donderdag 29 mei 2014

Welkom 'thuis'

‘Ik had het kunnen weten’ zegt hij als hij binnen komt en wijst naar het vuur. Even frons ik maar dan wordt mij duidelijk dat hij mij niet anders kent. En het klopt ook. Ik heb altijd ergens vuur. Kaarsjes, de haard binnen of een houtvuurtje buiten. Als ik op sta, steek ik eerst beneden een kaarsje aan. Er is altijd wel iets of iemand om een kaarsje voor te branden. En als ik ’s avonds naar bed ga, staat er nog steeds een kaarsje te branden.

Glimlachend legt hij zijn spullen neer en hangt zijn jas op. Dan ploft hij op een stoel. Alsof het nooit anders is geweest. Hij is mijn ‘tijdelijke zoon’ en voelt zich blijkbaar thuis. Vorig jaar had ik ook zo’n ‘zoon’. Drie weken lang tijdens de vakantie. Alleen had ik daar toen ook een ‘man’ bij en nu niet. Ze zijn heel verschillend de tijdelijke zonen maar toch is er een overeenkomst. Ze bewegen zich even gemakkelijk in ‘ons gezin’ en gedragen zich alsof het nooit anders is geweest. Ze ruimen mee de tafel af, wassen af en maken grappen die eigenlijk niet kunnen maar te leuk zijn om niet te maken.

Het zijn de vrienden van mijn oudste echte zoon maar net zo makkelijk doen ze de dingen voor de anderen in huis of klieren ze mij of hun ‘tijdelijke broertje en zusje’.  Terwijl ik afwas en naar buiten staar, vraag ik mij af hoe dat kan. Is het toeval of komt het door ons? Dan denk ik aan de vriendin die met het grootste gemak in mijn kastjes en koelkast struint op zoek naar suiker en koffiemelk. De ‘tijdelijk man’ die na een paar keer al mijn volledige huidhouden overnam en zich hier soms nog meer thuis voelde dan ik. En als klap op de vuurpijl de man  die na 5 minuten na binnenkomst al zijn jasje uitdeed, mouwen opstroopte en met mijn dochter aan het koekjes bakken sloeg.


Ik kan er niet precies de vinger op leggen wat het is, maar het maakt me wel gelukkig. Het voelt vertrouwd en goed en vooral fijn dat ze zich hier thuis voelen. Dan zie ik het kaarsje dat brandt voor maria. Is het misschien het vuur dat hier altijd brandt? Het open vuur waar iedereen zich bij aan mag sluiten. Het vuur van de kaarsjes op de kast. Het vuur van de haard als het kil in huis is of het vuur buiten in de tuin waarvan je de rook nog dagen in huis ruikt. Of is het ‘t vuur in mijn hart. Het vuur dat eeuwig brandt en dat nooit uit zal gaan, wat er ook op mijn pad komt. Het vuur dat er voor zorgt dat ik steeds weer in vuur en vlam zal staan. Voor iets of voor iemand. Voor mijn kinderen, familie en vrienden, voor een goed doel, voor mijn werk of voor de liefde. 

maandag 14 april 2014

Geluksenergie voor diepe dalen

Half slaperig probeer ik de wekker uit te zetten. Het geluid stopt niet en lijkt alleen maar harder te worden. De vogels kwetteren er lustig op los. Dan besef ik dat het niet mijn wekker met vogelgeluiden is maar puur natuur. De storm van vannacht is gaan liggen en een nieuwe vrolijke dag ligt klaar om opgeraapt te worden. Ik draai me nog heel even om, half wakker snooze ik nog even door tot ook de vogels van de wekker zijn opgestaan. 

Een paar uur later is de dag ineens nog mooier. Een sms'je kleurt mijn dag tot een prachtig dieprood. Het rood van Marco's 'vandaag is rood' rood. En de vogels zingen door mijn hoofd en de vlinders fladderen door mijn hele lijf. De avond die in het vooruitzicht ligt, laat mijn gezicht nu al stralen. Opgewekt maakt ik de laatste e-mails af om daarna bijna fluitend de auto in te stappen op weg naar de afspraken die de agenda vullen. Mijn dag kan niet meer stuk. De kunst is nu om vooral geen verwachtingen te creëren en de dag, de dag te laten zijn. 

'ik wil dat het altijd goed is, maar dat kan niet' 

Onderweg klinken de liedjes op de radio vrolijk door en ontstaan er diverse plannen in mijn hoofd. Hoewel het hard waait, merk ik vooral dat de zon schijnt. Ik voel me intens gelukkig. En ineens moet ik denken aan een uitspraak van vorige week. 'Ik wil dat het altijd goed is maar dat kan niet'  zei ze tegen mij. Ik ken dat gevoel en eigenlijk wil ik dat ook. Dat het niet kan, weten we allebei echt wel, maar toch. Een heel gesprek hadden we er over. En dat het leven ups en downs kent. Dat dat ook goed is. En toch...

Nu hier onderweg in de auto bedenk ik me, dat ik me zo gelukkig kan voelen juist omdat het even minder ging. Ineens waardeer ik dit nog veel meer dan eerst. Het is zo cliché maar er inderdaad zijn geen bergen zonder dalen. Je weet niet wat stilte is zonder geluid. Het een kan niet zonder het ander. Zouden we nog net zoveel genieten van de zon als die elke dag je huid zou verwarmen. Heel even ben ik geneigd om toch 'ja'  te denken. En heel even denk ik ook 'zonder vriezen kan ik de zon ook waarderen' en 'de dalen hoeven toch ook niet heel diep te zijn'. 

Het is waarschijnlijk menseigen om alleen de toppen te willen hebben en niet de dalen. Maar hoe eenzaam zou het zijn als je alleen maar op de top zou staan. En hoe druk ook als we daar allemaal willen zijn... Voor vandaag geniet ik van mijn geluksgevoel. Ik adem het intens in en laat het mijn hart verwarmen. Heel even heb ik het gevoel dat ik minimaal zo gelukkig kijk als afgelopen vrijdag. Toen ik ook het gevoel had dat er zo'n big smile op mijn gezicht zat, dat daar de hele trein van kon meegenieten. Dat als ze de energie die ik voelde zouden kunnen opvangen, de trein er misschien wel van naar mijn bestemming zou kunnen rijden. 

Hoe gaaf zou dat toch zijn. En hoeveel meer zouden we dan dat gevoel kunnen waarderen. Misschien is dat wel een idee voor alle smartkiddo's. Het opvangen van de energie die vrij komt als je je gelukkig voelt. Als ik dan maar geen panelen op mijn hoofd hoef of een molen in de tuin...


zaterdag 5 april 2014

Gematigd zeeklimaat

Vandaag zit ik opgesloten. Opgesloten in een huis dat mijn huis niet is. Het is letterlijk niet mijn huis en voelt niet als mijn huis. Opgejaagd maar niet weten waar naar toe hou ik vast aan een soort van rietstengel. Maar niet alleen opgesloten in het huis, ook opgesloten in mijzelf. Waar gisteren de wereld nog zonnig leek, hangt er nu een grauwe mist.

Is het omdat ik in Nederland woon of opgegroeid ben. Mijn gevoel lijkt de laatste tijd op het weer. Het lijkt zo veranderlijk. Toch heerst er ook in mij een gematigd zeeklimaat. Geen kwestie van extremen. Als het een paar dagen warm is, denk ik al dat er vast regen moet gaan komen. Laat staan dat de temperaturen oplopen… Een week, twee weken, drie weken… Een lange hete zomer? Dan moet het vast wel snel gaan vriezen. 

Je kiest je eigen pad. Je roept af wat je zegt en vooral wat je denkt. Is dat het? In het boek ‘Het miljonairsbrein ontrafeld’ van T. Harv Eker lees ik dat je anders moet denken. Als je genoeg hebt aan ‘net genoeg’ zal je niet meer krijgen. Ik betrap mezelf op veel ‘fouten’. Gestaag lees ik door. Niet vaak maar ik hou wel vol. Tot vorige week… ‘Ben je bereid veel te werken’ staat er in. Ja hoor, dat doe ik al. ‘Ben je bereid om het zien van je familie, je vrienden en leuke dingen op te geven?’ En ineens rinkelen alle alarmbellen. ‘NEE!!!’ schreeuwt het in mij. Alles kan ik opgeven maar niet mijn gezin. Met een klap sla ik het boek dicht. Ineens is alles mij duidelijk.

‘NEE...!!!’ schreeuwt het in mij.

‘Je krijgt wat je vraagt’ zegt een paar dagen later iemand tegen mij. Het is een uitspraak in een heel ander verband maar brengt mij weer even terug bij mijzelf. Elke dag teken ik op de douchewand wat ik graag wil ontvangen. Maar kan ik het ook aannemen? Of denk ik tegelijk dat het niet voor mij bestemd is? Waar gaat het fout? Is het mijn Nederlandse gematigde zeeklimaat? Doe maar gewoon dan doe je gek genoeg. Maar juist dat ‘gewoon’ daar word ik zo gelukkig van. De kleine dingen maken mij zo compleet en blij.

