Posts tonen met het label oma. Alle posts tonen
Posts tonen met het label oma. Alle posts tonen

dinsdag 19 januari 2016

Kleinkind

Tien teentjes
aan voetjes zo klein
Tien vingertjes
aan handjes zo fijn
Wangetjes zo roze
en oogjes nog dicht
Wat een geluk
dat jij hier
in mijn armen ligt

Nog trotser dan 
ooit in het verleden
kijk ik nu hier naar jou
Een generatie verder
geboren uit mijn kindje
geen wonder 
dat ik nu al 
onvoorwaardelijk
van je hou. 

zondag 16 maart 2014

Hiep hiep hoera voor jou!

Zij maakte krullen van de aardappelschillen. Ze kon een aardappel schillen zonder te stoppen. Met open mond keek ik dan naar de lange dunnen schil die in krullen naar beneden hing. Mijn oma was mijn held, mijn voorbeeld. Ze was altijd vrolijk. Tenminste in mijn herinneringen. En ze danste altijd door de kamer.

Vandaag is haar verjaardag. Of moet ik zeggen ‘was haar verjaardag’ want zij overleed toen ik 12 jaar oud was. Vandaag zou ze 113 jaar geworden zijn en zou ze genoten hebben van alle aandacht. Van mijn kinderen die ze nooit heeft kunnen vasthouden en knuffelen. Ze zou hebben gepraat over de anderen die zoveel ouder geworden waren en in gedachten nog steeds 18 zijn geweest. Ze zou natuurlijk nog fit geweest zijn want mijn oma en ziek zijn ging niet zo goed samen. Ze zou alle kaarsen hebben verzameld en aangestoken. En het liefst zou ze gekaart hebben met wat lekkers erbij. Mijn oma hield van gezelligheid, van lezen, spelletjes doen met thee en wat lekkers en kaarslicht. Ik was graag bij haar. Het leek alsof ze altijd de zonnige kant van het leven zag.

'Ze zou alle kaarsen hebben verzameld en aangestoken'

Nu brandt er een kaarsje bij haar foto en denk ik aan alle mooie herinneringen die ik aan haar heb. Samen naar de kermis. Wandelen met de looppop die ze voor mij gewonnen had en rolschaatsen van de boom naar haar en omgekeerd, net zo lang tot het lukte. Ze woonde bij ons in huis en hoewel mijn moeder daar echt hele andere herinneringen aan heeft, was het voor mij de eerste stopplaats als ik thuis kwam uit school. Soms verlangde ik er naar dat ze ergens anders woonde. Niet omdat het niet fijn was dat ze altijd bij mij was. Nee, gewoon omdat ik dan net als alle andere kinderen in de klas op zondag met de auto of de fiets naar mijn oma zou kunnen gaan.

Vandaag vier ik dat mijn oma mijn oma was. Dat ze nog elke dag bij mij is en ik haar altijd weer om raad vraag. Dan bedenk ik wat mijn oma gezegd zou hebben. Voel ik de troostende arm om mij heen of zie ik haar trotse lach. Ik hoor haar zingen en zie haar dansen.
Lieve oma, gefeliciteerd met je verjaardag en maak er daar boven maar een groot feest van.



dinsdag 20 november 2012

De dood

Dood gaan we allemaal. Er zijn weinig dingen zeker in het leven behalve dan dat we dood gaan. Wat er daarna komt, kun je over discussiëren. Over wanneer je gaat en hoe ook. En hoe je het ook wend of keert, hoe tegenstrijdig het ook voelt, ook de dood hoort bij het leven.

