vrijdag 13 februari 2015

Vrijdag de 13e

‘Sorry, mijn telefoon wil niet doorverbinden’ zegt hij. ‘Oh,’ antwoord ik ‘mijn scanner wil niet werken’ en ik kijk nog een keer boos de kant van het apparaat op. ‘Ik weet niet wat het is vandaag’ voeg ik er nog aan toe. ‘Nou’ hoor ik zijn stem in mijn oor ‘weet je niet wat voor dag het vandaag is?’ En ineens valt mijn oog op de agenda. Oh nee …VRIJDAG DE 13e.

‘Ik wil het niet daarop gooien hoor’ zegt hij nog, maar ik hoor de twijfel in zijn stem. Dapper denk ik ook nog dat het mij niets doet. Pff vrijdag de 13e, gewoon een dag als alle anderen. Als ik net neergelegd heb, bedenk ik dat ik helemaal geen bereik heb hier en hij mij helemaal niet terug kan bellen. Nou dat gaat goed en het is nog maar amper 10.00 uur in de ochtend. Eigenlijk begon het gisteren al met mijn laptop die uitviel. Gelukkig hadden ‘mijn mannen’ van de Helpdesk dat zo voor elkaar maar moet ik wel een nieuwe batterij en misschien wel een hele nieuwe laptop. De rest van de dag was super productief. Dat dan weer wel. Vanmorgen om 05.00 uur probeerde ik mijn ogen dicht te houden terwijl de kamer in het licht baadde van de wekker die op de verkeerde tijd ingesteld stond. Even later kwam zoonlief melden dat hij zich niet lekker voelde en bleef zolang praten dat ik echt klaar wakker was. En het gekke was dat ik uiteindelijk nog moest haasten om op tijd op mijn afspraak te komen. 
Nee hoor, ik ben helemaal niet bijgelovig. Behalve dan ...
De eerste e-mail die ik open vertelt dat een afspraak die verzet wordt naar een dag waarop ik uiteraard niet kan. Mijn telefoon geen bereik maar ontvang ik wel voicemails. Dat is om het extra frustrerend te maken. Zeker omdat terugbellen dan weer niet lukt. Even later komt er wel een telefoontje binnen… de school van zoonlief. Shit vergeten af te melden. Ik besluit niets te vermelden over de 13e. Wat moet ze wel van mij denken. 

Oké, Nu focussen. Want anders kun je net zo goed je bed in duiken denk ik. Dan is het verloren. Gewoon niet aan toegeven. Het wordt een fantastische dag. Ik denk even aan de vriend die vandaag naar de tandarts moet. Hm, als dat maar goed gaat. Nee hoor, ik ben helemaal niet bijgelovig. Behalve dan dat ik niet onder ladders doorloop, een geluksbeeldje in mijn portemonnee heb en ik ook zoiets heb als een jurkje en een bh waarbij ik toch echt geloof dat de zaken dan beter gaan dan in een andere outfit en die dus aan moet bij een belangrijke afspraak. Met als gevolg dat ik dan altijd weer in hetzelfde zou lopen en volgens mij brengt dat dan weer ongeluk. Oh ja, en vrijdag de 13e dus. 

Hoe zat dat eigenlijk in de middeleeuwen of in de tijd dat de agenda er nog niet was? Was het dan vrijdag de 13e als er een zwarte kat voor je voeten overstak? De 13e geldt als het duivelsdozijn, lees ik op internet. In de Bijbel wordt de Apocalyps in het 13e hoofdstuk aangekondigd. Jezus was de 13e persoon te midden van 12 discipelen. Op vrijdag, de feestdag voor de Godin Venus werden door de Romeinen de vonnissen voor de doodstraf uitgevoerd. Op vrijdag de 13e vond Jaques de Molay, grootmeester van de Orde van Tempeliers de dood. Heksen zouden op vrijdag met 13 Heksen samen komen. En kijk daar ging het mis, denk ik, of juist goed? 

Ik lees dat er zelfs een term in de psychiatrie voor angst voor vrijdag de 13e bestaat, namelijk paraskevidekatriafobie. Toch blijkt uit statistieken dat er niet meer ongelukken plaats vinden op vrijdag de 13e. En dat vind ik dan weer goed nieuws. En in andere culturen is vrijdag de 13e dan weer helemaal niet erg. Het is dat zij dan weer andere "ongeluksdagen" hebben, anders was omschakelen nog een optie. 

13 staat vaak voor transformatie, denk aan de Tarotkaart van de Dood, op plaats 13. Ook wordt de dertien bijvoorbeeld gebruikt vanuit een positief oogpunt door de vrijmetselaars als je kijkt naar het biljet van 1 dollar. De piramide heeft 13 trappen en op het grootzegel van de VS staan 13 sterren en, dertien pijlen en 13 twijgen. En volgens mij heeft niemand ooit een 13e maand salaris afgeslagen vanwege het getal 13. Dus zo’n moeite hebben we er dan ook weer niet mee. 

In een kalenderjaar zitten 13 volle manen, in het Jodendom staat 13 voor volwassenheid (Bar Mitzvah), 13 staat voor positieve eenheid. 13 is dus helemaal geen getal om bang voor te zijn lees ik, tenzij je bang bent voor transformatie en nieuwe ervaringen. 13 heeft niets met de duivel te maken en ook is er geen negatieve link met Heksen. Opgelucht haal ik adem. De bezem mag voor het huis blijven staan. Alleen de zwarte kat hou ik vandaag maar binnen.









donderdag 12 februari 2015

en daar voorbij

Liefde 
is 
geloven, 
in 
jou & mij.

Liefde 
is 
geloven,

vertrouwen, 
in 
de hemel

en 
daar voorbij...


zondag 8 februari 2015

Liefde is…

Elke dag plaatst hij het zinnetje. Elke dag met een ander einde.  Het is vaak het eerste dat ik zie op Facebook. En elke dag weer treft het mij. Hoe bijzonder. Zo vol liefde. Een simpel zinnetje maar in de zinnen leef je met ze mee. Ik hoop dat hij de zinnen lang, nog heel lang zal schrijven. Want zo lang zullen ze samen zijn en zal de ziekte haar niet kunnen inhalen.

Het is zo dubbel. Aan de ene kant zou ik zo met haar willen ruilen aan de andere kant niet. Niemand wil ruilen met iemand die ziek is zou je denken. En nee, ik dank elke dag dat ik gezond ben en wat dat betreft wil ik zeker niet ruilen. Maar het feit dat er iemand zoveel van je houdt, is toch heerlijk. Elkaar ontmoeten en na tig jaren nog elke dag zoveel van elkaar houden. Samen je kinderen zien opgroeien en dan weer van het leven samen genieten.

Het lijkt zo eenvoudig. Genieten van de dag en van elkaar. En toch lukt het de meeste van ons niet om het vol te houden. We doen het een paar dagen, soms weken. Meestal nadat er iets gebeurt is. Iets dat je met twee voeten op de grond zet of met je hoofd in de wolken laat lopen. Bij extreme blijheid of verdriet zijn we weer bewust van ons leven en van iedereen van wie we houden. Maar als het een tijdje verder is, nemen we het zo snel weer voor lief.

