Posts tonen met het label nachtmerrie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nachtmerrie. Alle posts tonen

zondag 20 maart 2016

Donkere nacht

De dromen die me 's nachts plagen
komen als nare geesten
Ik weet ze zijn niet echt
Nou ja in elk geval de meesten

Maar in de donkere nacht
zijn er mensen die ik niet ken
en ben ik vergeten
waar ik eigenlijk ben

De angst verstikt me
het bloed jaagt 
maar mijn passen
gaan sloom en vertraagd

Ik val van bergen 
er zijn ogen die turen
En de minuten 
lijken nu uren te duren

Tot ik ontwaak 
uit de boze dromen
En ik na even weer
lijk los te komen

donderdag 10 maart 2016

Nachtmerrie

De herinnering 
komt pijnlijk naar boven
En steekt 
als een dolk in mijn hart
Ik voel me leeg en verdrietig
en zo verward

Gaat de geschiedenis
zich herhalen
Het is als een nare droom
in een te donkere nacht
terwijl je de zon 
in de lente had verwacht

De herinnering beleef ik
elk moment 
weer als toen
En ik weet echt niet
hoe ik het nu 
anders kan doen

dinsdag 23 februari 2016

Nachtmerrie

In een seconde
staat de wereld stil
Omdat je dat moet horen
wat je helemaal niet wil
Toekomst onzeker
zo mag het toch niet zijn
Maar je voelt nog niet
het echte verdriet en pijn
Verdoofd en onwerkelijk
alles in een roes gehoord
Omdat het echte besef
zich heel lanzaam in je boort
Praten, stilte, denken en zijn
Tot je morgen wakker wordt
En je nachtmerrie 
de waarheid blijkt te zijn


dinsdag 11 september 2012

Herinneringen

Het regent. De ramen zijn beslagen en je hoort het geluid van het tikken van de druppels tegen de ruit. Er hangt een vochtige natte lucht binnen en er is veel rumoer. Het geluid vult haar hoofd. De vochtige lucht haar longen. Ze kijkt naar buiten en zwaait. Zwaait naar een van de mensen die daar buiten voor het raam staan met paraplu’s. Haar lippen maken woorden die geen geluid maken. “Dag mama. Dag. Tot strakjes. Vergeet je me niet?”
Soms ziet ze het nog steeds als het regent. De lucht, het geluid. Ze weet niet wat het is maar dan ineens ziet ze het weer. Het klaslokaal van toen ze 4 jaar oud was. Ze was heel verlegen en vond het eng op school. De meeste tijd had ze de rok van de juf vast. Dat was veilig. Zo ook de geur, de lucht en het geluid als het regende. Dan voelde ze zich warm en veilig daar binnen in het klas lokaal waar iedereen druk door elkaar heen liep. Ze hoorde blokken vallen, kinderen praten en lachen en zag de juf door de klas kijken en buiten, buiten zwaaiden de moeders in de regen achter de beslagen ruiten.  
Herinneringen, visioenen uit het verleden. Mooie momenten, verdrietige momenten, momenten die soms je leven beheersen. Beelden uit je jeugd die langzaam aan veranderen. De tuin die zo groot leek, de springplank in het zwembad zo hoog. Je kijkt er anders tegenaan nu. Ik vraag haar naar haar herinneringen. Heb haar verteld dat ik er over wil schrijven. Ze verteld me haar jeugd. Losse flarden. "Wat zie je soms nog voor je?" vraag ik dan. Ik zie een glimlach over haar gezicht verschijnen. “Mijn oma” zegt ze “zoals die door 't huis heen kon dansen. En mijn vader...... op de grote stoel, met zijn duim en wijsvinger over elkaar heen wrijvend. De straat ook, het hoekje waar we stoeprandje butsen deden en verstoppertje”. Haar gedachten zweven weg.

