Je bent mijn voorbeeld
mijn steun en toeverlaat
ik kan op je rekenen
's morgens vroeg of 's avonds laat
En al is dat voor jou
misschien heel gewoon
je bent een fijne vader
en ik je trotse zoon
Verhalen en gedichten over liefde, verliefd zijn, geluk maar ook over angst, verdriet, tranen, de dood, herinneringen en alles wat met het leven te maken heeft. Om verliefd op te worden, mee te lezen, mee te leven...
Posts tonen met het label familie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label familie. Alle posts tonen
vrijdag 9 juni 2017
dinsdag 14 maart 2017
donderdag 21 april 2016
Liefde
Ik hou van jou, van hem, van haar
Mijn gevoelens lopen soms door elkaar
Ik hou van een vriend en een vriendin
En van degene die ik bemin
Van mijn kinderen altijd
Die liefde wil ik nooit meer kwijt
Van degene die ooit in mijn leven was
Hoeveel merkte ik later pas
Van mijn familie groot en klein
Zo blij dat ze in mijn leven zijn zijn
Liefde in verschillende vorm
Zonder speciale regels of norm
Speciale plekjes in mij hart
En liefde die mij soms verwart
Voor degene die mijn hart raakt
Liefde die mij gelukkig maakt
donderdag 17 december 2015
Een vuurpijl voor jou
Kerst, lichtjes, eten
familie en gezelligheid
het kan je niet bekoren
Want degene van wie je houdt
heb jij verloren
Herinner ze ook met kerst
in lief en in leed
Bij elk kaarsje dat je brandt
Bij elk kransje dat je eet
En stuur dan op oudjaardag
Met de wensen die je wil beloven
Een vuurpijl vanuit je hart
Recht naar boven
dinsdag 27 januari 2015
Niet zomaar een vlinder
‘Kijk’ zegt ze.
Ik volg haar ogen naar de grond, durf ik bijna niet te ademen. Breekbaar en
teer zit er een kleine blauwe vlinder. Heel zachtjes knielt ze en kijkt
ademloos toe. Dan fladdert de vlinder en daalt neer op haar arm. Ik maak een
foto en nog een. Nog wat dichter bij. Haar hand gaat naar de vlinder en
wonderbaarlijk stapt hij over op haar vinger. Nog nooit heb ik een vlinder van
zo dicht bij gefotografeerd. Minuten
verstrijken, de wereld staat stil. Zij en ik en de vlinder en het uitzicht
vanaf de Alp D’Huez.
Het is donderdag
rond het middaguur als we besluiten om even wat te drinken. Zelf overeind
blijven is een must wil je anderen kunnen helpen. En daarvoor zijn we hier.
Anderen helpen om hun doel te bereiken. Om één, twee keer of wel zes keer naar
boven te fietsen. Alle 21 bochten door, steil en zonder genade. Juichende
mensen die je er doorheen slepen. Natte sponsen, bekertjes water worden
aangereikt. Moed ingesproken en ‘Hermannetjes’ gegeven. Een duwtje in de rug om
door te gaan. Want daarvoor ben je hier. Doorgaan omdat opgeven geen optie is.
Je doet het niet voor jezelf of misschien juist wel? Maar altijd is er de
verbindende factor. Kanker, ziek zijn, verlies, dood en heel soms vier je hier
de overwinning. Dat jij een van de gelukkige bent die kunnen zeggen: ‘Ik heb
het overleefd.’
'zij is haar neefje verloren, pas 7 jaar oud'
Zij is een van de
100 leerlingen die mee doen met Flevoland Fietst Tegen Kanker. Een project
waarbij leerlingen van diverse middelbare scholen de Alp op fietsen en een week
lang vrijwilligerswerk doen. Iets doen voor een ander met weer als verbindende
factor die ziekte waarvan we hopen dat ze er ooit niet meer zal zijn. Stuk voor
stuk hebben ze verloren. Van dichtbij of iets verder af de strijd meegemaakt.
En nu zijn ze hier, alle 100. Zij is haar neefje verloren, pas 7 jaar oud. Niet
aan kanker maar aan een spierziekte. ‘Maar als we kanker nou eerst aanpakken en
zorgen dat daar een medicijn voor is, kunnen we daarna verder gaan met andere
ziektes’ dacht ze en schreef zich in voor het project.
Maar nu zit ze er
doorheen. Een week vol emotie. Vanaf het moment dat je de bus instapt, de voorbereiding,
het fietsen. De bezinningsavond en dan het helpen in de bochten. Keer op keer
wordt je geconfronteerd met het verdriet van je zelf en van een ander. We
pakken ons flesje water en lopen een stukje verder, uit de drukte, naar de rand
van de bocht. Ze heeft het even nodig nu. Stilte, want soms hoef je niets te
zeggen. En ineens is daar de vlinder. De vlinder die haar zo bekend is. En terwijl
het in de bocht druk is, is het hier sereen stil. Als na minuten de vlinder weg
fladdert, zie ik een traan in haar ogen. ‘Zo’n vlinder heeft mijn oom laten tatoeëren
toen mijn neefje overleed’ zegt ze zacht. Haar neefje dat overleed aan een
spierziekte, haar neefje voor wie ze hier is. Het verdriet in haar familie
waardoor ze dacht ‘Ik ga mee’. Haar neefje, de Alp en de blauwe vlinder… en we
weten allebei dat toeval geen toeval is.zondag 23 maart 2014
Altijd een keuze
Ineens heb ik de behoefte om te schrijven. Als ik eenmaal zit en mijn vingers over het toetsenbord glijden, komt er een rustig gevoel over mij heen. Het is lang geleden dat ik iets zomaar op schreef voor mijzelf. Zonder reden. Te lang geleden merk ik nu.
