Posts tonen met het label bank. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bank. Alle posts tonen

zondag 30 december 2012

Je bent een droom

Zijn vingers strijken zacht langs mijn wang naar mijn kin. “Je bent mooi als je lacht” zegt hij. Hij zit naast me op de bank. Mijn bank. Ik voel mijn wangen kleuren en weet me geen houding. Als ik op kijk, verdrink ik in zijn ogen. Wow wat ben je mooi.

Hij is er zomaar ineens. Ik weet niet waar ik hem van ken of misschien ken ik hem wel helemaal niet. Maar nu zit hij naast me en schuift nog iets dichter naar me toe. Mijn hart slaat een slag over. Dat is niet erg, het slaat namelijk genoeg slagen in een minuut en de laatste minuten al helemaal. Hij is lief. Zo lief. Het is stil in huis en de kaarsjes branden. Ik hoor alleen zijn ademhaling en op de achtergrond Whitney Houston met “I will always love you”. Ik glimlach en hij kijkt me aan. “Bij dit nummer viel ik vroeger altijd in slaap” zeg ik “maar dan de versie van Dolly Parton. Grijs heb ik dat nummer gedraaid. Het stond op een cassettebandje en ik kon het bijna blind, in een keer precies goed terugspoelen”. Zijn ogen lachen naar mij terug. De sfeer is geladen maar heerlijk geladen. Ik heb een zwak voor hem. Ik merkte het meteen. Ik weet niet waarom, ik ken hem niet eens maar als zijn mond eindelijk de mijne raakt, smelt ik helemaal.

Uren liggen we tegen elkaar aan, zoenen elkaar en ik voel zijn handen in mijn haar. Zachtjes trekt hij de speld uit mijn opgestoken haar. Ik zou de tijd wel stil willen zetten. Gewoon de batterijen eruit halen. Ik opper nog dat dat wel kan. We doen het twee keer per jaar, de klok verzetten, dus waarom vanavond niet. Ik zou zo graag gewoon de tijd stopzetten en bij hem blijven liggen. Ik verdrink in zijn ogen en hij verteld me steeds opnieuw hoe mooi hij me vindt. Komt het door het verhaal van mijn vriendin? Hoe komt hij hier ineens? Dit kan niet waar zijn. Oké kom maar op met het addertje onder het gras. Het moet er zijn. Het is te mooi. Maar ik gooi alle bedenkingen overboord. Hoe kan ik me nog iets afvragen als ik zijn ogen naar mij zie kijken. De zachtheid die zijn ogen uitstralen hebben een magische werking op mij.
Als het bijna ochtend is, moet hij gaan. Ik wil het niet en ik zie hem aarzelen. Ik wil het moment vasthouden. En dus houden we elkaar nog een keer stevig vast. Nog een zoen en nog één. Nog één keer in elkaars ogen verdrinken, nog een keer zijn handen door mijn haar. Ik sla mijn armen om zijn hals en kan zo uren blijven staan. De muziek zacht op de achtergrond. Ik dans in zijn armen terwijl ik heel stil blijf staan. Dan gaat hij. Uren nadat hij door deze deur binnen gekomen moet zijn, verdwijnt hij weer.
Het is een droom. Hij is mijn droom. En als ik wakker word droom ik verder. Ik hou hem in mijn hart, voor altijd. Dan besef ik dat het een droom is. Ik dacht ook al, geen inpakpapier onder de boom of ergens rondslingerend in huis. Even dacht ik dat de Kerstman mijn vraag gehoord had. Hoe kwam hij daar anders…. Het moet kerst geweest zijn. Het kan niet anders…. Het moet begonnen zijn met de magie van kerst. Of het daarvoor of daarna gebeurde, op kerstavond, eerste kerstdag, de tweede of de derde? Ik vroeg het nog in mijn blog en amper een dag later is hij daar…. Mijn woorden neem ik terug. De Kerstman bestaat. Maar alleen in mijn droom. Mijn droom, hij is mijn droom. Het is mijn magie“Binnen! Binnen in mijn hart, binnen in mijn ziel, van binnen. Binnen in de droom die ik met je wil beginnen. Je bent binnen!”