Maar hij niet. Want hij is zich er van bewust wat hij verliezen kan. En precies dat koestert hij elke minuut dat het nog kan. Hoe vaak heb jij je bedacht dat je meer tijd zou willen besteden aan je lief, je kinderen of aan jezelf. En hoe lang doe je dat dan? En waarom nemen we degene die ons zo dierbaar zijn zo vaak gewoon voor normaal? En het ergste is dat als we ze kwijtraken, door de dood of omdat ze ons verlaten, dan pas beseffen we hoe veel we van ze houden. Wat is dat toch met ons?

Ook ik verlies me elke keer weer in de dingen van de dag. Werk dat toch af moet of in dingen waarvan ik op dat moment denk dat ze belangrijk zijn. Maar hoe belangrijk zijn ze eigenlijk? ‘Meer leven in het nu’ zei een vriend. En braaf probeer ik dat maar hoe snel weer verlies ik me in ‘als’ en ‘dan’. Hoe graag zou ik soms een kijkje in de toekomst nemen. Misschien is liefde ook wel de dingen voor lief nemen. Leven zoals het leven zich voordoet en op je pad komt. Je pad maar gewoon volgen en ervan genieten. Kijken naar degene die met je meelopen en ze vertellen hoe belangrijk ze zijn.

Dank je wel Ruud voor je mooie zinnen. Voor hoe je iedereen laat beseffen hoe belangrijk het is om te zeggen wat je denkt en voelt. Liefde is… genieten van jullie enorme levenslust en jullie liefde voor elkaar.


zaterdag 7 februari 2015

Zweven

Overgaan en zweven
Licht fel en toch zo warm
Heden, toekomst en verleden
Het is ’t alles dat ik omarm

Wat is geweest, dat is geweest
Het is zoals het is
Want ooit en als is niet gekomen
Het is het nu dat ik zo mis

Samen leven, dromen
Mijmeren uren lang
Maar nu moet jij verder
Ga leven weest niet bang

Omarm ’t zoals je deed
Toen we nog samen waren
Laat ’t even door je stromen
Zet je hart weer open
En laat de wind
de grote schoonmaak klaren

Durf weer lief te hebben
En te genieten van de dag
Te vertrouwen, lief ga zweven
Echt het mag



Witte Bloesem

Witte bloesem
Bloemen in de knop
Pril en teer geluk
Nu nog in de dop

Bloemen moeten bloeien
Uitbundig in hun eigen kleur
Je een lach ontlokken
Met hun pracht en geur



dinsdag 27 januari 2015

sweet dreams

Ik geef je mooie dromen

om te rusten deze nacht

zodat de wereld bij 't ontwaken

weer ten volle naar je lacht


Niet zomaar een vlinder

‘Kijk’ zegt ze. Ik volg haar ogen naar de grond, durf ik bijna niet te ademen. Breekbaar en teer zit er een kleine blauwe vlinder. Heel zachtjes knielt ze en kijkt ademloos toe. Dan fladdert de vlinder en daalt neer op haar arm. Ik maak een foto en nog een. Nog wat dichter bij. Haar hand gaat naar de vlinder en wonderbaarlijk stapt hij over op haar vinger. Nog nooit heb ik een vlinder van zo dicht bij gefotografeerd.  Minuten verstrijken, de wereld staat stil. Zij en ik en de vlinder en het uitzicht vanaf de Alp D’Huez.

Het is donderdag rond het middaguur als we besluiten om even wat te drinken. Zelf overeind blijven is een must wil je anderen kunnen helpen. En daarvoor zijn we hier. Anderen helpen om hun doel te bereiken. Om één, twee keer of wel zes keer naar boven te fietsen. Alle 21 bochten door, steil en zonder genade. Juichende mensen die je er doorheen slepen. Natte sponsen, bekertjes water worden aangereikt. Moed ingesproken en ‘Hermannetjes’ gegeven. Een duwtje in de rug om door te gaan. Want daarvoor ben je hier. Doorgaan omdat opgeven geen optie is. Je doet het niet voor jezelf of misschien juist wel? Maar altijd is er de verbindende factor. Kanker, ziek zijn, verlies, dood en heel soms vier je hier de overwinning. Dat jij een van de gelukkige bent die kunnen zeggen: ‘Ik heb het overleefd.’
'zij is haar neefje verloren, pas 7 jaar oud' 
Zij is een van de 100 leerlingen die mee doen met Flevoland Fietst Tegen Kanker. Een project waarbij leerlingen van diverse middelbare scholen de Alp op fietsen en een week lang vrijwilligerswerk doen. Iets doen voor een ander met weer als verbindende factor die ziekte waarvan we hopen dat ze er ooit niet meer zal zijn. Stuk voor stuk hebben ze verloren. Van dichtbij of iets verder af de strijd meegemaakt. En nu zijn ze hier, alle 100. Zij is haar neefje verloren, pas 7 jaar oud. Niet aan kanker maar aan een spierziekte. ‘Maar als we kanker nou eerst aanpakken en zorgen dat daar een medicijn voor is, kunnen we daarna verder gaan met andere ziektes’ dacht ze en schreef zich in voor het project.

Maar nu zit ze er doorheen. Een week vol emotie. Vanaf het moment dat je de bus instapt, de voorbereiding, het fietsen. De bezinningsavond en dan het helpen in de bochten. Keer op keer wordt je geconfronteerd met het verdriet van je zelf en van een ander. We pakken ons flesje water en lopen een stukje verder, uit de drukte, naar de rand van de bocht. Ze heeft het even nodig nu. Stilte, want soms hoef je niets te zeggen. En ineens is daar de vlinder. De vlinder die haar zo bekend is. En terwijl het in de bocht druk is, is het hier sereen stil. Als na minuten de vlinder weg fladdert, zie ik een traan in haar ogen. ‘Zo’n vlinder heeft mijn oom laten tatoeëren toen mijn neefje overleed’ zegt ze zacht. Haar neefje dat overleed aan een spierziekte, haar neefje voor wie ze hier is. Het verdriet in haar familie waardoor ze dacht ‘Ik ga mee’. Haar neefje, de Alp en de blauwe vlinder… en we weten allebei dat toeval geen toeval is.





maandag 26 januari 2015

Onbereikbaar

Onbereikbaar
hoge muur
de kilte beschermt
een hart vol vuur

Afgeschermd
tegen verdriet en pijn
blokkeert het de liefde
en hoe het zou kunnen zijn

Breekbaar
en ook zo moe
waarom laat je me
niet toe



Te koop

Dromen
durven
delen

Vragen
weten
doen

Een hart
om te
stelen

of te kopen
met
een zoen

woensdag 31 december 2014

Engelenboodschap

Ik geef je energie
om te leven lieve kind
zodat je vol kunt houden
en je je weg snel vindt.