‘Soms lijkt het alsof ik verder van mezelf kom te staan’ zei iemand tegen mij, ‘Sommige dingen vindt ik leuk en geven me juist een goed en rustig gevoel, maar andere dingen niet’. Herkenbaar. Ik doe de dingen anders dan een jaar geleden. En anders dan een twee jaar of vijf jaar geleden. Ik doe dingen nu wel of juist niet meer. De vraag is niet zo zeer door wie of door wat het komt, maar waarom ik het zo doe. Want de beslissing ligt altijd bij jezelf.
Waarom schrijf ik niet zoveel meer? Blijkbaar heb ik andere prioriteiten. Hetzelfde als waarom ik met sommige vriendinnen minder afspreek. In die relaties is er niets veranderd. Het zijn nog steeds mijn vriendinnen en ze zijn zeker niet minder belangrijk geworden. Waarom ik ze dan minder zie? Mijn agenda zit volgepland met zakelijke afspraken en als ik thuis ben, ben ik soms gewoon te moe. Was dat vorig jaar anders? Ja wel iets maar ook toen had ik drukke weken en toch had ik meer tijd voor afspraken en schreef ik bladzijden vol.
Als ik de zin getypt heb, moet ik er even van bijkomen. Ik staat naar het simpele kleine woordje wat eigenlijk zoveel bevat. In die twee letters zitten veel ervaringen, mooie herinneringen, patronen die er ingesleten zijn, hoop, liefde, verlangen, wensen, misstappen, kwesties van vallen en weer opstaan, gevoel, kracht, zwaktes, geluk, verdriet, verleden, heden en toekomst. Alles wat ik was, ben en ooit hoop te zijn. Ik met alles wat daarbij hoort.

Waarom zet degene die de woorden sprak zich zo ver van zichzelf vandaan? Ik weet het niet. Ik kan het ook niet weten en wat nog belangrijker is, ik kan het niet oplossen. De keuze die je maakt om te zijn wie je bent, waar je bent en bij wie je bent liggen in jezelf. En je kunt alleen jezelf maar vragen waarom je die keuze maakt. Wat brengt jou ergens naar toe? En waarom maak je bewust of onbewust de keuzes.
Als mijn vingers over het toetsenbord glijden, weet ik wanneer en waarom ik nu de keuze maak om schrijven. Om te zijn wie ik ben. Om het gesprek met mezelf aan te gaan. Om naar de antwoorden in mezelf te luisteren. Om te voelen waar ik voor sta, wat ik wil en waarom. Om te voelen waar ik denk dat mijn weg naar toe gaat en om de kracht te vinden om dat pad te blijven bewandelen en niet op te geven. Om bewust te worden van mijn onbewuste zijn.
‘Soms lijkt het alsof ik verder van mezelf kom te staan’ zei iemand tegen mij, ‘Sommige dingen vindt ik leuk en geven me juist een goed en rustig gevoel, maar andere dingen niet’. Herkenbaar. Ik doe de dingen anders dan een jaar geleden. En anders dan een twee jaar of vijf jaar geleden. Ik doe dingen nu wel of juist niet meer. De vraag is niet zo zeer door wie of door wat het komt, maar waarom ik het zo doe. Want de beslissing ligt altijd bij jezelf.
Waarom schrijf ik niet zoveel meer? Blijkbaar heb ik andere prioriteiten. Hetzelfde als waarom ik met sommige vriendinnen minder afspreek. In die relaties is er niets veranderd. Het zijn nog steeds mijn vriendinnen en ze zijn zeker niet minder belangrijk geworden. Waarom ik ze dan minder zie? Mijn agenda zit volgepland met zakelijke afspraken en als ik thuis ben, ben ik soms gewoon te moe. Was dat vorig jaar anders? Ja wel iets maar ook toen had ik drukke weken en toch had ik meer tijd voor afspraken en schreef ik bladzijden vol.
'als ik de zin getypt heb, moet ik er even van bijkomen'Dus wat is er nog meer anders dan bijvoorbeeld een jaar of twee jaar geleden. Mijn relatie, en ja daardoor is mijn tijdsindeling anders geworden. Maar ligt het aan hem als ik bepaalde afspraken niet meer maak? Nee, ik heb nog altijd de keuze om het wel te doen. Alleen weeg ik nu de tijden af. Onbewust scan ik hoeveel tijd ik heb en wat ik moet opgeven bij de ene keuze en wat bij de andere. En dan maak ik een keuze. Een keuze tussen schrijven, lezen, bijkletsen met een vriendin of tijd met mijn gezin besteden. Ik maak een keuze. IK.
Als ik de zin getypt heb, moet ik er even van bijkomen. Ik staat naar het simpele kleine woordje wat eigenlijk zoveel bevat. In die twee letters zitten veel ervaringen, mooie herinneringen, patronen die er ingesleten zijn, hoop, liefde, verlangen, wensen, misstappen, kwesties van vallen en weer opstaan, gevoel, kracht, zwaktes, geluk, verdriet, verleden, heden en toekomst. Alles wat ik was, ben en ooit hoop te zijn. Ik met alles wat daarbij hoort.
Waarom zet degene die de woorden sprak zich zo ver van zichzelf vandaan? Ik weet het niet. Ik kan het ook niet weten en wat nog belangrijker is, ik kan het niet oplossen. De keuze die je maakt om te zijn wie je bent, waar je bent en bij wie je bent liggen in jezelf. En je kunt alleen jezelf maar vragen waarom je die keuze maakt. Wat brengt jou ergens naar toe? En waarom maak je bewust of onbewust de keuzes.
Als mijn vingers over het toetsenbord glijden, weet ik wanneer en waarom ik nu de keuze maak om schrijven. Om te zijn wie ik ben. Om het gesprek met mezelf aan te gaan. Om naar de antwoorden in mezelf te luisteren. Om te voelen waar ik voor sta, wat ik wil en waarom. Om te voelen waar ik denk dat mijn weg naar toe gaat en om de kracht te vinden om dat pad te blijven bewandelen en niet op te geven. Om bewust te worden van mijn onbewuste zijn.
zaterdag 28 december 2013
Als ik denk aan jou…
Bijna elke dag denk ik wel even aan hem. Herinneringen is
wat er over is. Herinneringen aan de man waar ik zo tegen op keek. 8 jaar
versus 31 jaar. Mijn kleine hand in zijn grote hand. Ik onzeker en op onbekend terrein.
