Posts tonen met het label kind. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kind. Alle posts tonen

vrijdag 9 juni 2017

Vader

Je bent mijn voorbeeld
mijn steun en toeverlaat
ik kan op je rekenen
's morgens vroeg of 's avonds laat
En al is dat voor jou
misschien heel gewoon
je bent een fijne vader
en ik je trotse zoon

maandag 6 maart 2017

Mijn keuze

Ik hou van je
Maar niet iedereen 
snapt wat ik bedoel
Ze begrijpen niet
dat ik dat zo voel
Je bent dan misschien
niet echt van mij
Maar jouw geluk
maakt me wel veel beetjes blij
Je bent mijn keuze 
om van te houden voor altijd
En dat mijn lieverd
raak je nooit meer kwijt

donderdag 28 januari 2016

Uitvliegen

Uitvliegen
op eigen benen staan
Je wist het altijd al
maar toch is de tijd 
zo snel gegaan 

Een hap lucht
nog een keer 
de blik achterom
naar het huis
En dan 
met alle spullen
op naar jouw
nieuwe thuis

donderdag 3 december 2015

Jouw nummer een

In mijn dromen
voel ik je armen 
om mij heen
Voel ik mij geborgen
veilig en heel even
even niet alleen

In mijn dromen
Is er geen morgen
geen gisteren
alleen vandaag
In mijn dromen 
is alles helder
bestaat er
geen vraag

In mijn dromen 
voel ik je armen 
om mij heen
Voel ik mij geborgen
veilig en heel even
jouw nummer een

zondag 10 mei 2015

Mama zijn

Niet altijd doe ik het juiste
niet altijd doe ik het goed
Want weet je, soms hè, 
weet ik niet hoe dat moet.

Maar altijd doe ik mijn best
veel meer nog dan jij denkt
Ik doe alles voor een lach
die jij mij dan schenkt.

Want ik zie je zo graag gelukkig
zonder verdriet of pijn
Dus weet mijn lieve kind,
ik zal er altijd voor je zijn.

Want ik ben jouw mama
en dat is voor altijd.
Mijn liefde, lieve schat, 
raak je nooit, nooit kwijt. 



woensdag 31 december 2014

Engelenboodschap

Ik geef je energie
om te leven lieve kind
zodat je vol kunt houden
en je je weg snel vindt.

Ik geef je mooie dromen,
die uit ons bestaan.
Om je de kracht te geven
steeds weer verder te gaan.



dinsdag 5 maart 2013

14 jaar in een zucht zonder vloek

‘Waarom komen de meeste kinderen toch in de nacht ter wereld?’ vraagt hij. Aanleiding is dat een collega vader is geworden. ‘Uiteraard’ is het kindje in de nacht geboren. ‘Nou gewoon omdat dat iets heeft, iets intiem’ zeg ik. Vragend kijkt hij me aan. Eigenlijk weet ik niet waarom het is. De reden van mijn antwoord is omdat ik het zo voel. Maar als ik dan nadenk, besef ik dat mijn kinderen toch echt overdag geboren zijn.

Ineens moet ik er weer aan denken. Het bijna een week geleden dat hij de opmerking maakte. Ik denk er nu weer aan omdat een jaar en 12 uur geleden is dat mijn 2e zoon geboren werd. Nu ligt hij alweer in bed, verjaardag geweest en het blonde koppie is nu 14 jaar oud. 14 jaar, de tijd vliegt gewoon voorbij. Soms zou ik het wel allemaal over willen doen. Niet alles hoor, maar wel die tijd met de kinderen. Of soms denk ik, ik doe het gewoon nog een keer.
Aan de ene kant geniet ik van de vrijheid die oudere kinderen met zich meebrengen. Hoewel…. ‘kleine kinderen, kleine zorgen, grote kinderen…..’ zei mijn moeder altijd en gelijk heeft ze. Nu heb ik niets te klagen over mijn kinderen hoor, in tegendeel. Maar de zorg is er natuurlijk altijd. Dus aan de ene kant geniet ik er van dat ik ze eens alleen kan laten. Wel binnen de perken maar toch. Aan de andere kant blijft het kriebelen. Als ik een baby zie, kriebelt het gelijk. Zal dat altijd zo blijven? Is het omdat ik een moeder moeder ben? Ik weet het niet en eigenlijk wil ik er vooral niet over nadenken.
Ik weet het nog goed, 14 jaar en wat uren geleden. De verloskundige kwam en begon op haar gemak alle spulletjes uit te stallen. Nu had ik een verloskundige die van wanten wist. Geen gezeik of gezeur. En hoe ik bij mijn eerste nog hoopte dat ik haar compagnon had, hoopte ik nu er erg op dat zij dienst had. Het geluk was met mij. Dapper vroeg ik haar wat ze aan het doen was? ‘Ach, ik leg vast alles neer’ was haar simpele antwoord. ‘Dat gaat echt nog wel ff duren hoor’ antwoordde ik haar.  Maar zij vond dat het maar vast kon liggen en het was toch rustig in bevallingsland. ‘Misschien moet je hem nu maar naar de oppas brengen’ zei ze tegen manlief terwijl ze op mijn zoon wees. Later bekende ze dat hij echt niet 5 minuten later terug had moeten komen of hij had de bevalling van zijn zoon gewoon gemist. Wat een kanjer was dat mens. Zo heerlijk recht door zee.

