Posts tonen met het label verlies. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verlies. Alle posts tonen

maandag 8 januari 2018

Zo stil

Soms als ik een auto hoor
of voetstappen buiten
Denk ik dat je thuis komt 
... tot het stil blijft

zondag 12 maart 2017

Soms

Soms zou ik je vast willen houden
en je knuffelen tot alle pijn weg gaat
Dan zou ik zo graag zorgen
dat niemand je nog ooit verlaat
Maar alles wat ik kan doen
is er op afstand voor je zijn
Een klein berichtje en een zoen
en hopelijk verlicht dat iets van je pijn

woensdag 7 september 2016

Wat als...

Als ik je nu verliezen zou
wat zou het met me doen
Nooit meer mijn hand in de jouwe
Nooit meer een zoen

Als ik je nu vandaag
ineens verliezen zou
Zou ik dan ineens beseffen
Dat ik echt van je hou

donderdag 5 mei 2016

Als je wist

Als je wist wat er in mijn hoofd speelde
zou je dan anders doen
Zou je dan interesse tonen
me vaker verrassen met een zoen

Als je wist wat er speelde 
in mijn hoofd
Kwam je dan in actie
of was je dan verdoofd

Onzeker, afwachtend
Moedig en bang
ik doe mijn best
maar wacht al zo lang

Een teken of zo
Iets van een sein
Zodat ik weet dat de keuze
de juiste zal zijn.


woensdag 6 april 2016

Mijn kracht

Het pad was grillig
en ik liet je alleen
mijn hart was bitter
en koud als steen

Eigenlijk had ik je zo nodig
Je was mijn kracht
tijdens mijn verdriet
Maar dat wist ik pas
toen ik je verliet

Het kostte mij
een lange lange tijd 
Maar nu besef ik
ik was je nooit echt kwijt

maandag 8 juni 2015

zaterdag 9 mei 2015

Stil verlangen

Ik durf niet uit te spreken
hoe bijzonder je voor mij bent
hoe bijzonder ik je vind
en dat ik je zo lief heb
als je mij bemind

Ik durf niet uit te spreken
dat ik van je hou
omdat ik je dan wel eens
verliezen zou


maandag 26 januari 2015

Onbereikbaar

Onbereikbaar
hoge muur
de kilte beschermt
een hart vol vuur

Afgeschermd
tegen verdriet en pijn
blokkeert het de liefde
en hoe het zou kunnen zijn

Breekbaar
en ook zo moe
waarom laat je me
niet toe



dinsdag 11 juni 2013

Missie geslaagd

Hij is even stil. Zijn laatste zin hangt nog in de lucht. Dan pakt hij een kaarsje van de tafel naast hem en steekt het aan. Langzaam loopt hij naar het hart in het midden en zet zijn kaarsje neer. Hardop zegt hij de naam van de vrouw voor wie hij zijn kaarsje neerzet. Achter hem staat een jongen die hetzelfde doet, ook hij noemt degene voor wie hij hier is. Traag komt er beweging in de kring om hen heen. Eén voor één volgen ze zijn voorbeeld. Ieder met hun eigen verhaal, hun eigen kaarsje, eigen verdriet en gemis.

Terug in de kring slaat zij een arm om haar vriendin. Ze huilen geluidloos in elkaars armen. Naast hen staat een man, zijn ogen worden vochtig. Hij slikt, maar zijn tranen winnen terrein. Dat is niet erg, dat mag. Iedereen berijpt hem, iedereen voelt met hem mee. Dat is waarom ze hier zijn. Morgen is het dan eindelijk zover. Dan fietsen zij de Alp op. Dan kunnen ze eindelijk iets doen in plaats van machteloos toekijken. Want iets doen, daar draait het hier om.
Meer dan 100 pubers van vier verschillende scholen in Flevoland fietsen samen tegen kanker. Weken, maanden hebben ze sponsors gezocht en geld opgehaald. Ze hebben getraind en afgezien. Maar dat was niks met wat ze morgen gaan doen. Vier verschillende scholen, verschillende klassen, verschillende leeftijden. De meeste van de groep kennen ze niet eens. Vijftien uur zaten ze in de bus. Weken trainden ze, vele uren zaten ze op de fiets, de een nog meer dan de ander. Nu staat er op de camping onder aan de Alp D’Huez een veld vol tenten en mobiele keukens, een trailer vol met fietsen. Een vrachtwagen vol met eten. Alles gesponsord. Elke keer weer moest ik een brok in mijn keel wegslikken als een bedrijf ‘gewoon’ zei: ‘Dat sponsoren wij wel’. Chauffeurs die een weekend of een week blijven en een familiefeest voorbij laten gaan. Gewoon om deze leerlingen te helpen. Iets voor elkaar doen bestaat gelukkig nog steeds en dat is mooi.

