Posts tonen met het label veilig. Alle posts tonen
Posts tonen met het label veilig. Alle posts tonen

zaterdag 12 december 2015

Een grote arm

Een grote arm om mij heen
Dan voel ik mij niet zo alleen
Een grote arm die uit de hemel rijkt
En waaruit liefde voor mij blijkt

donderdag 3 december 2015

Jouw nummer een

In mijn dromen
voel ik je armen 
om mij heen
Voel ik mij geborgen
veilig en heel even
even niet alleen

In mijn dromen
Is er geen morgen
geen gisteren
alleen vandaag
In mijn dromen 
is alles helder
bestaat er
geen vraag

In mijn dromen 
voel ik je armen 
om mij heen
Voel ik mij geborgen
veilig en heel even
jouw nummer een

donderdag 23 oktober 2014

De berg leidt tot de meeuw

Hij is terug in mijn leven. De berg. De berg is terug in mijn leven. In zijn droom en daardoor weer in mijn leven. ‘Gedroomd dat wij een berg aan het beklimmen waren’ stuurt hij per sms aan mij. ‘En kwamen we boven?’ vraag ik. Als ik de vraag na lees, ziet het er uit als een gewone vraag. Hij weet niet hoe belangrijk zijn antwoord is. Ik zucht en glimlach. De berg is er weer, een intens geluk stoomt door mij heen.

De berg is een metafoor in mijn leven geworden. Met de berg kan ik mijn gevoel uitdrukken. En of we de top bereiken is belangrijk. Niet de top zelf is belangrijk maar de reis er naar toe. Alleen als ik weet dat ik nooit boven zal komen, kan ik de reis niet opbrengen. Dan struikel ik over elke steen die ik tegen kom. Ik heb dat doel nodig. Nodig om als ik dan toch val, weer op te staan. Op staan en verder lopen, de reis beleven. Met steeds als doel het uitzicht op het ultieme, en met elke stap nieuwe ervaringen opdoen. Weer een stapje hoger. Hoger op de berg, hoger in mijzelf. Voelen en intens beleven. En dan zal ik boven op de top beseffen dat de reis zelf het mooiste was. En dat de top de hele reis samenvat. Ooit zal ik daar staan, een zoen op mijn mond, een arm om mijn schouder. Samen stil genieten van alle momenten, daarvan ben ik overtuigd.  

Hoe ridicuul kan het zijn. Een berg als metafoor als je hoogtevrees hebt. En misschien maakt dat het juist zo bijzonder. Want meer dan anderen is het voor mij belangrijk dat ik me veilig voel op de berg. Durf ik met jou de berg te beklimmen? Ik hoef er niet eens over na te denken. Een volmondig ja vormt zich in mijn hoofd. Een ‘ja ik durf de berg te beklimmen’ staat voor mezelf veilig voelen, volkomen op mijn gemak. En zonder dat, mag je niet met mij mee de berg op.

‘Komen we op de boven?’ was de vraag. ‘Op de top’ komt even later zijn antwoord ‘en daar heb ik je gezoend’. Ik lees de woorden en een brok vormt zich in mijn keel. ‘De berg is bijzonder in mijn leven’ schrijf ik terug. ‘De zeemeeuw voor mij’ antwoord hij. Ik wijs hem simpel naar mijn naam en hij ontdekt de meeuwen. Even denk ik dat het bijna te veel is voor een dag. Voor een uur, nee nog korter. Nooit gedacht dat iemand ooit mijn liefde voor de zeemeeuwen zou snappen. Laat staan de liefde zou delen. ‘De berg leidt tot de meeuw’ zegt hij. De berg leidt tot de meeuw. Ik weet niet wat jou naar mij leidt of mij naar jou. Ik weet niet wie jou op mijn pad heeft gezet of ik op het jouwe. Ik weet niet hoever we komen op de berg. Of we de top zullen bereiken. Maar ik ben bereid mijn rugzak te pakken en mijn eerste stap te zetten. Jij ook?


vrijdag 4 januari 2013

Als een moeder

Ik ken haar al mijn hele leven. Nou ja, bijna dan. Zo lang ik terug kan denken in elk geval. Ik weet niet beter of ze is er altijd geweest. Ze is bijzonder zoals ze is en dat merk ik steeds meer. Ik weet niet of ze het zelf beseft maar ze is bijzonder voor mij en dat is eigenlijk wel heel bijzonder.

