Posts tonen met het label blof. Alle posts tonen
Posts tonen met het label blof. Alle posts tonen

zaterdag 6 juli 2013

Zon, zee, strand en muziek

Hij draait zijn oor naar haar toe maar zij doet niets en wacht. Dan als hij terugdraait zoent ze hem. Zijn ogen beginnen te stralen. Dan kijkt ze naar hem op en zegt: ‘ik heb je nog nooit in de regen gezoend’. ‘Alles moet een eerste keer zijn’ is zijn commentaar en spontaan zoent ze hem nog eens.

Door en door nat staan ze daar in de menigte. Ze staan iets voor mij. Het regent niet hard maar wel lang. Zo’n iets meer dan miezerige regen die er voor zorgt dat je langzaamaan door en door nat wordt. Ze dacht goed warm aangekleed te zijn, veel laagjes en een winddicht jack. Daaroverheen nog een hel blauw regenjasje. Smurfin had hij haar genoemd waardoor zij vond dat hij dan grote smurf moest zijn met zijn rode regencape. Zijn jack onder de cape blijkt nu niet zo waterdicht, net zo als haar blauwe regenjasje. Daar komt nog bij dat het water precies van het jack op haar broek loopt die nu helemaal door een door nat is. Ook de capuchon laat meer water door dan er vanaf loopt en dat wat er vanaf loopt, sijpelt weer precies het jasje in, in plaats van er af. De druppels vinden hun weg over haar rug naar beneden. Maar ach zelfs dat alles mag de pret niet drukken. Verliefd kijkt ze hem aan en hij voelt de zon vanavond schijnen.
De volgende middag is het druk. Nog drukker dan de avond ervoor. Maar nu schijnt dan ook de zon. Ineens is het zomer daar in Zeeland. De muziek, de zon, het strand, de zee; iedereen is vrolijk. Witte tenten, zand en palmbomen en zo’n 40 .000 blije vrolijke mensen die rondlopen, zingen, dansen, zitten, eten en drinken maar vooral intens genieten. Ineens zie ik ze weer, nu zonder regencape of jas. Haar armen zijn om zijn nek geslagen en ze dansen op de klanken van een lied van Guus. De wereld lijkt op te houden en tegelijk te beginnen, alleen zij tweeën. Links naast haar dansen drie mannen uitbundig en aan de andere kant kijkt een serieuze man half jaloers naar het tafereel. Zijn vrouw is niet in beweging te krijgen en kijkt zuur voor zich uit. Hij neemt nog maar een slok van zijn bier en laat zijn fantasie over aan de zon en de muziek.
Een uur of twee later zit ik op een gekleurd kleed tegen de dijk en kijk uit over het terrein. Duizenden mensen bewegen voor mijn ogen. Ik laat de woorden van alle gespreken om mij heen binnen komen en weer gaan. De muziek dreunt een heerlijk ritme en de woorden vervagen. Gefluit, gelach. Meeuwen vliegen boven mijn hoofd. De wind verkoelt mijn armen en de zon verwarmt mijn hoofd dat in een prettige roes van een groot verkoelend glas bier verkeerd. Verderop ziet een man een vrouw, herkent haar en omhelst haar uitbundig en stevig. Dan houdt hij haar op armlengte afstand. Kijkt nog eens goed naar haar en knuffelt haar dan nog een keer. Voor mij zitten vier vrouwen die duidelijk bij elkaar horen. Ze dragen een roze shirtje met ‘subgroep rocks’ en daaronder vier namen. Twee van hen staan op en kondigen aan dat ze wat te drinken gaan halen. Een ervan is Emmie en ik gok naar de naam van de ander maar of het klopt zal ik nooit weten. Over een paar uur komt Racoon en daarna Blof. Ik kom voor Blof en voor Guus natuurlijk. Mijn Brabantse bloed kruipt waar het niet gaan kan en dus ben ik levenslange fan van Guus. Maar nu zijn we in Zeeland en dus verlang ik de woorden van Blof die me altijd aan het denken zetten.
Zon, zee, strand en muziek. Naast mij ligt mijn lief met zijn ogen dicht. De zon kleurt zijn voorhoofd dat waarschijnlijk straks een kleur bruin zal vertonen die mij licht jaloers maakt en trots tegelijk. Om mij heen dansen menen. Grote, kleine, dikke, dunne mensen met blonde, bruine of zwarte haren. De een met laarzen aan en de ander op slippers. Ik hoor allerlei accenten door elkaar uit alle windstreken met een boventoon van Zeeuws.
Dan trekt een man in pantalon en overhemd mijn aandacht. Rustig loopt hij verder. Het lijkt bijna misplaatst en toch gewoon tegelijk. Zoveel mensen, zoveel geluid en toch…. Ik kom hier tot rust. Ik geniet van de zon en de omgeving. Life is good. Ik tel de uren tot Blof als sluitstuk de mensenmassa tot gekte zal krijgen en tegelijk stel ik het uit. Ik zuig elke minuut op. Dan ga ik liggen en staar naar de lucht. Wat een sfeer hier. Dank je wel schat dat je mij hier mee naar toe nam. Want eindelijk na zoveel jaar ben ik dan eindelijk hier. Ik ben hier en geniet. En plan alvast in mijn hoofd voor volgend jaar.  

