Posts tonen met het label huis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label huis. Alle posts tonen

donderdag 27 december 2012

De bouwmarkt

Ik was het alweer vergeten. De winkel is veranderd. Het slaat nergens op en ik kan en wil er gewoon niet aan wennen. De verf staat er bij alsof je in een woonwinkel terecht gekomen bent. En precies dat wil ik dus niet. Ik heb toch niet voor niks mijn spijkerbroek en slobbertrui aan. Ik ga klussen vandaag en dus wil ik gewoon het gevoel hebben in een dito winkel te zijn. Daar word ik namelijk gelukkig van.

Ik wil grote hoge rekken en geen sfeerverlichting. Ik wil schroeven zien, bouten en moeren. Gereedschap, schroevendraaiers, hamers en beitels. Houten palen waar je de splinters van verre ziet zitten. Kunststofrioolbuizen en zwanenhalzen. Lijm in de meest achterlijke soorten zodat je als vrouw echt niet weet wat je nodig hebt. En verf, maar dan gewoon alle blikken naast elkaar alsof het een groot schilderspalet is waaruit je gewoon niet kunt kiezen. Ik wil het gevoel hebben in een bouwmarkt te zijn. Het liefst waar bouwvakkers rondlopen of toch op zijn minst de huis-tuin-en-keuken-doe-het-zelver. Als ik sfeerplaatjes wilde, was ik wel gewoon naar een meubelboulevard gegaan. Op zondag of liever nog op tweede kerstdag en dan in mijn nette kleding met hakken.
Vandaag is het genoeg geweest. De woonkamer is aan kant en zelfs gezellig ook al hangt er nog niets aan de muren. Maar als je bij mij de deur binnen komt, wil je het liefst weer omdraaien. Nou eigenlijk gebeurt dat buiten al. Op de oprit, ook een groot woord overigens voor het plekje waar dan ook maar net mijn auto past. Maar goed, op de oprit dus staan nog de kapotte deuren, een kapot dakraam en zooi die de oude bewoners achter gelaten hebben. Aan mijn keuken raam hangt een hartje met “Home sweet home” maar dat slaat in combinatie met het tafereel buiten, natuurlijk nergens op. En als je dan binnen bent dan is de hal nou ook niet het meest intieme gezellige tafereeltje. En het toppunt vormt de trap. De trap waarop van die rare vloerbedekking dingen opgeplakt zijn geweest en de sporen daarvan nog altijd zichtbaar zijn.

Lelijk vind ik ze. Spuuglelijk. Van die zelfde traptrede gevallen. Halve maantjes heten ze, zie ik in de bouwmarkt. Verkeerde naam dus. Bij de maan heb ik een romantisch gevoel maar dat krijg ik van deze maantjes toch echt niet. En toch besluit ik er te kopen. Waarom koop je ze dan, kun je je afvragen. Nou puur gemak dus. Het er gewoon simpel overheen plakken klinkt een stuk sneller dan schuren en verven. En als we hier nou voor altijd zouden blijven maar of dat gaat gebeuren… Ik gooi de donker grijze bijna zwarte vloerbedekkinggevallen in het karretje en samen struinen we nog verder. Ik koop een Stanleymes met extra mesjes en moertjes. En als de kers op de slagroom, koop ik lijm.
Eenmaal thuis leg ik een “half maantje op de trap en kijk er naar. Walgelijk. Dan loop ik naar boven waar ik nog zo’n trap heb. Alleen met het verschil dat we daar de lijmresten nog vanaf gekrabd hebben. “Dat moet wel hoor” zegt men maar gelukkig ben ik net zo eigenwijs als ik groot ben. Ik ben een waardeloze doe-het-zelver maar doe het wel zelf dus bepaal ik ook zelf. Dat is het voordeel er van. Ik leg een maantje op de trap en kijk of het werkt. Of je er iets van ziet. Niet dus. Dan maak ik de trap zo schoon mogelijk maar dan zonder de lijmresten weg te halen.  Daarna plak ik de maantje. Keurig snijd ik ze op maat. En dat de lijm er gewoon nog zat…. Dat vertellen we lekker tegen niemand.
Dan neem ik een besluit. Ik ga de trap beneden verven. Vanavond bel ik mijn vriendin en vraag of ik haar super sonische meest geweldige schuurt echt alles en nog veel meer schuurmachine mag lenen. En het eerst volgende weekend dat de kinderen er niet zijn, ga ik schilderen. Dan slaap ik gewoon op de bank of plan na het schilderen een weekendje weg. En als het dan klaar is……. dan zet ik misschien, heel misschien ook nog wel van die geweldige teksten op.

