Posts tonen met het label Alp D'Huzes. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Alp D'Huzes. Alle posts tonen

dinsdag 31 mei 2016

Hart

De zon vertelt
in haar licht
het verhaal 
van boven
En in een hart
laat ze ons
weer simpel
in onszelf 
geloven. 

zaterdag 30 mei 2015

Dichter bij de hemel

Hij zet een kaarsje neer voor haar
Zij die altijd in zijn gedachte zal zijn
Die hij los heeft moeten laten
Ondanks al het verdriet en alle pijn

Hij zet een kaarsje neer voor haar
Voor haar die hij nu nooit meer ziet
En dan fiets hij naar boven
Want dichter bij de hemel kan hij niet


Nooit meer zoals toen

Ik denk aan jou
aan toen je er nog was
hier dicht bij mij
Ik denk aan jou
want  aan jou denken
maakt mij weer even blij
Maar ook verdietig
omdat ik je zo mis
Omdat het sindsdien
gewoon toch niet meer
hetzelfde is. 



dinsdag 27 januari 2015

Niet zomaar een vlinder

‘Kijk’ zegt ze. Ik volg haar ogen naar de grond, durf ik bijna niet te ademen. Breekbaar en teer zit er een kleine blauwe vlinder. Heel zachtjes knielt ze en kijkt ademloos toe. Dan fladdert de vlinder en daalt neer op haar arm. Ik maak een foto en nog een. Nog wat dichter bij. Haar hand gaat naar de vlinder en wonderbaarlijk stapt hij over op haar vinger. Nog nooit heb ik een vlinder van zo dicht bij gefotografeerd.  Minuten verstrijken, de wereld staat stil. Zij en ik en de vlinder en het uitzicht vanaf de Alp D’Huez.

Het is donderdag rond het middaguur als we besluiten om even wat te drinken. Zelf overeind blijven is een must wil je anderen kunnen helpen. En daarvoor zijn we hier. Anderen helpen om hun doel te bereiken. Om één, twee keer of wel zes keer naar boven te fietsen. Alle 21 bochten door, steil en zonder genade. Juichende mensen die je er doorheen slepen. Natte sponsen, bekertjes water worden aangereikt. Moed ingesproken en ‘Hermannetjes’ gegeven. Een duwtje in de rug om door te gaan. Want daarvoor ben je hier. Doorgaan omdat opgeven geen optie is. Je doet het niet voor jezelf of misschien juist wel? Maar altijd is er de verbindende factor. Kanker, ziek zijn, verlies, dood en heel soms vier je hier de overwinning. Dat jij een van de gelukkige bent die kunnen zeggen: ‘Ik heb het overleefd.’
'zij is haar neefje verloren, pas 7 jaar oud' 
Zij is een van de 100 leerlingen die mee doen met Flevoland Fietst Tegen Kanker. Een project waarbij leerlingen van diverse middelbare scholen de Alp op fietsen en een week lang vrijwilligerswerk doen. Iets doen voor een ander met weer als verbindende factor die ziekte waarvan we hopen dat ze er ooit niet meer zal zijn. Stuk voor stuk hebben ze verloren. Van dichtbij of iets verder af de strijd meegemaakt. En nu zijn ze hier, alle 100. Zij is haar neefje verloren, pas 7 jaar oud. Niet aan kanker maar aan een spierziekte. ‘Maar als we kanker nou eerst aanpakken en zorgen dat daar een medicijn voor is, kunnen we daarna verder gaan met andere ziektes’ dacht ze en schreef zich in voor het project.

Maar nu zit ze er doorheen. Een week vol emotie. Vanaf het moment dat je de bus instapt, de voorbereiding, het fietsen. De bezinningsavond en dan het helpen in de bochten. Keer op keer wordt je geconfronteerd met het verdriet van je zelf en van een ander. We pakken ons flesje water en lopen een stukje verder, uit de drukte, naar de rand van de bocht. Ze heeft het even nodig nu. Stilte, want soms hoef je niets te zeggen. En ineens is daar de vlinder. De vlinder die haar zo bekend is. En terwijl het in de bocht druk is, is het hier sereen stil. Als na minuten de vlinder weg fladdert, zie ik een traan in haar ogen. ‘Zo’n vlinder heeft mijn oom laten tatoeëren toen mijn neefje overleed’ zegt ze zacht. Haar neefje dat overleed aan een spierziekte, haar neefje voor wie ze hier is. Het verdriet in haar familie waardoor ze dacht ‘Ik ga mee’. Haar neefje, de Alp en de blauwe vlinder… en we weten allebei dat toeval geen toeval is.





dinsdag 11 juni 2013

Missie geslaagd

Hij is even stil. Zijn laatste zin hangt nog in de lucht. Dan pakt hij een kaarsje van de tafel naast hem en steekt het aan. Langzaam loopt hij naar het hart in het midden en zet zijn kaarsje neer. Hardop zegt hij de naam van de vrouw voor wie hij zijn kaarsje neerzet. Achter hem staat een jongen die hetzelfde doet, ook hij noemt degene voor wie hij hier is. Traag komt er beweging in de kring om hen heen. Eén voor één volgen ze zijn voorbeeld. Ieder met hun eigen verhaal, hun eigen kaarsje, eigen verdriet en gemis.

