dat voelt vast niet lekker”. En rustig deed ze met een wattenstaafje wat vaseline op zijn droge gerimpelde lippen. Zij mocht het, het liet het allemaal toe. Niet als de verpleging het deed, dan begon hij ongecontroleerd om zich heen te slaan. Dat is omdat ik hem vertel wat ik doe, dacht ze.  En bleef dus rustig vertellen tegen hem terwijl ze zijn hand vasthield en zacht streelde.
Hij was haar vader. En ook al was hij aan het dementeren het laatste jaar en waren de rollen zo omgedraaid geweest, hij was haar vader. Ze hield van hem. En wat er ook gebeurde zij zou er voor hem zijn. Dus was zij er overdag en in de nacht. Af en toe ging ze weg, vertelde hem dat ze even een kop koffie ging drinken en zo weer terug zou zijn. Ze wilde dat hij rust had, en mocht hij liever willen gaan zonder dat zij daar bij was, moest hij die kans ook krijgen vond ze.
Die middag had ze gemerkt hoe waar haar verhaal was dat ze niet konden zeggen of hij wel of niet iets mee kreeg. Ze had naast hem gezeten toen Jan, zijn favoriete verpleger, binnen kwam. Jan had uitgelegd dat hij nu zoveel morfine kreeg tegen de pijn, dat een reactie niet meer mogelijk was. Ze dacht nog “klets jij maar lekker raak”. Jan had zijn normale taken gedaan en de lijsten bijgewerkt met zijn bevindingen. Toen hij de deur uit liep had zij tegen haar vader gezegd “Jan gaat weer weg, zeg maar houdoe tegen hem”. En tot ieders verbazing had haar vader zijn ogen half geopend, zijn hand opgestoken en mompelde hij “houdoe”.  Jan stond aan de grond genageld bij de deur, trok wit weg en stamelde “maar dat kan helemaal niet”.  Even later had ze tegen de verpleging gezegd dat alles over haar vader niet meer aan zijn bed  gemeld mocht worden maar graag even op de gang. Het personeel had geknikt. Wat konden ze er tenslotte tegenin brengen.
Die zelfde middag was haar moeder binnengekomen en had gezegd dat alles wel goed zou komen. “Nee, mam,” had ze beslist geantwoord “het komt niet meer goed en papa weet dat ook. Hij heeft van jou nodig dat jij het accepteert dat je afscheid van hem neemt. “ Dat was moeilijk voor haar moeder geweest maar ze was blij dat ze het gezegd had. Ze zag haar vader langzaam afscheid nemen van iedereen. En ze wist instinctief hoe belangrijk dat voor hem was. Die nacht was ze moe geweest. Moe van het dag en nacht in het tehuis zitten in een bedompte kamer aan het bed van haar vader. En dus was ze in slaap gevallen. Met haar hoofd op zijn borst had ze geslapen. Toen ze wakker werd, keek ze naar hem. Het leek alsof hij gewacht had tot ze uitgeslapen was. En op het moment dat ze uitgerust was, nam hij als laatste afscheid van haar. Zuchtte en sliep in. Ze bleef even bij hem staan voor ze de verpleging riep.
Haar moeder was op dat moment wakker gemaakt. Wakker gemaakt door haar hond die die nacht naast haar bed sliep. Hij had haar een lik over haar wang gegeven en zijn poot op haar arm gelegd. Toen ze eenmaal wakker was en zich afvroeg wat de hond toch van haar wilde, hoorde ze de deur open gaan. Haar zoon kwam binnen en vertelde dat hij gebeld was dat zijn vader, haar man overleden was.
Op het afscheid klonk het liedje van Clouseau en omdat er geen plek is om naar toe te gaan, is het liedje haar plekje geworden. ” Ik blijf nu hier, jij gaat naar daar. En daar is niet zover van hier. We spreken af, ik weet niet waar, en daar ontmoeten we elkaar.” Ze mist hem, denkt elke dag aan hem. Wat zou ze graag willen dat hij haar kinderen zou kennen, wat zou ze de liefde van haar leven nu graag aan hem voor willen stellen, maar niks van dat alles is waar.
Zonder jou tikt de klok even snel, maar de tijden veranderen wel. Dus ik neem afscheid, jij moet nu gaan, weet dat je in mijn hart altijd blijft voortbestaan.  En ik weet ik zou dankbaar moeten zijn, maar precies daarom doet het zo’n pijn……. Zonder jou…..

zondag 2 september 2012

Een goede moeder?

