Posts tonen met het label geloof. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geloof. Alle posts tonen

vrijdag 12 augustus 2016

Frisse wind

Het zand 
scrubt mijn huid 
de zee 
spoelt mijn hoofd 
en de wind 
neemt alles mee 
wat ik 
ten onrechte 
heb geloofd.

dinsdag 31 mei 2016

Hart

De zon vertelt
in haar licht
het verhaal 
van boven
En in een hart
laat ze ons
weer simpel
in onszelf 
geloven. 

donderdag 31 december 2015

Mijn papa

Diep van binnen
ben ik heel even weer
dat kleine meisje
dat zoekt naar jouw hand
Dat naar je kijkt
bij het lezen van de krant
Dat straalt als jij 
iets liefs tegen haar zei
Het meisje waarin
het vertrouwen huist
mijn papa
die houdt echt van mij 

zondag 16 augustus 2015

Wit

Wit van puur
Wit van rein
Wit van teer
Wit van fijn
Wit van zuiver
en onschuld
Wit van sneeuw
of in mist gehuld
Wit van licht
een schone lei
Wit van nieuw begin
en jouw geloof in mij

zondag 14 juni 2015

Verloren vriend

Ik heb een vriend verloren
en dat doet pijn
Omdat het eigenlijk
heel anders had moeten zijn

Had ik het kunnen zien
Er iets aan kunnen doen
Met woorden, met een knuffel
of met een zoen

Had ik kunnen voorkomen
dat er hoop gekomen is
Waardoor we hebben verloren
En ik nu ook zijn vriendschap mis

donderdag 12 februari 2015

en daar voorbij

Liefde 
is 
geloven, 
in 
jou & mij.

Liefde 
is 
geloven,

vertrouwen, 
in 
de hemel

en 
daar voorbij...


zondag 7 december 2014

Ik wens…

‘Je krijgt waar je om vraagt’ zegt hij. Ik knik en staar voor me uit. Ik weet wat hij bedoelt. Je gedachten zijn sterk, sterker dan je ooit zal kunnen vermoeden. Duizenden gedachten vliegen door mijn hoofd. En elke gedacht zend een wens. ‘Niet zeggen dat je moet loslaten, want dan pak je het juist vast’. Ineens begrijp ik waarom mijn gevoel zich altijd zo verzet tegen het ‘moeten loslaten’. Nergens  gaan zoveel gedachten naar toe dan naar dat wat je  moet waar je niet aan toe bent. ‘Focus op iets anders dat je wil’ is zijn advies. Dan gaan je gedachten weg van dat wat je los wil laten.

Het lijkt zo simpel en misschien is het dat ook wel. Maar op dat moment vliegen de gedachten door mijn hoofd. Ik probeer ze op een rijtje te zetten of onder controle te krijgen. Ik zou toch beter moeten weten. Het leven is een leerproces en we krijgen dat wat we nodig hebben. Soms ben ik daar blij om maar soms toch echt ook minder. Zie ik niet wat het mij gaat brengen en misschien is dat het wel. Ik hoef het niet altijd te zien. Nog meer dan ik al doe moet ik gewoon vertrouwen. ‘Niet jezelf afsluiten’ zegt hij, ‘maar vanuit je hart naar buiten gaan. Dan bouw je een natuurlijk muurtje dat alles bij je vandaan zal houden’. Ik kijk over het water en visualiseer. Leven in het nu, want alleen nu telt.
Ik wens dat kanker verdwijnt uit onze samenleving
Als ik een paar dagen later schrijf: “ik hoop dat deze eerste dag van jouw nieuwe jaar een goed begin is geweest om er een gelukkig, liefdevol en ‘rustig’ jaar op te laten volgen’, besluit ik tegelijk dat het mijn eerste dag om actief met mijn wensen aan de slag te gaan en dat ik elke dag mijn wensen op ga schrijven. Want inderdaad toen ik het twee jaar geleden druk had, wilde ik rust. Maar toen de rust kwam, was dat in weinig opdrachten voor werk. Rust dus, maar niet de rust die ik bedoelde. Foutje! Verkeerd omschreven, verkeerd gevraagd. Dus wilde ik toen meer werk en dat kreeg ik. De afgelopen maanden werk ik elke dag, avond en het weekend. Rust zou ik willen roepen maar dan besef ik dat ik iets specifieker zal moeten zijn.

Die avond pak ik het schriftje dat ik een maand geleden van mijn dochter kreeg en begin met schrijven. De eerste dag nog wat onwennig maar het went al snel. Je kan onuitputtelijk wensen, herinner ik me uit ‘The Secret’. Dus begin ik vol overgave aan mijn wensenlijst. ‘Ik wens meer evenwicht tussen drukte en rust, tussen werk en privé, tussen alleen en samen. Ik wens weekenden met tijd voor hobby’s en werkdagen met werk voor mooie opdrachten. Ik wens dat het goed gaat met de kinderen, op school, thuis, in hun relaties met vrienden en met mij. Dat ze goede cijfers halen en veel lol hebben en zich gelukkig voelen.

Ik wens dat mijn bedrijf een mooi stabiel product neerzet dat de oplossing is voor velen. Dat er veel gebruikers komen en dat iedereen die er aan meewerkt er in alle opzichten rijker van zal worden. Ik wens liefde en geluk en tijd kunnen spenderen aan de dingen die mij blij maken. Ik wens een gelukkig gezin met mijn lieve kinderen en een lieve zorgzame mooie man die van mij houdt. Ik wens een thuis om samen te komen vol warmte en gezelligheid. Ik wens dat de mensen om mij heen gelukkig zijn.

Ik wens dat het boek waarvan ik droom uitgegeven zal worden en dat ik nog vele verhalen mag schrijven. Ik wens gezondheid voor mij, mijn kinderen en iedereen om mij heen. Ik wens dat kanker en andere dodelijke ziektes te genezen zullen zijn en verdwijnen uit onze samenleving. Ik wens en kies om te leven op mijn gevoel en liefde en zo altijd de juiste keuze te maken.


Ik wens dat ik jou zal inspireren om ook te wensen… dus wat wens jij?

donderdag 5 december 2013

Warme handen

Vanaf een afstandje kijkt ze toe. Ze houdt de man nauwlettend in de gaten. Niets ontgaat haar. De man staat voor haar vader en zijn handen liggen op haar vaders borst. Stil staat ze daar te kijken tot hij zijn handen terugtrekt, schud alsof er iets vanaf moet vallen en dan glimlachend zegt dat hij klaar is.

