Posts tonen met het label schrijven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schrijven. Alle posts tonen

donderdag 10 oktober 2013

Haast

Terwijl ik nog aan de telefoon ben en keurig antwoord op de vragen die mij gesteld worden, pak ik mijn laptop in en gris ik nog snel mijn agenda van mijn bureau en werp een laatste blik in de spiegel waarbij ik een lok keurig achter mijn oor stop. Met mijn laptop tas over mijn schouder en mijn ‘werktas’ in mijn rechter hand, loop ik al bellend de kamer en het huis uit op weg naar mijn afspraak waar ik als haast moet zijn en waar ik als alles mee zit nog net op tijd binnen kan rollen.

De dag leek zonder te veel haast te beginnen. Maar terwijl ik mij nog half slapend omdraaide en tegen mijn lief aan kroop, kwam de plannen van de dag al gauw bovendrijven. Nadat kind 1 zich gemeld had voor een kus en een ‘dag ik ben na school direct naar mijn werk’ begon de molen met wie wat waar en hoe laat al weer te draaien. Bij kind 2 kon ik, nog steeds met mijn hoofd op het kussen erbij mompelen dat ik hem niet kon ophalen vanavond en bij kind 3 kwam het besef dat ik om 17.00 uur nog een bespreking had en om 19.30 uur al weer bij een cursus moet zijn, hard binnen denderen.

Eenmaal beneden (gedoucht, aangekleed, de ingekomen e-mails al bekeken  en de was al weer draaiend) waste ik af en haalde vlees uit de vriezer voor vanavond. Iets met kip gestoofd met ui en paprika zou het worden. Maar voor we vijf minuten verder waren, waren de plannen al gewijzigd in een snelle makkelijke variant waarbij ieder apart zou kunnen eten. Na de afwas en nog snel met de stofzuiger door de kamer te zijn geracet, haast ik me weer naar mijn werkkamer om een aantal klusjes af te ronden voor ik naar mijn eerste afspraak zou vertrekken.
Onderweg van de ene naar de andere afspraak geniet ik van de radio en een soort van stiltemoment. Even niets dan autorijden en mijn gedachten laten gaan. Ik hoor over een schrijfster en haar boek en besluit dat ik toch echt vanavond eens door mijn verhalen moet lopen die ik nog steeds moet opsturen voor de correcties. Vanavond? Uh maar dan moet ik naar cursus. Morgen dan? Misschien voor of na het wegbrengen van zoonlief. Of zaterdag, oh nee die zit ook al vol.
Hoe ik het doe, weet ik niet maar op de een of andere manier is er altijd haast. Altijd tijd te kort of plannen te veel. Er is altijd zoveel dat mijn interesse wekt. Mijn werk, nieuwe initiatieven maar ook het vrijwilligerswerk en alles wat daar bij komt. Dan is er nog het vriendennetwerk die ik zo graag vaker zou willen zien, de familie en mijn gezin waar ik zo graag meer tijd voor zou hebben. En alle bijna vergeten hobby’s. Hoe lang is het geleden dat ik geschilderd of getekend heb. Armbanden maken, de laatste is half klaar en ligt op tafel te wachten op een ‘vrije’ avond. Foto’s van jaren die nog ingeplakt moeten worden. Boeken die gelezen willen worden en letters die op papier willen komen. Films die nog niet uit de folie zijn, onkruid dat tussen tegels en planten gehaald moet worden en een huis dat sneller vies dan schoon lijkt te worden. Was die zich vermenigvuldigd waar je bij staat.
Ik geloof in een volgend leven. Ik moet wel want ik heb te veel idealen voor in één leven, zelfs als ik 100 zou worden. Want naast dat alles wil ik ook nog graag af en toe op de bank zitten en niks doen. Gewoon even niks terwijl er ook niks op wacht. Gewoon even gewoon zonder haast.  

woensdag 19 december 2012

Slow writing

“Je hebt niets laten horen” zegt ze tegen hem. Ik zie hem kijken. Zijn ogen lijken “hoezo, moet dat dan?” te zeggen. “Maar je was wel online” zegt ze nog. Ze zitten in de trein. Geërgerd draait hij zich van haar af en pakt zijn telefoon. Haar stemming wordt er niet beter op en de zijne ook niet.

