Posts tonen met het label boos. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boos. Alle posts tonen

dinsdag 5 juli 2016

Waarheid

Dat 
waar ik 
op hoopte
Dat waar ik 
alles 
voor over had
Precies dat
lijkt nu weg
weg van mijn pad

Is alle energie
alle moeite
dan gewoon 
voor niets geweest

Is het nu 
waarheid
dat 
wat ik toen
heb gevreesd



zondag 3 april 2016

Boos

Ik schop, ik krab, ik bijt
Ik sla maar in het rond
Ik ben gewoon mezelf niet
Het cirkeltje is niet rond

Onrecht maakt me woedend
Verdrietig en zo machteloos
Het is zo niet fair
Oh wat ben ik boos

dinsdag 25 augustus 2015

100% zeker

De vrouw in de trein
zit er dus mee
Ze moppert over haar werk
en hij, hij knikt gedwee

Ze begrijpen er daar niks van
Ze raast en raast maar door
wat een domme boel
tenminste als ik haar zo hoor

Ze willen haar kwijt
ze is zo vreselijk boos
Maar ach als ik moest kiezen
op welk vlak dan ook. 
Wist ik wel
100% zeker
dat ik haar niet koos!

zondag 10 mei 2015

Dochter

Mijn kind wat ben ik
trots op jou
Mijn kleine meisje
op weg naar een vrouw

Je maakt me soms wanhopig
en ook zo klein
Je maakt me soms bozer
dan ik ooit zou willen zijn.

Je maakt me gelukkig
en ook zo blij
Je bent mijn kleine cadeautje
lieve dochter van mij

zondag 7 oktober 2012

Een geheim van 15 jaar

Ik st met mijn mond vol tanden en staar haar aan. “Ik uh… uh… ik… pffff  ik weet echt echt niet wat ik zeggen moet” stamel ik. “Dat geeft niet” zegt ze. Er loopt een traan over haar wang. Dan sta ik op en we omhelzen elkaar.

Ze waren 15 jaar bij elkaar. Ik ga als vanzelf na of ik in die tijd signalen heb gezien. “Ik heb het nooit gemerkt” zegt ze dan, alsof ze mijn gedachten leest. Een paar dagen geleden heeft hij het verteld. Verteld dat er een ander was. Dat er meer andere zijn geweest. Maar dat hij het haar niet kon vertellen. Hij kon het niet vertellen omdat hij van haar houdt. Nog steeds. En hij wilde haar geen pijn doen. Maar hij kon het ook niet vertellen uit schaamte en nog wel het belangrijkste, omdat hij niet wist wat hij er mee moest.
In het begin begreep hij het niet van zichzelf. Hij probeerde het te verdringen maar het gevoel bleef. Soms ging het tijden goed. Daarna kwam dan weer een periode van onzekerheid over wie hij was. Hij had blijkbaar gevoelens die anderen niet hadden. “Ik vindt het zo erg” zegt ze “hij heeft zich zo alleen gevoeld. Maar ik begrijp wel dat hij het voor mij verzwegen heeft”.
Zijn geworstel bleef maar duren. Altijd vaag op de achtergrond aanwezig. Tot die keer dat hij voor zijn werk in het buitenland was. Twee weken alleen in een hotelkamer. Overdag in beslag genomen door werk, maar de avonden waren lang en alleen. Die avond was hij de stad in gegaan. Moe van het alleen zijn was hij een gezellig cafĂ© ingelopen en al snel was hij aan de bar in gesprek geraakt.  In een opwelling had hij er aan toegegeven. Hij had er wel eens eerder over gedacht. En altijd hoopte hij dan dat het daarna over zou zijn. Dat het gewoon een foute fantasie was die zich in zijn hoofd genesteld had. Maar dat bleek alles behalve waar. Die man had zijn ogen geopend. Blij was hij dat hij de volgende dag weer naar Nederland kon. Hem had hij nooit meer gezien. Hij wist alleen zijn voornaam. Maar die ene avond had zijn leven veranderd.
Terug in Nederland bij haar had hij zich schuldig gevoeld. De kinderen waren nog jong en voor geen goud wilde hij ze missen. Uit angst om haar en de kinderen pijn te doen had hij het weer proberen te verdringen. Bang voor zijn eigen gevoel. Maar het was terug gekomen. En in de jaren kwamen er steeds meer mogelijkheden waar hij geen weerstand aan kon bieden. Hij leefde in twee werelden. Naar mate zijn kinderen groter werden voelde hij zich steeds meer schuldig. Bang dat hij onbewust zijn gedrag zou laten zien. Nu moest hij het niet meer alleen voor haar verborgen houden, maar ook voor zijn kinderen. De druk werd groter en toch…. Toen ontmoete hij hem. Hij wist instinctief dat het tijd werd open kaart te spelen. Hij moest het haar vertellen. Ze was altijd zijn grootste steun geweest in alles behalve in dit. Ze had er recht op om het te weten.
“Ben je boos” vraag ik haar. Ze lijkt er even over na te denken. “Nee” zegt ze dan “niet boos, ten minste niet op hem. Wel een beetje op mezelf dat ik het nooit gemerkt heb.  Achteraf zie ik het nu wel, maar ik dacht dat het kwam door het drukke leven dat we hadden. Dat je automatische een beetje meer naast elkaar gaat leven”. Ik kijk naar haar. Ik zie hoe moeilijk ze het er mee heeft. “Voel je je verraden?” vraag ik dan. Weer weegt ze haar woorden in haar hoofd. Dan zegt ze “Ik denk dat ik erger geweest zou zijn als het een vrouw was geweest. Het is niet dat hij niet van mij houdt maar dat hij ook of eigen meer van mannen houdt”.  Haar woorden blijven even hangen in de lucht. “En nu?” ik weet dat het een vraag is waar ze zelf nog geen antwoord op heeft maar ik moet hem toch vragen. Ze heeft het nodig om weer in het heden te komen en om over de toekomst na te denken. “Ik weet het niet” zegt ze. “We hebben afgesproken om het even te laten bezinken en dat ik alle vragen die ik heb of krijg zal stellen. Als ik er klaar voor ben ga ik kennismaken met die andere man. Ik wil weten wie de ander is die zo belangrijk is in zijn leven. En dan zien we het wel.”
Ik zie haar verdriet maar toch valt het me op hoe rustig ze er eigenlijk onder is. Haar leven bleek ineens een grote leugen en toch is ze niet boos. Ik voel een diep respect voor haar. “Concurrentie van een man is een andere concurrentie” zegt ze dan. “Hij blijft mijn vriend. Ik hou nog net zoveel van hem en hij houdt van mij. Maar onze relatie is wel veranderd en dat moet wennen…..”

