Posts tonen met het label Flevoland Fietst Tegen Kanker. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Flevoland Fietst Tegen Kanker. Alle posts tonen

dinsdag 27 januari 2015

Niet zomaar een vlinder

‘Kijk’ zegt ze. Ik volg haar ogen naar de grond, durf ik bijna niet te ademen. Breekbaar en teer zit er een kleine blauwe vlinder. Heel zachtjes knielt ze en kijkt ademloos toe. Dan fladdert de vlinder en daalt neer op haar arm. Ik maak een foto en nog een. Nog wat dichter bij. Haar hand gaat naar de vlinder en wonderbaarlijk stapt hij over op haar vinger. Nog nooit heb ik een vlinder van zo dicht bij gefotografeerd.  Minuten verstrijken, de wereld staat stil. Zij en ik en de vlinder en het uitzicht vanaf de Alp D’Huez.

Het is donderdag rond het middaguur als we besluiten om even wat te drinken. Zelf overeind blijven is een must wil je anderen kunnen helpen. En daarvoor zijn we hier. Anderen helpen om hun doel te bereiken. Om één, twee keer of wel zes keer naar boven te fietsen. Alle 21 bochten door, steil en zonder genade. Juichende mensen die je er doorheen slepen. Natte sponsen, bekertjes water worden aangereikt. Moed ingesproken en ‘Hermannetjes’ gegeven. Een duwtje in de rug om door te gaan. Want daarvoor ben je hier. Doorgaan omdat opgeven geen optie is. Je doet het niet voor jezelf of misschien juist wel? Maar altijd is er de verbindende factor. Kanker, ziek zijn, verlies, dood en heel soms vier je hier de overwinning. Dat jij een van de gelukkige bent die kunnen zeggen: ‘Ik heb het overleefd.’
'zij is haar neefje verloren, pas 7 jaar oud' 
Zij is een van de 100 leerlingen die mee doen met Flevoland Fietst Tegen Kanker. Een project waarbij leerlingen van diverse middelbare scholen de Alp op fietsen en een week lang vrijwilligerswerk doen. Iets doen voor een ander met weer als verbindende factor die ziekte waarvan we hopen dat ze er ooit niet meer zal zijn. Stuk voor stuk hebben ze verloren. Van dichtbij of iets verder af de strijd meegemaakt. En nu zijn ze hier, alle 100. Zij is haar neefje verloren, pas 7 jaar oud. Niet aan kanker maar aan een spierziekte. ‘Maar als we kanker nou eerst aanpakken en zorgen dat daar een medicijn voor is, kunnen we daarna verder gaan met andere ziektes’ dacht ze en schreef zich in voor het project.

Maar nu zit ze er doorheen. Een week vol emotie. Vanaf het moment dat je de bus instapt, de voorbereiding, het fietsen. De bezinningsavond en dan het helpen in de bochten. Keer op keer wordt je geconfronteerd met het verdriet van je zelf en van een ander. We pakken ons flesje water en lopen een stukje verder, uit de drukte, naar de rand van de bocht. Ze heeft het even nodig nu. Stilte, want soms hoef je niets te zeggen. En ineens is daar de vlinder. De vlinder die haar zo bekend is. En terwijl het in de bocht druk is, is het hier sereen stil. Als na minuten de vlinder weg fladdert, zie ik een traan in haar ogen. ‘Zo’n vlinder heeft mijn oom laten tatoeëren toen mijn neefje overleed’ zegt ze zacht. Haar neefje dat overleed aan een spierziekte, haar neefje voor wie ze hier is. Het verdriet in haar familie waardoor ze dacht ‘Ik ga mee’. Haar neefje, de Alp en de blauwe vlinder… en we weten allebei dat toeval geen toeval is.





dinsdag 11 juni 2013

Missie geslaagd

Hij is even stil. Zijn laatste zin hangt nog in de lucht. Dan pakt hij een kaarsje van de tafel naast hem en steekt het aan. Langzaam loopt hij naar het hart in het midden en zet zijn kaarsje neer. Hardop zegt hij de naam van de vrouw voor wie hij zijn kaarsje neerzet. Achter hem staat een jongen die hetzelfde doet, ook hij noemt degene voor wie hij hier is. Traag komt er beweging in de kring om hen heen. Eén voor één volgen ze zijn voorbeeld. Ieder met hun eigen verhaal, hun eigen kaarsje, eigen verdriet en gemis.