Als kind was ik graag bij haar. Zo graag dat ik verdrietig werd als ik weer naar huis moest. Een soort van heimwee als ik dan weer thuis was. Daar voelde ik me soms schuldig over. Kleine cadeautjes waren het als ik nog een nachtje langer mocht blijven. Ik ging zo graag naar ze toe. Bij haar leerde ik luisteren naar en houden van klassieke muziek. Ik leerde houden van  de natuur als we gingen we wandelen, naar een park of naar het bos. Een bos dat zo anders was dan dat ik me voorgesteld had. Vaak was er niets speciaals, gingen we boodschappen doen of hielp ik zo goed en kwaad als ik kon met schoonmaken. Maar altijd was het fijn bij haar. Veilig, vertrouwd en warm. En dat is nog steeds zo.
Toen ik nog maar klein was nam ze nam het voor me op als ik weer eens te beschermt werd. Ze leerde me om mijn eigen weg te gaan.  In mijn tienertijd verzette ik me soms tegen haar. Ze zag alles. Alsof ze door me heen kon kijken. Dat vond ik lastig. Nu besef ik te meer hoe ze dat voor mij deed. En nu besef ik dat ik me tegen haar verzette omdat dat veilig was. Instinctief moet ik geweten hebben dat ze er altijd zou zijn. Ze vertrouwde me haar kinderen toe om de fles te geven en luiers te verschonen. Om te gaan wandelen en op te passen. Zij waren zulke andere ouders en ik vond het mooi en besloot onbewust hun voorbeeld te volgen. Zo wilde ik mijn kinderen opvoeden met die normen en waarde en stiekem hoop ik dan dat ze zich net zo veilig voelen bij mij als ik me bij hen voelde.
Ook als ik op eigen benen sta, vind ik altijd weer de weg naar hen. Als ik kinderen krijg, wordt ze alleen maar belangrijker voor me. Wie vertrouw ik mijn eerstgeborene meer toe dan aan haar. Meer nog dan zij is, ben ik trots dat zij zijn peettante wil zijn. De band wordt anders maar niet minder. Gelijkwaardiger en mooier. De kinderen worden groter maar zij is er altijd. Voor mij maar ook voor hen.
Dan komen de moeilijkere tijden en ook dan is de weg naar haar zoveel eenvoudiger dan ergens anders heen. Ze is er, luistert en veroordeeld niet. Je krijgt altijd haar mening. Niet ongezouten maar wel heel eerlijk en puur. En soms alleen haar schouder omdat dat alles is wat er nodig is. Als ze belt om te vragen hoe het gaat, hoort ze wat ik zeg. En leest ze tussen de regels door. Het is alsof ze me zachtjes wiegt en geruststelt. Ik weet dat ik er altijd welkom ben. Als ik de voordeur binnen ga, voelt het als thuiskomen. Ze gaat niets uit de weg maar geeft me ook de ruimte. Als ze vroeger naar bed gaat en mij de kans geeft met hem bij te praten, weet ik hoe bijzonder ze is. Ik heb de band met hem nodig en de dingen die me echt dwarszitten, die bespreek ik toch het liefst met haar. Ze is als een moeder, een zus en vriendin tegelijk.

