vrijdag 28 maart 2014

Geven en nemen

‘Geven’ staat er vandaag op de kalender. ‘Geven’ is vandaag de rode draad. ‘Geven en nemen’. 

Het ‘geven’ heb ik wel geleerd. Al vroeg leerde mijn moeder mij dat geven belangrijk was. Je was goed als je iets gaf. Iets doen voor een ander, de ander van alles geven. Maar ze vergat mij om ook ‘nemen’ te leren. Nemen was zelfs niet goed. Bij nemen was je egoïstisch. Misschien vergat ze het niet, maar kon ze het niet. Kon ze mij het nemen niet leren omdat ze het zelf nooit geleerd had. 


Dus gaf ik. Altijd, overal en aan iedereen. Aan iedereen behalve aan mezelf. Ik vergat aan mezelf te geven en durfde niet te nemen. En daar loop ik nu stuk. Want hoe kan iemand anders mij geven als ik niet kan nemen. Ondertussen heb ik het denk ik wel een beetje geleerd. Maar duidelijk nog niet genoeg. Als het gaat om de mensen van wie ik houd, geef ik liever. En vandaag laat zij mij beseffen hoe het dan andersom is. Hoe het voor de ander is om te geven als ik het niet kan aannemen. 

Geven kan niet zonder nemen. Het moet in evenwicht zijn en hoe nobel het ook is dat ik graag geef, ik verlies het evenwicht. Niet bewust, maar onbewust kwets ik dus de ander door niet aan te nemen. Het ergste daarbij is dat ik het juist zo dolgraag gewoon aan zou willen nemen maar dat ik blokkeer. Het lukt mij niet. Waarom het niet lukt? Tig antwoorden spoken door mijn hoofd. Ik laat ze eerst maar eens bezinken en focus weer op het geven en nemen. 
'Het ergste is dat ik het juist zo dolgraag zou willen aannemen' 
Al als ik nog bij haar ben, maar thuis nog meer, besef ik hoe vervelend het voor degene moet zijn die van mij houden. Hoe zou ik me voelen als ik zou willen geven maar de ander laat het niet toe. Ik zou me waarschijnlijk afgewezen voelen. Nog zo’n dingetje… Afwijzen en afgewezen worden. Het ergste is dat ik weet hoe het voelt als ik wil geven en het wordt niet geaccepteerd. Want mijn moeder kan het ook niet. Gewoon iets accepteren, aannemen en er van genieten. Naar vind ik dat. Boos voel ik me dan, dat ze mij niet toelaat. En nu besef ik dat ik dat ook doe. Even ben ik stil, uit het veld geslagen stil. Stil en verdrietig om wat ik onbewust heb gedaan. 

Op het toilet zie ik dat de kalender een dag te ver is omgeslagen. Uit automatisme sla ik het kleine blaadje om, terug naar vandaag. ‘Geven’ staat er. Niets meer, niets minder. Even staar ik naar het woord. Werk aan de winkel. Ik ga leren om aan te nemen. Dat zal vast nog lastig worden want het geven en niet nemen zit er ingesleten. En niet een beetje ook.

Maar waar een wil is, is een weg. De wil is er want ik wil dat geven en nemen in evenwicht komt. Dat ik de mensen die zoveel van mij houden, geen pijn meer doe door hun geven niet aan te nemen. Dus roep ik hierbij iedereen die dit leest op. Als je merkt dat ik iets afwimpel, noem even het woord ‘blog’ en laat me beseffen wat ik doe. Ik doe het namelijk niet bewust en wil je zeker niet afwijzen of kwetsen. Ik ben juist blij als iemand iets wil geven aan mij en ik wil het ook dolgraag aannemen. Ik heb het alleen nooit geleerd, net als duiken, skiën, kiten, windsurfen, snowboarden etc etc. Maar ik wil het wel graag leren! Dus help mij alsjeblieft. 


zondag 23 maart 2014

Altijd een keuze

Ineens heb ik de behoefte om te schrijven. Als ik eenmaal zit en mijn vingers over het toetsenbord glijden, komt er een rustig gevoel over mij heen. Het is lang geleden dat ik iets zomaar op schreef voor mijzelf. Zonder reden. Te lang geleden merk ik nu.

