Posts tonen met het label inspiratie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label inspiratie. Alle posts tonen

donderdag 20 juli 2017

donderdag 8 november 2012

Vandaag is de dag


Vandaag gaat het gebeuren, vandaag is de dag. Nou ja eigenlijk is volgende week de dag. En dan ook weer niet echt, want dan begint het pas. En wanneer het dan echt de dag is…… Ik heb geen idee. Eigenlijk heb ik niet eens een idee of de dag wel echt zal komen.
Vandaag moet ik mijn laatste colums of blogs, of hoe je ze ook maar mag noemen, insturen. Ze heeft er al veel gekregen en ze had er al wat gelezen. Ik selecteer niet maar stuur alles. Ik wil graag ongezouten de kritiek krijgen op alles wat ik schrijven. Kritiek is wat ik horen wil, dan kan ik verder. Beter worden. Zoals vroeger mijn tekenleraar me vertelde dat mijn werk niks waard was. Zodat ik vervolgens naar huis ging en verder ging. Vol passie tekende ik opnieuw en opnieuw tot hij bij mijn examen zei dat ik geweldig kon tekenen en met het hoogste cijfer van de klas slaagde. Volgende week hebben we een gesprek. Ik kijk er naar uit maar vind het tegelijk ook doodeng.
Een maand geleden heb ik haar ontmoet. Daarvoor hadden wel al een uur met elkaar gesproken via de telefoon. Via via ben ik met haar in contact gekomen. Een drukker die mijn blogs las, stuurde haar telefoonnummer en vond dat ik eens contact op moest nemen. Een maand geleden zaten we tegenover elkaar. Het klikte direct. Eigenlijk sprak ik haar over een boek waarmee ik al bezig was. Maar zij denkt dat ik eerst een ander boek moet maken. En dat mijn blogs daarvoor prima materiaal zijn. En eigenlijk vind ik dat op dit moment ook het leukste om te doen. Daarover hebben we volgende week een gesprek. Dus is niet vandaag de dag maar is volgende week de dag.
Hoewel, eigenlijk is de dag al lang geweest. Dat was de dag dat ik door hem begon met blogs te schrijven. Uit nieuwsgierigheid of ik dat zou kunnen. Niet schrijven voor kinderen maar voor volwassenen. En geen lang verhaal maar korte compacte verhalen van ongeveer één bladzijde. Hij schrijft erg mooi. Verslaafd ben ik aan zijn teksten. Hij is mijn voorbeeld. Zo kan ik niet schrijven. Na een paar teksten plaatste ik ze op blogger. Heel anoniem. Voorzichtig. Daarna gingen wat mensen ze lezen en nu hoor ik steeds van meer mensen dat ze mijn teksten lezen. Maar ik weet dat er ook veel lezers zijn die ik niet ken. Dat is gek en ook heel mooi. Je schrijft en kent maar een klein deel van de lezers.
En toen ineens zei hij dat hij mijn teksten mooi vind. Een rare gewaarwording. Want hij is de schrijver in mijn ogen. Mijn grote voorbeeld, mijn inspiratie. Vorige week zei hij zomaar ineens “Jij kunt schrijven! Laat je dat nooit afnemen”.  En nee dat laat ik me nooit meer afnemen. Schrijven is wat ik het liefste doe. Ik kan niet anders meer sinds de dag dat ik daarmee begon. Ik moet schrijven. Het moet. Soms springt mijn hoofd bijna uitelkaar van alles teksten die in me op komen. Vertellen kan ik ze niet. Ik kan geen verhalen vertellen. Maar schrijven kan ik ze wel. Mijn mond kan mijn woorden niet bijhouden die in mijn hoofd opkomen maar mijn handen kunnen ze wel schrijven of typen. Dat is mooi. Dat voelt goed.
Morgen ga ik naar de lancering van een boek. Zij en ik hebben in elk geval twee dingen met elkaar gemeen maar vast nog wel meer. Het eerste is schrijven, het tweede dat we beide morgen jarig zijn. Dat kan vast geen toeval zijn.  Voor nu plak ik de laatste teksten in een e-mail om ze op te sturen. En dan tel ik af tot volgende week. Ik ben nieuwsgierig, benieuwd, zenuwachtig, nerveus. Wat zal ze er van vinden. Wat voor ideeën heeft ze in haar hoofd. Hoe gaan we dit aanpakken. En komt het er dan echt. Mijn boek. Ik tel de dagen, ik tel de uren. En ondertussen zal ik schrijven. Gewoon omdat ik niet meer anders kan.

