Posts tonen met het label hoop. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hoop. Alle posts tonen

dinsdag 18 oktober 2016

Jouw dromen

Jouw dromen
groot of klein
Laat ze niet alleen
jouw dromen zijn 

Zorg dat je dromen
nu of later
uit zullen uitkomen
Bewaak ze met je leven
zodat dat je deze wijsheid
door kunt geven


zaterdag 24 oktober 2015

zaterdag 17 oktober 2015

Vergeef me

Ik heb spijt van alle keren
dat ik er niet was
dat ik je niet begreep
dat doe ik nu eigenlijk pas
Spijt dat ik je niet kon helpen
ons te laten zien
van wat je eigenlijk voelde
maar niet tonen kon misschien
Maar spijt kan mij niet helpen
Opnieuw kan niet meer
Toch hoe ik ook probeer
het doet mij zo zeer
Dus laat ik hier mijn tranen
gewoon maar gaan
Want net als jij schreef
'Vergeef me,
ik heb mijn best gedaan.'


zondag 14 juni 2015

Verloren vriend

Ik heb een vriend verloren
en dat doet pijn
Omdat het eigenlijk
heel anders had moeten zijn

Had ik het kunnen zien
Er iets aan kunnen doen
Met woorden, met een knuffel
of met een zoen

Had ik kunnen voorkomen
dat er hoop gekomen is
Waardoor we hebben verloren
En ik nu ook zijn vriendschap mis

maandag 11 maart 2013

In een onverwachte hoek

‘En soms zit een glimlach in een onverwachte hoek’ lees ik. Het briefje is verstopt onder mijn laptop. Bedoelt om pas later te vinden. Maar zoals altijd ontdek ik het geheel per ongeluk al veel eerder. Alsof ik gedreven wordt naar plaatsen waar iets op me ligt te wachten. Maar het doel is niet minder. Een brede glimlacht trekt van oor naar oor. En als ik twee dagen later het briefje opnieuw zie, glimlach ik weer net zo hard.

Op de dagelijkse kalender lees ik ‘als een ongeluk in een klein hoekje zit, zit het geluk dan in de rest?’ Ik vraag me even af hoeveel hoekjes er zijn. En of dat kleine hoekje dicht in de buurt ligt van de onverwachte hoek. Of dat het ongeluk naast de glimlach ligt en het een keuze is welke je gaat kiezen.
Geluk is een keuze, net als ongeluk. Alleen wordt het de één heel wat moeilijker gemaakt dan de ander. Waar kies je voor. Ga je je lot aan en kies je er voor om ondanks alles gelukkig te blijven. Blijf je lachen, blijf je volhouden en doorgaan? Of ga je bij de pakken neer zitten en geef je de moed op? Het leven is niet altijd even makkelijk, dat weet ik ook zeker wel. En uiteraard zijn er tijden waarop het geluk makkelijker op te pakken is dan anders. Maar het is wel je eigen keuze. Als je wil is er genoeg geluk te vinden. Het zit namelijk in de kleine dingen die niets kosten. Die voor iedereen op te rapen zijn.
Als ik denk aan gelukkig zijn, denk ik aan wandelen over het strand. Het oprapen van schelpen die dan jarenlang als stille getuigen in mijn huis blijven liggen. Aan een eerste sneeuwvlok of een eerste zonnestraal. Aan bloemen die uitkomen of aan de teksten in de badkamer. Geschreven met shampoo op de douchedeur. Aan samen op de bank zitten als de kinderen in bed liggen. Aan de knipoog over tafel heen die alle andere aanwezige ontgaat. Aan het kopje koffie speciaal voor mij. Geluk is niet te koop. Simpelweg omdat het niets kost en tegelijk zo kostbaar is.
Als ik mijn werk klaar heb, pak ik de verslagen van mijn bureau om ze in de map te doen. Het blad onder de transparante bureaulegger wordt weer zichtbaar. ‘En soms zit een glimlach in een onverwachte hoek’ lees ik opnieuw. En weer komt er een grote glimlach op mijn gezicht. De onverwachte hoek is zeker niet het kleine hoekje, weet ik ineens zeker. De onverwachte hoek is de rest. Zoveel grote glimlachen passen nooit in een klein hoekje.

