Posts tonen met het label vertrouwen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vertrouwen. Alle posts tonen

vrijdag 7 april 2017

Thuis

Thuis is waar ik woon
Thuis is bij jou
of in mijn eigen hart
Thuis is waar ik het vertrouw
Thuis is bij mezelf
Thuis is mijn rust
mijn even niets
Thuis is nergens heen
Thuis is niet altijd samen
Maar thuis is ook nooit alleen

vrijdag 12 augustus 2016

Stem

In mijn hoofd 
zit een stem 
met steeds maar 
goede raad 
Maar ik weet
eigenlijk niet 
of ik er wel 
mee ben gebaat. 

woensdag 20 juli 2016

Verdriet

Ik voel me moe
Maar moe zijn mag niet
Ik lach en straal
En hoop 
dat niemand het ziet
Het stil verdriet
Ik slik het weg
ik slik ik slik ik stik
Het intense verdriet
Ik probeer het echt
Maar helpen 
doet het niet

zondag 17 juli 2016

Geknakt

Mijn ogen staren in de verte
Mijn hart doet pijn
Om iets wat eigenlijk
Zo mooi had kunnen zijn


donderdag 31 december 2015

Mijn papa

Diep van binnen
ben ik heel even weer
dat kleine meisje
dat zoekt naar jouw hand
Dat naar je kijkt
bij het lezen van de krant
Dat straalt als jij 
iets liefs tegen haar zei
Het meisje waarin
het vertrouwen huist
mijn papa
die houdt echt van mij 

vrijdag 18 december 2015

Draad van vertrouwen

Vertrouwen is
als een dunne draad
die langzaam
steeds dikker wordt

Maar als de draad
eens breekt
ruw en medogenloos 
Blijf de draad van vertrouwen
heel veel langer broos

Met veel begrip en liefde
en ook heel veel geduld
Is het dat de draad zich 
misschien ooit nog
tot een dikke kabel vult

zondag 31 mei 2015

Angst

Ineens is het er weer
ben ik bang om te verliezen
Misschien is het anders dit keer
dat gevoel niet te kunnen kiezen
Overgeleverd of toch niet
afwachten of zelf de touwtjes pakken
Is het mijn angst wat je ziet
waardoor de moed gaat zakken
Ineens is het er weer
maar ik geef me over, vertrouw
en probeer los te laten
omdat ik van je hou


donderdag 12 februari 2015

en daar voorbij

Liefde 
is 
geloven, 
in 
jou & mij.

Liefde 
is 
geloven,

vertrouwen, 
in 
de hemel

en 
daar voorbij...


zaterdag 22 november 2014

Kleur bekennen

Als ik naar buiten kijk zijn ze er ineens. Een grote stapel gele bladeren bedekt de aarde onder de boom in mijn voortuin. De wat rodere exemplaren hangen nog te glinsteren in de zon. Gisteren heb ik ze nog niet gezien, de gele bladeren op de grond. En ineens overvalt het gevoel mij dat ze daar niet zomaar liggen.

Geel de kleur van wijsheid, helderheid, verstand. Van eigenwaarde en logica. Misschien moet ik ze maar eens loslaten. De herfst liet lang op zich wachten dit jaar en dat is maar goed ook. Ik was er nog niet aan toe om los te laten. Maar nu wel. In het boeddhisme is geel de kleur van wijsheid maar in Egypte en Jordanië staat de kleur voor rouw. In mijn tuin combineren ze prima. De rouw en de wijsheid.

De rodere blaadjes houden nog hardnekkig vast. Niet van plan om los te laten. En ook dat is  goed. De energie en levenskracht van rood heb ik nog nodig. Het vuur en ambitie maar ook de openheid. Het rood van liefde, lijden, offer, strijd, hartstocht en moed. Strijden zal ik, offeren en lijden voor de liefde. Tot de winter komt vol wit, het wit van vreugde, blijdschap, tederheid en liefde.
 'Heel even was er niets anders. Geen verleden, geen toekomst'

Starend naar de blaadjes denk ik aan vorige week, aan de plek waar tere hartvormige blaadjes aan een boom in een waas van mist mij alles vertelden. De rust van het warme water om mijn lichaam, mijn hoofd in de vage mist die boven het water hing. De zachte regen die zilveren druppeltjes vormden aan de bomen om ons heen. De stilte en het alleen samen zijn. Zonder woorden genieten van een perfect moment.

Heel even was er niets anders. Geen verleden, geen toekomst. Alleen het nu. Het samen één zijn zonder verwachtingen. Heel even was er alleen jij en ik alsof het nooit anders was geweest en nooit anders zal worden. En hoewel ik weet dat er nog veel te overbruggen is, is het goed. Goed zoals het is. Een niet uit te leggen gevoel van rust, weten, voelen en vertrouwen. Een niet uit te leggen gevoel van thuis komen.

De blaadjes laten los. Een periode waarin menig het moeilijk heeft en jij niet het minst. Met het korten van de dagen, lijken de emoties hoogtij te vieren. Eerder heb ik het gezien en heb ik machteloos toe moeten kijken. En weer kan ik nu niets anders doen dan er zijn. Maar deze keer zal het anders zijn, deze keer zal ik kleur bekennen. Vandaag beken ik groen. Het groen van vruchtbaarheid, groei en hoop. Van kalmte, geluk, stabiliteit, betrouwbaarheid, bezinning en evenwicht. Het groen van het vierde Chakra dat staat voor de liefde, vriendelijkheid naar jezelf en anderen, geborgenheid en vertrouwen. Van hoop en het vinden van balans. Het groen waarin ‘Ik bemin en word bemind’ centraal staat. Ik zal vertrouwen op mijn gevoel en weten welke kleur van de regenboog vandaag de boventoon zal voeren.