dinsdag 23 oktober 2012

Op weg naar de berg die ze ooit weer naar boven zal leiden

Als ik hem aankijk zie ik de pijn in zijn ogen. Zijn hoofd lijkt vol en leeg te gelijk. Af en toe kijkt hij wazig voor zich uit. Ik zou hem zo graag helpen, zo graag zijn pijn verlichten. Zijn hoofd leegmaken. De pijn en het verdriet eruit halen om weer de ruimte te geven aan de mooie herinneringen. Maar alles wat ik doen kan, is naast hem staan. Er zijn voor als hij ooit wel wil praten.

Als ik haar aankijk zie ik het verdriet. Soms reageert ze niet en dan weer te uitbundig. Af en toe kijkt ze blij en lijkt alles weer normaal. Ik zou haar zo graag helpen, haar verdriet verlichten. Haar hoofd leegmaken. De pijn en het verdriet eruit halen om ruimte te geven om mooie herinneringen te maken. Maar alles wat ik kan doen is haar aandacht geven. En er zijn voor als ze ooit wel wil praten.
Beide staan me na. Beide heb ik lief. Hun verdriet doet me pijn, maar helpen kan ik ze niet. Ik kan er voor ze zijn. Ik kan van ze houden. Ik kan ze vertellen dat achter de wolken de zon nog altijd voor ze schijnt en enkel wacht tot ze haar stralen weer op hun gezichten kan weerspiegelen. Ik kan ze aandacht geven of juist wat meer tijd alleen. Ik hoop dat ik het juiste doe.

Als ik hem aankijk zie ik de twijfel. We lopen en praten. En met elke voetstap die ik zet, ordenen mijn gedachten. Mijn hakken tikken op het beton van het pad. De frisse maar toch zwoele lucht is als balsem voor mijn longen. Af en toe kijk ik op zij. Zijn gedachten dwalen af en toe weg. De afgelopen week heeft hij niet geschreven. Dat is jammer want hij kan prachtig schrijven. Ik lees zijn verhalen graag. Maar deze week was het stil. Geen inspiratie zegt hij. Schrijven kun je niet dwingen, dat weet ik. Ik haal adem want ik weet dat het terug gaat komen. Maar nu is het stil. Maar met elke stap lijkt het als of hij een heel klein beetje opgeruimder kijkt. Soms zie ik een vonkje in zijn ogen. We lopen verder en praten verder. We lachen en houden elkaar vast. Ik sla mijn armen om hem heen en ik hoop dat zijn hoofd wat leger is.
Ze ontwijkt me. Als ik vraag wat er is zegt ze dat er niets is, maar haar stem verraad haar. Ik besluit haar te laten. Voor nu even te laten. Later op de avond als ze bij me zit, komen als vanzelf de tranen. Verteld ze haar gevoel, haar twijfel, haar angst, haar onzekerheid. Dan sla ik mijn armen om haar heen en leunt ze tegen mij aan. Ik kan haar troosten, geruststellen maar vooral luisteren. En tegelijk kan ik niets. Eigenlijk wist ik al wat er was. Ik voelde het. Te laat? Zij leek altijd zo zorgeloos van het leven te genieten. Waarom zag ik het niet eerder. Waarom was ik zo blind of stopte ik het weg. Of kon het niet eerder? Ik voel me machteloos, ik wil en wilde haar zo graag beschermen.
De volgende dag lees ik zijn verhaal. Een klein dal is overwonnen, even loopt hij op het rechte pad. Een recht pad dat misschien wel iets naar boven loopt. Maar er zullen nog meer dalen komen voor we weer bij de berg zijn die ons naar boven kan brengen. Dan zie ik haar lachen en hoor haar plannen maken. Ook daar is een klein dal overwonnen. Maar wat als ze niet kan praten met hem, als hij het niet ziet. Hoe kan ik haar dan door de volgende dalen heen helpen. Ben ik sterk genoeg om haar te kunnen helpen bij haar tocht naar de berg. De berg die haar ooit naar boven zal laten gaan.

vrijdag 28 september 2012

Mijn "Muze"

Ik kijk naar een foto en vraag me af waar hij heen loopt. Voor hem een lang pad dat in het niets lijkt te verdwijnen. Naast hem de vaart. Hij is een hond. Hij is alleen. “Op weg naar….” staat er bij geschreven. Op weg waar naar toe?