Als de man weg is, zegt ze ‘dat kan ik ook’. Haar vader lacht.  Haar grote ogen kijken hem aan, gelooft hij haar niet? Maar ze weet het zeker, zij kan het ook. Net als de man die er net was. Waarom lacht haar vader nu? Dan loopt ze naar hem toe en legt haar handen op zijn borst. ‘Niet doen’ roept haar vader verschrikt terwijl hij haar handen wegduwt’ het wordt net zo warm als bij hem.
Hij had al heel lang pijn, haar vader. Soms zo erg dat hij helemaal wit in elkaar gedoken zat. Het was iets met zijn maag, helemaal begreep ze het niet. In het ziekenhuis konden ze er niets aan doen. En toen hoorde ze via iemand van de man met de genezende handen. Hij zou pijn weg kunnen halen. Haar vader vond het maar onzin maar haar moeder bleef aandringen. Ze konden het toch proberen. ‘Baat het niet dan schaadt het niet’ was de insteek.
En het werkte. Al vanaf de eerste keer had haar vader veel minder pijn. De man kwam terug en elke keer werd de pijn minder. Zij stond elke keer te kijken. Ze wist heel zeker dat ze het ook kon. Pijn weghalen met je handen. Maar van haar vader mocht ze het niet proberen. ‘Zo meteen krijg jij het nog’ was zijn commentaar. Ze had er zich maar bij neergelegd. Tegen de grote mensen kon ze toch niet op.
Vandaag zit ze bij wat ze thuis gekscherend ‘de heksenkring’ noemen. Ondertussen weet ze dat zij het ook kan. Net als de man van toen. Ook haar handen kunnen pijn weghalen. En voorzichtig probeert ze te kijken wat ze nog meer kan. Haar handen glijden over de envelop met de foto. Beelden en gedachten komen binnen. Ze schrijft alles op wat ze ‘doorkrijgt’. Even later verteld de vrouw tegenover haar over de foto van haar dochter die zij had meegenomen. ‘Lief met een scherp randje.' Ze lacht en herkent haar dochter. De vrouw verteld meer en alles klopt. Dan zegt ze half vragend: 'Genezende handen?’
De andere dag zegt haar dochter: ‘dat wat jij kunt, wil ik ook kunnen’. Ze lacht haar dochter liefdevol toe en denkt terug aan de tijd dat zij zo jong was en niemand haar geloofde.  ‘Geduld schat’ zegt ze dan, ‘ooit kan jij dit ook’. 


donderdag 14 maart 2013

Eenzame stoel aan zee

Als een stil relikwie staat hij daar. Helemaal alleen. Je weet dat er iemand moet zijn geweest. Iemand die hem daar heeft neer gezet. Het kan niet anders. Maar er is niemand te zien. Hij staat daar alleen, als stille herinnering aan iets of niets. Ik zal het nooit echt weten.

We lopen over het strand. Het is een koude maar mooie zondag. De zon schijnt en geeft een zilverachtige gloed aan het water. Ik heb mijn sjaal nog extra dicht om mij heen geslagen en handschoenen aan mijn handen. De hond rent vooruit, wij volgen gedwee. Genietend van de lucht, het strand, de zee en van elkaar. Veel is er gebeurd de afgelopen jaren. Voor hem en voor mij. De laatste keer dat ik aan het strand liep was met een vriendin. Hoeveel er al sinds die tijd weer gebeurt is. Het leven staat niet stil, al lijkt dat soms wel. Heel soms wil je het leven stil zetten om extra te genieten, en soms staat het leven stil omdat dat wat gebeurt teveel indruk maakt om in een seconde te kunnen verwerken. Dan staat de wereld stil voor jou. Minuten, uren, weken of soms wel maanden of jaren. Zo lang als nodig is, staat de wereld stil. Stil om jou de kans te geven weer adem te gaan halen en verder te gaan.

Als we terug lopen zie ik ineens de stoel. Midden op het strand staat hij daar. Alleen, leeg en eenzaam. In gedachte zie ik iemand op de stoel, in eerste instantie uitkijkend over de zee. Denkend, nadenkend over het leven. Zijn leven. Over wat er is gebeurd en hoe nu verder. Positief of negatief dat weet ik niet. In elk geval denkend over het verleden en de toekomst. Het heden bestaat uit de stoel, het strand en de zee. Vaag hoort hij de mensen om hem heen, vaag ziet hij de vogels vliegen en de honden over het strand rennen en kinderen die spelen. Dan wordt het hem te veel en draait hij de stoel om. Hij kan niet meer kijken in de leegte. De alles verzengde leegte die hem opvreet en vervult tegelijker tijd.
‘Zo stil, dat alle klokken zwegen ja. De tijd stond onbeweeglijk’ zingt blof. En zo voelt hij het terwijl hij daar zit, stil en onbeweeglijk in de stoel. ‘Ik zal vandaag de storm bedwingen en dan laten razen. Tot ze stil is met jou bij mij, kan ik alles, wil ik alles, en ik weet dat ik straks zonder, veel te klein en niks meer waard ben en geen dag meer door kan’ dreunen de woorden van Guus door zijn hoofd. Maar hij is hij al klaar voor de storm? Zal hij de storm ooit bedwingen? Is hij groot genoeg om de dagen weer door te gaan? Hij is het waard maar weet hij dat zelf ook?
De stoel laat me niet los. Ik kijk nog een keer om. Zo stil en leeg staat de stoel daar. Iets in mij trekt om op die stoel te gaan zitten. Om mijn gevoel zijn gang te laten gaan, daar in die stoel. Om het verdriet of de vreugde van de man of vrouw die daar in de stoel gezeten heeft te voelen. Om het verdriet of de vreugde van mijzelf te voelen. Om het verdriet of de vreugde van iedereen die me lief is te voelen. Maar in plaats van in de stoel te gaan zitten maak ik een foto. Een foto zodat ik later alsnog in de stoel kan kruipen. Dan maak ik nog meer foto’s. Foto’s van hem en van de hond en van hun samen. Van het strand en van de zee. En van de meeuwen. Dat moet, dat kan niet anders. Een dag aan zee zonder foto’s van meeuwen, is alsof de dag niet bestaan heeft. Dan steek ik mijn arm door die van hem, haal adem, laat het los en loop door. Ik loop door met de wetenschap dat de stoel voor altijd binnen handbereik zal zijn. De stoel zelf blijft achter, als stille herinnering aan iets of niets. Want dat zal ik nooit echt weten.

 



dinsdag 20 november 2012

De dood

Dood gaan we allemaal. Er zijn weinig dingen zeker in het leven behalve dan dat we dood gaan. Wat er daarna komt, kun je over discussiëren. Over wanneer je gaat en hoe ook. En hoe je het ook wend of keert, hoe tegenstrijdig het ook voelt, ook de dood hoort bij het leven.