 

maandag 24 december 2012

Lieve Kerstman,


“Een rugzakje. Wat een onzin “ zegt ze. “Levenservaring, dat is gewoon levenservaring. En wat had je dan gedacht, dat ik 57 geworden ben zonder?” Ze schudt meewarig haar hoofd. “Wat denken ze wel niet”.
We staan in een winkeltje in de stad die ik het meest liefheb. Vaak heb ik er al gelopen, de pleintjes, de terrasjes, de sfeer. Ik kan er gewoon niets aan doen, in mijn hart blijf ik een Brabander en deze stad, ook al kom ik er niet vandaan en heb ik er nooit gewoond, heeft toch wel een speciaal plekje in mijn hart. De vrouw achter de toonbank zit vol energie en straalt het uit. Wat een geweldig mens. Al snel raken we in een gesprek dat veel verder gaat dan de spullen uit haar winkel. Ze is gescheiden en haar kinderen zijn al bijna het huis uit. Eigenlijk komt ze uit het Noorden en dat maakt ons verhaal wel bijzonder. “Ik zit toch niet te wachten op zo’n oude vent” zegt ze. “Ik wil lol hebben, achter de geraniums kan altijd nog”. Ze ziet er jaren jonger uit en ik kan me voorstellen dat de mannen die met haar daten zich het apezuur schrikken als ze horen hoe oud ze is. “En leeftijd maakt toch ook niet uit” zegt ze “wat is nou leeftijd, het gaat er om hoe ik me voel”. En gelijk heeft ze.
Als ik later samen met een vriendin over de markt slenter en bij een kraampje naar een dekbedovertrek staar, vraagt knappe en erg jonge man welke maat ik zoek. Ik stamel dat ik dat dus niet weet. Elke keer neem ik me voor om even te kijken welke ik nou precies hebben moet, maar dat ben ik dan al weer vergeten als ik thuis kom. Dan grijnst hij van oor tot oor en zegt: “dat is toch geen probleem, dan kom ik het wel even opmeten”. Even weet ik niet of ik het goed hoor en kijk hulp zoekend naar mijn vriendin. Ik voel het rood op mijn wangen komen maar zeg nog wel dapper dat dat een goed plan is. Jammer genoeg ben ik dan weer niet zo stoer om heel ad rem mijn telefoonnummer of adres achter te laten.

Ineens, ik weet niet eens waarom, denk ik weer aan haar woorden. “Wat rugzakje, levenservaring!” Maar ik weet niet meer of ik het nog wel aandurf. Mannen met levenservaring. En op mannen zonder zit ik al helemaal niet te wachten. “Ach het is dat ze zo gezellig staan op de bank” zei ik altijd stoer. Maar nu is de bank leeg. Dat is handig hoor en vaak genoeg is de bank gevuld met vrienden en kinderen, daar ligt het dus allemaal niet aan.
Maar dan kijk ik in de meest mooie ogen die ik ooit gezien heb. Mijn adem stokt in mijn keel. De ogen kijken me lachend maar ook een tikkeltje uitdagend aan. Daaronder een prachtig gevormde mond die in een stralende lach prachtige tanden laat zien. Ze kloppen bij elkaar, die mond en die ogen. Zijn hele gezicht lacht mee. De rimpeltjes laten zien dat hij geniet van het leven. Zijn haar is kort en grijzend aan de slapen. “Met jou zou ik wel een beschuitje willen eten” zegt iets in mij. “Of een wijntje willen drinken, langs het strand willen wandelen en je uren diep in je ogen willen kijken” Het stemmetje in mijn hoofd die opsomt wat ik nog wel allemaal meer zou willen, roep ik snel tot een halt. Hij ziet er uit als een filmster. Ik kan me bijna niet voorstellen dat deze man gewoon hier in Nederland rond loopt. Maar dan fluistert het duiveltje “dat weet je ook helemaal niet” en met een dreun kom ik weer met twee benen op de grond terecht. Nee, dat weet ik inderdaad niet. Want ik kijk in de ogen van een foto. En dat is maar goed ook. Want even ben ik al mijn tekst kwijt. Zou het dan toch kunnen…. “ Lieve Kerstman, mag ik deze man van u voor kerst?