vrijdag 22 februari 2013

Spoken op de kruising

‘Ben je niet moe’ vraagt ze. Ik zeg dat ik een heerlijk bed heb en even wacht tot ze weer slaapt en dan ook wat ga slapen. Even staart ze alleen naar het plafond. Dan zegt ze ‘rond deze tijd begint het bij mij weer te spoken’. Ik kijk op de klok, de wijzers geven tien over één in de nacht aan. Dan sta ik op en pak de laptop weer. Ze kijkt me aan. ‘Ga maar slapen’ zeg ik ‘ik blijf nog even wakker’.  Ze knikt, nauwelijks waarneembaar en dan doet ze haar ogen dicht en slaapt verder.

Een paar uur daarvoor sms ik hem over hoe het gaat. Ik vertel over hoe anders de nacht is in vergelijking met de dag. De rust en het donker. Ik schrijf dat het iets magisch heeft. Maar vast ook iets engs als je je heel alleen voelt. En zij voelde zich zo alleen de afgelopen nachten. Hij antwoord over de energie in een ziekenhuis, de plek van hoop, vreugde, pijn en verdriet. Altijd intens. Gevoelens tussen hoop en wanhoop. Gelukkig zit ik in een kamer in de nieuwe vleugel en voelt het hier niet zo heel erg heftig.
Ik ben niet bang van spoken en ook niet van de nacht. Niet van het donker, niet van het licht. Niet van het leven, niet van de dood. Maar ik heb makkelijk praten. De dood staat bij mij nog niet in de gang te wachten. Bang soms van mijn gevoel als ik niet weet wat het brengen gaat, dat wel. De onmacht en onzekerheid. Bang ben ik dat ik het niet goed genoeg doe voor mijn kinderen. Maar van spoken ben ik niet bang. Spoken, wat zijn spoken. Spoken ze door je hoofd of dwalen ze door de gangen? Boze geesten of dwalende zielen opzoek naar wraak of naar de rust?
Gelovend in het goede van de mensen, geloof ik te vast ook in het goede van de geesten. Of is het dat ik nooit kwade geesten tegen gekomen ben. Je leest er over, zwarte demonen. Boos op zich zelf en op de rest van de wereld. Te vroeg en onheus van het leven beroofd. Dwalend en zoekend. Of hebben ze verkeerd geleefd. En zijn ze vooral bang van zichzelf. Net als de dwalende zielen opzoek naar rust is het niet anders dan in de levende wereld. De gevers en de nemers. De werkende en de profiterende. De mooie mensen die geleid zijn en zij die het pad verlaten hebben, altijd opzoek naar meer, naar te veel.
Ooit was ik in een kerk in België. En zij die mij een beetje kennen, weten dat ik geen kerk voorbij kan lopen of ik moet er even in kijken. Liefst een kaarsje aan steken en even kort Maria gedag zeggen. Maar deze kerk was omgebouwd. Het was een soort van tentoonstelling maar in de foute zin van het woord. Vijf stappen heb ik gedaan in die kerk toen ik het benauwd kreeg. Het leek alsof het gonsde in de kerk. Gonsde van boze geluiden. Boosheid en woede voerden de boventoon. Heel even stond ik stil. Daarna heb ik me omgedraaid om heel hard de kerk uit te lopen en niet meer terug te gaan.
Zij gelooft niet in geesten en spoken. Toch spookt het bij haar rond deze tijd. Maar niet nu. Niet nu ik hier naast haar zit en over haar waak. Gerust valt ze weer in een diepe slaap. Mijn vermoeidheid lijkt weer verdwenen of in elk geval naar de achtergrond geschoven. Mijn moeder instinct (of dochterinstinct) viert weer eens hoogtij en dus zit ik rustig wakker naast haar. Het heeft iets van reizen in de nacht alleen weet ik niet we vooruit of achteruit rijden. We blijven maar rondjes draaien op de kruising die nog alle kanten op kan. Soms als ze even helder is, denk ik even dat we naar het zonnige zuiden rijden. Maar dan als ze net als vanmiddag ineens haar handen ineen vouwt en onhoorbaar de woorden prevelt lijkt het alsof we zo stil zullen staan. Stil staan midden op de kruising en achter ons zal een file ontstaan. Heel even kan niemand een kant op.
Dan wordt ze wakker en hoest. Ik bel voor de nachtzuster en ze krijgt een kapje voor nevel. Ze knijpt hard in mijn hand en dan wijst ze belerend met haar wijsvinger. Ik heb geen idee wat ze me duidelijk wil maken. Ze schud met haar hoofd. Als ik vraag wat er is, wordt ze weer kalm. Nog heel even draaien we rondjes op de kruising. Dan besluit ze om door te rijden. Neem de tweede afslag op de rotonde. Samen hebben we de spoken verjaagd. Een half uur later ligt ze rustig op haar zij en is ze in slaap gevallen. Ik lees de laatste bladzijde van mijn boek en kruip in het bed naast het hare. Voorlopig hebben we de spoken getrotseerd. Voorlopig rijden we weer even rechtdoor.  