Ik vraag me af waarom ik er nu meer vrede mee heb, meer vertrouwen heb. Dan weet ik dat ik gegroeid ben. Ik laat het iets willen doen los en blijf stil. Ik blijf stil en wacht tot jij zo ver zult zijn. Vol vertrouwen wacht ik en weet ik dat ik op het juiste moment zal weten wat ik moet doen en het rood van liefde het zilveren randje van vast vertrouwen heeft bereikt.


zondag 3 februari 2013

je 'hept' je best gedaan....

Ze staat op het schoolplein en wiebelt van het ene been op het andere. Haar ogen gaan zoekend rond terwijl ze doet alsof ze echt praat met een meisje dat iets ouder is dan zij. Dan ziet ze mij en rent ze naar mij toe. ‘Ik was je kwijt’ zeg ik. ‘Ik stond op je te wachten’ is haar simpele antwoord en haar grote ogen kijken me aan. Ik kan het haar niet kwalijk nemen. Ik had gezegd dat ik terug kwam en zij dacht op het schoolplein. En inmiddels vertrouwd ze mij. Onvoorwaardelijk.
 

Ik dirigeer haar naar binnen en besef dat dit de laatste keer is. Snel zet ik die gedachte opzij. Slecht ben ik er in, in afscheid nemen. Ik hou niet van afscheid nemen. Ik laat liever de deur op een kier. Zij vreest het, afscheid nemen. Te vaak is ze verlaten. Verlaten door de mensen waarvan ze het meeste hield. Zonder pardon uit haar leven weggerukt. En nu ga ik haar ook verlaten. Dat voelt oneerlijk. Diep in mijn hart wil ik zo graag bij haar blijven. Ik zou haar willen beschermen tegen alles. Ik zou zo graag zo veel meer voor haar willen doen. Haar weer vertrouwen geven. En ik zou haar zo graag weer kind laten zijn.
Ik sluit mijn ogen en een ander klein meisje kijkt me aan. Ze is ook een jaar of acht, negen misschien, maar zij heeft haar vader en moeder niet verloren. Ze probeert te doen wat haar gevraagd wordt en helpt met taken die niet horen bij haar leeftijd. Haar vader heeft gezegd dat hij niet meer wil leven. Niet zo. Hij kan het maar niet accepteren dat hij nooit meer gewoon gezond zal zijn. Zij begrijpt het niet en kijkt stilletjes toe. Alles draait nu om haar vader, zeggen ze tegen haar. Dat zou ze niet erg moeten vinden. Ze houdt toch van hem. ‘Zo hoort het’ denkt ze en probeert vooral niet tot last te zijn want haar moeder heeft het al zo druk. Maar ze wil zo graag gewoon kind zijn. Pas heel veel later als ze zelf kinderen heeft, beseft ze wat ze gemist heeft.
Vandaag was het de laatste dag. De laatste dag bij een groep kinderen die ik in mijn hart gesloten heb. Ik heb chips gekocht en er vooral niet te veel woorden aan verspild. Vandaag is de meest aanhankelijke van het stel verkleed als koning. ‘Ik heb nog nooit met een koning geknuffeld’ zeg ik en knuffel hem nog wat langer en hij straalt. Het kleine ‘kruitvat’ wat bij het minste of geringste ontploft, kruipt mij me op schoot. Hij wil foto’s maken met mijn mobiel. ‘Ik ik ga jou ook missen’ zegt hij in de camera die hij zelf bedient terwijl hij tegen me aan kruipt. Dan krijg ik tekeningen en van de andere groep een hart vol mooie teksten. ‘Ik ga je misen ik vind je heel lief kom je langs? dat zal leuk zijn je hept je best gedaan.’ Heeft zij op de ‘kaart met een rood hartje’ geschreven die haar vriendinnetje gemaakt heeft. Om haar tekst heen staan huilende gezichtjes en huilende hartjes. Ik slik en knuffel ze allemaal. Als ze even later allemaal aan tafel zitten om te eten , is de een verdrietig is omdat ze niet naast me kan zitten en barst in snikken uit omdat ze beseft dat ik er volgende niet zal zijn. Ik zet haar op schoot en aai over haar hoofd terwijl ze haar huilende gezichtje in mijn hals verstopt.
‘Ik hou ook van jou’, zegt het meisje van acht stilletjes in mijn hoofd. ‘Wil je ook voor mij zorgen? Ik ben zo moe van het zorgen voor iedereen’ Ik schrik, ik was haar even vergeten. ‘Kan ik dat, kan ik voor haar zorgen?’  vraagt mijn innerlijke moeder zich af. Ik weet het niet. Ik probeer haar meestal te negeren. Kan ik naar haar luisteren, wil ik voelen wat zij voelt. ‘Je weet niet wat je niet weet’ zegt een van mijn relaties altijd. Geldt dat ook voor ‘je mist niet wat je niet kent’. En wat als je het dan later leert kennen. Kun je het dan alsnog gaan missen. Hoe ga je om met het besef dat je je te vroeg volwassen moest gedragen en had je dat zelf kunnen voorkomen? ‘Je hept je best gedaan’ schreef zij. Maar is je best doen alleen wel goed genoeg? Vind ik ooit dat het genoeg is? De vragen gonzen door mijn hoofd.
Dan is het zover. Ik sta samen met haar bij het lokaal. Na een lange knuffel en tig keer de belofte dat ik echt nog langs zal komen, laat ze me los en loopt de klas in. Dan ineens rent ze terug en vliegt weer in mijn armen. Tranen blinken in haar ogen en ze knijpt haar kleine armpjes vast om mij heen alsof ze me nooit meer los zal laten. Nog dichter trek ik haar tegen me aan en hou beschermend mijn armen om haar heen geslagen. Tranen lopen over mijn wangen. ‘Ik ga niet weg’ zou ik willen roepen maar dat is niet eerlijk want ik ga wel weg. Ik kan haar niet beschermen. Ik kan haar niet met me mee nemen. Ik moet haar loslaten. ‘Hou me vast, blijf bij me’ smeekt haar lijfje terwijl ze zich vastklampt. ‘Ik hou je vast en je bent bij me. Voor altijd’ denk ik. ‘Je zit voor altijd in mijn hart, nooit zal ik je nog los kunnen laten’.