Opkijkend naar hem die het natuurlijk allemaal wist. In mijn ogen dan. Nu weet
ik dat hij waarschijnlijk minstens zo onzeker was.
Ik zal hem nooit meer zien. Niet hem, dat is zeker. Hij
leeft alleen nog voort in mijn herinnering waar ik ze koester en in doosjes
gestopt heb. Af en toe maak ik een doosje open. Dan haal ik heel voorzichtig
het lintje er af en daarna heel voorzichtig het dekseltje. Alleen met het
doosje in mijn hand laat ik dan de herinneringen toe. De herinneringen aan mijn
grote broer.
Foto’s van momenten dringen zich aan mij op. De film waar
ik in een huis sta. Een huis dat alleen nog een paar muren is met ladders om op
de bovenverdieping te komen. Trots kijk ik naar hem en noteer de nummers die
hij zegt. Ik mag vandaag mee, mee naar het werk. En ik mag de cijfers
opschrijven van de meters die hij tegen mij roept. Soms moet ik beneden blijven
omdat het te gevaarlijk is. Dat geeft een dubbel gevoel. Ik ben toch groot!
Maar tegelijk ben ik blij dat hij voor mij zorgt.
Samen in de winkel waar ik niet kon kiezen tussen twee
jurkjes en ze beide kreeg. Zijn manier van ‘ik hou van jou’ zeggen. Niet vreemd
weet ik nu. De manier waarop we opgevoed en opgegroeid zijn. Hardop zeggen dat
je van iemand houdt, zat er niet in. Het zat in de boterham met boter en kaas
die hij voor mij smeerde. Ik lustte geen boter maar de liefde waarmee het
gesmeerd was, maakte alles goed.
De laatste dag dat ik hem zag, zaten we in het
ziekenhuis. Op de plastic stoeltjes in de gang voor de klapdeuren van de
intensive care afdeling. Nerveus de tijd te doden tot we bij mijn vader
mochten. ‘Weet je wat ik gisteren gemaakt
heb?’ vroeg hij. Ik schudde stil mijn hoofd. ‘Een cake in een springvorm’
meldde hij droog ‘dan krijg je zulke plakken’ en zijn handen onderstreepte de
grootte nog eens extra. Een dag later zat ik er weer, maar toen voor hem.
Bijna elke dag denk ik aan hem. 67 jaar zal hij nu zijn.
Er is veel gebeurd en soms vraag ik me af of ik hem niet ondanks iedereen er om
heen, op moet zoeken. Maar ik weet dat ik hem nooit meer zal vinden. Hij is
niet meer hij. Ooit heb ik het geprobeerd. Niemand werd er gelukkiger van. Toch
blijft het spoken door mijn hoofd. De vraag, de twijfel, weten, denken en weer
los laten.
Stil sluit ik het doosje met herinneringen. De ballonnen
die we stiekem aan de voordeur knoopte toen mijn ouders zoveel jaar getrouwd
waren. De kaartavonden waar hij niet tegen zijn verlies kon. En zijn altijd van
de ene naar de andere kant gekamde haren. Ik pak het lint en strik het
voorzichtig vast rond het doosje. Opgeborgen zitten mijn herinneringen. Voor
heel even opgeborgen tot ik zomaar weer aan hem moet denken.
dinsdag 5 maart 2013
14 jaar in een zucht zonder vloek
‘Waarom komen de meeste kinderen toch in de nacht ter
wereld?’ vraagt hij. Aanleiding is dat een collega vader is geworden. ‘Uiteraard’
is het kindje in de nacht geboren. ‘Nou gewoon omdat dat iets heeft, iets
intiem’ zeg ik. Vragend kijkt hij me aan. Eigenlijk weet ik niet waarom het is.
De reden van mijn antwoord is omdat ik het zo voel. Maar als ik dan nadenk,
besef ik dat mijn kinderen toch echt overdag geboren zijn.
Ineens moet ik er weer aan denken. Het bijna een week
geleden dat hij de opmerking maakte. Ik denk er nu weer aan omdat een jaar en
12 uur geleden is dat mijn 2e zoon geboren werd. Nu ligt hij alweer
in bed, verjaardag geweest en het blonde koppie is nu 14 jaar oud. 14 jaar, de
tijd vliegt gewoon voorbij. Soms zou ik het wel allemaal over willen doen. Niet
alles hoor, maar wel die tijd met de kinderen. Of soms denk ik, ik doe het
gewoon nog een keer.
Aan de ene kant geniet ik van de vrijheid die oudere
kinderen met zich meebrengen. Hoewel…. ‘kleine kinderen, kleine zorgen, grote
kinderen…..’ zei mijn moeder altijd en gelijk heeft ze. Nu heb ik niets te
klagen over mijn kinderen hoor, in tegendeel. Maar de zorg is er natuurlijk
altijd. Dus aan de ene kant geniet ik er van dat ik ze eens alleen kan laten.
Wel binnen de perken maar toch. Aan de andere kant blijft het kriebelen. Als ik
een baby zie, kriebelt het gelijk. Zal dat altijd zo blijven? Is het omdat ik
een moeder moeder ben? Ik weet het niet en eigenlijk wil ik er vooral niet over
nadenken.
Ik weet het nog goed, 14 jaar en wat uren geleden. De
verloskundige kwam en begon op haar gemak alle spulletjes uit te stallen. Nu
had ik een verloskundige die van wanten wist. Geen gezeik of gezeur. En hoe ik
bij mijn eerste nog hoopte dat ik haar compagnon had, hoopte ik nu er erg op
dat zij dienst had. Het geluk was met mij. Dapper vroeg ik haar wat ze aan het
doen was? ‘Ach, ik leg vast alles neer’ was haar simpele antwoord. ‘Dat gaat
echt nog wel ff duren hoor’ antwoordde ik haar. Maar zij vond dat het maar vast kon liggen en
het was toch rustig in bevallingsland. ‘Misschien moet je hem nu maar naar de
oppas brengen’ zei ze tegen manlief terwijl ze op mijn zoon wees. Later bekende
ze dat hij echt niet 5 minuten later terug had moeten komen of hij had de
bevalling van zijn zoon gewoon gemist. Wat een kanjer was dat mens. Zo heerlijk
recht door zee.