dinsdag 16 oktober 2012

De zee

In de stilte van de zee
Dein ik op de golven mee
Vreugde of verdriet
‘t is de zee die mijn emotie ziet
Zonder woorden begrijpt ze mij
Lopen we samen zij aan zij

Soms sta ik stil
Zij ziet wat ik wil
Ik raap een schelp op uit het zand
Haar glimlach in mijn hand
De pijn neemt ze mee
Dat is de kracht
De kracht van de zee

maandag 15 oktober 2012

Wensen


Verlangens en gevoelens
Wensen heel diep verborgen
Reëel of onbezonnen
Geluk of nog meer zorgen

Ontkennen lukt niet meer
Ergens zie iets aan de horizon gloren
Grijp de strohalm vast, is er nog een kans?
Wat zou ik graag het antwoord  horen

Toekomst met of zonder
Wat heb ik nou toch te zeuren
Maar ondertussen hoop ik elke dag
Wens ik dat het nog een keer gaat gebeuren.



 

vrijdag 28 september 2012

Want iedereen verdient een morgen, een morgen om weer naar huis te gaan

Naar huis, over een uurtje moet ik echt thuis zijn bedenk ik mij terwijl ik op mijn horloge kijk. Half 3, om vier uur heeft mijn dochter een afspraak bij de kapper en ik heb nog wel het een en ander te doen. Maar voor nu zit ik op de bij een bank in Lelystad en wacht ik geduldig tot alle papieren geregeld zijn. Ongemerkt kijk ik om me heen en vraag me af wie er ook allemaal mee te maken heeft…..

