Posts tonen met het label dood. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dood. Alle posts tonen

maandag 8 januari 2018

Zo stil

Soms als ik een auto hoor
of voetstappen buiten
Denk ik dat je thuis komt 
... tot het stil blijft

zondag 12 maart 2017

Soms

Soms zou ik je vast willen houden
en je knuffelen tot alle pijn weg gaat
Dan zou ik zo graag zorgen
dat niemand je nog ooit verlaat
Maar alles wat ik kan doen
is er op afstand voor je zijn
Een klein berichtje en een zoen
en hopelijk verlicht dat iets van je pijn

woensdag 7 september 2016

Wat als...

Als ik je nu verliezen zou
wat zou het met me doen
Nooit meer mijn hand in de jouwe
Nooit meer een zoen

Als ik je nu vandaag
ineens verliezen zou
Zou ik dan ineens beseffen
Dat ik echt van je hou

dinsdag 31 mei 2016

Hart

De zon vertelt
in haar licht
het verhaal 
van boven
En in een hart
laat ze ons
weer simpel
in onszelf 
geloven. 

maandag 11 januari 2016

Offline

De dood brengt soms iemand 
nog meer tot leven
Omdat een ieder zich 
ineens bedenkt wat hij 
allemaal heeft gegeven


donderdag 17 december 2015

Een vuurpijl voor jou

Kerst, lichtjes, eten
familie en gezelligheid
het kan je niet bekoren
Want degene van wie je houdt
heb jij verloren

Herinner ze ook met kerst
in lief en in leed
Bij elk kaarsje dat je brandt 
Bij elk kransje dat je eet

En stuur dan op oudjaardag
Met de wensen die je wil beloven
Een vuurpijl vanuit je hart
Recht naar boven
 


zaterdag 17 oktober 2015

Dichtbij

Mijn ogen zoeken
maar ik kan niet zien
Mijn oren luisteren 
maar horen alleen de stilte
terwijl mij hart 
jou zo dichtbij
voelen kan

woensdag 7 oktober 2015

maandag 8 juni 2015

Niets meer

Er is niets in mijn denken
Leeg is mijn gevoel
Geen enkel woord
Geen enkele zin
Beschrijft wat ik bedoel



zondag 8 februari 2015

Liefde is…

Elke dag plaatst hij het zinnetje. Elke dag met een ander einde.  Het is vaak het eerste dat ik zie op Facebook. En elke dag weer treft het mij. Hoe bijzonder. Zo vol liefde. Een simpel zinnetje maar in de zinnen leef je met ze mee. Ik hoop dat hij de zinnen lang, nog heel lang zal schrijven. Want zo lang zullen ze samen zijn en zal de ziekte haar niet kunnen inhalen.

Het is zo dubbel. Aan de ene kant zou ik zo met haar willen ruilen aan de andere kant niet. Niemand wil ruilen met iemand die ziek is zou je denken. En nee, ik dank elke dag dat ik gezond ben en wat dat betreft wil ik zeker niet ruilen. Maar het feit dat er iemand zoveel van je houdt, is toch heerlijk. Elkaar ontmoeten en na tig jaren nog elke dag zoveel van elkaar houden. Samen je kinderen zien opgroeien en dan weer van het leven samen genieten.

Het lijkt zo eenvoudig. Genieten van de dag en van elkaar. En toch lukt het de meeste van ons niet om het vol te houden. We doen het een paar dagen, soms weken. Meestal nadat er iets gebeurt is. Iets dat je met twee voeten op de grond zet of met je hoofd in de wolken laat lopen. Bij extreme blijheid of verdriet zijn we weer bewust van ons leven en van iedereen van wie we houden. Maar als het een tijdje verder is, nemen we het zo snel weer voor lief.

Maar hij niet. Want hij is zich er van bewust wat hij verliezen kan. En precies dat koestert hij elke minuut dat het nog kan. Hoe vaak heb jij je bedacht dat je meer tijd zou willen besteden aan je lief, je kinderen of aan jezelf. En hoe lang doe je dat dan? En waarom nemen we degene die ons zo dierbaar zijn zo vaak gewoon voor normaal? En het ergste is dat als we ze kwijtraken, door de dood of omdat ze ons verlaten, dan pas beseffen we hoe veel we van ze houden. Wat is dat toch met ons?