Dan is het zondagochtend 9 uur, het ontbijt staat klaar. Er wordt nerveus gelachen. Een meisje loopt in trance een uur voor vertrek nog steeds in pyjama over het veld. Ze zijn verschillend en doen dit allemaal op hun eigen manier met hun eigen emotie maar tegelijk zijn ze er allemaal voor elkaar. Ouders kijken toe of geven nog tips. Sommige ouders zijn hier om te kijken en ze te onthalen straks boven op de Alp. Maar dat is helaas niet voor elke leerling weggelegd. Terwijl we een uur later wachten op het busje dat ons naar ‘onze bocht’ brengt denkt het meisje naast mij aan haar moeder. Ze verteld dat ze zo graag zelf had willen fietsen, maar dat haar knie dat niet toe laat. Ze heeft al verloren en het onvermijdelijke hangt in de lucht. Heel stilletjes draagt ze haar verdriet en steunt haar vriendinnen die vandaag fietsen. ‘Wij fietsen ook voor jou hoor’ zeggen ze tegen haar voor ze de berg op gaan. Ze knikt stilletjes en er verschijnt een glimlach op haar gezicht. Wat zou ik graag iets voor haar doen.
De één ploetert nog harder dan de ander en waar de een na iets meer dan een uur boven is, vecht de ander zijn strijd in 3,5 uur. Maar allemaal halen ze het. ‘Ik kon echt niet meer maar toen dacht ik, zij vecht ook door, dus vecht ik ook gewoon door. Opgeven is geen optie’ zegt hij tegen het meisje naast hem. Ze knikt, ze weet wat hij bedoelt. Een aantal begeleiders fietsen heen en weer. Er wordt meegelopen, toegesproken en een ‘Hermannetje’ gegeven. We helpen met drinken, eten, woorden en morele steun. ‘Kom op  topper, je kunt het, je bent er bijna kanjer.‘ Er worden fietsen gerepareerd en tranen gehuild. Tranen van pijn, van opluchting, van vreugde en verdriet. Alle emoties lopen door elkaar. Alles is één vandaag. De groep en de emotie.

Nu schijnt de zon en in groepjes zijn ze naar het dorp of liggen bij het zwembad. Maar we zijn nog niet klaar. We komen niet alleen voor ons zelf. Morgen gaan er 3.000 mensen de alp op, de dag erna nog eens 5.000. En wij, wij helpen ze mee naar boven. We vlaggen in bochten zodat ze veilig kunnen fietsen. We roepen en duwen, we delen water en bouillon uit en geven natte sponsen aan. Voor het vlaggen krijgen we strakjes nog een instructie. En vlak daarvoor vraagt een van de docenten aan zijn groep wie er morgen wil helpen bij de start. Klein detail; je moet er om 2 uur in de nacht al staan. De groep knikt en zij luistert heel aandachtig. Dan deelt de docent een papier uit en vraagt of ze zelf groepjes willen maken. ‘En ga nou niet standaard bij iemand van je eigen groep maar kies eens iemand anders’ zegt hij. Haar wenkbrauwen gaan omhoog. ‘Maar meester’, zegt ze, ‘We zijn toch één groep!’

