Liefde
respect
& vertrouwen
wonen altijd
in één huis
Verhalen en gedichten over liefde, verliefd zijn, geluk maar ook over angst, verdriet, tranen, de dood, herinneringen en alles wat met het leven te maken heeft. Om verliefd op te worden, mee te lezen, mee te leven...
Posts tonen met het label huis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label huis. Alle posts tonen
dinsdag 14 maart 2017
donderdag 27 december 2012
De bouwmarkt
Ik was het alweer vergeten. De winkel is veranderd. Het
slaat nergens op en ik kan en wil er gewoon niet aan wennen. De verf staat er
bij alsof je in een woonwinkel terecht gekomen bent. En precies dat wil ik dus
niet. Ik heb toch niet voor niks mijn spijkerbroek en slobbertrui aan. Ik ga
klussen vandaag en dus wil ik gewoon het gevoel hebben in een dito winkel te
zijn. Daar word ik namelijk gelukkig van.
Ik wil grote hoge rekken en geen sfeerverlichting. Ik wil
schroeven zien, bouten en moeren. Gereedschap, schroevendraaiers, hamers en beitels.
Houten palen waar je de splinters van verre ziet zitten. Kunststofrioolbuizen en
zwanenhalzen. Lijm in de meest achterlijke soorten zodat je als vrouw echt niet
weet wat je nodig hebt. En verf, maar dan gewoon alle blikken naast elkaar
alsof het een groot schilderspalet is waaruit je gewoon niet kunt kiezen. Ik
wil het gevoel hebben in een bouwmarkt te zijn. Het liefst waar bouwvakkers
rondlopen of toch op zijn minst de huis-tuin-en-keuken-doe-het-zelver. Als ik
sfeerplaatjes wilde, was ik wel gewoon naar een meubelboulevard gegaan. Op
zondag of liever nog op tweede kerstdag en dan in mijn nette kleding met hakken.
Vandaag is het genoeg geweest. De woonkamer is aan kant en
zelfs gezellig ook al hangt er nog niets aan de muren. Maar als je bij mij de
deur binnen komt, wil je het liefst weer omdraaien. Nou eigenlijk gebeurt dat
buiten al. Op de oprit, ook een groot woord overigens voor het plekje waar dan
ook maar net mijn auto past. Maar goed, op de oprit dus staan nog de kapotte
deuren, een kapot dakraam en zooi die de oude bewoners achter gelaten hebben. Aan
mijn keuken raam hangt een hartje met “Home sweet home” maar dat slaat in
combinatie met het tafereel buiten, natuurlijk nergens op. En als je dan binnen
bent dan is de hal nou ook niet het meest intieme gezellige tafereeltje. En het
toppunt vormt de trap. De trap waarop van die rare vloerbedekking dingen
opgeplakt zijn geweest en de sporen daarvan nog altijd zichtbaar zijn.
Lelijk vind ik ze. Spuuglelijk. Van die zelfde traptrede
gevallen. Halve maantjes heten ze, zie ik in de bouwmarkt. Verkeerde naam dus. Bij
de maan heb ik een romantisch gevoel maar dat krijg ik van deze maantjes toch
echt niet. En toch besluit ik er te kopen. Waarom koop je ze dan, kun je je afvragen.
Nou puur gemak dus. Het er gewoon simpel overheen plakken klinkt een stuk
sneller dan schuren en verven. En als we hier nou voor altijd zouden blijven
maar of dat gaat gebeuren… Ik gooi de donker grijze bijna zwarte
vloerbedekkinggevallen in het karretje en samen struinen we nog verder. Ik koop
een Stanleymes met extra mesjes en moertjes. En als de kers op de slagroom,
koop ik lijm.
Eenmaal thuis leg ik een “half maantje op de trap en kijk
er naar. Walgelijk. Dan loop ik naar boven waar ik nog zo’n trap heb. Alleen
met het verschil dat we daar de lijmresten nog vanaf gekrabd hebben. “Dat moet
wel hoor” zegt men maar gelukkig ben ik net zo eigenwijs als ik groot ben. Ik
ben een waardeloze doe-het-zelver maar doe het wel zelf dus bepaal ik ook zelf.
Dat is het voordeel er van. Ik leg een maantje op de trap en kijk of het werkt.
Of je er iets van ziet. Niet dus. Dan maak ik de trap zo schoon mogelijk maar
dan zonder de lijmresten weg te halen. Daarna
plak ik de maantje. Keurig snijd ik ze op maat. En dat de lijm er gewoon nog
zat…. Dat vertellen we lekker tegen niemand.