En nu is het 14 jaar later. Zo snel als zoonlief toen was, zo traag is hij nu af en toe. Maar nu ligt hij zomaar uit zich zelf na zijn verjaardag in bed. Zou het ooit komen? Het inzicht van op tijd naar bed gaan? Het was niks spectaculair vandaag. De familie woont te ver weg en zijn vriendenfeest komt binnenkort. De dag bestond uit school en na school thuis met een paar voor hem belangrijke mensen en wij. Helaas moest hij nog wat mensen missen. De buurtjes bleven gezellig eten, zoonlief bedacht het (afhaal) menu en daarna besloot dat hij daarna languit op de bank tv wilde kijken. Hij is jarig dus hij bepaalt. Tevreden gaat hij naar bed. Als alles en iedereen boven stil is en slaapt, schenk ik een glas wijn in en mijmer terug. Elke verjaardag van een kind weer. Alsof het moet, niet anders kan.
Ze zijn voorbij gevlogen. Alle jaren. ‘In een vloek en een zucht’ zou mijn moeder zeggen maar dat geld niet voor mij want vloeken past niet in mijn lijstje. Trots ben ik op mijn kanjers en niet een beetje ook. Zoals elke moeder denk ik, neem ik aan, hoop ik! Even mijmer ik over de baby tijd. Dan laat ik het varen. Op naar de volgende jaren. Dan mijmer ik vooruit. Ook dat laat ik weer los. Waarschijnlijk gaan de volgende 14 net zoals deze 14 jaren. In een zucht zonder vloek.

dinsdag 18 december 2012

De psycholoog

Als ik door het raam kijk, zie ik haar met een wit papieren zakdoekje haar tranen wegvegen. Ze kijkt wazig voor zich uit. Niet eens naar de man tegenover haar maar starend, dromerig naar de muur erachter. Je ziet de gedachten door haar hoofd gaan. Niet gestructureerd maar alles door elkaar. Eén grote brei is het en ze kan het niet meer ordenen. Het is op. Ze is moe gestreden. Er zijn enkel nog haar tranen. Het is maar een enkele blik die ik per ongeluk mee krijg tussen de opengevallen lamellen. Maar die ene blik is genoeg.