 

 

 


 

 

 

zaterdag 10 november 2012

Thuis zijn


“Ik ben nergens thuis” zegt hij, en ik zie de vertwijfeling in zijn ogen. Hij staart in het niets. Soms is hij heel dicht bij en dan ineens zweeft hij weg. Weg in zijn gedachten. Weg in zijn wereld die zijn wereld niet is. Op zoek, op zoek een plek om thuis te komen. Op zoek naar huis. Op zoek naar zichzelf.
Hij hangt overal tussen in. Tussen het verleden en de toekomst. In het heden. Het heden waar hij geen grip op heeft. Want in het heden is hij even niet thuis. Ik begrijp wat hij voelt, ooit voelde ik dat ook. Ooit wilde ik verder maar kon het niet. Nog niet. Ik spartelde tegen. Ik probeerde met een vreselijke drang, grip te krijgen op mijn leven, op mijn toekomst. Ik wilde weten wat er ging gebeuren maar hoe harder ik vocht hoe minder grip ik kreeg. Ik moest leren loslaten. “Dat is lastig voor een control freak” zei hij. En ik weet wat hij bedoeld.
“Het komt goed” zei ik gisteren tegen mijn vriendin. Ze schrok van de mededeling dat we weer op zoek zijn naar een huis. Negen weken, nog niet eens meer. Ik zag de twijfel in haar ogen. Het is niet dat ik me geen zorgen maak. Maar ondertussen weet ik dat dat alleen mijn energie opvreet en totaal geen zin heeft. Zin heeft het om zoveel mogelijk mensen te vertellen dat ik op zoek ben. Zin heeft het om actief te zoeken. Zorgen maken kan altijd nog. En dus vertrouw ik. Probeer ik het los te laten en te vertrouwen. Vertrouwen op mezelf. Vertrouwen op de mensen om me heen die om mij geven en van mij houden. Vertrouwen op de toekomst. Er komt altijd een oplossing. Die oplossing ben ik zelf. Als ik geloof in me zelf, komt het altijd weer goed.
Je hebt een keuze. Een thema dat gisteren ook aan bod kwam bij de boeklancering waar ik was. Haar woorden maakte indruk, raakte mij diep. Vandaag las ik het voorwoord. En weer komt het naar boven. “Ik heb me afgevraagd wat maakt dat de ene persoon zuur of cynisch wordt, slachtoffer en boos op de wereld, terwijl de ander juist krachtig en vol van levenslust is” schrijft ze. Ik herken haar woorden, haar gedachten. En ook het OER waar ze overschrijft. Ik herken het oergevoel in mij. Het oergevoel van liefhebben, van het mooie blijven zien. Het oergevoel van moeder zijn. Maar ook het oergevoel van op zoek zijn naar jezelf. In de lezing kwam naar boven hoe belangrijk liefhebben is in je leven. Liefde voelen, liefde zijn, vertrouwd raken met liefde. Dat ervaren in je eerste levensjaren is van levensbelang.
Maar niet alleen het voelen ook het horen is voor mij belangrijk. Het heeft lang geduurd voor ik besefte dat ik dat miste van de persoon van wie het dat het meeste nodig had. Zij hield van mij, maar zei het nooit. Nog steeds niet. Daaruit komt waarschijnlijk mijn bedwingbare drang om dat te vertellen tegen mijn kinderen. “Ik hou van je”. Toen ik naar huis reed dacht ik aan mijn oma. Mijn oma die het zaadje van liefhebben, van lief gevonden worden en liefde voelen, altijd water gegeven heeft. Waardoor ik nu kan vertrouwen op mezelf. Mezelf heb gevonden en, hoe moeilijk het soms ook kan zijn in je leven, met vertrouwen door kan gaan.
Nu maakt het niet uit waar ik ben. Waar ik zal wonen. Voor de kinderen houd ik rekening met bepaalde aspecten maar voor mezelf maakt het niet uit. Ik kan overal thuis zijn. Dat kan omdat ik thuis ben bij mezelf. Heel soms merk ik dat ik weg ben. Ergens anders dan bij mezelf naar binnen ben gegaan. Dan heb ik even tijd nodig maar altijd kan ik mezelf weer terugvinden. “Wie dan leeft, die dan zorgt” zei ik gisterochtend. “Ik kan niet in de toekomst kijken, en dus probeer ik dat los te laten”. Dat is moeilijk voor een controle freak. Maar het werkt wel. Als ik terug kijk in mijn leven, kwamen de dingen die ik zo graag wilde, waarvoor ik zo mijn best deed, waarvoor ik vocht, op de momenten dat ik het los liet.
Ik kan hem niet helpen. Ik kan er zijn en luisteren. Ik kan van hem houden en hopen dat dat hem vertrouwen geeft. Maar hij moet het zelf doen. Op zoek naar zich zelf, zichzelf vinden en weer van zichzelf gaan houden. Zien wat voor mooi mens hij is. De controle proberen wat losser te laten. Vertrouwen weer te krijgen in dat het goed is. En dan, als hij zich zelf gevonden heeft, zal hij thuiskomen. Thuis bij zich zelf. Dan hangt hij niet meer tussen het verleden en de toekomst. Dan leeft hij in het heden. Dan is hij overal thuis.