 

donderdag 20 december 2012

Trouwen

“Als we in 2020 nog alleen zijn, wil je dan met me trouwen?” vraagt hij ineens. Tweeduizendtwintig, dat is nog 7 jaar. Ik reken uit hoe oud ik dan ben en zeg het hardop. Hij telt er nog eens een paar jaar bij op en kijkt me breed glimlachend aan. “Dus……  wil je dan met me trouwen?” herhaalt hij nog een keer. “Ja” zeg ik plechtig. “Mooi dat is dan afgesproken” antwoord hij.

We zitten op de bank met een glas rode wijn. Nou ja, we liggen meer. Onze schoenen zijn uitgegooid en er prijken grote zachte kussens in mijn rug. Heerlijk onderuit. Ik op de ene bank, hij op de andere. Eigenlijk was ik moe maar op de terugweg ben ik toch maar bij hem gestopt. Even niks, geen gezeur maar ook niet alleen zijn. Even gewoon gezellig kletsen en alle stress van me afzetten. We luisteren muziek en bespreken ons dagelijkse leven met elkaar. We praten over de kinderen, muziek, recepten, sport, werk. Maar ook over onze relaties. Hij is in korte tijd een van mijn beste vrienden geworden. De klik was er meteen. Vorige week stuurde hij een app “we hebben geen verkering, maar ik hou wel van je”. En zo is het precies.
Trouwen zullen we nooit. Dat weten we allebei. “Stofzuig je dan voor mij?” vraagt hij. Ik knik. “En dan moet je ook dweilen….. “ Ik lach en zeg “als jij dan de vuilnisbakken buiten zet”.
De volgende dag lig ik nog in bed en als ik me afvraag hoe ik de nieuwe gordijnen op ga hangen. Ik app hem en vraag: “Wil jij mijn gordijnen ophangen? Dan repareer ik jouw truien”. We hebben een deal. Een paar uur later staat hij behendig in mijn plafond te boren. Samenwerken kunnen we wel. Dat wil zeggen, ik geef braaf aan wat hij me vraagt en loop vooral niet in de weg. Het gaat zo vlekkeloos dat hij opmerkt dat het lijkt alsof we al getrouwd zijn. “Mooi niet” zeg ik “eerst nog verkering. Enne het is nog lang geen 2020.
Dan denk ik aan mijn vriendin. “Even he, heeeel even was ik gelukkig” zei ze toen ze binnen kwam “heel even was ik echt gelukkig”. Ik concludeer dat haar relatie over is en zit gelijk midden in de roos. “Waarom is het toch zo verrekte moeilijk?” vraagt ze me. Ik haal mijn schouders op. “Geen idee” antwoord ik en ik weet het ook werkelijk niet. Het schijnt bij steeds minder mensen vlekkeloos te lopen, zo’n 2e of 3e relatie. “Ik dacht echt dat dit een kans zou hebben” ze kijkt voor zich uit. Ik denk aan vorige week toen ik een andere vriendin ging ophalen. “Sorry hoor” zei die terwijl ze naar haar telefoon greep. “Ik doe vandaag aan relatietherapie” lachte ze terwijl ze een bericht intypte. Aan het einde van de middag melde ze dat ze weer bij elkaar waren maar haar gezicht sprak boekdelen. “Voor hoelang…. ?”  was de vraag. Een zakenrelatie van me deed een week daarvoor precies hetzelfde. Een vriend van haar zat midden in een scheiding. Maar dat kwam niet meer goed. “Liefde is als dominostenen” zette mijn zoon op twitter. Je valt op iemand en die valt dan weer op een ander. Ik moest er wel om lachen maar er zeker een kern van waarheid in.  
Gisteren las ik ergens op een dag van mijn 365 dagen flow kalender “Op een dag loopt er iemand je leven in en dan realiseer je je waarom het met iemand anders nooit gewerkt heeft”. Ik vertel de stelling aan mijn vriendin.  Ze lacht. “Zou het?  Zegt ze en kijkt nadenkend. Ik haal mijn schouders op. Dan begint ze te giechelen.  “Ik zie het al helemaal voor me” zegt ze. Op een dag komt de ware mijn leven binnenlopen en zegt: “Zat je al lang te wachten”. “Nee hoor, pas een jaar of 10!”.