Morgen begint het weer. Ik ben er nog wel een deel van maar niet meer zo intens als eerst. Toen ze nog klein waren, was het toch anders. Voelde het anders. Nu kijk ik morgen naar het rumoer op het schoolplein. Opgewonden kinderen, onrustige ouders. Vooral moeders maar naar mate de jaren verstrijken ook steeds meer vaders. Morgen begint het weer.
Het valt me al jaren op hoe verschillend ouders zijn. Vader en moeders maar omdat ik een moeder ben denk ik daar misschien meer over na. En het valt me op dat iedereen een mening heeft over wanneer je kinderen zou mogen krijgen en wanneer het stopt. Dat vind ik nog steeds raar. Vroeger maakte daar niemand zich druk om. Of lijkt dat alleen zo. Ja de pastoor, die maakte zich druk als er geen kinderen kwamen en dat was nou de enige die zich er volgens mij niet mee diende te bemoeien. Want ik heb altijd geleerd dat als je iets wil, je zelf het goede voorbeeld moet geven. Maar goed, dat terzijde. Vroeger kreeg je je kinderen als je daar blijkbaar klaar voor was. Mijn moeder kreeg haar eerste op 21 jarige leeftijd en de laatste toen ze 44 was. Misschien hadden de mensen om haar heen ook wel een mening maar nu wordt die waarschijnlijk hardop en het liefst recht in je gezicht tegen je geventileerd.  Want iedereen heeft een mening… vooral over een ander.
En wie bepaald nu waar je kinderen het beste mee af zijn. Is dat niet verschillend per persoon? Ik zie soms moeders met “DE perfecte leeftijd” hebben volgens Viva, Libelle etc. maar ik vraag me af of zo’n kind gelukkig is de hele week op de opvang. Maar ja, ik vraag me ook af of de kinderen die de hele week alleen met mama thuis zijn daar zo gelukkig van worden. De perfecte leeftijd is zo rond de 30-35 vinden de damesbladen want dan heb je carrière gemaakt en  weet je wat je wil en zo. Leuk omdat te lezen, weten wat je wil. Wie weet tegenwoordig wat hij/zij wil. Ik gelukkig niet en als ik het denk te weten, veranderen de omstandigheden meestal waardoor ik ook mijn levenspad maar weer gewoon aanpas. Ooit had ik een collega, inderdaad begin 30, mooie carrière met bijbehorende fulltime baan, relatie en een kindje van ongeveer een jaar. En die ging altijd laat naar bed want anders, vond mama, zag ze haar kind natuurlijk amper. Zelf geen kinderen dacht ik dan “een hond was ook leuk geweest”. Maar ja die moet je uitlaten en dat is dan dus zielig. “Kies een vis of een leuke plant”, schoot het dan door me heen. En als je voor een kind kiest, kies er dan voor. Geef een kind wat het nodig heeft. Of zijn de 3Rs Rust, Reinheid en Regelmaat tegenwoordig erg ouderwets. Maar ja, wie ben ik om dat te vinden?
Een ander voorbeeld was de oppas van mijn kinderen. Ze was amper 20 denk ik toen haar zoon geboren werd. En als ik haar zo bezig zag, kon ik mij geen betere moeder bedenken. In een piepklein huisje woonde ze samen met haar vriend en hun baby. Maar een liefde die daar vanaf straalde… Helaas heeft ze pas haar 2e kindje verloren. Wat een geluk ook voor dat meisje om bij zo’n moeder geboren te worden. Want wat de mensen ook zeggen, zij erkent haar dochter en heeft haar een plekje gegeven in hun gezin. Dat is mooi, hoe verdrietig het ook is. Het tegenover gestelde is een andere vriendin van mij die na haar scheiding opnieuw het geluk in de liefde vond en die bezegeld zag met nog een kindje. Na 2 zonen, toen 12 en 10 kreeg ze nog een dochter. Ze was 45 en weer een perfecte moeder.
Ouders hebben geen recht op kinderen, kinderen hebben recht op ouders. Las ik vanmorgen op Twitter. Zo hard zou ik het niet willen stellen. Wel dat sommige kinderen echt wel meer geluk hebben met de ouders die ze gekregen/gekozen hebben dan andere. Ooit werkte ik bij een bedrijf dat vrouwen hielp om zwanger te kunnen worden. Wat een prachtig werk. Maar ook daar speelt het issue altijd weer. Wie bepaald of een alleenstaande vrouw nu wel of niet moeder mag worden en waar ligt de leeftijdsgrens.
Morgen sta ik daar weer. Niet omdat het moet maar omdat ik het wil. Mijn kinderen kunnen al zelfstandig naar school. De oudste gaan naar het middelbaar onderwijs en daar is het not done om mee te gaan natuurlijk. Dus geniet ik morgen van de “jongste” die haar entree maakt in groep 8 en waarbij ik dus de laatste kans benut van het nog mee mogen. Morgen kijk ik dan weer. Naar alle drukte. Geniet ik van de opgewonden kinderen die van hun ene beentje op het andere hupsen, zenuwachtig voor hun eerste schooldag. Morgen sta ik daar en observeer ik onbewust de vaders en moeders.
Morgen denk ik dan weer en vraag ik me zelf af, doe ik het goed? Ben ik een goede moeder?

dinsdag 28 augustus 2012

De handkus

Hij huilt. Ze kan veel hebben maar niet dat hij huilt. Hij mag niet huilen. Niet huilen bij het afscheid. In een opwelling draait ze zich om en steekt haar hoofd om de deurpost. Dan geeft ze hem een handkus. Een lach verschijnt door zijn tranen heen. Ze lacht naar hem en dan gaat ze weg.