Eens zat ik ook tegenover een psycholoog. Geen man maar een vrouw. Ze vroeg me waarvoor ik kwam en zo goed als het kon vertelde ik mijn verhaal. Af en toe vroeg ze wat of zei wat. Maar het voegde weinig toe. Dat wat ze zei wist ik al lang. Maar toch moest ik het van haar horen. Dat zij me vertelde dat ik het goed deed. Gewoon even horen dat het goed is wat ik doe. En niet dat niemand me dat verteld maar ik moest het van haar horen. Ik snakte er naar het te horen. “Je trekt het aan he” zei ze. Ik keek haar vragend aan. Even wilde ik het weerleggen. Hem verdedigen. Ze zei nog net niet “je valt op de verkeerde mannen”, maar ze bedoelde het wel. Zo’n ontzettend verkeerde uitspraak. “Foute mannen”. Wat nou foutverkeerd. Misschien de combinatie niet of misschien wel de “verkeerde of foute vrouw”. Maar gelukkig zei ze het niet. Daardoor bleef het hangen. Het hing stil in de lucht.  En ik? Ik was stil. Ik wist het even niet.
Nog veel langer geleden, ooit in een ander leven zo lijkt het, zat ik tegen over iemand die me vertelde dat ik niet aan de eisen hoefde te voldoen. Dat leek onmogelijk. Al mijn hele leven voldeed ik aan de eisen. Ik was zelfs een rustige puber. Ik kon me altijd inleven in de ander en ik wilde vooral tegemoet komen. Voldoen aan de eisen die ze aan mij stelden. Toen ik de deur uitliep kreeg ik een opdracht. Te laat komen. Ik heb er een week over gedaan. En heel wat getwijfeld maar op de dag suprême kwam ik keurig te laat. Niet heel erg veel maar wel te laat. Maar de opdracht kon ik niet volbrengen. Want als me gezegd zou worden dat ik te laat was moest ik antwoorden: “Ik ben er toch”. Maar niemand vroeg me wat. Het maakte niet eens uit. Zoveel twijfel, zoveel moeite en niemand had het door.
Eerlijk gezegd heb ik liever andere “eerstelijns hulp gesprekken” zoals de gesprekken met mijn vriendin. Lekker ongezouten haar mening horen. De vragen waardoor ik nadenk. En iemand die me kent. Die me snapt. Die ook midden in het leven staat. Die weet wat het is. Die na een “sessie” bedankt zegt. Omdat haar vragen aan mij haar zelf aan het nadenken zetten. Of de gesprekken met een vriend die hard kan zeggen wat hij denkt. Hij mag dat. Van een ander pik ik dat niet maar van hem wel. Hij is geen haar beter dan ik. Misschien nog wel wat erger. Of een avond doorzakken en de volgende dag de consequenties dan maar nemen.
Dan denk ik aan de vrouw daar in die kamer. Zou het beter met haar gaan na het gesprek. Kan hij haar helpen? Is het haar jeugd, haar verleden? Wat maakt haar zo verdrietig. Maakt ze zich zorgen en zijn die zorgen om zich zelf of om geliefden? Heeft ze een moeilijke relatie, is haar man gestorven of is haar kind ongelukkig. Ondanks haar verdriet is ze mooi. Ze ziet er breekbaar en toch sterk uit. Zou ze terug gaan? Of zou ze haar rug weer rechten en zoals altijd weer de sterke vrouw zijn. Dat doen wat iedereen verwacht. Zou ze haar verdriet nu echt verwerken of weer gaan wegstoppen. Haar tranen laten opdrogen en het verdriet proberen weg te vegen. Wegvegen, droogdeppen met het witte papieren zakdoekje.

zaterdag 13 oktober 2012

Verdwenen kind

Soms voel ik je in mijn huid, mijn haar, heel even maar, zo dicht bij mij…… ’t is of je tussen hart en ziel je plek weer vindt, geliefd verdwenen kind.  

Elk jaar schrijft ze een gedicht voor hem. Haar kind, haar zoon, haar verdwenen kind. “Het slijt nooit, de pijn, het verdriet en het gemis. Ook al heb ik nu een dochter en nog een zoon” zegt ze. Achtendertig jaar is het nu geleden, maar ze denk nog dagelijks aan hem. Aan haar zoon die maar zo kort geleefd heeft, die ze maar zo heel even kon zien.  

Acht maanden zwanger was ze toen de vliezen braken. Dat dat niet goed was, wist ze natuurlijk wel. Eenmaal in het ziekenhuis was het wachten. Gek genoeg was haar man gebeld maar wist zij van niets. Ineens kwamen ze met zijn allen aan haar bed. Onvoorbereid wat er ging komen, werd haar verteld dat ze nu moest bevallen. Ze was nog zo jong. Heel even had ze haar kindje daarna op haar borst, heel even kon ze hem zien, voelen. Daarna werd hij naar de couveuse gebracht. Nog één keer werd ze die dag met bed en al naar haar zoon gebracht, maar kijken moest ze van achter het glas. Aanraken kon ze hem niet. Hoe hard voelt het dan om terug te gaan naar de zaal waar 15 andere moeders hun baby in een bedje aan het voeteneinde hebben staan.  

De volgende ochtend kwam een coassistent haar halen. Niet op de zaal of in een kamertje maar in de badkamer probeert hij al stamelend te vertellen dat haar zoon is overleden. Ze kon het niet, ze kon niet meer terug naar de zaal gaan. Terug naar zoveel gelukkige moeders met baby’s. Ze wilde weg, weg van daar. Haar man wist het al, hem hadden ze blijkbaar die nacht ook al verteld dat het niet goed ging. Maar haar niet. Amper één dag na de bevalling ging ze naar huis. Nu heel gewoon maar niet in die tijd, toen was je kraamvrouw en mocht je niets. Haar spullen haalde haar man van de kamer. Aan afscheid laten nemen, haar kindje nog even kunnen zien of aanraken, daar dacht niemand aan. Thuis, vijf hoog in een flat, wachtte geen hulp. Daar moesten ze het samen maar redden. 