‘Soms lijkt het alsof ik verder van mezelf kom te staan’ zei iemand tegen mij, ‘Sommige dingen vindt ik leuk en geven me juist een goed en rustig gevoel, maar andere dingen niet’. Herkenbaar. Ik doe de dingen anders dan een jaar geleden. En anders dan een twee jaar of vijf jaar geleden. Ik doe dingen nu wel of juist niet meer. De vraag is niet zo zeer door wie of door wat het komt, maar waarom ik het zo doe. Want de beslissing ligt altijd bij jezelf.

Waarom schrijf ik niet zoveel meer? Blijkbaar heb ik andere prioriteiten. Hetzelfde als waarom ik met sommige vriendinnen minder afspreek. In die relaties is er niets veranderd. Het zijn nog steeds mijn vriendinnen en ze zijn zeker niet minder belangrijk geworden. Waarom ik ze dan minder zie? Mijn agenda zit volgepland met zakelijke afspraken en als ik thuis ben, ben ik soms gewoon te moe. Was dat vorig jaar anders? Ja wel iets maar ook toen had ik drukke weken en toch had ik meer tijd voor afspraken en schreef ik bladzijden vol.
'als ik de zin getypt heb, moet ik er even van bijkomen'
Dus wat is er nog meer anders dan bijvoorbeeld een jaar of twee jaar geleden. Mijn relatie, en ja daardoor is mijn tijdsindeling anders geworden. Maar ligt het aan hem als ik bepaalde afspraken niet meer maak? Nee, ik heb nog altijd de keuze om het wel te doen. Alleen weeg ik nu de tijden af. Onbewust scan ik hoeveel tijd ik heb en wat ik moet opgeven bij de ene keuze en wat bij de andere. En dan maak ik een keuze. Een keuze tussen schrijven, lezen, bijkletsen met een vriendin of tijd met mijn gezin besteden. Ik maak een keuze. IK.

Als ik de zin getypt heb, moet ik er even van bijkomen. Ik staat naar het simpele kleine woordje wat eigenlijk zoveel bevat. In die twee letters zitten veel ervaringen, mooie herinneringen, patronen die er ingesleten zijn, hoop, liefde, verlangen, wensen, misstappen, kwesties van vallen en weer opstaan, gevoel, kracht, zwaktes, geluk, verdriet, verleden, heden en toekomst. Alles wat ik was, ben en ooit hoop te zijn. Ik met alles wat daarbij hoort.




Waarom zet degene die de woorden sprak zich zo ver van zichzelf vandaan? Ik weet het niet. Ik kan het ook niet weten en wat nog belangrijker is, ik kan het niet oplossen. De keuze die je maakt om te zijn wie je bent, waar je bent en bij wie je bent liggen in jezelf. En je kunt alleen jezelf maar vragen waarom je die keuze maakt. Wat brengt jou ergens naar toe? En waarom maak je bewust of onbewust de keuzes.


Als mijn vingers over het toetsenbord glijden, weet ik wanneer en waarom ik nu de keuze maak om schrijven. Om te zijn wie ik ben. Om het gesprek met mezelf aan te gaan. Om naar de antwoorden in mezelf te luisteren. Om te voelen waar ik voor sta, wat ik wil en waarom. Om te voelen waar ik denk dat mijn weg naar toe gaat en om de kracht te vinden om dat pad te blijven bewandelen en niet op te geven. Om bewust te worden van mijn onbewuste zijn.

zondag 16 maart 2014

Hiep hiep hoera voor jou!

Zij maakte krullen van de aardappelschillen. Ze kon een aardappel schillen zonder te stoppen. Met open mond keek ik dan naar de lange dunnen schil die in krullen naar beneden hing. Mijn oma was mijn held, mijn voorbeeld. Ze was altijd vrolijk. Tenminste in mijn herinneringen. En ze danste altijd door de kamer.