“Nee, niet in mijn familie” dacht ik de eerste keer toen ik de vraag hoorde, “maar in mijn directe omgeving helaas meer dan me lief is”. Wil iedereen die te maken heeft of heeft gehad met kanker opstaan, was de vraag van Wethouder Meta Jacobs. Ik was bij een bijeenkomst waar een groep kinderen had besloten om mee te fietsen tegen kanker.
Niet bij mijn ouders of familieleden. Hoewel mijn opa is aan leukemie gestorven maar dat was voor ik geboren was. En de broer van mijn vader maar dat was helemaal van voor mijn tijd. Wel in mijn directe omgeving. Mijn overbuurman toen ik nog heel jong was. Vaak ben ik bij zijn vrouw gaan theedrinken om de leegte wat draaglijker te maken. De andere overbuurman, 25 was hij met een gezin met jonge kinderen. Als hij ouder was geweest had hij nog langer kunnen leven vanwege de celdeling. Hoe krom kan het leven zijn. De juf op school waar ik zo veel contact mee had, de moeder van een jongetje bij ons op de vereniging, de vader van een vriendinnetje van mijn dochter. De beste vriendin van mijn schoonzus, haar broer en nu ook zijn vrouw. De vrouw van een goede vriend van mijn moeder en toen zij genezen was, overleed hij binnen een half jaar aan dezelfde ziekte. De kleinzoon van de opa en oma op de camping die nu aan het vechten is. En dat is echt nog niet iedereen.
Zoveel mensen en nooit had ik er aan gedacht. Tot hij me vroeg of ik donderdagochtend bij de eerste vergadering kon zijn. “Vergadering? “ zei ik, “waarvan?” Een aparte manier van vragen of ik in het nieuwe bestuur van KWF afdeling Lelystad wilde plaatsnemen. Even moest ik er over nadenken, had ik genoeg tijd want als je iets doet, moet je het goed doen is mijn motto. Het enthousiasme van de 2 mannen werkte aanstekelijk. En inmiddels zijn er al heel wat plannen over tafel gegaan. Niet zomaar loze beloftes maar plannen met inhoud. Het doet me goed, eindelijk kan ook ik mijn steentje bijdragen. Vorige week was de collecteweek en liepen heel wat mensen deur aan deur voor een bijdrage aan het KWF. Ieder met een eigen verhaal waarom ze zich willen inzetten. Samen zijn we sterk. Onze jongste vrijwilliger is een meisje van 8 jaar. Alleen lopen mag ze niet, dat is niet veilig. Maar haar motivatie om te lopen is zo sterk. Haar vader is overleden aan kanker en dus loopt haar moeder met haar mee. Ze snapt er niets van dat er ook nog mensen zijn die niets willen geven. Voor haar is dat zo ondenkbaar.
Inmiddels zijn alle collectebussen ingeleverd en voor ons als bestuur betekent dat bijna de laatste fase van de collecte. Het was even wennen dit jaar, alles was nieuw maar samen komen we er uit. De opbrengst is iets lager dan die van vorig jaar maar met de 19.000 euro die we nu kunnen tellen zijn we erg blij. We ruimen de spullen weer op, plannen een nieuwe datum om bij een te komen en  nemen allemaal wat lege bussen mee voor evt. verjaardagen, bruiloften, evenementen. Ook die mogelijkheden willen we promoten. Alleen de collecteweek is niet genoeg.
Hier zit ik dan, naast een koffer en een stuk of tien lege collectebussen van het KWF. Op en bankje bij het kantoor van de bank wacht ik geduldig tot mijn medebestuursleden de papieren hebben afgehandeld. Onverwacht maakt hij een foto van mij. Het lijkt alsof ik wacht om op reis te gaan. En onverwachts heeft die foto meer lading dan onze bedoeling is. Wij strijden samen met vele andere vrijwilligers voor mensen met kanker. Mensen die graag nog de reis van het leven willen afmaken maar waarvan zomaar opeens hun reis een andere kant op gaat een andere bestemming heeft gekregen. Daar op het bankje hoop ik dat onze hulp kan bijdragen aan het feit dat iedereen een morgen verdient. Daar op het bankje hoop ik dat met deze bijdrage velen hun nieuwe bestemming voorlopig nog niet bereiken maar terug kunnen keren naar huis. Naar hun man, vrouw, kinderen, iedereen die ze lief is. Want iedereen verdient een morgen, een morgen om weer naar huis te gaan.


maandag 17 september 2012

Klein lief meisje

Klein lief meisje
Sterretje in de lucht
Bloemetje in het gras
Wat zou je ons zeggen
Als je nu bij ons was.