Nog ziet ze de kamer waarin de mensen die haar na staan zitten en beslissen over haar kind. Over waar het begraven zou moeten worden. En dat was niet eenvoudig. Verzekerd was je daar niet voor in die tijd. Een anoniem graf moest het dus worden. De zo misplaatste opmerking van haar broer: “begraaf het maar hier onder de flat” galmt nog steeds na in haar oren. Een begraafplaats mocht niet omdat een ander familielid daar steeds langs zou rijden. Maar niemand dacht aan haar verdriet. Het verdriet om haar zoon die zij al die maanden gedragen had. Ook bij de begrafenis was ze niet. Ze was kraamvrouw dus kon dat niet. Nooit heeft ze geweten waar het grafje was.  

Er was niets. Geen baby, geen foto, geen geboortecertificaat, niets. Alsof het niet bestond. Alsof ze het verzonnen had. Hoe kon ze het bewijzen. Ze wilde zo graag een tastbaar bewijs dat haar zoon er geweest was. Jaren later besluit ze alsnog om dat bewijs naar boven te halen. En dat lukt haar. Haar wil is dan zo sterk. Ze laat mij het geboortecertificaat zien. In het rapport van de arts die nu het dossier behandelde staat dat als het niet in 1974 was geweest maar nu, haar zoon nog geleefd zou hebben. Het voegt niets toe. Wat kun je er mee. Het maakt het gemis niet minder.

Ze wil het zo graag een plekje geven maar nu na het overlijden van haar man, de vader van haar kind, lijkt het gemis nog sterker. Ze had hem zo graag zien opgroeien. Haar man laten zien hoeveel hij op hem zou lijken. Maar dat is haar niet gegund. Inmiddels heeft ze nog twee kinderen en zelfs kleinkinderen. Haar kleinzoon is vernoemd naar haar zoon. Mooi maar ook moeilijk vindt ze dat. De datum komt weer langzaam in zicht. De dagen worden zwaarder. Dit jaar valt de datum weer op zaterdag en zondag, precies zo als toen. Haar gedicht is klaar. Ze telt de dagen. Ze telt tot ze weer voorbij zijn. De geboorte en de sterfdag van haar verdwenen kind.

 Zo ver van hier, toch zo dichtbij. Zachtjes aangeraakt, je bent weer eventjes bij mij.
En even ben ik dan weer blij…… tot jij weer in het niets verdwijnt!!!!

zondag 23 september 2012

Grijs


“Wat heb jij nou gedaan?”  roept ze als ik binnen kom lopen. Haar stem laat niets aan twijfel over.  Ze is duidelijk “not amused”. Ze kijkt me nog eens afkeurend aan. “Je haar is helemaal grijs” zegt ze dan.
De zomer had zijn werk gedaan en hoewel ik echt had afgesproken met mijn kapster dat we niet meer gingen verven en terug zouden gaan naar mijn eigen haarkleur, zet ik er in de sms met de vraag wanneer ze een datum heeft om mijn haar weer te knippen, maar direct “en kleuren” bij. De zomer heeft zijn werk gedaan. Aan mijn haar is te zien dat de zon geschenen heeft en niet een beetje ook. Van nature is mijn haar nou niet de kleur waar je echt warm voor zou lopen. Maar in de zomer licht het wel heerlijk op. Vroeger had ik daardoor bijna het hele jaar een heerlijk zomerse gloed over mijn haar. Een soort natuurlijke coupe soleil.
