Posts tonen met het label wandelen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wandelen. Alle posts tonen

zondag 25 november 2012

De Storm

Het is half zes in de ochtend als ik wakker word. De wind giert om het huis. In een flits vraag ik me af of alle ramen dicht zijn. Dan trek ik het dekbed nog net iets hoger en draai me om. “Het slaapt lekker als het zo waait” zei mijn moeder vroeger altijd, en ik heb dat zelfde gevoel. Mijn vader dacht daar anders over. Die was bang van wind. Als kind moest ik daar om lachen. Zo’n grote man, bang van de wind.
 
Heerlijk is het om met wind over het strand te lopen. Alleen maar de wind langs je hoofd voelen en horen. Lopen tegen de wind in, je haren wapperend naar achteren. Je handen diep in je zakken en alles uit je hoofd laten waaien. Niets zeggen, alleen maar lopen. Je ene voet voor de andere, tegen de wind in lopen. Aan niets denken. Alleen de zee horen. Eigenlijk vooral alleen de wind horen. En dan later ergens warm naar binnen voor koffie met slagroom want van chocolademelk hou ik niet. Een goed glas wijn of een bijzonder glas bier mag natuurlijk ook. Vanochtend liep ik met de hond buiten. De wind maakte weer even mijn hoofd leeg. En dat is nodig. Het stormt in mijn hoofd. Er gebeurd zoveel in zo’n korte tijd. Elke dag maak ik lijstjes en zo hou ik de controle. Maar af en toe heb ik het nodig om buiten te lopen en alles weg te laten waaien. Mijn hoofd leeg te maken en alles wat onzin is vooral buiten te laten. Even lopen in de wind, nergens aan denken, daar krijg je nieuwe energie van.
Binnen zitten als het buiten zo waait. Binnen zitten en weten dat je veilig bent, dat is ook heerlijk. Het geluid van de wind om je huis heen horen. “Laat buiten de stormwind nu maar razen in het donker, want binnen is het warm en licht en goed”. Boudewijn de Groot. De avond. Prachtige tekst.  “Hand in hand naar buiten kijken waar de regen valt. Ik zie het vuur van hoop en twijfel in je ogen en ik ken je diepste angst. Want je kunt niets zeker weten en alles gaat voorbij. Maar ik geloof, ik geloof, ik geloof, ik geloof in jou en mij”. Is er iets mooier dan dat. De storm buiten is altijd mooier als je binnen met zijn tweeën bent. Als je de rust en het vertrouwen kunt hebben. De haard aan en dicht tegen elkaar kunnen kruipen. Want dan is er geen angst en kan zelfs de ergste storm je niet bang maken. Hoe anders is het met de stormen in jezelf.
Hoewel….. ooit waren we een weekend kamperen. Van vrijdag tot maandag was de bedoeling. Met een klein tentje trokken we naar Duitsland en streken neer op een camping aan de Moezel. We hadden nog geen kinderen maar wel een hond en die ging dus mee. De andere gasten op de camping vonden het een vermakelijk gezicht als we in de avond met zijn tweeën bij de barbecue zaten. De hond braaf tussen ons in, wachtend tot zijn stukje vlees klaar was want brokken hadden we niet meegenomen. In de avond dook de hond als eerste de tent in, in de ochtend was hij als eerste wakker. Op zondag tegen de avond was de vraag wat we zouden doen. Zoals altijd wilde ik het liefst langer blijven. Een goed gevoel wil ik graag vasthouden. Het liefst de tijd stilzetten. We dronken thee en luisterde naar de radio. Er zou regen komen. Met tegenzin gaf ik toe om dan toch maar in te gaan pakken. Een natte tent morgen was dat ene nachtje ook weer niet waard. Omdat mijn thee nog heet was, besloot ik alvast was kleding in de auto op te ruimen.
En toen ging alles ineens heel snel. Terwijl de achterklep van de auto nog openstond voelde ik een enorme windvlaag. Met moeite drukte ik de klep naar beneden en probeerde de was nog bij elkaar te rapen. Ik kon me amper rechtop houden zo sterk was de wind. Als in een waas greep ik de hond en drukte ons tegen de auto aan. Ik zag mijn vriend de tent in duiken en aan de stangen gaan hangen om de tent niet de lucht in te laten vliegen. Voorovergebogen over de hond leek het alsof secondes uren duurden. Ik voelde takken op mijn rug vallen en voelde water in mijn gezicht striemen. Ik kon niets anders dan me zo met hond tegen de auto drukken en wachten tot het voorbij zou gaan. En ineens was het over. Zo ineens als de wind gekomen was, was het ook weer voorbij. Sinds die dag begrijp ik de angst van mijn vader voor de wind.
Droog inpakken is niet meer gelukt. Kleddernat was alles. Niet van de regen maar van het opspattende water door de wind. Mijn vriend had geluk gehad, zagen we later. Een ijzeren dak van een boot een stukje verder op was door de wind opgepakt en net achter ons tentje terecht gekomen. Onderweg naar huis zagen we een lint van schade. Rechts zagen we rijen dikke bomen die als luciferhoutjes geknakt waren. Maar aan de linkerkant leek het alsof er niets gebeurd was.
Vanaf die dag kijk ik toch anders naar de wind. Begrijp ik de angst van mijn vader. Maar het diepgewortelde gevoel van geborgenheid dat mijn moeder mij bijbracht over de wind, zit ook in mij. Als er wind is luister ik en bepaal of er reden voor angst is. Zo ook vanochtend. Dan trek ik het dekbed nog wat hoger en nestel me in mijn warme bed. Deze wind valt wel mee denk ik en ik val weer in slaap.