maandag 17 juni 2013

donderdag 14 maart 2013

Eenzame stoel aan zee

Als een stil relikwie staat hij daar. Helemaal alleen. Je weet dat er iemand moet zijn geweest. Iemand die hem daar heeft neer gezet. Het kan niet anders. Maar er is niemand te zien. Hij staat daar alleen, als stille herinnering aan iets of niets. Ik zal het nooit echt weten.

We lopen over het strand. Het is een koude maar mooie zondag. De zon schijnt en geeft een zilverachtige gloed aan het water. Ik heb mijn sjaal nog extra dicht om mij heen geslagen en handschoenen aan mijn handen. De hond rent vooruit, wij volgen gedwee. Genietend van de lucht, het strand, de zee en van elkaar. Veel is er gebeurd de afgelopen jaren. Voor hem en voor mij. De laatste keer dat ik aan het strand liep was met een vriendin. Hoeveel er al sinds die tijd weer gebeurt is. Het leven staat niet stil, al lijkt dat soms wel. Heel soms wil je het leven stil zetten om extra te genieten, en soms staat het leven stil omdat dat wat gebeurt teveel indruk maakt om in een seconde te kunnen verwerken. Dan staat de wereld stil voor jou. Minuten, uren, weken of soms wel maanden of jaren. Zo lang als nodig is, staat de wereld stil. Stil om jou de kans te geven weer adem te gaan halen en verder te gaan.