Terug in de kring slaat zij een arm om haar vriendin. Ze huilen geluidloos in elkaars armen. Naast hen staat een man, zijn ogen worden vochtig. Hij slikt, maar zijn tranen winnen terrein. Dat is niet erg, dat mag. Iedereen berijpt hem, iedereen voelt met hem mee. Dat is waarom ze hier zijn. Morgen is het dan eindelijk zover. Dan fietsen zij de Alp op. Dan kunnen ze eindelijk iets doen in plaats van machteloos toekijken. Want iets doen, daar draait het hier om.
Meer dan 100 pubers van vier verschillende scholen in Flevoland fietsen samen tegen kanker. Weken, maanden hebben ze sponsors gezocht en geld opgehaald. Ze hebben getraind en afgezien. Maar dat was niks met wat ze morgen gaan doen. Vier verschillende scholen, verschillende klassen, verschillende leeftijden. De meeste van de groep kennen ze niet eens. Vijftien uur zaten ze in de bus. Weken trainden ze, vele uren zaten ze op de fiets, de een nog meer dan de ander. Nu staat er op de camping onder aan de Alp D’Huez een veld vol tenten en mobiele keukens, een trailer vol met fietsen. Een vrachtwagen vol met eten. Alles gesponsord. Elke keer weer moest ik een brok in mijn keel wegslikken als een bedrijf ‘gewoon’ zei: ‘Dat sponsoren wij wel’. Chauffeurs die een weekend of een week blijven en een familiefeest voorbij laten gaan. Gewoon om deze leerlingen te helpen. Iets voor elkaar doen bestaat gelukkig nog steeds en dat is mooi.

Dan is het zondagochtend 9 uur, het ontbijt staat klaar. Er wordt nerveus gelachen. Een meisje loopt in trance een uur voor vertrek nog steeds in pyjama over het veld. Ze zijn verschillend en doen dit allemaal op hun eigen manier met hun eigen emotie maar tegelijk zijn ze er allemaal voor elkaar. Ouders kijken toe of geven nog tips. Sommige ouders zijn hier om te kijken en ze te onthalen straks boven op de Alp. Maar dat is helaas niet voor elke leerling weggelegd. Terwijl we een uur later wachten op het busje dat ons naar ‘onze bocht’ brengt denkt het meisje naast mij aan haar moeder. Ze verteld dat ze zo graag zelf had willen fietsen, maar dat haar knie dat niet toe laat. Ze heeft al verloren en het onvermijdelijke hangt in de lucht. Heel stilletjes draagt ze haar verdriet en steunt haar vriendinnen die vandaag fietsen. ‘Wij fietsen ook voor jou hoor’ zeggen ze tegen haar voor ze de berg op gaan. Ze knikt stilletjes en er verschijnt een glimlach op haar gezicht. Wat zou ik graag iets voor haar doen.
De één ploetert nog harder dan de ander en waar de een na iets meer dan een uur boven is, vecht de ander zijn strijd in 3,5 uur. Maar allemaal halen ze het. ‘Ik kon echt niet meer maar toen dacht ik, zij vecht ook door, dus vecht ik ook gewoon door. Opgeven is geen optie’ zegt hij tegen het meisje naast hem. Ze knikt, ze weet wat hij bedoelt. Een aantal begeleiders fietsen heen en weer. Er wordt meegelopen, toegesproken en een ‘Hermannetje’ gegeven. We helpen met drinken, eten, woorden en morele steun. ‘Kom op  topper, je kunt het, je bent er bijna kanjer.‘ Er worden fietsen gerepareerd en tranen gehuild. Tranen van pijn, van opluchting, van vreugde en verdriet. Alle emoties lopen door elkaar. Alles is één vandaag. De groep en de emotie.