 

zaterdag 27 oktober 2012

De tijd

Uren, minuten, dagen, weken, een maand. Tijd genoeg of tekort. Glipt het door onze vingers… of houden we over? Toekomst, heden of verleden. Elke dag weer anders. De tijd. Wat is tijd?

“Wil je het goed doen, zeg dan niet dat de wintertijd zondag in gaat. Nee, de zomertijd is dan afgelopen #gewone tijd” las ik op twitter. Vanavond is het weer zover. We verzetten de klok. Waarom eigenlijk? Er veranderd niets, we houden hooguit onszelf voor de gek. Maar dan wel gezellig met zijn allen tegelijk. Dat kan ook niet anders, want we zijn kudde dieren. En dus slapen we vannacht massaal een uur korter. Of gaan we vroeger naar bed of staan we later op. De een heeft er last van de ander merkt niets.
Tijd is ongrijpbaar. Voelen voor jou de minuten lang, gaan ze voor een ander veel te snel. En dat is raar want tijd is zo constant. Duidelijk afgebakend. Altijd hetzelfde. Een seconde is een seconde, een minuut een minuut. Niet langer, niet korter. De dagen duren door de week even lang als in het weekend. De werkdagen even lang als vrije dagen en ook in de vakantie gaan de minuten niet sneller of langzamer voorbij. Tijd kan na hoogte, breedte en lengte gezien worden als de vierde dimensie. Tijd is een begrip waarmee de volgorde of duur beschreven wordt. De tijd gaat altijd maar door en dat terwijl soms voor je gevoel de tijd stil lijkt te staan. Hoe bizar is de tijd.
“Maar de tijden veranderen” zeggen we. Niet de tijd van de uren en de minuten maar de tijden van de jaren. Het verleden is anders dan het heden en anders dan de toekomst. Ons besef van tijd wordt anders met de jaren. Kunnen we als kind niet snel genoeg een jaartje ouder worden, stellen we dat op latere leeftijd graag nog even uit. Zo ook met onze zomer en wintertijd. We willen genieten, alles er uit halen. Ook bij de tijd. Is het zomer en dus langer licht, houden we ons zelf voor de gek en zetten we de klok een uur vooruit. Kunnen we ineens voor ons gevoel zonder problemen langer op blijven. Eigenlijk passen we gewoon onze werk- en schooltijden aan. Maar dat zou raar zijn, een uur later op je werk komen. Toch doen we het, elke zomer weer.
En nu vallen de blaadjes van de bomen, worden de dagen korter zeggen we. Maar de dagen blijven hetzelfde. Het zijn de zonuren die minder worden. We verleggen onze tijd. Optimaal genieten, optimaal presteren, optimaal benutten. Dus zetten we onze klokken weer terug op de gewone tijd. Maar wat maakt het uit. Hoe zou de wereld er uit zien als we alle klokken stil zouden zetten, horloges af zouden doen en onze innerlijke tijd weer eens gingen volgen. Zouden wij “op tijd lopen” of zouden we hopeloos in de knoei komen? Past alles alleen omdat we op de klok weer snel naar het volgende hollen? Vorig jaar zomer was ik in de woestijn. Geen horloge om, alle tijd van de wereld. De zon was mijn gids. En het was prachtig te zien dat mijn lichaam precies wist hoe laat het was. Ik had daar ineens geen klok meer nodig en kwam precies op tijd bij de berg om naar de zonsondergang te gaan kijken. Feilloos kon ik aan de zon zien hoe laat het was.
Soms droom ik van wonen aan zee. Kijken naar en lopen langs het water. Van schrijven en denken. Van rust en geen horloge. Van eten als ik honger krijg en slapen als ik moe ben. Niet omdat het moet van de klok en van mijn plichtsbesef, maar omdat ik het wil, het voel. Leven naar gevoel. Uren, minuten, dagen, weken, een maand. Tijd genoeg of tekort. Glipt het door mijn vingers… of hou ik tijd over? Toekomst, heden of verleden. Elke dag is anders. De tijd. Maar wat is tijd?
Met mezelf maak ik de afspraak om volgend weekend mijn horloge af te doen, de klokken stil te zetten en een heel weekend te leven alsof de tijd niet bestaat. Alsof alle tijd van mij is. En de tijd voorbij gaat in mijn ritme, mijn seconden, mijn minuten, mijn uren. En dan ga ik wandelen als ik voel dat ik naar buiten wil, eten als ik honger krijg, slapen als ik moe ben, vrijen als ik mijn lief dicht bij me voel en de aantrekkingskracht ontlaadt en schrijven als ik schrijven moet. Schrijven zonder tijd…… schrijven, schrijven, schrijven.