Als we terug lopen zie ik ineens de stoel. Midden op het strand staat hij daar. Alleen, leeg en eenzaam. In gedachte zie ik iemand op de stoel, in eerste instantie uitkijkend over de zee. Denkend, nadenkend over het leven. Zijn leven. Over wat er is gebeurd en hoe nu verder. Positief of negatief dat weet ik niet. In elk geval denkend over het verleden en de toekomst. Het heden bestaat uit de stoel, het strand en de zee. Vaag hoort hij de mensen om hem heen, vaag ziet hij de vogels vliegen en de honden over het strand rennen en kinderen die spelen. Dan wordt het hem te veel en draait hij de stoel om. Hij kan niet meer kijken in de leegte. De alles verzengde leegte die hem opvreet en vervult tegelijker tijd.
‘Zo stil, dat alle klokken zwegen ja. De tijd stond onbeweeglijk’ zingt blof. En zo voelt hij het terwijl hij daar zit, stil en onbeweeglijk in de stoel. ‘Ik zal vandaag de storm bedwingen en dan laten razen. Tot ze stil is met jou bij mij, kan ik alles, wil ik alles, en ik weet dat ik straks zonder, veel te klein en niks meer waard ben en geen dag meer door kan’ dreunen de woorden van Guus door zijn hoofd. Maar hij is hij al klaar voor de storm? Zal hij de storm ooit bedwingen? Is hij groot genoeg om de dagen weer door te gaan? Hij is het waard maar weet hij dat zelf ook?
De stoel laat me niet los. Ik kijk nog een keer om. Zo stil en leeg staat de stoel daar. Iets in mij trekt om op die stoel te gaan zitten. Om mijn gevoel zijn gang te laten gaan, daar in die stoel. Om het verdriet of de vreugde van de man of vrouw die daar in de stoel gezeten heeft te voelen. Om het verdriet of de vreugde van mijzelf te voelen. Om het verdriet of de vreugde van iedereen die me lief is te voelen. Maar in plaats van in de stoel te gaan zitten maak ik een foto. Een foto zodat ik later alsnog in de stoel kan kruipen. Dan maak ik nog meer foto’s. Foto’s van hem en van de hond en van hun samen. Van het strand en van de zee. En van de meeuwen. Dat moet, dat kan niet anders. Een dag aan zee zonder foto’s van meeuwen, is alsof de dag niet bestaan heeft. Dan steek ik mijn arm door die van hem, haal adem, laat het los en loop door. Ik loop door met de wetenschap dat de stoel voor altijd binnen handbereik zal zijn. De stoel zelf blijft achter, als stille herinnering aan iets of niets. Want dat zal ik nooit echt weten.

 



zaterdag 1 december 2012

Fenomenaal

Ik zit op de bank en kijk naar de Voice of Holland al weet ik zelf niet waarom. Eigenlijk kijk ik niet eens, ik wil alleen gewoon geluid om me heen. Mijn hoofd is leeg en vol tegelijk. Eerder op de avond reed ik “even” zo’n  300 kilometer. Dat doe ik vaak maar vanavond was het zwaar. Heel zwaar. Extra zwaar.