Ik geef je mooie dromen,
die uit ons bestaan.
Om je de kracht te geven
steeds weer verder te gaan.



dinsdag 30 december 2014

Op de rotonde

‘Ik blijf maar in kringetjes draaien’ zegt ze. Het is zondagmiddag en we zitten met een glas wijn op de bank. Ze vertelt en vertelt en ik luister en herken veel van wat ze zegt. ‘Ik kan mijn gedachten gewoon niet stoppen’ zucht ze ‘en ik word er zo moe van’. Ze lacht maar haar ogen doen niet mee. Maar ik weet hoe machteloos je je kunt voelen door je eigen gedachten.

Mijn vriendin zit op een rotonde in haar leven en weet niet meer welke afslag ze moet nemen. Besluiteloos loopt ze door, het ene rondje na het andere en hoe langer ze loopt hoe meer het haar duizelt. Niet raar natuurlijk als je bedenkt dat je op een rotonde in rondjes loopt. Ik neem nog een slok wijn en vraag me af of een mens eigenlijk wel op een rotonde wil zijn. In de plaats waar ik lang woonde, werd ooit bijna elk kruispunt vervangen door een rotonde. Om de doorstroom te bevorderen zo kopten de berichten in de krant. Doorgaan moeten we in de huidige maatschappij. En liefst steeds sneller.  Maar van wie eigenlijk? En zijn we gaan baas over ons eigen leven? Bepalen we zelf niet meer waar ze heen gaan en of we doorlopen of stil staan?
 ‘Wat kan er gebeuren?’ vraag ik en weet dat dat ze nu “alles” denkt.
‘Misschien moet je even stoppen’ opper ik, ‘gewoon even stil gaan staan.’ Ze kijkt me verbaasd aan. Stil gaan staan?  Maar… Ze stopt en denkt na. ‘Wat kan er gebeuren?’ vraag ik en weet dat dat ze nu “alles” denkt. ‘Er kan een file ontstaan’ help ik haar op weg, maar ach staat daar ons land elke dag niet vol van?’ Ze kijkt me schuin aan maar er is nog geen lachje te bekennen. ‘Er kan iemand op je botsen’ ga ik rustig verder. ‘Maar ach, deuken heb je nu ook al. Wie weet wat voor leuk moment het op kan leveren’. Langzaam zie ik haar ontspannen. In haar ogen zie ik haar gedachten vliegensvlug heen een weer gaan.

De rotondes in mijn vorige woonplaats zijn inmiddels weer vervangen voor kruispunten. En een is voorzien van een rotonde boven het kruispunt, voor fietsers die gewoon af kunnen stappen en het hele kruispunt een rustig kunnen overzien. En eigenlijk is dat wat we in ons leven misschien ook wel moeten doen. Af en toe eens even stil staan. Wachten voor het rode licht en kijken of je inderdaad nog de goede kant op gaat. Je keuzes duidelijk en helder moeten nemen in een ‘ga ik rechtsaf, linksaf of toch rechtdoor?’. Bewuster dan op een rotonde waar we volgens de Tom Tom geen kant meer op gaan maar een eerste, tweede, derde of andere afslag nemen. Waar we te makkelijk weer gewoon omdraaien, zonder moeite, zodat we te laat zien dat we te snel omgedraaid zijn en beter nog even door hadden kunnen gaan.

En ach wat kan je gebeuren? Stel je blijft even te lang stil staan. Stel dat je levenslicht inmiddels op groen staat en jij staat nog even stil. Wie zal er gaan toeteren en waarom? Hooguit kan het leven van anderen ook even stil staan. Krijgen zij ook even de tijd om te overwegen waar ze staan en of ze inderdaad die kant wel op willen gaan. 



Een hoger doel

Aan het strand stil en verlaten
streek een zeemeeuw neer.
Niet voor de allereerste
en niet voor de laatste keer.
Voor hij zijn vleugels weer spreidt
om zijn weg te volgen,
raakt zijn doel nooit kwijt.

Hoger zal hij vliegen
elke dag iets meer.
Doorzetten, verder gaan,
al doen zijn vleugels soms zeer.
Want boven is het mooier,
zoveel mooier dan je denkt.
Waar liefde energie is
en alles vreugde schenkt.
Waar de pijn is opgelost
in een tijdloos bestaan.
Waarvan je nu alleen dromen kunt
tot ’t tijd is om te gaan.




De kracht van de liefde


Als ik aan je denk,
denk je dan ook aan mij?

Als ik aan je denk,
kun je dat dan voelen?

Als ik aan je denk,
voel je je dan blij?

Is dit wat ik voel
wat ze met liefde bedoelen?


zondag 7 december 2014

Ik wens…

‘Je krijgt waar je om vraagt’ zegt hij. Ik knik en staar voor me uit. Ik weet wat hij bedoelt. Je gedachten zijn sterk, sterker dan je ooit zal kunnen vermoeden. Duizenden gedachten vliegen door mijn hoofd. En elke gedacht zend een wens. ‘Niet zeggen dat je moet loslaten, want dan pak je het juist vast’. Ineens begrijp ik waarom mijn gevoel zich altijd zo verzet tegen het ‘moeten loslaten’. Nergens  gaan zoveel gedachten naar toe dan naar dat wat je  moet waar je niet aan toe bent. ‘Focus op iets anders dat je wil’ is zijn advies. Dan gaan je gedachten weg van dat wat je los wil laten.

Het lijkt zo simpel en misschien is het dat ook wel. Maar op dat moment vliegen de gedachten door mijn hoofd. Ik probeer ze op een rijtje te zetten of onder controle te krijgen. Ik zou toch beter moeten weten. Het leven is een leerproces en we krijgen dat wat we nodig hebben. Soms ben ik daar blij om maar soms toch echt ook minder. Zie ik niet wat het mij gaat brengen en misschien is dat het wel. Ik hoef het niet altijd te zien. Nog meer dan ik al doe moet ik gewoon vertrouwen. ‘Niet jezelf afsluiten’ zegt hij, ‘maar vanuit je hart naar buiten gaan. Dan bouw je een natuurlijk muurtje dat alles bij je vandaan zal houden’. Ik kijk over het water en visualiseer. Leven in het nu, want alleen nu telt.
Ik wens dat kanker verdwijnt uit onze samenleving
Als ik een paar dagen later schrijf: “ik hoop dat deze eerste dag van jouw nieuwe jaar een goed begin is geweest om er een gelukkig, liefdevol en ‘rustig’ jaar op te laten volgen’, besluit ik tegelijk dat het mijn eerste dag om actief met mijn wensen aan de slag te gaan en dat ik elke dag mijn wensen op ga schrijven. Want inderdaad toen ik het twee jaar geleden druk had, wilde ik rust. Maar toen de rust kwam, was dat in weinig opdrachten voor werk. Rust dus, maar niet de rust die ik bedoelde. Foutje! Verkeerd omschreven, verkeerd gevraagd. Dus wilde ik toen meer werk en dat kreeg ik. De afgelopen maanden werk ik elke dag, avond en het weekend. Rust zou ik willen roepen maar dan besef ik dat ik iets specifieker zal moeten zijn.