En nu is het 14 jaar later. Zo snel als zoonlief toen
was, zo traag is hij nu af en toe. Maar nu ligt hij zomaar uit zich zelf na
zijn verjaardag in bed. Zou het ooit komen? Het inzicht van op tijd naar bed
gaan? Het was niks spectaculair vandaag. De familie woont te ver weg en zijn
vriendenfeest komt binnenkort. De dag bestond uit school en na school thuis met
een paar voor hem belangrijke mensen en wij. Helaas moest hij nog wat mensen
missen. De buurtjes bleven gezellig eten, zoonlief bedacht het (afhaal) menu en
daarna besloot dat hij daarna languit op de bank tv wilde kijken. Hij is jarig
dus hij bepaalt. Tevreden gaat hij naar bed. Als alles en iedereen boven stil
is en slaapt, schenk ik een glas wijn in en mijmer terug. Elke verjaardag van
een kind weer. Alsof het moet, niet anders kan.
Ze zijn voorbij gevlogen. Alle jaren. ‘In een vloek en
een zucht’ zou mijn moeder zeggen maar dat geld niet voor mij want vloeken past
niet in mijn lijstje. Trots ben ik op mijn kanjers en niet een beetje ook.
Zoals elke moeder denk ik, neem ik aan, hoop ik! Even mijmer ik over de baby
tijd. Dan laat ik het varen. Op naar de volgende jaren. Dan mijmer ik vooruit.
Ook dat laat ik weer los. Waarschijnlijk gaan de volgende 14 net zoals deze 14
jaren. In een zucht zonder vloek.
woensdag 20 februari 2013
Vrienden laten je nooit vallen
‘Mam, de buren aan de deur’ roept mijn zoon terwijl hij
richting voordeur loopt. Even later zitten mijn buurvrouw en haar zoon bij mij
op de bank. Met jas aan weliswaar want er komt zo een vriendje spelen. Maar ze
wilde toch even weten hoe het gaat. In haar hand het briefje dat ik in de haast
bij haar in de bus had gedaan met telefoonnummer voor het geval dat het nodig
zou zijn. Zij had direct even een sms’je gestuurd om ons sterkte te wensen en
zodat ik haar nummer zou hebben. Mijn lieve buurvrouw die ik nog maar net ken.
Zo kort dat ik haar naam nog steeds vergeet. Maar wel weet dat ik aan kan
bellen als het nodig is.
Een paar weken geleden hadden mijn vriendin en ik zo’n
lange bijpraat avond. Zo’n avond zonder op de klok te kijken die dan steevast
te laat eindigt. Of te vroeg, het is maar hoe je het bekijkt. We hadden het
over de vrienden om ons heen en hoe belangrijk ze waren. De mensen bij je wie je
als vanzelfsprekend kunt aankloppen. Bij wie je vaak niet eens aan hoeft te
kloppen omdat ze er al zijn voor je het vraagt. Ik ben gezegend met een groot
vangnet met zulke vrienden. Dat besefte ik deze week weer eens. Een enkele sms
en het is geregeld.
Sommige ken ik al heel lang. Binnenkort vier ik met mijn ‘te-ver-weg-vriendinnetje’
ons 25-jarig jubileum. Een ander ken ik van vrijwilligerswerk, van school of
van sport. Al acht jaar inmiddels. Sommige ken ik nog maar echt heel kort,
zoals mijn buurvrouw. Het maakt ook niet zoveel uit, lang of kort. Het gaat om
de klik, het moment, de chemie. In relaties, liefdesrelatie. Maar dat is in
vriendschappen niet anders. Dat ontstaat, zomaar, ineens soms. Je weet niet
waarom maar het is een fijn en warm gevoel. Ze zijn er, gewoon omdat zij zij
zijn en jij jij bent. Mooier bestaat het niet.
Een andere vorm van zo’n warme band is familie. Die band
is anders maar tegelijk minstens net zo speciaal. Het blijft altijd of ze nu in
je buurt blijven of uit het zicht verdwijnen. Er is altijd een verbondenheid.
Hoe dan ook. Het is avond als ik even de behoefte heb om stil te zitten. Te
denken en te schrijven. Er is veel gebeurd in een paar dagen en tegelijk ook zo
weinig. Alles voelt anders. Dan komt hij naast me staan en legt zijn hand op
mijn schouder. Ik zit stil en denk aan mijn mama die daar zo ver van mij
vandaan ligt. “Ik zal vandaag de stom bedwingen en dan laten razen. Tot ze stil
is met jou bij mij kan ik alles, wil ik alles en ik weet dat ik straks zonder,
veel te klein en niks meer waard ben en geen dag meer door kan’ hoor ik op de
radio en de tranen lopen over mijn wangen.
‘Het komt door jou, dat komt gewoon door jou’ zingt Guus
verder. Hoe toepasselijk kan het zijn. Guus, de Brabantse zachte G die zo nauw
verbonden is aan mijn moeder, mijn roots met een tekst die ineens hard
binnenkomt. ‘Je hart zit heel dicht bij mij, je hart zit heel diep in mij’.
Vergeten zijn alle keren dat ik op haar mopperde, vergeten het onbegrip. Ik zal
geen liedje schrijven maar wel de woorden geven die van jou zijn, alleen voor
jou zijn. Jij zal ze niet lezen. Jij weet niet eens dat ik schrijf. Maar ik ga
vandaag wel alles kunnen tot de dag voorbij is. En ik weet dat ook ik maar één
ding wil, dat je mee gaat met mij, bij me blijven want ik weet dat ik straks
zonder, niet meer wil en niets meer kan, dan alleen maar huilen.