Maar met de jaren is dat wat veranderd. Ik ben gaan kleuren, wilde graag een wat warmere gloed en eens wat anders. Nu zijn we terug bij af. Het schijnt dat bij mijn huidtype een koele kleur het beter doet. Met andere woorden mijn saaie ongezellige eigen haarkleur zou perfect zijn. Dus besluiten we terug te gaan naar niet meer verven. In drie stappen zouden we na de vakantie zover zijn. Alleen heeft de tijd inmiddels wat grijs toegevoegd. En daar zit ik nou net niet op te wachten. De compromis wordt niet verven met de uitzondering van die geweldige grijze pluk en dan zien we het voorlopig wel.
Maar niet na deze zomer dus. Mijn haar is zo blond geworden dat het bijna touw lijkt. Jaloers ben ik op alle mannen. Die krijgen naar mate ze ouder en grijzer worden alleen maar een nog geweldigere uitstraling. Tenminste dat is mijn mening en ik begrijp regelmatig dat veel vrouwen die met mij delen. Uitzondering zijn de mannen die kaal worden. Maar ook daar zitten exemplaren tussen dat je je echt afvraagt of haar iets zou toevoegen aan die geweldig meestal karakteristieke kop. Nee, dan hebben wij vrouwen het toch een stuk lastiger. We behoren mee te doen met de mode. Willen ons voegen naar de mannen, die standaard lijkt het wel, houden van lang haar. Maar na je 35e wordt dat toch wel een dingetje. Kan dat nog wel of toch niet meer. En wordt het blond of bruin of toch een rood tintje erdoor. Vrouwen gezegend met zwart haar mogen nog eerder dan ik aan de verf willen ze niet op hun 30e al met een grijze coupe lopen.
Eenmaal in de kappersstoel besluiten wij te gaan voor dikkere strengen van iets donkerder dan mijn eigen kleurtje. In een klap terug naar mijn eigen kleur. Want vervagen doet het toch. Blijkbaar heb ik in mijn haar zo’n niet warmer wassen dan 30 graden label, maar vergeet ik dat standaard als ik onder mijn warme douche kruip. Misschien staat er zelfs wel een “niet drogen” pictogrammetje bij maar ook dat ontken ik ten zeerste als ik grijp naar de föhn en krulborstel als ik in de ochtend weer eens haast heb. Mijn haar lijkt dan ook weinig te groeien of zou het gewoon elke was en föhnbeurt krimpen?
Na het verven en knippen was ik eigenlijk ook erg tevreden. Het giga blonde touwhaar is verdwenen en mijn haar zit, zeker als de kapster het geföhnd, heeft helemaal ok. De andere ochtend doe ik een verwoede poging het zelf ook zo te krijgen. Redelijk tevreden besluit ik mijn haar eens niet op te steken. Met mijn net nieuwe kleurtje moet dat wel weer een keer kunnen dacht ik.  Tot ik daar binnenstap en mijn kleine altijd goudeerlijke en duidelijke in haar taal vriendinnetje mij vraagt wat ik in hemelsnaam gedaan heb. “Wat heb jij nou met je haar gedaan, je haar is helemaal grijs”. De woorden blijven naklinken in mijn oren. Vertwijfeld kijk ik de andere aan. “Grijs” vraag ik vertwijfeld, “dat probeerde ik nou net te camoufleren……”