Ik glimlach met tranen in mijn ogen en denk MISSIE GESLAAGD.


dinsdag 25 december 2012

Eenzame vrouw

“Het is maar een gewone dag hoor” zegt ze “je moet er niet meer van maken dan ’t is”. Dan staat ze op om de theepot te pakken en in te schenken als teken dat het onderwerp afgedaan is. Het voelt niet goed, niet uitgesproken maar de deur is dicht. Kerst is maar een gewone dag. Een ingang om verder te praten is er niet meer.

Ze praat veel maar niet over wat ze zelf denkt of voelt. Zo is ze niet opgevoed. Haar vader was hard in zijn opvoeding en veel keuzes had ze niet. Ze moest naaister worden en als ze dat niet wilde moest me maar naar de sigarenfabriek. Ze was enig kind en meer dan dat ze thuis was, was ze in het huis bij haar oma die een groot gezin draaiende hield. Haar ooms en tantes waren als broers en zussen en haar oma noemde ze moeder. Leren praten over haar gevoel heeft ze nooit geleerd en dus stopt ze dat maar weg. Praten doet ze over anderen, over wat die meemaken. Soms zegt ze hard en wat ze ergens van vindt maar je weet nooit of het wel echt haar mening is of eigenlijk die van een ander.
Vragen hoe het met je gaat doet ze niet, tenminste niet aan jou zelf. Hooguit via via. Als je ziek bent of het moeilijk hebt, is dat moeilijk voor haar en dus praat ze er maar niet over.  Het is altijd druk bij haar. Velen komen en gaan. Voor vreemden heeft ze altijd een luisterend oor. Dat is makkelijker, dan hoef je niet bij je eigen gevoel te komen. Dat raakt je niet. Als ik een paar weken later vraag wat ze met oud en nieuw doet krijg een soort gelijk antwoord. “Oh dat dat zie ik nog wel, misschien ga ik wel gewoon vroeg naar bed”. Uitnodigingen wimpelt ze keer op keer af en dus vraag ik het niet meer. Ze heeft de deur gesloten, niet eens op een kier. De deur is dicht al jaren en ze is niet bereikbaar. Ze is een vrouw met veel mensen om zich heen maar diep van binnen is ze waarschijnlijk heel eenzaam. Ze heeft veel meegemaakt en veel verloren. Ook daar praat ze niet over. Alsof het niet bestaat.
Haar vader was jager en ooit aten ze in de oorlog hazenpeper met kerst. Tenminste dat dacht ze. Ze heeft de volgende dag nog heeft ze gezegd dat ze de hazenpeper lekkerder vond dan het stukje konijn dat op haar bord lag. Later hoorde ze dat ze die eerste dag kat gegeten had. Over haar angst en afkeer van katten is ze nooit meer heen gekomen.
Ik ken haar goed en eigenlijk ook niet. Begrijp haar niet, nog steeds niet. We hebben veel dingen samen gedaan. Ik heb vaak, heel vaak, te vaak geprobeerd om de dingen te doen die ze leuk zou vinden. Maar eigenlijk weet je nooit of ze het echt leuk vind. Ze is een weegschaal en blijft wikken en wegen en waait met alle winden mee. Toch is ze ook een sterke vrouw en misschien is dat wel wat haar leven zo moeilijk maakt. Sterk zijn overheerst, haar gevoel komt niet aan bod. Ik heb haar weinig zien huilen. Schouders eronder en kom op. “Is ze eigenlijk niet gewoon heel eenzaam?” vroeg laatst iemand mij. En ja dat is precies wat het is. In haar hart is ze zo eenzaam maar toegeven zal ze dat nooit.
Vandaag is het eerste kerstdag. Als ik uit praktische overwegingen toch maar even de was op aan het hangen ben, denk ik aan haar woorden van een paar jaar geleden: “Het is maar een gewone dag hoor”. Eenmaal beneden zet ik koffie en doe de broodjes in de oven. Ik wandel met de hond en denk aan haar. Weer thuis pak ik de telefoon. Ik hoor haar stem en met moeite bedwing ik mijn tranen. Dan haal ik adem en zeg: “Fijne kerst mam”.