De tranen blijven lopen. Hij zit stil naast mij. Meer is
niet nodig. Ik weet dat ik niet alleen ben. Dat ik even niet sterk hoef te
zijn. Hij neemt het stil van mij over, zet koffie en is er. Die avond zeg ik
dat ik zo blij ben dat hij er is. En dat het gek is dat hij er juist nu is. ‘Misschien
ben ik er daarom wel’ zegt hij simpel. Ik denk weer aan de woorden van het
liedje. ‘Alsof de wereld weg lijkt en ik naar je kijk, naar jou blijf lachen.
Voelt het weer alsof het wonder veel te mooi en veel te groot is’.
Dan denk ik aan de plaatjes aan de muur en mijn vrienden en
familie. Ze zijn belangrijk, zo belangrijk. Ze zijn misschien niet altijd in
staat om me er bovenop te helpen. Maar……. Ze laten me nooit vallen.
donderdag 15 november 2012
Ik heb je lief
‘k weet niet of je zit te wachten, op een vriendelijk
woord van mij. Als ik jou oproep in gedachte, maakt me dat veel beetjes blij.
Ik voel het als ik jou zie zitten, als ik je alleen maar ruik. ’t Zit in honderdduizend
vlinders, die zoet zweven in mijn buik”
Ik voel de woorden in mijn oren, in mijn hoofd, in mijn buik, in mijn hart overal. Dan zie ik dat kleine hummeltje opgerold op mijn buik liggen, het liefst sabbelend op mijn pink. Een paar jaar later het lachje en de ondeugende streken van zijn broertje en nog later hoe zijn zusje die prille eerste weken op mijn borst lag te slapen in de nacht. ’t Is als of je in mijn bloed zit, ik zonder jullie niet leven kan”. Moederliefde is niet te beschrijven, niet uit te leggen. Hoe hard we het allemaal proberen, hoe we overlopen van liefde zeker in die eerste periode maar ook als ze groot zijn. Het is bijna niet onder woorden te brengen… hoewel “ik heb je lief…”.
Ik voel de woorden in mijn oren, in mijn hoofd, in mijn buik, in mijn hart overal. Dan zie ik dat kleine hummeltje opgerold op mijn buik liggen, het liefst sabbelend op mijn pink. Een paar jaar later het lachje en de ondeugende streken van zijn broertje en nog later hoe zijn zusje die prille eerste weken op mijn borst lag te slapen in de nacht. ’t Is als of je in mijn bloed zit, ik zonder jullie niet leven kan”. Moederliefde is niet te beschrijven, niet uit te leggen. Hoe hard we het allemaal proberen, hoe we overlopen van liefde zeker in die eerste periode maar ook als ze groot zijn. Het is bijna niet onder woorden te brengen… hoewel “ik heb je lief…”.
Maar mijn gedachte gaan niet alleen naar mijn kinderen. “Jouw
mooie ogen doen me smelten” en al zetten ze me niet in vuur en vlam. Ik heb je lief.
Ogen…. En mijn gedachten gaan naar hem. Na zoveel tijd ben ik nog steeds onder
de indruk van zijn ogen. En oh wat is het prettig nu gewoon zo te kunnen praten
in plaats van alleen via e-mail. Maar ook een ander met prachtige ogen die me bij
de eerste blik al raakte. “Ik mis je wel hoor” schreef ik hem. Vandaag belde
hij en even hoorde ik een aarzeling. “Je had toch een vriend?” “Mag ik je dan niet
missen?” vroeg ik. Ik heb hem lief om wie hij is. Hij kwam zomaar opeens in
mijn leven en binnen een paar dagen was hij belangrijk. Geen relatie maar wel
een bijzondere band. Hij is mijn spiegel, hij zet me op de grond. Hij kan me
ongezouten de waarheid vertellen. Want hij is zoals ik. Verbonden aan elkaar. Ik
heb hem lief misschien wel 14 bloemencorso’s lang.
Ik heb ze lief, mijn familie. Mijn moeder, mijn broer
maar misschien nog wel meer mijn schoonzus waar ik altijd op terug kan vallen.
Als een warme deken. Hun kinderen en kleinkinderen. Ik heb ze lief, het is veel
meer dan houden van. Ze zitten diep in mij verankerd. Een soort van
onvoorwaardelijk houden van.
Het liedje raakt me. Keer op keer. Ik denk aan hem. Ik
weet inderdaad niet of hij zit te wachten op een woord van mij. Maar aan hem
denken maakt mij wel veel beetjes blij. Ik heb hem lief. Ik heb het leven lief.
“Ik proef het tijdens ons zoenen, of als
je plotseling lacht. Ik zie het in vallende sterren, na heftig vrijen in de
nacht. Ik heb je lief, wat moet ik zonder jou. ’t Zijn vier hele kleine
woordjes en al maakt je dat een beetje bang. Ik heb je lief 1001 nachten lang”.
Een van mijn mooiste dromen, is oud te worden met z’n
twee. Dat die maar uit mag komen……. Ik heb je lief 104 kerstbomen lang.”
“Ik heb je lief mijn hele leven. ’t Is veel meer dan
houden van. Ik heb je lief wat moet ik zonder jou”. De belangrijke mensen in mijn
leven. Ik heb ze lief….. m’n hele leven lang.
donderdag 8 november 2012
Een oma voor je verjaardag
Daar stond ze, midden in de kamer. Een klein dapper
vrouwtje. Ze stond half achter mij en keek de kamer rond. “En dit” zei ze
parmantig, “dit is mijn nieuwe kleindochter!” “Nou welkom in de familie” zei
haar schoondochter hartelijk en iedereen knikte.