Stiekem kijk ik op de klok. Nog even, maar is het dan anders? Dan komt er in elk geval niet zomaar iemand binnendringen. Of is een dreigend gevaar weer even van mijn radar. Nog steeds is het huis niet mijn huis. Wat ik ook probeer te doen. Het leek een thuis maar dat lag niet aan het huis. Het zijn de mensen in het huis die mij mijn thuisgevoel geven. Maar niet vandaag. Vandaag ben ik alleen. En alleen zijn is prima alleen niet hier in dit huis. Buiten in het zonnetje lijkt de wereld al iets minder kil. Binnen wachten klusjes op mij die ik het liefst voor me uit zou schuiven. Maar ja, ik ben een Nederlander en dus moet het vandaag in plaats van morgen. Als ik mijn ogen dicht doe voel ik de zon op mijn huid branden. Meeuwen maken een zo typische zee geluid en even denk ik dat ik het water kan horen.


Dan denk ik terug aan alle dagen, weekenden of vakantie aan zee. Het zand door mijn tenen, het water dat ruist en klotst en de zilte lucht. Even voel ik me thuis in mezelf. Dan besluit ik: ‘ik wil wel het zeeklimaat maar niet meer gematigd’. 


vrijdag 4 april 2014

Oorlog of vrede?

‘Er heerst een oorlog in mij’ zegt ze en kijkt wazig voor haar uit. ‘En in een oorlog zijn altijd alleen maar verliezers.  Maar ik weet niet wat ik moet doen om het te stoppen. Ik weet het niet. Het lijkt wel alsof alles wat ik had, aangevallen wordt. Ik wil het beschermen maar ik kan het niet. Ik kan niet eens mezelf beschermen zonder dat ik geraakt word.’ Ze kijkt me aan, verdriet en wanhoop in haar ogen. ‘Snap je wat ik bedoel?’ vraagt ze dan. En ik knik.

Ik ken het worstelen maar ik kan niet helpen. Niemand kan haar helpen als zij het niet toe laat. En toelaten betekent dat het pijn gaat doen. Heel erg pijn. Dus doet ze liever zich zelf pijn. Wat zou ik haar graag even vasthouden en zeggen dat alles goed komt. Maar komt het goed? Ik weet het niet omdat zij het bepaalt. Ze bepaalt of ze er met haar hart voor zal gaan of met haar verstand gaat kiezen. Zal ze de pijn toelaten of kiest ze voor de schijnveiligheid. Alleen weet ze zelf niet eens dat ze een keuze heeft.
't zijn niet mijn stappen die de grond zo doen trillen of...'
Ook in mij botst het. Het stormt. Ik kan blind varen op mijn gevoel maar dan in eens is er een  situatie waarbij ik zo aan mezelf twijfel omdat ik iets voel of weet maar dat het zo absurd is dat je het gewoon niet kunt geloven. Vol twijfels en vol vragen waar je eigenlijk gewoon een duidelijk antwoord op wilt hebben. Waar ik een antwoord op wil hebben maar wat onmogelijk is om te krijgen. Want wat de toekomst gaat brengen, weten we niet. Dan is het verwarrend. Ik wil grip krijgen zeker als de wereld om mij heen vervaagt. De vragen en antwoorden tollen door mijn hoofd en even weet ik niet meer of deze antwoorden gewoon komen of dat ik ze wens. Of ik wakker ben of droom. Of het oorlog is of vrede?

Het voordeel van storm is dat het opruimt. Dat de blaadjes van de bomen gerukt worden en ergens anders als mest de grond weer vruchtbaar maken. Even zijn de takken somber en droevig en vooral lijken ze zo kwetsbaar. Maar als ze overleven zullen ze voller bloeien dan ooit te voren.

Mijn storm raast door mij heen. Ik weet niet meer waar mijn twijfel, mijn twijfel is. Waar mijn angst, mijn angst is en even weet ik ook niet meer waar mijn vertrouwen in mijzelf gebleven is. Is mijn twijfel nu mijn of jouw twijfel of lopen onze wegen door elkaar? De angst die ik voel, wiens angst is dat? Mijn grenzen zijn dat eigenlijk wel grenzen. En waar zijn jouw grenzen? Waar ben jij? Mijn rust is verdwenen en ik voel de strijd die woedt. De strijd die niet mijn strijd is maar doordat ik mij zo verbonden voel met de anders alsnog mijn strijd geworden is. De grond trilt onder mijn voeten. Ik wil het wel stoppen maar het zijn niet mijn stappen die de grond zo doen trillen of toch wel? Verbaasd kijk ik om mij heen. Ik adem diep in en sluit mijn ogen. De oorlog maakt alleen slachtoffers. Dus laat het in hemelsnaam vrede zijn met alleen een paar flinke stormen want die overleef ik wel. Laat het maar eens echt stormen en laten alle takken maar eens kaal worden. Laat de boom kwetsbaar zijn maar echt. En laat dan in mei de boom weer gaan bloeien. Gaan bloeien als nooit daarvoor.





vrijdag 28 maart 2014

Geven en nemen

‘Geven’ staat er vandaag op de kalender. ‘Geven’ is vandaag de rode draad. ‘Geven en nemen’. 

Het ‘geven’ heb ik wel geleerd. Al vroeg leerde mijn moeder mij dat geven belangrijk was. Je was goed als je iets gaf. Iets doen voor een ander, de ander van alles geven. Maar ze vergat mij om ook ‘nemen’ te leren. Nemen was zelfs niet goed. Bij nemen was je egoïstisch. Misschien vergat ze het niet, maar kon ze het niet. Kon ze mij het nemen niet leren omdat ze het zelf nooit geleerd had. 


Dus gaf ik. Altijd, overal en aan iedereen. Aan iedereen behalve aan mezelf. Ik vergat aan mezelf te geven en durfde niet te nemen. En daar loop ik nu stuk. Want hoe kan iemand anders mij geven als ik niet kan nemen. Ondertussen heb ik het denk ik wel een beetje geleerd. Maar duidelijk nog niet genoeg. Als het gaat om de mensen van wie ik houd, geef ik liever. En vandaag laat zij mij beseffen hoe het dan andersom is. Hoe het voor de ander is om te geven als ik het niet kan aannemen. 

Geven kan niet zonder nemen. Het moet in evenwicht zijn en hoe nobel het ook is dat ik graag geef, ik verlies het evenwicht. Niet bewust, maar onbewust kwets ik dus de ander door niet aan te nemen. Het ergste daarbij is dat ik het juist zo dolgraag gewoon aan zou willen nemen maar dat ik blokkeer. Het lukt mij niet. Waarom het niet lukt? Tig antwoorden spoken door mijn hoofd. Ik laat ze eerst maar eens bezinken en focus weer op het geven en nemen. 
'Het ergste is dat ik het juist zo dolgraag zou willen aannemen' 
Al als ik nog bij haar ben, maar thuis nog meer, besef ik hoe vervelend het voor degene moet zijn die van mij houden. Hoe zou ik me voelen als ik zou willen geven maar de ander laat het niet toe. Ik zou me waarschijnlijk afgewezen voelen. Nog zo’n dingetje… Afwijzen en afgewezen worden. Het ergste is dat ik weet hoe het voelt als ik wil geven en het wordt niet geaccepteerd. Want mijn moeder kan het ook niet. Gewoon iets accepteren, aannemen en er van genieten. Naar vind ik dat. Boos voel ik me dan, dat ze mij niet toelaat. En nu besef ik dat ik dat ook doe. Even ben ik stil, uit het veld geslagen stil. Stil en verdrietig om wat ik onbewust heb gedaan. 

Op het toilet zie ik dat de kalender een dag te ver is omgeslagen. Uit automatisme sla ik het kleine blaadje om, terug naar vandaag. ‘Geven’ staat er. Niets meer, niets minder. Even staar ik naar het woord. Werk aan de winkel. Ik ga leren om aan te nemen. Dat zal vast nog lastig worden want het geven en niet nemen zit er ingesleten. En niet een beetje ook.

Maar waar een wil is, is een weg. De wil is er want ik wil dat geven en nemen in evenwicht komt. Dat ik de mensen die zoveel van mij houden, geen pijn meer doe door hun geven niet aan te nemen. Dus roep ik hierbij iedereen die dit leest op. Als je merkt dat ik iets afwimpel, noem even het woord ‘blog’ en laat me beseffen wat ik doe. Ik doe het namelijk niet bewust en wil je zeker niet afwijzen of kwetsen. Ik ben juist blij als iemand iets wil geven aan mij en ik wil het ook dolgraag aannemen. Ik heb het alleen nooit geleerd, net als duiken, skiën, kiten, windsurfen, snowboarden etc etc. Maar ik wil het wel graag leren! Dus help mij alsjeblieft. 


zondag 23 maart 2014

Altijd een keuze

Ineens heb ik de behoefte om te schrijven. Als ik eenmaal zit en mijn vingers over het toetsenbord glijden, komt er een rustig gevoel over mij heen. Het is lang geleden dat ik iets zomaar op schreef voor mijzelf. Zonder reden. Te lang geleden merk ik nu.

