Posts tonen met het label Brabant. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Brabant. Alle posts tonen

zondag 6 oktober 2013

En dat geldt ook voor jongetjes

Zijn ogen kijken verbaasd en zijn wenkbrauwen onderstrepen dat nog eens. Zij lacht haar gulle lach en haar ogen doen vrolijk mee. ‘Tja,’ zegt ze, ‘je kunt het meisje wel uit Brabant halen, maar Brabant niet uit het meisje!’

De aanleiding is een opmerking die in onvervalst dialect uit mijn mond rolt. Zij is mijn vriendin. En niet zomaar een vriendin. Nee een vriendin door dik en dun, al 25 jaar lang. Zij verhuisde, niet een paar straten verder, niet naar de andere kant van het land maar naar de andere kant van de wereld. Ik verhuisde een aantal jaren later, maar ik bleef in ons kikkerland. Wij hielden contact. Soms intensief en dagelijks, soms maanden niet. Maar dat maakt niet uit. Onze basis is er, die zakt niet zomaar weg. Een Brabantse basis met twee benen op de grond. Echte grond onder je voeten die niet zomaar wegdrijft.
En toen was ze ‘zomaar’ weer even in Nederland. In Zeeland nota bene waar ik ‘toevallig’ op vakantie was. Dus staat ze daar aan het einde van het grasveldje met de fiets aan de hand en haar zoontje naast haar. Binnen een paar minuten is het als vanouds, alsof we elkaar gisteren spraken in plaats van meer dan een half jaar geleden. Alles om ons heen vergeten. De campingburen, de kinderen en ook de man die ons gesprek lachend aanhoort en niet wist dat er nog zoveel Brabantse termen in mij huizen.  We praten, lachen, wandelen en even is het 25 jaar geleden.
Een paar dagen geleden zat ik in de prachtige schouwburg van onze stad met als doel een mooi project in de strijd tegen kanker uit te dragen. Stil luister ik naar de presentaties. Straks gaat mijn collega een presentatie geven en ik weet nu al dat ik het niet droog ga houden. Maar nu is eerst onze wethouder aan het woord. Trots op onze stad vertelt hij stralend over de nieuwe initiatieven. Over de film de nieuwe wildernis en hoe deze in meer bioscopen in première ging dan de laatste James Bond film. Dan hoor ik hem tussendoor zeggen ‘da ken nie’. Mijn buurman geeft me een por en schud meewarig zijn hoofd. Ik glimlach. Die drie kleine woordjes geven me een heerlijk ‘thuis gevoel’. Hier in ‘mijn’ stad staat een man vol enthousiasme te vertellen met ‘mijn’ accent.

Dan leun ik naar mijn buurman en zeg: ‘mijn vriendin zegt altijd; je kunt het meisje uit Brabant halen, maar Brabant niet uit het meisje’. Hij lacht. Ik hoor nog een paar woorden van de wethouden en vervolg dan: ‘en dat geldt ook voor jongetjes’.


 

zondag 31 maart 2013

Webshop van de Paashaas

‘Vijftigtinten sneeuw’ schreef ik voor kerst, en ik vertelde over waarom we in plaats van een prachtige witte deken een grijze lucht gekregen hadden. Een kwestie van vragen dus. En zie het helpt. Als ik eerste paasochtend naar beneden komt, zie ik de sneeuwvlokjes vrolijk dwarrelen. Ik voel me een beetje schuldig. Was het mijn verhaal waardoor ik ze daar boven op een dwaalspoor heb gezet. Vijftig tinten sneeuw voor kerst. Kerst; de geboorte van Jezus. Misschien is gewoon niet alles blijven hangen en zijn alleen de woorden ‘sneeuw’ en ‘Jezus’ doorgekomen daarboven. Het zou kunnen natuurlijk.