Ook ik verlies me elke keer weer in de dingen van de dag. Werk dat toch af moet of in dingen waarvan ik op dat moment denk dat ze belangrijk zijn. Maar hoe belangrijk zijn ze eigenlijk? ‘Meer leven in het nu’ zei een vriend. En braaf probeer ik dat maar hoe snel weer verlies ik me in ‘als’ en ‘dan’. Hoe graag zou ik soms een kijkje in de toekomst nemen. Misschien is liefde ook wel de dingen voor lief nemen. Leven zoals het leven zich voordoet en op je pad komt. Je pad maar gewoon volgen en ervan genieten. Kijken naar degene die met je meelopen en ze vertellen hoe belangrijk ze zijn.

Dank je wel Ruud voor je mooie zinnen. Voor hoe je iedereen laat beseffen hoe belangrijk het is om te zeggen wat je denkt en voelt. Liefde is… genieten van jullie enorme levenslust en jullie liefde voor elkaar.


zaterdag 7 februari 2015

Zweven

Overgaan en zweven
Licht fel en toch zo warm
Heden, toekomst en verleden
Het is ’t alles dat ik omarm

Wat is geweest, dat is geweest
Het is zoals het is
Want ooit en als is niet gekomen
Het is het nu dat ik zo mis

Samen leven, dromen
Mijmeren uren lang
Maar nu moet jij verder
Ga leven weest niet bang

Omarm ’t zoals je deed
Toen we nog samen waren
Laat ’t even door je stromen
Zet je hart weer open
En laat de wind
de grote schoonmaak klaren

Durf weer lief te hebben
En te genieten van de dag
Te vertrouwen, lief ga zweven
Echt het mag



Witte Bloesem

Witte bloesem
Bloemen in de knop
Pril en teer geluk
Nu nog in de dop

Bloemen moeten bloeien
Uitbundig in hun eigen kleur
Je een lach ontlokken
Met hun pracht en geur



dinsdag 27 januari 2015

Niet zomaar een vlinder

‘Kijk’ zegt ze. Ik volg haar ogen naar de grond, durf ik bijna niet te ademen. Breekbaar en teer zit er een kleine blauwe vlinder. Heel zachtjes knielt ze en kijkt ademloos toe. Dan fladdert de vlinder en daalt neer op haar arm. Ik maak een foto en nog een. Nog wat dichter bij. Haar hand gaat naar de vlinder en wonderbaarlijk stapt hij over op haar vinger. Nog nooit heb ik een vlinder van zo dicht bij gefotografeerd.  Minuten verstrijken, de wereld staat stil. Zij en ik en de vlinder en het uitzicht vanaf de Alp D’Huez.

Het is donderdag rond het middaguur als we besluiten om even wat te drinken. Zelf overeind blijven is een must wil je anderen kunnen helpen. En daarvoor zijn we hier. Anderen helpen om hun doel te bereiken. Om één, twee keer of wel zes keer naar boven te fietsen. Alle 21 bochten door, steil en zonder genade. Juichende mensen die je er doorheen slepen. Natte sponsen, bekertjes water worden aangereikt. Moed ingesproken en ‘Hermannetjes’ gegeven. Een duwtje in de rug om door te gaan. Want daarvoor ben je hier. Doorgaan omdat opgeven geen optie is. Je doet het niet voor jezelf of misschien juist wel? Maar altijd is er de verbindende factor. Kanker, ziek zijn, verlies, dood en heel soms vier je hier de overwinning. Dat jij een van de gelukkige bent die kunnen zeggen: ‘Ik heb het overleefd.’
'zij is haar neefje verloren, pas 7 jaar oud' 
Zij is een van de 100 leerlingen die mee doen met Flevoland Fietst Tegen Kanker. Een project waarbij leerlingen van diverse middelbare scholen de Alp op fietsen en een week lang vrijwilligerswerk doen. Iets doen voor een ander met weer als verbindende factor die ziekte waarvan we hopen dat ze er ooit niet meer zal zijn. Stuk voor stuk hebben ze verloren. Van dichtbij of iets verder af de strijd meegemaakt. En nu zijn ze hier, alle 100. Zij is haar neefje verloren, pas 7 jaar oud. Niet aan kanker maar aan een spierziekte. ‘Maar als we kanker nou eerst aanpakken en zorgen dat daar een medicijn voor is, kunnen we daarna verder gaan met andere ziektes’ dacht ze en schreef zich in voor het project.