Op 28 november is de uitzending “Sta op tegen kanker” en als vanzelf denk ik aan alle mensen die deze ziekte niet overleefd hebben. Mensen die me dierbaar waren. Van dichtbij moest ik toezien hoe oudere maar ook jonge mensen vochten zonder kans. Die hun gezin moesten achter laten omdat ze de strijd tegen kanker niet konden winnen. Een nare ziekte waar nog elke dag zoveel mensen tegen vechten. Maar helaas niet alleen tegen kanker. Ook zoveel andere ziektes rukken ook zonder pardon geliefde mensen uit ons midden.
Ineens stond heel Nederland weer extra stil bij de dood door Tim, een van de mensen die zelf hun lot in handen nemen. Ook die mensen heb ik gekend. Ik was nog erg jong toen ik hoorde dat de achterbuurman zich opgehangen had in de schuur. Weken durfde ik niet alleen de schuur in. Onze schuur zat vast aan die van de achterburen en het leek alsof ik hem kon zien als ik binnen stapte. Een paar jaar later hoorde ik dat de man van mijn nichtje zelfmoord gepleegd had. Die gezellige, maar wel een beetje blabla man. Vader van een zoon en dochter getrouwd met een lieve vrouw. Woonde in een prachtig huis met bijbehorende auto. Als iemand zijn leven goed voor elkaar had…. Maar dat bleek uiterlijke schijn. Hij wist het niet meer, zag geen andere uitweg. Zijn vrouw bleef achter met schulden en een hoop vragen. We zien altijd alleen de buitenkant. De ware binnenkant houden de mensen liever geheim.
Degene die hard roepen doen het toch niet, hoor je dan. Wat een onzin. Zij riep vaak. En zij riep hard. Of was ze alleen de uitzondering die de regel bevestigde? Op een dag deed ze het. Ik had medelijden met de familie die voor een deel ook mijn familie is. En met de conducteur en de mensen in de trein. De trein waar zij zich voor gegooid had. Wanneer houdt het op voor de mensen in een zwart gat. Wanneer houdt het op voor de mensen die ziek zijn zonder enkel uitzicht. En wie mag beslissen over degene die dood willen. Of degene die in coma liggen of te ziek zijn om beslissingen te kunnen nemen. Het zijn onmenselijke beslissingen. Wie heeft bedacht dat sommige van ons zulke beslissingen moeten nemen? Er is geen regel die je toe kunt passen. De regel is er wel maar voor de dood bestaat geen standaard verhaal. Elk leven is anders, elk verhaal kent zijn eigen kanttekeningen en dus is ieders dood ook niet met die van een ander te vergelijken. Wie heeft dit bedacht. Wat een waardeloos script.
“Neem mijn angst, mijn wanhoop en verdriet” zingt Youp in “Meneer Alzheimer”. Met de jaren die erbij komen word ook ik banger om te gaan. Waarom weet ik niet eens. Is het bang voor het achterlaten, bang voor het gemis? Ik had ooit een diep geloof over wat er hier na zou komen, maar nu weet ik het even niet meer. Angst is het ergste wat je kan overkomen, hoorde ik laatst tijdens een presentatie. Angst maakt je klein, angst maakt je kwetsbaar. En toch ontkom je er bijna niet aan. Wie lief heeft, heeft soms angst. Angst om degene die je liefhebt, angst wat andere of jezelf kan overkomen, angst vooral dus voor het onbekende, het niet weten. Af en toe vertel ik mijn kinderen wat ik wel of niet wil als ik dood ben. Het voelt tegenstrijdig maar ook mijn doodgaan hoort erbij. Ik vertel ze dat ik hoop dat er met mijn organen andere levens verlengd kunnen worden. Dat ze mij, wat mij betreft dan, totaal leeg mogen plunderen. En dat ik gewoon in de grond gestopt wil worden. Wel graag met veel bloemen. Hoewel als ik zie hoe mensen dat schenken aan een goed doel vind ik dat nog veel mooier. En soms vraag i, liefst ook met een traan. Zodat ik het gevoel kan hebben dat er mensen zijn die me zullen missen. Ik vraag me dan af hoe het zal zijn. Hoe ik me zal voelen.
Want wat zou ik doen als ik niet degene was die probeert iets te doen voor een zieke maar zelf getroffen wordt door zo'n nare, acherlijke ziekte. Stiekem hoop ik dat ik het nooit zal weten. Dat ik zoveel op mijn oma lijk dat ook ik, later als ik oud en echt helemaal versleten ben, simpel weg naar bed ga om voor altijd te blijven slapen. 

Elke dag steek ik een kaarsje aan en dan praat ik met haar, tegen haar. Ik vertel haar over mijn gevoel, mijn angst. Soms vraag ik haar de dingen die ik niemand anders durf te vragen. Soms vertel ik alleen over de dagelijkse dingen, en soms zijn we samen stil. Ik denk dat ze er is. Waar weet ik niet maar wel dicht bij. Dat geeft troost. Waarschijnlijk vooral voor mij. Dan steken we “Samen” nog een kaarsje aan, met het vlammetje van haar kaarsje. Stiekem hoop ik dan dat mijn oma bij haar is, want dan komt het wel goed. Bij mijn oma komt het altijd goed.
En als we nou vandaag alle lichten zouden doven en iedereen kaarsjes liet branden voor alle mensen die ons lief zijn maar niet meer bij ons zijn, hoe zou de wereld er dan van bovenaf uit zien? Zouden we ruimte genoeg hebben om alle kaarsjes neer te zetten? Want zoveel zijn er al van ons weggegaan. Het kan ook niet anders, want dood gaan we allemaal. Op woensdag 28 november sta ik op tegen kanker. Want ik weet dat we allemaal ooit dood gaan. Maar laat het dan in vredesnaam gebeuren als we oud en gewoon echt versleten zijn.