vrijdag 26 oktober 2012

Planetenruil; Mannen naar Venus en vrouwen naar Mars

Af en toe kijk ik stiekem toch op mijn telefoon. Niets. Teleurgesteld leg ik hem weg, nou ja naast me dan want dan zie ik het als er een whats app oplicht. Braaf hou ik me in. Iets sturen heeft geen zin, als dat zo zou zijn had ik al lang een berichtje gehad.

Dank komt er een e-mail binnen gestuurd door mijn schoonzus. ”Zussen” is de titel en geïnteresseerd lees ik het verhaal. Het gaat over een moeder die haar dochter verteld dat ze nooit haar zusters moet vergeten. “Hoeveel je ook van je man houdt” zegt ze "of van je kinderen, je zult je zusters altijd nodig hebben. En onthoud dat zusters alle vrouwen betekenen. Je vriendinnen, je dochters, je collega’s en al je vrouwelijke familieleden. Je hebt vrouwen nodig. Zo is dat met vrouwen”.
Vrouwen hebben vrouwen nodig. Ook mannen, maar vrouwen bespreken hun problemen met vrouwen. Mannen zijn anders. Als mannen ergens mee zitten trekken ze zich terug, sluiten ze zich op tot ze er uit zijn, leerde ik tijdens de voorstelling van Huub Stapel. En dan moet je ze vooral niet storen. Ik doe mijn best. Mijn best om ’t te begrijpen. Mijn best om hem te laten. Maar ondertussen begrijp ik er geen snars van en zou ik hem gewoon het liefst even omhelzen. Ik kom nou eenmaal gewoon van Venus.
“We geven wat we willen krijgen”, zei Huub tijdens zijn show en eigenlijk herkende ik er wel wat in. Ik en hoor het mezelf soms doen. Mannen en vrouwen zijn zulke verschillende wezens. We lijken uiterlijk maar ook innerlijk niet op elkaar. Zit daar de aantrekkingskracht. Is dat het misschien. En toch ben ik het die altijd zegt dat het zo fijn samenwerken is met mannen. Je kunt elkaar zo heerlijk aanvullen. Maar hoe anders is dat als je gevoel met je aan de haal gaat.
En dan vraag ik me af waar het “fout” gegaan is. Waar zijn die twee wezens van zulke verschillende planeten ineens samen op de aarde terecht gekomen. Want Mannen komen van Mars en vrouwen van Venus. Hadden Venus en Mars niet een tijdje wat dichter bij elkaar kunnen hangen, een tijdje kunnen latten of zo? Had dat het een en ander niet wat makkelijker gemaakt? En kunnen we niet gewoon aan planetenruil doen?
“In de oertijd gingen de mannen jagen” zei mijn collega tegen mij toen we het hadden over mannen versus vrouwen. “Ze moesten verder weg kijken en gingen niet naar huis terug voor er wat te eten was om mee te nemen”. “De man gaat van A naar B” zegt ook Huub “en daar moet je hem vooral niet bij storen. Niets zeggen, niets vragen. Als hij bij B is, is hij er weer voor jou”. “Als de man terug komt van het jagen” vervolgd mijn collega” dan neemt hij wat te drinken en staart hij in de avond uren in het vuur en overdenkt zijn leven”. Als ik hem aan kijk zie ik hem mijmeren. Mijn collega had het vast prima gedaan in de oertijd.
De vrouw daarentegen zorgde vor het huis en de kinderen. Ze hoefde geen route te bepalen en daardoor zijn ze nu nog altijd de weg kwijt. Ze bleef dicht bij huis en maakte schoon terwijl ze met het andere oog de kinderen in de gaten hield. Ze zorgde voor de sfeer en al het randgebeuren. En primair doen ze dat nog. Er is alleen zoveel bijgekomen. We moeten en moeten zoveel. En daar denken we dat we elkaar begrijpen, dat we hetzelfde zijn of het zelfde willen. Maar mannen komen van mars.
En zo komt het dat zij zorgzaamheid nodig heeft en hij vertrouwen. Zij begrip en hij acceptatie. Zij wil respect en hij wil waardering. Zij heeft bevestiging nodig en hij goedkeuring. Zij snakt naar geruststelling en hij wil aanmoediging. Mannen; vrouwen willen horen dat je van ze houdt, dat je ze mooi vindt en lief. Vrouwen: laat ze met rust die mannen, geef ze dat vertrouwen en moedig ze aan. Hoe moeilijk het ook is. Maar bedenk op vakantie passen we ons ook aan, aan de cultuur en de gewoontes. Dus laten we eens een week op de andere planeet op vakantie gaan.

