Posts tonen met het label twijfel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label twijfel. Alle posts tonen

donderdag 5 mei 2016

Als je wist

Als je wist wat er in mijn hoofd speelde
zou je dan anders doen
Zou je dan interesse tonen
me vaker verrassen met een zoen

Als je wist wat er speelde 
in mijn hoofd
Kwam je dan in actie
of was je dan verdoofd

Onzeker, afwachtend
Moedig en bang
ik doe mijn best
maar wacht al zo lang

Een teken of zo
Iets van een sein
Zodat ik weet dat de keuze
de juiste zal zijn.


maandag 7 december 2015

Het pad

Als je weet waar je heen wil gaan
Zal het pad begaanbaar zijn
Maar bij twijfel in je hart
Doet elke obstakel je pijn

Waar ga je heen
Waarom de pijn
Weet dat jij alleen weet
Waar je echt wil zijn

zaterdag 22 augustus 2015

Ik

Wie ben ik
wie wil ik zijn
Accepteer ik zelf
mijn twijfels en pijn

Wie ben ik
Hoe zie jij mij
Wie ben ik 
en wie ben jij

Wie ben ik
Als ik mezelf mag zijn
Dan ben ik lief en sterk
Dan ben twijfels en pijn

zaterdag 5 april 2014

Gematigd zeeklimaat

Vandaag zit ik opgesloten. Opgesloten in een huis dat mijn huis niet is. Het is letterlijk niet mijn huis en voelt niet als mijn huis. Opgejaagd maar niet weten waar naar toe hou ik vast aan een soort van rietstengel. Maar niet alleen opgesloten in het huis, ook opgesloten in mijzelf. Waar gisteren de wereld nog zonnig leek, hangt er nu een grauwe mist.

Is het omdat ik in Nederland woon of opgegroeid ben. Mijn gevoel lijkt de laatste tijd op het weer. Het lijkt zo veranderlijk. Toch heerst er ook in mij een gematigd zeeklimaat. Geen kwestie van extremen. Als het een paar dagen warm is, denk ik al dat er vast regen moet gaan komen. Laat staan dat de temperaturen oplopen… Een week, twee weken, drie weken… Een lange hete zomer? Dan moet het vast wel snel gaan vriezen. 

Je kiest je eigen pad. Je roept af wat je zegt en vooral wat je denkt. Is dat het? In het boek ‘Het miljonairsbrein ontrafeld’ van T. Harv Eker lees ik dat je anders moet denken. Als je genoeg hebt aan ‘net genoeg’ zal je niet meer krijgen. Ik betrap mezelf op veel ‘fouten’. Gestaag lees ik door. Niet vaak maar ik hou wel vol. Tot vorige week… ‘Ben je bereid veel te werken’ staat er in. Ja hoor, dat doe ik al. ‘Ben je bereid om het zien van je familie, je vrienden en leuke dingen op te geven?’ En ineens rinkelen alle alarmbellen. ‘NEE!!!’ schreeuwt het in mij. Alles kan ik opgeven maar niet mijn gezin. Met een klap sla ik het boek dicht. Ineens is alles mij duidelijk.

‘NEE...!!!’ schreeuwt het in mij.

‘Je krijgt wat je vraagt’ zegt een paar dagen later iemand tegen mij. Het is een uitspraak in een heel ander verband maar brengt mij weer even terug bij mijzelf. Elke dag teken ik op de douchewand wat ik graag wil ontvangen. Maar kan ik het ook aannemen? Of denk ik tegelijk dat het niet voor mij bestemd is? Waar gaat het fout? Is het mijn Nederlandse gematigde zeeklimaat? Doe maar gewoon dan doe je gek genoeg. Maar juist dat ‘gewoon’ daar word ik zo gelukkig van. De kleine dingen maken mij zo compleet en blij.

Stiekem kijk ik op de klok. Nog even, maar is het dan anders? Dan komt er in elk geval niet zomaar iemand binnendringen. Of is een dreigend gevaar weer even van mijn radar. Nog steeds is het huis niet mijn huis. Wat ik ook probeer te doen. Het leek een thuis maar dat lag niet aan het huis. Het zijn de mensen in het huis die mij mijn thuisgevoel geven. Maar niet vandaag. Vandaag ben ik alleen. En alleen zijn is prima alleen niet hier in dit huis. Buiten in het zonnetje lijkt de wereld al iets minder kil. Binnen wachten klusjes op mij die ik het liefst voor me uit zou schuiven. Maar ja, ik ben een Nederlander en dus moet het vandaag in plaats van morgen. Als ik mijn ogen dicht doe voel ik de zon op mijn huid branden. Meeuwen maken een zo typische zee geluid en even denk ik dat ik het water kan horen.