“Nu terug naar huis, hou je me wakker” sms ik naar hem. Zo’n half uur later krijg ik de eerste “Wake Up”. Hij loodst me moeiteloos met leuke opmerkingen door het moeilijkste stuk heen. Zo is hij. Hij steunt me met minimale moeite in de moeilijkste fases van mijn leven. Bijzonder of raar. Synoniem van raar is eigenaardig, excentriek, gek, merkwaardig, ongewoon, typisch, vreemd, wonderlijk, zonderling of  fenomenaal. En zo kunnen we dan nog wel even door gaan. Een begin van een bijzondere band. Een bijzondere band met een bijzondere man. En nog elke dag ben ik dankbaar dat ik hem zomaar ontmoet heb. Dat iemand het gesprek onderbrak en wij in contact kwamen met elkaar.
Misschien zou ik beter mijn bed in kunnen gaan maar daar ben ik dus even niet aan toe. Te moe of niet moe genoeg? Eindelijk rust of te stil in huis? Ik weet het niet meer. Ik ben er gewoon even niet aan toe en dus beland ik op de bank. Als mijn eerste glas wijn leeg ik sla ik de warme plaid terug en loop naar de kast voor een nieuwe fles. Normaal heb ik een zwak voor flessen met een kurk. Gewoon omdat het zo hoort. Het heeft iets van romantiek. En is er een man in huis dan mag hij de fles ontkurken. Niet omdat ik het niet kan maar omdat het zo’n prettig authentiek gevoel geeft. Zo hoort het. Ik hou wel van het ouderwetse rollenpatroon. Hij die de vuilnisbak buitenzet en ik die zijn overhemden strijkt. Maar vanavond staat de kurk alleen maar voor “lastig”. “Lastig” omdat ik dan weer naar beneden naar de keuken moet voor de kurketrekker en het voegt toch niets toe. Niemand die het ziet. Geen man in huis om te ontkurken. Dus kom maar op met die achterlijke draaidop.
De voice gaat door alsof er levens van af hangen. Zonder het gekakel tussendoor is het voor mij als een cd die op staat of de radiozender waarbij je helaas niet zelf je liedjes kunt kiezen. Want als ik die keuze heb, kies ik altijd het zelfde. Het liefst op repeat tot ik als vanzelf het volgende liedjes begin te zingen als het vorige stopt. Dat is fijn, dat is vertrouwt. Een soort van teletubbies “en nog een keertje….”.
Ik heb een grote voorkeur voor Blof. En toen las ik dat iemand dat zomaar benoemde als pulp. Al zo’n tig keer had ik het nummer genoemd. We hadden het zelfs al tig keer gehoord. Maar soms horen de mensen de teksten niet of willen ze het niet horen. Niks makkelijk. Diep snijdend in je ziel. Als je luistert naar de tekst raakt het je. Tenminste mij. Laat ik het raken. Want het mag. Ik weet ook wel dat het merendeel niet eens echt luistert. Want we laten ons liever niet raken. De helft van Nederland zijn meelopers.  Dat woord doet me dan weer denken aan een vorige directeur van mij die vertelde hoe eens een hele groep met aardig geschoolde mensen tijdens een trip naar het buitenland zo achteloos achter hem aan liepen. En dus liep hij ergens een roltrap op om boven weer gewoon naar benden te gaan. De hele groep ging als makke schapen achter hem aan. En hij? Hij zwaaide naar de groep die nog omhoog gingen terwijl hij al weer op weg was naar beneden. Meelopers is dus niet voor de domme. Het is makkelijk en we zijn nu eenmaal een gemakzuchtig volkje.
De voice is inmiddels afgelopen. Vraag me niet wie gewonnen heeft of wie door is want ik heb werkelijk geen flauw benul. Ik weet niet eens in welk stadium het programma zich bevindt. Ik mis alleen ineens het geluid van muziek en dus schakel ik door van zender naar zender maar niets boeit me. Ergens blijf ik steken. Ik weet niet waar want ik schrijf alweer. Waarom? Alleen om morgen uit te stellen. Morgen sluit ik weer verder af en open ik weer een nieuw hoofdstuk waarvan ik weer niet weet hoe het gaat lopen. Waarvan ik niet eens weet of ik er al aan toe ben. En daar hou ik niet van. Ik wil graag zeker zijn van een goed einde. Ooit zei hij dat films geen goed einde horen te hebben. Daar moest ik toen over nadenken. Altijd fantaseerde ik alsnog een goed einde. Zo had ik het geleerd. Het komt altijd goed. Maar zo is het leven niet. Niet het echte leven. Maar wel het leven dat ik graag wil.
Ik snak naar een goed einde. Dus schrijf ik. Ik schrijf onder verschillende namen, verschillende verhalen. De een heeft een perfect leven en een geweldig einde dat eigenlijk niet stopt bij het einde. Te mooi om waar te zijn. En de ander leeft het leven. Je kunt er niks mee en dus herken je jezelf. Blijkbaar zitten de mensen daar op te wachten. En dus schrijf ik het gewone leven. Waarin morgen morgen is. En nu de bank is en het glas wijn. Waarin ik snak naar liefde, geborgenheid en het graag goed wil doen maar waarin het meeste natuurlijk niet lukt. Waarin de plaid de warmte geeft en mijn schrijfblok de intense leegte vult.

zondag 4 november 2012

Stil

Ineens is het stil. Zo verdomd stil. Het is niet erg en ook weer wel. Alleen, zo verdomd alleen. Lekker alleen. Vooral alleen en zo stil. Dan komen de tranen.

Als ik weer binnenkom voelt het leeg. Stil en leeg. Dat is het niet maar het voelt zo. In mijn hoofd zit een lijstje met plannen met wat ik vandaag allemaal kan doen. Moet doen of wil doen. De volgorde weet ik nog niet. Ook niet wat er valt in moeten, kunnen of willen. Het is alleen nog maar een lijstje. Als ik mijn jas uit heb en mijn laarzen in de hal staan, voelt het weer meer thuis zijn. Automatisch begin ik met koffiezetten maar als ik merk dat de kan nog boven staat laat ik het bij koffie in een filter. Het maakt niet uit. De rest komt later wel.