vrijdag 14 september 2012

Loslaten en vertrouwen

“Zo meteen naar huis. Weer heel lang fietsen” lees ik op twitter. Het bericht is van mijn zoon die op kamp is. “Ja zo meteen weer lekker thuis” denk ik. Gelukkig heb ik twitter en dus een teken van leven.
Ik sta op het parkeerterrein bij school en wacht op zoonlief die weer van kamp terugkomt. Het zijn maar 3 dagen maar ze lijken oneindig te duren. Thuis gaat alles normaal door hoor, behalve dan dat ik niet weg hoef om hem naar sport te brengen. En dat ik mezelf er steeds op betrap dat ik me afvraag wanneer hij thuis komt van school. “Oh ja, dom” denk ik denk “hij is op kamp.” Ik weet dat ik niet de enige moeder ben die dit heeft, er zijn er gelukkig nog wel wat meer. “En vandaag mijn middelste op schoolreisje :)). Ik geloof dat de jongste heel verdrietig gaat zijn zonder zijn grote broer en zus” las ik de dag dat mijn zoon op kamp gegaan was. “En niet alleen de jongste” dacht ik “mama ook”. Haar kinderen zijn 3, 7 en 9 jaar oud. De mijne zijn 11, 13 en bijna 16. Zij is nog maar net begonnen, ik ben met kampen en schoolreisjes al over de helft. Maar het gevoel blijft hetzelfde.
“Kamp en schoolreisjes staan met elkaar verbonden als loslaten en vertrouwen. Vertrouwen in de docenten en eventuele ouders die mee zijn. Vertrouwen in je eigen kind.  Het loslaten van je kind en hem of haar laten genieten zonder dat jij hierop controle en zicht hebt op de situatie” zegt ze tegen mij. “Dat is lastig voor ouders en vooral voor moeders” denk ik. ”Je kind het zelfvertrouwen geven door hem of haar te laten weten dat je het met volle vertrouwen tegemoet ziet” vervolgt ze en kijkt mij aan. “En ondertussen…. Ondertussen tel je de dagen tot ze weer thuis zijn” zeg ik en ze knikt en lacht.  
Ze is een echte moeder moeder; dat weet ik, voel ik, lees ik in de berichtjes tussen de regels door. Ze kan genieten van de tijd alleen. “wat n productieve dag zonder mijn 3 kinders om mijn heen. Heel veel leuke vacatures gezien dus vanavond a/d slag met mails” twittert ze. Maar hoe lekker ze het ook vindt, en hoe ze ook kan genieten van de rust, ze is pas weer compleet met haar kroost om haar heen. Ik herken dat. Daarom klikken wij ook. Het is niet het eerste kamp van mijn zoon en zijn broer en zusje zijn ook al wat keren op kamp en schoolreisje geweest. Maar dat gevoel blijft, je wordt iets makkelijker in de loop van de tijd, maar het gevoel van “gelukkig ze hebben genoten maar zijn nu weer heerlijk veilig thuis” zal altijd blijven.
Ik zie de eerste kinderen al richting school komen fietsen. Moe, wit, koud  en door en door nat proberen ze nog iets van een lachje te produceren. Ik stap uit de auto en loop richting de groep. Hoewel je kind zich het liefst koud en moe in je armen zou storten om geknuffeld en gekust te worden, zal het hooguit op een stoere toon hoi tegen je zeggen. Logisch want we staan op het schoolplein van “de middelbare” en het kind waar het om gaat zit toevallig dus wel in de 2e klas. En dan doe je dat dus niet meer.  Terwijl ik richting kind met fiets en teveel tassen loop, besluit ik maar weer mijn zelfde beproefde procedure te volgen. Hoi zeggen, tassen aannemen en kind naar huis laten fietsen. Eenmaal thuis er eten en drinken instoppen, het onder de douche zetten, in bed gooien en rond een uur of 18.00 a 19.00 kijken of je het wakker kunt krijgen. Zo ja dan nogmaals wat te eten erin stoppen en weer terug in bed dumpen. Ik heb het al meerdere keren gedaan en met succes. Het lijkt nu onmogelijk als ik naar het witte snoetje met wallen onder de ogen kijk, maar morgen, morgen heb ik weer mijn oude vertrouwde kind in huis…….. alsof het nooit weg geweest is.

