Posts tonen met het label weg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label weg. Alle posts tonen

maandag 19 juni 2017

Tweebaansweg

Het leven is als
een tweebaansweg
waarop je heen en weer 
kunt gaan
En waar je af en toe
ook in de file zult staan
Waar wegwerkzaamheden 
zullen zijn
en rotondes om om te draaien
Maar als eens niet meer
heen en weer kunt gaan
kun je beter 
een andere weg inslaan

zaterdag 20 februari 2016

Horizon

Ik lig te woelen 
en te draaien
Ben in mijn dromen 
het hoge gras aan het maaien 
Maar er komt geen pad 
onder vandaan
Waarover ik mijn weg 
kan gaan 
Ik zoek en kijk rond
maar te veel nog naar de grond
Hoofd op en door
En dan zie ik
wat ik eerst niet zien kon
Daar achter glinstert het licht
Daar achter aan de horizon. 

vrijdag 4 januari 2013

Als een moeder

Ik ken haar al mijn hele leven. Nou ja, bijna dan. Zo lang ik terug kan denken in elk geval. Ik weet niet beter of ze is er altijd geweest. Ze is bijzonder zoals ze is en dat merk ik steeds meer. Ik weet niet of ze het zelf beseft maar ze is bijzonder voor mij en dat is eigenlijk wel heel bijzonder.

Als kind was ik graag bij haar. Zo graag dat ik verdrietig werd als ik weer naar huis moest. Een soort van heimwee als ik dan weer thuis was. Daar voelde ik me soms schuldig over. Kleine cadeautjes waren het als ik nog een nachtje langer mocht blijven. Ik ging zo graag naar ze toe. Bij haar leerde ik luisteren naar en houden van klassieke muziek. Ik leerde houden van  de natuur als we gingen we wandelen, naar een park of naar het bos. Een bos dat zo anders was dan dat ik me voorgesteld had. Vaak was er niets speciaals, gingen we boodschappen doen of hielp ik zo goed en kwaad als ik kon met schoonmaken. Maar altijd was het fijn bij haar. Veilig, vertrouwd en warm. En dat is nog steeds zo.
Toen ik nog maar klein was nam ze nam het voor me op als ik weer eens te beschermt werd. Ze leerde me om mijn eigen weg te gaan.  In mijn tienertijd verzette ik me soms tegen haar. Ze zag alles. Alsof ze door me heen kon kijken. Dat vond ik lastig. Nu besef ik te meer hoe ze dat voor mij deed. En nu besef ik dat ik me tegen haar verzette omdat dat veilig was. Instinctief moet ik geweten hebben dat ze er altijd zou zijn. Ze vertrouwde me haar kinderen toe om de fles te geven en luiers te verschonen. Om te gaan wandelen en op te passen. Zij waren zulke andere ouders en ik vond het mooi en besloot onbewust hun voorbeeld te volgen. Zo wilde ik mijn kinderen opvoeden met die normen en waarde en stiekem hoop ik dan dat ze zich net zo veilig voelen bij mij als ik me bij hen voelde.
Ook als ik op eigen benen sta, vind ik altijd weer de weg naar hen. Als ik kinderen krijg, wordt ze alleen maar belangrijker voor me. Wie vertrouw ik mijn eerstgeborene meer toe dan aan haar. Meer nog dan zij is, ben ik trots dat zij zijn peettante wil zijn. De band wordt anders maar niet minder. Gelijkwaardiger en mooier. De kinderen worden groter maar zij is er altijd. Voor mij maar ook voor hen.
Dan komen de moeilijkere tijden en ook dan is de weg naar haar zoveel eenvoudiger dan ergens anders heen. Ze is er, luistert en veroordeeld niet. Je krijgt altijd haar mening. Niet ongezouten maar wel heel eerlijk en puur. En soms alleen haar schouder omdat dat alles is wat er nodig is. Als ze belt om te vragen hoe het gaat, hoort ze wat ik zeg. En leest ze tussen de regels door. Het is alsof ze me zachtjes wiegt en geruststelt. Ik weet dat ik er altijd welkom ben. Als ik de voordeur binnen ga, voelt het als thuiskomen. Ze gaat niets uit de weg maar geeft me ook de ruimte. Als ze vroeger naar bed gaat en mij de kans geeft met hem bij te praten, weet ik hoe bijzonder ze is. Ik heb de band met hem nodig en de dingen die me echt dwarszitten, die bespreek ik toch het liefst met haar. Ze is als een moeder, een zus en vriendin tegelijk.