Hij is haar vader en zit sinds kort in een tehuis. De handkus wordt hun ritueel. Haar manier om afscheid te nemen zonder dat hij huilt. Hij was 49 toen zij geboren werd. Zijn 3e kind, zijn eerste dochter, een nakomertje, zijn oogappel. Nu is hij 72 en zij 23 jaar oud. Sinds een tijdje is hij aan het dementeren. Niet heel erg maar toch. Hij weet dat hij de dingen vergeet. En dat doet haar verdriet. Soms hoopt ze dat hij het helemaal niet meer weet, zoals de vrouw die daar net naast hem zat. Dat is voor de familie en iedereen die van haar houdt misschien erg maar niet voor haar zelf. Zij is gelukkig in haar kleine wereld. Helemaal dement, dat zou ze wel kunnen handelen. Haar eigen verdriet kan ze wel aan, maar het zijne niet.  “Wat heb je vanavond gegeten?” vroeg ze hem in het begin als ze op bezoek kwam. Maar hij kan het niet vertellen. Met vragende ogen keek hij haar dan aan. Hij weet het wel maar tussen weten en zeggen zit een gat. Soms vraagt ze het nog wel eens. “Boontjes” zegt hij dan standaard terwijl hij lacht. “Lekker” antwoord ze hem dan met een grijns.  

Die dag kwam ze binnen en zag hem vanuit de verte met drie vrouwen in gesprek. Dichterbij gekomen hoorde ze dat ze alle vier over iets anders spraken. Ze moest moeite doen om haar lach in te houden. Van de meeste dingen kan ze de humor wel inzien. De mevrouw wiens tas elke avond gecontroleerd moet worden omdat ze elke dag al het bestek verzameld met een voorliefde voor de theelepeltjes. Die andere mevrouw die haar steevast “zuster” noemt en bij wie ze regelmatig aan de deur van het toilet staat te wachten omdat de deur van haar niet op slot mag maar ze bang is dat er iemand binnen komt.  Of de dame van 91 jaar die ze met de hand op het hart heeft beloofd dat ze haar vader wel even zal bellen om te vertellen dat mevrouw later thuis komt omdat het bandje zulke leuke liedjes speelde. De verpleging is blij met haar want ongemerkt neemt ze werk uit handen. En zij doet het met een gemak alsof ze nooit anders gedaan heeft. Behendig manoeuvreert ze avond aan avond tussen haar rollen die variëren van zuster tot toiletdame, met als hoogtepunt haar dochterrol. Alles kan ze aan, behalve het verdriet van haar vader als ze weer naar huis toe moet.

Zo ook op die dinsdag in april. Sterk is ze, want hij is dicht bij haar. Ze kan zijn hand op haar schouder voelen, het is goed zo.  Ze leest een gedicht aan hem voor. “Er was eens een boom, een grote boom, die met zijn takken langs de waterkant stond”, leest ze. Het is stil, iedereen luistert aandachtig. “Op een zekere dag kwam er een man, gewapend met een mes. De boom hield van schrik het ruisen in, maar er was geen ontkomen meer aan. De man sneed de mooiste tak van de boom en nam hem mee naar huis. Drie dagen later kwam de man opnieuw en de boom werd weer angstig en bezorgd. De boom dacht: welke tak zou er nu aan de beurt zijn? Maar de man ging onder aan de voet van de boom zitten en blies op een fluit, die hij van de tak had gemaakt. De boom luisterde en verstond het lied.
Hoor je mij? Ken je me nog?” leest ze. “Ik ben van jou, uit jouw hout gesneden. Ik zing voortaan mijn eigen lied, maar jou vergeten doe ik niet. Ik leef, ik zing. Ik dank het aan jou”
Dan komt het onvermijdelijke, het laatste moment, het moment van afscheid nemen. En dat doet ze op hun manier. Ze loopt naar hem toe. Naar de kist, zijn kist. Ze leest nog een paar regels van het kleine gedicht dat op zijn bidprentje staat. Het laatste beetje is nu op, vaarwel en wees tevreden. Zij ziet niet de kist, zij ziet hem zoals hij er altijd voor haar was.  Ze kijkt hem aan en zegt hem voorgoed vaarwel ……… met een handkus.