maandag 10 september 2012

Weet dat je in mijn hart altijd blijft voortbestaan


“Alles is voorgoed gedaan, als jij er klaar voor bent” zingt Clouseau vanuit de laptop “Ik heb aan je zijde gestaan, mijn God ik heb je graag gekend”. Ze wil het hem zo graag laten horen, dit voor haar zo belangrijke lied, maar het lukt haar nog steeds niet.  De tranen lopen over haar wangen. Stil zit ze achter haar laptop. Ze kan er niet naar luisteren zonder te huilen. Mijn god wat mist ze hem, nog steeds, na 18 jaar mist ze hem nog steeds. Elke dag.
Ze was 24 jaar oud. Daar zat ze in het tehuis waar hij de laatste maanden woonde. Nu voor de 3e nacht. Hij kon niets meer horen, kreeg niets meer mee had de verpleging gezegd. Zij geloofde het niet en bleef tegen hem praten. Gewoon over de dingen die ze had meegemaakt, wat er gebeurde, wie er binnenkwam, wat voor weer het was. “Ik ga je mond even insmeren hoor” zei ze tegen hem, “want je lippen zijn zo droog dat voelt vast niet lekker”. En rustig deed ze met een wattenstaafje wat vaseline op zijn droge gerimpelde lippen. Zij mocht het, het liet het allemaal toe. Niet als de verpleging het deed, dan begon hij ongecontroleerd om zich heen te slaan. Dat is omdat ik hem vertel wat ik doe, dacht ze.  En bleef dus rustig vertellen tegen hem terwijl ze zijn hand vasthield en zacht streelde.
Hij was haar vader. En ook al was hij aan het dementeren het laatste jaar en waren de rollen zo omgedraaid geweest, hij was haar vader. Ze hield van hem. En wat er ook gebeurde zij zou er voor hem zijn. Dus was zij er overdag en in de nacht. Af en toe ging ze weg, vertelde hem dat ze even een kop koffie ging drinken en zo weer terug zou zijn. Ze wilde dat hij rust had, en mocht hij liever willen gaan zonder dat zij daar bij was, moest hij die kans ook krijgen vond ze.
Die middag had ze gemerkt hoe waar haar verhaal was dat ze niet konden zeggen of hij wel of niet iets mee kreeg. Ze had naast hem gezeten toen Jan, zijn favoriete verpleger, binnen kwam. Jan had uitgelegd dat hij nu zoveel morfine kreeg tegen de pijn, dat een reactie niet meer mogelijk was. Ze dacht nog “klets jij maar lekker raak”. Jan had zijn normale taken gedaan en de lijsten bijgewerkt met zijn bevindingen. Toen hij de deur uit liep had zij tegen haar vader gezegd “Jan gaat weer weg, zeg maar houdoe tegen hem”. En tot ieders verbazing had haar vader zijn ogen half geopend, zijn hand opgestoken en mompelde hij “houdoe”.  Jan stond aan de grond genageld bij de deur, trok wit weg en stamelde “maar dat kan helemaal niet”.  Even later had ze tegen de verpleging gezegd dat alles over haar vader niet meer aan zijn bed  gemeld mocht worden maar graag even op de gang. Het personeel had geknikt. Wat konden ze er tenslotte tegenin brengen.
Die zelfde middag was haar moeder binnengekomen en had gezegd dat alles wel goed zou komen. “Nee, mam,” had ze beslist geantwoord “het komt niet meer goed en papa weet dat ook. Hij heeft van jou nodig dat jij het accepteert dat je afscheid van hem neemt. “ Dat was moeilijk voor haar moeder geweest maar ze was blij dat ze het gezegd had. Ze zag haar vader langzaam afscheid nemen van iedereen. En ze wist instinctief hoe belangrijk dat voor hem was. Die nacht was ze moe geweest. Moe van het dag en nacht in het tehuis zitten in een bedompte kamer aan het bed van haar vader. En dus was ze in slaap gevallen. Met haar hoofd op zijn borst had ze geslapen. Toen ze wakker werd, keek ze naar hem. Het leek alsof hij gewacht had tot ze uitgeslapen was. En op het moment dat ze uitgerust was, nam hij als laatste afscheid van haar. Zuchtte en sliep in. Ze bleef even bij hem staan voor ze de verpleging riep.
Haar moeder was op dat moment wakker gemaakt. Wakker gemaakt door haar hond die die nacht naast haar bed sliep. Hij had haar een lik over haar wang gegeven en zijn poot op haar arm gelegd. Toen ze eenmaal wakker was en zich afvroeg wat de hond toch van haar wilde, hoorde ze de deur open gaan. Haar zoon kwam binnen en vertelde dat hij gebeld was dat zijn vader, haar man overleden was.
Op het afscheid klonk het liedje van Clouseau en omdat er geen plek is om naar toe te gaan, is het liedje haar plekje geworden. ” Ik blijf nu hier, jij gaat naar daar. En daar is niet zover van hier. We spreken af, ik weet niet waar, en daar ontmoeten we elkaar.” Ze mist hem, denkt elke dag aan hem. Wat zou ze graag willen dat hij haar kinderen zou kennen, wat zou ze de liefde van haar leven nu graag aan hem voor willen stellen, maar niks van dat alles is waar.
Zonder jou tikt de klok even snel, maar de tijden veranderen wel. Dus ik neem afscheid, jij moet nu gaan, weet dat je in mijn hart altijd blijft voortbestaan.  En ik weet ik zou dankbaar moeten zijn, maar precies daarom doet het zo’n pijn……. Zonder jou…..