Maar het zijn niet alleen de gelukkige momenten. Ooit had ze nachtmerries over de bosjes waar ze een paadje gemaakt hadden om binnendoor naar school te lopen. Ze had daar haar kleuterschooljaren doorgebracht maar ook de jaren in de 1e en 2e klas zoals je dat toen nog noemde. In de 3e was ze van de dependance naar de hoofdlocatie gegaan. Ze had zich lang een buitenstaander gevoeld. Ke kende het gebouw niet en kwam met nog een paar kinderen in een nieuwe klas. De verlegenheid speelde haar weer parten. En dus probeerde ze onzichtbaar te zijn.  
En toen hoorde ze dat ze in groep 5 weer terug zou gaan naar de dependance. Heerlijk vond ze het maar toch ergens ook weer eng. Toen waren ze begonnen; de nachtmerries. In haar slaap zag ze zich op het voetgangers pad in lopen met aan de linkerkant de bosjes en rechts het bejaarden tehuis. Daar waar ze binnendoor de bosjes in liep was het donker geweest. Niet zoals ze zich herinnerde. En toen ze drie stappen gedaan had waren er lijken omhoog gekomen. Zomaar op eens. Ze had hard gegild en was weg gerend maar het lopen lukte niet, de botten hielden haar vasten de schedels grijnsde haar toe en lachte een holle lach. Ze gilde weer en toen…. toen  was haar moeder gekomen. Ze lag naast haar bed, het was een droom geweest. Een nachtmerrie.
De dag daarna moest ze naar school. Met het lood in haar schoenen en zweet in haar handen liep ze de straten door. Oversteken, linksaf, rechtdoor, weer links en toen rechtsaf het pad op. Aan de rechterkant het bejaarden tehuis aan de linker kant de bosjes. Haar hart klopte in haar keel. Ze durfde amper adem te halen. Nog een paar meter en daar zou ze linksaf over het pad door de bosjes kunnen lopen of zou ze laf rechtdoor gaan tot de normale ingang. Nee ze moest het proberen. Nog drie stappen en toen zag ze dat de herinnering verdwenen was. Er was geen pad meer. Verbaasd en verslagen keek ze om zich heen. Had ze zicht vergist in het aantal stappen vanaf de weg. Maar nee. Het paadje was verdwenen, de bosjes waren dicht gegroeid. Enigszins opgelucht haalde ze adem en liep door.

Om kwart voor elf stond ze op het schoolplein. Ze keek naar de de houten gebouwen, haar kleuterschool. Daar had ze gezeten. Alles was nog hetzelfde behalve dat vandaag de zon scheen. Rechts waar de oude gebouwen hadden gestaan met 4 treden voor je naar binnen kon, stonden nu huizen. Stiekem liep ze iets meer richting de bosjes. Zou het pad er vanaf deze kant nog zijn. Ze zag een inham, een half pad gaapte haar aan. Zou ze…… ze keek rond. Zag iemand haar. Ze tuurde in de duisternis… toen zag ze de beelden van die nacht weer voor zich. Ze wilde zo graag maar durfde niet. En de beelden bleven, net zoals de beelden van het warme vochtige kleuterlokaal voor altijd herinneringen.

zondag 26 augustus 2012

Ineens is het er weer

Ineens is het er weer. Hard en onaangekondigd. Ineens overvalt het haar weer. Dat rare nare gevoel; de angst. Ze staat in de keuken. Ze voelt zich misselijk worden, de wereld om haar heen begint te draaien. Ze krijgt een onbedwingbare drang om in huilen uit te barsten. Met moeite kan ze haar  tranen bedwingen. Het kan niet, het mag niet. Zo meteen komt haar dochter terug met de hond. Ze mag haar niet zien huilen. Ze mag haar “nergens op gebaseerd gevoel” niet overdragen. Ze moet sterk zijn.  

Gisteravond waren ze thuis gekomen, thuis van de vakantie. Eigenlijk haar vakantie en die van de kids. Maar voor haar gevoel was het hun eerste vakantie. Ook al had hij moeten werken, hij was er bijna elke dag geweest. Overdag had ze met de kinderen genoten van de rust, van het niets moeten, van af en toe bezoek en vooral ook van elkaar. Laat in de middag begon ze dan met rustig het eten voorbereiden. Het was lang geleden dat ze daar zo van had kunnen genieten. De meeste dagen is het snel snel en het leuke van koken was in de loop van de tijd weggezakt. Nu kon ze weer rustig nadenken, marinades maken en heerlijk buiten alle voorbereidingen treffen. Dat de lol van het koken niet alleen in de rust zat, wist ze natuurlijk ook wel. Het eten koken voor degene die je lief hebt is altijd veel leuker. En natuurlijk houdt ze vreselijk veel van haar kinderen maar met hem erbij is het anders, net even leuker. Gek wat liefde en verliefd zijn met je doet. In de avonden had ze de meeste tijd van hem kunnen genieten. Gewoon van dat hij er was, daar bij haar en bij de kinderen. Hij hoorde er al helemaal bij. De kinderen accepteerden hem onvoorwaardelijk en daar kon ze enorm van genieten.