Op 28 november is de uitzending “Sta op tegen kanker” en als vanzelf denk ik aan alle mensen die deze ziekte niet overleefd hebben. Mensen die me dierbaar waren. Van dichtbij moest ik toezien hoe oudere maar ook jonge mensen vochten zonder kans. Die hun gezin moesten achter laten omdat ze de strijd tegen kanker niet konden winnen. Een nare ziekte waar nog elke dag zoveel mensen tegen vechten. Maar helaas niet alleen tegen kanker. Ook zoveel andere ziektes rukken ook zonder pardon geliefde mensen uit ons midden.
Ineens stond heel Nederland weer extra stil bij de dood door Tim, een van de mensen die zelf hun lot in handen nemen. Ook die mensen heb ik gekend. Ik was nog erg jong toen ik hoorde dat de achterbuurman zich opgehangen had in de schuur. Weken durfde ik niet alleen de schuur in. Onze schuur zat vast aan die van de achterburen en het leek alsof ik hem kon zien als ik binnen stapte. Een paar jaar later hoorde ik dat de man van mijn nichtje zelfmoord gepleegd had. Die gezellige, maar wel een beetje blabla man. Vader van een zoon en dochter getrouwd met een lieve vrouw. Woonde in een prachtig huis met bijbehorende auto. Als iemand zijn leven goed voor elkaar had…. Maar dat bleek uiterlijke schijn. Hij wist het niet meer, zag geen andere uitweg. Zijn vrouw bleef achter met schulden en een hoop vragen. We zien altijd alleen de buitenkant. De ware binnenkant houden de mensen liever geheim.
Degene die hard roepen doen het toch niet, hoor je dan. Wat een onzin. Zij riep vaak. En zij riep hard. Of was ze alleen de uitzondering die de regel bevestigde? Op een dag deed ze het. Ik had medelijden met de familie die voor een deel ook mijn familie is. En met de conducteur en de mensen in de trein. De trein waar zij zich voor gegooid had. Wanneer houdt het op voor de mensen in een zwart gat. Wanneer houdt het op voor de mensen die ziek zijn zonder enkel uitzicht. En wie mag beslissen over degene die dood willen. Of degene die in coma liggen of te ziek zijn om beslissingen te kunnen nemen. Het zijn onmenselijke beslissingen. Wie heeft bedacht dat sommige van ons zulke beslissingen moeten nemen? Er is geen regel die je toe kunt passen. De regel is er wel maar voor de dood bestaat geen standaard verhaal. Elk leven is anders, elk verhaal kent zijn eigen kanttekeningen en dus is ieders dood ook niet met die van een ander te vergelijken. Wie heeft dit bedacht. Wat een waardeloos script.
“Neem mijn angst, mijn wanhoop en verdriet” zingt Youp in “Meneer Alzheimer”. Met de jaren die erbij komen word ook ik banger om te gaan. Waarom weet ik niet eens. Is het bang voor het achterlaten, bang voor het gemis? Ik had ooit een diep geloof over wat er hier na zou komen, maar nu weet ik het even niet meer. Angst is het ergste wat je kan overkomen, hoorde ik laatst tijdens een presentatie. Angst maakt je klein, angst maakt je kwetsbaar. En toch ontkom je er bijna niet aan. Wie lief heeft, heeft soms angst. Angst om degene die je liefhebt, angst wat andere of jezelf kan overkomen, angst vooral dus voor het onbekende, het niet weten. Af en toe vertel ik mijn kinderen wat ik wel of niet wil als ik dood ben. Het voelt tegenstrijdig maar ook mijn doodgaan hoort erbij. Ik vertel ze dat ik hoop dat er met mijn organen andere levens verlengd kunnen worden. Dat ze mij, wat mij betreft dan, totaal leeg mogen plunderen. En dat ik gewoon in de grond gestopt wil worden. Wel graag met veel bloemen. Hoewel als ik zie hoe mensen dat schenken aan een goed doel vind ik dat nog veel mooier. En soms vraag i, liefst ook met een traan. Zodat ik het gevoel kan hebben dat er mensen zijn die me zullen missen. Ik vraag me dan af hoe het zal zijn. Hoe ik me zal voelen.
Want wat zou ik doen als ik niet degene was die probeert iets te doen voor een zieke maar zelf getroffen wordt door zo'n nare, acherlijke ziekte. Stiekem hoop ik dat ik het nooit zal weten. Dat ik zoveel op mijn oma lijk dat ook ik, later als ik oud en echt helemaal versleten ben, simpel weg naar bed ga om voor altijd te blijven slapen. 

Elke dag steek ik een kaarsje aan en dan praat ik met haar, tegen haar. Ik vertel haar over mijn gevoel, mijn angst. Soms vraag ik haar de dingen die ik niemand anders durf te vragen. Soms vertel ik alleen over de dagelijkse dingen, en soms zijn we samen stil. Ik denk dat ze er is. Waar weet ik niet maar wel dicht bij. Dat geeft troost. Waarschijnlijk vooral voor mij. Dan steken we “Samen” nog een kaarsje aan, met het vlammetje van haar kaarsje. Stiekem hoop ik dan dat mijn oma bij haar is, want dan komt het wel goed. Bij mijn oma komt het altijd goed.
En als we nou vandaag alle lichten zouden doven en iedereen kaarsjes liet branden voor alle mensen die ons lief zijn maar niet meer bij ons zijn, hoe zou de wereld er dan van bovenaf uit zien? Zouden we ruimte genoeg hebben om alle kaarsjes neer te zetten? Want zoveel zijn er al van ons weggegaan. Het kan ook niet anders, want dood gaan we allemaal. Op woensdag 28 november sta ik op tegen kanker. Want ik weet dat we allemaal ooit dood gaan. Maar laat het dan in vredesnaam gebeuren als we oud en gewoon echt versleten zijn.

donderdag 15 november 2012

Ik heb je lief

‘k weet niet of je zit te wachten, op een vriendelijk woord van mij. Als ik jou oproep in gedachte, maakt me dat veel beetjes blij. Ik voel het als ik jou zie zitten, als ik je alleen maar ruik. ’t Zit in honderdduizend vlinders, die zoet zweven in mijn buik”

Ik voel de woorden in mijn oren, in mijn hoofd, in mijn buik, in mijn hart overal. Dan zie ik dat kleine hummeltje opgerold op mijn buik liggen, het liefst sabbelend op mijn pink. Een paar jaar later het lachje en de ondeugende streken van zijn broertje en nog later hoe zijn zusje die prille eerste weken op mijn borst lag te slapen in de nacht.  ’t Is als of je in mijn bloed zit, ik zonder jullie niet leven kan”. Moederliefde is niet te beschrijven, niet uit te leggen. Hoe hard we het allemaal proberen, hoe we overlopen van liefde zeker in die eerste periode maar ook als ze groot zijn. Het is bijna niet onder woorden te brengen… hoewel “ik heb je lief…”.  