‘Soms lijkt het alsof ik verder van mezelf kom te staan’ zei iemand tegen mij, ‘Sommige dingen vindt ik leuk en geven me juist een goed en rustig gevoel, maar andere dingen niet’. Herkenbaar. Ik doe de dingen anders dan een jaar geleden. En anders dan een twee jaar of vijf jaar geleden. Ik doe dingen nu wel of juist niet meer. De vraag is niet zo zeer door wie of door wat het komt, maar waarom ik het zo doe. Want de beslissing ligt altijd bij jezelf.

Waarom schrijf ik niet zoveel meer? Blijkbaar heb ik andere prioriteiten. Hetzelfde als waarom ik met sommige vriendinnen minder afspreek. In die relaties is er niets veranderd. Het zijn nog steeds mijn vriendinnen en ze zijn zeker niet minder belangrijk geworden. Waarom ik ze dan minder zie? Mijn agenda zit volgepland met zakelijke afspraken en als ik thuis ben, ben ik soms gewoon te moe. Was dat vorig jaar anders? Ja wel iets maar ook toen had ik drukke weken en toch had ik meer tijd voor afspraken en schreef ik bladzijden vol.
'als ik de zin getypt heb, moet ik er even van bijkomen'
Dus wat is er nog meer anders dan bijvoorbeeld een jaar of twee jaar geleden. Mijn relatie, en ja daardoor is mijn tijdsindeling anders geworden. Maar ligt het aan hem als ik bepaalde afspraken niet meer maak? Nee, ik heb nog altijd de keuze om het wel te doen. Alleen weeg ik nu de tijden af. Onbewust scan ik hoeveel tijd ik heb en wat ik moet opgeven bij de ene keuze en wat bij de andere. En dan maak ik een keuze. Een keuze tussen schrijven, lezen, bijkletsen met een vriendin of tijd met mijn gezin besteden. Ik maak een keuze. IK.

Als ik de zin getypt heb, moet ik er even van bijkomen. Ik staat naar het simpele kleine woordje wat eigenlijk zoveel bevat. In die twee letters zitten veel ervaringen, mooie herinneringen, patronen die er ingesleten zijn, hoop, liefde, verlangen, wensen, misstappen, kwesties van vallen en weer opstaan, gevoel, kracht, zwaktes, geluk, verdriet, verleden, heden en toekomst. Alles wat ik was, ben en ooit hoop te zijn. Ik met alles wat daarbij hoort.




Waarom zet degene die de woorden sprak zich zo ver van zichzelf vandaan? Ik weet het niet. Ik kan het ook niet weten en wat nog belangrijker is, ik kan het niet oplossen. De keuze die je maakt om te zijn wie je bent, waar je bent en bij wie je bent liggen in jezelf. En je kunt alleen jezelf maar vragen waarom je die keuze maakt. Wat brengt jou ergens naar toe? En waarom maak je bewust of onbewust de keuzes.


Als mijn vingers over het toetsenbord glijden, weet ik wanneer en waarom ik nu de keuze maak om schrijven. Om te zijn wie ik ben. Om het gesprek met mezelf aan te gaan. Om naar de antwoorden in mezelf te luisteren. Om te voelen waar ik voor sta, wat ik wil en waarom. Om te voelen waar ik denk dat mijn weg naar toe gaat en om de kracht te vinden om dat pad te blijven bewandelen en niet op te geven. Om bewust te worden van mijn onbewuste zijn.

zondag 16 maart 2014

Hiep hiep hoera voor jou!

Zij maakte krullen van de aardappelschillen. Ze kon een aardappel schillen zonder te stoppen. Met open mond keek ik dan naar de lange dunnen schil die in krullen naar beneden hing. Mijn oma was mijn held, mijn voorbeeld. Ze was altijd vrolijk. Tenminste in mijn herinneringen. En ze danste altijd door de kamer.

Vandaag is haar verjaardag. Of moet ik zeggen ‘was haar verjaardag’ want zij overleed toen ik 12 jaar oud was. Vandaag zou ze 113 jaar geworden zijn en zou ze genoten hebben van alle aandacht. Van mijn kinderen die ze nooit heeft kunnen vasthouden en knuffelen. Ze zou hebben gepraat over de anderen die zoveel ouder geworden waren en in gedachten nog steeds 18 zijn geweest. Ze zou natuurlijk nog fit geweest zijn want mijn oma en ziek zijn ging niet zo goed samen. Ze zou alle kaarsen hebben verzameld en aangestoken. En het liefst zou ze gekaart hebben met wat lekkers erbij. Mijn oma hield van gezelligheid, van lezen, spelletjes doen met thee en wat lekkers en kaarslicht. Ik was graag bij haar. Het leek alsof ze altijd de zonnige kant van het leven zag.

'Ze zou alle kaarsen hebben verzameld en aangestoken'

Nu brandt er een kaarsje bij haar foto en denk ik aan alle mooie herinneringen die ik aan haar heb. Samen naar de kermis. Wandelen met de looppop die ze voor mij gewonnen had en rolschaatsen van de boom naar haar en omgekeerd, net zo lang tot het lukte. Ze woonde bij ons in huis en hoewel mijn moeder daar echt hele andere herinneringen aan heeft, was het voor mij de eerste stopplaats als ik thuis kwam uit school. Soms verlangde ik er naar dat ze ergens anders woonde. Niet omdat het niet fijn was dat ze altijd bij mij was. Nee, gewoon omdat ik dan net als alle andere kinderen in de klas op zondag met de auto of de fiets naar mijn oma zou kunnen gaan.

Vandaag vier ik dat mijn oma mijn oma was. Dat ze nog elke dag bij mij is en ik haar altijd weer om raad vraag. Dan bedenk ik wat mijn oma gezegd zou hebben. Voel ik de troostende arm om mij heen of zie ik haar trotse lach. Ik hoor haar zingen en zie haar dansen.
Lieve oma, gefeliciteerd met je verjaardag en maak er daar boven maar een groot feest van.



donderdag 13 februari 2014

Altijd verliefd

‘Ze is zooo lief’ zegt hij en zijn ogen kijken zwijmelend in de verte. Zijn kin rust op zijn handen, zijn ellenbogen op de tafel. Zijn voeten bengelen zo’n 25 cm boven de grond. Op grote stoel aan de grote tafel lijkt hij nog kleiner dan hij is. Bijna 3 jaar oud en hevig verliefd op de dochter van mijn vriendin.

Vandaag kom ik thuis en zie ik een rode roos op het aanrecht staan. Keurig in folie verpakt in een smalle vaas gevuld met water. ‘Zo wie is de gelukkige?’ vraag ik. ‘Een meisje’ geeft hij karig antwoord. Zijn wangen kleuren licht en de blik in zijn ogen is herkenbaar. Behalve dat hij nu jaren ouder is en de openheid van ‘wie wat waar en waarom’ echt drastisch anders dan die eerste keer, is er verder niet zoveel veranderd. Met gesloten vragen kom ik toch nog tot het antwoord dat de roos morgen gegeven zal worden en dat de gelukkige bij hem op school rondloopt.

Meisjes met lang blond haar hebben zijn voorkeur. Zie ik een groepje meiden, kan ik ze er zo uithalen. Altijd lief, een beetje verlegen en altijd erg mooi. Het meisje waar hij als kleuter alsmaar aan moest denken, had prachtige blonde krullen en een lief verlegen lachje. Bij een dagje naar een pretpark liepen ze hand in hand en gaven elkaar kusjes. De foto’s zijn er als blijvend bewijs, met de hoop dat ze nog ooit bij een feest gepubliceerd mogen worden. 

Menig vrouwenhart zou er harder van gaan kloppen. Een man uit de sprookjes. Zomaar een rode roos krijgen of een met zorg echt zelf ontworpen kaart. Hij doet het niet half maar helemaal. Hij schaamt zich nooit. Loopt met gemak gewoon door een volle school om degene die zijn hart verovert te verrassen. Mister Valentine.