Of was het door de ‘Passion’ die donderdagavond uitgezonden werd. Iedereen had het er over op ‘witte donderdag’. En dat waar massaal over gepraat wordt, dat wordt keurig geleverd natuurlijk. Wit met Pasen moet vast overal op de krijtborden bij de weerafdeling daarboven gestaan hebben. Het kan gewoon niet anders.
Gelukkig blijft de sneeuw niet liggen waardoor ik de krokussen nog kan zien. De narcissen met hun gele bloemenkopjes gewoon kan bekijken. Een enkeling, die vergeten is een sjaal om te doen, dan wel hangend maar toch. Ik besluit de paaseieren maar binnen te verstoppen. Niet omdat de kinderen niet tegen een beetje kou kunnen, maar omdat je als je een beetje moeder bent, er natuurlijk wel naast moet gaan staan. En zo vanachter het raam lijkt het nou net een beetje meer zonnig Pasen en zonnig dat is waar ik behoefte aan heb. Met de Paashaas zelf had ik toch ook al een beetje medelijden en dus heb ik die gisteren maar een sms gestuurd dat we dit jaar zelf wel gaan verstoppen. In de eerste plaats omdat ik het zo sneu vind, de paashaas met muts sjaal en wanten die eieren te laten verstoppen. Dat valt vast niet mee, eieren uit het mandje halen met die onhandige wanten. Om van de dikke sokken aan zijn poten nog maar niet te spreken.
Nu doen we er wel zo vreemd over, maar het is zeker niet de eerste keer dat het sneeuwde met Pasen. In 2008 viel er op sommige plaatsen wel 10 cm sneeuw.  En ook in 2001 viel er de dag voor Pasen nog een paar centimeter sneeuw. Op eerste paasdag zelf verdween die door de oplopende temperatuur weer ‘als sneeuw voor de zon’. En ook in 1982 en 1937 begon Pasen met sneeuw.  Dat komt al aardig in de buurt van de hooguit 8 keer dat er sneeuw was met kerst. En klinkt bijna logischer dan de 24,5 graden die gemeten werden op Pasen in 1949.

Maar ik ben nu wel een beetje de weg kwijt. Niet letterlijk maar figuurlijk. Ik weet ik niet meer zo goed waarin ik moet geloven. Een witte kerst en een lentegevoel met Pasen of net andersom. En bestaat nu de Kerstman of de Paashaas in het echt? De eieren liggen er inderdaad niet maar dat kan dus gewoon door mijn sms’je komen. Of zijn die twee eigenlijk een en dezelfde. Komt de Kerstman gewoon niet vanaf de noordpool maar uit Brabant en zoekt hij rond maart/april zijn Paasmannen pak uit de kist met carnavalskleren? Ik weet het niet. Dat een van de twee of beide bestaan weet ik inmiddels wel en via hun webshop leveren ze nog snel ook. Want zei ik in december nog in een blog: “Lieve lieve Kerstman mag ik voor volgend jaar vijftig tinten sneeuw voor kerst”. Enne als die man nog op voorraad is…. Mijn adres is.. ‘, word ik amper 3 maanden later wakker en dwarrelen de sneeuwvlokjes vrolijk naar beneden en ligt naast mij, gewoon helemaal in het echie, de meest mooie lieve man die ik me maar kon wensen.  

woensdag 20 februari 2013

Vrienden laten je nooit vallen

‘Mam, de buren aan de deur’ roept mijn zoon terwijl hij richting voordeur loopt. Even later zitten mijn buurvrouw en haar zoon bij mij op de bank. Met jas aan weliswaar want er komt zo een vriendje spelen. Maar ze wilde toch even weten hoe het gaat. In haar hand het briefje dat ik in de haast bij haar in de bus had gedaan met telefoonnummer voor het geval dat het nodig zou zijn. Zij had direct even een sms’je gestuurd om ons sterkte te wensen en zodat ik haar nummer zou hebben. Mijn lieve buurvrouw die ik nog maar net ken. Zo kort dat ik haar naam nog steeds vergeet. Maar wel weet dat ik aan kan bellen als het nodig is.