Maar mijn gedachte gaan niet alleen naar mijn kinderen. “Jouw mooie ogen doen me smelten” en al zetten ze me niet in vuur en vlam. Ik heb je lief. Ogen…. En mijn gedachten gaan naar hem. Na zoveel tijd ben ik nog steeds onder de indruk van zijn ogen. En oh wat is het prettig nu gewoon zo te kunnen praten in plaats van alleen via e-mail. Maar ook een ander met prachtige ogen die me bij de eerste blik al raakte. “Ik mis je wel hoor” schreef ik hem. Vandaag belde hij en even hoorde ik een aarzeling. “Je had toch een vriend?” “Mag ik je dan niet missen?” vroeg ik. Ik heb hem lief om wie hij is. Hij kwam zomaar opeens in mijn leven en binnen een paar dagen was hij belangrijk. Geen relatie maar wel een bijzondere band. Hij is mijn spiegel, hij zet me op de grond. Hij kan me ongezouten de waarheid vertellen. Want hij is zoals ik. Verbonden aan elkaar. Ik heb hem lief misschien wel 14 bloemencorso’s lang.
Ik heb ze lief, mijn familie. Mijn moeder, mijn broer maar misschien nog wel meer mijn schoonzus waar ik altijd op terug kan vallen. Als een warme deken. Hun kinderen en kleinkinderen. Ik heb ze lief, het is veel meer dan houden van. Ze zitten diep in mij verankerd. Een soort van onvoorwaardelijk houden van.
Het liedje raakt me. Keer op keer. Ik denk aan hem. Ik weet inderdaad niet of hij zit te wachten op een woord van mij. Maar aan hem denken maakt mij wel veel beetjes blij. Ik heb hem lief. Ik heb het leven lief.  “Ik proef het tijdens ons zoenen, of als je plotseling lacht. Ik zie het in vallende sterren, na heftig vrijen in de nacht. Ik heb je lief, wat moet ik zonder jou. ’t Zijn vier hele kleine woordjes en al maakt je dat een beetje bang. Ik heb je lief 1001 nachten lang”.
Een van mijn mooiste dromen, is oud te worden met z’n twee. Dat die maar uit mag komen……. Ik heb je lief 104 kerstbomen lang.”
“Ik heb je lief mijn hele leven. ’t Is veel meer dan houden van. Ik heb je lief wat moet ik zonder jou”. De belangrijke mensen in mijn leven. Ik heb ze lief….. m’n hele leven lang.

woensdag 14 november 2012

Vanaf vandaag leef jij in mij

“Ik moet het een plekje geven” lees ik in zijn blog maar hij weet niet hoe. Hoe doe je dat ook, iets een plekje geven. Wat voor plekje, waar is zo’n plekje? Hoe kan je loslaten als je niet wil loslaten. Hoe kan je het een plekje geven als je denkt dat je het dan moet loslaten. Hoe doe je dat?

In de auto luister ik naar de cd. Ik luister steeds dezelfde liedjes. Dan zet ik zomaar, ik weet niet waarom, nummer 4 op. “Vandaag begraaf ik jou in mij” zingt Rob de Nijs. “Niet in de aarde, niet in die kist. Niet bij die bomen in de ochtendmist. Daar ben jij niet, jij bent veilig in mij”. Het raakt me diep. Ik denk aan hem. “Een plekje geven, eigenlijk doe je dat al maar misschien niet zo bewust. Misschien is dat wel het plekje. Een plekje in jou En misschien is dat ook wel “plekje” genoeg. Zij hoort bij jou. Zij zit in jou. In je gedachten, in je hart. “Al die oude namen, daar hoor jij niet bij. Nee vandaag begraaf ik jou in mij. Dan kan ik met je praten en antwoord geven” gaat de tekst en de melancholie verder, “dan blijf jij leven in mijn leven”.
Dan besef ik dat ik dat ook deed. Omdat er geen plaatsje was waar ik hem kon begraven. Hij werd gecremeerd en uitgestrooid. Ik weet niet waar. Er was niets meer. Niets meer voor mij behalve het kruisje dat op zijn kist lag. Maar ik had een plekje nodig. Hij mocht van mij niet zomaar verwaaien en dus begroef ik hem in mij. Niet bewust. Maar ik begroef hem dicht bij mij, in mij. Mijn vader zit begraven in mij.
Zij zit ook in mij. Voor haar was er wel een plaatsje. En daar ging ik vaak heen. Samen met mijn moeder. Bloemen leggen, het graf verzorgen. En als mijn moeder dan water ging halen praatte ik daar met haar, zoals ik eerst ook tegen haar praatte als ik bij haar zat aan de ronde tafel in haar kamer. Mijn oma. Mijn alles. Tot de plek weg was. Geruimd zoals ze dat noemen. Wat was ik boos op mijn moeder die dat “zomaar” zonder mij besloten had. Waar moest ik heen? Waar kon ik met haar praten? Die dag begroef ik haar opnieuw. Die dag begroef ik haar in mij.
“Vandaag begraaf ik jou in mij. Ik zal je niet zoeken waar jij niet bent. Blijf maar bij ons hier, waar je iedereen kent. Jouw plaats aan tafel hou ik voor je vrij”. Ze zitten in mij. Begraven in mij. “Dan kan ik met ze praten en antwoord geven. Dan blijven ze leven in mijn leven”.  De mensen die ik zo lief had, ze zitten in mij. Begraven in mij. Vanavond zit ik op een bank in een onbekend huis bij onbekende mensen. Ik spreek ze voor de eerste keer. Dan zegt de man “begraven? En dan legt hij met veel verbeelding uit wat er dan naar zijn mening gebeurd. “Nee”, zegt hij “Ik heb geen plek nodig”. Dan wijst hij naar zijn hart en zegt:  “ze zitten hier, hier in mij”.
Kan dat zomaar of moet je dat heel bewust misschien wel met een soort van ritueel doen? Ik hoop dat hij het kan, haar een plaatsje geven in zichzelf. Ik luister verder en er rolt een traan. Ik hoop zo dat hij het kan. Dat het rust geeft. “Vandaag begraaf ik jou in mij. Dan kan ik met je praten en antwoord geven. Dan blijf jij leven in mijn leven. Hier neem m’n ogen en kijk met mij. Neem m’n voeten en loop met mij. We gaan naar huis nu wij allebei. Vanaf vandaag leef jij in mij”.
“We zullen lachen en plannen maken. Ik zal met je slapen en met jou ontwaken. Hier neem m’n mond en lach met mij. Neem mijn handen en voel met mij. Wat je doen wou doe ik erbij. Vanaf vandaag leef jij in mij”.
“Neem m’n hart en leeft met mij. Want jouw dood is nu voorbij. Vanaf vandaag………. leef jij in mij”.