maandag 3 september 2012

De grens

“Het veranderd nooit” had ze gezegd. Maar zij wilde het zo graag geloven. De vrouw had gelijk gehad. Zo verdomd gelijk. Maar ze kon en wilde het toen niet aan. Het overkomt nooit jou, altijd een ander. Je leest er over maar het overkomt jou natuurlijk nooit.
Daar zaten ze dan, bij de psychologe van de organisatie waar ze terecht was gekomen nadat ze op de site van huislijk geweld had gekeken. Het moest stoppen vond ze en dus had ze een berichtje achter gelaten. En nu zaten ze daar. Zij had al een telefoongesprek met de vrouw gehad. Wonder boven wonder had hij toegestemd om mee te gaan. Ze keek naar de vrouw. Deze vrouw kon hij niet met mooie praatjes om te tuin leiden. Even had ze hoop. Maar thuisgekomen had hij gezegd dat het onzin was en niet meer mee ging. Ze konden beter met die andere therapeut praten. ”Tja”, had ze gedacht, “die kun je zand in de ogen strooien. “ Een paar dagen later had zij de vrouw gebeld. “Ik begrijp het” had die gezegd,“ maar onthoudt heel goed, het veranderd nooit”. En oh wat had ze gelijk gekregen.
Het was niet eens heel erg. Misschien zat daar wel het venijn, dacht ze later. Dat het niet zo erg was als je soms las. En daarmee schermde hij ook altijd. Ze wist niet eens meer hoe het was begonnen. Maar dat was ook precies wat ze op de site gelezen had. Maar al vrij snel in hun relatie was hij boos geworden. Niet zomaar boos. Hij had haar een hard duw gegeven en zij was tegen de verwarming beland. Toen ze overeind krabbelde duwde hij haar nog net even iets harder nog een keer. Zij was vertrokken. Dit liet ze zich niet gebeuren. Niet eens de blauwe plekken deed zo zeer als wel het vertrouwen dat geknapt was. Uiteraard had hij spijt. Het niet zo bedoeld en beloofde hij het nooit meer te doen. En bovendien….. zij was er toch ook schuld aan. Zij had ook ruzie met hem gemaakt en zij had geschreeuwd. Dat zou ze nog vaak horen, dat dat minimaal net zo erg was.
Het was een tijd goed gegaan. Maar het kwam terug. En met elke keer verlegde zij haar grenzen. En nooit was het zo erg als waar je over las. Daarbij bleef hij zeggen dat hij haar niet sloeg. Nee zo slim was hij wel. Slaan deed hij niet, maar voor haar viel iemand zo hard tegen de muur duwen dat het je duizelde toch niet onder lief met elkaar omgaan. Tot die ene keer dat ze dagen met make-up op gelopen had. Net daarvoor had ze haar arm gebroken. En nog steeds denkt ze dat de buren gezien hebben dat hij haar sloeg. Toen ze de buurman de volgende dag zag, durfde ze hem amper aan te kijken. Een vriendin had haar ernstig aangekeken en gevraagd hoe ze aan die blauwe plekken kwam. Ze had ze maar bij haar val met de arm geplakt. En op dat moment had haar vriendin er genoegen mee genomen.
Het ergste was dat ze zich zo schaamde. Je leest het in elk verhaal, en precies dat maakt dat je het verzwijgt. En altijd weer lijkt het niet erg genoeg. Het is niet structureel en ja misschien was het wel haar schuld. Want in een ruzie ging ze inderdaad schreeuwen. Later begrijpt ze dat ze dat deed om alarm te slaan zodat hij zou stoppen, maar niets is minder waar. Want niets hielp. En altijd liep ze weg. Daardoor moest hij dus wel achter haar aanlopen, was zijn kant van het verhaal.
Nu begrijpt ze hoe ze al die tijd in angst geleefd heeft. Altijd alert waar haar tas was en vooral waar haar telefoon en sleutels. De auto zo geparkeerd dat ze altijd weg zou kunnen. Bij elke ruzie direct nadenkend waar haar spullen waren en door welke deur ze weg kon. Haar kinderen heeft hij zover ze weet nooit aangeraakt. En dat is maar goed ook. Want die grens zou ze nooit accepteren. Dan maak ik je helemaal kapot, had ze zich zelf beloofd. Want zij is een moederkloek zoals iemand haar langgeleden ooit gekscherend noemde. Gelukkig had hij dat dus blijkbaar begrepen. Of hij had nooit van ze gehouden, want hij deed het alleen uit onmacht bij de mensen van wie hij hield, zei hij eens. Het maakte haar niet eens uit. Als hij ze maar met rust liet.
De angst heeft veel met haar gedaan. Ze wist al lang dat de relatie niet zou duren. Maar jaren hoopte ze tegen beter weten in dat het zou stoppen. Dat het beter zou gaan. Want het was toch niet zo erg hield ze zich zelf voor. De knop ging om bij een ruzie waarna hij haar in het gezicht spuugde. Niet één maar vier keer. Het was klaar. De vernedering was genoeg geweest. Haar grens was bereikt.
Nog altijd schaamt ze zich voor haar verhaal. Dat ze het mij heeft verteld is een hele stap. Dat ze er mee instemt om het nu na al die jaren op te schrijven, is weer een stapje verder. Nog altijd denkt ze dat het wel mee valt, want de andere verhalen die je leest……. Inmiddels heeft ze haar leven terug, zijn haar kinderen de deur uit en hebben ze er gelukkig niets aan over gehouden. Ze heeft eindelijk haar vertrouwen weer op de rit. Maar nog altijd niet bij hem. Heel soms komt ze hem nog tegen op straat en dan weet ze, echt vertrouwen zal ze hem nooit. 

