Posts tonen met het label storm. Alle posts tonen
Posts tonen met het label storm. Alle posts tonen

woensdag 2 december 2015

Seconde

In een enkele seconde
kan je wereld vergaan
Je kan vasthouden
maar wat heb je er aan

In een enkele seconde
van wit naar grijs
Nog niet toe aan zwart
maak ik mezelf wijs

In een enkele seconde
wordt de dag anders gekleurd
Alles is soms
in een seconde gebeurd


donderdag 9 juli 2015

Golven

De zee is woest
het water spat
De golven hoog
en alles nat

Tot het tij 
weer is gekeerd
En er weer 
een les is geleerd

woensdag 8 april 2015

Wind uit een 'verkeerde' richting

Ik voel me misselijk worden. Mijn maag trekt samen en het lijkt alsof er een waas voor mijn ogen trekt. Dapper neem ik een slok water en haal diep adem. Niet opletten, gewoon focussen nu. Maar het trekt niet weg. ‘Het is niet goed’ hamert het door mijn hoofd. Ik probeer er niet op te letten en kijk naar mijn scherm. Kom op, je kan het.

‘Kan dat?’ vraag ik me even later af. 'Ziek worden van een verkeerde beslissing.' Ziek van verlangen kan blijkbaar, anders was er geen uitdrukking van. Ziek van heimwee is ook bekend. Maar je zo slap en ziek voelen omdat je voelt dat je een verkeerde beslissing hebt genomen. Ik zou graag denken dat het niet kan maar mijn lijf vertelt mij wat anders. En dus probeer ik mezelf in te praten dat het geen verkeerde beslissing was maar de goede. Het zou alleen mooi zijn als ik nu mezelf nog zou geloven.
"even merk ik dat de boot richting terug vaart"
‘Je hebt het goed gedaan hoor meis’ appt later die dag mijn vriendinnetje. Acuut schieten de tranen in mijn ogen. ‘Dit is de enige manier’ schrijft ze. Ik weet het niet meer zo zeker. Mijn gevoel schudt zo met me heen en weer dat ik er wel zeeziek van moet worden. Een van mijn minder sterke kanten. Op een boot met wind vanuit een verkeerde richting. En precies zo voel ik me op dit moment.
Er waait een stevige wind, misschien kan ik zelfs wel zeggen een storm. Dat terwijl ik de boot op ging met prachtig weer. De boot is geweldig. Prachtig met een mengeling van nostalgie en toch zo modern. En stabiel. In mijn ogen is de boot heerlijk stabiel. En dus durf ik aan boord. Ik krijg deze keer niet eens de geijkte waarschuwingen. Vorige keer ging het niet goed, de keer daarvoor ook niet. Halverwege hield de tocht op, blijkbaar gingen we zonder dat ik het besefte de verkeerde kant op. Maar vorige keer was het beginpunt echt minder mooi.

Nu niet. Het water schittert en de zon schijnt. Er is net voldoende wind om het leven nog lekkerder te maken. Zacht schommelend varen we weg. Een intens geluk overvalt mij. Ik weet de route niet maar juist dat is zo heerlijk. Kijken waar je uitkomt en onderweg genieten van de tocht. Het leven is goed. Stabiel maar wel met nieuwsgierigheid naar wat we zullen tegenkomen. Alle ingrediënten zijn er. De zon schijnt op mijn gezicht en achter ons gaan de golven van ons verleden over in vlak water met enkel nog hier en daar een rimpeling.

Tot de wind ineens draait. Vanuit een voor mij onverwachte hoek komt een storm opzetten. Een storm die ik niet aan zag komen. Bij het eerste zuchtje wind zeg ik nog dapper dat we meedeinen, met het vertrouwen dat de wind weer zal gaan liggen. Je kunt je niet verzetten tegen de wind als je in een boot zit. Maar het meedeinen wordt binnen een paar uur een stevige wind. Nog met alle vertrouwen hou ik me vast en dapper varen we door. De stevige wind gaat over in een heuse storm en even merk ik dat de boot richting terug vaart. Heel even maar. Dan zakt de wind en schijnt de zon. En hoe gek dan ook, voel ik me weer gewoon gelukkig.  