donderdag 30 augustus 2012

Haar oma

Het was een vaste gewoonte, elke ochtend ging ze voor ze naar school ging eerst even naar haar oma. Maar die ochtend niet. Ze was een beetje laat, verslapen had ze zich en dus had ze haast. En dat was achteraf maar goed ook..…...
Het was woensdag 31 maart. Niets vermoedend ging ze die dag naar school. Het enige verschil met andere dagen was dat ze die ochtend niet de slaapkamer van haar oma was binnengelopen om te vragen of die een staart of vlecht in haar lange blonde haren wilde maken. Haar oma woonde bij haar in huis en was er altijd. Dat was fijn vond ze maar soms miste ze een oma om op zondag naar toe te gaan. Een plek waar dan de hele familie samen kwam en je kon spelen met neefjes en nichtjes. Op maandag hoorde ze die verhalen altijd op school. Zij had maar één oma, en die woonde bij hen in huis. De andere opa’s en oma’s waren al dood voor zij geboren werd. Oma was haar moeders moeder. Haar moeder was enig kind en omdat de vader en moeder van haar vader dus al dood waren, zag ze die neven en nichten niet zo vaak. Daarbij waren ze allemaal een stuk ouder dan haar, dus op zondag bij oma verstoppertje doen zat er toch niet in. Soms vroeg ze zich wel eens af hoe het was om een opa te hebben. Maar eigenlijk maakte haar oma wel alles goed. Als ze uit school kwam, ging ze meestal ook meteen naar haar toe. Soms zaten oma en mama samen beneden thee te drinken. In de avonden zat ze graag in de grote kamer van oma boven die oma haar “huiskamer” noemde. Ze keken dan samen tv of deden een spelletje. Bij oma was het altijd gezellig. Er branden kaarsjes en oma had altijd thee. Vaak met iets lekkers als koekjes op peperkoek zoals oma de ontbijtkoek altijd noemde.
Die middag zou ze naar haar broer gaan. Haar broer woonde niet meer thuis. Die was al getrouwd en drie weken geleden was zijn tweede kindje geboren. Net als de eerste ook een jongetje. Ze kwam graag bij haar broer en mocht er ook regelmatig logeren. Op haar 7e was ze voor het eerst tante geworden. Naast haar schoenen liep ze van trots. Maar de vrouw van haar oudste broer liet haar niet zo vaak bij de baby, dat was jammer. Toen ze 10 jaar was, was er een baby bij haar andere broer geboren. Dat was anders. Van dat schoonzusje mocht ze juist heel vaak helpen. Geweldig vond ze dat. Luiers verschonen, mee de baby in bad doen. Nu was er dus weer zo’n kleine hummel in huis. En dus verheugde ze zich vandaag ook erg op de middag. Het was woensdag en ze had de hele middag vrij van school. Ze zou snel thuis eten en dan op de fiets naar het huis van haar broer. Verlangend keek ze naar de klok, nog maar een paar minuten en dan zou de bel gaan.
Lachend kwam ze samen met haar klasgenootjes naar buiten. Buiten stond Roos, de vriendin van haar moeder. Verbaasd keek ze naar Roos. “Hoi,” zei die, “ik kom je gezellig ophalen van school.” Vreemd, dacht ze even maar liet het gelijk weer varen, want gezellig vond ze het wel. Onderweg naar huis vertelde Roos haar waarom ze naar school gekomen was. Die ochtend had haar moeder haar oma dood in bed gevonden. Maar daar snapte ze helemaal niets van. Dat kon helemaal niet. Zij zou die middag naar haar broer gaan. Ging dat dan niet door? Pff balen. Ze schrok van haar gedachten. En toen drong het langzaam door. Haar oma was dood. Maar, maar dat kon helemaal niet. Echt niet hoor. Want gisteravond nog had zij een koud washandje op het hoofd van oma gelegd omdat oma zo’n hoofdpijn had. Was het daardoor? Had zij nu haar oma vermoord? De paniek sloeg toe. Ze voelde tranen in haar ogen prikken. Moest ze het vertellen aan Roos. Moest ze vertellen dat het haar schuld was?
Thuis zat de hele familie aan tafel. Raar om zo iedereen bij elkaar te zien. Haar moeder had rode ogen en haar oudste broer keek zo treurig. Pff zij wilde dit niet. Zij wilde eigenlijk gewoon naar haar andere broer, gewoon dat dit gedoe er allemaal niet zou zijn. Ze wilde naar boven hollen om tegen oma te zeggen dat ze uit school was en dat ze zo naar de baby zou gaan. Oma zou dan trots kijken, die was mooi zomaar 3 keer overgrootmoeder geworden. En vanavond als ze thuis kwam zou ze weer naar boven hollen, nog met haar jas aan. Ze zou alles van de middag vertellen en oma zou de kaarsjes aan hebben en een pot thee…….
Langzaam kwam het besef. Ze zou nooit meer naar boven hollen… tenminste niet naar haar oma. Wil je nog mee gaan kijken vroeg haar moeder. Weer sloeg de paniek toe. Kijken? Kijken naar haar dode oma? Haar broer zag haar blik en zei dat het niet hoefde als ze dat niet wilde. Hij ging ook niet kijken. Dankbaar keek ze hem aan. Nee, ze wilde helemaal niet kijken naar haar dode oma. Ze wilde helemaal niet dat oma dood was. Zij zou aan oma denken zoals oma was. Aan oma die haar leerde breien, haar leerde rolschaatsen. Aan oma die dansend door de kamer ging en er bij zong “falerderalderie falderalderaaaa” zoals zij dat alleen kon op haar oma-manier. Aan oma die bij het circus op televisie altijd zij dat zij dat ook wel zou kunnen als ze de trapeze heen en weer zag slingeren. Aan oma die van een bezoekje aan haar vriendin thuis kon komen en vol overtuiging kon zeggen “tjonge zeg, ik zag die en die bij de bushalte en die was toch oud geworden”. Want oma was in haar hoofd nog altijd jong.
En als ze nu ’s avonds zelf de kaarsjes aan steekt, denkt ze altijd weer aan oma. Ze lijkt op haar oma. Heeft dezelfde gewoontes en in haar hoofd is ze net zo jong als hoor oma. De kaarsjes zijn een symbool voor haar oma. Haar oma van wie ze zoveel houdt.