maandag 27 augustus 2012

Anders

“Vind je mij nu raar?” vraagt ze. De vraag komt onverwacht. Te snel hoor ik mezelf nee zeggen. Ik voel dat ze naar me kijkt en dat ze me niet gelooft. Even wandelen we zonder iets te zeggen naast elkaar. Ik denk aan alles wat ze me zo juist verteld heeft. “Nee, ik vind je niet raar” zeg ik dan vol overtuiging,  “ik vind je niet raar, ik geloof je!” Ik stop en blijf stil staan. Ze stopt ook, ik kijk naar haar. Ze draait zich om en kijkt me aan. Dan slaat ze haar ogen neer. Ik zie een schittering op haar wang, net naast haar neus loopt een enkele traan naar beneden. “Dank je” zegt ze dan zacht.

Ik ken haar nog niet zo lang, maar het klikte direct. Ze heeft iets vriendelijks, ze straalt, is open en altijd behulpzaam en tegelijk heeft ze ook iets mysterieus over zich. Ik kwam haar tegen op een netwerkbijeenkomst en we raakten aan de praat. Als vanzelf groeide er een soort van vriendschap tussen ons. En vandaag wandelen we hier over het strand. Opeens  was ze gaan vertellen. Ademloos had ik naar haar verhalen geluisterd. Ik had er wel eens over gelezen maar eerlijk gezegd wist ik nooit zo goed wat ik er van moest denken. Nooit was het iemand die ik kende, die ik vragen kon stellen. Maar nu was dat veranderd.

