Posts tonen met het label zee. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zee. Alle posts tonen

vrijdag 12 augustus 2016

Behouden vaart

De boot ligt stil 
dobbert mee 
op de deining 
van de zee. 

Maar pas als 
de zee 
haar krachten toont 
wordt de kunde
van de schipper 
beloond.

Frisse wind

Het zand 
scrubt mijn huid 
de zee 
spoelt mijn hoofd 
en de wind 
neemt alles mee 
wat ik 
ten onrechte 
heb geloofd.

zondag 19 juli 2015

Strandwandeling

Water, zon en zand
wandelen op het strand
stil genieten van elkaar
simpel hand in hand

Alles gezegd in de stilte
en in een klein gebaar
een blik, een kneepje in mijn hand
simpel genieten van elkaar 

Zomervakantie

De zon staat hoog
een vrij gevoel
zand
een beetje wind
Kastelen bouwen 
op het strand
De zomer 
door de ogen 
van een kind

Surfer

Wind zoeft langs zijn oren
water spat op
Voeten op de plank, wind in het zeil
de zomer is weer top

maandag 13 juli 2015

De wind

De wind stuurt mijn bootje
naar daar waar het moet gaan
Als ik op de wind meedrijf
kom ik zonder moeite aan

Maar als ik me verzet
een andere koers verkies
Is het dat ik het steeds weer
van de wind verlies

zondag 21 juni 2015

Kamperen

De geur van kamperen
van gras vermengd met zand
van tandpasta in het toiletgebouw
van croissantjes en de krant

Het gevoel van kamperen
blote voeten in get gras
't groeten van de buren
alsof het nooit anders was

De essentie van kamperen
koken op een klein vuur
het simpele geluk
altijd te kort van duur

dinsdag 22 juli 2014

Heimwee

Ineens is het er, zomaar vanuit het niets. Het is dat zomergevoel als ik buiten loop, dat liedje dat me raakt, de geur van de zee of het is er als ik eten sta te koken en door het raam naar buiten kijk. Er valt ook geen touw aan vast te knopen wanneer of waarom. Ineens is het er, een gevoel van heimwee.

Over het algemeen ben ik toch aardig optimistisch. Tenminste dat denk ik zelf. Ik kijk graag vooruit en ik heb weinig nodig om gelukkig te zijn. Geluk zit voor mij in de kleine dingen. Intens genieten kan ik van een bloem in het gras, een zonnestraal op het water of een vogel die fluit. Van een grapje tussendoor, een telefoontje, van het ruisen van de wind die waait en zelfs van de regen als die op het juiste moment mijn autoruit schoonspoelt.  En juist die kleine dingen roepen de laatste tijd ineens een gevoel van heimwee op. Zo’n melancholisch gevoel dat je overvalt en alleen maar kunt ondergaan. Stil laat ik het dan ook maar gebeuren.

Heimwee. Heb ik heimwee en naar wat dan? Waarom? Vandaag nog sms’te ik naar iemand dat het leven een reis is waarin je vooral je zelf elke dag beter leert kennen. Een mooie reis die ik het liefst zou af leggen over het strand langs de zee. En ja dan mag het best wel waaien, stormen af en toe. Ik ben nou eenmaal meer van de zee dan van de bergen hoewel die symbolisch natuurlijk veel mooier je levenspad kunnen verwoorden. Want wie loopt er nou zijn hele leven over een vlak pad. Niemand toch. Er zijn altijd ups en downs. Want zonder downs zouden de ups geen ups zijn.  Ik weet niet of ik altijd de juiste keuzes gemaakt heb, maar wie weet dat wel. Menig kruispunt ben ik overgestoken, soms sloeg ik linksaf en soms ook recht.

Is het de zon die overvloedig schijnt de afgelopen weken? Is het het gevoel van rust wat ik in mezelf gevonden heb, dat er nu ook tijd is voor melancholie? Is het het zwart-witte stippeltjes jurkje dat is gisteren in Amsterdam kocht en wat het gevoel van 1920 oproept. Het gevoel in een oude film te lopen en foto’s te maken met een gelige gloed.  Ik weet het niet. Vanmiddag liep ik van de supermarkt naar huis. Gelukzalig bedenkend hoe fijn het is dat je in de vakantie zoveel tijd hebt dat je het je kunt veroorloven om lopend naar de winkel te gaan. Met zonnebril en mijn haren los wapperend in de wind. Aan mijn voeten slippers waardoor het lange gras aan mijn voeten kietelde. De zon voelde warm op mijn huid en de lucht rook naar vakantie. Van ver hoorde ik een auto aankomen vermengd met het geluid van water dat zachtjes tegen de kant aan klotste. En ineens was het er… dat gevoel van heimwee naar iets wat ik blijkbaar mis.