Ik werd die dag 18 jaar en ik kende haar van de winkel
waar ik werkte. Bijna elke dag kwam ze boodschappen doen. Meestal alleen. Dan
was ze druk, druk bezig. Ze kocht altijd maar een paar kleine dingen. Daarom
was ze er ook elke dag. Die dag zou ik thuis gaan lunchen. Ik woonde dichtbij
en mijn moeder vond het gezellig als ik thuis kwam eten. Ik liep via de
personeelsuitgang naar buiten langs de winkel richting huis. Net voorbij de
winkel liep zij met haar boodschappen. Ze was een klein vrouwtje maar altijd zo
aardig. “Welke kant moet u op” vroeg ik haar. Ze wees in de richting waar ik
ook heen moest. “Oh ik moet ook die kant op” zei ik vrolijk, “zal ik uw tas
voor u dragen”. Ze knikte gretig van ja.
Onderweg vertelde ze dat ze evenwichtsstoornis had en niet zoveel kon tillen
omdat ze soms zomaar duizelig werd. Bij haar voordeur namen we afscheid.
Die dag was de eerste dag van vaker samen naar huis
lopen. Als ik pauze had en zij in de winkel was, zei ik dat ze best wat meer
mee mocht nemen omdat ik haar tas wel zou dragen. Onderweg vroeg ze dan
steevast tig keer of de tas niet te zwaar voor me was. Op een dag moest ik even
mee naar binnen om opa gedag te zeggen. Ze wilde graag laten zien wie haar tas
voor haar tilde. De kleine wandelingen werden kleine cadeautjes. Voor haar en
voor mij. Mijn oma was overleden toen ik 12 jaar was en zij herinnerde me aan
mijn oma. Na de keer kennismaken moest ik een keer thee komen drinken. Ik mocht
oma en opa zeggen en de kleine bezoekjes waren kleine lichtpuntjes. Ze vroeg
naar mijn interesses, naar mijn werk naar mijn hobby’s. Ze zette thee en gaf
koekjes. Ze kletste over haar kinderen en kleinkinderen en liet me foto’s zien.
En toen ze vroeg wanneer ik jarig was
zei ze blij “echt waar, dan ben ik ook jarig!”.
Het werd november en ze vroeg of ik die zondag, op onze
verjaardagen, een kopje thee kwam drinken. “Maar dan is de hele familie er”
sputterde ik nog tegen. “Nee hoor” zei ze “kom maar in de middag, de familie
komt in de ochtend”. Maar toen ik daar
zondagmiddag precies zoals afgesproken om 14.00 uur voor de deur stond, werd me
al snel duidelijk dat leugentjes om bestwil oma niet vreemd waren. Ze maakte
zelf de deur open. Nog zie ik me daar staan, net 18 jaar in mijn nieuwe jas. “Kom”
zei ze, hing mijn jas op en dirigeerde me naar de huiskamer. En daar zat niet
alleen opa maar de hele familie. Alle 4 haar kinderen met hun partners en de
kleinkinderen sommige al met vrouw of vriend. Ze ging midden in de kamer staan
en introduceerde mij bij de familie. Een lieve familie waar ik me direct welkom
voelde.
Oma is lang speciaal geweest voor mij. Elke verjaardag
waren er de kinderen, de kleinkinderen en ik. Ze vergat me nooit uit te
nodigen. Ik ben de laatste dagen op haar sterfbed nog bij haar geweest. Daarna
ging ik trouw een of meerdere keren per week bij opa in het bejaardenhuis op
visite. Het was anders toen oma er niet meer was maar door oma had ik een band
met opa gekregen. Hij was erbij toen ik trouwde. Vandaag is het 25 jaar geleden
dat ze daar vol trots stond en zei: “En dit, dit is mijn nieuwe kleindochter”.
Lieve geadopteerde oma, al ben je dan niet meer bij ons, weet je vooral in mijn
hart zit.
maandag 1 oktober 2012
Liefde op het eerste gezicht
Verkocht, volledig ingepakt, tot over mijn oren verliefd.
Ik geef het toe. Hij ligt naast me en kijkt me met smekende ogen aan. Toe nog
één knuffel…..……
Al vanaf de eerste keer dat ik ze zag was het raak. Haar
zag ik het eerst. Tante Truus. Een lieve donkere kat die zoals dat bij katten
eigenlijk wel hoort, alle touwtjes in handen heeft. “Ze kan nog wel eens
moeilijk zijn”, had hij mij gewaarschuwd. “Ze duld niet iedereen in haar
buurt”. Dus was ik aardig voorzichtig toen ze binnenkwam. Hmm zou ik wel in de
smaak vallen? Als het maar goed zou gaan. Een soort van op audiëntie komen.
Niet bij de ouders op de bank om eens aan alle kanten bekeken te worden maar de
poes die eens bekijkt of ik wel in “de familie” mag komen. Voorzichtig kwam ze
naar mij toe. Even aftasten wat voor vlees ze in de kuip had. Een eerste aai en
nog een. En al gauw bleek dat ik haar goedkeuring had.
Hem had ik nog niet gezien. Hij was de hort op.
Buitenspelen. En dat snap ik want zij zwaait de scepter in huis. Dus neemt hij
het er maar van en struint de buurt af. Zij vindt het prima, want het huis is
haar domein. En het is wel prima als hij de deur uit is. Een soort van
ouderwets huwelijk hebben ze. Geeft hij zijn mening, snauwt zij hem kort maar
duidelijk af. Het soort relatie die het goed doet in een mop ’s avonds in het
café. Heel kort zag ik hem die middag boven, maar daarna was hij weg en zag ik
hem niet meer. Overdag niet en in de avond niet.
Maar toen ik moe in bed lag, was hij er ineens en vleide
zich naast me neer. Meneer Karel. Een geweldige rode kater met zachte witje
voetjes alsof hij net door een laagje verf gewandeld is. Zijn ogen staan
vriendelijk en hij ligt languit tegen mij aan. Ik aai hem en hij vind het
prima. Als ik even stop om mijn haren uit mijn ogen te vegen, duwt hij zijn kop
tegen mijn arm. Zijn ogen zeggen: “dooraaien.” Bij hem is er niet veel nodig,
wij zijn vrienden. Liefde op het eerste gezicht.