Eens zag ze een meisje in haar huis. “Ze stond daar ineens, bij de schuifdeuren”, zegt ze.” Ze leek verlegen, een beetje bang zelfs. Ik schatte haar op zo’n 8 jaar. Ze had een witte strik op haar hoofd en ze bleef daar maar naar mij staan kijken” verteld ze. “In het begin wist ik niet wat ik er mee aan moest. Als ik naar haar keek, ging ze steeds weg en eigenlijk wilde ik zo graag contact met haar maken. Tot ik een keer bij iemand kwam voor een soort reiki behandeling. Ik vertelde haar van het meisje en dat ik dacht dat ze het overleden zusje van mijn oma was. Ik wist niet eens waarom ik dat dacht, het was zomaar ineens bij mij opgekomen. De vrouw vertelde mij dat toen ik dat zei, de hele sfeer veranderde. Toen ik naar huis ging was het meisje daar ineens. Ze huppelde naast mij en keek me liefdevol met grote ogen aan. Ik zei haar dat ik het fijn vond dat ze er was en dat ik graag voor haar zou zorgen. De hele dag was ze bij mij. Dat voelde fijn”.
Later had ze aan haar moeder gevraagd of die misschien een foto had van het overleden meisje. Op de verjaardag van haar moeder een paar dagen later, liet die haar 2 foto’s zien. Van het zusje van haar oma maar ook van een overleden zusje van haar vader. Toen ze naar foto’s keek, herkende ze direct het meisje. “Wie is dit?”, vroeg ze haar moeder. “Dat is Betje, het zusje van je oma” zei haar moeder wijzend op de kleine foto die op een broche gemaakt was. Ze staarde naar de foto, naar het meisje dat bij haar geweest was. Haar moeder gaf haar de broche en een bidprentje mee. Eenmaal thuis legde ze beide in de kast waar ze haar meest dierbare herinneringen bewaarde. Die avond zag ze het meisje nog maar daarna zag ze haar niet meer terug. “Af en toe mis ik haar nog” zegt ze tegen mij. “Maar het is goed zo, ze had mij nodig om erkenning, om rust te krijgen”.

Maar dat is nog niet alles. Zij weet dingen nog voor ze gebeurd zijn. “Ik weet het gewoon” zegt ze, ”ik hoor het min of meer zonder stemmen dat ik echt stemmen hoor. Ik voel het aan, ik weet ook niet hoe”. Haar verhaal klinkt niet eens zweverig maar eerlijk en oprecht. “Ik had het als kind al. Mijn moeder dacht altijd dat ik stond af te luisteren maar dat deed ik helemaal niet. Er kwam gewoon een gedachte in mijn hoofd en dat vroeg ik dan. Soms ruik ik ook bepaalde geuren die me een boodschap geven. Maar soms snap ik ze ook niet.” Ze moet er zelf om lachen. “Mijn kinderen zeggen dat ik een heks ben” grijnst ze, “maar dat is omdat ik altijd win met spelletjes .

“De lampen in mijn vorige huis gingen ook vaak zomaar aan”, zegt ze, “of zomaar uit”. Ze kijkt peinzend. “Ik denk dat het mijn vader of mijn oma zijn” zegt ze dan gedachteloos. Ineens lijkt het  alsof ze niet meer door heeft dat ik naast haar loop. Alsof ze tegen zichzelf aan het praten is. “Ik voelde mijn oma zo vaak bij me. Later maakte ik er een soort “spelletje” van. Als ik met moeilijke vragen zat, vroeg ik aan het aan haar. Stelde mijn vraag en of ze het licht uit wilde doen als mijn gedachte waar was. Gek genoeg werkte het altijd. Ook bij een paar vragen na elkaar. Nu ben ik verhuisd en hier zijn ze niet meer zo vaak. Hier voelt het ook rustiger, niet zo druk als in het andere huis.  Maar hier heb ik ze ook niet nodig” zegt ze dapper en vol overtuiging. “Hier in dit huis heb ik niets te meer te vrezen, hier ben ik veilig. Hier hoeven ze niet voor mij te zorgen”.  

Nog heel veel meer voorbeelden heeft ze me gegeven. Ieder op zich rare verhalen, maar bij elkaar….. “Er is meer tussen hemel en aarde” zegt ze. “De dood neemt ons alleen lichamelijk weg. Helaas staat niet iedereen er open voor om het te voelen.” Dan kijkt ze me aan, “ze zijn er ook voor jou, zij die van jou houden die je de weg wijzen.“ zegt ze tegen me. Ik knik, door de brok in mijn keel niet in staat iets te zeggen. Zwijgend lopen we verder.