maandag 5 november 2012

De zevende hemel


“Hoe is het in de andere zes dan?” vraagt hij me als we bij een prachtig pand staan waar de naam “de zevende hemel” op prijkt. Als er een zevende hemel is, moeten er dus minstens nog zes andere zijn. Ik ben stil. Geen idee. Stel hij bestaat, die geweldige zevende hemel, hoe zou er dan zijn en hoe zou het in die andere zes hemels zijn?
Er zijn er genoeg, zevende hemels, zo blijkt op google. Maar ik ben niet op zoek naar de restaurants die ik op het internet vindt. Niet op zoek naar het museum, de cafés  en zelfs hotels. Bij de laatste groep weet ik even niet  wat ik daarbij dan weer moet denken. Zesde hemels zijn er dan weer niet, ook vijfde en vierde hemels worden niet genoemd en dus zoek ik niet eens meer naar derde, tweede en laat staan naar de eerste.
“De uitdrukking komt van de kabbala, een joods geheime mystieke leer uit de Middeleeuwen waarin sprake is van zeven hemelen” zegt een site die alles over onze taal schijnt te weten. “De zeven hemelen worden voorgesteld als een soort 'verdiepingen' en daarbij geldt: hoe hoger, hoe heerlijker. De zevende hemel is de verblijfplaats van God en de hoogste engelen”.  De bijbel kent dan maar weer 3 hemelen. Volgens de bijbel zal je dus nooit in de “zevende hemel” zijn. Misschien verklaart dat waarom ik niet zo goed weet wat ik me er bij voor moet stellen. Laat staan van de andere zes. De eerste/onderste hemel wordt volgens de bijbel gevormd door de atmosfeer, de luncht en de wolken. De tweede/middelste hemel is de sterrenhemel, het uitspansel. De derde hemel (oftewel de hemel der hemelen) is de verblijfplaats van God en de engelen; deze hemel komt voor in 2Korintiers 12:2. Vondel daarentegen heeft meermalen melding gemaakt van negen hemelen en de site beweerd dat bij anderen ook wel sprake is van een elfde en zelfs een dertiende hemel.
Wikipedia vertelt ons alleen dat er 1993 een Nederlands-Belgische film uitgekomen is, gebaseerd op een scenario van cabaretier Urbanus. De film heeft als internationale titels “Le Septieme ciel” en “Seventh Heaven”. Maar mijn prachtige beeld van “de zevende hemel” is in een klap weg als ik lees dat de film destijds een flop was. Niks zevende hemel maar gewoon met één klap naar beneden gekletterd. De site verteld dan weer niet of de film in een van de andere hemels opgevangen is.
Zelf weet ik niet meer zo goed wat voor beeld ik moet hebben bij de hemel, laat staan de zevende. Is het dan zoiets als de zeven slechte en zeven goede jaren. Moet ik door me straks door de eerste zes heen worstelen om dan ooit in de zevende te komen of is die zevende voor ons gewone mensen sowieso “not done”. Onbereikbaar. Het topje van de hoogste berg waar je niet kan komen. Niet zonder flessen zuurstof. En zeker niet voor mensen zoals ik die hoogtevrees hebben. Ik kan maar niet denken in een God die daar boven een beetje zit te zitten en alles heeft. Persoonlijk lijkt een zevende hemel me ook helemaal niets in je uppie. Ik vind het steeds lastiger om te denken dat een God sommige van ons zoveel verdriet aan kan doen en een ander laat zwemmen in geluk of in weelde. En toch denk ik tegelijk weer dat er meer is tussen hemel en aarde. En of dat nu de zevende of de eerste is, laat ik dan maar even los. Even denk ik aan het prachtige gedicht “voetstappen in het zand”. Is het dat dan? Willen wij mensen gewoon te veel. Zien wij alleen wat we willen zien en heeft ieder van ons het portie verdriet vroeg of laat.
Dan besluit ik het los te laten. Ik hou me vast aan mijn eigen zevende hemel. En in die zevende hemel ben ik op mijn bijzondere momenten. De momenten dat ik intens kan genieten van de mensen van wie ik hou. De momenten als ik buiten loop en prachtige gekleurde blaadjes van de bomen zie dwarrelen, als de kater zijn hoofd op mijn arm legt en met zijn pootje mijn hand vast houdt. Als de hond blij is als ik thuis kom en de poes me kopjes geeft als het even niet wil lukken. Als er zomaar weer een blog uit mijn vingers rolt. Als blof op de achtergrond de prachtige teksten de lucht in gooit, als de kaarsjes branden en de wierook het huis vult. En in mijn dromen ben ik de zevende hemel; woon ik aan zee met hen die ik intens liefheb en vul ik de dagen met schrijven.


dinsdag 16 oktober 2012

Mijn ZEN moment

Het gaat als vanzelf, je hoeft er niet bij na te denken. Mijn handen pakken een nat shirt uit de mand en kloppen het uit en hang het over de railing van het trappengat. Als mijn linkerhand het shirt loslaat, heeft mijn rechterhand het volgende stuk wasgoed alweer gepakt.

Routine, gewoonte. Oervervelend saai en dus gaat het vanzelf. Als geautomatiseerd, voorgeprogrammeerd. En precies dat is het. Dat maakt dat ik zo rustig kan nadenken terwijl ik de natte was uit de machine haal, alles uitklop en sorteer en daarna met knijpers aan de lijn hang. Ik hoef er niet bij na te denken. Mijn handen doen automatisch het werk. Ik scan zelfs de was waar nog een vlek op zit en dump die ervaren als ik ben terug in de mand. Maar dan niet “in” de mand maar “over de rand”, anders gaat het natte stuk wasgoed verstikken en komt het “weer” er in. Volledig geprogrammeerd in mijn jonge jaren.
“Wat heb je er aan” hoor ik je al denken. Maar toen ik daar weer op een regenachtige druilerige dag zo gedachteloos de was aan het sorteren en ophangen was, merkte ik dat het mijn rust moment is. Mijn ZEN moment. In de tuin wroeten is er ook zo een. Maar ja als het regent heeft dat ineens niet meer mijn voorkeur. En terwijl ik de was van de trommel richting wasrek transporteer, denk ik rustig na over de zin van het leven en alles wat daar bij komt kijken.
Als vanzelf orden ik mijn gedachten moeiteloos net zoals de was. Met elk shirt of elke broek die ik uitklop en ophang, komt er orde in  de hoeveelheid gedachten die door mijn hoofd gaan elke dag. Of het nu zakelijk of privé is, moeiteloos schijn ik ze te sorteren op grootte, kleur en hoe snel ze opdrogen / op te lossen zijn. Met elke knijper die ik pak en waarmee ik ze ophang, krijgt een opdracht, een probleem of wat dan ook structuur.
Ooit was het washok mijn vluchtoord. Wilde ik alleen zijn, met rust gelaten worden, de hectiek of wat dan ook ontvluchten, vluchtte ik naar mijn washok. Geen mens die mij daar kwam zoeken of laat staan mee helpen.  Dat is voorbij maar de was doen geeft me nog steeds een rustig gevoel. Niet als ik naar de lege mand kijk en ik me bedenk hoe lang het duurt voor die weer vol zit….. Maar het in een ritme sorteren en ophangen van de was… de wereld even op hold zetten. De gedachten zonder ze te veroordelen door mijn hoofd laten gaan. Niet denken maar gewoon maar laten gebeuren.
Mijn Zen moment denk ik als ik als ik naar beneden loop als alles weer hangt en in mijn hoofd weer tot rust gekomen is. Geamuseerd kijk ik naar de kinderen en de grote vlek die mijn zoon op zijn shirt geproduceerd heeft. Pff denk ik. Morgen weer was. Dan glijdt er een glimlach over mijn gezicht en denk ik…. Morgen weer een ZEN moment.

maandag 15 oktober 2012

Wensen


Verlangens en gevoelens
Wensen heel diep verborgen
Reëel of onbezonnen
Geluk of nog meer zorgen

Ontkennen lukt niet meer
Ergens zie iets aan de horizon gloren
Grijp de strohalm vast, is er nog een kans?
Wat zou ik graag het antwoord  horen

Toekomst met of zonder
Wat heb ik nou toch te zeuren
Maar ondertussen hoop ik elke dag
Wens ik dat het nog een keer gaat gebeuren.



 

maandag 24 september 2012

Een sterke vrouw

“Soms kom je mensen tegen die zelf niet weten hoe bijzonder en hoe sterk ze zijn. Ik had dat geluk vandaag #bijzondere vrouw” zet ik op twitter na het gesprek met haar.