Dan denk ik terug aan alle dagen, weekenden of vakantie aan zee. Het zand door mijn tenen, het water dat ruist en klotst en de zilte lucht. Even voel ik me thuis in mezelf. Dan besluit ik: ‘ik wil wel het zeeklimaat maar niet meer gematigd’. 


vrijdag 4 april 2014

Oorlog of vrede?

‘Er heerst een oorlog in mij’ zegt ze en kijkt wazig voor haar uit. ‘En in een oorlog zijn altijd alleen maar verliezers.  Maar ik weet niet wat ik moet doen om het te stoppen. Ik weet het niet. Het lijkt wel alsof alles wat ik had, aangevallen wordt. Ik wil het beschermen maar ik kan het niet. Ik kan niet eens mezelf beschermen zonder dat ik geraakt word.’ Ze kijkt me aan, verdriet en wanhoop in haar ogen. ‘Snap je wat ik bedoel?’ vraagt ze dan. En ik knik.

Ik ken het worstelen maar ik kan niet helpen. Niemand kan haar helpen als zij het niet toe laat. En toelaten betekent dat het pijn gaat doen. Heel erg pijn. Dus doet ze liever zich zelf pijn. Wat zou ik haar graag even vasthouden en zeggen dat alles goed komt. Maar komt het goed? Ik weet het niet omdat zij het bepaalt. Ze bepaalt of ze er met haar hart voor zal gaan of met haar verstand gaat kiezen. Zal ze de pijn toelaten of kiest ze voor de schijnveiligheid. Alleen weet ze zelf niet eens dat ze een keuze heeft.
't zijn niet mijn stappen die de grond zo doen trillen of...'
Ook in mij botst het. Het stormt. Ik kan blind varen op mijn gevoel maar dan in eens is er een  situatie waarbij ik zo aan mezelf twijfel omdat ik iets voel of weet maar dat het zo absurd is dat je het gewoon niet kunt geloven. Vol twijfels en vol vragen waar je eigenlijk gewoon een duidelijk antwoord op wilt hebben. Waar ik een antwoord op wil hebben maar wat onmogelijk is om te krijgen. Want wat de toekomst gaat brengen, weten we niet. Dan is het verwarrend. Ik wil grip krijgen zeker als de wereld om mij heen vervaagt. De vragen en antwoorden tollen door mijn hoofd en even weet ik niet meer of deze antwoorden gewoon komen of dat ik ze wens. Of ik wakker ben of droom. Of het oorlog is of vrede?

Het voordeel van storm is dat het opruimt. Dat de blaadjes van de bomen gerukt worden en ergens anders als mest de grond weer vruchtbaar maken. Even zijn de takken somber en droevig en vooral lijken ze zo kwetsbaar. Maar als ze overleven zullen ze voller bloeien dan ooit te voren.

Mijn storm raast door mij heen. Ik weet niet meer waar mijn twijfel, mijn twijfel is. Waar mijn angst, mijn angst is en even weet ik ook niet meer waar mijn vertrouwen in mijzelf gebleven is. Is mijn twijfel nu mijn of jouw twijfel of lopen onze wegen door elkaar? De angst die ik voel, wiens angst is dat? Mijn grenzen zijn dat eigenlijk wel grenzen. En waar zijn jouw grenzen? Waar ben jij? Mijn rust is verdwenen en ik voel de strijd die woedt. De strijd die niet mijn strijd is maar doordat ik mij zo verbonden voel met de anders alsnog mijn strijd geworden is. De grond trilt onder mijn voeten. Ik wil het wel stoppen maar het zijn niet mijn stappen die de grond zo doen trillen of toch wel? Verbaasd kijk ik om mij heen. Ik adem diep in en sluit mijn ogen. De oorlog maakt alleen slachtoffers. Dus laat het in hemelsnaam vrede zijn met alleen een paar flinke stormen want die overleef ik wel. Laat het maar eens echt stormen en laten alle takken maar eens kaal worden. Laat de boom kwetsbaar zijn maar echt. En laat dan in mei de boom weer gaan bloeien. Gaan bloeien als nooit daarvoor.