Als ik de foto zie voel ik de vele antwoorden die in me opkomen. Op weg naar huis denk ik als eerste en direct moet ik denken aan de column die ik schreef net na de collecteweek van KWF. Naar huis, niet iedereen heeft het geluk naar een huis te kunnen gaan. Hoe vreselijk wordt je weg soms zomaar anders bepaald en leg je een reis af naar een bestemming die je nog niet voor ogen had. Op weg naar het einde, confronterend en hard. Of je hebt een huis maar geen thuis, zovelen voelen zich alleen op de wereld.  Zoveel dat er een speciale week voor is bedacht. Hoe eenzaam kun je zijn. We zien het niet altijd, ook niet op deze foto. Is hij eenzaam of verheugd hij zich om de weg af te lopen? Is hij misschien op weg de weide wereld in… zovelen die dromen maar nooit de stap durven zetten. Op weg naar….. De tekst, de foto, ze inspireren mij.
Ik vraag mij ook gelijk af waar hij vandaan komt. Maar als ik de reacties lees, ben ik de enig die daar over na denkt. Het feit dat hij niet alleen is maar dat er iemand achter hem loopt die de foto maakt, vergeet ik ook graag even. Deze foto zou zo op de voorkant van een boek kunnen staan, denk ik. En ik zou dan willen weten waar hij vandaan komt, waar hij heen gaat, hoe het zou aflopen…
Het is niet de eerste keer dat een tekst van hem mij aanzet tot het schrijven van een blog. “Woensdag gehaktdag” was de eerste en daarna kwam “Gras gaat niet harder groeien als je er aan trekt”.  Eigenlijk ken ik hem niet zo goed. Een paar keer gezien, een enkele keer gesproken. Maar zijn oneliners inspireren mij tot het schrijven van teksten. Het zijn de korte zinnen, een niet afgemaakt geheel. Ruimte voor mijn fantasie, een nooit ophoudende fantasie. Altijd al gehad en hoop het altijd zo te houden. Dat boezemt mij angst in, dat je de hoop en fantasie zou kunnen verliezen. Zou kunnen vergeten.
Inspireren. Een mooi woord. Inspireren hoort bij kunst en schrijven is toch een bepaalde vorm daarvan. “Vele kunstenaars hebben een inspiratiebron” denk ik terwijl ik de zin nog eens lees. “Dus waarom ik niet. Schilders hebben een muze. Kijk dat klinkt nog eens leuk; een muze. Ik laat het woord een paar keer door mijn hoofd rollen. En eigenlijk bevalt het me wel. Een muze. Dat is het. Dat heb ik nodig. En dus verklaar ik, zomaar op een doordeweekse dag zo rond een uur of 12,hem tot “mijn Muze”. Mijn inspiratiebron van gewone simpele teksten, gekke zinnen, foto’s die uitdagen tot verhalen. Mijn verhalen.
Ik volg hem al. Op twitter op facebook. Ik ken hem amper maar u gaat meer over hem lezen. Niet over de hem zelf maar over de zinnen die hij er uit gooit. Ik hoop van harte dat hij zich niet gaat inhouden, dat zou nog zonde zijn. Misschien moet ik het geheim houden. Moet ik hem geheim houden maar hoe doe je dat. En daarbij is hij daar de persoon niet voor. Naar zijn vrouw vertel ik alvast dat ik geen enkele bedreiging vorm. Ik ben geïnteresseerd in zijn woorden. In de aanzet naar mijn verhalen. De zon schijnt en vanaf vandaag heb ik een muze!
Ik kijk nog een keer naar de foto en ik weet ineens waar hij heen loopt. Op dat lange pad dat in het niets lijkt te verdwijnen. De vaart naast hem is er niet voor niets want hij is op weg naar….”