Ik heb er wel meer in mijn omgeving; sterke vrouwen. Vrouwen die alles lijken aan te kunnen. Maar zij is wel bijzonder sterk. “Hoeveel kan een mens hebben” denk ik tijdens ons gesprek. “Waar houdt het op?” Ik denk terug aan de uitspraak 7 slechte jaren, 7 goede jaren. Of was het andersom? Vaak dacht ik laat nu die 7 goede jaren maar komen, ik zit nu op zoveel meer dan de 7 slechte jaren. En natuurlijk zaten er goede momenten in, zo ook vast bij haar. Toch als ik luister naar wat zij mij verteld, vind ik het lastig die mooie momenten te ontdekken.
Als ze binnen komt valt mij op dat ze zoveel kracht uit straalt. Iemand die haar aankijkt kan niet vermoeden wat deze vrouw meegemaakt heeft. Een gesprek met een te sterke vrouw. Want tussen alle regels door lees ik maar al te goed dat het haar ook wel eens te veel wordt. Maar ze geeft niet toe. Kan niet toegeven. Dat weet ze zelf ook. Toegeven is verdrinken. Verdrinken in alles van de afgelopen jaren. Je wil wel stukje bij beetje maar hoe doe je dat? Controle loslaten kan nu niet. Daar is het niet het moment voor. En daar waar ze probeert te vertrouwen, zich moet overgeven aan anderen, zinkt ze nog dieper. Dus houdt ze het weer zelf in de hand. Is ze misschien wel te sterk.
Ze geeft me een blaadje. “Lees maar” zegt ze “ik had het al meegenomen omdat ik wel dacht dat je het zou willen lezen”. Het is een prachtig gedicht. Ik kijk haar aan. Weet hoeveel verdriet er achter schuilt. “Hoeveel heb je er al?” vraag ik haar en ik vermoed dat er het zo’n 38 zijn. “Je zou ze moeten bundelen” schiet het door me heen. “Wat een prachtig tastbaar bewijs zou dat zijn van zoveel ongedeelde liefde”. Het verhaal waarom we hebben afgesproken is maar een deel van haar leven. Een belangrijk deel dat wel. Een rode draad. Misschien wel het begin van deze sterke vrouw. Het begin van vechten, doorgaan, niet opgeven. Schouders eronder en verder.
In haar verhaal hoor ik hoe anderen op haar leunen. Zij is er altijd. Te vaak. Maar wie is er nu voor haar. Zij is sterk en dat zie je. Ze zit niet bij de pakken neer. Ik denk dat weinig mensen zien, weten wat zij heeft doorgemaakt, wat ze nu nog doormaakt. Hoe ze het vol kan houden? Weinig mensen die dat vol zouden houden. En dat is direct ook haar valkuil. Mensen zien haar, zien een sterke vrouw die het allemaal wel kan. Zij vraagt niet, zij geeft. Ook als dat eigenlijk niet meer kan. Ten koste van zich zelf.
“Je bent een bijzondere vrouw, kijk vanavond maar eens in de spiegel “ zeg ik “geloof in je zelf”. Ik voel me vereerd dat zij mij een kijkje laat nemen in haar leven. Een kijkje in een zwaar en moeilijk leven met zoveel tegenslag maar tegelijk zoveel vechtlust om door te gaan. “Ik moet je even knuffelen hoor” zeg ik als we afscheid nemen. En omhels haar met heel haar verleden.
Als ze weg is besef ik het des te meer. “Soms kom je mensen tegen die zelf niet weten hoe bijzonder en hoe sterk ze zijn. Ik had dat geluk vandaag.

maandag 17 september 2012

Klein lief meisje

Klein lief meisje
Sterretje in de lucht
Bloemetje in het gras
Wat zou je ons zeggen
Als je nu bij ons was.

maandag 3 september 2012

De grens

“Het veranderd nooit” had ze gezegd. Maar zij wilde het zo graag geloven. De vrouw had gelijk gehad. Zo verdomd gelijk. Maar ze kon en wilde het toen niet aan. Het overkomt nooit jou, altijd een ander. Je leest er over maar het overkomt jou natuurlijk nooit.
Daar zaten ze dan, bij de psychologe van de organisatie waar ze terecht was gekomen nadat ze op de site van huislijk geweld had gekeken. Het moest stoppen vond ze en dus had ze een berichtje achter gelaten. En nu zaten ze daar. Zij had al een telefoongesprek met de vrouw gehad. Wonder boven wonder had hij toegestemd om mee te gaan. Ze keek naar de vrouw. Deze vrouw kon hij niet met mooie praatjes om te tuin leiden. Even had ze hoop. Maar thuisgekomen had hij gezegd dat het onzin was en niet meer mee ging. Ze konden beter met die andere therapeut praten. ”Tja”, had ze gedacht, “die kun je zand in de ogen strooien. “ Een paar dagen later had zij de vrouw gebeld. “Ik begrijp het” had die gezegd,“ maar onthoudt heel goed, het veranderd nooit”. En oh wat had ze gelijk gekregen.
Het was niet eens heel erg. Misschien zat daar wel het venijn, dacht ze later. Dat het niet zo erg was als je soms las. En daarmee schermde hij ook altijd. Ze wist niet eens meer hoe het was begonnen. Maar dat was ook precies wat ze op de site gelezen had. Maar al vrij snel in hun relatie was hij boos geworden. Niet zomaar boos. Hij had haar een hard duw gegeven en zij was tegen de verwarming beland. Toen ze overeind krabbelde duwde hij haar nog net even iets harder nog een keer. Zij was vertrokken. Dit liet ze zich niet gebeuren. Niet eens de blauwe plekken deed zo zeer als wel het vertrouwen dat geknapt was. Uiteraard had hij spijt. Het niet zo bedoeld en beloofde hij het nooit meer te doen. En bovendien….. zij was er toch ook schuld aan. Zij had ook ruzie met hem gemaakt en zij had geschreeuwd. Dat zou ze nog vaak horen, dat dat minimaal net zo erg was.
Het was een tijd goed gegaan. Maar het kwam terug. En met elke keer verlegde zij haar grenzen. En nooit was het zo erg als waar je over las. Daarbij bleef hij zeggen dat hij haar niet sloeg. Nee zo slim was hij wel. Slaan deed hij niet, maar voor haar viel iemand zo hard tegen de muur duwen dat het je duizelde toch niet onder lief met elkaar omgaan. Tot die ene keer dat ze dagen met make-up op gelopen had. Net daarvoor had ze haar arm gebroken. En nog steeds denkt ze dat de buren gezien hebben dat hij haar sloeg. Toen ze de buurman de volgende dag zag, durfde ze hem amper aan te kijken. Een vriendin had haar ernstig aangekeken en gevraagd hoe ze aan die blauwe plekken kwam. Ze had ze maar bij haar val met de arm geplakt. En op dat moment had haar vriendin er genoegen mee genomen.
Het ergste was dat ze zich zo schaamde. Je leest het in elk verhaal, en precies dat maakt dat je het verzwijgt. En altijd weer lijkt het niet erg genoeg. Het is niet structureel en ja misschien was het wel haar schuld. Want in een ruzie ging ze inderdaad schreeuwen. Later begrijpt ze dat ze dat deed om alarm te slaan zodat hij zou stoppen, maar niets is minder waar. Want niets hielp. En altijd liep ze weg. Daardoor moest hij dus wel achter haar aanlopen, was zijn kant van het verhaal.
Nu begrijpt ze hoe ze al die tijd in angst geleefd heeft. Altijd alert waar haar tas was en vooral waar haar telefoon en sleutels. De auto zo geparkeerd dat ze altijd weg zou kunnen. Bij elke ruzie direct nadenkend waar haar spullen waren en door welke deur ze weg kon. Haar kinderen heeft hij zover ze weet nooit aangeraakt. En dat is maar goed ook. Want die grens zou ze nooit accepteren. Dan maak ik je helemaal kapot, had ze zich zelf beloofd. Want zij is een moederkloek zoals iemand haar langgeleden ooit gekscherend noemde. Gelukkig had hij dat dus blijkbaar begrepen. Of hij had nooit van ze gehouden, want hij deed het alleen uit onmacht bij de mensen van wie hij hield, zei hij eens. Het maakte haar niet eens uit. Als hij ze maar met rust liet.
De angst heeft veel met haar gedaan. Ze wist al lang dat de relatie niet zou duren. Maar jaren hoopte ze tegen beter weten in dat het zou stoppen. Dat het beter zou gaan. Want het was toch niet zo erg hield ze zich zelf voor. De knop ging om bij een ruzie waarna hij haar in het gezicht spuugde. Niet één maar vier keer. Het was klaar. De vernedering was genoeg geweest. Haar grens was bereikt.
Nog altijd schaamt ze zich voor haar verhaal. Dat ze het mij heeft verteld is een hele stap. Dat ze er mee instemt om het nu na al die jaren op te schrijven, is weer een stapje verder. Nog altijd denkt ze dat het wel mee valt, want de andere verhalen die je leest……. Inmiddels heeft ze haar leven terug, zijn haar kinderen de deur uit en hebben ze er gelukkig niets aan over gehouden. Ze heeft eindelijk haar vertrouwen weer op de rit. Maar nog altijd niet bij hem. Heel soms komt ze hem nog tegen op straat en dan weet ze, echt vertrouwen zal ze hem nooit. 