Ook de volgende keren als ik er ben, komt hij direct
langs mijn benen strijken en klimt hij als het kan op schoot. Ik mag hem aaien,
optillen, kriebelen. Maatjes zijn we, door dik en dun. Maar zo moeilijk is dat
ook niet, hij is een allemansvriend. Echt gevleid voel ik me als zij bij me
komt zitten. Als zij mijn aandacht trekt door gewoon over het toetsenbord te lopen
als ik aan het typen ben. Als ze in mijn nek kruipt als ik op de bank zit. En
als ze zich heel gewillig laat aaien en duidelijk is dat niet alleen ik, maar
ook zij grenzeloos geniet. Jawel hoor, ik heb het voor elkaar. Niet alleen met
meneer Karel ben ik twee handen op een buik, ook door tante Truus ben ik
volledig geaccepteerd. Opgenomen in “de familie”. Pff onze relatie heeft het
eerste obstakel gehaald.
Als ik die nacht in bed lig en Meneer Karel me voor de 2e
nacht probeert wakker te houden omdat hij het zooo gezellig vindt, zeg ik
vermoeid: “ik vind je lief hoor Kareltje maar ik ga echt slapen”. En toch
stiekem, zonder dat ik zelf echt doorheb, aai ik hem. Half slapend denk ik “Ik
geef het toe; verkocht, volledig ingepakt, tot over mijn oren verliefd.”
maandag 10 september 2012
Weet dat je in mijn hart altijd blijft voortbestaan
“Alles is voorgoed gedaan, als jij er klaar voor bent” zingt Clouseau vanuit de laptop “Ik heb aan je zijde gestaan, mijn God ik heb je graag gekend”. Ze wil het hem zo graag laten horen, dit voor haar zo belangrijke lied, maar het lukt haar nog steeds niet. De tranen lopen over haar wangen. Stil zit ze achter haar laptop. Ze kan er niet naar luisteren zonder te huilen. Mijn god wat mist ze hem, nog steeds, na 18 jaar mist ze hem nog steeds. Elke dag.
Ze was 24 jaar oud. Daar zat ze in het tehuis waar hij de laatste maanden woonde. Nu voor de 3e nacht. Hij kon niets meer horen, kreeg niets meer mee had de verpleging gezegd. Zij geloofde het niet en bleef tegen hem praten. Gewoon over de dingen die ze had meegemaakt, wat er gebeurde, wie er binnenkwam, wat voor weer het was. “Ik ga je mond even insmeren hoor” zei ze tegen hem, “want je lippen zijn zo droog dat voelt vast niet lekker”. En rustig deed ze met een wattenstaafje wat vaseline op zijn droge gerimpelde lippen. Zij mocht het, het liet het allemaal toe. Niet als de verpleging het deed, dan begon hij ongecontroleerd om zich heen te slaan. Dat is omdat ik hem vertel wat ik doe, dacht ze. En bleef dus rustig vertellen tegen hem terwijl ze zijn hand vasthield en zacht streelde.
Hij was haar vader. En ook al was hij aan het dementeren het laatste jaar en waren de rollen zo omgedraaid geweest, hij was haar vader. Ze hield van hem. En wat er ook gebeurde zij zou er voor hem zijn. Dus was zij er overdag en in de nacht. Af en toe ging ze weg, vertelde hem dat ze even een kop koffie ging drinken en zo weer terug zou zijn. Ze wilde dat hij rust had, en mocht hij liever willen gaan zonder dat zij daar bij was, moest hij die kans ook krijgen vond ze.
Die middag had ze gemerkt hoe waar haar verhaal was dat ze niet konden zeggen of hij wel of niet iets mee kreeg. Ze had naast hem gezeten toen Jan, zijn favoriete verpleger, binnen kwam. Jan had uitgelegd dat hij nu zoveel morfine kreeg tegen de pijn, dat een reactie niet meer mogelijk was. Ze dacht nog “klets jij maar lekker raak”. Jan had zijn normale taken gedaan en de lijsten bijgewerkt met zijn bevindingen. Toen hij de deur uit liep had zij tegen haar vader gezegd “Jan gaat weer weg, zeg maar houdoe tegen hem”. En tot ieders verbazing had haar vader zijn ogen half geopend, zijn hand opgestoken en mompelde hij “houdoe”. Jan stond aan de grond genageld bij de deur, trok wit weg en stamelde “maar dat kan helemaal niet”. Even later had ze tegen de verpleging gezegd dat alles over haar vader niet meer aan zijn bed gemeld mocht worden maar graag even op de gang. Het personeel had geknikt. Wat konden ze er tenslotte tegenin brengen.
Die zelfde middag was haar moeder binnengekomen en had gezegd dat alles wel goed zou komen. “Nee, mam,” had ze beslist geantwoord “het komt niet meer goed en papa weet dat ook. Hij heeft van jou nodig dat jij het accepteert dat je afscheid van hem neemt. “ Dat was moeilijk voor haar moeder geweest maar ze was blij dat ze het gezegd had. Ze zag haar vader langzaam afscheid nemen van iedereen. En ze wist instinctief hoe belangrijk dat voor hem was. Die nacht was ze moe geweest. Moe van het dag en nacht in het tehuis zitten in een bedompte kamer aan het bed van haar vader. En dus was ze in slaap gevallen. Met haar hoofd op zijn borst had ze geslapen. Toen ze wakker werd, keek ze naar hem. Het leek alsof hij gewacht had tot ze uitgeslapen was. En op het moment dat ze uitgerust was, nam hij als laatste afscheid van haar. Zuchtte en sliep in. Ze bleef even bij hem staan voor ze de verpleging riep.
Haar moeder was op dat moment wakker gemaakt. Wakker gemaakt door haar hond die die nacht naast haar bed sliep. Hij had haar een lik over haar wang gegeven en zijn poot op haar arm gelegd. Toen ze eenmaal wakker was en zich afvroeg wat de hond toch van haar wilde, hoorde ze de deur open gaan. Haar zoon kwam binnen en vertelde dat hij gebeld was dat zijn vader, haar man overleden was.