Benieuwd ben ik naar het meisje dat uiteindelijk voor altijd zijn hart zal veroveren en hij het hare. Als moeder ben ik natuurlijk behoorlijk bevooroordeeld en denk ik dat het meisje dat zijn hart verovert natuurlijk voor altijd erg gelukkig zal zijn. Maar tot die tijd lijkt het hem niet altijd mee te zitten. Na de jeugdliefdes kwamen er een aantal onbeantwoorde liefdes. Even is hij dan ‘verslagen’ maar al snel is hij er bovenop. En altijd kijkt hij verder, vooruit, en blijkbaar ook om zich heen. Al snel is hij dan weer blij. Dan ineens zie ik de blik en weet ik dat hij er nog altijd in gelooft. Valentijn, is toch wel zijn dag. Maar dan 365 dagen per jaar. Eigenlijk is hij altijd verliefd.   


zaterdag 1 februari 2014

De smaak van het verleden

‘Papa mag ik er al eentje?’ ‘Nee’, zegt hij maar zijn ogen staan lachend. Ik kijk naar de schaal. Hij zegt dat ze niet lekker zijn, maar ze hebben zo’n ongelofelijke aantrekkingskracht op mij. Stil blijf ik naast hem staan en kijk hoe hij de volgende lading voorgebakken frietjes in de schaal doet.

Het is vrijdagavond zeven uur. Ik sta in de keuken en til het deksel van de pan op. Naast mij staat een schaal met vers gesneden patat. Als ik de eerste lading uit de pan haal en in de schaal doe, denk ik aan hem. Mijn vader kookte nooit behalve als we patat aten. En dan stond ik dicht in de buurt om te kijken. De voorgebakken patat in de schaal riepen me toe. Nu begrijp ik waarom ik ze niet mocht eten. En toch…

Stiekem pak ik een voorgebakken patatje uit de schaal en steek het in mijn mond. De smaak van vet verspreid zich over mijn tong en tegen mijn gehemelte. Het frietje is slap en de eerste keer in de pan heeft het zich alleen maar helemaal volgezogen met de olie. Hij heeft gelijk, eigenlijk zijn ze helemaal niet lekker, maar voor mij overheerst de smaak van het verleden. Als ik mijn ogen sluit, lijkt het alsof ik weer een jaar of 10 ben en naast mijn vader in de keuken sta.

 

vrijdag 31 januari 2014

Rijkdom

Zijn hand ligt losjes op mijn schouder. Mijn wang voelt de warmte van zijn huid door zijn shirt heen. De wijn heeft me rozig gemaakt en mijn gedachten zweven af en toe zomaar weg. De onzekerheid laat ik los en ik geniet van het moment. Een moment van pure rijkdom.

Het was een luie zondag. Zo’n dag dat je niets hoeft, moet en dus ook niets doet. Zo’n dag dat het buiten koud en guur lijkt en het al twee uur is voor je het beseft. Af en toe heb ik ze nodig zulke dagen. Nodig om bij te tanken, om de boel de boel te laten en niets te doen. Helemaal niets doen. En het liefst samen niets doen.
Een uur geleden kwamen de kinderen thuis. De oudste zit aan tafel, voorovergebogen op de computer te werken. Een echte opdracht voor een echt bedrijf. De middelste lacht om iets op zijn iPad en de jongste zit tussen ons in. Met zijn drieën proberen we in een spelletje  reclame logo’s compleet te maken. Ineens voel ik zijn hand door mijn haar. Als ik hem aankijk, lachen zijn ogen mij toe.
Even later als ze naar boven gaat roept ze een keer of tien dat ik haar echt een kus moet komen geven. Boven kijk ik toe hoe ze zich omkleed en verbaas me erover hoe groot ze al weer is. Mijn kleine meisje… Ik geef haar een complimentje over haar kamer en een stralende lach trekt over haar gezicht.
Eenmaal weer beneden kruip ik tegen hem aan terwijl hij een boek leest. Een sfeer van iets moet en alles mag hangt in de lucht. De radio vult de ruimte met muziek. De kaarsen geven de kamer een zacht licht en de haard geeft een aangename warmte. Maar het warme gevoel in mij, raakt mij nog het meest. Er is niets speciaals, niets spannends, niets bijzonders. Het is juist de eenvoud die het zo speciaal maakt en die mij treft.
Alle onzekerheid laat ik los en ik geniet. Ik geniet van het geluid van de stilte. Van zijn geur zo dicht bij mij. Van het weten dat de kinderen hier boven in bed liggen. Van zijn aandacht voor zijn boek waar hij helemaal in op lijkt te gaan. Van het niets hoeven zeggen. Van zijn armen warm en beschermend om mij heen. Ik geniet van het hier en het nu. Van het gelukkige gevoel dat mijn lijf vult met een speciale warmte. Van de liefde die ik voel. En ik voel me onbeschrijfelijk rijk.

zaterdag 28 december 2013

Als ik denk aan jou…

Bijna elke dag denk ik wel even aan hem. Herinneringen is wat er over is. Herinneringen aan de man waar ik zo tegen op keek. 8 jaar versus 31 jaar. Mijn kleine hand in zijn grote hand. Ik onzeker en op onbekend terrein. Opkijkend naar hem die het natuurlijk allemaal wist. In mijn ogen dan. Nu weet ik dat hij waarschijnlijk minstens zo onzeker was.

Ik zal hem nooit meer zien. Niet hem, dat is zeker. Hij leeft alleen nog voort in mijn herinnering waar ik ze koester en in doosjes gestopt heb. Af en toe maak ik een doosje open. Dan haal ik heel voorzichtig het lintje er af en daarna heel voorzichtig het dekseltje. Alleen met het doosje in mijn hand laat ik dan de herinneringen toe. De herinneringen aan mijn grote broer.
Foto’s van momenten dringen zich aan mij op. De film waar ik in een huis sta. Een huis dat alleen nog een paar muren is met ladders om op de bovenverdieping te komen. Trots kijk ik naar hem en noteer de nummers die hij zegt. Ik mag vandaag mee, mee naar het werk. En ik mag de cijfers opschrijven van de meters die hij tegen mij roept. Soms moet ik beneden blijven omdat het te gevaarlijk is. Dat geeft een dubbel gevoel. Ik ben toch groot! Maar tegelijk ben ik blij dat hij voor mij zorgt.
Samen in de winkel waar ik niet kon kiezen tussen twee jurkjes en ze beide kreeg. Zijn manier van ‘ik hou van jou’ zeggen. Niet vreemd weet ik nu. De manier waarop we opgevoed en opgegroeid zijn. Hardop zeggen dat je van iemand houdt, zat er niet in. Het zat in de boterham met boter en kaas die hij voor mij smeerde. Ik lustte geen boter maar de liefde waarmee het gesmeerd was, maakte alles goed.
De laatste dag dat ik hem zag, zaten we in het ziekenhuis. Op de plastic stoeltjes in de gang voor de klapdeuren van de intensive care afdeling. Nerveus de tijd te doden tot we bij mijn vader mochten. ‘Weet je wat ik gisteren gemaakt  heb?’ vroeg hij. Ik schudde stil mijn hoofd. ‘Een cake in een springvorm’ meldde hij droog ‘dan krijg je zulke plakken’ en zijn handen onderstreepte de grootte nog eens extra. Een dag later zat ik er weer, maar toen voor hem.
Bijna elke dag denk ik aan hem. 67 jaar zal hij nu zijn. Er is veel gebeurd en soms vraag ik me af of ik hem niet ondanks iedereen er om heen, op moet zoeken. Maar ik weet dat ik hem nooit meer zal vinden. Hij is niet meer hij. Ooit heb ik het geprobeerd. Niemand werd er gelukkiger van. Toch blijft het spoken door mijn hoofd. De vraag, de twijfel, weten, denken en weer los laten.
Stil sluit ik het doosje met herinneringen. De ballonnen die we stiekem aan de voordeur knoopte toen mijn ouders zoveel jaar getrouwd waren. De kaartavonden waar hij niet tegen zijn verlies kon. En zijn altijd van de ene naar de andere kant gekamde haren. Ik pak het lint en strik het voorzichtig vast rond het doosje. Opgeborgen zitten mijn herinneringen. Voor heel even opgeborgen tot ik zomaar weer aan hem moet denken.

Geld versus geluk

‘Wat zou jij doen? Geld of geluk?’ hoor ik op de radio de reclame over een nieuw programma. ‘Geld maakt niet gelukkig’, zei mijn vader vroeger, ‘maar het is wel makkelijk als je het hebt. ‘ Het eerste deel was ik het altijd al mee eens, maar steeds meer denk ik aan het laatste deel van de woorden. ‘Geld maakt niet gelukkig.’ ‘Geluk kun je niet kopen.’  Er zijn heel wat tegeltjes wijsheden over geluk en gelukkig zijn. En minstens even zo veel over geld.

‘Geluk (of gelukkig zijn) kan gedefinieerd worden als het tevreden zijn met de huidige levensomstandigheden. Hierbij kunnen er diverse positieve emoties aanwezig zijn, zoals vreugde, vredigheid, ontspannenheid en vrolijkheid. ‘ zegt Wikipedia. Even stop ik als ik lees dat onderzoek heeft aangetoond dat geluk voor ongeveer de helft  erfelijk bepaald is. De rest van de verschillen wordt veroorzaakt door invloeden uit de omgeving. Hoe bijzonder is dat.
 
