Posts tonen met het label KWF. Alle posts tonen
Posts tonen met het label KWF. Alle posts tonen

zaterdag 30 mei 2015

Oneerlijke ziekte

Het missen
zo oneerlijk
deze ziekte
ondraaglijk
de pijn
omdat
jij er
eigenlijk
nog steeds
had moeten 
zijn 



Nooit meer zoals toen

Ik denk aan jou
aan toen je er nog was
hier dicht bij mij
Ik denk aan jou
want  aan jou denken
maakt mij weer even blij
Maar ook verdietig
omdat ik je zo mis
Omdat het sindsdien
gewoon toch niet meer
hetzelfde is. 



woensdag 1 mei 2013

Ga toch fietsen

Vandaag koop ik zijn boek en dan neem ik het mee naar de Alp. Want waar kan ik zijn boek nu beter lezen dan daar.

Ik wist het meteen, niet waarom maar wel dat het moest. En dus maakten we een afspraak, gewoon omdat het vanzelfsprekend was. Een paar dagen na die afspraak lees ik zijn blog met een hele brede glimlach op mijn gezicht. Ik zie Thomas voor me zoals hij vol overgave over het blog vertelde aan mijn keukentafel. Ik zie zijn zoon daar rennen over het voetbalveld. Ik voel de spanning en hoor het juichen. Een half uurtje later lees ik het gewoon nog een keer. Daarna scrol ik door op de pagina, ik lees wat en scrol verder tot mijn oog valt op een naam; ‘Edwin van der Aa’. Ik hap naar adem en krijg het kippenvel op mijn hele lijf. Ik ken Edwin, nou ja… kende. Oppervlakkig dat wel. De wereld is klein, dat merk ik elke dag weer. Hij is de vader van een vriendinnetje van mijn dochter toen ze nog op de vorige school zat. En dus wist ik dat hij ziek was. Erg ziek. Maar toen ging zij naar een andere school, en zoals dat gaat met meiden op die leeftijd, verwaterde hun contact en kreeg ook ik niet zoveel meer mee en zag ik hem en zijn vrouw niet meer op het schoolplein.

Tot mijn dochter op een dag vertelde dat hij er voor gekozen had om te stoppen. Zijn leven was geen leven meer, het was klaar. Zomaar even vertelde ze het, terwijl ik brood stond te smeren voor de broodtrommels die dag. De tijd stond stil, ik hapte naar adem terwijl het mes in mijn handen halverwege in de lucht bleef hangen. Langzaam draaide ik me om en vroeg, waarschijnlijk alleen maar om het echt door te laten dringen, wat ze zo juist vertelde. Ze vertelde het zomaar, in één zin zoals alleen kinderen dat kunnen doen. Niet omdat het ze niet interesseert. Waarschijnlijk was ze er al dagen mee bezig, misschien ook niet. Ik weet het niet en het doet er niet toe. Wat ze zei deed er toe, wat er gebeurde deed er toe. Dat hij  had moeten opgeven, dat deed er toe. En niet zo’n beetje ook.
Nu zit ik op de bank en lees tussen de blogs van Thomas de brief van Edwin aan Thomas. Even staat de tijd stil en sta ik op het schoolplein naast Edwin te praten over koetjes en kalfjes, de gewone dingen van het leven. Al jaren weet ik dat het leven oneerlijk is. Teveel mooie mensen worden ons ontnomen en wij staan machteloos aan de kant. Genoeg heb ik er van, machteloos moeten toekijken. Te vaak heb ik van een afstand toegekeken. Nooit was het heel dicht bij, maar veel te vaak was het niet ver genoeg weg.

Inmiddels probeer ik mijn steentje bij te dragen door me in te zetten voor KWF. Kinderen te motiveren om ook hun steentje bij te dragen en in juni ga ik naar de Alp D’HuZes. Ik ga niet fietsen maar 150 kinderen ondersteunen die dat wel gaan doen. Ze motiveren en helpen. Ze laten zien dat er nog genoeg mooie mensen zijn die met hun bijdrage willen leveren. Die een mobiele keuken ter beschikking stellen, die een vrachtauto regelen om de fietsen te brengen of die hun laatste beetje wat ze hebben, liever geven aan een goed doel. Die meevechten met iedereen die ziek is. Die niet zomaar opgeven. Want opgeven is geen optie.

Vandaag koop ik zijn boek en dan neem ik het mee naar de Alp. Want waar kan ik zijn boek nu beter lezen dan daar. Ik wist het meteen, niet waarom maar wel dat het moest. Nu weet ik waarom en waarom het zo vanzelfsprekend was.