Op het afscheid klonk het liedje van Clouseau en omdat er geen plek is om naar toe te gaan, is het liedje haar plekje geworden. ” Ik blijf nu hier, jij gaat naar daar. En daar is niet zover van hier. We spreken af, ik weet niet waar, en daar ontmoeten we elkaar.” Ze mist hem, denkt elke dag aan hem. Wat zou ze graag willen dat hij haar kinderen zou kennen, wat zou ze de liefde van haar leven nu graag aan hem voor willen stellen, maar niks van dat alles is waar.
Zonder jou tikt de klok even snel, maar de tijden veranderen wel. Dus ik neem afscheid, jij moet nu gaan, weet dat je in mijn hart altijd blijft voortbestaan. En ik weet ik zou dankbaar moeten zijn, maar precies daarom doet het zo’n pijn……. Zonder jou…..
dinsdag 28 augustus 2012
De handkus
Hij huilt. Ze kan veel
hebben maar niet dat hij huilt. Hij mag niet huilen. Niet huilen bij het
afscheid. In een opwelling draait ze zich om en steekt haar hoofd om de
deurpost. Dan geeft ze hem een handkus. Een lach verschijnt door zijn tranen
heen. Ze lacht naar hem en dan gaat ze weg.
Hij is haar vader en zit
sinds kort in een tehuis. De handkus wordt hun ritueel. Haar manier om afscheid
te nemen zonder dat hij huilt. Hij was 49 toen zij geboren werd. Zijn 3e
kind, zijn eerste dochter, een nakomertje, zijn oogappel. Nu is hij 72 en zij
23 jaar oud. Sinds een tijdje is hij aan het dementeren. Niet heel erg maar
toch. Hij weet dat hij de dingen vergeet. En dat doet haar verdriet. Soms hoopt
ze dat hij het helemaal niet meer weet, zoals de vrouw die daar net naast hem
zat. Dat is voor de familie en iedereen die van haar houdt misschien erg maar
niet voor haar zelf. Zij is gelukkig in haar kleine wereld. Helemaal dement, dat
zou ze wel kunnen handelen. Haar eigen verdriet kan ze wel aan, maar het zijne
niet. “Wat heb je vanavond gegeten?”
vroeg ze hem in het begin als ze op bezoek kwam. Maar hij kan het niet
vertellen. Met vragende ogen keek hij haar dan aan. Hij weet het wel maar
tussen weten en zeggen zit een gat. Soms vraagt ze het nog wel eens. “Boontjes”
zegt hij dan standaard terwijl hij lacht. “Lekker” antwoord ze hem dan met een
grijns.
Die dag kwam ze binnen en
zag hem vanuit de verte met drie vrouwen in gesprek. Dichterbij gekomen hoorde
ze dat ze alle vier over iets anders spraken. Ze moest moeite doen om haar lach
in te houden. Van de meeste dingen kan ze de humor wel inzien. De mevrouw wiens
tas elke avond gecontroleerd moet worden omdat ze elke dag al het bestek verzameld
met een voorliefde voor de theelepeltjes. Die andere mevrouw die haar steevast “zuster”
noemt en bij wie ze regelmatig aan de deur van het toilet staat te wachten
omdat de deur van haar niet op slot mag maar ze bang is dat er iemand binnen
komt. Of de dame van 91 jaar die ze met
de hand op het hart heeft beloofd dat ze haar vader wel even zal bellen om te
vertellen dat mevrouw later thuis komt omdat het bandje zulke leuke liedjes
speelde. De verpleging is blij met haar want ongemerkt neemt ze werk uit
handen. En zij doet het met een gemak alsof ze nooit anders gedaan heeft. Behendig
manoeuvreert ze avond aan avond tussen haar rollen die variëren van zuster tot
toiletdame, met als hoogtepunt haar dochterrol. Alles kan ze aan, behalve het
verdriet van haar vader als ze weer naar huis toe moet.
Zo ook op die dinsdag in april. Sterk is
ze, want hij is dicht bij haar. Ze kan zijn hand op haar schouder voelen, het is
goed zo. Ze leest een gedicht aan hem
voor. “Er was eens een boom, een grote boom, die met zijn takken langs de
waterkant stond”, leest ze. Het is stil, iedereen luistert aandachtig. “Op een
zekere dag kwam er een man, gewapend met een mes.
De boom hield van schrik het ruisen in, maar er was geen ontkomen meer aan. De
man sneed de mooiste tak van de boom en nam hem mee naar huis. Drie dagen later
kwam de man opnieuw en de boom werd weer angstig en bezorgd. De boom dacht:
welke tak zou er nu aan de beurt zijn? Maar de man ging onder aan de voet van
de boom zitten en blies op een fluit, die hij van de tak had gemaakt. De boom
luisterde en verstond het lied.
Hoor je mij? Ken je me nog?” leest ze. “Ik ben van jou, uit jouw hout gesneden. Ik zing voortaan mijn eigen lied, maar jou vergeten doe ik niet. Ik leef, ik zing. Ik dank het aan jou”
Hoor je mij? Ken je me nog?” leest ze. “Ik ben van jou, uit jouw hout gesneden. Ik zing voortaan mijn eigen lied, maar jou vergeten doe ik niet. Ik leef, ik zing. Ik dank het aan jou”
Dan
komt het onvermijdelijke, het laatste moment, het moment van afscheid nemen. En
dat doet ze op hun manier. Ze loopt naar hem toe. Naar de kist, zijn kist. Ze
leest nog een paar regels van het kleine gedicht dat op zijn bidprentje staat. Het
laatste beetje is nu op, vaarwel en wees tevreden. Zij ziet niet de kist, zij
ziet hem zoals hij er altijd voor haar was.
Ze kijkt hem aan en zegt hem voorgoed vaarwel ……… met een handkus.
Abonneren op:
Posts (Atom)