Die avond pak ik het schriftje dat ik een maand geleden van mijn dochter kreeg en begin met schrijven. De eerste dag nog wat onwennig maar het went al snel. Je kan onuitputtelijk wensen, herinner ik me uit ‘The Secret’. Dus begin ik vol overgave aan mijn wensenlijst. ‘Ik wens meer evenwicht tussen drukte en rust, tussen werk en privé, tussen alleen en samen. Ik wens weekenden met tijd voor hobby’s en werkdagen met werk voor mooie opdrachten. Ik wens dat het goed gaat met de kinderen, op school, thuis, in hun relaties met vrienden en met mij. Dat ze goede cijfers halen en veel lol hebben en zich gelukkig voelen.

Ik wens dat mijn bedrijf een mooi stabiel product neerzet dat de oplossing is voor velen. Dat er veel gebruikers komen en dat iedereen die er aan meewerkt er in alle opzichten rijker van zal worden. Ik wens liefde en geluk en tijd kunnen spenderen aan de dingen die mij blij maken. Ik wens een gelukkig gezin met mijn lieve kinderen en een lieve zorgzame mooie man die van mij houdt. Ik wens een thuis om samen te komen vol warmte en gezelligheid. Ik wens dat de mensen om mij heen gelukkig zijn.

Ik wens dat het boek waarvan ik droom uitgegeven zal worden en dat ik nog vele verhalen mag schrijven. Ik wens gezondheid voor mij, mijn kinderen en iedereen om mij heen. Ik wens dat kanker en andere dodelijke ziektes te genezen zullen zijn en verdwijnen uit onze samenleving. Ik wens en kies om te leven op mijn gevoel en liefde en zo altijd de juiste keuze te maken.


Ik wens dat ik jou zal inspireren om ook te wensen… dus wat wens jij?

zaterdag 22 november 2014

Kleur bekennen

Als ik naar buiten kijk zijn ze er ineens. Een grote stapel gele bladeren bedekt de aarde onder de boom in mijn voortuin. De wat rodere exemplaren hangen nog te glinsteren in de zon. Gisteren heb ik ze nog niet gezien, de gele bladeren op de grond. En ineens overvalt het gevoel mij dat ze daar niet zomaar liggen.

Geel de kleur van wijsheid, helderheid, verstand. Van eigenwaarde en logica. Misschien moet ik ze maar eens loslaten. De herfst liet lang op zich wachten dit jaar en dat is maar goed ook. Ik was er nog niet aan toe om los te laten. Maar nu wel. In het boeddhisme is geel de kleur van wijsheid maar in Egypte en Jordanië staat de kleur voor rouw. In mijn tuin combineren ze prima. De rouw en de wijsheid.

De rodere blaadjes houden nog hardnekkig vast. Niet van plan om los te laten. En ook dat is  goed. De energie en levenskracht van rood heb ik nog nodig. Het vuur en ambitie maar ook de openheid. Het rood van liefde, lijden, offer, strijd, hartstocht en moed. Strijden zal ik, offeren en lijden voor de liefde. Tot de winter komt vol wit, het wit van vreugde, blijdschap, tederheid en liefde.
 'Heel even was er niets anders. Geen verleden, geen toekomst'

Starend naar de blaadjes denk ik aan vorige week, aan de plek waar tere hartvormige blaadjes aan een boom in een waas van mist mij alles vertelden. De rust van het warme water om mijn lichaam, mijn hoofd in de vage mist die boven het water hing. De zachte regen die zilveren druppeltjes vormden aan de bomen om ons heen. De stilte en het alleen samen zijn. Zonder woorden genieten van een perfect moment.

Heel even was er niets anders. Geen verleden, geen toekomst. Alleen het nu. Het samen één zijn zonder verwachtingen. Heel even was er alleen jij en ik alsof het nooit anders was geweest en nooit anders zal worden. En hoewel ik weet dat er nog veel te overbruggen is, is het goed. Goed zoals het is. Een niet uit te leggen gevoel van rust, weten, voelen en vertrouwen. Een niet uit te leggen gevoel van thuis komen.

De blaadjes laten los. Een periode waarin menig het moeilijk heeft en jij niet het minst. Met het korten van de dagen, lijken de emoties hoogtij te vieren. Eerder heb ik het gezien en heb ik machteloos toe moeten kijken. En weer kan ik nu niets anders doen dan er zijn. Maar deze keer zal het anders zijn, deze keer zal ik kleur bekennen. Vandaag beken ik groen. Het groen van vruchtbaarheid, groei en hoop. Van kalmte, geluk, stabiliteit, betrouwbaarheid, bezinning en evenwicht. Het groen van het vierde Chakra dat staat voor de liefde, vriendelijkheid naar jezelf en anderen, geborgenheid en vertrouwen. Van hoop en het vinden van balans. Het groen waarin ‘Ik bemin en word bemind’ centraal staat. Ik zal vertrouwen op mijn gevoel en weten welke kleur van de regenboog vandaag de boventoon zal voeren.

Ik vraag me af waarom ik er nu meer vrede mee heb, meer vertrouwen heb. Dan weet ik dat ik gegroeid ben. Ik laat het iets willen doen los en blijf stil. Ik blijf stil en wacht tot jij zo ver zult zijn. Vol vertrouwen wacht ik en weet ik dat ik op het juiste moment zal weten wat ik moet doen en het rood van liefde het zilveren randje van vast vertrouwen heeft bereikt.


zondag 2 november 2014

Ik droomde

Ik droomde dat ik naast je zat. Opgekruld tegen je aan in het holletje van je oksel. Je arm lag om mij heen, je benen languit terwijl je voeten op tafel rustte. Een intens gevoel, apart en toch samen een. Jij las een boek en de woorden kwamen zonder te lezen via jou bij mij naar binnen.

Er was niets, alleen de stilte en jouw ademhaling. Af en toe sloeg je een bladzijde om. De zon straalde en voelde heerlijk warm. De wind waaide alle onbelangrijke gedachte uit mijn hoofd. Ik luisterde naar de stilte en alle geluiden die je alleen in stilte kunt horen. Naar de woorden die onbesproken bleven omdat ze niet gezegd hoefden te worden.


Ik rook de geur van buiten vermengd met wierook en de geur van jou. Ineens boog je voorzichtig naar mij toe en drukte een kus op mijn hoofd. Mijn ogen zochten en vonden de jouwe. Zonder woorden alles gezegd in die ene glimlach. 


dinsdag 28 oktober 2014

Nevel op de berg

Een intense mist daalt neer. Even zie ik geen hand voor ogen. Dan ontdek ik contouren maar de nevel wil niet weg. Ik durf geen stap meer te zetten. Hoogtevrees en angst spelen mij parten. Moet ik nu vooruit of juist achteruit? Verschrikt blijf ik staan. Maar voor hoe lang?