zondag 23 december 2012

Een brievenbus vol

Verhuizen is ingrijpend. En schijnt voor stress te zorgen. Maar met een checklist kom je volgens de diverse sites een heel eind. Maar wat nou als je negen weken hebt om een huis te vinden en te verhuizen. Slik. Inderdaad…… dan loopt ineens alles niet meer volgens plan.

Ik open een site en lees “twee tot drie maanden voor de verhuizing”. Dat is 8 tot 12 weken en die heb ik niet. Ik lees verder naar “6 weken voor de verhuizing” en weer scrol ik maar verder. Eigenlijk kan ik de halve lijst al afhandelen maar ook weer niet. Want voor bijna alles is het nodig dat je weet waar je gaat wonen en dat weet ik nou precies dus nog niet.
Ik besluit alle lijsten voorlopig maar los te laten en stort me op het zoeken naar een huis. Ik google en schrijf me overal op in. Ondertussen probeer ik mijn hoofd omhoog te houden en zeg stellig tegen de kinderen dat het allemaal best mee valt. “Maak je maar geen zorgen hoor, negen weken is hartstikke lang” komt er zelfs overtuigend uit mijn mond. En jee wat ben ik sterk ineens. Maar zoals zoveel, is ook dat uiterlijke schijn. Bij de woningbouwvereniging sta ik al lang op de lijst maar verder dan één beschikbaar huis dat misschien zou kunnen kom ik die week niet. Nu is één huis genoeg hoor, begrijp me goed, maar ik schijn niet de enige te zijn die op zoek is. En om daar nu met 217 gezinnen te gaan wonen is misschien een beetje veel. Ik struin verder op internet en besluit mijn netwerk in te schakelen. Want “hoe meer ziel hoe meer vreugd” en “je weet nooit hoe een koe een haas vangt”.

Mijn steun en toeverlaat als het om netwerken gaat, reageert direct en via hem heb ik acuut een telefoonnummer van een leuke makelaar te pakken. Deze lijkt niet eens verwonderd als ik bel en dus verdenk ik vriendlief er van dat er ingefluisterd is. Heerlijk mensen die meedenken met je. Nog enthousiaster wordt ik als de leuke makelaar binnen een half uur terugbelt en ik nota bene op mijn verjaardag een bezichtiging heb. “Een huis voor mijn verjaardag” wordt het niet. Ik heb volgens mij niet heel veel noten op mijn zang maar daar moet ik wel heel veel stapelbedden kwijt wil ik het hele spul onder brengen of ik moet de vlizotrap standaard naar beneden laten. Daarbij twijfel ik over een kantoor in de trapkast. Maar ja negen weken…. Bijna zeg ik ja. Uit nood. Dan blijkt dat ik er nog wel even over kan denken, de verkoper wil in principe liever niet verhuren. En ik zoek verder…
De koe en de haas komen ineens ook om de hoek kijken want wat schets mijn verbazing…. mijn trouwste lezers verwijzen me via via, en een week later heb ik een getekende huurovereenkomst. Een last valt van mij af. Maar dan krijg ik de sleutel en merk ik dat het er net even anders uitziet dan de aardige volgens mij uit Amsterdam afkomstige eigenaar schetste. Thuis komt alle stress eruit en ik jank mijn ogen bijna uit mijn hoofd. Ik zie het even niet meer. Hoe krijg ik dat ooit goed? Ik heb één week en het “nieuwe huis” (dat ouder is dan het oude huis maar dat terzijde) ziet er niet uit. De muren zijn nicotinebruin en alles is vet. De week die ik had om in te pakken en nog een wandje te behangen, wordt gevuld met schoonmaken, witten, schrobben, ontvetten, ontnicotine-en ontgelen en zo meer. Elke dag zijn er lieve vrienden in de weer en ik ben dankbaar en probeer vooral te overleven. Maar zo gauw iemand iets aardigs zegt, komen de tranen. 