Maar amper enkele uren later, als ik lig te slapen, blijkt dat de storm toch niet is gaan liggen. Ik weet niet of boot de zeilen heeft meegedraaid of er tegenin gegaan is. Ik weet niet wat goed zou zijn geweest. Twee dagen dein ik mee en hou ik me vast. Ik verzet me niet want verzetten heeft geen zin. Ik blijf overeind in een eindeloos vertrouwen dat de wind zal afnemen en we de zeilen onder controle krijgen. Tot ik de dreigende wolken zie. Ons bootje heeft het zwaar en ik besluit overboord te gaan om zo de boot de kans te geven de juiste kant op te varen. ‘Ik kan zwemmen, met mij komt het wel goed’ denk ik nog.

Eenmaal in het water lijkt alles van me af te vallen. Maar even later voel ik me misselijk worden. Omkijken heeft geen zin, de boot zal ik niet zien nu. 

Terug zwemmen lijkt geen goed plan. Ik vraag me af of ik de juiste beslissing genomen heb. ‘Je kon niet anders’ zegt mijn vriendinnetje en ook mijn steun en toeverlaat in boottochten geeft aan dat dit het enige is wat gedaan kon worden. Maar ik heb het gevoel dat de boot de verkeerde kant op gaat en dat zelf niet door heeft. Eenmaal in de haven kan ik niets anders doen dan me er bij neerleggen. Maar mijn ogen turen over het water en hopen dat de boot zal keren. En terwijl ik me afvraag hoe het met de boot gaat, steek ik nog een kaarsje op voor een veilige thuiskomst.

Ps de boot kan ook vervangen worden de berg. En op deze berg had ik boven kunnen komen. Waarom? Ik kan het je niet uitleggen. Misschien wel gewoon omdat er een soort van oergevoel in mij huist die fluistert dat dat zo is.


vrijdag 4 april 2014

Oorlog of vrede?

‘Er heerst een oorlog in mij’ zegt ze en kijkt wazig voor haar uit. ‘En in een oorlog zijn altijd alleen maar verliezers.  Maar ik weet niet wat ik moet doen om het te stoppen. Ik weet het niet. Het lijkt wel alsof alles wat ik had, aangevallen wordt. Ik wil het beschermen maar ik kan het niet. Ik kan niet eens mezelf beschermen zonder dat ik geraakt word.’ Ze kijkt me aan, verdriet en wanhoop in haar ogen. ‘Snap je wat ik bedoel?’ vraagt ze dan. En ik knik.

Ik ken het worstelen maar ik kan niet helpen. Niemand kan haar helpen als zij het niet toe laat. En toelaten betekent dat het pijn gaat doen. Heel erg pijn. Dus doet ze liever zich zelf pijn. Wat zou ik haar graag even vasthouden en zeggen dat alles goed komt. Maar komt het goed? Ik weet het niet omdat zij het bepaalt. Ze bepaalt of ze er met haar hart voor zal gaan of met haar verstand gaat kiezen. Zal ze de pijn toelaten of kiest ze voor de schijnveiligheid. Alleen weet ze zelf niet eens dat ze een keuze heeft.
't zijn niet mijn stappen die de grond zo doen trillen of...'
Ook in mij botst het. Het stormt. Ik kan blind varen op mijn gevoel maar dan in eens is er een  situatie waarbij ik zo aan mezelf twijfel omdat ik iets voel of weet maar dat het zo absurd is dat je het gewoon niet kunt geloven. Vol twijfels en vol vragen waar je eigenlijk gewoon een duidelijk antwoord op wilt hebben. Waar ik een antwoord op wil hebben maar wat onmogelijk is om te krijgen. Want wat de toekomst gaat brengen, weten we niet. Dan is het verwarrend. Ik wil grip krijgen zeker als de wereld om mij heen vervaagt. De vragen en antwoorden tollen door mijn hoofd en even weet ik niet meer of deze antwoorden gewoon komen of dat ik ze wens. Of ik wakker ben of droom. Of het oorlog is of vrede?