Hand in hand lopen we de berg op. Allebei hebben we een behoorlijke rugzak mee die ondanks het formaat toch wel te tillen lijkt. Wat er bij de ander in de rugzak zit, weten we nog niet. Hoe kan het ook, we hebben er nog maar amper over gesproken. Het enige dat we weten is dat ons gevoel zegt dat we de berg op willen. Met grote passen beginnen we aan onze tocht. Ik heb niet het idee dat ik ren, maar echt slenteren is het ook niet. We lijken een zelfde tempo te hebben wat prima aanvoelt. Af en toe kijken we naar boven en glimlachen. Wat een prachtige berg daar voor ons, de zon die schijnt en de top die uitnodigend wenkt.

Terwijl we rustig het pad volgen, komt er ineens een stuk met prachtige bloemen. Ik geniet en voel de zon op mijn wangen. Mijn rugzak lijkt even niets te wegen en al pratend en lachend klimmen we verder. Hij lacht en straalt. Ik kijk nog eens vol vertrouwen naar boven en dan ineens is alles gehuld in mist. Het lijkt alsof de berg op zijn kop staat. Op de tast zoek ik naar degene naast mij. Hij zoekt ook, zijn handen dwalend door de mist op zoek naar houvast. Maar de houvast is er niet. Het is alsof hij door onzichtbare armen wordt weggepakt en in een achtbaan wordt gezet. Ik zie vaag de contouren van de wagons die met een sneltreinvaart alle kanten op bewegen.

‘Het komt goed’ fluister ik en heb geen idee of mijn woorden hoorbaar zijn. Komt het goed? En wat kan ik daar aan doen terwijl ik stil op de berg sta. Ik kan niet vooruit of achteruit en ik weet niet of blijven staan wel goed is. Vage beelden van voorheen vullen mijn gedachten. Toen ik daar ook op de berg stond, in een zelfde soort van mist, te wachten tot de mist op zou trekken. Vol vertrouwen bleef ik wachten tot het te laat was en ik koud en verkleumd achter bleef. Die mist is opgetrokken maar de nevel is nog steeds tastbaar in mijn rugzak.


Behalve op de berg is de mist nu ook in mijn hoofd aanwezig. Af en toe vang ik een glimp op van de achtbaan, de man en zijn rugzak. Steeds meer voel ik wat er in de rugzak zit maar zien mag ik het nog niet. En hij? Kan hij mij nog zien staan? De mist hangt als een dikke prop watten om hem heen en hij ziet geen hand voor ogen. Op gevoel zou hij het halen, makkelijk zelfs maar hij is zo vaak over de kop gegaan in deze achtbaan, dat hij niet eens meer weet op welke berg hij was. Is hij op een nieuwe berg of loopt hij nog zoekend op de vorige? Is het een nieuw pad dat hij ingeslagen is. En waar is hij eigenlijk naar op zoek? De achtbaan neemt een loopje met hem, letterlijk en figuurlijk. De mist maakt dat hij zijn pad even niet meer ziet. En ik? Ik weet nog steeds niet of ik een stapje vooruit moet of achteruit. En dus blijf ik weer staan. 


donderdag 23 oktober 2014

De berg leidt tot de meeuw

Hij is terug in mijn leven. De berg. De berg is terug in mijn leven. In zijn droom en daardoor weer in mijn leven. ‘Gedroomd dat wij een berg aan het beklimmen waren’ stuurt hij per sms aan mij. ‘En kwamen we boven?’ vraag ik. Als ik de vraag na lees, ziet het er uit als een gewone vraag. Hij weet niet hoe belangrijk zijn antwoord is. Ik zucht en glimlach. De berg is er weer, een intens geluk stoomt door mij heen.

De berg is een metafoor in mijn leven geworden. Met de berg kan ik mijn gevoel uitdrukken. En of we de top bereiken is belangrijk. Niet de top zelf is belangrijk maar de reis er naar toe. Alleen als ik weet dat ik nooit boven zal komen, kan ik de reis niet opbrengen. Dan struikel ik over elke steen die ik tegen kom. Ik heb dat doel nodig. Nodig om als ik dan toch val, weer op te staan. Op staan en verder lopen, de reis beleven. Met steeds als doel het uitzicht op het ultieme, en met elke stap nieuwe ervaringen opdoen. Weer een stapje hoger. Hoger op de berg, hoger in mijzelf. Voelen en intens beleven. En dan zal ik boven op de top beseffen dat de reis zelf het mooiste was. En dat de top de hele reis samenvat. Ooit zal ik daar staan, een zoen op mijn mond, een arm om mijn schouder. Samen stil genieten van alle momenten, daarvan ben ik overtuigd.  

Hoe ridicuul kan het zijn. Een berg als metafoor als je hoogtevrees hebt. En misschien maakt dat het juist zo bijzonder. Want meer dan anderen is het voor mij belangrijk dat ik me veilig voel op de berg. Durf ik met jou de berg te beklimmen? Ik hoef er niet eens over na te denken. Een volmondig ja vormt zich in mijn hoofd. Een ‘ja ik durf de berg te beklimmen’ staat voor mezelf veilig voelen, volkomen op mijn gemak. En zonder dat, mag je niet met mij mee de berg op.

‘Komen we op de boven?’ was de vraag. ‘Op de top’ komt even later zijn antwoord ‘en daar heb ik je gezoend’. Ik lees de woorden en een brok vormt zich in mijn keel. ‘De berg is bijzonder in mijn leven’ schrijf ik terug. ‘De zeemeeuw voor mij’ antwoord hij. Ik wijs hem simpel naar mijn naam en hij ontdekt de meeuwen. Even denk ik dat het bijna te veel is voor een dag. Voor een uur, nee nog korter. Nooit gedacht dat iemand ooit mijn liefde voor de zeemeeuwen zou snappen. Laat staan de liefde zou delen. ‘De berg leidt tot de meeuw’ zegt hij. De berg leidt tot de meeuw. Ik weet niet wat jou naar mij leidt of mij naar jou. Ik weet niet wie jou op mijn pad heeft gezet of ik op het jouwe. Ik weet niet hoever we komen op de berg. Of we de top zullen bereiken. Maar ik ben bereid mijn rugzak te pakken en mijn eerste stap te zetten. Jij ook?


zondag 21 september 2014

De kleine blonde heks

‘Ik ben een heks’ zegt ze, en slaat haar kleine armpjes vast om mij heen. ‘Oh daarom vind ik je zo leuk’ zeg ik ‘ik ben ook een heks’. Mijn kleine blonde heks knikt en kijkt me als dank stralend aan.

Ze heeft nog geen idee wat een heks is en al helemaal niet waarom ik haar vertel dat ik ook een heks ben. Samen lachen we en betoveren we de tuin zodat de zon gaat schijnen. Ik vraag haar of ze vliegen op de bezem ook zo leuk vindt en zwier haar in het rond. Haar zusje kijkt van een afstandje toe en besluit dan dat ze er ook bij wil horen. ‘Welkom bij de heksenkring’ zeg ik.

Toveren kan, ze die kleine heks, al vanaf het moment dat ik haar de eerste keer zag, heeft ze mij betoverd. Maar het zou mij niet verbazen als er meer in dat kleine ding schuilt. Ik denk aan mijn eigen blonde heksenkind dat ’s nachts de dingen droom die de volgende dag gebeuren. Die zonder er bij na te denken de vinger op de zere plekken kan leggen. Niet altijd even welkom kan ik je melden. Maar ik weet ook dat ze er weinig aan kan doen.