Ondertussen zijn we al weer twee weken verder. Het begint langzaam te wennen, maar uiteraard voor mijn gevoel niet snel genoeg. Dan bedenk ik me vandaag dat ik de brievenbus in het oude huis nog even moet legen. Daar merk ik dat het huis leeg is, leeg niet alleen in de zin van meubels maar leeg omdat ik besef dat ik er niet meer woon. Het tegendeel is de brievenbus. Die is vol, overvol. Vooral met folders en nutteloze informatie want de lieve kerstkaarten en welkom in het huis kaarten liggen elke dag in de nieuwe brievenbus. Ik doe de deur op slot en draai het slot tegen mijn gewoonte in nog een keer rond. Dan stap ik in de auto en rij naar huis.

 

woensdag 12 december 2012

't Huis

Het huis is nog leeg
Niet met spullen, nee dat niet
Maar wel qua “ons verhaal”
Want dat is er nog niet

Het huis is ook zo vol
Vol met spullen en met dozen
En met een ander verleden
Dat ik zo graag wil lozen
 
Er hangt hier nog van alles
Maar met elke doos die ik leeg
Is het alsof ik iets van dat verleden
de kamer uitveeg

Het huis moet nog wennen
Past nog niet helemaal
Maar met elke dag
Komt er een zin bij in “ons verhaal”

Het huis is nog maar een huis
Ik mis in het woord nog de “t”
Dus steek ik de haard, wierook en een kaarsje aan
En misschien valt het dan wel mee
 

 

zondag 25 november 2012

De Storm

Het is half zes in de ochtend als ik wakker word. De wind giert om het huis. In een flits vraag ik me af of alle ramen dicht zijn. Dan trek ik het dekbed nog net iets hoger en draai me om. “Het slaapt lekker als het zo waait” zei mijn moeder vroeger altijd, en ik heb dat zelfde gevoel. Mijn vader dacht daar anders over. Die was bang van wind. Als kind moest ik daar om lachen. Zo’n grote man, bang van de wind.
 