Een paar weken geleden hadden mijn vriendin en ik zo’n lange bijpraat avond. Zo’n avond zonder op de klok te kijken die dan steevast te laat eindigt. Of te vroeg, het is maar hoe je het bekijkt. We hadden het over de vrienden om ons heen en hoe belangrijk ze waren. De mensen bij je wie je als vanzelfsprekend kunt aankloppen. Bij wie je vaak niet eens aan hoeft te kloppen omdat ze er al zijn voor je het vraagt. Ik ben gezegend met een groot vangnet met zulke vrienden. Dat besefte ik deze week weer eens. Een enkele sms en het is geregeld.
Sommige ken ik al heel lang. Binnenkort vier ik met mijn ‘te-ver-weg-vriendinnetje’ ons 25-jarig jubileum. Een ander ken ik van vrijwilligerswerk, van school of van sport. Al acht jaar inmiddels. Sommige ken ik nog maar echt heel kort, zoals mijn buurvrouw. Het maakt ook niet zoveel uit, lang of kort. Het gaat om de klik, het moment, de chemie. In relaties, liefdesrelatie. Maar dat is in vriendschappen niet anders. Dat ontstaat, zomaar, ineens soms. Je weet niet waarom maar het is een fijn en warm gevoel. Ze zijn er, gewoon omdat zij zij zijn en jij jij bent. Mooier bestaat het niet.
Een andere vorm van zo’n warme band is familie. Die band is anders maar tegelijk minstens net zo speciaal. Het blijft altijd of ze nu in je buurt blijven of uit het zicht verdwijnen. Er is altijd een verbondenheid. Hoe dan ook. Het is avond als ik even de behoefte heb om stil te zitten. Te denken en te schrijven. Er is veel gebeurd in een paar dagen en tegelijk ook zo weinig. Alles voelt anders. Dan komt hij naast me staan en legt zijn hand op mijn schouder. Ik zit stil en denk aan mijn mama die daar zo ver van mij vandaan ligt. “Ik zal vandaag de stom bedwingen en dan laten razen. Tot ze stil is met jou bij mij kan ik alles, wil ik alles en ik weet dat ik straks zonder, veel te klein en niks meer waard ben en geen dag meer door kan’ hoor ik op de radio en de tranen lopen over mijn wangen.
‘Het komt door jou, dat komt gewoon door jou’ zingt Guus verder. Hoe toepasselijk kan het zijn. Guus, de Brabantse zachte G die zo nauw verbonden is aan mijn moeder, mijn roots met een tekst die ineens hard binnenkomt. ‘Je hart zit heel dicht bij mij, je hart zit heel diep in mij’. Vergeten zijn alle keren dat ik op haar mopperde, vergeten het onbegrip. Ik zal geen liedje schrijven maar wel de woorden geven die van jou zijn, alleen voor jou zijn. Jij zal ze niet lezen. Jij weet niet eens dat ik schrijf. Maar ik ga vandaag wel alles kunnen tot de dag voorbij is. En ik weet dat ook ik maar één ding wil, dat je mee gaat met mij, bij me blijven want ik weet dat ik straks zonder, niet meer wil en niets meer kan, dan alleen maar huilen.
De tranen blijven lopen. Hij zit stil naast mij. Meer is niet nodig. Ik weet dat ik niet alleen ben. Dat ik even niet sterk hoef te zijn. Hij neemt het stil van mij over, zet koffie en is er. Die avond zeg ik dat ik zo blij ben dat hij er is. En dat het gek is dat hij er juist nu is. ‘Misschien ben ik er daarom wel’ zegt hij simpel. Ik denk weer aan de woorden van het liedje. ‘Alsof de wereld weg lijkt en ik naar je kijk, naar jou blijf lachen. Voelt het weer alsof het wonder veel te mooi en veel te groot is’.
Dan denk ik aan de plaatjes aan de muur en mijn vrienden en familie. Ze zijn belangrijk, zo belangrijk. Ze zijn misschien niet altijd in staat om me er bovenop te helpen. Maar……. Ze laten me nooit vallen.


