Er is een deur dicht gegaan
en ik krijg hem maar niet open
Er is een deur dicht gegaan
en ik voel dat ik nu om moet lopen
Onderweg weet ik alleen
de weg niet meer
Ik dwaal in rondjes
kom mezelf tegen keer op keer
Er is een deur dicht gegaan
en ik weet niet wat nu te doen
Kan ik hem openen met een sleutel
met een woord of met een zoen
Verhalen en gedichten over liefde, verliefd zijn, geluk maar ook over angst, verdriet, tranen, de dood, herinneringen en alles wat met het leven te maken heeft. Om verliefd op te worden, mee te lezen, mee te leven...
Posts tonen met het label deur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label deur. Alle posts tonen
vrijdag 9 juni 2017
vrijdag 4 januari 2013
Als een moeder
Ik ken haar al mijn hele leven. Nou ja, bijna dan. Zo
lang ik terug kan denken in elk geval. Ik weet niet beter of ze is er altijd
geweest. Ze is bijzonder zoals ze is en dat merk ik steeds meer. Ik weet niet
of ze het zelf beseft maar ze is bijzonder voor mij en dat is eigenlijk wel
heel bijzonder.
Als kind was ik graag bij haar. Zo graag dat ik
verdrietig werd als ik weer naar huis moest. Een soort van heimwee als ik dan
weer thuis was. Daar voelde ik me soms schuldig over. Kleine cadeautjes waren
het als ik nog een nachtje langer mocht blijven. Ik ging zo graag naar ze toe. Bij
haar leerde ik luisteren naar en houden van klassieke muziek. Ik leerde houden
van de natuur als we gingen we wandelen,
naar een park of naar het bos. Een bos dat zo anders was dan dat ik me
voorgesteld had. Vaak was er niets speciaals, gingen we boodschappen doen of
hielp ik zo goed en kwaad als ik kon met schoonmaken. Maar altijd was het fijn
bij haar. Veilig, vertrouwd en warm. En dat is nog steeds zo.
Toen ik nog maar klein was nam ze nam het voor me op als
ik weer eens te beschermt werd. Ze leerde me om mijn eigen weg te gaan. In mijn tienertijd verzette ik me soms tegen
haar. Ze zag alles. Alsof ze door me heen kon kijken. Dat vond ik lastig. Nu
besef ik te meer hoe ze dat voor mij deed. En nu besef ik dat ik me tegen haar
verzette omdat dat veilig was. Instinctief moet ik geweten hebben dat ze er
altijd zou zijn. Ze vertrouwde me haar kinderen toe om de fles te geven en
luiers te verschonen. Om te gaan wandelen en op te passen. Zij waren zulke
andere ouders en ik vond het mooi en besloot onbewust hun voorbeeld te volgen. Zo
wilde ik mijn kinderen opvoeden met die normen en waarde en stiekem hoop ik dan
dat ze zich net zo veilig voelen bij mij als ik me bij hen voelde.
Ook als ik op eigen benen sta, vind ik altijd weer de weg
naar hen. Als ik kinderen krijg, wordt ze alleen maar belangrijker voor me. Wie
vertrouw ik mijn eerstgeborene meer toe dan aan haar. Meer nog dan zij is, ben ik
trots dat zij zijn peettante wil zijn. De band wordt anders maar niet minder. Gelijkwaardiger
en mooier. De kinderen worden groter maar zij is er altijd. Voor mij maar ook
voor hen.
Dan komen de moeilijkere tijden en ook dan is de weg naar
haar zoveel eenvoudiger dan ergens anders heen. Ze is er, luistert en
veroordeeld niet. Je krijgt altijd haar mening. Niet ongezouten maar wel heel
eerlijk en puur. En soms alleen haar schouder omdat dat alles is wat er nodig
is. Als ze belt om te vragen hoe het gaat, hoort ze wat ik zeg. En leest ze tussen
de regels door. Het is alsof ze me zachtjes wiegt en geruststelt. Ik weet dat
ik er altijd welkom ben. Als ik de voordeur binnen ga, voelt het als
thuiskomen. Ze gaat niets uit de weg maar geeft me ook de ruimte. Als ze
vroeger naar bed gaat en mij de kans geeft met hem bij te praten, weet ik hoe
bijzonder ze is. Ik heb de band met hem nodig en de dingen die me echt dwarszitten,
die bespreek ik toch het liefst met haar. Ze is als een moeder, een zus en
vriendin tegelijk.