vrijdag 19 oktober 2012

Jij bent mijn maan

Jij bent als de nieuwe maan
degene voor het starten van een nieuwe tijd
Jij bent mijn nieuwe maan
Je zorgt voor emoties en impulsiviteit

Jij bent als de wassende maan
Je zorgt voor een periode van nieuwe kansen en herstel
Jij bent mijn wassende maan
Als jij er bent, zie ik het ineens wel

Jij ben als de volle maan
Ik wordt onrustig door jou kracht
Jij bent mijn volle maan
Geeft mij hernieuwde energie in de verlichte nacht

Jij bent als de afnemende maan  
Jij staat vanaf de zon gezien naast mij
Jij bent mijn afnemende maan
Je laat mij analyseren en maakt mij weer blij

Jij bent als de balsemieke maan
Tijd om het verleden los te laten, verder te gaan
jij bent mijn balsemieke maan
Met jou kan ik het leven aan



woensdag 17 oktober 2012

Loslaten of vastroesten

Het lijkt wel alsof alles in het teken van loslaten staat deze week. Het lijkt met koeienletters overal geschreven te staan maar ik zag het niet. Toch kan ik er niet meer omheen. Maar wat, wat moet ik loslaten? Alles, niets, delen, mijn verleden, mijn heden, mijn vertrouwen, mijn normen, mijn waarden, mijn ideeën, mijn kinderen, de mensen die ik lief heb of mezelf…….

Vandaag had ik een gesprek, een goed gesprek. Over zijn bedrijf, over mijn bedrijf. Organisatieontwikkeling en loopbaanbegeleiding doet hij. Op het einde kwamen we op mijn naam en logo. Ik denk al wat langer na over een nieuw logo. Want ik ben niet ontevreden maar helemaal tevreden ook niet. Het mag krachtiger, strakker. Vandaaruit ging ik nadenken over de naam van mijn bedrijf. Ook daaraan begon ik te twijfelen. Maar nu de stap, laat ik dit los en stort ik mij in het nieuwe onbekende……
Maandag zwaaide ik mijn zoon uit. Niet de eerste keer maar deze keer gaat hij wel weer een stukje verder. Voor mij als moeder een stapje verder. In een gastgezin. Het water over. Loslaten, vertrouwen. Zoals iemand ooit over mijn autorijkunsten zei tegen mijn zoon: “ik vertrouw je moeder wel maar de rest van de wereld niet”. Dat gevoel overvalt mij nu. Ik vertrouw hem wel maar lees toch net iets te vaak het nieuws. Blij was ik met de sms gisteravond waaruit blijkt dat hij het loslaten lastiger vindt dan het leek toen hij met amper een kus richting de bus vertrok.  Het gaat goed met hem, ik laat de teugel verder vieren maar of al toe ben aan loslaten…..
Vorige week stopte ik met één van mijn vrijwilligerstaken. Ik kon het niet de aandacht geven die het verdiende. Daar voelde ik me schuldig over en dat vrat energie. Daarbij moet ik er volgend jaar toch mee stoppen dus kon ik het beter nu loslaten. Daar is het weer. Het loslaten van iets dat ik zo leuk vond. Waar ik ooit zoveel energie van kreeg. Verstandig of niet. Het kriebelde toen ik daar die avond zat en bijna zou ik me weer opnieuw aangemeld hebben. Maar het is goed zo. Tijd voor een ander met meer tijd. Ik moet het loslaten…..
En nu heb ik net een e-mail geschreven. Met pijn in mijn hart vertel ik iemand dat ik hem ga los te laten. Het kan niet anders, het moet. Ik krijg geen lucht. Geef geen lucht als ik het niet doe. Of het goed is weet ik niet maar het moet. Zo graag zou ik vasthouden, me vastklampen en nooit meer loslaten. Ik weet niet of het mijn verstandig volgen is of juist mijn gevoel. Ik moet het zeggen, ik moet loslaten om misschien ooit weer vast te kunnen houden.....
Loslaten is blijkbaar het woord deze week. Nog zoveel voorbeelden zou ik kunnen geven die me deze week overkwamen. Het lijkt wel alsof alles in het teken staat van loslaten deze week. Het staat waarschijnlijk al tijden met koeienletters overal geschreven, maar ik zag het niet, wilde het niet zien.  Nu kan ik er niet meer omheen. Ik moet loslaten. Maar wat, wat moet ik allemaal loslaten? Alles, niets of delen. Mijn verleden, mijn heden, mijn vertrouwen, mijn normen, mijn waarden, mijn ideeën, mijn kinderen, degene die ik zo lief heb of mezelf…….

dinsdag 9 oktober 2012

Overspel

“Drie tegelijk en voor een langere periode of maar één keer over de streep gaan. Maakt het uit?” vraag ik haar. “Ik denk het wel” zegt ze maar ze overtuigt mij niet. “Ik weet het niet hoor” zeg ik half in gedachten “volgens mij ben je in alle gevallen je vertrouwen in elkaar kwijt”.