 



zaterdag 5 januari 2013

Ons dùrrup

Als ik langs het water loop en achterom kijk, besluit ik dat het hier echt een ander gevoel is. Ik woon hier nog niet zo lang. Wel in deze stad die ik eigenlijk altijd bestempel als dorp. Gewoon omdat iedereen hier elkaar lijkt te kennen. Maar nu woon ik in een stuk van de stad dat echt een dorp op zich is. Dat geeft me een geruststellend gevoel.

Het ligt overal buiten, dat dan weer wel. En ik maak de laatste tijd dus nog meer kilometers dan ik al deed. Het moet nog wennen het gevoel dat ik hier naar huis ga, maar langzaam komt het. Ik ben geboren in een stad, de vijfde grootste van Nederland. Toch heb ik meer met dorpen. Het knusse gevoel. Zo’n niet al te groot dorp, of liever gezegd “dùrrup” want ik blijf een Brabander natuurlijk. Zo’n dorp waar iedereen elkaar kent maar liefst weer niet zo klein dat je echt nog geen scheet kunt laten. Niet dat ik dat doe, maar bij wijze van spreken. Ik hou ook van de stad. De anonimiteit van een grote stad. Maar dan wel graag één met sfeer. Met grachten en oude gebouwen. Waar de sfeer van vroeger rond rondspookt terwijl tegelijk de neonreclames op je af denderen. Zo’n stad die altijd leeft en nooit gaat slapen. Want als je dan wil slapen ga je terug naar het bed in het dorp.
In mijn dùrrup woon ik aan de rand, bijna aan het water. Vanaf mijn voordeur amper twintig stappen. Als ik ’s avonds de hond uitlaat hoor ik het water klotsen. Al vanaf dat ik klein was, heb ik de droom ooit aan zee te wonen. Dit komt dicht in de buurt en ik prijs me gelukkig met het alternatief. Als ik langs het water loop, zit ik direct midden in de natuur en in de stilte en de rust. Achterom kijkend zie ik de huizen tegen de waterrand. Ze doen ouder aan dan ze zijn en dat vind ik wel prettig. Dat mis ik hier, oude huizen en de sfeer van jaren geleden. De sfeer van toen alles nog goed was. Niet dat het zo was, maar het is heerlijk om er in weg te dromen. De tijden van de bolderkarren en de hoepels. Van spelletjes doen en echt zelf gemaakt eten en de geur van brood. Van rust en tijd. En van waarschijnlijke de zelfde verlangens als nu.

Als ik het pad in sla dat terug loopt naar het de huizen in ons dùrrup, valt me op dat er veel vervallen is. Maar zoals altijd kan ik erg goed zo kijken, dat ik alleen het mooie zie. Niet dat ik mijn ogen sluit maar daar waar ik niks veranderen kan, pest ik mezelf liever niet. Daarbij komt dat ik een dromer ben. Ik loop langs huizen die als je ze goed fotografeert zo in een van de woonbladen zou kunnen. Je zou zo denken dat ze in een of ander godverlaten en vergeten klein dùrrup zouden staan. Je zou er zo een toeristische trekpleister van kunnen maken, tenminste als de huizen er omheen er niet zouden staan. Het lijkt in niets op de nieuwe stad. Het huis er naast is vervallen en het onkruid staat hoog. Ook leuk voor de foto maar toch wel een heel ander sfeerplaatje.
Als ik bijna thuis ben, kijk ik uit over het water. Het riet wuift en in de verte zie ik de gloed van de zon. Van mij mag het gaan vriezen. Ik wil hier wel ons halve dùrrup zien schaatsen. En als dat er niet in zit, maak er dan maar gelijk zomer van. De bootjes liggen al geduldig te wachten en ook ik kan bijna niet wachten om het hier tot leven te zien komen. Misschien moet ik er maar een aparte column van gaan maken. “Het leven in ons dùrrup”.