Heerlijk is het om met wind over het strand te lopen. Alleen maar de wind langs je hoofd voelen en horen. Lopen tegen de wind in, je haren wapperend naar achteren. Je handen diep in je zakken en alles uit je hoofd laten waaien. Niets zeggen, alleen maar lopen. Je ene voet voor de andere, tegen de wind in lopen. Aan niets denken. Alleen de zee horen. Eigenlijk vooral alleen de wind horen. En dan later ergens warm naar binnen voor koffie met slagroom want van chocolademelk hou ik niet. Een goed glas wijn of een bijzonder glas bier mag natuurlijk ook. Vanochtend liep ik met de hond buiten. De wind maakte weer even mijn hoofd leeg. En dat is nodig. Het stormt in mijn hoofd. Er gebeurd zoveel in zo’n korte tijd. Elke dag maak ik lijstjes en zo hou ik de controle. Maar af en toe heb ik het nodig om buiten te lopen en alles weg te laten waaien. Mijn hoofd leeg te maken en alles wat onzin is vooral buiten te laten. Even lopen in de wind, nergens aan denken, daar krijg je nieuwe energie van.
Binnen zitten als het buiten zo waait. Binnen zitten en weten dat je veilig bent, dat is ook heerlijk. Het geluid van de wind om je huis heen horen. “Laat buiten de stormwind nu maar razen in het donker, want binnen is het warm en licht en goed”. Boudewijn de Groot. De avond. Prachtige tekst.  “Hand in hand naar buiten kijken waar de regen valt. Ik zie het vuur van hoop en twijfel in je ogen en ik ken je diepste angst. Want je kunt niets zeker weten en alles gaat voorbij. Maar ik geloof, ik geloof, ik geloof, ik geloof in jou en mij”. Is er iets mooier dan dat. De storm buiten is altijd mooier als je binnen met zijn tweeën bent. Als je de rust en het vertrouwen kunt hebben. De haard aan en dicht tegen elkaar kunnen kruipen. Want dan is er geen angst en kan zelfs de ergste storm je niet bang maken. Hoe anders is het met de stormen in jezelf.
Hoewel….. ooit waren we een weekend kamperen. Van vrijdag tot maandag was de bedoeling. Met een klein tentje trokken we naar Duitsland en streken neer op een camping aan de Moezel. We hadden nog geen kinderen maar wel een hond en die ging dus mee. De andere gasten op de camping vonden het een vermakelijk gezicht als we in de avond met zijn tweeën bij de barbecue zaten. De hond braaf tussen ons in, wachtend tot zijn stukje vlees klaar was want brokken hadden we niet meegenomen. In de avond dook de hond als eerste de tent in, in de ochtend was hij als eerste wakker. Op zondag tegen de avond was de vraag wat we zouden doen. Zoals altijd wilde ik het liefst langer blijven. Een goed gevoel wil ik graag vasthouden. Het liefst de tijd stilzetten. We dronken thee en luisterde naar de radio. Er zou regen komen. Met tegenzin gaf ik toe om dan toch maar in te gaan pakken. Een natte tent morgen was dat ene nachtje ook weer niet waard. Omdat mijn thee nog heet was, besloot ik alvast was kleding in de auto op te ruimen.
En toen ging alles ineens heel snel. Terwijl de achterklep van de auto nog openstond voelde ik een enorme windvlaag. Met moeite drukte ik de klep naar beneden en probeerde de was nog bij elkaar te rapen. Ik kon me amper rechtop houden zo sterk was de wind. Als in een waas greep ik de hond en drukte ons tegen de auto aan. Ik zag mijn vriend de tent in duiken en aan de stangen gaan hangen om de tent niet de lucht in te laten vliegen. Voorovergebogen over de hond leek het alsof secondes uren duurden. Ik voelde takken op mijn rug vallen en voelde water in mijn gezicht striemen. Ik kon niets anders dan me zo met hond tegen de auto drukken en wachten tot het voorbij zou gaan. En ineens was het over. Zo ineens als de wind gekomen was, was het ook weer voorbij. Sinds die dag begrijp ik de angst van mijn vader voor de wind.
Droog inpakken is niet meer gelukt. Kleddernat was alles. Niet van de regen maar van het opspattende water door de wind. Mijn vriend had geluk gehad, zagen we later. Een ijzeren dak van een boot een stukje verder op was door de wind opgepakt en net achter ons tentje terecht gekomen. Onderweg naar huis zagen we een lint van schade. Rechts zagen we rijen dikke bomen die als luciferhoutjes geknakt waren. Maar aan de linkerkant leek het alsof er niets gebeurd was.
Vanaf die dag kijk ik toch anders naar de wind. Begrijp ik de angst van mijn vader. Maar het diepgewortelde gevoel van geborgenheid dat mijn moeder mij bijbracht over de wind, zit ook in mij. Als er wind is luister ik en bepaal of er reden voor angst is. Zo ook vanochtend. Dan trek ik het dekbed nog wat hoger en nestel me in mijn warme bed. Deze wind valt wel mee denk ik en ik val weer in slaap.

 

vrijdag 28 september 2012

Want iedereen verdient een morgen, een morgen om weer naar huis te gaan

Naar huis, over een uurtje moet ik echt thuis zijn bedenk ik mij terwijl ik op mijn horloge kijk. Half 3, om vier uur heeft mijn dochter een afspraak bij de kapper en ik heb nog wel het een en ander te doen. Maar voor nu zit ik op de bij een bank in Lelystad en wacht ik geduldig tot alle papieren geregeld zijn. Ongemerkt kijk ik om me heen en vraag me af wie er ook allemaal mee te maken heeft…..