Ooit zat ik in de trein met een nichtje. Ik was een jaar of 15 misschien 16. Schuin tegenover me zat een lange slanke knappe jongen met donker haar. Hij lachte naar mij. Verlegen lachte ik terug. Hij vroeg waar we heen gingen. Onze reis ging naar Middelburg. Een station voor ons stapte hij uit maar wel met mijn adres op zak. Een week later kreeg ik de meest fantastische brief van hem. Prachtig was dat. Een week lang dacht ik aan hem en voelde me vereerd. Nu worden er in de trein 06 nummers uitgewisseld en gaan we per sms door het leven. En als je een berichtje stuurt wil je er graag direct een terug. Met What’s app is het nog een stapje erger. Dan zie je zelfs of de ander ondertussen al online is geweest en jouw bericht gelezen heeft. De twijfel slaat toe als er dan geen bericht terug komt. Want waarom niet?
De druk is groot. En elke dag wordt de druk groter. Nog meer manieren om elkaar te volgen. Nog meer manieren om te zien wat een ander doet en hoe een ander het heeft en met wie hij contact heeft. Afspreken hoeft niet meer. Foto’s zetten we online. We houden een schijnwereld hoog. Gesprekken, echte gesprekken voeren we niet meer. En we zijn vooral met de schone schijn bezig. We moeten voldoen aan de standaard. Ook in het zakenleven is de druk hoog. Vroeg je lang geleden een offerte op, dan duurde het even voor je die ook daadwerkelijk in huis had. Ook de verkoper had na het verzenden nog even de tijd en kon door met andere werkzaamheden. Nu verwacht je na je telefoontje binnen een half uur de offerte in je e-mailbox en weet de verkoper dat de deal verloren is als de getekende opdracht niet linearecta retour komt. De wereld is snel, zoveel sneller dan een paar jaar geleden. Alles moet snel, sneller. De druk wordt opgevoerd. Presteren moet je, en snel een beetje.
Als ik thuis kom ligt er een kaartje in de bus. Een kaartje met een hartje er op. Ze weet dat ik gek ben op hartjes en heeft deze kaart zorgvuldig voor mij uitgezocht. Zo ook met mijn verjaardag en een paar dagen nadat ik de sleutel kreeg. Ik ben gek op kaartjes. En haar kaartje tovert een lach op mijn gezicht. “Wat lief” denk ik. En even voel ik me heel speciaal. Niet voor niets melde ik mij aan bij Postcrossing en nu ontvang ik kaartjes van allerhande plaatsen op de wereld. Kleine cadeautjes  zijn dat. Zo ook dit kaartje van haar.
Romantisch verlang ik terug naar de brieven. Met de hand geschreven brieven met echt gevoel. Ik neem me voor een paar mensen te selecteren en in de kerstvakantie een handgeschreven brief te schrijven. Gewoon om het gevoel van het schrijven en het gevoel van het krijgen. De ander laten weten dat ze speciaal zijn voor je. Dan kijk ik naar de kerstkaart met het hartje. Ik moet ook nog kerstkaarten schrijven. Vroeger schreef ik veel kaarten maar met de jaren is het kaarten schrijven verloren geraakt. Ik pak de doos met kerstkaarten en selecteer alvast de mooiste en leg ze op een stapel op de hoek van de tafel. Morgen ga ik ze schrijven. Niet omdat het moet maar omdat ik een handje vol mensen wil laten weten dat ik om ze geef. Echt om ze geef.
En dan neem ik een besluit. Vandaag voer ik een nieuwe trend in. Niet het “slow cooking” maar “slow writing”. Niet een snelle e-mail maar echte brieven. Morgen koop ik met zorg mooie postzegels en voor kerst geef ik mezelf mooi briefpapier cadeau. En stiekem hoop ik dat ik ook een brief terug krijg. Nog mooier zou zijn als ik een trend kan zetten. Dat we naast de e-mails, smsjes, appjes en andere snelle communicatie weer de tijd nemen om af en toe eens te gaan zitten en elkaar een brief of kaart te schrijven. Dat de jeugd over een paar jaar weer liefdesbrieven schrijft. En dat ouderen die niet bij elkaar om de hoek wonen elkaar op de hoogte houden van het dagelijkse leven per brief. Niet omdat het moet maar gewoon omdat het zo leuk is.  

 

 

donderdag 13 december 2012

De droom


“Wat is jouw droom? “ vraagt de stem van de radio. We zitten in de auto en de jongens hebben direct de wildste dromen. De dromen kun je insturen en een aantal zullen in vervulling gaan. De één wil wel de helft van de aandelen van Apple, de ander vertelt hem fijntjes dat dat misschien iets te hoog gegrepen is en dat één procent ook leuk is. Diverse dromen passeren de revue. En ik?  Ik droom weg. Droom weg in mijn droom.
Als we thuis zijn verdwijnt het even uit mijn hoofd. Er moet van alles. Eten gekookt, zoonlief weg gebracht naar sport en ook het huis is nog elke dag wel een uitdaging. Maar als ik in de avond op de bank zit, komt de actie weer terug in mijn hoofd. Zoals elk mens heb ik genoeg wensen. Grote en kleine wensen. Wensen die ooit nog eens vervuld kunnen worden en wensen om voor altijd van te dromen. Wensen die ik zelf kan vervullen en wensen waar ik eigenlijk de moed niet voor heb. Primair is mijn wens natuurlijk dat mijn kinderen gelukkig en gezond zijn. Maar dat is een wens die niemand mij kan garanderen. Waar ik als moeder mijn best voor kan doen en een aandeel in heb. Maar waarvan de rest toch het lot is en later zal blijken of het ons gegeven is. Dan heb ik nog een wens om ooit parachute te springen. Waarom? Omdat ik vreselijke hoogtevrees heb en daardoor altijd overal vanaf zou willen springen. Niet van ellende omdat ik het niet meer zie zitten maar om te weten of dat kan. Vroeger wilde ik al vanaf mijn balkon dat aan mijn kamer grensde op de coniferenhaag in de tuin springen. En ook als ik bij de zwemlessen van de kinderen op de tribune boven zat, vroeg ik me af of je van daar in het water zou kunnen springen.