 

maandag 24 december 2012

Lieve Kerstman,


“Een rugzakje. Wat een onzin “ zegt ze. “Levenservaring, dat is gewoon levenservaring. En wat had je dan gedacht, dat ik 57 geworden ben zonder?” Ze schudt meewarig haar hoofd. “Wat denken ze wel niet”.
We staan in een winkeltje in de stad die ik het meest liefheb. Vaak heb ik er al gelopen, de pleintjes, de terrasjes, de sfeer. Ik kan er gewoon niets aan doen, in mijn hart blijf ik een Brabander en deze stad, ook al kom ik er niet vandaan en heb ik er nooit gewoond, heeft toch wel een speciaal plekje in mijn hart. De vrouw achter de toonbank zit vol energie en straalt het uit. Wat een geweldig mens. Al snel raken we in een gesprek dat veel verder gaat dan de spullen uit haar winkel. Ze is gescheiden en haar kinderen zijn al bijna het huis uit. Eigenlijk komt ze uit het Noorden en dat maakt ons verhaal wel bijzonder. “Ik zit toch niet te wachten op zo’n oude vent” zegt ze. “Ik wil lol hebben, achter de geraniums kan altijd nog”. Ze ziet er jaren jonger uit en ik kan me voorstellen dat de mannen die met haar daten zich het apezuur schrikken als ze horen hoe oud ze is. “En leeftijd maakt toch ook niet uit” zegt ze “wat is nou leeftijd, het gaat er om hoe ik me voel”. En gelijk heeft ze.
Als ik later samen met een vriendin over de markt slenter en bij een kraampje naar een dekbedovertrek staar, vraagt knappe en erg jonge man welke maat ik zoek. Ik stamel dat ik dat dus niet weet. Elke keer neem ik me voor om even te kijken welke ik nou precies hebben moet, maar dat ben ik dan al weer vergeten als ik thuis kom. Dan grijnst hij van oor tot oor en zegt: “dat is toch geen probleem, dan kom ik het wel even opmeten”. Even weet ik niet of ik het goed hoor en kijk hulp zoekend naar mijn vriendin. Ik voel het rood op mijn wangen komen maar zeg nog wel dapper dat dat een goed plan is. Jammer genoeg ben ik dan weer niet zo stoer om heel ad rem mijn telefoonnummer of adres achter te laten.

Ineens, ik weet niet eens waarom, denk ik weer aan haar woorden. “Wat rugzakje, levenservaring!” Maar ik weet niet meer of ik het nog wel aandurf. Mannen met levenservaring. En op mannen zonder zit ik al helemaal niet te wachten. “Ach het is dat ze zo gezellig staan op de bank” zei ik altijd stoer. Maar nu is de bank leeg. Dat is handig hoor en vaak genoeg is de bank gevuld met vrienden en kinderen, daar ligt het dus allemaal niet aan.
Maar dan kijk ik in de meest mooie ogen die ik ooit gezien heb. Mijn adem stokt in mijn keel. De ogen kijken me lachend maar ook een tikkeltje uitdagend aan. Daaronder een prachtig gevormde mond die in een stralende lach prachtige tanden laat zien. Ze kloppen bij elkaar, die mond en die ogen. Zijn hele gezicht lacht mee. De rimpeltjes laten zien dat hij geniet van het leven. Zijn haar is kort en grijzend aan de slapen. “Met jou zou ik wel een beschuitje willen eten” zegt iets in mij. “Of een wijntje willen drinken, langs het strand willen wandelen en je uren diep in je ogen willen kijken” Het stemmetje in mijn hoofd die opsomt wat ik nog wel allemaal meer zou willen, roep ik snel tot een halt. Hij ziet er uit als een filmster. Ik kan me bijna niet voorstellen dat deze man gewoon hier in Nederland rond loopt. Maar dan fluistert het duiveltje “dat weet je ook helemaal niet” en met een dreun kom ik weer met twee benen op de grond terecht. Nee, dat weet ik inderdaad niet. Want ik kijk in de ogen van een foto. En dat is maar goed ook. Want even ben ik al mijn tekst kwijt. Zou het dan toch kunnen…. “ Lieve Kerstman, mag ik deze man van u voor kerst?