“Nee, niet in mijn familie” dacht ik de eerste keer toen ik de vraag hoorde, “maar in mijn directe omgeving helaas meer dan me lief is”. Wil iedereen die te maken heeft of heeft gehad met kanker opstaan, was de vraag van Wethouder Meta Jacobs. Ik was bij een bijeenkomst waar een groep kinderen had besloten om mee te fietsen tegen kanker.
Niet bij mijn ouders of familieleden. Hoewel mijn opa is aan leukemie gestorven maar dat was voor ik geboren was. En de broer van mijn vader maar dat was helemaal van voor mijn tijd. Wel in mijn directe omgeving. Mijn overbuurman toen ik nog heel jong was. Vaak ben ik bij zijn vrouw gaan theedrinken om de leegte wat draaglijker te maken. De andere overbuurman, 25 was hij met een gezin met jonge kinderen. Als hij ouder was geweest had hij nog langer kunnen leven vanwege de celdeling. Hoe krom kan het leven zijn. De juf op school waar ik zo veel contact mee had, de moeder van een jongetje bij ons op de vereniging, de vader van een vriendinnetje van mijn dochter. De beste vriendin van mijn schoonzus, haar broer en nu ook zijn vrouw. De vrouw van een goede vriend van mijn moeder en toen zij genezen was, overleed hij binnen een half jaar aan dezelfde ziekte. De kleinzoon van de opa en oma op de camping die nu aan het vechten is. En dat is echt nog niet iedereen.
Zoveel mensen en nooit had ik er aan gedacht. Tot hij me vroeg of ik donderdagochtend bij de eerste vergadering kon zijn. “Vergadering? “ zei ik, “waarvan?” Een aparte manier van vragen of ik in het nieuwe bestuur van KWF afdeling Lelystad wilde plaatsnemen. Even moest ik er over nadenken, had ik genoeg tijd want als je iets doet, moet je het goed doen is mijn motto. Het enthousiasme van de 2 mannen werkte aanstekelijk. En inmiddels zijn er al heel wat plannen over tafel gegaan. Niet zomaar loze beloftes maar plannen met inhoud. Het doet me goed, eindelijk kan ook ik mijn steentje bijdragen. Vorige week was de collecteweek en liepen heel wat mensen deur aan deur voor een bijdrage aan het KWF. Ieder met een eigen verhaal waarom ze zich willen inzetten. Samen zijn we sterk. Onze jongste vrijwilliger is een meisje van 8 jaar. Alleen lopen mag ze niet, dat is niet veilig. Maar haar motivatie om te lopen is zo sterk. Haar vader is overleden aan kanker en dus loopt haar moeder met haar mee. Ze snapt er niets van dat er ook nog mensen zijn die niets willen geven. Voor haar is dat zo ondenkbaar.
Inmiddels zijn alle collectebussen ingeleverd en voor ons als bestuur betekent dat bijna de laatste fase van de collecte. Het was even wennen dit jaar, alles was nieuw maar samen komen we er uit. De opbrengst is iets lager dan die van vorig jaar maar met de 19.000 euro die we nu kunnen tellen zijn we erg blij. We ruimen de spullen weer op, plannen een nieuwe datum om bij een te komen en  nemen allemaal wat lege bussen mee voor evt. verjaardagen, bruiloften, evenementen. Ook die mogelijkheden willen we promoten. Alleen de collecteweek is niet genoeg.
Hier zit ik dan, naast een koffer en een stuk of tien lege collectebussen van het KWF. Op en bankje bij het kantoor van de bank wacht ik geduldig tot mijn medebestuursleden de papieren hebben afgehandeld. Onverwacht maakt hij een foto van mij. Het lijkt alsof ik wacht om op reis te gaan. En onverwachts heeft die foto meer lading dan onze bedoeling is. Wij strijden samen met vele andere vrijwilligers voor mensen met kanker. Mensen die graag nog de reis van het leven willen afmaken maar waarvan zomaar opeens hun reis een andere kant op gaat een andere bestemming heeft gekregen. Daar op het bankje hoop ik dat onze hulp kan bijdragen aan het feit dat iedereen een morgen verdient. Daar op het bankje hoop ik dat met deze bijdrage velen hun nieuwe bestemming voorlopig nog niet bereiken maar terug kunnen keren naar huis. Naar hun man, vrouw, kinderen, iedereen die ze lief is. Want iedereen verdient een morgen, een morgen om weer naar huis te gaan.