Verdrietig of boos, teleurgesteld in het leven of de liefde, blij, gelukkig of stralend verliefd, bezorgd over mijn kinderen of gewoon even behoefte aan een luisterend oor. Het maakt niet uit, de deur staat altijd open. Te weten dat ze er is voor mij geeft me rust en maakt me sterk. Ik hou van haar gewoon omdat zij zij is.

zaterdag 15 december 2012

Vlucht

Weg van ’t verleden
Ging je op de vlucht
Dook je in mijn armen
Leek je zo opgelucht

Weg van ’t verleden
Kwam ’t verleden toch terug
Keek je in de spiegel
Wist je ’t ging te vlug

Terug in ’t heden
Zie je de toekomst nog niet
Verwerk je stap voor stap
De pijn en het verdriet

Maar op een mooie ochtend
Zal de toekomst voor je staan
En kun je weer
Met je leven verder gaan

woensdag 24 oktober 2012

Zo ver weg en toch zo dicht bij


Zo ver weg en toch zo dicht bij

Sluit ik je in mijn armen

Zo ver weg en toch zo dicht bij

Ben je dan even weer bij mij

 

Zo dicht bij maar zo ver weg

Kan ik je niet bereiken

Zo dicht bij maar zo ver weg

Moet samen even voor alleen zijn wijken

 

Zo ver weg en toch zo dicht bij

Zal ik op je wachten

Tot er weer ruimte is

En lucht voor jouw gedachte

 


  

woensdag 10 oktober 2012

Soms (gedicht)


Soms begrijp ik je niet
Dan ben je zo ver weg

Som bereik ik je niet
Dan ben je even weg

Soms ben je er niet
Dan ben je even alleen

Soms bereikt het me niet
dan zijn we even niet meer één

 

 

vrijdag 28 september 2012

Want iedereen verdient een morgen, een morgen om weer naar huis te gaan

Naar huis, over een uurtje moet ik echt thuis zijn bedenk ik mij terwijl ik op mijn horloge kijk. Half 3, om vier uur heeft mijn dochter een afspraak bij de kapper en ik heb nog wel het een en ander te doen. Maar voor nu zit ik op de bij een bank in Lelystad en wacht ik geduldig tot alle papieren geregeld zijn. Ongemerkt kijk ik om me heen en vraag me af wie er ook allemaal mee te maken heeft…..