Overvallen vraag ik me af of ik bij de laatste splitsing de juiste kant op gelopen ben… of heb ik even daarvoor misschien al een afslag gemist?



woensdag 7 augustus 2013

Vakantieplaatje

‘Volgend jaar blijven we thuis’ zegt ze. Ze zeult op haar rechter arm een kind mee en twee andere iets oudere koters lopen voor haar. Ze lopen richting strand en zee en zijn ongeveer halverwege.  Ze kijkt niet echt blij en de man naast haar al net zo min. 

Ik glimlach terwijl ik de andere kant oploop, vanaf zee terug naar de camping. Ineens denk ik aan alle tijdschriften waarin mooie plaatjes je doen geloven dat dit DE tijd van het jaar is. Knappe slanke moeders gekleed in een zwierig zomers jurkje, met aan de hand lief kijkende kinderen, lachen je vanaf de foto toe. Vader tilt de goed gevulde picknickmand met uiteraard allemaal zelfgemaakte sandwiches en salades. De fles met bubbels die ondanks de brandende zon altijd koel lijkt te zijn, steekt net boven de mand uit. Net zoals de plastic, maar niet van glas te onderscheiden, champagne glazen.
Straks aan zee gaat vader met zijn zoon vliegeren terwijl dochterlief in haar snoezig roze stippeltjes bikini zandkoekjes bakt en moeder in de schaduw van een bijpassende parasol een verantwoord boek leest. Als de kids uitgehongerd van de zeelucht weer richting moeder lopen, heeft ze precies op tijd de picknick op het geruite kleed met bijpassend servies klaar staan.
Al snel schrik ik op uit mijn gedachte. Een stukje verder op probeert een moeder namelijk met het dreigement dat de ‘zandpolitie’ eraan komt, haar zoon te bewegen om terug te komen. Zoonlief echter is Oost-Indisch doof door zon, zee en het vakantiegevoel en loopt compleet met emmertje stug door. Vader snelt er al roepend achteraan en zegt, als hij binnen gehoorafstand is, luid en duidelijk dat de krabt echt beslist terug in het water moet. Het jochie van amper twee turven hoog denkt daar echt heel anders over en probeert de brute kracht van vaders armen die hem inmiddels te pakken hebben te weerstaan. Als dat niet lukt, zet hij het effectief op een brullen.
Het doet me denken aan Brigitte Kaandorp die de kerstdagen beschrijft zoals die er in het echte leven ook net anders uitzien dan de Libelle en Margriet doen vermoeden. Met moeders die door zieke kinderen nachten lang niet geslapen hebben. Hun kleding vooral makkelijk en  met chocolademelk vlekken in plaats van de stralende vrouw met opgestoken haar in een glimmende jurk die de prachtig gevulde kalkoen opdient en haar man stralend toe lacht.
Ik ben de kleutertijd met de kinderen al weer lang voorbij en zo ook de illusie dat het leven er uit moet zien zoals de glamour tijdschriften je voorschrijven. Ik geniet van het dagelijkse leven en als het tafelkleedje dan ietwat lijkt op snoezige de plaatjes die ik ooit voorbij zag komen, dan is dat mooi meegenomen.
De volgende ochtend ben ik redelijk vroeg wakker. Ik pak mijn praktische roze toilettas en ‘design’ zwarte handdoek die door de kleur extra geschikt is voor het campingleven. Na een verfrissende douche trek ik een van mijn gezelligste zomerjurkjes aan. Mijn nog natte krullen hou ik in bedwang met een clip en ik smeer zelfs wat mascara op mijn wimpers. Mijn voeten vinden blindelings de goudkleurige slippers die zowel praktisch als van het juiste merk zijn. Als ik bij de retro Eriba caravan kom, zie ik manlief net de zilverkleurige bodum koffiekan op de tafel met het rood met wit genopte kleedje zetten. De kids steken net hun hoofd buiten het tentje en kijken mij lief maar nog slaperig aan.. Laat de fotograaf maar komen, denk ik tevreden, met een beetje geluk doen we het zo slecht nog niet in de Libelle. Het leven is zo gek nog niet en het campingleven al helemaal niet.


zaterdag 6 juli 2013

Zon, zee, strand en muziek

Hij draait zijn oor naar haar toe maar zij doet niets en wacht. Dan als hij terugdraait zoent ze hem. Zijn ogen beginnen te stralen. Dan kijkt ze naar hem op en zegt: ‘ik heb je nog nooit in de regen gezoend’. ‘Alles moet een eerste keer zijn’ is zijn commentaar en spontaan zoent ze hem nog eens.