zaterdag 10 november 2012

Thuis zijn


“Ik ben nergens thuis” zegt hij, en ik zie de vertwijfeling in zijn ogen. Hij staart in het niets. Soms is hij heel dicht bij en dan ineens zweeft hij weg. Weg in zijn gedachten. Weg in zijn wereld die zijn wereld niet is. Op zoek, op zoek een plek om thuis te komen. Op zoek naar huis. Op zoek naar zichzelf.
Hij hangt overal tussen in. Tussen het verleden en de toekomst. In het heden. Het heden waar hij geen grip op heeft. Want in het heden is hij even niet thuis. Ik begrijp wat hij voelt, ooit voelde ik dat ook. Ooit wilde ik verder maar kon het niet. Nog niet. Ik spartelde tegen. Ik probeerde met een vreselijke drang, grip te krijgen op mijn leven, op mijn toekomst. Ik wilde weten wat er ging gebeuren maar hoe harder ik vocht hoe minder grip ik kreeg. Ik moest leren loslaten. “Dat is lastig voor een control freak” zei hij. En ik weet wat hij bedoeld.
“Het komt goed” zei ik gisteren tegen mijn vriendin. Ze schrok van de mededeling dat we weer op zoek zijn naar een huis. Negen weken, nog niet eens meer. Ik zag de twijfel in haar ogen. Het is niet dat ik me geen zorgen maak. Maar ondertussen weet ik dat dat alleen mijn energie opvreet en totaal geen zin heeft. Zin heeft het om zoveel mogelijk mensen te vertellen dat ik op zoek ben. Zin heeft het om actief te zoeken. Zorgen maken kan altijd nog. En dus vertrouw ik. Probeer ik het los te laten en te vertrouwen. Vertrouwen op mezelf. Vertrouwen op de mensen om me heen die om mij geven en van mij houden. Vertrouwen op de toekomst. Er komt altijd een oplossing. Die oplossing ben ik zelf. Als ik geloof in me zelf, komt het altijd weer goed.
Je hebt een keuze. Een thema dat gisteren ook aan bod kwam bij de boeklancering waar ik was. Haar woorden maakte indruk, raakte mij diep. Vandaag las ik het voorwoord. En weer komt het naar boven. “Ik heb me afgevraagd wat maakt dat de ene persoon zuur of cynisch wordt, slachtoffer en boos op de wereld, terwijl de ander juist krachtig en vol van levenslust is” schrijft ze. Ik herken haar woorden, haar gedachten. En ook het OER waar ze overschrijft. Ik herken het oergevoel in mij. Het oergevoel van liefhebben, van het mooie blijven zien. Het oergevoel van moeder zijn. Maar ook het oergevoel van op zoek zijn naar jezelf. In de lezing kwam naar boven hoe belangrijk liefhebben is in je leven. Liefde voelen, liefde zijn, vertrouwd raken met liefde. Dat ervaren in je eerste levensjaren is van levensbelang.
Maar niet alleen het voelen ook het horen is voor mij belangrijk. Het heeft lang geduurd voor ik besefte dat ik dat miste van de persoon van wie het dat het meeste nodig had. Zij hield van mij, maar zei het nooit. Nog steeds niet. Daaruit komt waarschijnlijk mijn bedwingbare drang om dat te vertellen tegen mijn kinderen. “Ik hou van je”. Toen ik naar huis reed dacht ik aan mijn oma. Mijn oma die het zaadje van liefhebben, van lief gevonden worden en liefde voelen, altijd water gegeven heeft. Waardoor ik nu kan vertrouwen op mezelf. Mezelf heb gevonden en, hoe moeilijk het soms ook kan zijn in je leven, met vertrouwen door kan gaan.
Nu maakt het niet uit waar ik ben. Waar ik zal wonen. Voor de kinderen houd ik rekening met bepaalde aspecten maar voor mezelf maakt het niet uit. Ik kan overal thuis zijn. Dat kan omdat ik thuis ben bij mezelf. Heel soms merk ik dat ik weg ben. Ergens anders dan bij mezelf naar binnen ben gegaan. Dan heb ik even tijd nodig maar altijd kan ik mezelf weer terugvinden. “Wie dan leeft, die dan zorgt” zei ik gisterochtend. “Ik kan niet in de toekomst kijken, en dus probeer ik dat los te laten”. Dat is moeilijk voor een controle freak. Maar het werkt wel. Als ik terug kijk in mijn leven, kwamen de dingen die ik zo graag wilde, waarvoor ik zo mijn best deed, waarvoor ik vocht, op de momenten dat ik het los liet.
Ik kan hem niet helpen. Ik kan er zijn en luisteren. Ik kan van hem houden en hopen dat dat hem vertrouwen geeft. Maar hij moet het zelf doen. Op zoek naar zich zelf, zichzelf vinden en weer van zichzelf gaan houden. Zien wat voor mooi mens hij is. De controle proberen wat losser te laten. Vertrouwen weer te krijgen in dat het goed is. En dan, als hij zich zelf gevonden heeft, zal hij thuiskomen. Thuis bij zich zelf. Dan hangt hij niet meer tussen het verleden en de toekomst. Dan leeft hij in het heden. Dan is hij overal thuis.