Vanochtend was hij vroeg op gestaan, zoals de meeste ochtenden. Zij had nog even liggen doezelen in bed. Nu had ze hem net gedag gezegd. Ze hadden elkaar vast gehouden en gekust. Voor het eerst zouden er een paar dagen voorbij gaan voor ze hem weer zag. Niks ernstigs. Vandaag zou hij met vrienden op staan gaan en morgen moest hij een aantal privé zaken regelen. De auto reedt weg. Ze zwaaide hem na en ging onbevangen naar binnen.  Pakte wat kopjes van het aanrecht om ze in de vaatwasser te zetten en toen ineens wat het er dus. Dat angstige gevoel dat ze hem kwijt zou raken. Als in een droom, een nachtmerrie vlogen de gedachten door haar hoofd. Een nachtmerrie waarin je beseft dat het een nare droom is die je wil stoppen, wakker wil worden, maar niet kunt. Ze spookten maar door haar hoofd, flitsen en in een razend tempo. Boze nare gedachten. Als kleine duiveltjes. Wat als hij zich bedacht. Wat als hij een heel gezin toch te druk vond en wat als hij morgen zijn ex zou zien en ze er achter kwamen dat het nog niet voorbij was. Dat ze er toch graag voor wilde vechten. Hij had tenslotte zielsveel van haar gehouden. En zij was de moeder van zijn dochter. Verdriet had hen uit elkaar gehaald. Maar misschien was er gewoon een time-out nodig om te beseffen dat het houden van niet gestopt was. Ze elkaar kwijt geraakt waren in hun tocht met een gezamenlijk doel. Wat als ze morgen besefte dat ze toch samen verder wilden. Hoe mooi zou dat eigenlijk zijn. Ze schrok niet eens van deze gedachte. Want ze hield van hem en wilde dus niets liever dan dat hij gelukkig zou zijn. Maar heel diep van binnen sprak een klein egoïstisch duiveltje…. “maar dan dus wel gewoon met jou”.  “Nee!” ze wilde zich zelf toespreken. Zo is liefde niet. Als je van iemand houdt, kun je loslaten, de ander gelukkig laten worden ook al doet jou dat pijn.

Onder al die gedachte was ze hard aan de slag gegaan. Maar de boze duiveltjes in haar gedachten wilden maar niet verdwijnen. Opruimen, stofzuigen…  alsof ze alle sporen wilde uitwissen. Als in een trance pakte ze de bloemen die ze de eerste dag van hem gekregen had uit de vaas en gooide ze in een beweging in de vuilnisbak. Het vieze stinkende water spoelde ze weg. Daarna liep ze er zonder er bij na te denken terug naar de vuilnisbak en pakte de bloemen er weer uit. Voorzichtig probeerde ze de rozen uit de bos te halen in een poging dit eerste tastbare gevoel van de liefde voor haar te kunnen bewaren. Maar alle blaadjes lieten los en vielen uiteen in haar hand. Ademloos keek ze naar de losse blaadjes. “Als los zand” dacht ze, en herinnerde zich het gedicht dat ze eens lang geleden schreef. Lang geleden toen ze besefte dat ze zich zelf was kwijt geraakt. Tranen biggelden over haar wangen.  

Als ze boven komt ziet ze een bericht op haar telefoon. “Ik hou van jou omdat jij jij bent” staat er. Opnieuw komen er tranen in haar ogen. Een zwaar gevoel valt van haar af. “Dank je, lief” schrijft ze terug, “had ik inderdaad even nodig”. Ze staart voor zich uit en zucht. Vertrouw nu maar, zegt een stemmetje in haar hoofd. Laat los en vertrouw. Het duiveltje heeft plaatsgemaakt voor een klein lief engeltje. “Wees niet bang” schrijft hij even later. Het is alsof hij haar gevoel, haar gedachten kan lezen. “Ik doe mijn best”, schrijft ze, “Ik probeer los te laten en te vertrouwen. Te vertrouwen op onze liefde”. “Vertrouw maar” antwoord hij haar, “vertrouw maar op ons, op mij. Probeer het, ik snap dat het lastig is, maar ik ben echt niet zomaar weg.” Drie kruisjes als kusjes sluiten het bericht.

Ze zucht en probeert opnieuw los te laten. Los te laten en te vertrouwen, hoe moeilijk dat ook is.