Dan neem ik een besluit. Ik ga de trap beneden verven.
Vanavond bel ik mijn vriendin en vraag of ik haar super sonische meest
geweldige schuurt echt alles en nog veel meer schuurmachine mag lenen. En het
eerst volgende weekend dat de kinderen er niet zijn, ga ik schilderen. Dan
slaap ik gewoon op de bank of plan na het schilderen een weekendje weg. En als
het dan klaar is……. dan zet ik misschien, heel misschien ook nog wel van die
geweldige teksten op.
zondag 23 december 2012
Een brievenbus vol
Verhuizen is ingrijpend. En schijnt voor stress te zorgen.
Maar met een checklist kom je volgens de diverse sites een heel eind. Maar wat
nou als je negen weken hebt om een huis te vinden en te verhuizen. Slik. Inderdaad……
dan loopt ineens alles niet meer volgens plan.
Ondertussen zijn we al weer twee weken verder. Het begint langzaam te wennen, maar uiteraard voor mijn gevoel niet snel genoeg. Dan bedenk ik me vandaag dat ik de brievenbus in het oude huis nog even moet legen. Daar merk ik dat het huis leeg is, leeg niet alleen in de zin van meubels maar leeg omdat ik besef dat ik er niet meer woon. Het tegendeel is de brievenbus. Die is vol, overvol. Vooral met folders en nutteloze informatie want de lieve kerstkaarten en welkom in het huis kaarten liggen elke dag in de nieuwe brievenbus. Ik doe de deur op slot en draai het slot tegen mijn gewoonte in nog een keer rond. Dan stap ik in de auto en rij naar huis.
Ik open een site en lees “twee tot drie maanden voor de
verhuizing”. Dat is 8 tot 12 weken en die heb ik niet. Ik lees verder naar “6
weken voor de verhuizing” en weer scrol ik maar verder. Eigenlijk kan ik de
halve lijst al afhandelen maar ook weer niet. Want voor bijna alles is het
nodig dat je weet waar je gaat wonen en dat weet ik nou precies dus nog niet.
Ik besluit alle lijsten voorlopig maar los te laten en
stort me op het zoeken naar een huis. Ik google en schrijf me overal op in. Ondertussen
probeer ik mijn hoofd omhoog te houden en zeg stellig tegen de kinderen dat het
allemaal best mee valt. “Maak je maar geen zorgen hoor, negen weken is
hartstikke lang” komt er zelfs overtuigend uit mijn mond. En jee wat ben ik
sterk ineens. Maar zoals zoveel, is ook dat uiterlijke schijn. Bij de
woningbouwvereniging sta ik al lang op de lijst maar verder dan één beschikbaar
huis dat misschien zou kunnen kom ik die week niet. Nu is één huis genoeg hoor,
begrijp me goed, maar ik schijn niet de enige te zijn die op zoek is. En om
daar nu met 217 gezinnen te gaan wonen is misschien een beetje veel. Ik struin
verder op internet en besluit mijn netwerk in te schakelen. Want “hoe meer ziel
hoe meer vreugd” en “je weet nooit hoe een koe een haas vangt”.
Mijn steun en toeverlaat als het om netwerken gaat,
reageert direct en via hem heb ik acuut een telefoonnummer van een leuke
makelaar te pakken. Deze lijkt niet eens verwonderd als ik bel en dus verdenk
ik vriendlief er van dat er ingefluisterd is. Heerlijk mensen die meedenken met
je. Nog enthousiaster wordt ik als de leuke makelaar binnen een half uur
terugbelt en ik nota bene op mijn verjaardag een bezichtiging heb. “Een huis voor
mijn verjaardag” wordt het niet. Ik heb volgens mij niet heel veel noten op
mijn zang maar daar moet ik wel heel veel stapelbedden kwijt wil ik het hele
spul onder brengen of ik moet de vlizotrap standaard naar beneden laten.