Door en door nat staan ze daar in de menigte. Ze staan iets voor mij. Het regent niet hard maar wel lang. Zo’n iets meer dan miezerige regen die er voor zorgt dat je langzaamaan door en door nat wordt. Ze dacht goed warm aangekleed te zijn, veel laagjes en een winddicht jack. Daaroverheen nog een hel blauw regenjasje. Smurfin had hij haar genoemd waardoor zij vond dat hij dan grote smurf moest zijn met zijn rode regencape. Zijn jack onder de cape blijkt nu niet zo waterdicht, net zo als haar blauwe regenjasje. Daar komt nog bij dat het water precies van het jack op haar broek loopt die nu helemaal door een door nat is. Ook de capuchon laat meer water door dan er vanaf loopt en dat wat er vanaf loopt, sijpelt weer precies het jasje in, in plaats van er af. De druppels vinden hun weg over haar rug naar beneden. Maar ach zelfs dat alles mag de pret niet drukken. Verliefd kijkt ze hem aan en hij voelt de zon vanavond schijnen.
De volgende middag is het druk. Nog drukker dan de avond ervoor. Maar nu schijnt dan ook de zon. Ineens is het zomer daar in Zeeland. De muziek, de zon, het strand, de zee; iedereen is vrolijk. Witte tenten, zand en palmbomen en zo’n 40 .000 blije vrolijke mensen die rondlopen, zingen, dansen, zitten, eten en drinken maar vooral intens genieten. Ineens zie ik ze weer, nu zonder regencape of jas. Haar armen zijn om zijn nek geslagen en ze dansen op de klanken van een lied van Guus. De wereld lijkt op te houden en tegelijk te beginnen, alleen zij tweeën. Links naast haar dansen drie mannen uitbundig en aan de andere kant kijkt een serieuze man half jaloers naar het tafereel. Zijn vrouw is niet in beweging te krijgen en kijkt zuur voor zich uit. Hij neemt nog maar een slok van zijn bier en laat zijn fantasie over aan de zon en de muziek.
Een uur of twee later zit ik op een gekleurd kleed tegen de dijk en kijk uit over het terrein. Duizenden mensen bewegen voor mijn ogen. Ik laat de woorden van alle gespreken om mij heen binnen komen en weer gaan. De muziek dreunt een heerlijk ritme en de woorden vervagen. Gefluit, gelach. Meeuwen vliegen boven mijn hoofd. De wind verkoelt mijn armen en de zon verwarmt mijn hoofd dat in een prettige roes van een groot verkoelend glas bier verkeerd. Verderop ziet een man een vrouw, herkent haar en omhelst haar uitbundig en stevig. Dan houdt hij haar op armlengte afstand. Kijkt nog eens goed naar haar en knuffelt haar dan nog een keer. Voor mij zitten vier vrouwen die duidelijk bij elkaar horen. Ze dragen een roze shirtje met ‘subgroep rocks’ en daaronder vier namen. Twee van hen staan op en kondigen aan dat ze wat te drinken gaan halen. Een ervan is Emmie en ik gok naar de naam van de ander maar of het klopt zal ik nooit weten. Over een paar uur komt Racoon en daarna Blof. Ik kom voor Blof en voor Guus natuurlijk. Mijn Brabantse bloed kruipt waar het niet gaan kan en dus ben ik levenslange fan van Guus. Maar nu zijn we in Zeeland en dus verlang ik de woorden van Blof die me altijd aan het denken zetten.
Zon, zee, strand en muziek. Naast mij ligt mijn lief met zijn ogen dicht. De zon kleurt zijn voorhoofd dat waarschijnlijk straks een kleur bruin zal vertonen die mij licht jaloers maakt en trots tegelijk. Om mij heen dansen menen. Grote, kleine, dikke, dunne mensen met blonde, bruine of zwarte haren. De een met laarzen aan en de ander op slippers. Ik hoor allerlei accenten door elkaar uit alle windstreken met een boventoon van Zeeuws.
Dan trekt een man in pantalon en overhemd mijn aandacht. Rustig loopt hij verder. Het lijkt bijna misplaatst en toch gewoon tegelijk. Zoveel mensen, zoveel geluid en toch…. Ik kom hier tot rust. Ik geniet van de zon en de omgeving. Life is good. Ik tel de uren tot Blof als sluitstuk de mensenmassa tot gekte zal krijgen en tegelijk stel ik het uit. Ik zuig elke minuut op. Dan ga ik liggen en staar naar de lucht. Wat een sfeer hier. Dank je wel schat dat je mij hier mee naar toe nam. Want eindelijk na zoveel jaar ben ik dan eindelijk hier. Ik ben hier en geniet. En plan alvast in mijn hoofd voor volgend jaar.  

dinsdag 2 juli 2013

Zeemeeuw


Pootjes naar achteren

Vleugels wijd

Blik op oneindig

Zwevend in de lucht

 *

Kraalogen ontgaan niets

Kriskras maar zweven

Zon, zee, wind

Verliefd op het leven.

vrijdag 17 mei 2013

1001 gedachten


Duizend en één gedachten
Waaien door mijn hoofd
Met de wind door mijn haren

Voel ik me aangenaam verdoofd
 

Staren in de verte
Over land en over zee
Laat ik mijn gedachte waaien
Toe maar wind, pak maar
Neem mijn gedachtes maar mee

donderdag 14 maart 2013

Eenzame stoel aan zee

Als een stil relikwie staat hij daar. Helemaal alleen. Je weet dat er iemand moet zijn geweest. Iemand die hem daar heeft neer gezet. Het kan niet anders. Maar er is niemand te zien. Hij staat daar alleen, als stille herinnering aan iets of niets. Ik zal het nooit echt weten.