Dan heb ik een droom om aan zee te willen wonen. En dat kan natuurlijk gewoon als je de moed maar hebt. Ooit, ooit ga ik dat nog doen. Tenminste dat hou ik mezelf voor. Want wensen en dromen moet je hebben. Zonder dromen kun je niet leven. Dat is alsof alles klaar is en er niets meer te leven is. Dat kan niet, dan leef je niet meer. Tenminste niet echt. Dus heb ik dromen. Net als de droom dat ik later gelukkig oud kan worden met een lieve man aan mijn zijde die zielsveel van mij houdt. Dat ik gezegend wordt met kleinkinderen (in een droom mag dat) die mij de liefste oma van de wereld vinden. En dat “opa” me dan nog steeds aantrekkelijk vindt. Dromen heb je nodig. Nodig om vooruit te kunnen blijven kijken, om door te gaan met je leven. Maar er zijn dromen en dromen.
Dan besluit ik het gewoon te doen. Ik doe het. Ik ga het gewoon doen. Ik zoek de site op en type mijn droom in. Even staat ik naar het scherm. Ja dat is het, dat is mijn droom. Eigenlijk al heel lang maar de laatste tijd wel heel  erg hevig. Daar verlang ik naar. Als dat toch eens waar zou kunnen zijn. De droom die ik voor een deel zelf waar kan maken maar waarvoor ik toch echt wel een lot in de loterij nodig heb. Of de mededeling dat ik ergens een hele rijke suikeroom had met mij in zijn testament. Dat laatste laat ik maar gelijk varen. Niks suikeroom, niet eens een oom meer. Mijn vader spaarde geen treintjes dus ook daarop hoef ik niet te hopen. Iemand in het hierboven heeft beslist dat ik het echt zelf moet doen. Van A tot Z. Ik lees mijn droom nog een keer door. Gek om het zomaar te zien staan. Daarna vul ik een klein lijstje in met namen waarvan ik later besef dat zij degene zijn die mede mijn lot in handen houden. Want als je droom uitgekozen wordt, wordt je naam genoemd op de radio en heb je een half uur om te bellen. Laat ik nou net een lijstje hebben die waarschijnlijk op de meeste tijdstippen niet eens de radio aan hebben staan.

“He mam, je hebt het gedaan he” roept de oudste als hij uit school komt. Ik kijk hem even vragend aan. “Je droom….” Ik knik. “Ja ik heb het gedaan” denk ik dan….. en ik ga geloof ik 24 uur per dag radio luisteren. Zou het mogen… Zou het kunnen ….. zou zou zou 2013 beginnen als een droom. Zou het waar kunnen worden, mijn droom. Een jaar lang schrijven. Gewoon hele dagen mogen schrijven zonder me zorgen te maken over inkomsten. Een jaar lang de kans om mijn hart te volgen te schrijven en het waar te maken………. Of blijft het voor altijd een droom?

zaterdag 1 december 2012

Fenomenaal

Ik zit op de bank en kijk naar de Voice of Holland al weet ik zelf niet waarom. Eigenlijk kijk ik niet eens, ik wil alleen gewoon geluid om me heen. Mijn hoofd is leeg en vol tegelijk. Eerder op de avond reed ik “even” zo’n  300 kilometer. Dat doe ik vaak maar vanavond was het zwaar. Heel zwaar. Extra zwaar.

“Nu terug naar huis, hou je me wakker” sms ik naar hem. Zo’n half uur later krijg ik de eerste “Wake Up”. Hij loodst me moeiteloos met leuke opmerkingen door het moeilijkste stuk heen. Zo is hij. Hij steunt me met minimale moeite in de moeilijkste fases van mijn leven. Bijzonder of raar. Synoniem van raar is eigenaardig, excentriek, gek, merkwaardig, ongewoon, typisch, vreemd, wonderlijk, zonderling of  fenomenaal. En zo kunnen we dan nog wel even door gaan. Een begin van een bijzondere band. Een bijzondere band met een bijzondere man. En nog elke dag ben ik dankbaar dat ik hem zomaar ontmoet heb. Dat iemand het gesprek onderbrak en wij in contact kwamen met elkaar.
Misschien zou ik beter mijn bed in kunnen gaan maar daar ben ik dus even niet aan toe. Te moe of niet moe genoeg? Eindelijk rust of te stil in huis? Ik weet het niet meer. Ik ben er gewoon even niet aan toe en dus beland ik op de bank. Als mijn eerste glas wijn leeg ik sla ik de warme plaid terug en loop naar de kast voor een nieuwe fles. Normaal heb ik een zwak voor flessen met een kurk. Gewoon omdat het zo hoort. Het heeft iets van romantiek. En is er een man in huis dan mag hij de fles ontkurken. Niet omdat ik het niet kan maar omdat het zo’n prettig authentiek gevoel geeft. Zo hoort het. Ik hou wel van het ouderwetse rollenpatroon. Hij die de vuilnisbak buitenzet en ik die zijn overhemden strijkt. Maar vanavond staat de kurk alleen maar voor “lastig”. “Lastig” omdat ik dan weer naar beneden naar de keuken moet voor de kurketrekker en het voegt toch niets toe. Niemand die het ziet. Geen man in huis om te ontkurken. Dus kom maar op met die achterlijke draaidop.
De voice gaat door alsof er levens van af hangen. Zonder het gekakel tussendoor is het voor mij als een cd die op staat of de radiozender waarbij je helaas niet zelf je liedjes kunt kiezen. Want als ik die keuze heb, kies ik altijd het zelfde. Het liefst op repeat tot ik als vanzelf het volgende liedjes begin te zingen als het vorige stopt. Dat is fijn, dat is vertrouwt. Een soort van teletubbies “en nog een keertje….”.
Ik heb een grote voorkeur voor Blof. En toen las ik dat iemand dat zomaar benoemde als pulp. Al zo’n tig keer had ik het nummer genoemd. We hadden het zelfs al tig keer gehoord. Maar soms horen de mensen de teksten niet of willen ze het niet horen. Niks makkelijk. Diep snijdend in je ziel. Als je luistert naar de tekst raakt het je. Tenminste mij. Laat ik het raken. Want het mag. Ik weet ook wel dat het merendeel niet eens echt luistert. Want we laten ons liever niet raken. De helft van Nederland zijn meelopers.  Dat woord doet me dan weer denken aan een vorige directeur van mij die vertelde hoe eens een hele groep met aardig geschoolde mensen tijdens een trip naar het buitenland zo achteloos achter hem aan liepen. En dus liep hij ergens een roltrap op om boven weer gewoon naar benden te gaan. De hele groep ging als makke schapen achter hem aan. En hij? Hij zwaaide naar de groep die nog omhoog gingen terwijl hij al weer op weg was naar beneden. Meelopers is dus niet voor de domme. Het is makkelijk en we zijn nu eenmaal een gemakzuchtig volkje.
De voice is inmiddels afgelopen. Vraag me niet wie gewonnen heeft of wie door is want ik heb werkelijk geen flauw benul. Ik weet niet eens in welk stadium het programma zich bevindt. Ik mis alleen ineens het geluid van muziek en dus schakel ik door van zender naar zender maar niets boeit me. Ergens blijf ik steken. Ik weet niet waar want ik schrijf alweer. Waarom? Alleen om morgen uit te stellen. Morgen sluit ik weer verder af en open ik weer een nieuw hoofdstuk waarvan ik weer niet weet hoe het gaat lopen. Waarvan ik niet eens weet of ik er al aan toe ben. En daar hou ik niet van. Ik wil graag zeker zijn van een goed einde. Ooit zei hij dat films geen goed einde horen te hebben. Daar moest ik toen over nadenken. Altijd fantaseerde ik alsnog een goed einde. Zo had ik het geleerd. Het komt altijd goed. Maar zo is het leven niet. Niet het echte leven. Maar wel het leven dat ik graag wil.
Ik snak naar een goed einde. Dus schrijf ik. Ik schrijf onder verschillende namen, verschillende verhalen. De een heeft een perfect leven en een geweldig einde dat eigenlijk niet stopt bij het einde. Te mooi om waar te zijn. En de ander leeft het leven. Je kunt er niks mee en dus herken je jezelf. Blijkbaar zitten de mensen daar op te wachten. En dus schrijf ik het gewone leven. Waarin morgen morgen is. En nu de bank is en het glas wijn. Waarin ik snak naar liefde, geborgenheid en het graag goed wil doen maar waarin het meeste natuurlijk niet lukt. Waarin de plaid de warmte geeft en mijn schrijfblok de intense leegte vult.