donderdag 8 november 2012

Een oma voor je verjaardag

Daar stond ze, midden in de kamer. Een klein dapper vrouwtje. Ze stond half achter mij en keek de kamer rond. “En dit” zei ze parmantig, “dit is mijn nieuwe kleindochter!” “Nou welkom in de familie” zei haar schoondochter hartelijk en iedereen knikte.

Ik werd die dag 18 jaar en ik kende haar van de winkel waar ik werkte. Bijna elke dag kwam ze boodschappen doen. Meestal alleen. Dan was ze druk, druk bezig. Ze kocht altijd maar een paar kleine dingen. Daarom was ze er ook elke dag. Die dag zou ik thuis gaan lunchen. Ik woonde dichtbij en mijn moeder vond het gezellig als ik thuis kwam eten. Ik liep via de personeelsuitgang naar buiten langs de winkel richting huis. Net voorbij de winkel liep zij met haar boodschappen. Ze was een klein vrouwtje maar altijd zo aardig. “Welke kant moet u op” vroeg ik haar. Ze wees in de richting waar ik ook heen moest. “Oh ik moet ook die kant op” zei ik vrolijk, “zal ik uw tas voor u dragen”.  Ze knikte gretig van ja. Onderweg vertelde ze dat ze evenwichtsstoornis had en niet zoveel kon tillen omdat ze soms zomaar duizelig werd. Bij haar voordeur namen we afscheid.
Die dag was de eerste dag van vaker samen naar huis lopen. Als ik pauze had en zij in de winkel was, zei ik dat ze best wat meer mee mocht nemen omdat ik haar tas wel zou dragen. Onderweg vroeg ze dan steevast tig keer of de tas niet te zwaar voor me was. Op een dag moest ik even mee naar binnen om opa gedag te zeggen. Ze wilde graag laten zien wie haar tas voor haar tilde. De kleine wandelingen werden kleine cadeautjes. Voor haar en voor mij. Mijn oma was overleden toen ik 12 jaar was en zij herinnerde me aan mijn oma. Na de keer kennismaken moest ik een keer thee komen drinken. Ik mocht oma en opa zeggen en de kleine bezoekjes waren kleine lichtpuntjes. Ze vroeg naar mijn interesses, naar mijn werk naar mijn hobby’s. Ze zette thee en gaf koekjes. Ze kletste over haar kinderen en kleinkinderen en liet me foto’s zien.  En toen ze vroeg wanneer ik jarig was zei ze blij “echt waar, dan ben ik ook jarig!”.
Het werd november en ze vroeg of ik die zondag, op onze verjaardagen, een kopje thee kwam drinken. “Maar dan is de hele familie er” sputterde ik nog tegen. “Nee hoor” zei ze “kom maar in de middag, de familie komt in de ochtend”.  Maar toen ik daar zondagmiddag precies zoals afgesproken om 14.00 uur voor de deur stond, werd me al snel duidelijk dat leugentjes om bestwil oma niet vreemd waren. Ze maakte zelf de deur open. Nog zie ik me daar staan, net 18 jaar in mijn nieuwe jas. “Kom” zei ze, hing mijn jas op en dirigeerde me naar de huiskamer. En daar zat niet alleen opa maar de hele familie. Alle 4 haar kinderen met hun partners en de kleinkinderen sommige al met vrouw of vriend. Ze ging midden in de kamer staan en introduceerde mij bij de familie. Een lieve familie waar ik me direct welkom voelde.
Oma is lang speciaal geweest voor mij. Elke verjaardag waren er de kinderen, de kleinkinderen en ik. Ze vergat me nooit uit te nodigen. Ik ben de laatste dagen op haar sterfbed nog bij haar geweest. Daarna ging ik trouw een of meerdere keren per week bij opa in het bejaardenhuis op visite. Het was anders toen oma er niet meer was maar door oma had ik een band met opa gekregen. Hij was erbij toen ik trouwde. Vandaag is het 25 jaar geleden dat ze daar vol trots stond en zei: “En dit, dit is mijn nieuwe kleindochter”. Lieve geadopteerde oma, al ben je dan niet meer bij ons, weet je vooral in mijn hart zit.

dinsdag 30 oktober 2012

Herinneringen uit oma's tijd

Ik kan het niet, misschien wil ik het ook wel niet,  naar buiten lopen zonder iets te kopen. Niet overal hoor, want eigenlijk kan ik het normaal juist heel goed. Ik had zo uit Zeeland kunnen komen in plaats van uit Brabant “want ons bin zûnig he”. Maar bij haar winkeltje kan ik het niet. Ik zie altijd wel iets wat ik moet kopen.