maandag 27 augustus 2012

Anders

“Vind je mij nu raar?” vraagt ze. De vraag komt onverwacht. Te snel hoor ik mezelf nee zeggen. Ik voel dat ze naar me kijkt en dat ze me niet gelooft. Even wandelen we zonder iets te zeggen naast elkaar. Ik denk aan alles wat ze me zo juist verteld heeft. “Nee, ik vind je niet raar” zeg ik dan vol overtuiging,  “ik vind je niet raar, ik geloof je!” Ik stop en blijf stil staan. Ze stopt ook, ik kijk naar haar. Ze draait zich om en kijkt me aan. Dan slaat ze haar ogen neer. Ik zie een schittering op haar wang, net naast haar neus loopt een enkele traan naar beneden. “Dank je” zegt ze dan zacht.

Ik ken haar nog niet zo lang, maar het klikte direct. Ze heeft iets vriendelijks, ze straalt, is open en altijd behulpzaam en tegelijk heeft ze ook iets mysterieus over zich. Ik kwam haar tegen op een netwerkbijeenkomst en we raakten aan de praat. Als vanzelf groeide er een soort van vriendschap tussen ons. En vandaag wandelen we hier over het strand. Opeens  was ze gaan vertellen. Ademloos had ik naar haar verhalen geluisterd. Ik had er wel eens over gelezen maar eerlijk gezegd wist ik nooit zo goed wat ik er van moest denken. Nooit was het iemand die ik kende, die ik vragen kon stellen. Maar nu was dat veranderd.

Eens zag ze een meisje in haar huis. “Ze stond daar ineens, bij de schuifdeuren”, zegt ze.” Ze leek verlegen, een beetje bang zelfs. Ik schatte haar op zo’n 8 jaar. Ze had een witte strik op haar hoofd en ze bleef daar maar naar mij staan kijken” verteld ze. “In het begin wist ik niet wat ik er mee aan moest. Als ik naar haar keek, ging ze steeds weg en eigenlijk wilde ik zo graag contact met haar maken. Tot ik een keer bij iemand kwam voor een soort reiki behandeling. Ik vertelde haar van het meisje en dat ik dacht dat ze het overleden zusje van mijn oma was. Ik wist niet eens waarom ik dat dacht, het was zomaar ineens bij mij opgekomen. De vrouw vertelde mij dat toen ik dat zei, de hele sfeer veranderde. Toen ik naar huis ging was het meisje daar ineens. Ze huppelde naast mij en keek me liefdevol met grote ogen aan. Ik zei haar dat ik het fijn vond dat ze er was en dat ik graag voor haar zou zorgen. De hele dag was ze bij mij. Dat voelde fijn”.
Later had ze aan haar moeder gevraagd of die misschien een foto had van het overleden meisje. Op de verjaardag van haar moeder een paar dagen later, liet die haar 2 foto’s zien. Van het zusje van haar oma maar ook van een overleden zusje van haar vader. Toen ze naar foto’s keek, herkende ze direct het meisje. “Wie is dit?”, vroeg ze haar moeder. “Dat is Betje, het zusje van je oma” zei haar moeder wijzend op de kleine foto die op een broche gemaakt was. Ze staarde naar de foto, naar het meisje dat bij haar geweest was. Haar moeder gaf haar de broche en een bidprentje mee. Eenmaal thuis legde ze beide in de kast waar ze haar meest dierbare herinneringen bewaarde. Die avond zag ze het meisje nog maar daarna zag ze haar niet meer terug. “Af en toe mis ik haar nog” zegt ze tegen mij. “Maar het is goed zo, ze had mij nodig om erkenning, om rust te krijgen”.

Maar dat is nog niet alles. Zij weet dingen nog voor ze gebeurd zijn. “Ik weet het gewoon” zegt ze, ”ik hoor het min of meer zonder stemmen dat ik echt stemmen hoor. Ik voel het aan, ik weet ook niet hoe”. Haar verhaal klinkt niet eens zweverig maar eerlijk en oprecht. “Ik had het als kind al. Mijn moeder dacht altijd dat ik stond af te luisteren maar dat deed ik helemaal niet. Er kwam gewoon een gedachte in mijn hoofd en dat vroeg ik dan. Soms ruik ik ook bepaalde geuren die me een boodschap geven. Maar soms snap ik ze ook niet.” Ze moet er zelf om lachen. “Mijn kinderen zeggen dat ik een heks ben” grijnst ze, “maar dat is omdat ik altijd win met spelletjes .