Heel anders is het met geld. ‘Geld is enig object dat in een bepaald land of binnen een gegeven sociaal-economische context algemeen wordt aanvaard als betaling voor goederen en diensten terugbetaling van schulden. Als belangrijkste functies van geld onderscheidt men: ruilmiddel, rekeneenheid, oppotmiddel en incidenteel ook als eenheid voor uitgestelde betalingen’ vermeldt wederom Wikipedia. Maar is geld ook niet erfelijk bepaald. Denk aan ‘oudgeld’ en hebben kinderen met ouders zonder geldzorgen niet meer kansen? En  wat maakt nou dat wij mensen het aan elkaar verbonden hebben?

‘Alles kan een mens gelukkig maken’ de hit die iedereen meezong. ‘Een zingende merel, de geur van de zee. De zon die doorbreekt, een vers kopje thee!’ Maar hoe zit het nu? Zijn mensen die zorgen hebben over geld eerder tevreden? Of voelen ze zich juist ongelukkig, moe van alle zorgen? Benieuwd ben ik naar de leeftijd van mensen. Hoe oud worden mensen die hun leven als gelukkig hebben bestempeld en hoe staat dat in verhouding met het wel of niet hebben van genoeg geld. En wanneer heb je dan genoeg om gelukkig te zijn
Heel wat keren telde ik in de winkel de kosten van de boodschappen op om zeker te weten dat ik bij de kassa genoeg geld in mijn portemonnee had. En altijd probeerde ik ervoor te zorgen dat er wat over bleef om bloemen te kunnen komen. Bloemen in huis, daar werd ik gelukkig van en daar liet ik graag wat anders voor staan. Zolang als het kon. Nu staan er geen bloemen meer. Want van iets aan de kinderen geven, wordt ik nog gelukkiger. En beide zit er meestal niet in. De keuzes van het leven.
 
Waar word ik gelukkig van? Van veel. Van een berichtje zomaar, als ik iemand hoor lachen, van de zee, van een zonsondergang. Inmiddels weet ik dat het hebben van geld je niet per definitie gelukkig maakt. Geluk zit in jezelf. Maar het ontbreken van geld kost je wel veel energie. Energie die ik zoveel liever in andere dingen zou steken die me gelukkig maken. Tijd samen met mijn kinderen, iets knutselen, iets lekkers koken voor manlief of zomaar samen op de bank zitten. 

Nog een paar dagen en dan begint er een nieuw jaar en maakt iedereen weer goede voornemens. ‘Vandaag begint de dag van de rest van je leven is mijn motto.’ Dus begin ik vandaag. Ik begin vandaag met het lijstje wat mij gelukkig maakt. Niet in per definitie in een volgorde, maar wel met alleen de dingen die niets kosten. Want geld maakt niet gelukkig maar het ontbreken ervan maakt je wel moe.

 

zondag 22 december 2013

Ideale man in de morgen

Mijn bed is warm en mijn kussen voelt heerlijk aan onder mijn hoofd. Half slapend merk ik dat mijn matras beweegt terwijl ik stil lig. Ik hoor een zachte tikkend geluid naast mijn hoofd. Dan voel ik een hand door mijn haar. Een zoen op mijn wang en een ‘goeiemorgen schatje’. Langzaam open ik mijn ogen.
Het is zes uur in de ochtend en nog donker buiten. Op de dijk verlichten de koplampen van de auto de weg . Het water rechts van mij, de nieuwe wildernis links. Ik weet hoe het uit ziet maar nu zie ik niets. Alleen het donker en in de verte de oranje gloed van de kassen die de lucht kleuren. Een prachtig bijna magisch uitzicht.
De stem van Sander de Heer vult de kleine ruimte van de auto. De heer ontwaakt en met hem de rest van Nederland. Sander, de ideale man in de morgen. Een auto voor mij houdt zich keurig aan de snelheid. Iets te keurig naar mijn mening en dus vind mijn hand als vanzelf de hendel van het linker knipperlicht. De tegenovergestelde rijbaan is heerlijk leeg. Met gepaste snelheid haal ik de man voor mij in.  Een oog op de kilometer teller want er staat hier iets te vaak controle. Mijn rechterhand vind automatisch de knop van de radio om die net wat harder te zetten en ik luister naar man die tegen Sander vertelt waar hij heen gaat vandaag en dat hij toe is aan een bakje koffie.
Nog 20 minuten ben ik verwijderd van mijn koffie. Op weg naar mijn wekelijkse bijeenkomst snak ik naar koffie. Nog meer nu Sander hoor bellen naar het tankstation waar ‘de naar koffie snakkende man’ zo direct naar binnen zal lopen. En zoals elke week bedenk ik dat ik niet kan bellen. Simpel omdat ik geen tankstation tegen kom onderweg. Ik kijk op de klok en op mijn vergeetachtige Tom Tom die 06.55 uur aankomsttijd meldt. Ik weet dat ik dus rond 06.40 uur arriveer, want Tom weet niet dat er inmiddels snellere wegen zijn die naar de koffie leiden.
 
De bellende koffiesnakkende man is ondertussen voorzien van zwart met één klontje suiker. Carmen, die een nieuw kapsel heeft en dus vandaag stoeit met de koptelefoon, vertelt het laatste nieuws en ik tel hoeveel minuten het nog is tot 06.45 uur, het tijdstip dat mijn ‘charmante assistente’ mij zal vragen: ‘Koffie?’ en ik iets te enthousiast zal knikken.
Terwijl Sander mij even later bij praat over wat ik gisteren ‘gemist’ heb op tv, denk ik aan de andere ideale man in de morgen. De man die mij altijd wekt met koffie.  Soms hoor ik half slapend ik het tikkende geluid van het kopje op het nachtkastje en vult de heerlijke koffiegeur langzaam mijn neus. Maar soms word ik pas wakker na een tweede zoen en het ‘goedemorgen schatje’. Mijn lieve ideale man, in de ochtend, middag, avond en in de nacht. Op maandag, dinsdag, donderdag, vrijdag, zaterdag en zondag. Maar niet op de woensdagochtend. Dan slaapt hij nog als ik het bed uit sluip. Op woensdag word ik pas echt wakker gemaakt als de Heer ontwaakt, mijn ideale man op de woensdagmorgen.
 

donderdag 5 december 2013

Warme handen

Vanaf een afstandje kijkt ze toe. Ze houdt de man nauwlettend in de gaten. Niets ontgaat haar. De man staat voor haar vader en zijn handen liggen op haar vaders borst. Stil staat ze daar te kijken tot hij zijn handen terugtrekt, schud alsof er iets vanaf moet vallen en dan glimlachend zegt dat hij klaar is.

Als de man weg is, zegt ze ‘dat kan ik ook’. Haar vader lacht.  Haar grote ogen kijken hem aan, gelooft hij haar niet? Maar ze weet het zeker, zij kan het ook. Net als de man die er net was. Waarom lacht haar vader nu? Dan loopt ze naar hem toe en legt haar handen op zijn borst. ‘Niet doen’ roept haar vader verschrikt terwijl hij haar handen wegduwt’ het wordt net zo warm als bij hem.
Hij had al heel lang pijn, haar vader. Soms zo erg dat hij helemaal wit in elkaar gedoken zat. Het was iets met zijn maag, helemaal begreep ze het niet. In het ziekenhuis konden ze er niets aan doen. En toen hoorde ze via iemand van de man met de genezende handen. Hij zou pijn weg kunnen halen. Haar vader vond het maar onzin maar haar moeder bleef aandringen. Ze konden het toch proberen. ‘Baat het niet dan schaadt het niet’ was de insteek.
En het werkte. Al vanaf de eerste keer had haar vader veel minder pijn. De man kwam terug en elke keer werd de pijn minder. Zij stond elke keer te kijken. Ze wist heel zeker dat ze het ook kon. Pijn weghalen met je handen. Maar van haar vader mocht ze het niet proberen. ‘Zo meteen krijg jij het nog’ was zijn commentaar. Ze had er zich maar bij neergelegd. Tegen de grote mensen kon ze toch niet op.
Vandaag zit ze bij wat ze thuis gekscherend ‘de heksenkring’ noemen. Ondertussen weet ze dat zij het ook kan. Net als de man van toen. Ook haar handen kunnen pijn weghalen. En voorzichtig probeert ze te kijken wat ze nog meer kan. Haar handen glijden over de envelop met de foto. Beelden en gedachten komen binnen. Ze schrijft alles op wat ze ‘doorkrijgt’. Even later verteld de vrouw tegenover haar over de foto van haar dochter die zij had meegenomen. ‘Lief met een scherp randje.' Ze lacht en herkent haar dochter. De vrouw verteld meer en alles klopt. Dan zegt ze half vragend: 'Genezende handen?’
De andere dag zegt haar dochter: ‘dat wat jij kunt, wil ik ook kunnen’. Ze lacht haar dochter liefdevol toe en denkt terug aan de tijd dat zij zo jong was en niemand haar geloofde.  ‘Geduld schat’ zegt ze dan, ‘ooit kan jij dit ook’. 