De spullen die er staan herinneren me aan mijn oma. En die was belangrijk voor me. Dat zijn mooie herinneringen. Het voelt goed met haar spullen om me heen. Echte oude spullen die zij gebruikte. Maar ook de spullen die zij had maar niet meer in mijn bezit zijn, die ik daar gewoon soms zo maar zie staan. Een vergiet zoals die van mijn oma, of het stoeltje dat zij in haar kamer had staan. Ik kan er uren rondlopen en elke keer zie ik weer wat anders. Ik kan echt op en top genieten van al die mooie oude spulletjes met een eigen verhaal.
Van kleine tot grote spullen maar bijna allemaal even mooi. Sommige echt oud en sommige nieuw maar met een oude uitstraling. Schilderijlijstjes of fotolijstjes waarbij je mooie oude foto’s echt tot hun recht komen. Weckpotten, suikerpotjes, glazen kannen of ander prachtig servies. Deurknoppen, tafelkleden, kandelaars. Maar ook prachtige kasten, tafels en stoelen. Ik heb een zwak voor dit soort winkels maar in haar winkel is het ook nog eens betaalbaar. Veel komt er uit kloosters of oude huizen, vaak ook uit België. En soms als je iets vraagt, verteld zij het verhaal erachter.
Zij is een vriendin van mij. Soms als het rustig is in de winkel en de klanten vooral bezig zijn met rondsnuffelen of in de zeldzame gevallen dat er even niemand is, drinken we samen thee. Praten we over wat er nieuw is en waar ze de komende tijd heen gaat om spullen te halen. Haar man zei ooit van mijn kamer “het lijkt wel een dependance”. Een compliment dat er bij mij blijkbaar ook een beetje dat sfeertje hangt. Als ik bij haar thuis kom straalt er uit haar woning datzelfde gevoel. Tenminste als ze niet net op pad is geweest en de woonkamer boordevol staat met “nieuwe” aanwinsten.
Toen ik een tijd geleden aan iemand vroeg van wat voor soort inrichting hij hield, was zijn antwoord “spullen met een verhaal”. “Ja” dacht ik, “dat is nu precies ook mijn gevoel”. Mijn spullen ademen een verhaal. Nieuwe en oude materialen door elkaar, en vooral veel herinneringen. Mijn laatste aankoop waren zes oude stoelen uit een klooster. Uiteraard bij haar uit de winkel.  Allemaal anders en allemaal even mooi. Ze geven mijn keuken dat ouderwetse gevoel waar ik zo van hou. Dat het doorleefd is, dat er geleefd wordt. Het zijn mijn stijl en mijn herinneringen die samen terug vind in haar winkel.
Verslaafd ben ik, verslaafd aan het rondneuzen in haar winkel. En dus moet ik mezelf in de hand houden. Nadenken of ik het echt wel nodig heb. Binnenkort ben ik jarig. Ik denk dat ik maar vraag of ik een verlanglijstje neer mag leggen of misschien nog wel beter dat ik cadeaubonnen ga vragen….. En waarschijnlijk moet ik binnenkort weer verhuizen. Dus wat een pracht cadeau is het om daar zomaar te mogen winkelen, want eerlijk is eerlijk, het is voor mij toch onmogelijk om met lege handen naar buiten te lopen.