We lopen over het strand. Het is een koude maar mooie zondag. De zon schijnt en geeft een zilverachtige gloed aan het water. Ik heb mijn sjaal nog extra dicht om mij heen geslagen en handschoenen aan mijn handen. De hond rent vooruit, wij volgen gedwee. Genietend van de lucht, het strand, de zee en van elkaar. Veel is er gebeurd de afgelopen jaren. Voor hem en voor mij. De laatste keer dat ik aan het strand liep was met een vriendin. Hoeveel er al sinds die tijd weer gebeurt is. Het leven staat niet stil, al lijkt dat soms wel. Heel soms wil je het leven stil zetten om extra te genieten, en soms staat het leven stil omdat dat wat gebeurt teveel indruk maakt om in een seconde te kunnen verwerken. Dan staat de wereld stil voor jou. Minuten, uren, weken of soms wel maanden of jaren. Zo lang als nodig is, staat de wereld stil. Stil om jou de kans te geven weer adem te gaan halen en verder te gaan.

Als we terug lopen zie ik ineens de stoel. Midden op het strand staat hij daar. Alleen, leeg en eenzaam. In gedachte zie ik iemand op de stoel, in eerste instantie uitkijkend over de zee. Denkend, nadenkend over het leven. Zijn leven. Over wat er is gebeurd en hoe nu verder. Positief of negatief dat weet ik niet. In elk geval denkend over het verleden en de toekomst. Het heden bestaat uit de stoel, het strand en de zee. Vaag hoort hij de mensen om hem heen, vaag ziet hij de vogels vliegen en de honden over het strand rennen en kinderen die spelen. Dan wordt het hem te veel en draait hij de stoel om. Hij kan niet meer kijken in de leegte. De alles verzengde leegte die hem opvreet en vervult tegelijker tijd.
‘Zo stil, dat alle klokken zwegen ja. De tijd stond onbeweeglijk’ zingt blof. En zo voelt hij het terwijl hij daar zit, stil en onbeweeglijk in de stoel. ‘Ik zal vandaag de storm bedwingen en dan laten razen. Tot ze stil is met jou bij mij, kan ik alles, wil ik alles, en ik weet dat ik straks zonder, veel te klein en niks meer waard ben en geen dag meer door kan’ dreunen de woorden van Guus door zijn hoofd. Maar hij is hij al klaar voor de storm? Zal hij de storm ooit bedwingen? Is hij groot genoeg om de dagen weer door te gaan? Hij is het waard maar weet hij dat zelf ook?
De stoel laat me niet los. Ik kijk nog een keer om. Zo stil en leeg staat de stoel daar. Iets in mij trekt om op die stoel te gaan zitten. Om mijn gevoel zijn gang te laten gaan, daar in die stoel. Om het verdriet of de vreugde van de man of vrouw die daar in de stoel gezeten heeft te voelen. Om het verdriet of de vreugde van mijzelf te voelen. Om het verdriet of de vreugde van iedereen die me lief is te voelen. Maar in plaats van in de stoel te gaan zitten maak ik een foto. Een foto zodat ik later alsnog in de stoel kan kruipen. Dan maak ik nog meer foto’s. Foto’s van hem en van de hond en van hun samen. Van het strand en van de zee. En van de meeuwen. Dat moet, dat kan niet anders. Een dag aan zee zonder foto’s van meeuwen, is alsof de dag niet bestaan heeft. Dan steek ik mijn arm door die van hem, haal adem, laat het los en loop door. Ik loop door met de wetenschap dat de stoel voor altijd binnen handbereik zal zijn. De stoel zelf blijft achter, als stille herinnering aan iets of niets. Want dat zal ik nooit echt weten.

 



zondag 6 januari 2013

Het laatste stuk op hakken

“Er zijn van die teksten he….” zegt ze tegen me “die zijn zo verrekte waar. Gewoon dat je er niks aan toe te voegen hebt. En dit, dit is er één” zegt ze. Op de radio schalt de stem van Bart van Racoon. “Je moet er toch niet aan denken he” vult ze nog aan “dat ze hierna geen Nederlandse teksten meer maken. Zoooo jammer. Gelukkig zijn de engelse teksten net zo mooi.