dinsdag 18 december 2012

De psycholoog

Als ik door het raam kijk, zie ik haar met een wit papieren zakdoekje haar tranen wegvegen. Ze kijkt wazig voor zich uit. Niet eens naar de man tegenover haar maar starend, dromerig naar de muur erachter. Je ziet de gedachten door haar hoofd gaan. Niet gestructureerd maar alles door elkaar. Eén grote brei is het en ze kan het niet meer ordenen. Het is op. Ze is moe gestreden. Er zijn enkel nog haar tranen. Het is maar een enkele blik die ik per ongeluk mee krijg tussen de opengevallen lamellen. Maar die ene blik is genoeg.

Eens zat ik ook tegenover een psycholoog. Geen man maar een vrouw. Ze vroeg me waarvoor ik kwam en zo goed als het kon vertelde ik mijn verhaal. Af en toe vroeg ze wat of zei wat. Maar het voegde weinig toe. Dat wat ze zei wist ik al lang. Maar toch moest ik het van haar horen. Dat zij me vertelde dat ik het goed deed. Gewoon even horen dat het goed is wat ik doe. En niet dat niemand me dat verteld maar ik moest het van haar horen. Ik snakte er naar het te horen. “Je trekt het aan he” zei ze. Ik keek haar vragend aan. Even wilde ik het weerleggen. Hem verdedigen. Ze zei nog net niet “je valt op de verkeerde mannen”, maar ze bedoelde het wel. Zo’n ontzettend verkeerde uitspraak. “Foute mannen”. Wat nou foutverkeerd. Misschien de combinatie niet of misschien wel de “verkeerde of foute vrouw”. Maar gelukkig zei ze het niet. Daardoor bleef het hangen. Het hing stil in de lucht.  En ik? Ik was stil. Ik wist het even niet.
Nog veel langer geleden, ooit in een ander leven zo lijkt het, zat ik tegen over iemand die me vertelde dat ik niet aan de eisen hoefde te voldoen. Dat leek onmogelijk. Al mijn hele leven voldeed ik aan de eisen. Ik was zelfs een rustige puber. Ik kon me altijd inleven in de ander en ik wilde vooral tegemoet komen. Voldoen aan de eisen die ze aan mij stelden. Toen ik de deur uitliep kreeg ik een opdracht. Te laat komen. Ik heb er een week over gedaan. En heel wat getwijfeld maar op de dag suprême kwam ik keurig te laat. Niet heel erg veel maar wel te laat. Maar de opdracht kon ik niet volbrengen. Want als me gezegd zou worden dat ik te laat was moest ik antwoorden: “Ik ben er toch”. Maar niemand vroeg me wat. Het maakte niet eens uit. Zoveel twijfel, zoveel moeite en niemand had het door.
Eerlijk gezegd heb ik liever andere “eerstelijns hulp gesprekken” zoals de gesprekken met mijn vriendin. Lekker ongezouten haar mening horen. De vragen waardoor ik nadenk. En iemand die me kent. Die me snapt. Die ook midden in het leven staat. Die weet wat het is. Die na een “sessie” bedankt zegt. Omdat haar vragen aan mij haar zelf aan het nadenken zetten. Of de gesprekken met een vriend die hard kan zeggen wat hij denkt. Hij mag dat. Van een ander pik ik dat niet maar van hem wel. Hij is geen haar beter dan ik. Misschien nog wel wat erger. Of een avond doorzakken en de volgende dag de consequenties dan maar nemen.
Dan denk ik aan de vrouw daar in die kamer. Zou het beter met haar gaan na het gesprek. Kan hij haar helpen? Is het haar jeugd, haar verleden? Wat maakt haar zo verdrietig. Maakt ze zich zorgen en zijn die zorgen om zich zelf of om geliefden? Heeft ze een moeilijke relatie, is haar man gestorven of is haar kind ongelukkig. Ondanks haar verdriet is ze mooi. Ze ziet er breekbaar en toch sterk uit. Zou ze terug gaan? Of zou ze haar rug weer rechten en zoals altijd weer de sterke vrouw zijn. Dat doen wat iedereen verwacht. Zou ze haar verdriet nu echt verwerken of weer gaan wegstoppen. Haar tranen laten opdrogen en het verdriet proberen weg te vegen. Wegvegen, droogdeppen met het witte papieren zakdoekje.