“Nee, niet in mijn familie” dacht ik de eerste keer toen ik de vraag hoorde, “maar in mijn directe omgeving helaas meer dan me lief is”. Wil iedereen die te maken heeft of heeft gehad met kanker opstaan, was de vraag van Wethouder Meta Jacobs. Ik was bij een bijeenkomst waar een groep kinderen had besloten om mee te fietsen tegen kanker.
Niet bij mijn ouders of familieleden. Hoewel mijn opa is aan leukemie gestorven maar dat was voor ik geboren was. En de broer van mijn vader maar dat was helemaal van voor mijn tijd. Wel in mijn directe omgeving. Mijn overbuurman toen ik nog heel jong was. Vaak ben ik bij zijn vrouw gaan theedrinken om de leegte wat draaglijker te maken. De andere overbuurman, 25 was hij met een gezin met jonge kinderen. Als hij ouder was geweest had hij nog langer kunnen leven vanwege de celdeling. Hoe krom kan het leven zijn. De juf op school waar ik zo veel contact mee had, de moeder van een jongetje bij ons op de vereniging, de vader van een vriendinnetje van mijn dochter. De beste vriendin van mijn schoonzus, haar broer en nu ook zijn vrouw. De vrouw van een goede vriend van mijn moeder en toen zij genezen was, overleed hij binnen een half jaar aan dezelfde ziekte. De kleinzoon van de opa en oma op de camping die nu aan het vechten is. En dat is echt nog niet iedereen.
Zoveel mensen en nooit had ik er aan gedacht. Tot hij me vroeg of ik donderdagochtend bij de eerste vergadering kon zijn. “Vergadering? “ zei ik, “waarvan?” Een aparte manier van vragen of ik in het nieuwe bestuur van KWF afdeling Lelystad wilde plaatsnemen. Even moest ik er over nadenken, had ik genoeg tijd want als je iets doet, moet je het goed doen is mijn motto. Het enthousiasme van de 2 mannen werkte aanstekelijk. En inmiddels zijn er al heel wat plannen over tafel gegaan. Niet zomaar loze beloftes maar plannen met inhoud. Het doet me goed, eindelijk kan ook ik mijn steentje bijdragen. Vorige week was de collecteweek en liepen heel wat mensen deur aan deur voor een bijdrage aan het KWF. Ieder met een eigen verhaal waarom ze zich willen inzetten. Samen zijn we sterk. Onze jongste vrijwilliger is een meisje van 8 jaar. Alleen lopen mag ze niet, dat is niet veilig. Maar haar motivatie om te lopen is zo sterk. Haar vader is overleden aan kanker en dus loopt haar moeder met haar mee. Ze snapt er niets van dat er ook nog mensen zijn die niets willen geven. Voor haar is dat zo ondenkbaar.
Inmiddels zijn alle collectebussen ingeleverd en voor ons als bestuur betekent dat bijna de laatste fase van de collecte. Het was even wennen dit jaar, alles was nieuw maar samen komen we er uit. De opbrengst is iets lager dan die van vorig jaar maar met de 19.000 euro die we nu kunnen tellen zijn we erg blij. We ruimen de spullen weer op, plannen een nieuwe datum om bij een te komen en  nemen allemaal wat lege bussen mee voor evt. verjaardagen, bruiloften, evenementen. Ook die mogelijkheden willen we promoten. Alleen de collecteweek is niet genoeg.
Hier zit ik dan, naast een koffer en een stuk of tien lege collectebussen van het KWF. Op en bankje bij het kantoor van de bank wacht ik geduldig tot mijn medebestuursleden de papieren hebben afgehandeld. Onverwacht maakt hij een foto van mij. Het lijkt alsof ik wacht om op reis te gaan. En onverwachts heeft die foto meer lading dan onze bedoeling is. Wij strijden samen met vele andere vrijwilligers voor mensen met kanker. Mensen die graag nog de reis van het leven willen afmaken maar waarvan zomaar opeens hun reis een andere kant op gaat een andere bestemming heeft gekregen. Daar op het bankje hoop ik dat onze hulp kan bijdragen aan het feit dat iedereen een morgen verdient. Daar op het bankje hoop ik dat met deze bijdrage velen hun nieuwe bestemming voorlopig nog niet bereiken maar terug kunnen keren naar huis. Naar hun man, vrouw, kinderen, iedereen die ze lief is. Want iedereen verdient een morgen, een morgen om weer naar huis te gaan.


Mijn "Muze"

Ik kijk naar een foto en vraag me af waar hij heen loopt. Voor hem een lang pad dat in het niets lijkt te verdwijnen. Naast hem de vaart. Hij is een hond. Hij is alleen. “Op weg naar….” staat er bij geschreven. Op weg waar naar toe?