Ik zit op de bank met mijn benen onder me gevouwen en luister stil naar de tekst. “Een oceaan om in te schuilen, nooit alleen meer hoeven zijn. Ik heb gesmeekt niet meer te huilen. Alsjeblieft. Het leven jaagt geen angst meer aan. Ik heb al zo ver moeten kruipen. Het laatste stuk zal ook wel gaan, tot ik ga staan.” Een oceaan…. Ik heb iets met dat water. Met de zee. Was ik gisteren nog tot in tranen geroerd door Trijntje Oosterhuis, denk ik nu “doe inderdaad maar groter”. De zee is mooi maar de oceaan. Daar kun je pas in vluchten. “Een oceaan om in te verzuipen…. Een oceaan vol tranen is van mij …. Alleen van mij..
Verzuipen wil ik. Met mijn hakken aan. Als ik toch grootser aan het denken ben en de controle los laat is de oceaan wel geschikt. Verzuipen in alles. In verdriet, in liefde, in het leven. Helemaal ondergaan en voelen. Echt weer voelen. Niet bang zijn en loslaten of je ooit nog boven zult komen. Want wat kan er gebeuren? Ik heb inderdaad al ver moeten kruipen. Ik ben niet meer bang om te vallen, ik kabbel wel weer omhoog. Met of zonder hakken. Dat laatste stuk zal wel gaan. En dan doen we er toch gewoon wat langer over. Het laatste stuk op hakken.  
Het laatste stuk. Dat klinkt dan weer als een klein eindje. Een “we zijn er bijna” gevoel. Dat zou mooi zijn, maar daar geloof ik dan weer niks van. En als het dat wel zou zijn, bekruipt me tegelijk het gevoel dat ik nog langer wil. Niks klein stuk. Ik wil nog wel wat jaren mee. Het laatste stuk? Volgens mij ben ik nog niet op de helft. Maar misschien heb ik het eerste stuk wel te hard gelopen. Grote stappen, dat deed ik namelijk altijd. Altijd haast. Ik kijk naar mijn hakken. Misschien is dat de truc. Misschien loop ik langzamer op hakken. Misschien wel bewuster, misschien loop ik mezelf dan wel wat minder voorbij. Misschien blijf ik dan wel veel beter overeind. Ik vraag me af het mooie kiezelpad met de bloemen wel te doen is met hakken. Maar ach, wie niet waagt…..

Een oceaan om in te vluchten. Over de berg en de top. Het kiezelpad op hakken. De bloemen steek ik in mijn haar. Liefde om je hart te luchten. Het laatste stuk, op naar de oceaan. Een oceaan alleen van mij. Op hakken zal ik mezelf weer vinden. I have been a way too long and every day I missed you more. You look like you did before, only prettier… Every day I love you more.



zaterdag 5 januari 2013

Ver onder de spiegel

De radio staat aan en ik hoor: “Soms zijn de zee en ik alleen”. Ik houd van dat nummer en heb het al zo vaak gehoord. Zo vaak meegezongen. Maar dan ineens komt de tekst hard binnen. Ik val stil. “Wie neemt mij mee, wie durft te beginnen, wie laat mij zien hoe mooi een mens kan zijn van binnen”

We zijn inderdaad net zo als de zee. Dat we ver onder de spiegel willen gaan. Op zoek naar daar waar alle liefde zit. Maar we zijn ook zo verrekte bang om het toe te staan. We leven vluchtig, bang van het leven en bang van ons zelf. “Wat kan er gebeuren?” vroeg zij mij een paar maanden geleden. “Wat kan er gebeuren als je de controle los laat”. Mijn ogen keken haar paniekerig aan. “Alles” spookte het door mijn hoofd. “Van alles zou er gebeuren” maar ik zei niks. Ik staarde in het niets, in de leegte en dacht na. Wat kon er gebeuren. “Zou de wereld vergaan?” vroeg ze en traag schudde mijn hoofd. “Nee dat niet”. “Wat wel?” vroeg ze verder en spoorde me aan. Ik kon niets bedenken. Wat voor ergs zou er kunnen gebeuren? Niets, er zou niets gebeuren. Even later liet ze me een briefje met het woord “controle” erop ritueel verbranden. Of het echt gewerkt heeft betwijfel ik.
Durf ik het? Te leven. Echt te leven. Doe ik het? Soms denk ik van wel. Soms denken andere van wel. “Jij bent jezelf” zei hij ooit. Hij was dat inderdaad niet. Hoe hij echt is, ben ik nooit achter gekomen. Ik weet het niet. Hij zelf ook niet meer, denk ik. Hij kopieerde zijn gedrag en was van iedereen een beetje. “Jij durft je eigen mening te hebben” zei een ander. Maar ik weet het niet zo zeker. Ja ik ben wel echt en een eigen mening heb ik ook. Maar diep van binnen ben ik ook een klein bang meisje. Een klein meisje dat het zo graag goed wil doen maar dat de lat zo hoog legt dat ze er niet bij kan, zelfs niet als ze op haar tenen gaat staan.
Vorige week kocht ik schoenen. Schoenen met enorme hakken. Dunne spitse hakken. “Dan duurt het wel langer voor je er bent” was de reactie. Maar dat is maar hoe je het bekijkt. De lat ligt misschien wel hoog, maar ineens ben ik een stapje dichterbij. Mijn armen reiken hoger. Op hakken ben ik ineens dichterbij. Wankel sta ik op mijn hakken. Ik kijk naar de glimmende diepzwarte kleur. Durf ik hoger te reiken dan dat ik tot nu toe deed? Ze zijn wankel maar geven me lef. Die schoenen met hoge hakken.
“Soms zijn de zee en ik alleen” zingt Trijntje. “En is zij net als iedereen. Als ik onder haar golven wil, dan laat ze mij er niet doorheen. Dat is de zee”. ”Ik ben de zee” denk ik. En ik blokkeer mijn eigen golven. Ik laat mezelf niet onder de spiegel gaan. Bang om te verzuipen. Dan neem ik mijn besluit. Ik trek mijn hakken aan. Vandaag reik ik hoger. De controle gooi ik even opzij. Niet al te ver weg want je weet maar nooit. Dan luister ik verder naar Trijntje “Wie neemt me mee. Wie durft te beginnen. Wie laat mij zien hoe mooi een mens kan zijn van binnen. Wie leidt de weg. Wie durft te voelen. Wie draagt het licht, wie heeft ’t zicht. Wie neemt mij mee?” en ik mijmer weg.