 

zaterdag 15 december 2012

Vlucht

Weg van ’t verleden
Ging je op de vlucht
Dook je in mijn armen
Leek je zo opgelucht

Weg van ’t verleden
Kwam ’t verleden toch terug
Keek je in de spiegel
Wist je ’t ging te vlug

Terug in ’t heden
Zie je de toekomst nog niet
Verwerk je stap voor stap
De pijn en het verdriet

Maar op een mooie ochtend
Zal de toekomst voor je staan
En kun je weer
Met je leven verder gaan

woensdag 26 september 2012

De verloren “dochter”

“Ooit was ze een beetje ook mijn dochter, tenminste zo voelde het. Ooit schreef ik een gedicht voor haar. Niet geboren uit mij, maar geboren in mijn hart. Nu ben ik haar kwijt. “

We wandelen door het bos en praten. Over de afgelopen tijd. Over de nieuwe dingen in ons leven, over afscheid en over verdriet. “Ik mis haar” zegt ze ineens. “ondertussen lijkt het heel gewoon maar soms ineens mis ik haar”. “Dat is toch ook niet zo gek” zeg ik “ze was zo lang in je leven”.  Vier was ze, toen zij haar leerde kennen. Net naar school. Nog zoveel behoefte aan houvast. Vorig jaar moest ze haar loslaten. Nu ziet ze haar niet meer.
“Ik dacht echt dat we contact zouden houden” verteld ze. “een illusie maar ik heb me er wel aan vast gehouden”. Ik weet dat ze langer dan goed voor haar was in haar relatie is blijven hangen. En ik weet ook dat het loslaten van haar een van de moeilijkste dingen voor haar geweest is. Dat ze daardoor misschien wel veel langer vol gehouden heeft.
Het nieuwe samengestelde gezin is een vreemd iets. Je voegt gezinnen samen, gaat van elkaar houden maar als het niet lukt ben je niet alleen een illusie armer maar heel veel meer. Jaren ben je mede verantwoordelijk voor een paar kinderen extra. En of je nu wel of niet hun echte vader of moeder bent, je ontkomt er niet aan een deel van het leven te worden. Zij was thuis met de kinderen en dus deelde zij mee in de opvoeding. Anderen maken er een sport van om daar een mening over te vormen en hoe je het ook doet, je doet het nooit goed.
Hou je van je nieuwe kinderen, zijn er mensen die daar wat over te zeggen hebben. Hou je niet van ze, is het voor een andere groep weer niet oké. Opvoeden van je eigen kinderen is al niet simpel maar in het leven stappen van andere kinderen is nog veel ingewikkelder. Met je eigen kinderen heb je een sterke band, een soort staalkabel. En je moet het als ouder of kind wel erg bont maken wil die stuk gaan.  Met je stiefkinderen heb je een dun draadje. Dat draadje verbind je maar je bent altijd alert dat het stuk kan gaan.
Pas had ik een gesprek met een man die vertelde dat zijn broer het kind van zijn ex opvoedt. De andere kant van de medaille. Mooi is het, dat zoiets kan. Maar zo triest dat de moeder er dus niet is. Dubbele verhalen over zoveel liefde en tegelijk zoveel verdriet.
Ik kijk naar mijn vriendin. Zij is nu uit het leven van hun vader. En daarmee uit hun leven. Ooit was zij er elke dag. Bracht zij haar naar bed en werd zij geroepen als ze ziek was in de nacht. Waste zij haar haren en bracht zij haar naar school. Bespraken zij vriendjes en de moeilijke dingen van het leven. Ze lachten en huilden samen. Vaak dachten anderen dat ze moeder en dochter waren. Zij konden daar samen grapjes over maken. “Geen bloedband, maar wel verbonden met elkaar” schreef ze. “Niet je moeder maar in mijn hart wel mijn dochter”. Nu is ze haar kwijt.
We zijn stil en in gedachten en wandelen verder. Dan zegt ze zacht “Ooit was ze een beetje ook mijn dochter…”

maandag 24 september 2012

Een sterke vrouw

“Soms kom je mensen tegen die zelf niet weten hoe bijzonder en hoe sterk ze zijn. Ik had dat geluk vandaag #bijzondere vrouw” zet ik op twitter na het gesprek met haar.