Hoe vaak heb ik niet op mijn kop gekregen van mijn moeder. Omdat ik weer eens een vraag zomaar stelde die blijkbaar net besproken was in de kamer ernaast. Beticht van afluisteren ben ik vaak maar ik deed het nooit. En ze was nooit blij als ik per ongeluk een kastje open deed waar het cadeautje voor mijn verjaardag lag. Geloven dat ik niet op zoek was maar dat het ‘zomaar’ gebeurde, deed ze natuurlijk niet. Dat ik dromen had die later uitkwamen, durfde ik niet te vertellen. En dat ik sommige dingen zomaar wist, al helemaal niet.

Inmiddels weet ik dat ik niet de enige ben. Heerlijk om mensen om je heen te krijgen die snappen waarom jij de dingen doet omdat je gevoel het zo vertelt. Dat je de dingen soms al weet voor ze vertelt zijn. Maar ook hoe lastig het is om zo op je gevoel te durven vertrouwen want oh wat willen we toch graag bevestigingen. De wereld wil de dingen begrijpen dus leg maar eens uit waarom. 

Ja ik geloof in wat anderen toeval noemen. Ik hoor, voel, ruik en zie soms dingen die anderen niet horen, voelen en zien. Maar vooral weet ik het zonder te kunnen weten. Ik kan pijn weghalen met mijn handen. Voel wanneer er iets te gebeuren al kan ik soms niet benoemen wat en al helemaal niet waarom. En nog heel veel meer. Maar al die dingen maken het leven niet altijd makkelijker. Maken dat je je soms erg eenzaam voelt. En als ik het bij de voordeur probeer te ontwijken, komt het gewoon via de achterdeur of een bovenraampje weer terug naar binnen.

Langzaam leer ik de dingen te accepteren en er grip op te krijgen. Bij mijn heksenkring, waar de opperheks ons vertrouwen geeft en helpt. Waar we niet op bezems vliegen en geen drankjes brouwen. En ook op de weegschaal komt er altijd een gewicht te staan, en helaas altijd nog meer dan ik graag zou willen. Niks nul kilogrammen maar ik hoef dan ook niet op de heksenwaag. De heksen van tegenwoordig zijn mannen en vrouwen die hoog sensitief zijn en die je overal tegen komt. Meer dan toen ik klein was, is er van alles te lezen over gevoeligheid en nieuwetijdskinderen. En van mij mag het nog bekender worden.

De kleine blonde heks knuffelt mij nog een keer extra en legt haar hoofdje tegen mij aan en dat was precies wat ik nodig had. Twee turven hoog is ze maar zo bijzonder. 



zondag 24 augustus 2014

Woorden alleen

De woorden in mijn hoofd
Lijken te zijn gevangen
Mijn hoofd dat lijkt verdoofd
Door de woorden die er zijn opgehangen

De woorden in mijn hoofd
Ze kunnen nergens heen
De woorden met zovelen
Zijn toch zo alleen

De woorden in mijn hoofd
Wachten tot de dag
Dat de rust  wederkeert
En het ene na het andere woord

Mijn hoofd verlaten mag


zondag 17 augustus 2014

De worsteling

Stil leg ik mijn hand op zijn handen. Ik zou graag iets zinnigs zeggen nu, maar de woorden komen niet. Het is een schril contrast… zijn twijfel en zijn stralende ogen die elkaar afwisselen. Het is duidelijk dat hij worstelt en dan met name met zich zelf.

Getrouwd is hij niet maar al wel lang samen met zijn vriendin. De laatste tijd gaat het niet goed. En ineens was zij daar. Zomaar. ‘Er is nog niks hoor’ zegt hij stoer en vertelt dat hij haar nu twee keer gezien heeft. Hij is verliefd. Niet dat hij dat zegt, tenminste niet met woorden maar zijn ogen spreken boekdelen. En nu weet hij het even niet meer.

‘Lunchen kan toch wel’ zegt hij en kijkt mij vragend aan. Hij weet best dat het niet om de lunch gaat die niet kan. Het is zijn gevoel waar het ‘mis’ gaat. Niet de lunch, niet de eerste keer dat ze  elkaar tien minuten spraken, niet de telefoongesprekjes en niet de sms’jes tussendoor. Nog geen zoen hebben ze uitgewisseld. Maar de streep is hij al lang over.
                      'ik kon er gewoon niet van slapen'
Ik wil hem vooral gelukkig zien. Maar wanneer is hij gelukkig? Het is een dilemma dat hij met zich zelf moet uitvechten. Ik zou willen dat ik iets kon zeggen... Vertellen dat dit niet kan… dat weet hij zelf ook wel. Zeggen dat hij zijn gevoel achterna moet gaan… maar waar gaat zijn gevoel heen? Zal hij gelukkig worden als hij voor iemand kiest die hij amper twee keer gezien heeft? Maar zal hij gelukkig blijven als hij voor de veiligheid kiest? Ik weet het niet. Even ben ik blij dat ik zijn vriendin niet ken want nu hoef ik me alleen met zijn kant van het verhaal bezig te houden. En dan zijn er ook nog de kinderen…

‘Toen ze laatst met iemand anders uit eten was, voelde dat niet goed’ zegt hij. Ik trek een wenkbrauw omhoog en kijk hem vragend aan. ‘Lig jij niet elke avond naast je vriendin in bed?’ vraag ik. Hij knikt en maakt een ontwijkend gebaar. Dan vertelt hij dat hij hun afspraak afgezegd had, hij kon er gewoon niet van slapen. En dat zij er een punt achter gezet had, om hem te beschermen. Hij vertelt hoe rot hij zich voelde en dat hij haar dezelfde dag al miste. ‘Alsof het een einde van een relatie was..’ zucht hij. En dus had hij toch weer een berichtje gestuurd en zijn ze uiteindelijke gaan lunchen.



‘En nu?’ vraag ik terwijl ik weet dat hij het antwoord niet weet. Ik vraag me af hoe twee zulke verschillende emoties tegelijk in één man kunnen zitten. Waarom komt deze vrouw op zijn pad? Is zij voorbestemd voor hem of moet ze hem laten inzien dat het zo niet verder kan. Ik leg mijn handen weer op de zijne. Hij kijkt me dankbaar aan. Vanavond steek ik een kaarsje voor hem aan. Een beetje hulp kan geen kwaad. 

Nog één weekje dan…

Hij vertelt mij dat ik mooi ben. Niet één keer maar inmiddels is hij de twintig keer al wel voorbij zo schat ik in. Ik moet bekennen dat ik vanmiddag toen ik in de spiegel keek ook blij verrast was. Is het mijn nieuwe mascara of het feit dat ik goed in mijn vel zit? En nu zie ik het weerspiegeld in zijn ogen. Snel hou ik mijn mond als het stemmetje in mijn hoofd al weer begonnen is met praten.