Ons dùrrup

Als ik langs het water loop en achterom kijk, besluit ik dat het hier echt een ander gevoel is. Ik woon hier nog niet zo lang. Wel in deze stad die ik eigenlijk altijd bestempel als dorp. Gewoon omdat iedereen hier elkaar lijkt te kennen. Maar nu woon ik in een stuk van de stad dat echt een dorp op zich is. Dat geeft me een geruststellend gevoel.

Het ligt overal buiten, dat dan weer wel. En ik maak de laatste tijd dus nog meer kilometers dan ik al deed. Het moet nog wennen het gevoel dat ik hier naar huis ga, maar langzaam komt het. Ik ben geboren in een stad, de vijfde grootste van Nederland. Toch heb ik meer met dorpen. Het knusse gevoel. Zo’n niet al te groot dorp, of liever gezegd “dùrrup” want ik blijf een Brabander natuurlijk. Zo’n dorp waar iedereen elkaar kent maar liefst weer niet zo klein dat je echt nog geen scheet kunt laten. Niet dat ik dat doe, maar bij wijze van spreken. Ik hou ook van de stad. De anonimiteit van een grote stad. Maar dan wel graag één met sfeer. Met grachten en oude gebouwen. Waar de sfeer van vroeger rond rondspookt terwijl tegelijk de neonreclames op je af denderen. Zo’n stad die altijd leeft en nooit gaat slapen. Want als je dan wil slapen ga je terug naar het bed in het dorp.
In mijn dùrrup woon ik aan de rand, bijna aan het water. Vanaf mijn voordeur amper twintig stappen. Als ik ’s avonds de hond uitlaat hoor ik het water klotsen. Al vanaf dat ik klein was, heb ik de droom ooit aan zee te wonen. Dit komt dicht in de buurt en ik prijs me gelukkig met het alternatief. Als ik langs het water loop, zit ik direct midden in de natuur en in de stilte en de rust. Achterom kijkend zie ik de huizen tegen de waterrand. Ze doen ouder aan dan ze zijn en dat vind ik wel prettig. Dat mis ik hier, oude huizen en de sfeer van jaren geleden. De sfeer van toen alles nog goed was. Niet dat het zo was, maar het is heerlijk om er in weg te dromen. De tijden van de bolderkarren en de hoepels. Van spelletjes doen en echt zelf gemaakt eten en de geur van brood. Van rust en tijd. En van waarschijnlijke de zelfde verlangens als nu.

Als ik het pad in sla dat terug loopt naar het de huizen in ons dùrrup, valt me op dat er veel vervallen is. Maar zoals altijd kan ik erg goed zo kijken, dat ik alleen het mooie zie. Niet dat ik mijn ogen sluit maar daar waar ik niks veranderen kan, pest ik mezelf liever niet. Daarbij komt dat ik een dromer ben. Ik loop langs huizen die als je ze goed fotografeert zo in een van de woonbladen zou kunnen. Je zou zo denken dat ze in een of ander godverlaten en vergeten klein dùrrup zouden staan. Je zou er zo een toeristische trekpleister van kunnen maken, tenminste als de huizen er omheen er niet zouden staan. Het lijkt in niets op de nieuwe stad. Het huis er naast is vervallen en het onkruid staat hoog. Ook leuk voor de foto maar toch wel een heel ander sfeerplaatje.
Als ik bijna thuis ben, kijk ik uit over het water. Het riet wuift en in de verte zie ik de gloed van de zon. Van mij mag het gaan vriezen. Ik wil hier wel ons halve dùrrup zien schaatsen. En als dat er niet in zit, maak er dan maar gelijk zomer van. De bootjes liggen al geduldig te wachten en ook ik kan bijna niet wachten om het hier tot leven te zien komen. Misschien moet ik er maar een aparte column van gaan maken. “Het leven in ons dùrrup”.