donderdag 30 augustus 2012

Haar oma

Het was een vaste gewoonte, elke ochtend ging ze voor ze naar school ging eerst even naar haar oma. Maar die ochtend niet. Ze was een beetje laat, verslapen had ze zich en dus had ze haast. En dat was achteraf maar goed ook..…...
Het was woensdag 31 maart. Niets vermoedend ging ze die dag naar school. Het enige verschil met andere dagen was dat ze die ochtend niet de slaapkamer van haar oma was binnengelopen om te vragen of die een staart of vlecht in haar lange blonde haren wilde maken. Haar oma woonde bij haar in huis en was er altijd. Dat was fijn vond ze maar soms miste ze een oma om op zondag naar toe te gaan. Een plek waar dan de hele familie samen kwam en je kon spelen met neefjes en nichtjes. Op maandag hoorde ze die verhalen altijd op school. Zij had maar één oma, en die woonde bij hen in huis. De andere opa’s en oma’s waren al dood voor zij geboren werd. Oma was haar moeders moeder. Haar moeder was enig kind en omdat de vader en moeder van haar vader dus al dood waren, zag ze die neven en nichten niet zo vaak. Daarbij waren ze allemaal een stuk ouder dan haar, dus op zondag bij oma verstoppertje doen zat er toch niet in. Soms vroeg ze zich wel eens af hoe het was om een opa te hebben. Maar eigenlijk maakte haar oma wel alles goed. Als ze uit school kwam, ging ze meestal ook meteen naar haar toe. Soms zaten oma en mama samen beneden thee te drinken. In de avonden zat ze graag in de grote kamer van oma boven die oma haar “huiskamer” noemde. Ze keken dan samen tv of deden een spelletje. Bij oma was het altijd gezellig. Er branden kaarsjes en oma had altijd thee. Vaak met iets lekkers als koekjes op peperkoek zoals oma de ontbijtkoek altijd noemde.
Die middag zou ze naar haar broer gaan. Haar broer woonde niet meer thuis. Die was al getrouwd en drie weken geleden was zijn tweede kindje geboren. Net als de eerste ook een jongetje. Ze kwam graag bij haar broer en mocht er ook regelmatig logeren. Op haar 7e was ze voor het eerst tante geworden. Naast haar schoenen liep ze van trots. Maar de vrouw van haar oudste broer liet haar niet zo vaak bij de baby, dat was jammer. Toen ze 10 jaar was, was er een baby bij haar andere broer geboren. Dat was anders. Van dat schoonzusje mocht ze juist heel vaak helpen. Geweldig vond ze dat. Luiers verschonen, mee de baby in bad doen. Nu was er dus weer zo’n kleine hummel in huis. En dus verheugde ze zich vandaag ook erg op de middag. Het was woensdag en ze had de hele middag vrij van school. Ze zou snel thuis eten en dan op de fiets naar het huis van haar broer. Verlangend keek ze naar de klok, nog maar een paar minuten en dan zou de bel gaan.
Lachend kwam ze samen met haar klasgenootjes naar buiten. Buiten stond Roos, de vriendin van haar moeder. Verbaasd keek ze naar Roos. “Hoi,” zei die, “ik kom je gezellig ophalen van school.” Vreemd, dacht ze even maar liet het gelijk weer varen, want gezellig vond ze het wel. Onderweg naar huis vertelde Roos haar waarom ze naar school gekomen was. Die ochtend had haar moeder haar oma dood in bed gevonden. Maar daar snapte ze helemaal niets van. Dat kon helemaal niet. Zij zou die middag naar haar broer gaan. Ging dat dan niet door? Pff balen. Ze schrok van haar gedachten. En toen drong het langzaam door. Haar oma was dood. Maar, maar dat kon helemaal niet. Echt niet hoor. Want gisteravond nog had zij een koud washandje op het hoofd van oma gelegd omdat oma zo’n hoofdpijn had. Was het daardoor? Had zij nu haar oma vermoord? De paniek sloeg toe. Ze voelde tranen in haar ogen prikken. Moest ze het vertellen aan Roos. Moest ze vertellen dat het haar schuld was?
Thuis zat de hele familie aan tafel. Raar om zo iedereen bij elkaar te zien. Haar moeder had rode ogen en haar oudste broer keek zo treurig. Pff zij wilde dit niet. Zij wilde eigenlijk gewoon naar haar andere broer, gewoon dat dit gedoe er allemaal niet zou zijn. Ze wilde naar boven hollen om tegen oma te zeggen dat ze uit school was en dat ze zo naar de baby zou gaan. Oma zou dan trots kijken, die was mooi zomaar 3 keer overgrootmoeder geworden. En vanavond als ze thuis kwam zou ze weer naar boven hollen, nog met haar jas aan. Ze zou alles van de middag vertellen en oma zou de kaarsjes aan hebben en een pot thee…….
Langzaam kwam het besef. Ze zou nooit meer naar boven hollen… tenminste niet naar haar oma. Wil je nog mee gaan kijken vroeg haar moeder. Weer sloeg de paniek toe. Kijken? Kijken naar haar dode oma? Haar broer zag haar blik en zei dat het niet hoefde als ze dat niet wilde. Hij ging ook niet kijken. Dankbaar keek ze hem aan. Nee, ze wilde helemaal niet kijken naar haar dode oma. Ze wilde helemaal niet dat oma dood was. Zij zou aan oma denken zoals oma was. Aan oma die haar leerde breien, haar leerde rolschaatsen. Aan oma die dansend door de kamer ging en er bij zong “falerderalderie falderalderaaaa” zoals zij dat alleen kon op haar oma-manier. Aan oma die bij het circus op televisie altijd zij dat zij dat ook wel zou kunnen als ze de trapeze heen en weer zag slingeren. Aan oma die van een bezoekje aan haar vriendin thuis kon komen en vol overtuiging kon zeggen “tjonge zeg, ik zag die en die bij de bushalte en die was toch oud geworden”. Want oma was in haar hoofd nog altijd jong.
En als ze nu ’s avonds zelf de kaarsjes aan steekt, denkt ze altijd weer aan oma. Ze lijkt op haar oma. Heeft dezelfde gewoontes en in haar hoofd is ze net zo jong als hoor oma. De kaarsjes zijn een symbool voor haar oma. Haar oma van wie ze zoveel houdt.

zondag 26 augustus 2012

Echte liefde in 1924


Zij waren heel gelukkig, haar opa en oma. Hij hield vast heel veel van haar en zij van hem. Dat moet wel.  Zij waren 42 jaar getrouwd, toen hij overleed. Ze kijkt mij aan. Ik lees de vragen in haar ogen. Ze weet het namelijk niet. Ze kent hem niet. Zij werd namelijk pas in 1969 geboren en hij overleed al in 1966, 2 dagen na zijn 65e verjaardag. De leeftijd waar hij zo naar verlangd had. Verlangd omdat je toen met 65 nog met pensioen ging. Hij zou gaan genieten. Afgeteld had hij. Maar 2 dagen na zijn verjaardag bereikte haar moeder het bericht dat hij overleden was. Ze was op een feest, een bruiloft. En ook al stonden de agenten die het zware nieuws moesten brengen aan de andere kant van de zaal, zij wist het al. Voelde dat er iets niet klopte. Dat ze voor haar kwamen en ook dat het slecht nieuws was.