Ik heb er wel meer in mijn omgeving; sterke vrouwen. Vrouwen die alles lijken aan te kunnen. Maar zij is wel bijzonder sterk. “Hoeveel kan een mens hebben” denk ik tijdens ons gesprek. “Waar houdt het op?” Ik denk terug aan de uitspraak 7 slechte jaren, 7 goede jaren. Of was het andersom? Vaak dacht ik laat nu die 7 goede jaren maar komen, ik zit nu op zoveel meer dan de 7 slechte jaren. En natuurlijk zaten er goede momenten in, zo ook vast bij haar. Toch als ik luister naar wat zij mij verteld, vind ik het lastig die mooie momenten te ontdekken.
Als ze binnen komt valt mij op dat ze zoveel kracht uit straalt. Iemand die haar aankijkt kan niet vermoeden wat deze vrouw meegemaakt heeft. Een gesprek met een te sterke vrouw. Want tussen alle regels door lees ik maar al te goed dat het haar ook wel eens te veel wordt. Maar ze geeft niet toe. Kan niet toegeven. Dat weet ze zelf ook. Toegeven is verdrinken. Verdrinken in alles van de afgelopen jaren. Je wil wel stukje bij beetje maar hoe doe je dat? Controle loslaten kan nu niet. Daar is het niet het moment voor. En daar waar ze probeert te vertrouwen, zich moet overgeven aan anderen, zinkt ze nog dieper. Dus houdt ze het weer zelf in de hand. Is ze misschien wel te sterk.
Ze geeft me een blaadje. “Lees maar” zegt ze “ik had het al meegenomen omdat ik wel dacht dat je het zou willen lezen”. Het is een prachtig gedicht. Ik kijk haar aan. Weet hoeveel verdriet er achter schuilt. “Hoeveel heb je er al?” vraag ik haar en ik vermoed dat er het zo’n 38 zijn. “Je zou ze moeten bundelen” schiet het door me heen. “Wat een prachtig tastbaar bewijs zou dat zijn van zoveel ongedeelde liefde”. Het verhaal waarom we hebben afgesproken is maar een deel van haar leven. Een belangrijk deel dat wel. Een rode draad. Misschien wel het begin van deze sterke vrouw. Het begin van vechten, doorgaan, niet opgeven. Schouders eronder en verder.
In haar verhaal hoor ik hoe anderen op haar leunen. Zij is er altijd. Te vaak. Maar wie is er nu voor haar. Zij is sterk en dat zie je. Ze zit niet bij de pakken neer. Ik denk dat weinig mensen zien, weten wat zij heeft doorgemaakt, wat ze nu nog doormaakt. Hoe ze het vol kan houden? Weinig mensen die dat vol zouden houden. En dat is direct ook haar valkuil. Mensen zien haar, zien een sterke vrouw die het allemaal wel kan. Zij vraagt niet, zij geeft. Ook als dat eigenlijk niet meer kan. Ten koste van zich zelf.
“Je bent een bijzondere vrouw, kijk vanavond maar eens in de spiegel “ zeg ik “geloof in je zelf”. Ik voel me vereerd dat zij mij een kijkje laat nemen in haar leven. Een kijkje in een zwaar en moeilijk leven met zoveel tegenslag maar tegelijk zoveel vechtlust om door te gaan. “Ik moet je even knuffelen hoor” zeg ik als we afscheid nemen. En omhels haar met heel haar verleden.
Als ze weg is besef ik het des te meer. “Soms kom je mensen tegen die zelf niet weten hoe bijzonder en hoe sterk ze zijn. Ik had dat geluk vandaag.