 

donderdag 13 december 2012

De droom


“Wat is jouw droom? “ vraagt de stem van de radio. We zitten in de auto en de jongens hebben direct de wildste dromen. De dromen kun je insturen en een aantal zullen in vervulling gaan. De één wil wel de helft van de aandelen van Apple, de ander vertelt hem fijntjes dat dat misschien iets te hoog gegrepen is en dat één procent ook leuk is. Diverse dromen passeren de revue. En ik?  Ik droom weg. Droom weg in mijn droom.
Als we thuis zijn verdwijnt het even uit mijn hoofd. Er moet van alles. Eten gekookt, zoonlief weg gebracht naar sport en ook het huis is nog elke dag wel een uitdaging. Maar als ik in de avond op de bank zit, komt de actie weer terug in mijn hoofd. Zoals elk mens heb ik genoeg wensen. Grote en kleine wensen. Wensen die ooit nog eens vervuld kunnen worden en wensen om voor altijd van te dromen. Wensen die ik zelf kan vervullen en wensen waar ik eigenlijk de moed niet voor heb. Primair is mijn wens natuurlijk dat mijn kinderen gelukkig en gezond zijn. Maar dat is een wens die niemand mij kan garanderen. Waar ik als moeder mijn best voor kan doen en een aandeel in heb. Maar waarvan de rest toch het lot is en later zal blijken of het ons gegeven is. Dan heb ik nog een wens om ooit parachute te springen. Waarom? Omdat ik vreselijke hoogtevrees heb en daardoor altijd overal vanaf zou willen springen. Niet van ellende omdat ik het niet meer zie zitten maar om te weten of dat kan. Vroeger wilde ik al vanaf mijn balkon dat aan mijn kamer grensde op de coniferenhaag in de tuin springen. En ook als ik bij de zwemlessen van de kinderen op de tribune boven zat, vroeg ik me af of je van daar in het water zou kunnen springen.

Dan heb ik een droom om aan zee te willen wonen. En dat kan natuurlijk gewoon als je de moed maar hebt. Ooit, ooit ga ik dat nog doen. Tenminste dat hou ik mezelf voor. Want wensen en dromen moet je hebben. Zonder dromen kun je niet leven. Dat is alsof alles klaar is en er niets meer te leven is. Dat kan niet, dan leef je niet meer. Tenminste niet echt. Dus heb ik dromen. Net als de droom dat ik later gelukkig oud kan worden met een lieve man aan mijn zijde die zielsveel van mij houdt. Dat ik gezegend wordt met kleinkinderen (in een droom mag dat) die mij de liefste oma van de wereld vinden. En dat “opa” me dan nog steeds aantrekkelijk vindt. Dromen heb je nodig. Nodig om vooruit te kunnen blijven kijken, om door te gaan met je leven. Maar er zijn dromen en dromen.
Dan besluit ik het gewoon te doen. Ik doe het. Ik ga het gewoon doen. Ik zoek de site op en type mijn droom in. Even staat ik naar het scherm. Ja dat is het, dat is mijn droom. Eigenlijk al heel lang maar de laatste tijd wel heel  erg hevig. Daar verlang ik naar. Als dat toch eens waar zou kunnen zijn. De droom die ik voor een deel zelf waar kan maken maar waarvoor ik toch echt wel een lot in de loterij nodig heb. Of de mededeling dat ik ergens een hele rijke suikeroom had met mij in zijn testament. Dat laatste laat ik maar gelijk varen. Niks suikeroom, niet eens een oom meer. Mijn vader spaarde geen treintjes dus ook daarop hoef ik niet te hopen. Iemand in het hierboven heeft beslist dat ik het echt zelf moet doen. Van A tot Z. Ik lees mijn droom nog een keer door. Gek om het zomaar te zien staan. Daarna vul ik een klein lijstje in met namen waarvan ik later besef dat zij degene zijn die mede mijn lot in handen houden. Want als je droom uitgekozen wordt, wordt je naam genoemd op de radio en heb je een half uur om te bellen. Laat ik nou net een lijstje hebben die waarschijnlijk op de meeste tijdstippen niet eens de radio aan hebben staan.