maandag 17 september 2012

Het kaarsje dat niet uit mag gaan

“Ik werd bijna boos op hem,” zegt ze verdrietig “maar hij weet natuurlijk helemaal niet waarom die niet uit mocht. En hoe leg je het uit he?” ze kijkt me aan en even is ze stil en staart voor zich uit. “Hoe leg je uit dat je liefde voelt voor een meisje dat je niet kent en nooit zult leren kennen?”
Ik zit naast haar in het parkje buiten en denk na over wat ze zegt. Ik heb er wel eens over gehoord en gelezen, over meisjes of vrouwen die verliefd werden op mannen met wie ze correspondeerden. Meestal gevangenen. Maar dan kun je zeggen dat je verliefd word op de aandacht, op de brieven en meestal op de kans dat jij degene wel kunt helpen, op het rechte pad kunt krijgen. Maar bij haar is het zo anders. Niet te vergelijken met deze verhalen. Haar liefde voelt zo puur.  Ik ken haar niet zo goed. Vandaag raakte we zomaar aan de praat. Over het weer en over de kinderen. Op een of andere manier gaan gesprekken altijd weer over de kinderen.
Dan verteld ze me ineens zomaar uit het niets over haar vriend. “Heeft hij ook kinderen? “ vraag ik. Ze lijkt te aarzelen. “Uh nee, nou ja eigenlijk wel” stamelt ze. “Hij heeft een dochter maar die leeft niet meer, ze is dood geboren”. Ik ben stil. Dan vertelt ze mijn zijn verhaal en hoe dubbel het voelt. “Hij kent haar niet” zegt ze “en toch ook weer wel. Daar worstelt hij erg mee. De hoop en dat hij haar nooit zal leren kennen, nooit zal zien opgroeien. Ik ken haar helemaal niet, zal ook nooit de kans krijgen. Maar zij is wel een deel van hem en ik hou van hem. Dus ook van haar. Ze is altijd onzichtbaar maar wel heel dichtbij. Zo voelt dat”.
“Soms voel ik me zo schuldig” zegt ze dan. Verbaasd kijk ik haar aan. “Als zij er nog was geweest had ik hem misschien nooit leren kennen” legt ze uit. “Dan waren zij nog bij elkaar geweest.” Ik pak haar hand. “Niet doen” zeg ik zacht “het leven gaat zoals het gaat.” “Soms vraag ik in gedachte haar toestemming” zegt ze “dan vraag ik of ze het wel goed vind dat ik nu bij haar papa ben. En dan zoek ik naar een teken”. Er loopt een traan over haar wang. Ik knik en slik “Dat herken ik”, zeg ik dan.
Ze vertelde over hun kennismaking en hoe ze al voor ze zijn verhaal wist een kaarsje liet branden in een hartje en hoe geraakt hij daardoor was. Nu steken ze elke avond een kaarsje voor haar op. Samen of ieder apart, net zoals het uitkomt maar altijd brandt er een kaarsje voor haar. Thuis heeft hij een eigen plekje voor haar waar hij de kaarsjes brand. En ook zij heeft nu een vaste plaats, door hem uitgezocht. Daar brandt ze een kaarsje in een mooi glazen potje met een hartje erop. Van haar mag het lichtje nooit uitgeblazen worden. Dat voelt niet goed. Het liefst houdt ze het dag en nacht brandend.
“Ach, hij wilde helpen” komt ze terug op het voorval. “Hij kon het niet weten want dat het kaarsje voor haar brandt heb ik nooit verteld”. Ze kijkt me aan. Ik ken haar amper maar voel de warmte en liefde die ze uitstraalt. “Het is mooi” zeg ik dan. “Hij weet best dat je niet echt boos bent en hij weet en voelt ook dat je genoeg liefde hebt voor hen allemaal.