Dag lieve Noddy

Ik zit naast haar op de grond en streel zachtjes haar kop. Eigenlijk wil ik het niet maar ik weet dat het beter is. Beter voor haar, hoe gek dat ook mag klinken.
Het is nog maar twee maanden geleden dat ik een bult in haar bek ontdekte. Een ontsteking dacht ik nog even. Maar bij de dierenarts was die hoop al snel vervlogen. Toch startte we met een antibioticakuur en hoopte het beste. De zwelling werd amper minder en een week later werd dan ook vastgesteld dat het een tumor was. Een erg snel groeiende ook nog. Heel even nog bespraken we de opties van onderzoek, bestraling etc. Wilde ik dat? De vraag was maar: ‘Wilde zij dat?’ Maar ja, ik kon het wel vragen maar de kans dat ik een antwoord zou krijgen was nihil. Grote ogen keken mij alleen maar aan en terwijl mijn hoofd vol vragen zat, kwispelde ze vrolijk achter mij aan naar de auto.
Een paar maanden hooguit. Meer zouden we er niet mee winnen. Maar eerst onderzoek, de vraag of het überhaupt wel zou kunnen. Meerder keren vroeg ik me af wat ik zou willen als ik het zou zijn. Ik zou rust willen. Geen polonaise aan mijn lijf voor een paar weken misschien maanden meer. En dus besloten we om niets te doen. Nou ja, niets behalve dan extra extra lief voor haar zijn. Een extra koekje, extra boterham. Een klein rondje meer. Vlees in plaats van brokken en een extra aai.
De weken gingen voorbij. Mondspoeling kochten we en een spray omdat de lucht af en toe niet te harden was en we haar toch graag bij ons in de buurt wilden hebben. Nauwlettend hield ik haar in het oog. Kwispelde ze wel? Had ze pijn? De rondjes werden korter. Het spontaan naar je toe komen, werd minder.
Tot de dag kwam dat ze niet meer wilde eten en nog amper op wilde staan. Het gerammel van brokken maakte niets uit. Droevige ogen keken mij aan. Wilde ik nog langer wachten? De laatste dagen leek ze steeds moeilijker adem te kunnen halen. En dus belde ik de dierenarts. Die middag namen we afscheid en liepen samen een laatste rondje buiten. Toen we terug liepen, wilde ze niet naar binnen en dus liepen we nog een stukje verder. Zachtjes begon het te regenen en ze besloot dat het goed was zo en liep terug naar huis.
Ik zat naast haar op de grond en streelde zachtjes haar kop. Eigenlijk wilde ik het niet maar ik wist dat het beter was. Beter voor haar, hoe gek dat ook mag klinken. In haar ene poot zit de drain waarin de dierenarts de vloeistof spuit waardoor ze gaat slapen, de andere poot hou ik vast. Dan valt ze in slaap en zachtjes hoor ik haar snurken. Tot de volgende spuit. Ik hoor dat ze dood is maar zien en weten wil nog niet samen. Het lijkt alsof langzaam mijn hond van vroeger weer terugkomt. In snel tempo schieten alle beelden hoor mijn hoofd. De verkleedpartijen met de kinderen en zij met een hoedje op haar hoofd mij aankijkend van ‘ach laat ze maar’. Rennend in het bos. Lopend door de drek, een van haar lievelingsactiviteiten. En de wachtende blik als ik pannenkoeken bakte want de eerste was altijd voor haar. De momenten dat ze vergat hoe groot ze was en als schoothondje op de bank klom.
Als ik vandaag de post open, zit er een kaartje bij.
‘Woorden van troost zijn snel gegeven,
over de tijd die alle wonden heelt.
Maar weten zij wat wij hebben gedeeld?
Echte vriendschap, zo zeldzaam in het leven.
‘De crematie van Noddy heeft plaatsgevonden op 3 december 2013 om 15.00 uur’ lees ik. Langzaam voel ik mijn keel dichtknijpen en tranen opwellen. Dag lieve Noddy. Ik zal je nooit vergeten.
 


donderdag 10 oktober 2013

Haast

Terwijl ik nog aan de telefoon ben en keurig antwoord op de vragen die mij gesteld worden, pak ik mijn laptop in en gris ik nog snel mijn agenda van mijn bureau en werp een laatste blik in de spiegel waarbij ik een lok keurig achter mijn oor stop. Met mijn laptop tas over mijn schouder en mijn ‘werktas’ in mijn rechter hand, loop ik al bellend de kamer en het huis uit op weg naar mijn afspraak waar ik als haast moet zijn en waar ik als alles mee zit nog net op tijd binnen kan rollen.

De dag leek zonder te veel haast te beginnen. Maar terwijl ik mij nog half slapend omdraaide en tegen mijn lief aan kroop, kwam de plannen van de dag al gauw bovendrijven. Nadat kind 1 zich gemeld had voor een kus en een ‘dag ik ben na school direct naar mijn werk’ begon de molen met wie wat waar en hoe laat al weer te draaien. Bij kind 2 kon ik, nog steeds met mijn hoofd op het kussen erbij mompelen dat ik hem niet kon ophalen vanavond en bij kind 3 kwam het besef dat ik om 17.00 uur nog een bespreking had en om 19.30 uur al weer bij een cursus moet zijn, hard binnen denderen.

Eenmaal beneden (gedoucht, aangekleed, de ingekomen e-mails al bekeken  en de was al weer draaiend) waste ik af en haalde vlees uit de vriezer voor vanavond. Iets met kip gestoofd met ui en paprika zou het worden. Maar voor we vijf minuten verder waren, waren de plannen al gewijzigd in een snelle makkelijke variant waarbij ieder apart zou kunnen eten. Na de afwas en nog snel met de stofzuiger door de kamer te zijn geracet, haast ik me weer naar mijn werkkamer om een aantal klusjes af te ronden voor ik naar mijn eerste afspraak zou vertrekken.
Onderweg van de ene naar de andere afspraak geniet ik van de radio en een soort van stiltemoment. Even niets dan autorijden en mijn gedachten laten gaan. Ik hoor over een schrijfster en haar boek en besluit dat ik toch echt vanavond eens door mijn verhalen moet lopen die ik nog steeds moet opsturen voor de correcties. Vanavond? Uh maar dan moet ik naar cursus. Morgen dan? Misschien voor of na het wegbrengen van zoonlief. Of zaterdag, oh nee die zit ook al vol.
Hoe ik het doe, weet ik niet maar op de een of andere manier is er altijd haast. Altijd tijd te kort of plannen te veel. Er is altijd zoveel dat mijn interesse wekt. Mijn werk, nieuwe initiatieven maar ook het vrijwilligerswerk en alles wat daar bij komt. Dan is er nog het vriendennetwerk die ik zo graag vaker zou willen zien, de familie en mijn gezin waar ik zo graag meer tijd voor zou hebben. En alle bijna vergeten hobby’s. Hoe lang is het geleden dat ik geschilderd of getekend heb. Armbanden maken, de laatste is half klaar en ligt op tafel te wachten op een ‘vrije’ avond. Foto’s van jaren die nog ingeplakt moeten worden. Boeken die gelezen willen worden en letters die op papier willen komen. Films die nog niet uit de folie zijn, onkruid dat tussen tegels en planten gehaald moet worden en een huis dat sneller vies dan schoon lijkt te worden. Was die zich vermenigvuldigd waar je bij staat.
Ik geloof in een volgend leven. Ik moet wel want ik heb te veel idealen voor in één leven, zelfs als ik 100 zou worden. Want naast dat alles wil ik ook nog graag af en toe op de bank zitten en niks doen. Gewoon even niks terwijl er ook niks op wacht. Gewoon even gewoon zonder haast.  

zondag 6 oktober 2013

En dat geldt ook voor jongetjes

Zijn ogen kijken verbaasd en zijn wenkbrauwen onderstrepen dat nog eens. Zij lacht haar gulle lach en haar ogen doen vrolijk mee. ‘Tja,’ zegt ze, ‘je kunt het meisje wel uit Brabant halen, maar Brabant niet uit het meisje!’