Het voordeel van storm is dat het opruimt. Dat de blaadjes van de bomen gerukt worden en ergens anders als mest de grond weer vruchtbaar maken. Even zijn de takken somber en droevig en vooral lijken ze zo kwetsbaar. Maar als ze overleven zullen ze voller bloeien dan ooit te voren.

Mijn storm raast door mij heen. Ik weet niet meer waar mijn twijfel, mijn twijfel is. Waar mijn angst, mijn angst is en even weet ik ook niet meer waar mijn vertrouwen in mijzelf gebleven is. Is mijn twijfel nu mijn of jouw twijfel of lopen onze wegen door elkaar? De angst die ik voel, wiens angst is dat? Mijn grenzen zijn dat eigenlijk wel grenzen. En waar zijn jouw grenzen? Waar ben jij? Mijn rust is verdwenen en ik voel de strijd die woedt. De strijd die niet mijn strijd is maar doordat ik mij zo verbonden voel met de anders alsnog mijn strijd geworden is. De grond trilt onder mijn voeten. Ik wil het wel stoppen maar het zijn niet mijn stappen die de grond zo doen trillen of toch wel? Verbaasd kijk ik om mij heen. Ik adem diep in en sluit mijn ogen. De oorlog maakt alleen slachtoffers. Dus laat het in hemelsnaam vrede zijn met alleen een paar flinke stormen want die overleef ik wel. Laat het maar eens echt stormen en laten alle takken maar eens kaal worden. Laat de boom kwetsbaar zijn maar echt. En laat dan in mei de boom weer gaan bloeien. Gaan bloeien als nooit daarvoor.





maandag 26 november 2012

De wind


De wind
waait 
alle
muizenissen
uit
mijn
hoofd
 
De storm
pakt het
nog
wat straffer
aan
en
zorgt
dat alleen
de
allerzoetste
herinneringen
blijven
bestaan

 

zondag 25 november 2012

De Storm

Het is half zes in de ochtend als ik wakker word. De wind giert om het huis. In een flits vraag ik me af of alle ramen dicht zijn. Dan trek ik het dekbed nog net iets hoger en draai me om. “Het slaapt lekker als het zo waait” zei mijn moeder vroeger altijd, en ik heb dat zelfde gevoel. Mijn vader dacht daar anders over. Die was bang van wind. Als kind moest ik daar om lachen. Zo’n grote man, bang van de wind.
 