dinsdag 23 oktober 2012

Op weg naar de berg die ze ooit weer naar boven zal leiden

Als ik hem aankijk zie ik de pijn in zijn ogen. Zijn hoofd lijkt vol en leeg te gelijk. Af en toe kijkt hij wazig voor zich uit. Ik zou hem zo graag helpen, zo graag zijn pijn verlichten. Zijn hoofd leegmaken. De pijn en het verdriet eruit halen om weer de ruimte te geven aan de mooie herinneringen. Maar alles wat ik doen kan, is naast hem staan. Er zijn voor als hij ooit wel wil praten.

Als ik haar aankijk zie ik het verdriet. Soms reageert ze niet en dan weer te uitbundig. Af en toe kijkt ze blij en lijkt alles weer normaal. Ik zou haar zo graag helpen, haar verdriet verlichten. Haar hoofd leegmaken. De pijn en het verdriet eruit halen om ruimte te geven om mooie herinneringen te maken. Maar alles wat ik kan doen is haar aandacht geven. En er zijn voor als ze ooit wel wil praten.
Beide staan me na. Beide heb ik lief. Hun verdriet doet me pijn, maar helpen kan ik ze niet. Ik kan er voor ze zijn. Ik kan van ze houden. Ik kan ze vertellen dat achter de wolken de zon nog altijd voor ze schijnt en enkel wacht tot ze haar stralen weer op hun gezichten kan weerspiegelen. Ik kan ze aandacht geven of juist wat meer tijd alleen. Ik hoop dat ik het juiste doe.

Als ik hem aankijk zie ik de twijfel. We lopen en praten. En met elke voetstap die ik zet, ordenen mijn gedachten. Mijn hakken tikken op het beton van het pad. De frisse maar toch zwoele lucht is als balsem voor mijn longen. Af en toe kijk ik op zij. Zijn gedachten dwalen af en toe weg. De afgelopen week heeft hij niet geschreven. Dat is jammer want hij kan prachtig schrijven. Ik lees zijn verhalen graag. Maar deze week was het stil. Geen inspiratie zegt hij. Schrijven kun je niet dwingen, dat weet ik. Ik haal adem want ik weet dat het terug gaat komen. Maar nu is het stil. Maar met elke stap lijkt het als of hij een heel klein beetje opgeruimder kijkt. Soms zie ik een vonkje in zijn ogen. We lopen verder en praten verder. We lachen en houden elkaar vast. Ik sla mijn armen om hem heen en ik hoop dat zijn hoofd wat leger is.
Ze ontwijkt me. Als ik vraag wat er is zegt ze dat er niets is, maar haar stem verraad haar. Ik besluit haar te laten. Voor nu even te laten. Later op de avond als ze bij me zit, komen als vanzelf de tranen. Verteld ze haar gevoel, haar twijfel, haar angst, haar onzekerheid. Dan sla ik mijn armen om haar heen en leunt ze tegen mij aan. Ik kan haar troosten, geruststellen maar vooral luisteren. En tegelijk kan ik niets. Eigenlijk wist ik al wat er was. Ik voelde het. Te laat? Zij leek altijd zo zorgeloos van het leven te genieten. Waarom zag ik het niet eerder. Waarom was ik zo blind of stopte ik het weg. Of kon het niet eerder? Ik voel me machteloos, ik wil en wilde haar zo graag beschermen.
De volgende dag lees ik zijn verhaal. Een klein dal is overwonnen, even loopt hij op het rechte pad. Een recht pad dat misschien wel iets naar boven loopt. Maar er zullen nog meer dalen komen voor we weer bij de berg zijn die ons naar boven kan brengen. Dan zie ik haar lachen en hoor haar plannen maken. Ook daar is een klein dal overwonnen. Maar wat als ze niet kan praten met hem, als hij het niet ziet. Hoe kan ik haar dan door de volgende dalen heen helpen. Ben ik sterk genoeg om haar te kunnen helpen bij haar tocht naar de berg. De berg die haar ooit naar boven zal laten gaan.