Daarbij twijfel ik over een kantoor in de trapkast. Maar ja negen weken…. Bijna
zeg ik ja. Uit nood. Dan blijkt dat ik er nog wel even over kan denken, de
verkoper wil in principe liever niet verhuren. En ik zoek verder…
De koe en de haas komen ineens ook om de hoek kijken want
wat schets mijn verbazing…. mijn trouwste lezers verwijzen me via via, en een week
later heb ik een getekende huurovereenkomst. Een last valt van mij af. Maar dan
krijg ik de sleutel en merk ik dat het er net even anders uitziet dan de
aardige volgens mij uit Amsterdam afkomstige eigenaar schetste. Thuis komt alle
stress eruit en ik jank mijn ogen bijna uit mijn hoofd. Ik zie het even niet
meer. Hoe krijg ik dat ooit goed? Ik heb één week en het “nieuwe huis” (dat
ouder is dan het oude huis maar dat terzijde) ziet er niet uit. De muren zijn
nicotinebruin en alles is vet. De week die ik had om in te pakken en nog een
wandje te behangen, wordt gevuld met schoonmaken, witten, schrobben, ontvetten,
ontnicotine-en ontgelen en zo meer. Elke dag zijn er lieve vrienden in de weer
en ik ben dankbaar en probeer vooral te overleven. Maar zo gauw iemand iets
aardigs zegt, komen de tranen. Ondertussen zijn we al weer twee weken verder. Het begint langzaam te wennen, maar uiteraard voor mijn gevoel niet snel genoeg. Dan bedenk ik me vandaag dat ik de brievenbus in het oude huis nog even moet legen. Daar merk ik dat het huis leeg is, leeg niet alleen in de zin van meubels maar leeg omdat ik besef dat ik er niet meer woon. Het tegendeel is de brievenbus. Die is vol, overvol. Vooral met folders en nutteloze informatie want de lieve kerstkaarten en welkom in het huis kaarten liggen elke dag in de nieuwe brievenbus. Ik doe de deur op slot en draai het slot tegen mijn gewoonte in nog een keer rond. Dan stap ik in de auto en rij naar huis.
woensdag 12 december 2012
't Huis
Het huis is
nog leeg
Niet met spullen, nee dat niet
Maar wel qua “ons verhaal”
Want dat is er nog niet
Het huis is ook zo vol
Vol met spullen en met dozen
En met een ander verleden
Dat ik zo graag wil lozen
Is het alsof ik iets van dat verleden
de kamer uitveeg
Maar met elke dag
Komt er een zin bij in “ons verhaal”
Dus steek ik de haard, wierook en een kaarsje aan
En misschien valt het dan wel mee
Niet met spullen, nee dat niet
Maar wel qua “ons verhaal”
Want dat is er nog niet
Het huis is ook zo vol
Vol met spullen en met dozen
En met een ander verleden
Dat ik zo graag wil lozen
Er hangt
hier nog van alles
Maar met
elke doos die ik leegIs het alsof ik iets van dat verleden
de kamer uitveeg
Het huis
moet nog wennen
Past nog
niet helemaalMaar met elke dag
Komt er een zin bij in “ons verhaal”
Het huis is
nog maar een huis
Ik mis in
het woord nog de “t”Dus steek ik de haard, wierook en een kaarsje aan
En misschien valt het dan wel mee
zondag 25 november 2012
De Storm
Het is half zes in de ochtend als ik wakker word. De wind
giert om het huis. In een flits vraag ik me af of alle ramen dicht zijn. Dan trek
ik het dekbed nog net iets hoger en draai me om. “Het slaapt lekker als het zo waait”
zei mijn moeder vroeger altijd, en ik heb dat zelfde gevoel. Mijn vader dacht
daar anders over. Die was bang van wind. Als kind moest ik daar om lachen. Zo’n
grote man, bang van de wind.
Heerlijk is het om met wind over het strand te lopen.
Alleen maar de wind langs je hoofd voelen en horen. Lopen tegen de wind in, je
haren wapperend naar achteren. Je handen diep in je zakken en alles uit je
hoofd laten waaien. Niets zeggen, alleen maar lopen. Je ene voet voor de
andere, tegen de wind in lopen. Aan niets denken. Alleen de zee horen. Eigenlijk
vooral alleen de wind horen. En dan later ergens warm naar binnen voor koffie
met slagroom want van chocolademelk hou ik niet. Een goed glas wijn of een
bijzonder glas bier mag natuurlijk ook. Vanochtend liep ik met de hond buiten.
De wind maakte weer even mijn hoofd leeg. En dat is nodig. Het stormt in mijn
hoofd. Er gebeurd zoveel in zo’n korte tijd. Elke dag maak ik lijstjes en zo
hou ik de controle. Maar af en toe heb ik het nodig om buiten te lopen en alles
weg te laten waaien. Mijn hoofd leeg te maken en alles wat onzin is vooral
buiten te laten. Even lopen in de wind, nergens aan denken, daar krijg je
nieuwe energie van.