Een tijd geleden vertelde iemand anders me dat ik mooi was. Ik wilde het wel geloven… Oh mijn hemel wat wilde ik het graag geloven, maar het wilde gewoon echt mijn hoofd niet in. En dus maakte ik grapjes als  ‘Je moet echt naar de opticien’ om het te relativeren. Waarschijnlijk vooral voor mijzelf. Hij stopte met het te zeggen en ik dacht dat hij het dus ook niet meende. Hoe kun je ook geloven dat degene die in jouw ogen het meest perfect op de wereld is, jou mooi vindt. Mij is het niet gelukt. Of hij het wel of niet vond… ik zal er niet meer achter komen.
'de kans dat hij mij het bed in probeert te praten ...'
Mijn verstand en gevoel liggen met elkaar in de clinch en niet alleen over het feit of iemand mij wel of niet mooi kan vinden. Mijn gevoel kan mij feilloos leiden maar als het dan over mezelf gaat, heeft mijn verstand de rare neiging mijn gevoel te kleineren en intimideren. In elkaar gedoken trekt mijn gevoel zich terug. Het gekke is dat ze op het werk een super team zijn. Maar zodra er een privé kwestie speelt, staat ‘gevoel’ al snel met 1-0 achter. Misschien moet ik eens een teambuilding organiseren om ze meer bij elkaar te brengen overpeins ik.

De man tegenover mij is duidelijk nog in de versierfase. Ziet alles door een roze bril en gezien het een man is… is de kans dat hij mij probeert het bed in te praten natuurlijk ook altijd aanwezig. Hoe betrouwbaar zijn uitspraken zijn, is dan ook nog niet helemaal duidelijk. Maar ik geniet van de aandacht als een warm bad en voel een lach op mijn gezicht.

’s Avonds weer thuis kijk ik naar de vrouw aan de andere kant van de spiegel. Ze kijkt terug, vol vertrouwen en ze kijkt me recht in mijn ogen aan. Maar dit keer draai ik me niet om. ‘Ik hou van je’ zeg ik en zie dat zij begint te stralen. Echt mooi vind ik mezelf nog steeds niet. Maar als ik op een terrasje zit en bedenk of ik met degene die voorbij lopen wil ruilen, komen er toch bar weinig mensen in aanmerking. En dus heb ik besloten blij te zijn met mezelf en voel ik me een stuk beter. Stap 1 heb ik dus duidelijk voltooid.


Ook stap 2 is prima gegaan en is helemaal op de rit. Maar bij stap 3 blijkt mijn gevoel het ineens niet meer te winnen. ‘Laat los’ roept verstand. ‘Laat het gaan en doe de deur nu maar eens echt helemaal dicht.’ ‘Ja maar..’ sputtert gevoel.  Het slaat nergens op maar gevoel wint. Elke keer weer. Soms denk ik echt dat mijn verstand mijn gevoel verslagen heeft. Maar als ik net opgelucht adem heb gehaald, steekt gevoel weer de kop op. In de vorm van liedjes, vrienden of hoe dan ook. ’Ik ben er wel aan toe’, denk dapper, ‘maar de rest van de wereld nog niet.’

Vastberaden loop ik naar beneden. Ik steek nog één keer een kaarsje aan. Tenminste nog één voor dit doel. Nog één kaarsje en ik geef het nog één dag. Oké nog één week dan. Maar dan, zo spreek ik af met mijn gevoel, dan is het echt klaar. Dan sluit ik definitief de deur. Sterker nog, ik hang er gelijk een hoeveelheid sloten op. Mijn gevoel knikt instemmend en mijn verstand geeft me een high five. Nog één week…

dinsdag 22 juli 2014

Heimwee

Ineens is het er, zomaar vanuit het niets. Het is dat zomergevoel als ik buiten loop, dat liedje dat me raakt, de geur van de zee of het is er als ik eten sta te koken en door het raam naar buiten kijk. Er valt ook geen touw aan vast te knopen wanneer of waarom. Ineens is het er, een gevoel van heimwee.

Over het algemeen ben ik toch aardig optimistisch. Tenminste dat denk ik zelf. Ik kijk graag vooruit en ik heb weinig nodig om gelukkig te zijn. Geluk zit voor mij in de kleine dingen. Intens genieten kan ik van een bloem in het gras, een zonnestraal op het water of een vogel die fluit. Van een grapje tussendoor, een telefoontje, van het ruisen van de wind die waait en zelfs van de regen als die op het juiste moment mijn autoruit schoonspoelt.  En juist die kleine dingen roepen de laatste tijd ineens een gevoel van heimwee op. Zo’n melancholisch gevoel dat je overvalt en alleen maar kunt ondergaan. Stil laat ik het dan ook maar gebeuren.

Heimwee. Heb ik heimwee en naar wat dan? Waarom? Vandaag nog sms’te ik naar iemand dat het leven een reis is waarin je vooral je zelf elke dag beter leert kennen. Een mooie reis die ik het liefst zou af leggen over het strand langs de zee. En ja dan mag het best wel waaien, stormen af en toe. Ik ben nou eenmaal meer van de zee dan van de bergen hoewel die symbolisch natuurlijk veel mooier je levenspad kunnen verwoorden. Want wie loopt er nou zijn hele leven over een vlak pad. Niemand toch. Er zijn altijd ups en downs. Want zonder downs zouden de ups geen ups zijn.  Ik weet niet of ik altijd de juiste keuzes gemaakt heb, maar wie weet dat wel. Menig kruispunt ben ik overgestoken, soms sloeg ik linksaf en soms ook recht.

Is het de zon die overvloedig schijnt de afgelopen weken? Is het het gevoel van rust wat ik in mezelf gevonden heb, dat er nu ook tijd is voor melancholie? Is het het zwart-witte stippeltjes jurkje dat is gisteren in Amsterdam kocht en wat het gevoel van 1920 oproept. Het gevoel in een oude film te lopen en foto’s te maken met een gelige gloed.  Ik weet het niet. Vanmiddag liep ik van de supermarkt naar huis. Gelukzalig bedenkend hoe fijn het is dat je in de vakantie zoveel tijd hebt dat je het je kunt veroorloven om lopend naar de winkel te gaan. Met zonnebril en mijn haren los wapperend in de wind. Aan mijn voeten slippers waardoor het lange gras aan mijn voeten kietelde. De zon voelde warm op mijn huid en de lucht rook naar vakantie. Van ver hoorde ik een auto aankomen vermengd met het geluid van water dat zachtjes tegen de kant aan klotste. En ineens was het er… dat gevoel van heimwee naar iets wat ik blijkbaar mis.

Overvallen vraag ik me af of ik bij de laatste splitsing de juiste kant op gelopen ben… of heb ik even daarvoor misschien al een afslag gemist?



zaterdag 7 juni 2014

Levenslessen

‘Misschien is dat wat je te leren hebt in dit leven’ zegt ze tegen mij. Ik vind het nogal ingewikkeld. We hebben allemaal wel iets te leren en als je het geleerd hebt, houdt het dan op of komt dan gewoon de volgende les om de hoek zetten? En wat moeten we dan leren? Alleen al om dat uit te vinden, lijk je een leven lang nodig te hebben. Of doen anderen dit wel veel sneller en kunnen ze dan gewoon rustig en gelukkig leven?