donderdag 8 november 2012

Vandaag is de dag


Vandaag gaat het gebeuren, vandaag is de dag. Nou ja eigenlijk is volgende week de dag. En dan ook weer niet echt, want dan begint het pas. En wanneer het dan echt de dag is…… Ik heb geen idee. Eigenlijk heb ik niet eens een idee of de dag wel echt zal komen.
Vandaag moet ik mijn laatste colums of blogs, of hoe je ze ook maar mag noemen, insturen. Ze heeft er al veel gekregen en ze had er al wat gelezen. Ik selecteer niet maar stuur alles. Ik wil graag ongezouten de kritiek krijgen op alles wat ik schrijven. Kritiek is wat ik horen wil, dan kan ik verder. Beter worden. Zoals vroeger mijn tekenleraar me vertelde dat mijn werk niks waard was. Zodat ik vervolgens naar huis ging en verder ging. Vol passie tekende ik opnieuw en opnieuw tot hij bij mijn examen zei dat ik geweldig kon tekenen en met het hoogste cijfer van de klas slaagde. Volgende week hebben we een gesprek. Ik kijk er naar uit maar vind het tegelijk ook doodeng.
Een maand geleden heb ik haar ontmoet. Daarvoor hadden wel al een uur met elkaar gesproken via de telefoon. Via via ben ik met haar in contact gekomen. Een drukker die mijn blogs las, stuurde haar telefoonnummer en vond dat ik eens contact op moest nemen. Een maand geleden zaten we tegenover elkaar. Het klikte direct. Eigenlijk sprak ik haar over een boek waarmee ik al bezig was. Maar zij denkt dat ik eerst een ander boek moet maken. En dat mijn blogs daarvoor prima materiaal zijn. En eigenlijk vind ik dat op dit moment ook het leukste om te doen. Daarover hebben we volgende week een gesprek. Dus is niet vandaag de dag maar is volgende week de dag.
Hoewel, eigenlijk is de dag al lang geweest. Dat was de dag dat ik door hem begon met blogs te schrijven. Uit nieuwsgierigheid of ik dat zou kunnen. Niet schrijven voor kinderen maar voor volwassenen. En geen lang verhaal maar korte compacte verhalen van ongeveer één bladzijde. Hij schrijft erg mooi. Verslaafd ben ik aan zijn teksten. Hij is mijn voorbeeld. Zo kan ik niet schrijven. Na een paar teksten plaatste ik ze op blogger. Heel anoniem. Voorzichtig. Daarna gingen wat mensen ze lezen en nu hoor ik steeds van meer mensen dat ze mijn teksten lezen. Maar ik weet dat er ook veel lezers zijn die ik niet ken. Dat is gek en ook heel mooi. Je schrijft en kent maar een klein deel van de lezers.
En toen ineens zei hij dat hij mijn teksten mooi vind. Een rare gewaarwording. Want hij is de schrijver in mijn ogen. Mijn grote voorbeeld, mijn inspiratie. Vorige week zei hij zomaar ineens “Jij kunt schrijven! Laat je dat nooit afnemen”.  En nee dat laat ik me nooit meer afnemen. Schrijven is wat ik het liefste doe. Ik kan niet anders meer sinds de dag dat ik daarmee begon. Ik moet schrijven. Het moet. Soms springt mijn hoofd bijna uitelkaar van alles teksten die in me op komen. Vertellen kan ik ze niet. Ik kan geen verhalen vertellen. Maar schrijven kan ik ze wel. Mijn mond kan mijn woorden niet bijhouden die in mijn hoofd opkomen maar mijn handen kunnen ze wel schrijven of typen. Dat is mooi. Dat voelt goed.
Morgen ga ik naar de lancering van een boek. Zij en ik hebben in elk geval twee dingen met elkaar gemeen maar vast nog wel meer. Het eerste is schrijven, het tweede dat we beide morgen jarig zijn. Dat kan vast geen toeval zijn.  Voor nu plak ik de laatste teksten in een e-mail om ze op te sturen. En dan tel ik af tot volgende week. Ik ben nieuwsgierig, benieuwd, zenuwachtig, nerveus. Wat zal ze er van vinden. Wat voor ideeën heeft ze in haar hoofd. Hoe gaan we dit aanpakken. En komt het er dan echt. Mijn boek. Ik tel de dagen, ik tel de uren. En ondertussen zal ik schrijven. Gewoon omdat ik niet meer anders kan.