Binnen zitten als het buiten zo waait. Binnen zitten en
weten dat je veilig bent, dat is ook heerlijk. Het geluid van de wind om je
huis heen horen. “Laat buiten de stormwind nu maar razen in het donker, want
binnen is het warm en licht en goed”. Boudewijn de Groot. De avond. Prachtige
tekst. “Hand in hand naar buiten kijken
waar de regen valt. Ik zie het vuur van hoop en twijfel in je ogen en ik ken je
diepste angst. Want je kunt niets zeker weten en alles gaat voorbij. Maar ik
geloof, ik geloof, ik geloof, ik geloof in jou en mij”. Is er iets mooier dan
dat. De storm buiten is altijd mooier als je binnen met zijn tweeën bent. Als
je de rust en het vertrouwen kunt hebben. De haard aan en dicht tegen elkaar
kunnen kruipen. Want dan is er geen angst en kan zelfs de ergste storm je niet
bang maken. Hoe anders is het met de stormen in jezelf.
Hoewel….. ooit waren we een weekend kamperen. Van vrijdag
tot maandag was de bedoeling. Met een klein tentje trokken we naar Duitsland en
streken neer op een camping aan de Moezel. We hadden nog geen kinderen maar wel
een hond en die ging dus mee. De andere gasten op de camping vonden het een
vermakelijk gezicht als we in de avond met zijn tweeën bij de barbecue zaten.
De hond braaf tussen ons in, wachtend tot zijn stukje vlees klaar was want
brokken hadden we niet meegenomen. In de avond dook de hond als eerste de tent
in, in de ochtend was hij als eerste wakker. Op zondag tegen de avond was de
vraag wat we zouden doen. Zoals altijd wilde ik het liefst langer blijven. Een
goed gevoel wil ik graag vasthouden. Het liefst de tijd stilzetten. We dronken
thee en luisterde naar de radio. Er zou regen komen. Met tegenzin gaf ik toe om
dan toch maar in te gaan pakken. Een natte tent morgen was dat ene nachtje ook
weer niet waard. Omdat mijn thee nog heet was, besloot ik alvast was kleding in
de auto op te ruimen.
En toen ging alles ineens heel snel. Terwijl de
achterklep van de auto nog openstond voelde ik een enorme windvlaag. Met moeite
drukte ik de klep naar beneden en probeerde de was nog bij elkaar te rapen. Ik
kon me amper rechtop houden zo sterk was de wind. Als in een waas greep ik de
hond en drukte ons tegen de auto aan. Ik zag mijn vriend de tent in duiken en
aan de stangen gaan hangen om de tent niet de lucht in te laten vliegen.
Voorovergebogen over de hond leek het alsof secondes uren duurden. Ik voelde
takken op mijn rug vallen en voelde water in mijn gezicht striemen. Ik kon
niets anders dan me zo met hond tegen de auto drukken en wachten tot het
voorbij zou gaan. En ineens was het over. Zo ineens als de wind gekomen was,
was het ook weer voorbij. Sinds die dag begrijp ik de angst van mijn vader voor
de wind.
Droog inpakken is niet meer gelukt. Kleddernat was alles.
Niet van de regen maar van het opspattende water door de wind. Mijn vriend had
geluk gehad, zagen we later. Een ijzeren dak van een boot een stukje verder op
was door de wind opgepakt en net achter ons tentje terecht gekomen. Onderweg
naar huis zagen we een lint van schade. Rechts zagen we rijen dikke bomen die als
luciferhoutjes geknakt waren. Maar aan de linkerkant leek het alsof er niets
gebeurd was.
Vanaf die dag kijk ik toch anders naar de wind. Begrijp
ik de angst van mijn vader. Maar het diepgewortelde gevoel van geborgenheid dat
mijn moeder mij bijbracht over de wind, zit ook in mij. Als er wind is luister
ik en bepaal of er reden voor angst is. Zo ook vanochtend. Dan trek ik het
dekbed nog wat hoger en nestel me in mijn warme bed. Deze wind valt wel mee
denk ik en ik val weer in slaap.
vrijdag 28 september 2012
Want iedereen verdient een morgen, een morgen om weer naar huis te gaan
Naar huis, over een uurtje moet ik echt thuis zijn bedenk
ik mij terwijl ik op mijn horloge kijk. Half 3, om vier uur heeft mijn dochter een
afspraak bij de kapper en ik heb nog wel het een en ander te doen. Maar voor nu
zit ik op de bij een bank in Lelystad en wacht ik geduldig tot alle papieren
geregeld zijn. Ongemerkt kijk ik om me heen en vraag me af wie er ook allemaal
mee te maken heeft…..