Met open mond heb ik haar verhaal aangehoord. Zij had hetzelfde gedaan toen haar vriendin haar het verhaal vertelde. Ik ken ze ook, vaag maar toch. En direct vraag ik mezelf af of zoiets mij ook zou kunnen overkomen. Ik denk het niet. Maar als ik dat hardop zeg, zie ik iets in haar ogen waar ik van schrik. Als ik haar wat langer aankijk begint ze te blozen. “Jij toch niet” breng ik eindelijk uit. Want als ik het van iemand niet voor kan stellen is zij het wel. Zij daagt wel uit maar verder. “Ik kan wel zeggen dat het bij anders was” zegt ze dan “maar ja dat zeggen ze vast allemaal. Inderdaad ja, ik ook”.
“Mijn relatie was al niet goed” zegt ze. Dat is geen nieuws maar toch… “Het begon heel onschuldig” vervolgt ze. “We gingen een keer lunchen, gewoon voor het werk. En ja het was erg gezellig. Het klikte en ze merkte heus wel dat ze elkaar aan het uitdagen waren, maar ja dat mag toch wel. Er kwam een tweede keer lunchen en onverwacht kuste hij haar. Wat hij de tien minuten daarna had gezegd wist ze later niet meer. Ze had het niet verwacht. Totaal niet. Van het een kwam het ander en uiteindelijk spraken ze samen af. Wandelen in het bos, auto’s stiekem geparkeerd. Pff wat had ze zich opgelaten gevoeld. Midden in het bos spraken ze af dat er verder niets zou gebeuren. Het kon niet. Hij was getrouwd, ze wilde zijn huwelijk niet in gevaar brengen. Hij wilde niet dat zij problemen zou krijgen en dan was er ook nog een werkrelatie. Maar in de maanden daarna bleken ze niet zo sterk als ze dachten. Ze konden elkaar niet negeren. Wilde het ook niet. En elke keer was er de spijt. Elke keer zou de laatste keer zijn.
Vol verbazing zit ik haar aan te kijken. Het verhaal van daarvoor was eigenlijk al genoeg voer geweest voor één gesprek. Mensen in haar omgeving die gezellig bij elkaar op de koffie gingen en waarbij er onderling gewoon relaties waren ontstaan. Hij die zijn vriendin bedroog met haar beste vriendin. Zij die op haar beurt weer een ander vriendje er bij had en dan de man die er gewoon naast zijn vrouw nog er 3 andere op na hield. Mijn bekrompen wereldje trok dat al amper maar dat mijn vriendin…… Dat was echt een bom die insloeg.
“Nog steeds? vraag ik “ik bedoel hebben jullie nog steeds iets met elkaar”.  “Nee” zegt ze beslist. “Nee, ik heb denk ik voor altijd een zwak voor hem, maar daar blijft het bij. Hij is getrouwd, heeft kinderen. Na die keer in het hotel wisten we dat het over moest zijn” “Je gaat er niet over schrijven hoor” zegt ze dan ineens. “hoewel..” zegt ze dan en haalt er schouders op. Ik lach. Zij leest al mijn verhalen, ze weet dat ik dat nooit zonder haar toestemming zou doen. Ze denkt even na, doet twee klontjes suiker in haar koffie en blijft een tijdlang roeren. Dan zegt ze “Weetje, hij zegt dat hij van haar houdt maar ik vraag me af of dat kan. Mijn relatie was al bagger, niet dat dat mij vrijpleit, maar iets op het spel zetten als er iemand is van wie je echt zoveel houdt…..” Ik denk na en vraag me af of dat het is. Want inderdaad kan ik me dat ook niet voorstellen dat als je van iemand houdt je vreemd zo gaan. Dan moet er toch wel wat mis zijn in je relatie is mijn bekrompen mening.
“En weet je” zegt ze dan “ik vraag me ook nog steeds af of ik voor hem de enige was met wie hij haar bedroog……..”

dinsdag 25 september 2012

De berg

Ooit stond ik ook op een berg, maar dat was toen ik klein was. Bergen zijn mooi maar niet voor mij. Bergen zijn namelijk hoog en ik heb hoogtevrees.

Toch ging ik de bergen op. Met de auto, in een bus, lopend en zelfs op een ezel. Die laatste voerde mij langs afgronden. Doodsangsten heb ik uitgestaan op bergen. Bussen draaien zo dat het lijkt alsof je boven de afgrond zweeft. Klam zweet stond vaak in mijn handen en op mijn voorhoofd. Tranen heb ik gehuild op een berg waar we met een jeep moesten keren. Maar dat was in de tijd dat ik wist dat ik zo nooit boven zou komen.
Ik ben bang te verliezen. Dat is me duidelijk. Het ging beter, ik kon het loslaten dacht ik. Dit weekend spraken we over de toekomst. Misschien noodgedwongen stappen maar ergens voelde die zo goed. Snel, te snel? Waarschijnlijk veel te snel. Maar toch voelde ze fijn, prettig. Ik heb geklommen, jaren ben ik een berg opgeklommen waarbij ik nooit boven zou komen. Ik zou nooit boven komen omdat de berg die ik wilde beklimmen de weg al afgezet had. De top was niet bereikbaar. Ooit had daar  iemand op de top gestaan en de berg had besloten dat dat nooit meer zou gebeuren. Achteraf gezien was het ook niet mijn berg. Ik stond aan de voet van de verkeerde berg. Als ik moet kiezen tussen bergen en zee, kies ik voor zee. De zee begrijp ik. De golven kalmeren, inspireren. Bergen geven het idee dat je er toch nooit komt. En daarbij heb ik hoogtevrees. Wat moet ik dus op een berg.
Maar nu heb ik een nieuwe berg gevonden. Een mooie berg. Zomaar ineens zag ik die berg. Vanaf de grond lijkt de top hoog maar prachtig. Het is een berg met ook hobbelige paden. Maar de weg is niet afgesloten. Er staan nog wel veel obstakels op de weg  en er is geen recht pad naar de top. Ergens zweven er ook mensen op of rond die top. Ik weet niet of één ervan nog boven is of onderweg naar beneden. Ik weet niet of die ooit echt naar beneden gaat maar de weg is tot zover niet afgesloten. Ik vraag me af of ik het aandurf. Te klimmen op die berg. Te gaan naar de top. Kan ik mijn hoogtevrees, mijn angsten overwinnen?
Ik heb jarenlang gezworven, ergens in een dal rondgelopen genoten van het dal maar af en toe keek ik naar de bergen. Dan wilde ik dat ook. Dan wilde ik naar boven. Op de top staan. Dan vroeg ik mij af hoe het zou zijn daar boven op die berg. Zou ik het halen? Zou ik overwinning voelen? Zou ik kunnen genieten van het boven zijn, genieten van het uitzicht? Zou ik me daar veilig voelen? Altijd was er de angst maar nu wil ik zo graag weer klimmen. Zou deze berg mij beschermen? Zou deze berg mij opvangen als ik lijk uit te glijden, als ik struikel of als de angst van het diepe mij overvalt? Is deze berg de juiste berg, is deze berg de berg die ik ga beklimmen? Of zie ik na deze berg pas de echte berg?
Ik kijk naar buiten en neem een besluit. De volgende vakantie ga ik de berg op. Symbolisch ga ik klimmen. Lopen, omhoog. Angsten overwinnen en zien wat bergen mij gaan brengen…