Maar nu zit ze er doorheen. Een week vol emotie. Vanaf het moment dat je de bus instapt, de voorbereiding, het fietsen. De bezinningsavond en dan het helpen in de bochten. Keer op keer wordt je geconfronteerd met het verdriet van je zelf en van een ander. We pakken ons flesje water en lopen een stukje verder, uit de drukte, naar de rand van de bocht. Ze heeft het even nodig nu. Stilte, want soms hoef je niets te zeggen. En ineens is daar de vlinder. De vlinder die haar zo bekend is. En terwijl het in de bocht druk is, is het hier sereen stil. Als na minuten de vlinder weg fladdert, zie ik een traan in haar ogen. ‘Zo’n vlinder heeft mijn oom laten tatoeëren toen mijn neefje overleed’ zegt ze zacht. Haar neefje dat overleed aan een spierziekte, haar neefje voor wie ze hier is. Het verdriet in haar familie waardoor ze dacht ‘Ik ga mee’. Haar neefje, de Alp en de blauwe vlinder… en we weten allebei dat toeval geen toeval is.





dinsdag 30 december 2014

Een hoger doel

Aan het strand stil en verlaten
streek een zeemeeuw neer.
Niet voor de allereerste
en niet voor de laatste keer.
Voor hij zijn vleugels weer spreidt
om zijn weg te volgen,
raakt zijn doel nooit kwijt.

Hoger zal hij vliegen
elke dag iets meer.
Doorzetten, verder gaan,
al doen zijn vleugels soms zeer.
Want boven is het mooier,
zoveel mooier dan je denkt.
Waar liefde energie is
en alles vreugde schenkt.
Waar de pijn is opgelost
in een tijdloos bestaan.
Waarvan je nu alleen dromen kunt
tot ’t tijd is om te gaan.




dinsdag 28 oktober 2014

Nevel op de berg

Een intense mist daalt neer. Even zie ik geen hand voor ogen. Dan ontdek ik contouren maar de nevel wil niet weg. Ik durf geen stap meer te zetten. Hoogtevrees en angst spelen mij parten. Moet ik nu vooruit of juist achteruit? Verschrikt blijf ik staan. Maar voor hoe lang?

Hand in hand lopen we de berg op. Allebei hebben we een behoorlijke rugzak mee die ondanks het formaat toch wel te tillen lijkt. Wat er bij de ander in de rugzak zit, weten we nog niet. Hoe kan het ook, we hebben er nog maar amper over gesproken. Het enige dat we weten is dat ons gevoel zegt dat we de berg op willen. Met grote passen beginnen we aan onze tocht. Ik heb niet het idee dat ik ren, maar echt slenteren is het ook niet. We lijken een zelfde tempo te hebben wat prima aanvoelt. Af en toe kijken we naar boven en glimlachen. Wat een prachtige berg daar voor ons, de zon die schijnt en de top die uitnodigend wenkt.

Terwijl we rustig het pad volgen, komt er ineens een stuk met prachtige bloemen. Ik geniet en voel de zon op mijn wangen. Mijn rugzak lijkt even niets te wegen en al pratend en lachend klimmen we verder. Hij lacht en straalt. Ik kijk nog eens vol vertrouwen naar boven en dan ineens is alles gehuld in mist. Het lijkt alsof de berg op zijn kop staat. Op de tast zoek ik naar degene naast mij. Hij zoekt ook, zijn handen dwalend door de mist op zoek naar houvast. Maar de houvast is er niet. Het is alsof hij door onzichtbare armen wordt weggepakt en in een achtbaan wordt gezet. Ik zie vaag de contouren van de wagons die met een sneltreinvaart alle kanten op bewegen.