“He mam, je hebt het gedaan he” roept de oudste als hij uit school komt. Ik kijk hem even vragend aan. “Je droom….” Ik knik. “Ja ik heb het gedaan” denk ik dan….. en ik ga geloof ik 24 uur per dag radio luisteren. Zou het mogen… Zou het kunnen ….. zou zou zou 2013 beginnen als een droom. Zou het waar kunnen worden, mijn droom. Een jaar lang schrijven. Gewoon hele dagen mogen schrijven zonder me zorgen te maken over inkomsten. Een jaar lang de kans om mijn hart te volgen te schrijven en het waar te maken………. Of blijft het voor altijd een droom?

dinsdag 16 oktober 2012

De zee

In de stilte van de zee
Dein ik op de golven mee
Vreugde of verdriet
‘t is de zee die mijn emotie ziet
Zonder woorden begrijpt ze mij
Lopen we samen zij aan zij

Soms sta ik stil
Zij ziet wat ik wil
Ik raap een schelp op uit het zand
Haar glimlach in mijn hand
De pijn neemt ze mee
Dat is de kracht
De kracht van de zee

donderdag 27 september 2012

Ogen

“Nee joh”, denkt ze als hij zegt dat ze zulke mooie blauwe ogen heeft. Maar net op tijd houdt ze haar commentaar in want laatst zei iemand anders het ook al. Blauwe ogen, ze moet er even aan wennen. Voor haar gevoel zijn ze toch echt groen.

Als ze er later over nadenkt moet ze er om lachen en toch schiet het meteen weer door haar hoofd “haar ogen zijn niet blauw”.  Gek dat iedereen dat de laatste tijd zegt. “Misschien”, denkt ze “is ze de laatste tijd weinig boos geweest. Haar moeder vond namelijk altijd dat ze kattenogen had als ze boos was. En die zijn toch echt groen.” Vroeger kon haar moeder haar met haar ogen het zwijgen opleggen. En niet alleen haar maar ook haar broers. Nu merkt ze dat zij ook met haar ogen verhalen kan vertellen. Als ze boos is lijken haar ogen vuur te schieten. En als ze wil dat haar kinderen iets doen hoeft ze inderdaad alleen maar te kijken……
Inmiddels begint ze te twijfelen of het goed is of niet. Makkelijk is het wel….dat wel. Vroeger wilde ze zo graag bruine ogen hebben. Bruine ogen waren in haar optiek zo mooi. Maar bruine ogen heeft ze zeker niet. Als ze nu haar ogen moet omschrijven zijn ze blauw/groen. Een soort van zee kleur. En dat is wel weer mooi. Want met de zee heeft ze een bijzondere band. De zee daar kan ze in verdrinken en weer boven komen. De zee lost haar problemen op.
Ooit lag ze bij de tandarts in de stoel. Ze was een jaar of 16 misschien wat ouder. “Ben jij nooit gevraagd voor reclamespotjes?” vroeg hij. En heel even, echt heel even dacht ze dat hij het over haar tanden had. Moeilijk schudde ze van nee. “Pff je hebt zulke mooie ogen” zei hij. Ze wist niet wat ze er van denken moest, en dus dacht ze maar niets. Maar tot op vandaag kan ze het zich nog herinneren.
Ogen, zelf heeft ze er iets mee. Ze valt op ogen. Niet op kleur maar op de uitdrukking van ogen. Ze vertellen haar een verhaal. Ze doorziet zoveel in ogen. En misschien komt dat wel omdat haar ogen altijd een verhaal vertellen. Haar ogen liegen nooit. Je ziet in haar ogen wanneer ze boos is, wanneer ze gelukkig is. Wanneer ze verdrietig is en wanneer ze twijfelt. Als je haar kent, lees je alles in haar ogen. En dus leest zij ook de ogen van de ander. Altijd. Onbewust.
Kleur kan ze je niet vertellen, alleen van haar eigen ogen maar ook die zien de andere dus heel anders. In haar optiek zijn haar ogen niet zomaar blauw. Maar ach, wat doet kleur ertoe? De ogen zijn de ziel van de mens las ze ooit. En zo voelt zij dat. “Als je me vraagt hoe het met me gaat en ik zeg goed. Kijk me dan eens echt in de ogen,”  zei een bijzondere vrouw laatst. En ze besefte hoe waar het is. Ogen liegen niet. Nooit.
Vorig jaar kwam de iemand tegen waarvan ze van de verte de ogen zag. De vrouw trok haar met haar ogen. En toen deze vrouw eenmaal bij haar aan tafel zat, zei ze dat wat ze nooit verwacht had;  “zo nu even een gesprek met de vrouw met wiens ogen me direct aantrokken toen ik binnen kwam” Even was ze verbaasd, uit het veld geslagen. Deden haar ogen dat? Haar ogen? Wauw!
“Zeegroen” denkt ze. En als ik boos ben wat groener. Als ik iets blauws draag, wat blauwer. Voor de gene die me kennen vertellen ze een verhaal. Wanneer ik moe ben, wanneer niet. Wanneer ik gelukkig ben, verdrietig etc.  Maar als ze weer hoort dat ze zulke mooie blauwe ogen heeft, zal ze proberen om niet meer als eerste “nee joh” te denken.