“Nee, niet in mijn familie” dacht ik de eerste keer toen
ik de vraag hoorde, “maar in mijn directe omgeving helaas meer dan me lief is”.
Wil iedereen die te maken heeft of heeft gehad met kanker opstaan, was de vraag
van Wethouder Meta Jacobs. Ik was bij een bijeenkomst waar een groep kinderen had
besloten om mee te fietsen tegen kanker.
Niet bij mijn ouders of familieleden. Hoewel mijn opa is
aan leukemie gestorven maar dat was voor ik geboren was. En de broer van mijn
vader maar dat was helemaal van voor mijn tijd. Wel in mijn directe omgeving.
Mijn overbuurman toen ik nog heel jong was. Vaak ben ik bij zijn vrouw gaan
theedrinken om de leegte wat draaglijker te maken. De andere overbuurman, 25
was hij met een gezin met jonge kinderen. Als hij ouder was geweest had hij nog
langer kunnen leven vanwege de celdeling. Hoe krom kan het leven zijn. De juf
op school waar ik zo veel contact mee had, de moeder van een jongetje bij ons
op de vereniging, de vader van een vriendinnetje van mijn dochter. De beste
vriendin van mijn schoonzus, haar broer en nu ook zijn vrouw. De vrouw van een
goede vriend van mijn moeder en toen zij genezen was, overleed hij binnen een
half jaar aan dezelfde ziekte. De kleinzoon van de opa en oma op de camping die
nu aan het vechten is. En dat is echt nog niet iedereen.
Zoveel mensen en nooit had ik er aan gedacht. Tot hij me
vroeg of ik donderdagochtend bij de eerste vergadering kon zijn. “Vergadering?
“ zei ik, “waarvan?” Een aparte manier van vragen of ik in het nieuwe bestuur
van KWF afdeling Lelystad wilde plaatsnemen. Even moest ik er over nadenken,
had ik genoeg tijd want als je iets doet, moet je het goed doen is mijn motto.
Het enthousiasme van de 2 mannen werkte aanstekelijk. En inmiddels zijn er al
heel wat plannen over tafel gegaan. Niet zomaar loze beloftes maar plannen met
inhoud. Het doet me goed, eindelijk kan ook ik mijn steentje bijdragen. Vorige
week was de collecteweek en liepen heel wat mensen deur aan deur voor een
bijdrage aan het KWF. Ieder met een eigen verhaal waarom ze zich willen
inzetten. Samen zijn we sterk. Onze jongste vrijwilliger is een meisje van 8
jaar. Alleen lopen mag ze niet, dat is niet veilig. Maar haar motivatie om te
lopen is zo sterk. Haar vader is overleden aan kanker en dus loopt haar moeder
met haar mee. Ze snapt er niets van dat er ook nog mensen zijn die niets willen
geven. Voor haar is dat zo ondenkbaar.
Inmiddels zijn alle collectebussen ingeleverd en voor ons
als bestuur betekent dat bijna de laatste fase van de collecte. Het was even wennen
dit jaar, alles was nieuw maar samen komen we er uit. De opbrengst is iets
lager dan die van vorig jaar maar met de 19.000 euro die we nu kunnen tellen
zijn we erg blij. We ruimen de spullen weer op, plannen een nieuwe datum om bij
een te komen en nemen allemaal wat lege
bussen mee voor evt. verjaardagen, bruiloften, evenementen. Ook die
mogelijkheden willen we promoten. Alleen de collecteweek is niet genoeg.
Hier zit ik dan, naast een koffer en een stuk of tien
lege collectebussen van het KWF. Op en bankje bij het kantoor van de bank wacht
ik geduldig tot mijn medebestuursleden de papieren hebben afgehandeld.
Onverwacht maakt hij een foto van mij. Het lijkt alsof ik wacht om op reis te
gaan. En onverwachts heeft die foto meer lading dan onze bedoeling is. Wij
strijden samen met vele andere vrijwilligers voor mensen met kanker. Mensen die
graag nog de reis van het leven willen afmaken maar waarvan zomaar opeens hun
reis een andere kant op gaat een andere bestemming heeft gekregen. Daar op het
bankje hoop ik dat onze hulp kan bijdragen aan het feit dat iedereen een morgen
verdient. Daar op het bankje hoop ik dat met deze bijdrage velen hun nieuwe
bestemming voorlopig nog niet bereiken maar terug kunnen keren naar huis. Naar
hun man, vrouw, kinderen, iedereen die ze lief is. Want iedereen verdient een
morgen, een morgen om weer naar huis te gaan.
Abonneren op:
Posts (Atom)