Als ik de foto zie voel ik de vele antwoorden die in me opkomen. Op weg naar huis denk ik als eerste en direct moet ik denken aan de column die ik schreef net na de collecteweek van KWF. Naar huis, niet iedereen heeft het geluk naar een huis te kunnen gaan. Hoe vreselijk wordt je weg soms zomaar anders bepaald en leg je een reis af naar een bestemming die je nog niet voor ogen had. Op weg naar het einde, confronterend en hard. Of je hebt een huis maar geen thuis, zovelen voelen zich alleen op de wereld.  Zoveel dat er een speciale week voor is bedacht. Hoe eenzaam kun je zijn. We zien het niet altijd, ook niet op deze foto. Is hij eenzaam of verheugd hij zich om de weg af te lopen? Is hij misschien op weg de weide wereld in… zovelen die dromen maar nooit de stap durven zetten. Op weg naar….. De tekst, de foto, ze inspireren mij.
Ik vraag mij ook gelijk af waar hij vandaan komt. Maar als ik de reacties lees, ben ik de enig die daar over na denkt. Het feit dat hij niet alleen is maar dat er iemand achter hem loopt die de foto maakt, vergeet ik ook graag even. Deze foto zou zo op de voorkant van een boek kunnen staan, denk ik. En ik zou dan willen weten waar hij vandaan komt, waar hij heen gaat, hoe het zou aflopen…
Het is niet de eerste keer dat een tekst van hem mij aanzet tot het schrijven van een blog. “Woensdag gehaktdag” was de eerste en daarna kwam “Gras gaat niet harder groeien als je er aan trekt”.  Eigenlijk ken ik hem niet zo goed. Een paar keer gezien, een enkele keer gesproken. Maar zijn oneliners inspireren mij tot het schrijven van teksten. Het zijn de korte zinnen, een niet afgemaakt geheel. Ruimte voor mijn fantasie, een nooit ophoudende fantasie. Altijd al gehad en hoop het altijd zo te houden. Dat boezemt mij angst in, dat je de hoop en fantasie zou kunnen verliezen. Zou kunnen vergeten.
Inspireren. Een mooi woord. Inspireren hoort bij kunst en schrijven is toch een bepaalde vorm daarvan. “Vele kunstenaars hebben een inspiratiebron” denk ik terwijl ik de zin nog eens lees. “Dus waarom ik niet. Schilders hebben een muze. Kijk dat klinkt nog eens leuk; een muze. Ik laat het woord een paar keer door mijn hoofd rollen. En eigenlijk bevalt het me wel. Een muze. Dat is het. Dat heb ik nodig. En dus verklaar ik, zomaar op een doordeweekse dag zo rond een uur of 12,hem tot “mijn Muze”. Mijn inspiratiebron van gewone simpele teksten, gekke zinnen, foto’s die uitdagen tot verhalen. Mijn verhalen.
Ik volg hem al. Op twitter op facebook. Ik ken hem amper maar u gaat meer over hem lezen. Niet over de hem zelf maar over de zinnen die hij er uit gooit. Ik hoop van harte dat hij zich niet gaat inhouden, dat zou nog zonde zijn. Misschien moet ik het geheim houden. Moet ik hem geheim houden maar hoe doe je dat. En daarbij is hij daar de persoon niet voor. Naar zijn vrouw vertel ik alvast dat ik geen enkele bedreiging vorm. Ik ben geïnteresseerd in zijn woorden. In de aanzet naar mijn verhalen. De zon schijnt en vanaf vandaag heb ik een muze!
Ik kijk nog een keer naar de foto en ik weet ineens waar hij heen loopt. Op dat lange pad dat in het niets lijkt te verdwijnen. De vaart naast hem is er niet voor niets want hij is op weg naar….”