‘Je kiest je ouders zelf uit’ is ook zoiets.  ‘Maar waarom heb ik dan mijn ouders uitgekozen?’ vraag ik mezelf af. En waarom hebben mijn broers dezelfde ouders gekozen? Waarom hebben mijn kinderen mij gekozen en waarom worden anderen niet ‘uitgekozen’? En kies je als kind dan om zelf iets te leren of om je ouder iets te leren? En wat betekent dat dan? De vragen schieten door mijn hoofd. Mijn kinderen zijn gelukkig gezond en meestal erg gemakkelijk in de omgang, is mijn gekleurde mening. Maar betekent dat dan dat ik een ‘goede’ moeder ben of juist niet. Hebben zij mij gekozen omdat ik niet meer aankan of zijn zij zo geworden mede door mijn inbreng. Wat willen zij leren of wat moeten zij mij te leren?

Wat voor levenslessen hebben degene te leren die niet verblijdt worden met kinderen? Het lijkt zo oneerlijk. Of zijn zo zo volmaakt dat ze op dat gebied niets te leren hebben. En waarom wordt de een dan later alsnog vader of moeder en is het voor de ander niet weggelegd. Of hadden zij gewoon de juiste partner nog niet ontdekt? Nog zo’n levensles; partners. Waarom vindt de een zijn levenspartner al op zijn 16e en zoekt de ander op zijn 60e nog steeds? Wat zijn de lessen hierin? Een paar keer dacht ik mijn bestemming gevonden te hebben. Waar was het dat ik stil stond en hij doorliep of andersom. Waar was het dat ik niet merkte dat ik op de kruising een andere kant opliep? En was dat nodig en waarvoor dan?

‘Je moet vooral van jezelf houden’ zei een man een tijdje geleden tegen mij. Ik denk dat ik dat doe. Hoewel ik van mijn moeder geleerd heb dat anderen altijd belangrijker zijn. En soms als ik dan voor mezelf kies, knaagt er iets van een schuldgevoel aan mij. Waar ligt de grens tussen ‘van jezelf houden’ en ‘egoïstisch zijn’. Wat is er mis met dingen voor jezelf op zij zetten omdat je iets doet waar een ander gelukkig van wordt. Wanneer is geven en nemen in evenwicht? Waarschijnlijk is het allemaal een gevoelskwestie en dan kom ik dus terecht op mijn sterkste en tevens zwakste kant.


Mijn gevoel leidt mij feilloos door het leven. En ik ‘weet’ ook eigenlijk altijd weer hoe het af gaat lopen. Maar durf ik te vertrouwen? Durf ik los te laten omdat ik ‘weet’ waar het naar toe zal gaan… Als de tomtom het laat afweten en ik geef me over dan rijdt ik zo naar de bestemming. Stop vaak voor de deur om te kijken waar ik moet zijn. Moet ik dat gewoon nog vaker toepassen in mijn leven? Niet denken maar gewoon laten drijven… Hoe vaak heb ik de afgelopen tijd gezegd wat de uitkomst zou zijn in bepaalde kwesties. En ook al leek het zo’n andere kant op te gaan, ineens klopt het toch.

Het punt is dat ik zo graag wil weten waar het heen gaat. Zodat ik kan volhouden als de omgeving mij vertelt dat het anders is dan ik denk. Ik wil zo graag weten wat mijn lessen zijn zodat ik ze ‘even’ kan doorlopen en verder kan gaan. Het liefst met een soort van klein examen zodat ik weet of ik geslaagd ben. Ik weet heus echt dat je op de moeilijk begaanbare paden vol kiezels en oneffenheden de mooiste dingen tegen komt. Maar even lopen een zacht en effen pad lijkt me zo fijn. Op internet zie ik dat ik niet alleen worstel. Het AD heeft zelfs een pagina  vol wijze levenslessen en de spreuken en sites vliegen je om je oren. Maar nergens vindt ik het handboek.

Waarom geven ze je niet gewoon een documentje mee bij je geboorte. ‘De levenslessen voor jou in dit leven zijn:’ Of een ‘handboek’, graag te downloaden op de e-reader. En mag ik dan direct door scrollen? 

zondag 1 juni 2014

Gestorven van verdriet

Het lijkt alsof de grond onder mijn voeten wegzakt. Ik voel me moe. Moe en leeg van verdriet. De stemmen lijken weg te zakken of was het al stil? Ik weet het niet. Langzaam zak ik in elkaar. Iemand houdt mij vast en legt mij neer. Ik kan niet meer, ik ben zo moe. Op van verdriet. Moe gestreden. Alles is mij afgenomen en nu ga ik dood. Ik voel dat ik dood ga.

Ik weet niet precies waar ik ben maar naast mij, half achter mij, staat een man. Mijn liefde. Mijn grote liefde. Hij kijkt naar mij en ik voel ook zijn verdriet. Ik kan hem niet zien maar ik weet dat hij bij mij hoort. ‘Niet weggaan’ fluister ik, bang dat hij verdwijnt. Weer zal verdwijnen. Maar ik kan hem niet tegen houden. Hij wil niet weg maar hij wordt meegenomen. Bruut weggerukt bij mij door twee mannen in uniform. Mijn hand rijkt naar hem. Ik wil hem vasthouden, aanraken, terughalen, maar hij strompelt tegen zijn zin in weg. Meegesleurd door de mannen. Ik zie hem achterom kijken. ‘Nee!’ schreeuwt het in mij. Mijn lippen bewegen maar er komt amper geluid uit mijn mond. Naast mij staan mensen maar ik weet niet wie ze zijn. De vrouw naast mij houdt mijn hand vast, dat voel ik,  maar ze hoort niet hier in het nu. Alle tijden lopen door elkaar. Ik wil wel denken maar het gaat niet.

Het is oorlog. Maar waar hebben ze mij naar toe gebracht? Waar zijn mijn kinderen. Ik heb twee kinderen maar ze zijn hier niet. Of zijn ze er wel maar mag ik ze niet zien. Net als de man, mijn man. Mijn grote liefde, mijn alles. Alles en iedereen hebben ze van mij afgenomen. Ik ben sterk maar het verdriet verlamt mij en maakt mij klein en kwetsbaar. Ik voel me ziek, ziek van verdriet. Het doet zo immens pijn.

Dan zak ik langzaam weg. Alles wordt donker en stil en even blijft het zo. Donker en stil. Dan lijkt de zon te gaan schijnen. Het is nog steeds stil en leeg. Ik kan me niet bewegen en voel niets meer. Langzaam doe ik mijn ogen open. Moe ben ik, zo ontzettend moe. Dan vervaagt langzaam het beeld maar het gevoel blijft. Puzzelstukjes lijken op hun plaats te vallen terwijl tegelijk de puzzel helemaal door elkaar geschud wordt. Alles en tegelijk niets lijkt er nog logisch te zijn.

Als in een trance ga ik rechtop zitten. Pas later zal ik het begrijpen…