‘Het komt goed’ fluister ik en heb geen idee of mijn woorden hoorbaar zijn. Komt het goed? En wat kan ik daar aan doen terwijl ik stil op de berg sta. Ik kan niet vooruit of achteruit en ik weet niet of blijven staan wel goed is. Vage beelden van voorheen vullen mijn gedachten. Toen ik daar ook op de berg stond, in een zelfde soort van mist, te wachten tot de mist op zou trekken. Vol vertrouwen bleef ik wachten tot het te laat was en ik koud en verkleumd achter bleef. Die mist is opgetrokken maar de nevel is nog steeds tastbaar in mijn rugzak.


Behalve op de berg is de mist nu ook in mijn hoofd aanwezig. Af en toe vang ik een glimp op van de achtbaan, de man en zijn rugzak. Steeds meer voel ik wat er in de rugzak zit maar zien mag ik het nog niet. En hij? Kan hij mij nog zien staan? De mist hangt als een dikke prop watten om hem heen en hij ziet geen hand voor ogen. Op gevoel zou hij het halen, makkelijk zelfs maar hij is zo vaak over de kop gegaan in deze achtbaan, dat hij niet eens meer weet op welke berg hij was. Is hij op een nieuwe berg of loopt hij nog zoekend op de vorige? Is het een nieuw pad dat hij ingeslagen is. En waar is hij eigenlijk naar op zoek? De achtbaan neemt een loopje met hem, letterlijk en figuurlijk. De mist maakt dat hij zijn pad even niet meer ziet. En ik? Ik weet nog steeds niet of ik een stapje vooruit moet of achteruit. En dus blijf ik weer staan. 


zondag 1 juni 2014

Gestorven van verdriet

Het lijkt alsof de grond onder mijn voeten wegzakt. Ik voel me moe. Moe en leeg van verdriet. De stemmen lijken weg te zakken of was het al stil? Ik weet het niet. Langzaam zak ik in elkaar. Iemand houdt mij vast en legt mij neer. Ik kan niet meer, ik ben zo moe. Op van verdriet. Moe gestreden. Alles is mij afgenomen en nu ga ik dood. Ik voel dat ik dood ga.

Ik weet niet precies waar ik ben maar naast mij, half achter mij, staat een man. Mijn liefde. Mijn grote liefde. Hij kijkt naar mij en ik voel ook zijn verdriet. Ik kan hem niet zien maar ik weet dat hij bij mij hoort. ‘Niet weggaan’ fluister ik, bang dat hij verdwijnt. Weer zal verdwijnen. Maar ik kan hem niet tegen houden. Hij wil niet weg maar hij wordt meegenomen. Bruut weggerukt bij mij door twee mannen in uniform. Mijn hand rijkt naar hem. Ik wil hem vasthouden, aanraken, terughalen, maar hij strompelt tegen zijn zin in weg. Meegesleurd door de mannen. Ik zie hem achterom kijken. ‘Nee!’ schreeuwt het in mij. Mijn lippen bewegen maar er komt amper geluid uit mijn mond. Naast mij staan mensen maar ik weet niet wie ze zijn. De vrouw naast mij houdt mijn hand vast, dat voel ik,  maar ze hoort niet hier in het nu. Alle tijden lopen door elkaar. Ik wil wel denken maar het gaat niet.

Het is oorlog. Maar waar hebben ze mij naar toe gebracht? Waar zijn mijn kinderen. Ik heb twee kinderen maar ze zijn hier niet. Of zijn ze er wel maar mag ik ze niet zien. Net als de man, mijn man. Mijn grote liefde, mijn alles. Alles en iedereen hebben ze van mij afgenomen. Ik ben sterk maar het verdriet verlamt mij en maakt mij klein en kwetsbaar. Ik voel me ziek, ziek van verdriet. Het doet zo immens pijn.