Verdrietig of boos, teleurgesteld in het leven of de liefde, blij, gelukkig of stralend verliefd, bezorgd over mijn kinderen of gewoon even behoefte aan een luisterend oor. Het maakt niet uit, de deur staat altijd open. Te weten dat ze er is voor mij geeft me rust en maakt me sterk. Ik hou van haar gewoon omdat zij zij is.

zaterdag 22 december 2012

Het heen en weer

Het is nog licht als ik vertrek maar dat is anders als ik weer thuis kom. De kilometerteller staat ineens veel hoger en de benzinemeter geeft duidelijk lager aan. Verder dan “ons dorp” ben ik niet gekomen. Niet eens even er uit, niet eens even over de grens.

“Ik wil zo’n bordje taxi” opper ik nog als ik voor de derde keer in stap en start. “Dat is een heel gedoe hoor mam” wordt me fijntjes verteld. “Dan moet je ook vergunningen en zo en een rittenteller.” Dat laatste lijkt me wel wat en dat deel ik ook mee. Hij kijkt me schuldig aan. “Sorry”  zegt hij. “Nee joh” zeg ik “jij kunt er niks aan doen” maar helemaal blij komt het er toch niet uit.
Het is zo’n dag dat ik het niet eens echt druk heb. Alleen even in avond de kinderen wegbrengen. Rond drie uur begin ik te vertellen dat ik echt om half vier vertrek. Dochterlief moet mee en voor die eens klaar is. Daarbij is het kerstviering op school dus moet er getut worden. Kersteten moet er meegenomen worden en ook een bord, bestek, beker en een kerstservet. Behendig prop ik alles in een tas en check of ik zelf alle papieren heb voor de afspraak die eerst even moet. Dan rijden we naar het centrum. Mijn afspraak is zo geregeld en we lopen nog even de boekwinkel binnen. Ik ben verslaafd aan boekwinkels. Uren kan ik daar blijven. Het liefst een dag en dan nog liever in zo’n oud boekenwinkeltje ergens in een godverlaten dorp. Misschien moet ik eens een boekenreis maken. Van boekwinkel naar boekwinkel reizen en me helemaal te barsten lezen. Vandaag kan dat niet. Vandaag stopt het boekengevoel bij een te dik uitgevallen tijdschrift met een dikke kaft. Bijna een boek zeg maar. Het verschil is tegenwoordig maar klein. Want een bundel korte verhalen heet tegenwoordig ook een boek. Dat is mooi voor mij want de kans dat ik een boek ga uitbrengen is hiermee vergroot.

Eenmaal terug in de auto besluiten we rechtstreeks door te gaan naar school. Terug naar huis heeft geen enkele zin. Ik verheug me al op samen het blad doorkijken in de auto om de tijd te doden maar zover zal het niet komen. Als we amper de parkeerplaats opgedraaid zijn, zie ik dat zoonlief me maar liefst zeven keer gebeld heeft. Opnemen als ik terugbel doet hij uiteraard niet. Dat is niet cool, dat hoort niet. Toch is de nood hoog want even later belt hij nog een keer. Of zijn zus misschien zijn fietssleutel nog heeft. Nou ja niet zijn fietssleutel maar de mijne. Zijn fiets is namelijk gesneuveld en als moeder lever je dan braaf je fiets in. Ik geloof niet dat ik die nog ooit terug ga zien en dan in elk geval niet heel. De dame naast mij in de auto kijkt ineens heel schuldig en dus weet ik gelijk dat de sleutel nog in haar zakken zit. “En nu?” vraag ik nog naïef. Hij legt me uit dat hij de fiets van zijn broer mee heeft maar die is stuk en dus komt hij niet echt vooruit en om vijf uur moet hij werken. Snel besluit ik dochterlief bij haar meester neer te zetten en binnen een paar minuten rij ik al weer huiswaarts zoonlief op te halen en te brengen. Onderweg vraag ik me af wanneer ik moet koken en eten. Gezien de nog in huis verkerende zoon zijn telefoon niet opneemt, besluit ik het maar te nemen zoals het gaat. Ik zet de oudste af en draai weer om.
Zo’n vijfendertig minuten later zit ik alweer in de auto en haal hem van zijn werk, drop de andere bij sport en haal dochterlief weer op. Er is gekookt en gegeten. Thuis warm ik nog wat op voor de harde werker en was de rest van de vaat af. Koffie hoef ik niet te zetten want aan opdrinken kom ik toch niet toe.
Dan stap ik maar weer in en haal het laatste kind op bij sport om hem weer veilig naar huis te brengen. Inmiddels ben ik vijf uur verder. Verder dan “ons dorp” ben ik niet gekomen. Niet eens heel even over de grens.