Heerlijk is het om met wind over het strand te lopen. Alleen maar de wind langs je hoofd voelen en horen. Lopen tegen de wind in, je haren wapperend naar achteren. Je handen diep in je zakken en alles uit je hoofd laten waaien. Niets zeggen, alleen maar lopen. Je ene voet voor de andere, tegen de wind in lopen. Aan niets denken. Alleen de zee horen. Eigenlijk vooral alleen de wind horen. En dan later ergens warm naar binnen voor koffie met slagroom want van chocolademelk hou ik niet. Een goed glas wijn of een bijzonder glas bier mag natuurlijk ook. Vanochtend liep ik met de hond buiten. De wind maakte weer even mijn hoofd leeg. En dat is nodig. Het stormt in mijn hoofd. Er gebeurd zoveel in zo’n korte tijd. Elke dag maak ik lijstjes en zo hou ik de controle. Maar af en toe heb ik het nodig om buiten te lopen en alles weg te laten waaien. Mijn hoofd leeg te maken en alles wat onzin is vooral buiten te laten. Even lopen in de wind, nergens aan denken, daar krijg je nieuwe energie van.
Binnen zitten als het buiten zo waait. Binnen zitten en weten dat je veilig bent, dat is ook heerlijk. Het geluid van de wind om je huis heen horen. “Laat buiten de stormwind nu maar razen in het donker, want binnen is het warm en licht en goed”. Boudewijn de Groot. De avond. Prachtige tekst.  “Hand in hand naar buiten kijken waar de regen valt. Ik zie het vuur van hoop en twijfel in je ogen en ik ken je diepste angst. Want je kunt niets zeker weten en alles gaat voorbij. Maar ik geloof, ik geloof, ik geloof, ik geloof in jou en mij”. Is er iets mooier dan dat. De storm buiten is altijd mooier als je binnen met zijn tweeën bent. Als je de rust en het vertrouwen kunt hebben. De haard aan en dicht tegen elkaar kunnen kruipen. Want dan is er geen angst en kan zelfs de ergste storm je niet bang maken. Hoe anders is het met de stormen in jezelf.
Hoewel….. ooit waren we een weekend kamperen. Van vrijdag tot maandag was de bedoeling. Met een klein tentje trokken we naar Duitsland en streken neer op een camping aan de Moezel. We hadden nog geen kinderen maar wel een hond en die ging dus mee. De andere gasten op de camping vonden het een vermakelijk gezicht als we in de avond met zijn tweeën bij de barbecue zaten. De hond braaf tussen ons in, wachtend tot zijn stukje vlees klaar was want brokken hadden we niet meegenomen. In de avond dook de hond als eerste de tent in, in de ochtend was hij als eerste wakker. Op zondag tegen de avond was de vraag wat we zouden doen. Zoals altijd wilde ik het liefst langer blijven. Een goed gevoel wil ik graag vasthouden. Het liefst de tijd stilzetten. We dronken thee en luisterde naar de radio. Er zou regen komen. Met tegenzin gaf ik toe om dan toch maar in te gaan pakken. Een natte tent morgen was dat ene nachtje ook weer niet waard. Omdat mijn thee nog heet was, besloot ik alvast was kleding in de auto op te ruimen.
En toen ging alles ineens heel snel. Terwijl de achterklep van de auto nog openstond voelde ik een enorme windvlaag. Met moeite drukte ik de klep naar beneden en probeerde de was nog bij elkaar te rapen. Ik kon me amper rechtop houden zo sterk was de wind. Als in een waas greep ik de hond en drukte ons tegen de auto aan. Ik zag mijn vriend de tent in duiken en aan de stangen gaan hangen om de tent niet de lucht in te laten vliegen. Voorovergebogen over de hond leek het alsof secondes uren duurden. Ik voelde takken op mijn rug vallen en voelde water in mijn gezicht striemen. Ik kon niets anders dan me zo met hond tegen de auto drukken en wachten tot het voorbij zou gaan. En ineens was het over. Zo ineens als de wind gekomen was, was het ook weer voorbij. Sinds die dag begrijp ik de angst van mijn vader voor de wind.
Droog inpakken is niet meer gelukt. Kleddernat was alles. Niet van de regen maar van het opspattende water door de wind. Mijn vriend had geluk gehad, zagen we later. Een ijzeren dak van een boot een stukje verder op was door de wind opgepakt en net achter ons tentje terecht gekomen. Onderweg naar huis zagen we een lint van schade. Rechts zagen we rijen dikke bomen die als luciferhoutjes geknakt waren. Maar aan de linkerkant leek het alsof er niets gebeurd was.
Vanaf die dag kijk ik toch anders naar de wind. Begrijp ik de angst van mijn vader. Maar het diepgewortelde gevoel van geborgenheid dat mijn moeder mij bijbracht over de wind, zit ook in mij. Als er wind is luister ik en bepaal of er reden voor angst is. Zo ook vanochtend. Dan trek ik het dekbed nog wat hoger en nestel me in mijn warme bed. Deze wind valt wel mee denk ik en ik val weer in slaap.