zondag 23 september 2012

Grijs


“Wat heb jij nou gedaan?”  roept ze als ik binnen kom lopen. Haar stem laat niets aan twijfel over.  Ze is duidelijk “not amused”. Ze kijkt me nog eens afkeurend aan. “Je haar is helemaal grijs” zegt ze dan.
De zomer had zijn werk gedaan en hoewel ik echt had afgesproken met mijn kapster dat we niet meer gingen verven en terug zouden gaan naar mijn eigen haarkleur, zet ik er in de sms met de vraag wanneer ze een datum heeft om mijn haar weer te knippen, maar direct “en kleuren” bij. De zomer heeft zijn werk gedaan. Aan mijn haar is te zien dat de zon geschenen heeft en niet een beetje ook. Van nature is mijn haar nou niet de kleur waar je echt warm voor zou lopen. Maar in de zomer licht het wel heerlijk op. Vroeger had ik daardoor bijna het hele jaar een heerlijk zomerse gloed over mijn haar. Een soort natuurlijke coupe soleil.
Maar met de jaren is dat wat veranderd. Ik ben gaan kleuren, wilde graag een wat warmere gloed en eens wat anders. Nu zijn we terug bij af. Het schijnt dat bij mijn huidtype een koele kleur het beter doet. Met andere woorden mijn saaie ongezellige eigen haarkleur zou perfect zijn. Dus besluiten we terug te gaan naar niet meer verven. In drie stappen zouden we na de vakantie zover zijn. Alleen heeft de tijd inmiddels wat grijs toegevoegd. En daar zit ik nou net niet op te wachten. De compromis wordt niet verven met de uitzondering van die geweldige grijze pluk en dan zien we het voorlopig wel.
Maar niet na deze zomer dus. Mijn haar is zo blond geworden dat het bijna touw lijkt. Jaloers ben ik op alle mannen. Die krijgen naar mate ze ouder en grijzer worden alleen maar een nog geweldigere uitstraling. Tenminste dat is mijn mening en ik begrijp regelmatig dat veel vrouwen die met mij delen. Uitzondering zijn de mannen die kaal worden. Maar ook daar zitten exemplaren tussen dat je je echt afvraagt of haar iets zou toevoegen aan die geweldig meestal karakteristieke kop. Nee, dan hebben wij vrouwen het toch een stuk lastiger. We behoren mee te doen met de mode. Willen ons voegen naar de mannen, die standaard lijkt het wel, houden van lang haar. Maar na je 35e wordt dat toch wel een dingetje. Kan dat nog wel of toch niet meer. En wordt het blond of bruin of toch een rood tintje erdoor. Vrouwen gezegend met zwart haar mogen nog eerder dan ik aan de verf willen ze niet op hun 30e al met een grijze coupe lopen.
Eenmaal in de kappersstoel besluiten wij te gaan voor dikkere strengen van iets donkerder dan mijn eigen kleurtje. In een klap terug naar mijn eigen kleur. Want vervagen doet het toch. Blijkbaar heb ik in mijn haar zo’n niet warmer wassen dan 30 graden label, maar vergeet ik dat standaard als ik onder mijn warme douche kruip. Misschien staat er zelfs wel een “niet drogen” pictogrammetje bij maar ook dat ontken ik ten zeerste als ik grijp naar de föhn en krulborstel als ik in de ochtend weer eens haast heb. Mijn haar lijkt dan ook weinig te groeien of zou het gewoon elke was en föhnbeurt krimpen?
Na het verven en knippen was ik eigenlijk ook erg tevreden. Het giga blonde touwhaar is verdwenen en mijn haar zit, zeker als de kapster het geföhnd, heeft helemaal ok. De andere ochtend doe ik een verwoede poging het zelf ook zo te krijgen. Redelijk tevreden besluit ik mijn haar eens niet op te steken. Met mijn net nieuwe kleurtje moet dat wel weer een keer kunnen dacht ik.  Tot ik daar binnenstap en mijn kleine altijd goudeerlijke en duidelijke in haar taal vriendinnetje mij vraagt wat ik in hemelsnaam gedaan heb. “Wat heb jij nou met je haar gedaan, je haar is helemaal grijs”. De woorden blijven naklinken in mijn oren. Vertwijfeld kijk ik de andere aan. “Grijs” vraag ik vertwijfeld, “dat probeerde ik nou net te camoufleren……”