vrijdag 2 november 2012

Schrijven


Minuten, uren, dagen

De tijd die tikt voorbij

Altijd tijd tekort

Wie heeft er nog wat tijd voor mij

 

De dagen zitten vol

Terwijl ik wil schrijven

Zoveel woorden in mijn hoofd

Die daar nu moeten blijven

 

En maar rennen en maar vliegen

Maar ik zet de tijd nu even stil

Zodat ik kan gaan schrijven

Want dat is wat ik wil

zaterdag 27 oktober 2012

De tijd

Uren, minuten, dagen, weken, een maand. Tijd genoeg of tekort. Glipt het door onze vingers… of houden we over? Toekomst, heden of verleden. Elke dag weer anders. De tijd. Wat is tijd?

“Wil je het goed doen, zeg dan niet dat de wintertijd zondag in gaat. Nee, de zomertijd is dan afgelopen #gewone tijd” las ik op twitter. Vanavond is het weer zover. We verzetten de klok. Waarom eigenlijk? Er veranderd niets, we houden hooguit onszelf voor de gek. Maar dan wel gezellig met zijn allen tegelijk. Dat kan ook niet anders, want we zijn kudde dieren. En dus slapen we vannacht massaal een uur korter. Of gaan we vroeger naar bed of staan we later op. De een heeft er last van de ander merkt niets.
Tijd is ongrijpbaar. Voelen voor jou de minuten lang, gaan ze voor een ander veel te snel. En dat is raar want tijd is zo constant. Duidelijk afgebakend. Altijd hetzelfde. Een seconde is een seconde, een minuut een minuut. Niet langer, niet korter. De dagen duren door de week even lang als in het weekend. De werkdagen even lang als vrije dagen en ook in de vakantie gaan de minuten niet sneller of langzamer voorbij. Tijd kan na hoogte, breedte en lengte gezien worden als de vierde dimensie. Tijd is een begrip waarmee de volgorde of duur beschreven wordt. De tijd gaat altijd maar door en dat terwijl soms voor je gevoel de tijd stil lijkt te staan. Hoe bizar is de tijd.
“Maar de tijden veranderen” zeggen we. Niet de tijd van de uren en de minuten maar de tijden van de jaren. Het verleden is anders dan het heden en anders dan de toekomst. Ons besef van tijd wordt anders met de jaren. Kunnen we als kind niet snel genoeg een jaartje ouder worden, stellen we dat op latere leeftijd graag nog even uit. Zo ook met onze zomer en wintertijd. We willen genieten, alles er uit halen. Ook bij de tijd. Is het zomer en dus langer licht, houden we ons zelf voor de gek en zetten we de klok een uur vooruit. Kunnen we ineens voor ons gevoel zonder problemen langer op blijven. Eigenlijk passen we gewoon onze werk- en schooltijden aan. Maar dat zou raar zijn, een uur later op je werk komen. Toch doen we het, elke zomer weer.
En nu vallen de blaadjes van de bomen, worden de dagen korter zeggen we. Maar de dagen blijven hetzelfde. Het zijn de zonuren die minder worden. We verleggen onze tijd. Optimaal genieten, optimaal presteren, optimaal benutten. Dus zetten we onze klokken weer terug op de gewone tijd. Maar wat maakt het uit. Hoe zou de wereld er uit zien als we alle klokken stil zouden zetten, horloges af zouden doen en onze innerlijke tijd weer eens gingen volgen. Zouden wij “op tijd lopen” of zouden we hopeloos in de knoei komen? Past alles alleen omdat we op de klok weer snel naar het volgende hollen? Vorig jaar zomer was ik in de woestijn. Geen horloge om, alle tijd van de wereld. De zon was mijn gids. En het was prachtig te zien dat mijn lichaam precies wist hoe laat het was. Ik had daar ineens geen klok meer nodig en kwam precies op tijd bij de berg om naar de zonsondergang te gaan kijken. Feilloos kon ik aan de zon zien hoe laat het was.
Soms droom ik van wonen aan zee. Kijken naar en lopen langs het water. Van schrijven en denken. Van rust en geen horloge. Van eten als ik honger krijg en slapen als ik moe ben. Niet omdat het moet van de klok en van mijn plichtsbesef, maar omdat ik het wil, het voel. Leven naar gevoel. Uren, minuten, dagen, weken, een maand. Tijd genoeg of tekort. Glipt het door mijn vingers… of hou ik tijd over? Toekomst, heden of verleden. Elke dag is anders. De tijd. Maar wat is tijd?
Met mezelf maak ik de afspraak om volgend weekend mijn horloge af te doen, de klokken stil te zetten en een heel weekend te leven alsof de tijd niet bestaat. Alsof alle tijd van mij is. En de tijd voorbij gaat in mijn ritme, mijn seconden, mijn minuten, mijn uren. En dan ga ik wandelen als ik voel dat ik naar buiten wil, eten als ik honger krijg, slapen als ik moe ben, vrijen als ik mijn lief dicht bij me voel en de aantrekkingskracht ontlaadt en schrijven als ik schrijven moet. Schrijven zonder tijd…… schrijven, schrijven, schrijven.