Nu schijnt de zon en in groepjes zijn ze naar het dorp of liggen bij het zwembad. Maar we zijn nog niet klaar. We komen niet alleen voor ons zelf. Morgen gaan er 3.000 mensen de alp op, de dag erna nog eens 5.000. En wij, wij helpen ze mee naar boven. We vlaggen in bochten zodat ze veilig kunnen fietsen. We roepen en duwen, we delen water en bouillon uit en geven natte sponsen aan. Voor het vlaggen krijgen we strakjes nog een instructie. En vlak daarvoor vraagt een van de docenten aan zijn groep wie er morgen wil helpen bij de start. Klein detail; je moet er om 2 uur in de nacht al staan. De groep knikt en zij luistert heel aandachtig. Dan deelt de docent een papier uit en vraagt of ze zelf groepjes willen maken. ‘En ga nou niet standaard bij iemand van je eigen groep maar kies eens iemand anders’ zegt hij. Haar wenkbrauwen gaan omhoog. ‘Maar meester’, zegt ze, ‘We zijn toch één groep!’

Ik glimlach met tranen in mijn ogen en denk MISSIE GESLAAGD.


woensdag 1 mei 2013

Ga toch fietsen

Vandaag koop ik zijn boek en dan neem ik het mee naar de Alp. Want waar kan ik zijn boek nu beter lezen dan daar.

Ik wist het meteen, niet waarom maar wel dat het moest. En dus maakten we een afspraak, gewoon omdat het vanzelfsprekend was. Een paar dagen na die afspraak lees ik zijn blog met een hele brede glimlach op mijn gezicht. Ik zie Thomas voor me zoals hij vol overgave over het blog vertelde aan mijn keukentafel. Ik zie zijn zoon daar rennen over het voetbalveld. Ik voel de spanning en hoor het juichen. Een half uurtje later lees ik het gewoon nog een keer. Daarna scrol ik door op de pagina, ik lees wat en scrol verder tot mijn oog valt op een naam; ‘Edwin van der Aa’. Ik hap naar adem en krijg het kippenvel op mijn hele lijf. Ik ken Edwin, nou ja… kende. Oppervlakkig dat wel. De wereld is klein, dat merk ik elke dag weer. Hij is de vader van een vriendinnetje van mijn dochter toen ze nog op de vorige school zat. En dus wist ik dat hij ziek was. Erg ziek. Maar toen ging zij naar een andere school, en zoals dat gaat met meiden op die leeftijd, verwaterde hun contact en kreeg ook ik niet zoveel meer mee en zag ik hem en zijn vrouw niet meer op het schoolplein.

Tot mijn dochter op een dag vertelde dat hij er voor gekozen had om te stoppen. Zijn leven was geen leven meer, het was klaar. Zomaar even vertelde ze het, terwijl ik brood stond te smeren voor de broodtrommels die dag. De tijd stond stil, ik hapte naar adem terwijl het mes in mijn handen halverwege in de lucht bleef hangen. Langzaam draaide ik me om en vroeg, waarschijnlijk alleen maar om het echt door te laten dringen, wat ze zo juist vertelde. Ze vertelde het zomaar, in één zin zoals alleen kinderen dat kunnen doen. Niet omdat het ze niet interesseert. Waarschijnlijk was ze er al dagen mee bezig, misschien ook niet. Ik weet het niet en het doet er niet toe. Wat ze zei deed er toe, wat er gebeurde deed er toe. Dat hij  had moeten opgeven, dat deed er toe. En niet zo’n beetje ook.
Nu zit ik op de bank en lees tussen de blogs van Thomas de brief van Edwin aan Thomas. Even staat de tijd stil en sta ik op het schoolplein naast Edwin te praten over koetjes en kalfjes, de gewone dingen van het leven. Al jaren weet ik dat het leven oneerlijk is. Teveel mooie mensen worden ons ontnomen en wij staan machteloos aan de kant. Genoeg heb ik er van, machteloos moeten toekijken. Te vaak heb ik van een afstand toegekeken. Nooit was het heel dicht bij, maar veel te vaak was het niet ver genoeg weg.

Inmiddels probeer ik mijn steentje bij te dragen door me in te zetten voor KWF. Kinderen te motiveren om ook hun steentje bij te dragen en in juni ga ik naar de Alp D’HuZes. Ik ga niet fietsen maar 150 kinderen ondersteunen die dat wel gaan doen. Ze motiveren en helpen. Ze laten zien dat er nog genoeg mooie mensen zijn die met hun bijdrage willen leveren. Die een mobiele keuken ter beschikking stellen, die een vrachtauto regelen om de fietsen te brengen of die hun laatste beetje wat ze hebben, liever geven aan een goed doel. Die meevechten met iedereen die ziek is. Die niet zomaar opgeven. Want opgeven is geen optie.

Vandaag koop ik zijn boek en dan neem ik het mee naar de Alp. Want waar kan ik zijn boek nu beter lezen dan daar. Ik wist het meteen, niet waarom maar wel dat het moest. Nu weet ik waarom en waarom het zo vanzelfsprekend was.

Dank je wel Thomas, voor het schrijven van je boek en zo het bij elkaar brengen van mensen.