 

vrijdag 24 augustus 2012

De lessen van het leven

Drie weken was hij in haar leven. “Bijna vier”, fluistert ze nauwelijks hoorbaar. Als ik haar aankijk zie ik dat ze in gedachten de dagen telt maar haar eigen woorden eigenlijk niet gelooft. Zo kort en toch...…  Ze begrijpt het nog steeds niet. En vooral niet hoe het zoveel invloed kan hebben op haar. “Waarom” is wat haar bezig houdt. Want ze gelooft in de lessen van het leven. Niets is voor niets. Dat geeft haar hou vast en dat heeft ze nodig.

Buitenstaanders vinden haar een sterke vrouw. Ze kan bijna alles, doet alles en alles vol overgave en altijd met een lach. Ze staat altijd klaar voor anderen. Slechts een paar mensen zien haar twijfel, haar angst, haar onrust en haar onmacht. Bij haar is het alles of niets. Ze gaat er voor of laat het gaan. Gaat ze er voor dan gaat ze er vol voor. Heb je haar vriendschap, dan heb je die voorgoed. Zo ook in de liefde. Ze gelooft in de liefde. Niet in dat er langzaam wel iets gaat groeien. Tenminste niet voor haar. Ze moet het voelen, meteen vanaf de eerste oogopslag. Bam, het is er of niet. En als het er is…… dan gaat ze er voor. Vol en met overtuiging. En ook als is ze al zo vaak teleurgesteld, ze blijft er in geloven. “Liefde is een spel, helaas verlies ik meestal” las ze deze week op twitter. Ze moest er om lachen. “Eens win ik”, zei het stemmetje in haar hoofd. Verliezen staat niet in haar woordenboek.

Even dacht ze het gevonden te hebben. De liefde. Haar zielsverwant. Hij wandelde zomaar haar leven binnen alsof hij er altijd al geweest was. Maar na 3 weken en 2 dagen liep hij er ook zomaar weer uit. Eerst had ze het nog niet door. Dacht ze nog dat hij druk was met het congres waar hij heen was. Twee smsjes heeft ze nog gehad, meer niet. Zijn overhemden hangen als stille getuigen nog in haar kast. Nu zoekt ze naar de zin van dit alles. Haar les.

Hij geloofde niet in een leven na de dood en dus was het leven nu zwaar. Moest het eigenlijk zinvol zijn. Belangrijk. Hij voelde zich schuldig dat hij een dochter op de wereld gezet had. Want ook haar leven was eindig en dat was zijn schuld vond hij. Hij wilde zoveel dat hij alles verloren had. Zij weet eigenlijk niet waarin ze gelooft. Maar geloven doet wel. Vol en oprecht. Ze weet en voelt dat er meer is tussen hemel en aarde ook al kan ze dat niet tastbaar maken. Ze gelooft in de kracht van het goede en dat je met kleine dingen een groot verschil kunt maken. Dat onbekende krachten haar leiden. Haar de lessen geven van het bestaan. Misschien is dit wel haar les. Ze had hem nodig. Nodig dat hij haar zomaar liet vallen, hard en met heel veel pijn en verdriet zodat ze weer dicht bij haar eigen gevoel kon komen. Zodat ze weer kon groeien in haar geloof.

Ze kijkt me met betraande ogen aan. Om af te sluiten moet je boos worden had haar coach gezegd. “Maar ik voelt het niet”, zegt ze zacht tegen mij, “ik ben niet boos.” Ik zie dat ze het meent. Zij gelooft niet in boosheid of haat, dat is haar te makkelijk. Ze heeft het hem vergeven. Ze gelooft namelijk liever in het goede in de mens. Zij leeft haar leven in al haar facetten. Zij gaat niets uit de weg en kiest liever het bijna onbegaanbare kronkelige kiezelpad dan de makkelijk begaanbare snelweg van het leven. En dat pad legt ze af, helemaal tot aan het einde. Met vallen en opstaan, met schaafwonden en blauwe plekken. Maar zij ziet onderweg de mooiste bloemen, onbeschrijfbare uitzichten. Ze voelt de ochtenddauw en ondergaat de ondergaande zon. Zij leeft het leven, in al haar facetten.