dinsdag 23 oktober 2012

Op weg naar de berg die ze ooit weer naar boven zal leiden

Als ik hem aankijk zie ik de pijn in zijn ogen. Zijn hoofd lijkt vol en leeg te gelijk. Af en toe kijkt hij wazig voor zich uit. Ik zou hem zo graag helpen, zo graag zijn pijn verlichten. Zijn hoofd leegmaken. De pijn en het verdriet eruit halen om weer de ruimte te geven aan de mooie herinneringen. Maar alles wat ik doen kan, is naast hem staan. Er zijn voor als hij ooit wel wil praten.

Als ik haar aankijk zie ik het verdriet. Soms reageert ze niet en dan weer te uitbundig. Af en toe kijkt ze blij en lijkt alles weer normaal. Ik zou haar zo graag helpen, haar verdriet verlichten. Haar hoofd leegmaken. De pijn en het verdriet eruit halen om ruimte te geven om mooie herinneringen te maken. Maar alles wat ik kan doen is haar aandacht geven. En er zijn voor als ze ooit wel wil praten.
Beide staan me na. Beide heb ik lief. Hun verdriet doet me pijn, maar helpen kan ik ze niet. Ik kan er voor ze zijn. Ik kan van ze houden. Ik kan ze vertellen dat achter de wolken de zon nog altijd voor ze schijnt en enkel wacht tot ze haar stralen weer op hun gezichten kan weerspiegelen. Ik kan ze aandacht geven of juist wat meer tijd alleen. Ik hoop dat ik het juiste doe.

Als ik hem aankijk zie ik de twijfel. We lopen en praten. En met elke voetstap die ik zet, ordenen mijn gedachten. Mijn hakken tikken op het beton van het pad. De frisse maar toch zwoele lucht is als balsem voor mijn longen. Af en toe kijk ik op zij. Zijn gedachten dwalen af en toe weg. De afgelopen week heeft hij niet geschreven. Dat is jammer want hij kan prachtig schrijven. Ik lees zijn verhalen graag. Maar deze week was het stil. Geen inspiratie zegt hij. Schrijven kun je niet dwingen, dat weet ik. Ik haal adem want ik weet dat het terug gaat komen. Maar nu is het stil. Maar met elke stap lijkt het als of hij een heel klein beetje opgeruimder kijkt. Soms zie ik een vonkje in zijn ogen. We lopen verder en praten verder. We lachen en houden elkaar vast. Ik sla mijn armen om hem heen en ik hoop dat zijn hoofd wat leger is.
Ze ontwijkt me. Als ik vraag wat er is zegt ze dat er niets is, maar haar stem verraad haar. Ik besluit haar te laten. Voor nu even te laten. Later op de avond als ze bij me zit, komen als vanzelf de tranen. Verteld ze haar gevoel, haar twijfel, haar angst, haar onzekerheid. Dan sla ik mijn armen om haar heen en leunt ze tegen mij aan. Ik kan haar troosten, geruststellen maar vooral luisteren. En tegelijk kan ik niets. Eigenlijk wist ik al wat er was. Ik voelde het. Te laat? Zij leek altijd zo zorgeloos van het leven te genieten. Waarom zag ik het niet eerder. Waarom was ik zo blind of stopte ik het weg. Of kon het niet eerder? Ik voel me machteloos, ik wil en wilde haar zo graag beschermen.
De volgende dag lees ik zijn verhaal. Een klein dal is overwonnen, even loopt hij op het rechte pad. Een recht pad dat misschien wel iets naar boven loopt. Maar er zullen nog meer dalen komen voor we weer bij de berg zijn die ons naar boven kan brengen. Dan zie ik haar lachen en hoor haar plannen maken. Ook daar is een klein dal overwonnen. Maar wat als ze niet kan praten met hem, als hij het niet ziet. Hoe kan ik haar dan door de volgende dalen heen helpen. Ben ik sterk genoeg om haar te kunnen helpen bij haar tocht naar de berg. De berg die haar ooit naar boven zal laten gaan.

zaterdag 6 oktober 2012

Koffie met een roze koek bij de openhaard

“Dit moeten we echt vaker doen” zeg ik als ik wegga. “Nou en of” antwoord ze en vaag plannen we wat. We weten beide dat we wel graag willen maar dat de tijd ons beide ontbreekt. Maar zij is zo iemand die je dat niet kwalijk neemt. Misschien wel omdat we beide hetzelfde in elkaar zitten en vooral genieten van de momenten die we wel hebben.