donderdag 23 augustus 2012

Het zwarte schaap

Eigenlijk wil ze niet. Je ziet haar aarzelen. Opgejaagd heeft ze geen andere keuze. Daar gaat ze. In het begin nog voorzichtig maar terug is geen optie want daar staat hij. Hij die haar aan het opjagen is. Even zie je de paniek in haar ogen, dan ziet ze de anderen, daar aan de overkant. Ze zwemt. Vol overgave zwemt ze naar hen toe. Als ze aan de kant komt en naar boven klautert, nemen ze haar gelijk weer op in hun midden. Ze voelt zich veilig, veilig terug in de kudde. Hij draait zich om en loopt weg. Zijn werk zit er op.  Zij is, hoe symbolisch, een zwart schaap. Hij is de hond die leert hoe hij de kudde bij elkaar moet houden. Even was zij de weg kwijt, maar nu is ze weer veilig.

Aan de kant zit een meisje op een hek. Ze kijkt wat er gebeurd. Grote ogen volgen aandachtig het ritueel.  Nog onbevangen zit ze daar. De symboliek van “het zwarte schaap” dat “de weg kwijt is” ontgaat haar volledig. Het zegt haar niets. Haar kan namelijk niets gebeuren. Achter haar staan haar moeder en haar moeders nieuwe vriend. Ze leunt naar achteren en voelt twee lichamen die haar opvangen. Haar kudde.
Voor haar moeder is het anders. Zij kent het gevoel van het zwarte schaap en leeft intens mee terwijl het dier zich geen andere keuze weet dan “het diepe in te gaan”. Net als het schaap was ook zij de weg kwijt. Opgejaagd liep ze de verkeerde kant op, weg van haar gevoel. Ze wist dat de kudde er was maar ze waren uit beeld. Anders dan het schaap liep zij geen 5 minuten maar jaren daar aan de overkant in een andere kudde. Tot ze zich zo opgejaagd voelde dat ze uiteindelijk het water in ging. Maar zij ging niet alleen. Ze nam haar deel van de kudde mee. Het andere deel moest ze achter laten. Dat was waarom ze zolang daar gebleven was. Het moeten loslaten van een deel van de kudde. Een deel dat niet van haar was. Maar nu is ze weer aan deze kant. Veilig op het droge met haar schapen. Ze blijft het zwarte schaap in de familie maar ze is terug. Terug in de grote kudde. Ze leken uit beeld maar al die tijd stonden ze daar op haar te wachten. Om haar weer op te nemen in hun kudde.

Nu heeft ze hem gevonden. Hij jaagt haar niet op. Bij hem voelt ze zich veilig. Ze vertrouwt haar schapen aan hem toe. Het geluk lijkt haar weer toe te lachen. Maar een beetje bang is ze nog wel. Zullen ze hem opnemen in de kudde. Zullen ze haar opnemen in zijn kudde.
Dan voelt ze zijn armen om haar heen. Haar schaapje leunt naar achteren tegen hen aan. Geluk overvalt haar. Zij hebben nu hun eigen kudde. Een kudde die de komende jaren groter zal worden. Misschien met nog meer schaapjes? Of met schaapjes van hun schaapjes?

Mijmerend met een glimlach op haar gezicht kijkt ze naar het prachtige sterke en gelukkige zwarte schaap, daar midden in de kudde.