De aanleiding is een opmerking die in onvervalst dialect uit mijn mond rolt. Zij is mijn vriendin. En niet zomaar een vriendin. Nee een vriendin door dik en dun, al 25 jaar lang. Zij verhuisde, niet een paar straten verder, niet naar de andere kant van het land maar naar de andere kant van de wereld. Ik verhuisde een aantal jaren later, maar ik bleef in ons kikkerland. Wij hielden contact. Soms intensief en dagelijks, soms maanden niet. Maar dat maakt niet uit. Onze basis is er, die zakt niet zomaar weg. Een Brabantse basis met twee benen op de grond. Echte grond onder je voeten die niet zomaar wegdrijft.
En toen was ze ‘zomaar’ weer even in Nederland. In Zeeland nota bene waar ik ‘toevallig’ op vakantie was. Dus staat ze daar aan het einde van het grasveldje met de fiets aan de hand en haar zoontje naast haar. Binnen een paar minuten is het als vanouds, alsof we elkaar gisteren spraken in plaats van meer dan een half jaar geleden. Alles om ons heen vergeten. De campingburen, de kinderen en ook de man die ons gesprek lachend aanhoort en niet wist dat er nog zoveel Brabantse termen in mij huizen.  We praten, lachen, wandelen en even is het 25 jaar geleden.
Een paar dagen geleden zat ik in de prachtige schouwburg van onze stad met als doel een mooi project in de strijd tegen kanker uit te dragen. Stil luister ik naar de presentaties. Straks gaat mijn collega een presentatie geven en ik weet nu al dat ik het niet droog ga houden. Maar nu is eerst onze wethouder aan het woord. Trots op onze stad vertelt hij stralend over de nieuwe initiatieven. Over de film de nieuwe wildernis en hoe deze in meer bioscopen in première ging dan de laatste James Bond film. Dan hoor ik hem tussendoor zeggen ‘da ken nie’. Mijn buurman geeft me een por en schud meewarig zijn hoofd. Ik glimlach. Die drie kleine woordjes geven me een heerlijk ‘thuis gevoel’. Hier in ‘mijn’ stad staat een man vol enthousiasme te vertellen met ‘mijn’ accent.

Dan leun ik naar mijn buurman en zeg: ‘mijn vriendin zegt altijd; je kunt het meisje uit Brabant halen, maar Brabant niet uit het meisje’. Hij lacht. Ik hoor nog een paar woorden van de wethouden en vervolg dan: ‘en dat geldt ook voor jongetjes’.


 

woensdag 7 augustus 2013

Vakantieplaatje

‘Volgend jaar blijven we thuis’ zegt ze. Ze zeult op haar rechter arm een kind mee en twee andere iets oudere koters lopen voor haar. Ze lopen richting strand en zee en zijn ongeveer halverwege.  Ze kijkt niet echt blij en de man naast haar al net zo min. 

Ik glimlach terwijl ik de andere kant oploop, vanaf zee terug naar de camping. Ineens denk ik aan alle tijdschriften waarin mooie plaatjes je doen geloven dat dit DE tijd van het jaar is. Knappe slanke moeders gekleed in een zwierig zomers jurkje, met aan de hand lief kijkende kinderen, lachen je vanaf de foto toe. Vader tilt de goed gevulde picknickmand met uiteraard allemaal zelfgemaakte sandwiches en salades. De fles met bubbels die ondanks de brandende zon altijd koel lijkt te zijn, steekt net boven de mand uit. Net zoals de plastic, maar niet van glas te onderscheiden, champagne glazen.
Straks aan zee gaat vader met zijn zoon vliegeren terwijl dochterlief in haar snoezig roze stippeltjes bikini zandkoekjes bakt en moeder in de schaduw van een bijpassende parasol een verantwoord boek leest. Als de kids uitgehongerd van de zeelucht weer richting moeder lopen, heeft ze precies op tijd de picknick op het geruite kleed met bijpassend servies klaar staan.
Al snel schrik ik op uit mijn gedachte. Een stukje verder op probeert een moeder namelijk met het dreigement dat de ‘zandpolitie’ eraan komt, haar zoon te bewegen om terug te komen. Zoonlief echter is Oost-Indisch doof door zon, zee en het vakantiegevoel en loopt compleet met emmertje stug door. Vader snelt er al roepend achteraan en zegt, als hij binnen gehoorafstand is, luid en duidelijk dat de krabt echt beslist terug in het water moet. Het jochie van amper twee turven hoog denkt daar echt heel anders over en probeert de brute kracht van vaders armen die hem inmiddels te pakken hebben te weerstaan. Als dat niet lukt, zet hij het effectief op een brullen.
Het doet me denken aan Brigitte Kaandorp die de kerstdagen beschrijft zoals die er in het echte leven ook net anders uitzien dan de Libelle en Margriet doen vermoeden. Met moeders die door zieke kinderen nachten lang niet geslapen hebben. Hun kleding vooral makkelijk en  met chocolademelk vlekken in plaats van de stralende vrouw met opgestoken haar in een glimmende jurk die de prachtig gevulde kalkoen opdient en haar man stralend toe lacht.
Ik ben de kleutertijd met de kinderen al weer lang voorbij en zo ook de illusie dat het leven er uit moet zien zoals de glamour tijdschriften je voorschrijven. Ik geniet van het dagelijkse leven en als het tafelkleedje dan ietwat lijkt op snoezige de plaatjes die ik ooit voorbij zag komen, dan is dat mooi meegenomen.
De volgende ochtend ben ik redelijk vroeg wakker. Ik pak mijn praktische roze toilettas en ‘design’ zwarte handdoek die door de kleur extra geschikt is voor het campingleven. Na een verfrissende douche trek ik een van mijn gezelligste zomerjurkjes aan. Mijn nog natte krullen hou ik in bedwang met een clip en ik smeer zelfs wat mascara op mijn wimpers. Mijn voeten vinden blindelings de goudkleurige slippers die zowel praktisch als van het juiste merk zijn. Als ik bij de retro Eriba caravan kom, zie ik manlief net de zilverkleurige bodum koffiekan op de tafel met het rood met wit genopte kleedje zetten. De kids steken net hun hoofd buiten het tentje en kijken mij lief maar nog slaperig aan.. Laat de fotograaf maar komen, denk ik tevreden, met een beetje geluk doen we het zo slecht nog niet in de Libelle. Het leven is zo gek nog niet en het campingleven al helemaal niet.


dinsdag 6 augustus 2013

Topfunctie

Net als veel van mijn vriendinnen heb ik een top baan. Een leuke en verantwoordelijke baan die helaas wel veel vrije tijd opslokt. Daarnaast heb ik nog wat parttime nevenfuncties, maar die mogen geen naam hebben. Zwaar, ja dat wel. Maar ja, als vrouw moet je tegenwoordig er wat voor over hebben om de top te bereiken.

Ik weet niet eens meer precies hoe ik er ingerold ben. Gesolliciteerd heb ik, zover ik mij kan herinneren, eigenlijk niet. In eerste instantie had ik een leuke duobaan met gedeelde verantwoordelijkheid die eigenlijk nog niet zo heel veel voorstelde. Na een fusie en een verhuizing naar een nieuwe locatie kreeg ik de portefeuillehuisvesting erbij. In de loop van de jaren daarna groeide onze afdeling en met 3 ‘man’.
Ik bleek nogal goed in taken als planning en organisatie en was meer dan eens bereid om overuren te maken en extra taken op te pakken. Lange dagen volgden en meer dan eens rolde ik ’s avonds moe mijn bed in om midden in de nacht weer op te staan om toch nog iets ‘even’ af te handelen.
Na de eerste reorganisatie kreeg ik de volledige verantwoordelijkheid voor ‘mijn team’. Dat was vooral in het begin zwaar maar wende al snel. Binnen een paar jaar werden ik en mijn team overgeplaatst naar het noorden en werden twee afdelingen samengevoegd tot één waardoor ik ineens de dagelijkse leiding over zes personen had. De afdeling was wederom een soort van duobaan maar de samenwerking met het andere MT-lid verliep niet geheel vlekkeloos en bij de volgende reorganisatie viel het team uiteen en volgde al snel weer een overplaatsing.