“De lampen in mijn vorige huis gingen ook vaak zomaar aan”, zegt ze, “of zomaar uit”. Ze kijkt peinzend. “Ik denk dat het mijn vader of mijn oma zijn” zegt ze dan gedachteloos. Ineens lijkt het  alsof ze niet meer door heeft dat ik naast haar loop. Alsof ze tegen zichzelf aan het praten is. “Ik voelde mijn oma zo vaak bij me. Later maakte ik er een soort “spelletje” van. Als ik met moeilijke vragen zat, vroeg ik aan het aan haar. Stelde mijn vraag en of ze het licht uit wilde doen als mijn gedachte waar was. Gek genoeg werkte het altijd. Ook bij een paar vragen na elkaar. Nu ben ik verhuisd en hier zijn ze niet meer zo vaak. Hier voelt het ook rustiger, niet zo druk als in het andere huis.  Maar hier heb ik ze ook niet nodig” zegt ze dapper en vol overtuiging. “Hier in dit huis heb ik niets te meer te vrezen, hier ben ik veilig. Hier hoeven ze niet voor mij te zorgen”.  

Nog heel veel meer voorbeelden heeft ze me gegeven. Ieder op zich rare verhalen, maar bij elkaar….. “Er is meer tussen hemel en aarde” zegt ze. “De dood neemt ons alleen lichamelijk weg. Helaas staat niet iedereen er open voor om het te voelen.” Dan kijkt ze me aan, “ze zijn er ook voor jou, zij die van jou houden die je de weg wijzen.“ zegt ze tegen me. Ik knik, door de brok in mijn keel niet in staat iets te zeggen. Zwijgend lopen we verder.

 

zondag 26 augustus 2012

Echte liefde in 1924


Zij waren heel gelukkig, haar opa en oma. Hij hield vast heel veel van haar en zij van hem. Dat moet wel.  Zij waren 42 jaar getrouwd, toen hij overleed. Ze kijkt mij aan. Ik lees de vragen in haar ogen. Ze weet het namelijk niet. Ze kent hem niet. Zij werd namelijk pas in 1969 geboren en hij overleed al in 1966, 2 dagen na zijn 65e verjaardag. De leeftijd waar hij zo naar verlangd had. Verlangd omdat je toen met 65 nog met pensioen ging. Hij zou gaan genieten. Afgeteld had hij. Maar 2 dagen na zijn verjaardag bereikte haar moeder het bericht dat hij overleden was. Ze was op een feest, een bruiloft. En ook al stonden de agenten die het zware nieuws moesten brengen aan de andere kant van de zaal, zij wist het al. Voelde dat er iets niet klopte. Dat ze voor haar kwamen en ook dat het slecht nieuws was.

Ze had hem graag leren kennen. Haar opa. Haar oma kende ze wel. Door en door. Ze woonde bij hen in huis en was er dus altijd. Ze hield van haar oma. Maar haar liefde ging verder dacht, ze dan bij een normale kleinkind-oma relatie. Haar oma was haar grote voorbeeld. Ze was graag dicht bij haar oma. Ze herkende zich in haar. Haar oma leerde haar breien, fietsen, rolschaatsen. Haar oma vlocht haar lange hare. Met haar oma speelde ze spelletjes kaart en bij haar oma brandde altijd kaarsjes. Haar moeder was druk met alles. Maar dat was het niet alleen. Ze hield wel van haar moeder maar haar oma begreep haar. Wist hoe ze dacht. Ze waren hetzelfde. En dus moet haar opa wel van haar gehouden hebben. Dat moet. Het kan en mag niet anders. Dat houdt haar op de been. Want zelf bakt ze van relaties niet zoveel.

In een flits van verbazing zoekt ze op internet naar hem. Alsof ze daar iets zal vinden denkt ze terwijl ze zijn naam in typt en ze schud haar hoofd. En dan tot haar stomme verbazing leest ze zijn naam en die van haar oma. Ze klikt en leest de enkele zin. Een zin, meer is het niet. Het is een bericht over de Pauluskerk in Eindhoven, inmiddels omgebouwd tot een appartementencomplex.  “Het eerste huwelijk was op 5 juli voor het bruidspaar… “ leest ze gevolgd met de namen van haar opa en oma. Het blijkt in het jaar 1924 te zijn. Een jaar voor haar moeder geboren wordt. Haar oma is dan 23 jaar oud, haar opa 22.

De verhalen van haar moeder over haar oma zijn niet altijd even aardig. Een beeld dat zij duidelijk niet deelt. “Maar”, zegt ze, “ze begrepen elkaar vast niet. Zoals ze mij ook niet begrijpt. Ze zegt dat ik op haar lijk, maar dat ik beter mijn vrienden kan houden”. Op haar gezicht verschijnt een glimlach. Haar ogen stralen als ze over haar praat. Ze houdt van haar oma, dat is wel duidelijk. “Mijn dochter lijkt ook op haar”, zegt ze vol liefde in haar stem.  Ooit zat ze bij een gesprek met de aangetrouwde tante van haar moeder. Een hele lieve vrouw waar ze graag kwam. Ze had een lieve uitstraling, een vol vriendelijk gezicht met amper rimpels. Mooi vond ze haar. Zo zou ze er graag willen uitzien als ze oud was. Als je haar aankeek kon het zware leven dat ze geleid had niet zien. Geen enkel spoor. Ze moest wel heel sterk zijn. Mentaal heel sterk. Ze was de schoonzus van haar oma. Haar man had een voorliefde voor alcohol gehad en zij had dat moeten verduren. Hij had haar vaak geslagen of gedwongen de “liefde” met hem te bedrijven. En ook overspel was hem niet vreemd. Voor de buitenwereld hield ze dat verborgen. Dat kon niet anders in die tijd. De dag na het huwelijk van haar jongste kind, de dag dat alle kinderen het huis uit waren, was ze vertrokken. Een schande vond men. Maar zij had haar taak, haar kinderen groot brengen, volbracht. Zonder iets, zonder extra kleding, zonder geld was ze weggegaan. Haar kinderen hadden haar opgevangen en stukje bij beetje had de vrouw een nieuw bestaan opgebouwd. Toen zij het verhaal hoorde was ze nog veel te jong om het eigenlijk te kunnen begrijpen, maar het was haar altijd bij gebleven. Niet in de laatste plaats omdat ze spraken over de vele brieven die haar “oudtante” schreef naar haar opa en andersom. De vrouw had ze had ze altijd bewaard. En ook al was ze nog maar klein toen ze bij dit gesprek zat, de liefde in de stem van de vrouw die sprak over haar opa, was ze nooit vergeten.  