Ik ben van eerst de dingen doen die ik niet leuk vind en dan mag ik… Dus pak ik de stofzuiger en begin met de keuken. Als dat klaar is sleep ik het ding naar boven en maar daar blijft het bij. Ik beland achter de computer. Honderd en een dingen gaan door mijn hoofd. Woorden ideeën, hele verhalen om te schrijven maar ze komen niet op papier. Op zoek naar een naam blijf ik hangen. Hangen in whats app, twitter en facebook. Ik lees oude gedichten in een boekje uit de boekenkast. Dan zie ik een soort dagboek aan de andere kant in het boekje. Ik ben gek op mooie schriften, in alle soorten kleuren en dessins en met zo’n mooie harde kaft en benut ze het liefst aan twee kanten tegelijk. Ik lees een dagboek van mezelf van een een behoorlijke tijd geleden. Dingen vallen op hun plaats. Ik scheur de bladzijdes eruit. Uit het boekje, uit mijn leven.
Als ik het beschreven papier weggooi, kom ik als vanzelf weer in actie. De prullenbak is vol en ik leeg hem. Ik vul een emmer met water en heerlijk geurend schoonmaakmiddel en pak doekjes. Boven kom ik niet verder dan een vaas en een lantaarn verplaatsen. Dan beland ik als vanzelf weer achter mijn bureau om muziek aan te zetten. Ik herinner me een liedje van Blof vanochtend in de auto en probeer het te zoeken. Ik zie het niet en klik alvast een ander nummer aan. Dan val ik stil. De lijst met nog te doen is lang. Te lang. Maar er komt niets uit mijn handen. Het is stil. De poes duwt haar kop tegen me aan. En ik huil en weet niet waarom. De stilte is mooi en tegelijk zo leeg.
We hebben het nodig. Allemaal, allebei, ik, de leegte en de stilte. De herinnering is mooi. Het was een heerlijke dag gisteren. Vol mooie momenten en vol ook met rust en stilte. Precies in evenwicht. Van niets doen en hard werken. Ontspannend hard werken. Van genieten en praten en genieten van de stilte. Van lopen in de regen en zoeken naar niets in bijzondere winkeltjes. Van zitten op een terras. Van geen tijd. Te vroeg aan het bier. Van ineens meer tijd dan we dachten. Van vuur in de keuken en samen koken. Van overal kaarsjes en proeven van zelfgemaakte pasta. Van film kijken en in slaap vallen. Het gevoel, de geur. Ik sluit ze in mijn hart alsof ik ze in een mooi versierd doosje stop. Dicht maar wel zo dat ik vaak kan kijken.
Dan komen de woorden, de zinnen, de spaties. Vooral de spaties, ruimte van rust tussen de woorden. De kleine stiltes. De kleine lege niks moet momenten. Terug naar je zelf. Rust in je zelf. Ik laat het lijstje los en beslis dat vandaag niets hoeft. Alles op het lijstje gaat naar de kolom “misschien” of “morgen”. Als ik klaar ben met schrijven zit ik nog even stil. Stil met mijn ogen dicht in een stil huis. Vaag hoor ik buiten de geluiden maar ik laat ze buiten. Ik geniet van het hier en nu. Van het niets, het alleen zijn en de stilte in mij.
Na een paar minuten voelt het hetzelfde en toch anders. Nog steeds is het stil. Zo verdomd stil. Het is niet erg. Alleen, lekker alleen. Vooral alleen en zo stil. Ik voel de rust in mij. En toch hoe fijn het ook is en hoe goed het ook is. Ik ben niet compleet. Een klein stukje van mij is op afstand. Dichtbij en ook ver weg. Het vertrouwen groeit. In ons, maar vooral in mij. Het is goed zo. Voor nu is het   goed zo. We hebben het nodig, de stilte de rust. Ik heb het nodig. Nodig om de tranen te laten komen en te beseffen dat ik geniet. Eindelijk weer echt kan genieten.