woensdag 19 september 2012

De regels van de weg

“Vandaag hoor ik er ook bij” denk ik terwijl ik de rijen auto’s voor me zie. “Vandaag voeg ik me tussen alle andere onbekende in een nog net niet file”. “Vandaag hoor ik er ook bij, bij alle files die elke dag genoemd worden op de radio”
Het is nog maar net 6 uur geweest als ik de auto instap om richting mijn eerste afspraak te gaan.  Als ik start gaat vanzelf de radio aan maar op een voor mij onbekende zender. Heel soms heeft mijn auto een eigen leven, een geheel eigen wil. Terwijl ik de straat uitrij bedenk ik mij dat de jaren 80 muziek die de luidspreker uitkomt wel een aangename afwisseling is. Ik ben als altijd verbaasd hoeveel mensen er op dit krankzinnige tijdstip al onderweg zijn. Maar ja, hoe krankzinnig het tijdstip ook is, ook ik zit in de auto en rij richting de snelweg. Rijden in ons dorp (zoals ik onze stad steevast noem) heeft op dit uur wel iets gemoedelijks. Een net ontwakende stad, de lucht nog net een beetje donker en de lantarenpalen die nog licht afgeven.  Het is alsof je de stilte kunt horen.
Anders wordt het als ik bij de stoplichten rechtsaf draai en de snelweg op rij. Op de snelweg is het anders, gelden andere regels. Op de snelweg ben je anoniem. En anonimiteit schijnt wat te doen met de medemens, in elk geval met de autorijdende medemens. Op de snelweg rij je niet alleen sneller maar is alles sneller. Je denkt sneller, schakelt sneller om dan vervolgens natuurlijk helemaal niet meer te schakelen en vooral vol speed recht vooruit te gaan. Verder haal je sneller in, zet je je radio sneller harder en soms denk ik dat ze op de snelweg zelfs sneller geïrriteerd zijn. En op de snelweg hebben BMW’s blijkbaar altijd voorrang en is het een doodzonde om te denken dat je voor ze in zou kunnen voegen. Ik schik me in mijn lot van mijn “kleine” auto en laat de BMW hoffelijk voorgaan.
Ik was wat laat, te lang in bed gelegen. Want op de ochtenden dat je er vroeg uit moet, is je bed altijd net even iets warmer en uitdagender. Twee armen hielden mij gevangen en mijn kussen smeekte me om nog een keer op de snooze knop te drukken. Onder het tandenpoetsen had ik daar natuurlijk spijt van maar bedacht ik me dat het vroeg was en ik dus toch lekker door zou kunnen rijden. Ik zou het halen. Met gemak.
Maar eenmaal op de snelweg is niets minder waar. Ik voeg in in twee dikke rijen van auto’s. De rode achterlichten maken een lange sliert zover als ik maar kijken kan. Het bordje met dat ik op dit tijdstip 130km per uur mag rijden lacht me hier naast de snelweg recht in mijn gezicht uit. ”Leuk bedacht van je vanmorgen maar vandaag even niet.” Mijn hoop dat 140 ook wel zou lukken is met één klap de grond in geboord.  Hoger dan 80 a 90km per uur komt mijn snelheidsmeter niet.  Op de radio klinkt “Papa” van Stef Bos en even verdenk ik hem ervan deze zender met opzet te hebben uitgekozen. Behendig voeg ik links in en ondertussen vis ik met één hand de lippenstift uit mijn tas en gooi wat kleur in de strijd.
Om het geheel compleet te maken besluiten ze boven ook nog een keer dat het echt nog een tikkeltje dramatischer kan en zie ik grote druppels op mijn voorruit verschijnen. In een sloom tempo zet in mijn ruitenwisser aan om die na een luttele seconde toch maar wat harder te laten werken. Vanuit mijn ooghoeken probeer ik de tijd te zien. Redden doe ik het niet meer, dus die stress geef ik maar op. Wat niet is, is niet. Het is algemeen bekend dat je voor zeven uur de polder uit moet zijn, wil je niet in de file belanden en meer stil staan dan dat je aan het rijden bent.  Maar dat was zeven uur, mijn klok staat nog niet eens op half zeven en voor mij zijn de auto’s toch echt aan het remmen. Ik pas mijn tempo aan en even sta ik bijna stil. Ik kan het niet laten en vraag me af wat al deze mensen beweegt om al voor half zeven in de auto te zitten.
De radio verrast me met een vergeten jaren 80liedje en ik zing gedachteloos mee. Behendig verwissel ik van de rechter naar de linker rijbaan en weer andersom. Op de snelweg mag dat. Ik neurie zachtjes mee en voel me op en top relaxed. En mocht ik te laat zijn…. Dan kan ik klagen en zeuren over het verkeer. Over hoe druk het was en over de file. Vandaag mag dat, want vandaag hoor ik er bij.