vrijdag 14 september 2012

Loslaten en vertrouwen

“Zo meteen naar huis. Weer heel lang fietsen” lees ik op twitter. Het bericht is van mijn zoon die op kamp is. “Ja zo meteen weer lekker thuis” denk ik. Gelukkig heb ik twitter en dus een teken van leven.
Ik sta op het parkeerterrein bij school en wacht op zoonlief die weer van kamp terugkomt. Het zijn maar 3 dagen maar ze lijken oneindig te duren. Thuis gaat alles normaal door hoor, behalve dan dat ik niet weg hoef om hem naar sport te brengen. En dat ik mezelf er steeds op betrap dat ik me afvraag wanneer hij thuis komt van school. “Oh ja, dom” denk ik denk “hij is op kamp.” Ik weet dat ik niet de enige moeder ben die dit heeft, er zijn er gelukkig nog wel wat meer. “En vandaag mijn middelste op schoolreisje :)). Ik geloof dat de jongste heel verdrietig gaat zijn zonder zijn grote broer en zus” las ik de dag dat mijn zoon op kamp gegaan was. “En niet alleen de jongste” dacht ik “mama ook”. Haar kinderen zijn 3, 7 en 9 jaar oud. De mijne zijn 11, 13 en bijna 16. Zij is nog maar net begonnen, ik ben met kampen en schoolreisjes al over de helft. Maar het gevoel blijft hetzelfde.
“Kamp en schoolreisjes staan met elkaar verbonden als loslaten en vertrouwen. Vertrouwen in de docenten en eventuele ouders die mee zijn. Vertrouwen in je eigen kind.  Het loslaten van je kind en hem of haar laten genieten zonder dat jij hierop controle en zicht hebt op de situatie” zegt ze tegen mij. “Dat is lastig voor ouders en vooral voor moeders” denk ik. ”Je kind het zelfvertrouwen geven door hem of haar te laten weten dat je het met volle vertrouwen tegemoet ziet” vervolgt ze en kijkt mij aan. “En ondertussen…. Ondertussen tel je de dagen tot ze weer thuis zijn” zeg ik en ze knikt en lacht.  
Ze is een echte moeder moeder; dat weet ik, voel ik, lees ik in de berichtjes tussen de regels door. Ze kan genieten van de tijd alleen. “wat n productieve dag zonder mijn 3 kinders om mijn heen. Heel veel leuke vacatures gezien dus vanavond a/d slag met mails” twittert ze. Maar hoe lekker ze het ook vindt, en hoe ze ook kan genieten van de rust, ze is pas weer compleet met haar kroost om haar heen. Ik herken dat. Daarom klikken wij ook. Het is niet het eerste kamp van mijn zoon en zijn broer en zusje zijn ook al wat keren op kamp en schoolreisje geweest. Maar dat gevoel blijft, je wordt iets makkelijker in de loop van de tijd, maar het gevoel van “gelukkig ze hebben genoten maar zijn nu weer heerlijk veilig thuis” zal altijd blijven.
Ik zie de eerste kinderen al richting school komen fietsen. Moe, wit, koud  en door en door nat proberen ze nog iets van een lachje te produceren. Ik stap uit de auto en loop richting de groep. Hoewel je kind zich het liefst koud en moe in je armen zou storten om geknuffeld en gekust te worden, zal het hooguit op een stoere toon hoi tegen je zeggen. Logisch want we staan op het schoolplein van “de middelbare” en het kind waar het om gaat zit toevallig dus wel in de 2e klas. En dan doe je dat dus niet meer.  Terwijl ik richting kind met fiets en teveel tassen loop, besluit ik maar weer mijn zelfde beproefde procedure te volgen. Hoi zeggen, tassen aannemen en kind naar huis laten fietsen. Eenmaal thuis er eten en drinken instoppen, het onder de douche zetten, in bed gooien en rond een uur of 18.00 a 19.00 kijken of je het wakker kunt krijgen. Zo ja dan nogmaals wat te eten erin stoppen en weer terug in bed dumpen. Ik heb het al meerdere keren gedaan en met succes. Het lijkt nu onmogelijk als ik naar het witte snoetje met wallen onder de ogen kijk, maar morgen, morgen heb ik weer mijn oude vertrouwde kind in huis…….. alsof het nooit weg geweest is.