Terug in de kring slaat zij een arm om haar vriendin. Ze huilen geluidloos in elkaars armen. Naast hen staat een man, zijn ogen worden vochtig. Hij slikt, maar zijn tranen winnen terrein. Dat is niet erg, dat mag. Iedereen berijpt hem, iedereen voelt met hem mee. Dat is waarom ze hier zijn. Morgen is het dan eindelijk zover. Dan fietsen zij de Alp op. Dan kunnen ze eindelijk iets doen in plaats van machteloos toekijken. Want iets doen, daar draait het hier om.
Meer dan 100 pubers van vier verschillende scholen in Flevoland fietsen samen tegen kanker. Weken, maanden hebben ze sponsors gezocht en geld opgehaald. Ze hebben getraind en afgezien. Maar dat was niks met wat ze morgen gaan doen. Vier verschillende scholen, verschillende klassen, verschillende leeftijden. De meeste van de groep kennen ze niet eens. Vijftien uur zaten ze in de bus. Weken trainden ze, vele uren zaten ze op de fiets, de een nog meer dan de ander. Nu staat er op de camping onder aan de Alp D’Huez een veld vol tenten en mobiele keukens, een trailer vol met fietsen. Een vrachtwagen vol met eten. Alles gesponsord. Elke keer weer moest ik een brok in mijn keel wegslikken als een bedrijf ‘gewoon’ zei: ‘Dat sponsoren wij wel’. Chauffeurs die een weekend of een week blijven en een familiefeest voorbij laten gaan. Gewoon om deze leerlingen te helpen. Iets voor elkaar doen bestaat gelukkig nog steeds en dat is mooi.

Dan is het zondagochtend 9 uur, het ontbijt staat klaar. Er wordt nerveus gelachen. Een meisje loopt in trance een uur voor vertrek nog steeds in pyjama over het veld. Ze zijn verschillend en doen dit allemaal op hun eigen manier met hun eigen emotie maar tegelijk zijn ze er allemaal voor elkaar. Ouders kijken toe of geven nog tips. Sommige ouders zijn hier om te kijken en ze te onthalen straks boven op de Alp. Maar dat is helaas niet voor elke leerling weggelegd. Terwijl we een uur later wachten op het busje dat ons naar ‘onze bocht’ brengt denkt het meisje naast mij aan haar moeder. Ze verteld dat ze zo graag zelf had willen fietsen, maar dat haar knie dat niet toe laat. Ze heeft al verloren en het onvermijdelijke hangt in de lucht. Heel stilletjes draagt ze haar verdriet en steunt haar vriendinnen die vandaag fietsen. ‘Wij fietsen ook voor jou hoor’ zeggen ze tegen haar voor ze de berg op gaan. Ze knikt stilletjes en er verschijnt een glimlach op haar gezicht. Wat zou ik graag iets voor haar doen.
De één ploetert nog harder dan de ander en waar de een na iets meer dan een uur boven is, vecht de ander zijn strijd in 3,5 uur. Maar allemaal halen ze het. ‘Ik kon echt niet meer maar toen dacht ik, zij vecht ook door, dus vecht ik ook gewoon door. Opgeven is geen optie’ zegt hij tegen het meisje naast hem. Ze knikt, ze weet wat hij bedoelt. Een aantal begeleiders fietsen heen en weer. Er wordt meegelopen, toegesproken en een ‘Hermannetje’ gegeven. We helpen met drinken, eten, woorden en morele steun. ‘Kom op  topper, je kunt het, je bent er bijna kanjer.‘ Er worden fietsen gerepareerd en tranen gehuild. Tranen van pijn, van opluchting, van vreugde en verdriet. Alle emoties lopen door elkaar. Alles is één vandaag. De groep en de emotie.

Nu schijnt de zon en in groepjes zijn ze naar het dorp of liggen bij het zwembad. Maar we zijn nog niet klaar. We komen niet alleen voor ons zelf. Morgen gaan er 3.000 mensen de alp op, de dag erna nog eens 5.000. En wij, wij helpen ze mee naar boven. We vlaggen in bochten zodat ze veilig kunnen fietsen. We roepen en duwen, we delen water en bouillon uit en geven natte sponsen aan. Voor het vlaggen krijgen we strakjes nog een instructie. En vlak daarvoor vraagt een van de docenten aan zijn groep wie er morgen wil helpen bij de start. Klein detail; je moet er om 2 uur in de nacht al staan. De groep knikt en zij luistert heel aandachtig. Dan deelt de docent een papier uit en vraagt of ze zelf groepjes willen maken. ‘En ga nou niet standaard bij iemand van je eigen groep maar kies eens iemand anders’ zegt hij. Haar wenkbrauwen gaan omhoog. ‘Maar meester’, zegt ze, ‘We zijn toch één groep!’

Ik glimlach met tranen in mijn ogen en denk MISSIE GESLAAGD.