Ze had hem graag leren kennen. Haar opa. Haar oma kende ze wel. Door en door. Ze woonde bij hen in huis en was er dus altijd. Ze hield van haar oma. Maar haar liefde ging verder dacht, ze dan bij een normale kleinkind-oma relatie. Haar oma was haar grote voorbeeld. Ze was graag dicht bij haar oma. Ze herkende zich in haar. Haar oma leerde haar breien, fietsen, rolschaatsen. Haar oma vlocht haar lange hare. Met haar oma speelde ze spelletjes kaart en bij haar oma brandde altijd kaarsjes. Haar moeder was druk met alles. Maar dat was het niet alleen. Ze hield wel van haar moeder maar haar oma begreep haar. Wist hoe ze dacht. Ze waren hetzelfde. En dus moet haar opa wel van haar gehouden hebben. Dat moet. Het kan en mag niet anders. Dat houdt haar op de been. Want zelf bakt ze van relaties niet zoveel.

In een flits van verbazing zoekt ze op internet naar hem. Alsof ze daar iets zal vinden denkt ze terwijl ze zijn naam in typt en ze schud haar hoofd. En dan tot haar stomme verbazing leest ze zijn naam en die van haar oma. Ze klikt en leest de enkele zin. Een zin, meer is het niet. Het is een bericht over de Pauluskerk in Eindhoven, inmiddels omgebouwd tot een appartementencomplex.  “Het eerste huwelijk was op 5 juli voor het bruidspaar… “ leest ze gevolgd met de namen van haar opa en oma. Het blijkt in het jaar 1924 te zijn. Een jaar voor haar moeder geboren wordt. Haar oma is dan 23 jaar oud, haar opa 22.

De verhalen van haar moeder over haar oma zijn niet altijd even aardig. Een beeld dat zij duidelijk niet deelt. “Maar”, zegt ze, “ze begrepen elkaar vast niet. Zoals ze mij ook niet begrijpt. Ze zegt dat ik op haar lijk, maar dat ik beter mijn vrienden kan houden”. Op haar gezicht verschijnt een glimlach. Haar ogen stralen als ze over haar praat. Ze houdt van haar oma, dat is wel duidelijk. “Mijn dochter lijkt ook op haar”, zegt ze vol liefde in haar stem.  Ooit zat ze bij een gesprek met de aangetrouwde tante van haar moeder. Een hele lieve vrouw waar ze graag kwam. Ze had een lieve uitstraling, een vol vriendelijk gezicht met amper rimpels. Mooi vond ze haar. Zo zou ze er graag willen uitzien als ze oud was. Als je haar aankeek kon het zware leven dat ze geleid had niet zien. Geen enkel spoor. Ze moest wel heel sterk zijn. Mentaal heel sterk. Ze was de schoonzus van haar oma. Haar man had een voorliefde voor alcohol gehad en zij had dat moeten verduren. Hij had haar vaak geslagen of gedwongen de “liefde” met hem te bedrijven. En ook overspel was hem niet vreemd. Voor de buitenwereld hield ze dat verborgen. Dat kon niet anders in die tijd. De dag na het huwelijk van haar jongste kind, de dag dat alle kinderen het huis uit waren, was ze vertrokken. Een schande vond men. Maar zij had haar taak, haar kinderen groot brengen, volbracht. Zonder iets, zonder extra kleding, zonder geld was ze weggegaan. Haar kinderen hadden haar opgevangen en stukje bij beetje had de vrouw een nieuw bestaan opgebouwd. Toen zij het verhaal hoorde was ze nog veel te jong om het eigenlijk te kunnen begrijpen, maar het was haar altijd bij gebleven. Niet in de laatste plaats omdat ze spraken over de vele brieven die haar “oudtante” schreef naar haar opa en andersom. De vrouw had ze had ze altijd bewaard. En ook al was ze nog maar klein toen ze bij dit gesprek zat, de liefde in de stem van de vrouw die sprak over haar opa, was ze nooit vergeten.  

De jaren daarna worstelde ze met het gevoel. Ze hield van deze vrouw, maar ze hield nog veel meer van haar oma. Het idee dat haar opa van beide hield was moeilijk te verdragen. En het idee dat haar opa misschien wel meer van zijn schoonzus hield dan van zijn vrouw, vrat aan haar. Aan haar en haar gevoel over het huwelijk, over de liefde. Wat zou ze het hem graag vragen. In zijn ogen kunnen kijken als hij haar een antwoord zou geven. Maar dat zou nooit gebeuren, hij was al dood voor zij geboren werd.

Haar ogen staren naar het beeldscherm. 5 juli 1924. Zouden zij bij elkaar gebleven zijn in deze tijd? Haar opa en oma. Zouden zij de 42 jaar dan gehaald hebben? Ze wil er graag in geloven. Want ze gelooft nou eenmaal graag in echte onvoorwaardelijke liefde.