woensdag 5 september 2012

Rituelen en tradities

Woensdag gehaktdag, is volgens mij niet meer? Lees ik op Facebook. “Net zo ouderwets als maandag wasdag!!!”, is het commentaar. Tradities, ik heb er toch wel iets mee. Het geeft rust. Straalt vertrouwen uit. En dat kunnen we af en toe best gebruiken in de deze snelle wereld.
“Ik hou wel van tradities maar gehaktdag.... ik introduceer bij deze de Woensdag Wrapdag!” antwoord ik. Ik kom net thuis van een netwerkbijeenkomst. Ook een soort nieuwe traditie. Elke week komen we als groep ondernemers bij elkaar om samen te ontbijten. Onze bedrijven nog eens onder de aandacht te brengen, te vertellen waarnaar we op zoek zijn en te kijken wat we voor elkaar kunnen betekenen”. De mens is een kuddedier zoals ik al eerder schreef in “het zwarte schaap” en dus voel ook ik me wel prettig in deze nieuwe kudde.
Twee weken geleden hield dit onderwerp me ook al bezig. Vroeg in de ochtend stond ik daar, bij de slagboom aan het begin van de camping waar ik met de kids voor 2 weken was gehuisvest. Ik keek hem na. Zo lang mogelijk en toen was ik de auto kwijt. Ik keek naar links, rechts, maar mijn ogen konden niets bewegend meer vinden daar op de dijk. Ik stopte mijn handen in mijn zakken, het was nog koud, hopend dat het zonnetje de boel zo zou komen verwarmen. In gedachte liep ik terug naar mijn tijdelijke thuis. Gek, bedacht ik me toen, hoe snel iets went. Het ritueel van uitzwaaien en teruglopen voelt als zo gewoon. De dag daarvoor na het boodschappen doen hoorde ik mezelf tegen mijn oudste zoon zeggen “Kom we gaan naar huis”. Krap anderhalve week waren we daar in die plaats op die camping. “Thuis”, ik moest er zelf om lachen. Anderhalve week en toen al waren een aantal activiteiten gewoonte geworden, een soort rituelen.
De dag dat we naar huis gingen kwam er een wat ouder stel naast ons staan. Toen ik ze gedag zei vertelde de man mij dat ze elk jaar daar op de camping kwamen en elk jaar rond de zelfde tijd en altijd vijf weken. “Tja dat is zo de traditie” zei hij. Ik bedacht me nog dat ik er niet aan zou moeten denken, elk jaar naar dezelfde camping. Maar elk jaar met kerst de grote gevulde kalkoen verveeld me eigenlijk nooit. Waarom vroeg ik me af. Waarom wil ik bij het een steeds wat anders en val ik bij het ander terug op altijd het geijkte, het zelfde. En misschien is dat het wel. We willen en moeten te veel in deze tijd. Steeds maar wat anders en soms, soms hebben we dan gewoon behoefte aan oud en vertrouwd. Even niet nadenken, weten wat er komen gaat. Rust.
De mens in zijn algemeenheid is gek op tradities en rituelen. En niet alleen in andere landen ook wij in Nederland hangen aan elkaar van de rituelen en tradities. We beseffen het alleen niet altijd. Ze geven je houvast, rust en vertrouwen. Koffie drinken op zondag bij je ouders, of het biertje bij de vrijdagmiddagborrel. De jaarlijkse familiedag, het sinterklaasfeest of vuurwerk en champagne en oliebollen om het nieuwe jaar in te luiden. Je weet wat er gaat komen, je hoeft er niet over na te denken en kunt dus loslaten. Ze zijn er ook in alle soorten en maten. Kinderen gedijen goed bij rituelen. Niet voor niets willen ze graag steeds hetzelfde boekje lezen, dezelfde film kijken. Teletubbies werd er groot mee “En nog een keertje…….” hoorde ik dan roepen en ja hoor daar kwam gewoon hetzelfde filmpje nog een keer voorbij. Maar ook het slaapritueel. Al vanaf baby slapen ze het best als ze weten wat er komt. En of het nou een boekje voorlezen is, een liedje zingen, de dag doornemen of samen tandenpoetsen….. het is de volgorde waarin de dingen gebeuren en wat er gebeuren gaat. Een vast patroon een ritueel. Niet voor niets hadden onze voorouders de drie R’s hoog in het vaandel. Reinheid, RUST en REGELMAAT.
“De functie van een traditie is het in stand houden van de maatschappelijke stabiliteit” lees ik. “En hoewel tradities statisch kunnen lijken, veranderen en vernieuwen ze voortdurend”. En dat is maar goed ook bedenk ik me. Want maandag wasdag zou niet meer opgaan in mijn gezin met pubers, maar een beetje vastigheid kunnen ze in deze leeftijdsfase best gebruiken. Daarom introduceer ik vanavond de Woensdag Wrapdag en bespreek ik gelijk ook even of de Donderdag Kidskookdag er ook bij kan. Ik hou wel van tradities en rituelen denk ik lachend. En zeker die laatste; de Donderdag Kidskookdag, lijkt me een pracht van een nieuwe traditie en prima uiting van RUST, althans voor mij dan.