Verdrietig of boos, teleurgesteld in het leven of de
liefde, blij, gelukkig of stralend verliefd, bezorgd over mijn kinderen of
gewoon even behoefte aan een luisterend oor. Het maakt niet uit, de deur staat
altijd open. Te weten dat ze er is voor mij geeft me rust en maakt me sterk. Ik
hou van haar gewoon omdat zij zij is.
dinsdag 25 december 2012
Eenzame vrouw
“Het is maar een gewone dag hoor” zegt ze “je moet er
niet meer van maken dan ’t is”. Dan staat ze op om de theepot te pakken en in
te schenken als teken dat het onderwerp afgedaan is. Het voelt niet goed, niet
uitgesproken maar de deur is dicht. Kerst is maar een gewone dag. Een ingang om
verder te praten is er niet meer.
Ze praat veel maar niet over wat ze zelf denkt of voelt.
Zo is ze niet opgevoed. Haar vader was hard in zijn opvoeding en veel keuzes
had ze niet. Ze moest naaister worden en als ze dat niet wilde moest me maar
naar de sigarenfabriek. Ze was enig kind en meer dan dat ze thuis was, was ze in
het huis bij haar oma die een groot gezin draaiende hield. Haar ooms en tantes
waren als broers en zussen en haar oma noemde ze moeder. Leren praten over haar
gevoel heeft ze nooit geleerd en dus stopt ze dat maar weg. Praten doet ze over
anderen, over wat die meemaken. Soms zegt ze hard en wat ze ergens van vindt
maar je weet nooit of het wel echt haar mening is of eigenlijk die van een
ander.
Vragen hoe het met je gaat doet ze niet, tenminste niet
aan jou zelf. Hooguit via via. Als je ziek bent of het moeilijk hebt, is dat
moeilijk voor haar en dus praat ze er maar niet over. Het is altijd druk bij haar. Velen komen en
gaan. Voor vreemden heeft ze altijd een luisterend oor. Dat is makkelijker, dan
hoef je niet bij je eigen gevoel te komen. Dat raakt je niet. Als ik een paar
weken later vraag wat ze met oud en nieuw doet krijg een soort gelijk antwoord.
“Oh dat dat zie ik nog wel, misschien ga ik wel gewoon vroeg naar bed”.
Uitnodigingen wimpelt ze keer op keer af en dus vraag ik het niet meer. Ze
heeft de deur gesloten, niet eens op een kier. De deur is dicht al jaren en ze
is niet bereikbaar. Ze is een vrouw met veel mensen om zich heen maar diep van
binnen is ze waarschijnlijk heel eenzaam. Ze heeft veel meegemaakt en veel
verloren. Ook daar praat ze niet over. Alsof het niet bestaat.
Haar vader was jager en ooit aten ze in de oorlog hazenpeper
met kerst. Tenminste dat dacht ze. Ze heeft de volgende dag nog heeft ze gezegd
dat ze de hazenpeper lekkerder vond dan het stukje konijn dat op haar bord lag.
Later hoorde ze dat ze die eerste dag kat gegeten had. Over haar angst en
afkeer van katten is ze nooit meer heen gekomen.
Ik ken haar goed en eigenlijk ook niet. Begrijp haar
niet, nog steeds niet. We hebben veel dingen samen gedaan. Ik heb vaak, heel
vaak, te vaak geprobeerd om de dingen te doen die ze leuk zou vinden. Maar
eigenlijk weet je nooit of ze het echt leuk vind. Ze is een weegschaal en
blijft wikken en wegen en waait met alle winden mee. Toch is ze ook een sterke
vrouw en misschien is dat wel wat haar leven zo moeilijk maakt. Sterk zijn
overheerst, haar gevoel komt niet aan bod. Ik heb haar weinig zien huilen.
Schouders eronder en kom op. “Is ze eigenlijk niet gewoon heel eenzaam?” vroeg
laatst iemand mij. En ja dat is precies wat het is. In haar hart is ze zo
eenzaam maar toegeven zal ze dat nooit.
Vandaag is het eerste kerstdag. Als ik uit praktische
overwegingen toch maar even de was op aan het hangen ben, denk ik aan haar
woorden van een paar jaar geleden: “Het is maar een gewone dag hoor”. Eenmaal
beneden zet ik koffie en doe de broodjes in de oven. Ik wandel met de hond en
denk aan haar. Weer thuis pak ik de telefoon. Ik hoor haar stem en met moeite
bedwing ik mijn tranen. Dan haal ik adem en zeg: “Fijne kerst mam”.
Abonneren op:
Posts (Atom)