Het heeft altijd al geklikt. Zij is zo’n no-nonsens figuur. Niet lullen maar poetsen. Een harde werker met een hart van goud. Lekker rechtdoorzee. Ook een schorpioen kwam ik pas achter. “Oh nou snap ik het” dacht ik nog. “Nou snap ik waarom het zo lekker loopt tussen ons”. We kennen elkaars verleden en heden, onze sterke maar ook zwakke kanten. Het was al weer een tijdje geleden en we moesten nodig bij praten want er gebeurt nogal eens wat bij ons. Ondanks dat mijn plannen voor het weekend anders werden, was afzeggen echt geen optie, dit is zo’n broodnodige afspraak waarvan we elke keer denken dat moet vaker.
We zitten aan een grote mok koffie. Lekker dicht bij de open haard. “Past wel bij buiten” zegt ze en ik knik. Het is saai en grijs buiten. Herfst maar niet van dat lekker herfst weer met een zonnetje. Nee, saai grijs en grauw, net als mijn gevoel deze week. Daarom is het extra lekker even bij elkaar te zitten.  Ik vertel mijn week en zij de hare. We vullen aan, vragen en ik merk hoe lekker ongecompliceerd ik alles bij haar kwijt. Ik herken haar frustratie en zij de mijne. Na een tijdje kijk ik buiten en zie de zon schijnen. Inmiddels is er al een tweede grote mok koffie naar binnen compleet met een roze koek waarbij we beide zeggen dat ze inderdaad niet gezond maar wel lekker zijn.
Op haar prikbord hangt een pagina uit een of ander tijdschrift met tips om je energieker te voelen. Lachend nemen we ze stuk voor stuk door. Koffie staat op de eerste plaats, we kijken elkaar aan met zo’n samenzweerderig gevoel dat we “goed” bezig zijn. Gezonde voeding op de 2e plaats. Die combineert waarschijnlijk niet met de enorme roze koek in onze andere hand. Dan wijst ze op nr 6 “schrijven” en zegt “die doe je al”. Meer water drinken, “tja dat” moet denk ik, net als sporten, vrije tijd en ga maar zo door. Ach we weten het wel allemaal maar combineer dat maar met werk en je gezin en niet te vergeten ook nog iemand die ooit ook een deel van je gezin was. We houden veel ballen in de lucht en af en toe valt er een. Dat dat niet door iedereen geaccepteerd wordt is lastig maar wel de realiteit.
Als ik weg ga is mijn hoofd weer een stuk leger, mijn zelf vertrouwen weer wat opgekrikt net zoals het cafeïnegehalte, de calorieën en onze vriendschap. Hoewel die altijd wel een evenwichtig niveau behoudt. Buiten vertaald zich dat in een blauwe lucht compleet met een zon. Het mooie herfstweer.  Als ik naar huis ga voel ik me bijna schuldig omdat ik langer weg bleef dan ik gezegd had. Ik betrap me er op dat ik teveel het iedereen naar de zin wil maken en mezelf daarbij nog wel eens wil vergeten. De buitenwereld schijnt dat anders te zien. Die zien blijkbaar een sterke kant en verwachten daarbij perfectionisme. Nu verwacht ik dat zelf eigenlijk ook wel maar de realiteit is dat ik dat niet ben. Helaas ik maak fouten. Ik ben mens. “Hoe meer je doet, hoe meer fouten je kunt maken” zei ze, “iemand die minder doet maakt dus ook zeker minder fouten”.
Als ik thuis kom is het niet erg dat ik langer weg was. Dat is lekker, voelt goed. Als ik de stapel op mijn bureau zie besluit ik die opzij te leggen en te gaan schrijven. Nummer 7 op de lijst; “ontspanning”. Even later loopt er een poes over mijn toetsenbord en als ze de kans ziet nestelt ze zich maar meteen tegen mij aan. Ik laat alles los en geniet van dat zachte mormel dat spinnend in mijn nek kruipt. “Dat mist er op het lijstje” denk ik “of vallen dieren onder ontspanning”. En even denk ik weer aan wat ik tegen haar zei bij het weggaan “Dit moeten we echt vaker doen”.

vrijdag 28 september 2012

Mijn "Muze"

Ik kijk naar een foto en vraag me af waar hij heen loopt. Voor hem een lang pad dat in het niets lijkt te verdwijnen. Naast hem de vaart. Hij is een hond. Hij is alleen. “Op weg naar….” staat er bij geschreven. Op weg waar naar toe?