Dank je wel Thomas, voor het schrijven van je boek en zo het bij elkaar brengen van mensen.

vrijdag 28 september 2012

Want iedereen verdient een morgen, een morgen om weer naar huis te gaan

Naar huis, over een uurtje moet ik echt thuis zijn bedenk ik mij terwijl ik op mijn horloge kijk. Half 3, om vier uur heeft mijn dochter een afspraak bij de kapper en ik heb nog wel het een en ander te doen. Maar voor nu zit ik op de bij een bank in Lelystad en wacht ik geduldig tot alle papieren geregeld zijn. Ongemerkt kijk ik om me heen en vraag me af wie er ook allemaal mee te maken heeft…..

“Nee, niet in mijn familie” dacht ik de eerste keer toen ik de vraag hoorde, “maar in mijn directe omgeving helaas meer dan me lief is”. Wil iedereen die te maken heeft of heeft gehad met kanker opstaan, was de vraag van Wethouder Meta Jacobs. Ik was bij een bijeenkomst waar een groep kinderen had besloten om mee te fietsen tegen kanker.
Niet bij mijn ouders of familieleden. Hoewel mijn opa is aan leukemie gestorven maar dat was voor ik geboren was. En de broer van mijn vader maar dat was helemaal van voor mijn tijd. Wel in mijn directe omgeving. Mijn overbuurman toen ik nog heel jong was. Vaak ben ik bij zijn vrouw gaan theedrinken om de leegte wat draaglijker te maken. De andere overbuurman, 25 was hij met een gezin met jonge kinderen. Als hij ouder was geweest had hij nog langer kunnen leven vanwege de celdeling. Hoe krom kan het leven zijn. De juf op school waar ik zo veel contact mee had, de moeder van een jongetje bij ons op de vereniging, de vader van een vriendinnetje van mijn dochter. De beste vriendin van mijn schoonzus, haar broer en nu ook zijn vrouw. De vrouw van een goede vriend van mijn moeder en toen zij genezen was, overleed hij binnen een half jaar aan dezelfde ziekte. De kleinzoon van de opa en oma op de camping die nu aan het vechten is. En dat is echt nog niet iedereen.
Zoveel mensen en nooit had ik er aan gedacht. Tot hij me vroeg of ik donderdagochtend bij de eerste vergadering kon zijn. “Vergadering? “ zei ik, “waarvan?” Een aparte manier van vragen of ik in het nieuwe bestuur van KWF afdeling Lelystad wilde plaatsnemen. Even moest ik er over nadenken, had ik genoeg tijd want als je iets doet, moet je het goed doen is mijn motto. Het enthousiasme van de 2 mannen werkte aanstekelijk. En inmiddels zijn er al heel wat plannen over tafel gegaan. Niet zomaar loze beloftes maar plannen met inhoud. Het doet me goed, eindelijk kan ook ik mijn steentje bijdragen. Vorige week was de collecteweek en liepen heel wat mensen deur aan deur voor een bijdrage aan het KWF. Ieder met een eigen verhaal waarom ze zich willen inzetten. Samen zijn we sterk. Onze jongste vrijwilliger is een meisje van 8 jaar. Alleen lopen mag ze niet, dat is niet veilig. Maar haar motivatie om te lopen is zo sterk. Haar vader is overleden aan kanker en dus loopt haar moeder met haar mee. Ze snapt er niets van dat er ook nog mensen zijn die niets willen geven. Voor haar is dat zo ondenkbaar.
Inmiddels zijn alle collectebussen ingeleverd en voor ons als bestuur betekent dat bijna de laatste fase van de collecte. Het was even wennen dit jaar, alles was nieuw maar samen komen we er uit. De opbrengst is iets lager dan die van vorig jaar maar met de 19.000 euro die we nu kunnen tellen zijn we erg blij. We ruimen de spullen weer op, plannen een nieuwe datum om bij een te komen en  nemen allemaal wat lege bussen mee voor evt. verjaardagen, bruiloften, evenementen. Ook die mogelijkheden willen we promoten. Alleen de collecteweek is niet genoeg.
Hier zit ik dan, naast een koffer en een stuk of tien lege collectebussen van het KWF. Op en bankje bij het kantoor van de bank wacht ik geduldig tot mijn medebestuursleden de papieren hebben afgehandeld. Onverwacht maakt hij een foto van mij. Het lijkt alsof ik wacht om op reis te gaan. En onverwachts heeft die foto meer lading dan onze bedoeling is. Wij strijden samen met vele andere vrijwilligers voor mensen met kanker. Mensen die graag nog de reis van het leven willen afmaken maar waarvan zomaar opeens hun reis een andere kant op gaat een andere bestemming heeft gekregen. Daar op het bankje hoop ik dat onze hulp kan bijdragen aan het feit dat iedereen een morgen verdient. Daar op het bankje hoop ik dat met deze bijdrage velen hun nieuwe bestemming voorlopig nog niet bereiken maar terug kunnen keren naar huis. Naar hun man, vrouw, kinderen, iedereen die ze lief is. Want iedereen verdient een morgen, een morgen om weer naar huis te gaan.