 

dinsdag 30 oktober 2012

Herinneringen uit oma's tijd

Ik kan het niet, misschien wil ik het ook wel niet,  naar buiten lopen zonder iets te kopen. Niet overal hoor, want eigenlijk kan ik het normaal juist heel goed. Ik had zo uit Zeeland kunnen komen in plaats van uit Brabant “want ons bin zûnig he”. Maar bij haar winkeltje kan ik het niet. Ik zie altijd wel iets wat ik moet kopen.

De spullen die er staan herinneren me aan mijn oma. En die was belangrijk voor me. Dat zijn mooie herinneringen. Het voelt goed met haar spullen om me heen. Echte oude spullen die zij gebruikte. Maar ook de spullen die zij had maar niet meer in mijn bezit zijn, die ik daar gewoon soms zo maar zie staan. Een vergiet zoals die van mijn oma, of het stoeltje dat zij in haar kamer had staan. Ik kan er uren rondlopen en elke keer zie ik weer wat anders. Ik kan echt op en top genieten van al die mooie oude spulletjes met een eigen verhaal.
Van kleine tot grote spullen maar bijna allemaal even mooi. Sommige echt oud en sommige nieuw maar met een oude uitstraling. Schilderijlijstjes of fotolijstjes waarbij je mooie oude foto’s echt tot hun recht komen. Weckpotten, suikerpotjes, glazen kannen of ander prachtig servies. Deurknoppen, tafelkleden, kandelaars. Maar ook prachtige kasten, tafels en stoelen. Ik heb een zwak voor dit soort winkels maar in haar winkel is het ook nog eens betaalbaar. Veel komt er uit kloosters of oude huizen, vaak ook uit België. En soms als je iets vraagt, verteld zij het verhaal erachter.
Zij is een vriendin van mij. Soms als het rustig is in de winkel en de klanten vooral bezig zijn met rondsnuffelen of in de zeldzame gevallen dat er even niemand is, drinken we samen thee. Praten we over wat er nieuw is en waar ze de komende tijd heen gaat om spullen te halen. Haar man zei ooit van mijn kamer “het lijkt wel een dependance”. Een compliment dat er bij mij blijkbaar ook een beetje dat sfeertje hangt. Als ik bij haar thuis kom straalt er uit haar woning datzelfde gevoel. Tenminste als ze niet net op pad is geweest en de woonkamer boordevol staat met “nieuwe” aanwinsten.
Toen ik een tijd geleden aan iemand vroeg van wat voor soort inrichting hij hield, was zijn antwoord “spullen met een verhaal”. “Ja” dacht ik, “dat is nu precies ook mijn gevoel”. Mijn spullen ademen een verhaal. Nieuwe en oude materialen door elkaar, en vooral veel herinneringen. Mijn laatste aankoop waren zes oude stoelen uit een klooster. Uiteraard bij haar uit de winkel.  Allemaal anders en allemaal even mooi. Ze geven mijn keuken dat ouderwetse gevoel waar ik zo van hou. Dat het doorleefd is, dat er geleefd wordt. Het zijn mijn stijl en mijn herinneringen die samen terug vind in haar winkel.
Verslaafd ben ik, verslaafd aan het rondneuzen in haar winkel. En dus moet ik mezelf in de hand houden. Nadenken of ik het echt wel nodig heb. Binnenkort ben ik jarig. Ik denk dat ik maar vraag of ik een verlanglijstje neer mag leggen of misschien nog wel beter dat ik cadeaubonnen ga vragen….. En waarschijnlijk moet ik binnenkort weer verhuizen. Dus wat een pracht cadeau is het om daar zomaar te mogen winkelen, want eerlijk is eerlijk, het is voor mij toch onmogelijk om met lege handen naar buiten te lopen.