Dan zak ik langzaam weg. Alles wordt donker en stil en even blijft het zo. Donker en stil. Dan lijkt de zon te gaan schijnen. Het is nog steeds stil en leeg. Ik kan me niet bewegen en voel niets meer. Langzaam doe ik mijn ogen open. Moe ben ik, zo ontzettend moe. Dan vervaagt langzaam het beeld maar het gevoel blijft. Puzzelstukjes lijken op hun plaats te vallen terwijl tegelijk de puzzel helemaal door elkaar geschud wordt. Alles en tegelijk niets lijkt er nog logisch te zijn.

Als in een trance ga ik rechtop zitten. Pas later zal ik het begrijpen…


   

zaterdag 1 februari 2014

De smaak van het verleden

‘Papa mag ik er al eentje?’ ‘Nee’, zegt hij maar zijn ogen staan lachend. Ik kijk naar de schaal. Hij zegt dat ze niet lekker zijn, maar ze hebben zo’n ongelofelijke aantrekkingskracht op mij. Stil blijf ik naast hem staan en kijk hoe hij de volgende lading voorgebakken frietjes in de schaal doet.

Het is vrijdagavond zeven uur. Ik sta in de keuken en til het deksel van de pan op. Naast mij staat een schaal met vers gesneden patat. Als ik de eerste lading uit de pan haal en in de schaal doe, denk ik aan hem. Mijn vader kookte nooit behalve als we patat aten. En dan stond ik dicht in de buurt om te kijken. De voorgebakken patat in de schaal riepen me toe. Nu begrijp ik waarom ik ze niet mocht eten. En toch…

Stiekem pak ik een voorgebakken patatje uit de schaal en steek het in mijn mond. De smaak van vet verspreid zich over mijn tong en tegen mijn gehemelte. Het frietje is slap en de eerste keer in de pan heeft het zich alleen maar helemaal volgezogen met de olie. Hij heeft gelijk, eigenlijk zijn ze helemaal niet lekker, maar voor mij overheerst de smaak van het verleden. Als ik mijn ogen sluit, lijkt het alsof ik weer een jaar of 10 ben en naast mijn vader in de keuken sta.

 

maandag 17 juni 2013

dinsdag 11 juni 2013

Missie geslaagd

Hij is even stil. Zijn laatste zin hangt nog in de lucht. Dan pakt hij een kaarsje van de tafel naast hem en steekt het aan. Langzaam loopt hij naar het hart in het midden en zet zijn kaarsje neer. Hardop zegt hij de naam van de vrouw voor wie hij zijn kaarsje neerzet. Achter hem staat een jongen die hetzelfde doet, ook hij noemt degene voor wie hij hier is. Traag komt er beweging in de kring om hen heen. Eén voor één volgen ze zijn voorbeeld. Ieder met hun eigen verhaal, hun eigen kaarsje, eigen verdriet en gemis.

Terug in de kring slaat zij een arm om haar vriendin. Ze huilen geluidloos in elkaars armen. Naast hen staat een man, zijn ogen worden vochtig. Hij slikt, maar zijn tranen winnen terrein. Dat is niet erg, dat mag. Iedereen berijpt hem, iedereen voelt met hem mee. Dat is waarom ze hier zijn. Morgen is het dan eindelijk zover. Dan fietsen zij de Alp op. Dan kunnen ze eindelijk iets doen in plaats van machteloos toekijken. Want iets doen, daar draait het hier om.
Meer dan 100 pubers van vier verschillende scholen in Flevoland fietsen samen tegen kanker. Weken, maanden hebben ze sponsors gezocht en geld opgehaald. Ze hebben getraind en afgezien. Maar dat was niks met wat ze morgen gaan doen. Vier verschillende scholen, verschillende klassen, verschillende leeftijden. De meeste van de groep kennen ze niet eens. Vijftien uur zaten ze in de bus. Weken trainden ze, vele uren zaten ze op de fiets, de een nog meer dan de ander. Nu staat er op de camping onder aan de Alp D’Huez een veld vol tenten en mobiele keukens, een trailer vol met fietsen. Een vrachtwagen vol met eten. Alles gesponsord. Elke keer weer moest ik een brok in mijn keel wegslikken als een bedrijf ‘gewoon’ zei: ‘Dat sponsoren wij wel’. Chauffeurs die een weekend of een week blijven en een familiefeest voorbij laten gaan. Gewoon om deze leerlingen te helpen. Iets voor elkaar doen bestaat gelukkig nog steeds en dat is mooi.