De jaren daarna worstelde ze met het gevoel. Ze hield van deze vrouw, maar ze hield nog veel meer van haar oma. Het idee dat haar opa van beide hield was moeilijk te verdragen. En het idee dat haar opa misschien wel meer van zijn schoonzus hield dan van zijn vrouw, vrat aan haar. Aan haar en haar gevoel over het huwelijk, over de liefde. Wat zou ze het hem graag vragen. In zijn ogen kunnen kijken als hij haar een antwoord zou geven. Maar dat zou nooit gebeuren, hij was al dood voor zij geboren werd.

Haar ogen staren naar het beeldscherm. 5 juli 1924. Zouden zij bij elkaar gebleven zijn in deze tijd? Haar opa en oma. Zouden zij de 42 jaar dan gehaald hebben? Ze wil er graag in geloven. Want ze gelooft nou eenmaal graag in echte onvoorwaardelijke liefde.

Ineens is het er weer

Ineens is het er weer. Hard en onaangekondigd. Ineens overvalt het haar weer. Dat rare nare gevoel; de angst. Ze staat in de keuken. Ze voelt zich misselijk worden, de wereld om haar heen begint te draaien. Ze krijgt een onbedwingbare drang om in huilen uit te barsten. Met moeite kan ze haar  tranen bedwingen. Het kan niet, het mag niet. Zo meteen komt haar dochter terug met de hond. Ze mag haar niet zien huilen. Ze mag haar “nergens op gebaseerd gevoel” niet overdragen. Ze moet sterk zijn.  

Gisteravond waren ze thuis gekomen, thuis van de vakantie. Eigenlijk haar vakantie en die van de kids. Maar voor haar gevoel was het hun eerste vakantie. Ook al had hij moeten werken, hij was er bijna elke dag geweest. Overdag had ze met de kinderen genoten van de rust, van het niets moeten, van af en toe bezoek en vooral ook van elkaar. Laat in de middag begon ze dan met rustig het eten voorbereiden. Het was lang geleden dat ze daar zo van had kunnen genieten. De meeste dagen is het snel snel en het leuke van koken was in de loop van de tijd weggezakt. Nu kon ze weer rustig nadenken, marinades maken en heerlijk buiten alle voorbereidingen treffen. Dat de lol van het koken niet alleen in de rust zat, wist ze natuurlijk ook wel. Het eten koken voor degene die je lief hebt is altijd veel leuker. En natuurlijk houdt ze vreselijk veel van haar kinderen maar met hem erbij is het anders, net even leuker. Gek wat liefde en verliefd zijn met je doet. In de avonden had ze de meeste tijd van hem kunnen genieten. Gewoon van dat hij er was, daar bij haar en bij de kinderen. Hij hoorde er al helemaal bij. De kinderen accepteerden hem onvoorwaardelijk en daar kon ze enorm van genieten.

Vanochtend was hij vroeg op gestaan, zoals de meeste ochtenden. Zij had nog even liggen doezelen in bed. Nu had ze hem net gedag gezegd. Ze hadden elkaar vast gehouden en gekust. Voor het eerst zouden er een paar dagen voorbij gaan voor ze hem weer zag. Niks ernstigs. Vandaag zou hij met vrienden op staan gaan en morgen moest hij een aantal privé zaken regelen. De auto reedt weg. Ze zwaaide hem na en ging onbevangen naar binnen.  Pakte wat kopjes van het aanrecht om ze in de vaatwasser te zetten en toen ineens wat het er dus. Dat angstige gevoel dat ze hem kwijt zou raken. Als in een droom, een nachtmerrie vlogen de gedachten door haar hoofd. Een nachtmerrie waarin je beseft dat het een nare droom is die je wil stoppen, wakker wil worden, maar niet kunt. Ze spookten maar door haar hoofd, flitsen en in een razend tempo. Boze nare gedachten. Als kleine duiveltjes. Wat als hij zich bedacht. Wat als hij een heel gezin toch te druk vond en wat als hij morgen zijn ex zou zien en ze er achter kwamen dat het nog niet voorbij was. Dat ze er toch graag voor wilde vechten. Hij had tenslotte zielsveel van haar gehouden. En zij was de moeder van zijn dochter. Verdriet had hen uit elkaar gehaald. Maar misschien was er gewoon een time-out nodig om te beseffen dat het houden van niet gestopt was. Ze elkaar kwijt geraakt waren in hun tocht met een gezamenlijk doel. Wat als ze morgen besefte dat ze toch samen verder wilden. Hoe mooi zou dat eigenlijk zijn. Ze schrok niet eens van deze gedachte. Want ze hield van hem en wilde dus niets liever dan dat hij gelukkig zou zijn. Maar heel diep van binnen sprak een klein egoïstisch duiveltje…. “maar dan dus wel gewoon met jou”.  “Nee!” ze wilde zich zelf toespreken. Zo is liefde niet. Als je van iemand houdt, kun je loslaten, de ander gelukkig laten worden ook al doet jou dat pijn.

Onder al die gedachte was ze hard aan de slag gegaan. Maar de boze duiveltjes in haar gedachten wilden maar niet verdwijnen. Opruimen, stofzuigen…  alsof ze alle sporen wilde uitwissen. Als in een trance pakte ze de bloemen die ze de eerste dag van hem gekregen had uit de vaas en gooide ze in een beweging in de vuilnisbak. Het vieze stinkende water spoelde ze weg. Daarna liep ze er zonder er bij na te denken terug naar de vuilnisbak en pakte de bloemen er weer uit. Voorzichtig probeerde ze de rozen uit de bos te halen in een poging dit eerste tastbare gevoel van de liefde voor haar te kunnen bewaren. Maar alle blaadjes lieten los en vielen uiteen in haar hand. Ademloos keek ze naar de losse blaadjes. “Als los zand” dacht ze, en herinnerde zich het gedicht dat ze eens lang geleden schreef. Lang geleden toen ze besefte dat ze zich zelf was kwijt geraakt. Tranen biggelden over haar wangen.  

Als ze boven komt ziet ze een bericht op haar telefoon. “Ik hou van jou omdat jij jij bent” staat er. Opnieuw komen er tranen in haar ogen. Een zwaar gevoel valt van haar af. “Dank je, lief” schrijft ze terug, “had ik inderdaad even nodig”. Ze staart voor zich uit en zucht. Vertrouw nu maar, zegt een stemmetje in haar hoofd. Laat los en vertrouw. Het duiveltje heeft plaatsgemaakt voor een klein lief engeltje. “Wees niet bang” schrijft hij even later. Het is alsof hij haar gevoel, haar gedachten kan lezen. “Ik doe mijn best”, schrijft ze, “Ik probeer los te laten en te vertrouwen. Te vertrouwen op onze liefde”. “Vertrouw maar” antwoord hij haar, “vertrouw maar op ons, op mij. Probeer het, ik snap dat het lastig is, maar ik ben echt niet zomaar weg.” Drie kruisjes als kusjes sluiten het bericht.

Ze zucht en probeert opnieuw los te laten. Los te laten en te vertrouwen, hoe moeilijk dat ook is.