Weer terug met mijn oorspronkelijke team, bleken wij bestand tegen de stress en de reorganisaties en werd de samenwerking er alleen maar hechter door. Mijn takenpakket is breed en in de loop van de jaren vaak veranderd en/of uitgebreid. Daarentegen kan ik wel redelijk mijn eigen tijd indelen. Sinds kort hebben we er op mijn verzoek weer een MT-lid bijgekregen en kan ik langzaam weer wat taken verdelen. Het is soms nog wennen na zoveel tijd alleen de afdeling gedraaid te hebben maar het is wel erg prettig. Voor hem is juist de verantwoordelijkheid voor een team weer helemaal nieuw. Toch werkt het wonderwel erg goed.
Hoor ik mensen in deze tijd klagen over het vinden van een baan, besef ik des te meer dat ik het goed getroffen heb. Oké in deze tijd van crisis is de druk van zowel financiën, huisvesting, ontwikkeling, scholing en inkoop soms erg zwaar. Als algemeen directeur van ons bedrijf zijn de dagen lang, overschrijden de weken meer dan eens de 40 uur en haal ik de 23 vakantiedagen eigenlijk nooit. Maar toch … ik zou deze top baan voor geen goud willen ruilen.
Oh ja … mocht je inmiddels nieuwsgierig zijn naar mijn functie … ik ben moeder.

zaterdag 20 juli 2013

Beelddenker

‘Toch mis ik het wel’ zegt hij, ‘mijn Bob de Bouwer dekbed.’ Ik doe echt mijn best om mijn lach in te houden maar het lukt niet. ‘Vooral mijn kussensloop met de Bob de Bouwer helm,’ vervolgt hij. ‘En dan zo gaan liggen dat de helm om je hoofd zit. En dan het dekbed met de overal tot net onder je kin.’ Ik proest het uit. Ik ben een beelddenker. Enne als ik zeg dat de man in kwestie de 40 gepasseerd is, hoef ik denk ik niets meer uit te leggen.

We zitten op een terrasje loom te genieten van de zon. Maar blijkbaar verveelt hij zich. Aan zijn ogen zie ik dat er nog meer gaat komen en stiekem verheug ik me er al op. ‘Oh ja en dan mijn Baantjer dekbed,’ vervolgt hij. Ik trek mijn wenkbrauwen op. Baantjer dekbed? Bestaan die dan, denk ik nog even heel naïef. Hij knikt vol overtuiging. ‘Dan lig je zo op je rug en dan het dekbed zo tot hier’ zegt hij en wijst net onder  zijn hals. ‘En dan hier’ hij wijst van zijn buik richting zijn hoofd, ‘ligt het lijk. Uiteraard met heel veel bloed en zo.’ Ik gniffel ‘Oh dat slaapt zo lekker he.’ Stiekem denk ik dat het nog zou verkopen ook.
Uh ik dacht even wat anders’ beken ik voorzichtig en voel mijn wangen licht rood worden.
Voor mij zit het verschil in dekbedden vooral in de stof. Katoen of zijde bijvoorbeeld. En in het design natuurlijk. Alleen dan design in bloemetjes, streepjes of varianten daarop. Ik ben niet van de stripfiguren. Ook niet toen de kinderen nog maar vier of vijf waren. De slaapkamer voor de kinderen moet een slaapkamer zijn en geen speelparadijs zodat ze helemaal niet meer kunnen slapen. Rust en reinheid staan ouderwets in het vaandel. Helaas is het door ruimtegebrek soms wel eens wat veranderd, maar stripfiguren op de dekbedden heb ik altijd kunnen weren. Subtiel meld ik dus dat Bob er bij mij niet in zou komen. Tenminste niet als hij bouwer is met een gele helm en op een dekbed prijkt.
 

Playboy dekbed

Na nog twee slokken bier gaat hij echt los en komt de variant ‘het playboy dekbed’ aan bod. Ik zeg even niks en vraag me af hoe lang ik zo wijselijk mijn mond kan houden. Maar mijn vragende ogen dagen hem blijkbaar genoeg uit om verder te gaan. ‘Kijk’ zegt hij, ‘dan lig ik zo’ en hij demonstreert theatraal hoe het dekbed over hem heen zou moeten liggen.  Ik denk dat ik weet wat er gaat komen maar dan legt hij keurig uit hoe zijn hoofd dan precies op het gebruinde en gespierde lichaam past dat uiteraard aan alle zowel mannelijke als vrouwelijke verwachtingen voldoet. De verbazing is blijkbaar van mijn gezicht af te lezen en zijn ogen lachen. ‘Uh ik dacht even wat anders’ beken ik voorzichtig en voel mijn wangen licht rood worden. ‘Ik dacht even dat je je voorstelde hoe je onder perfecte dames zou liggen,’ stamel ik. Dan lacht hij voluit. ‘Ik was ook nog niet klaar met vertellen wat of wie er allemaal nog meer bij ligt’ zegt hij ‘Zo hier ergens ...’ en hij wijst naar een plek zodat het schaamrood nu echt mijn kaken kleurt. Want tja, ik ben een beelddenker. Daarna vraag ik me af of hij ook weet hoe je een vrouw blij maakt in bed ...

  

woensdag 17 juli 2013

Op de vlucht het weiland in of …

‘Die is al ervaren’ zegt hij en wijst naar een voorbij lopende vrouw in een witte badjas met oranje ceintuur. Ik trek mijn wenkbrauwen omhoog en kijk hem vragend aan. ‘Oranje band!’ verduidelijkt hij. ‘Duidelijk een beginner’ volgt er dan en hij knikt met zijn hoofd naar een rondkijkend en duidelijk zoekend meisje in een blauwe badjas met ‘witte band’. ‘Ach daar is de sensei al’ grapt hij verder als er een man richting het meisje loopt. Ik gniffel. Mijn zoon heeft hem vast en zeker de beginselen van de judotermen bijgebracht en even weet ik niet of ik daar nu wel of niet blij mee ben.

We zitten aan een tafel en wachten geduldig op ons gerecht terwijl om ons heen aan elke tafel van alles fout lijkt te gaan. De stevige serveerster met luide stem, die voor minimaal 20 personen bestek met servet aan haar riem heeft hangen, heeft duidelijk haar dag niet. Wij weren haar vooral en dat schijnt wonderwel te helpen. Ondertussen doen we dat 90% van de bevolking op een terrasje doet; mensen kijken! Want ook in een sauna ontkom je daar dus niet aan. Het gaat als vanzelf en dus zie ik heel wat verschillende maten en vormen borsten, billen, buiken en piemels voorbij komen. Het enige verschil is dat het er hier niet toe doet.

Maar niet alleen de ceinturen ook de badjassen zelf, verrijken mijn fantasie. Zie ik het ene moment een dame op leeftijd voorbij scharrelen in een te korte witte badjas met rode hartjes, valt mijn oog even later op de zwarte ‘Batman’ badjas van een ongeveer 30-jarige jongeman. Dan zijn er natuurlijk ook nog de huurbadjassen van een vage kleur beige met daarin mannen met donkere zonnebrillen en steeds heen en weer lopen. En de mannen en vrouwen met onder de badjas een handdoek tot bijna op hun enkels. Een breedgeschouderde, erg gebruinde man in zijn duidelijk te kleine handdoek die zijn billen net niet haalt, komt naast ons zitten. Maar het absolute toppunt van de dag is de man op leeftijd met badjas en handdoek. De handdoek heeft hij alleen zo omgewikkeld dat die precies waarvan je denkt dat de handdoek het zou moeten bedekken, niet bedekt. En waardoor het een toch wel heel ‘lullig’ gezicht wordt.
De sauna zelf is duidelijk een stuk minder in kwaliteit dan een jaar of vijf geleden toen ik er voor ’t eerst heen ging met een vriendin. Het kruiden bad dat toen nog naar kruiden rook, ruikt vandaag meer naar chloor. De groene lamp in de hoek kan zelfs niet eens de indruk wekken dat er echt iets van kruiden in het water zit. Nee dat doet ons plaatselijke zwembad dan toch echt een stuk beter. Daar ruikt het naar lavendel terwijl je juist daar er niet aan denkt. De tuin echter maakt het goed en vooral het vooruitzicht dat we vanavond loom van het niets doen niet zo ver hoeven rijden, was doorslaggevend in de keuze.

Na nog een ontspannen rondje zoutsteensauna en ijs grot, belanden we in het achterste deel van de tuin. Uit de wind, lui in een ligstoel en met uitzicht op weilanden, geniet ik van de ondergaande zon en van de stilte afgewisseld met vogelgeluiden. Heel af en toe hoor ik in de verte nog een koe loeien. Het is alsof we hier helemaal alleen zijn. Niets te merken van de mensen massa die hier toch ronddoolt. Mijn ogen staren in de verte en vallen af en toe dicht. Was ik nog niet ontspannen van de heerlijke massage, dan vloeit nu toch wel het laatste restje stress zo uit mij het weiland in.
Dan valt mijn oog ineens op een man die aan de rand van het weiland staat. Hij staat in zijn blootje met zijn rug naar mij toe. Het is een maf gezicht en ik heb er geen idee van hoe lang hij er al staat. De dieren zijn in elk geval gevlucht. Zouden ze geschrokken zijn van een geluid of van het vooraanzicht van de man? Beelden komen als vanzelf in mij op. Ik probeer ze te negeren maar dan besluit ik. Ik wacht niet af tot hij zich mogelijk omdraait. Ik volg de paarden en de koeien die ik daar straks nog zag staan en sla ook op de vlucht. Of dat slim is weet ik niet want ik vlucht niet het weiland in linea recta de sauna in waar ik in plaats van één blote man er wel een stuk of twintig zie.