Dan is het zondagochtend 9 uur, het ontbijt staat klaar. Er wordt nerveus gelachen. Een meisje loopt in trance een uur voor vertrek nog steeds in pyjama over het veld. Ze zijn verschillend en doen dit allemaal op hun eigen manier met hun eigen emotie maar tegelijk zijn ze er allemaal voor elkaar. Ouders kijken toe of geven nog tips. Sommige ouders zijn hier om te kijken en ze te onthalen straks boven op de Alp. Maar dat is helaas niet voor elke leerling weggelegd. Terwijl we een uur later wachten op het busje dat ons naar ‘onze bocht’ brengt denkt het meisje naast mij aan haar moeder. Ze verteld dat ze zo graag zelf had willen fietsen, maar dat haar knie dat niet toe laat. Ze heeft al verloren en het onvermijdelijke hangt in de lucht. Heel stilletjes draagt ze haar verdriet en steunt haar vriendinnen die vandaag fietsen. ‘Wij fietsen ook voor jou hoor’ zeggen ze tegen haar voor ze de berg op gaan. Ze knikt stilletjes en er verschijnt een glimlach op haar gezicht. Wat zou ik graag iets voor haar doen.
De één ploetert nog harder dan de ander en waar de een na iets meer dan een uur boven is, vecht de ander zijn strijd in 3,5 uur. Maar allemaal halen ze het. ‘Ik kon echt niet meer maar toen dacht ik, zij vecht ook door, dus vecht ik ook gewoon door. Opgeven is geen optie’ zegt hij tegen het meisje naast hem. Ze knikt, ze weet wat hij bedoelt. Een aantal begeleiders fietsen heen en weer. Er wordt meegelopen, toegesproken en een ‘Hermannetje’ gegeven. We helpen met drinken, eten, woorden en morele steun. ‘Kom op  topper, je kunt het, je bent er bijna kanjer.‘ Er worden fietsen gerepareerd en tranen gehuild. Tranen van pijn, van opluchting, van vreugde en verdriet. Alle emoties lopen door elkaar. Alles is één vandaag. De groep en de emotie.

Nu schijnt de zon en in groepjes zijn ze naar het dorp of liggen bij het zwembad. Maar we zijn nog niet klaar. We komen niet alleen voor ons zelf. Morgen gaan er 3.000 mensen de alp op, de dag erna nog eens 5.000. En wij, wij helpen ze mee naar boven. We vlaggen in bochten zodat ze veilig kunnen fietsen. We roepen en duwen, we delen water en bouillon uit en geven natte sponsen aan. Voor het vlaggen krijgen we strakjes nog een instructie. En vlak daarvoor vraagt een van de docenten aan zijn groep wie er morgen wil helpen bij de start. Klein detail; je moet er om 2 uur in de nacht al staan. De groep knikt en zij luistert heel aandachtig. Dan deelt de docent een papier uit en vraagt of ze zelf groepjes willen maken. ‘En ga nou niet standaard bij iemand van je eigen groep maar kies eens iemand anders’ zegt hij. Haar wenkbrauwen gaan omhoog. ‘Maar meester’, zegt ze, ‘We zijn toch één groep!’