Als ik de foto zie voel ik de vele antwoorden die in me opkomen. Op weg naar huis denk ik als eerste en direct moet ik denken aan de column die ik schreef net na de collecteweek van KWF. Naar huis, niet iedereen heeft het geluk naar een huis te kunnen gaan. Hoe vreselijk wordt je weg soms zomaar anders bepaald en leg je een reis af naar een bestemming die je nog niet voor ogen had. Op weg naar het einde, confronterend en hard. Of je hebt een huis maar geen thuis, zovelen voelen zich alleen op de wereld.  Zoveel dat er een speciale week voor is bedacht. Hoe eenzaam kun je zijn. We zien het niet altijd, ook niet op deze foto. Is hij eenzaam of verheugd hij zich om de weg af te lopen? Is hij misschien op weg de weide wereld in… zovelen die dromen maar nooit de stap durven zetten. Op weg naar….. De tekst, de foto, ze inspireren mij.
Ik vraag mij ook gelijk af waar hij vandaan komt. Maar als ik de reacties lees, ben ik de enig die daar over na denkt. Het feit dat hij niet alleen is maar dat er iemand achter hem loopt die de foto maakt, vergeet ik ook graag even. Deze foto zou zo op de voorkant van een boek kunnen staan, denk ik. En ik zou dan willen weten waar hij vandaan komt, waar hij heen gaat, hoe het zou aflopen…
Het is niet de eerste keer dat een tekst van hem mij aanzet tot het schrijven van een blog. “Woensdag gehaktdag” was de eerste en daarna kwam “Gras gaat niet harder groeien als je er aan trekt”.  Eigenlijk ken ik hem niet zo goed. Een paar keer gezien, een enkele keer gesproken. Maar zijn oneliners inspireren mij tot het schrijven van teksten. Het zijn de korte zinnen, een niet afgemaakt geheel. Ruimte voor mijn fantasie, een nooit ophoudende fantasie. Altijd al gehad en hoop het altijd zo te houden. Dat boezemt mij angst in, dat je de hoop en fantasie zou kunnen verliezen. Zou kunnen vergeten.
Inspireren. Een mooi woord. Inspireren hoort bij kunst en schrijven is toch een bepaalde vorm daarvan. “Vele kunstenaars hebben een inspiratiebron” denk ik terwijl ik de zin nog eens lees. “Dus waarom ik niet. Schilders hebben een muze. Kijk dat klinkt nog eens leuk; een muze. Ik laat het woord een paar keer door mijn hoofd rollen. En eigenlijk bevalt het me wel. Een muze. Dat is het. Dat heb ik nodig. En dus verklaar ik, zomaar op een doordeweekse dag zo rond een uur of 12,hem tot “mijn Muze”. Mijn inspiratiebron van gewone simpele teksten, gekke zinnen, foto’s die uitdagen tot verhalen. Mijn verhalen.
Ik volg hem al. Op twitter op facebook. Ik ken hem amper maar u gaat meer over hem lezen. Niet over de hem zelf maar over de zinnen die hij er uit gooit. Ik hoop van harte dat hij zich niet gaat inhouden, dat zou nog zonde zijn. Misschien moet ik het geheim houden. Moet ik hem geheim houden maar hoe doe je dat. En daarbij is hij daar de persoon niet voor. Naar zijn vrouw vertel ik alvast dat ik geen enkele bedreiging vorm. Ik ben geïnteresseerd in zijn woorden. In de aanzet naar mijn verhalen. De zon schijnt en vanaf vandaag heb ik een muze!
Ik kijk nog een keer naar de foto en ik weet ineens waar hij heen loopt. Op dat lange pad dat in het niets lijkt te verdwijnen. De vaart naast hem is er niet voor niets want hij is op weg naar….”

donderdag 20 september 2012

Ik voel een blog opkomen


“Oh jee, mama voelt een blog opkomen!”, roepen ze tegelijk en schieten allebei in de lach. Dubbel liggen ze en ik kijk ze aan. “Is het zo erg?” vraag ik met een licht schuldgevoel.

Sinds een tijdje ben ik niet alleen meer een kinderboek aan het schrijven maar laat ik mijn hersenspinsels ook op teksten voor volwassene los. Heerlijk is dat. Waar ik in het begin nog soms nog even moest nadenken, vliegen mijn vingers nu over het toetsenbord en vertellen wat er in mij opkomt. Dat begin, wanneer was dat eigenlijk ook al weer?  Ik kan me niet al bijna niet meer herinneren dat ik niet aan het schrijven was. Alleen stuurde ik in het begin mijn verhalen nog niet de wereld in. Ondertussen heb ik altijd een schrijfblok bij me en benut ik alle loze momenten met schrijven.

Zo komen er ook op de meest gekke momenten ideeën op voor een blog of column. Het zien van een grappige gebeurtenis, de herinnering aan iets, het zien van een foto of een berichtje op twitter. Een zin als “woensdag gehaktdag” is al genoeg om direct een tekst in me te voelen opborrelen. En ook “als je aan gras trekt gaat het niet harder groeien” is zo ontstaan. Nu ben ik niet de enige hier die schrijft. Ook mijn vriend schrijft. Sterker nog hij is de aanleiding dat ik deze teksten ben gaan schrijven. Waarvoor mijn eeuwige dank. En zelfs mijn dochter is op dit moment druk met  een verhaal in de weer. Dat is leuk, dat schept een band.

Dan kan het dus zomaar gebeuren dat we ergens lopen, iets zien, elkaar aankijken en tegelijk een idee krijgen voor eens tuk tekst. Het leuke vind ik dat onze teksten dan zo anders zijn. Dat geeft inspiratie en energie. Af en toe zit mijn hoofd vol met beginzinnen en zou ik het liefst dag en nacht willen schrijven. En als er dan ook nog reacties komen, begint het nog meer te borrelen. Een gelukkig mens voel ik mij dat ik kan schrijven. Nog gelukkiger dat het andere blij maakt. Voor bedrijven schrijven doe ik ook. Het meest interessant is om de man of vrouw achter het bedrijf neerzetten en  de visie op een heel andere manier kenbaar te maken.  

Het schrijven is een onderdeel van mijn leven geworden. Het loopt net als mijn werk en vrijwilligerswerk door alles heen. Een manier van denken. En zo zitten we dan aan tafel te eten. De jongens komen niet meer bij van het lachen. “Nee, mam” proesten ze “het is niet erg hoor, maar het is gewoon zoooo grappig”. Als je iets ziet zeg je standaard: “ik voel een blog opkomen!” Ze proesten het uit. Ik kijk ze aan en zeg niets. Nee ik zeg niet., ik hou me in. Tenminste ik probeer het. Uit alle macht probeer ik het. Maar ik kan het niet helpen, ik kan het niet onderdrukken. Het borrelt, het kriebelt en ik denk “Ik voel een blog opkomen…..”