Ik glimlach met tranen in mijn ogen en denk MISSIE GESLAAGD.


maandag 20 mei 2013

Twee kaarjes

Vandaag branden er twee kaarsjes. Als ik de glazen potjes pak en de kaarsjes er in zet, zie ik dat het ene potje net iets groter is dan het andere. Ik pakte ze niet bewust maar realiseer me hoe symbolisch ze daar staan. Even moet ik slikken en ben ik dankbaar dat mijn kids in huis zijn. Ik zeur niet over dat mijn dochter nog in pyjama op de bank hangt en ook mijn zoon die te lang in bad blijft liggen, laat ik met rust.

Als ik naar boven loop om achter mijn bureau te kruipen, steek ik nog een kaarsje aan. Voor haar. Ze zal het nodig hebben. Alle steun die ze nu krijgt, alle gedachten die naar haar uit gaan. Ze zal het zo hard nodig hebben. Ze zullen haar steunen en helpen. Maar in de kern is en blijft ze alleen. Niemand kan echt haar verdriet voelen, ook al hebben we zelf verloren. Ieder verlies is anders, niet te vergelijken, niet te bevatten.
Wijzende vingers gaan al weer rond. Het enige dat we doen kunnen, en dus doen we het massaal. Niets is zo erg dan machteloos toekijken. Niets kunnen doen. En nog erger is te bedenken of wij iets hadden kunnen doen om dit of elk ander drama te voorkomen. En dat is lastig. Daarmee kunnen we niet uit de voeten en dus kiezen we voor een andere weg; wijzen naar anderen. We wijzen naar daar waar fouten gemaakt zijn. En even vergeten we dat er daar waar die fouten gemaakt zijn, mensen werken. Mensen zoals jij en ik. Mensen die fouten maken. Want niemand van ons is perfect.
Ook zij zal zich afvragen; ‘wat had ik kunnen doen’. En ik hoop zo voor haar dat zij haar eigen handelen kan accepteren, een plekje kan geven. Zij is een moeder en moeders maken fouten. Dat weet ik als geen ander. Zo graag zou ook ik het perfect doen, maar helaas lukt het me niet. Mijn uiterste best is het beste dat ik naar boven halen kan. Maar als het om je kinderen gaat, weet je dat het eigenlijk nooit goed genoeg is. Van ze houden kunnen we. ‘Misschien ben ik te klein om jou groot te kunnen brengen’ hameren de woorden in mijn hoofd. En net als in het liedje van Guus heb ik twijfels over of ik het goed doe. ‘Alles wat ik zeker weet, is dat ik van je hou, en dat ik door het vuur zal gaan voor jou. En ik hoop dat dat genoeg is, want veel meer kan ik niet geven. Dan hele diepe liefde, alles voor jou.’
Duizenden mensen denken vandaag aan haar. Net zoals we de afgelopen twee weken dagelijks gedaan hebben. ‘Zekerheid is beter dan de angst’ maar hoe graag had zij niet vast gehouden aan dat kleine sprankje hoop. Want de hoop dat er misschien een wonder is, is beter te verdragen dan dat je kinderen er niet meer zijn. ‘Had ik maar… had ik toch maar niet…’Het is zinloos, maar zo menselijk. Zinloze gedachtes om zinloos geweld. Aangedaan aan twee kleine kinderen die nog een leven voor zich hadden. Die onbezorgd hadden moeten genieten van de zon en de regen. Die kattenkwaad hadden moeten uithalen en misschien nu ergens per ongeluk een voetbal over een hek of door een ruit hadden moeten trappen.
Die vanavond hongerig met vieze handen en een broek vol drek en groene strepen van het gras aan tafel hadden moetens schuiven, waar hun moeder gemopperd had waarom ze niet eerst even hun voetbalkleren aangedaan hadden in plaats van hun zondagse broek. Die na het eten in bad hadden moeten gaan zodat hun moeder ze vanavond schoon in bed een nachtzoen had moeten geven met een glimlach om haar mond. Gewoon omdat ze van hen houdt.
Ik kijk naar het kaarsje en in gedachten geef ik haar een knuffel. Wat je ook wel of niet gedaan hebt, meer kon je niet geven. Dan je hele diepe liefde. Ik wens je sterkte. Sterkte voor jou.