Vandaag is haar verjaardag. Of moet ik zeggen ‘was haar verjaardag’ want zij overleed toen ik 12 jaar oud was. Vandaag zou ze 113 jaar geworden zijn en zou ze genoten hebben van alle aandacht. Van mijn kinderen die ze nooit heeft kunnen vasthouden en knuffelen. Ze zou hebben gepraat over de anderen die zoveel ouder geworden waren en in gedachten nog steeds 18 zijn geweest. Ze zou natuurlijk nog fit geweest zijn want mijn oma en ziek zijn ging niet zo goed samen. Ze zou alle kaarsen hebben verzameld en aangestoken. En het liefst zou ze gekaart hebben met wat lekkers erbij. Mijn oma hield van gezelligheid, van lezen, spelletjes doen met thee en wat lekkers en kaarslicht. Ik was graag bij haar. Het leek alsof ze altijd de zonnige kant van het leven zag.

'Ze zou alle kaarsen hebben verzameld en aangestoken'

Nu brandt er een kaarsje bij haar foto en denk ik aan alle mooie herinneringen die ik aan haar heb. Samen naar de kermis. Wandelen met de looppop die ze voor mij gewonnen had en rolschaatsen van de boom naar haar en omgekeerd, net zo lang tot het lukte. Ze woonde bij ons in huis en hoewel mijn moeder daar echt hele andere herinneringen aan heeft, was het voor mij de eerste stopplaats als ik thuis kwam uit school. Soms verlangde ik er naar dat ze ergens anders woonde. Niet omdat het niet fijn was dat ze altijd bij mij was. Nee, gewoon omdat ik dan net als alle andere kinderen in de klas op zondag met de auto of de fiets naar mijn oma zou kunnen gaan.

Vandaag vier ik dat mijn oma mijn oma was. Dat ze nog elke dag bij mij is en ik haar altijd weer om raad vraag. Dan bedenk ik wat mijn oma gezegd zou hebben. Voel ik de troostende arm om mij heen of zie ik haar trotse lach. Ik hoor haar zingen en zie haar dansen.
Lieve oma, gefeliciteerd met je verjaardag en maak er daar boven maar een groot feest van.



donderdag 13 februari 2014

Altijd verliefd

‘Ze is zooo lief’ zegt hij en zijn ogen kijken zwijmelend in de verte. Zijn kin rust op zijn handen, zijn ellenbogen op de tafel. Zijn voeten bengelen zo’n 25 cm boven de grond. Op grote stoel aan de grote tafel lijkt hij nog kleiner dan hij is. Bijna 3 jaar oud en hevig verliefd op de dochter van mijn vriendin.

Vandaag kom ik thuis en zie ik een rode roos op het aanrecht staan. Keurig in folie verpakt in een smalle vaas gevuld met water. ‘Zo wie is de gelukkige?’ vraag ik. ‘Een meisje’ geeft hij karig antwoord. Zijn wangen kleuren licht en de blik in zijn ogen is herkenbaar. Behalve dat hij nu jaren ouder is en de openheid van ‘wie wat waar en waarom’ echt drastisch anders dan die eerste keer, is er verder niet zoveel veranderd. Met gesloten vragen kom ik toch nog tot het antwoord dat de roos morgen gegeven zal worden en dat de gelukkige bij hem op school rondloopt.

Meisjes met lang blond haar hebben zijn voorkeur. Zie ik een groepje meiden, kan ik ze er zo uithalen. Altijd lief, een beetje verlegen en altijd erg mooi. Het meisje waar hij als kleuter alsmaar aan moest denken, had prachtige blonde krullen en een lief verlegen lachje. Bij een dagje naar een pretpark liepen ze hand in hand en gaven elkaar kusjes. De foto’s zijn er als blijvend bewijs, met de hoop dat ze nog ooit bij een feest gepubliceerd mogen worden. 

Menig vrouwenhart zou er harder van gaan kloppen. Een man uit de sprookjes. Zomaar een rode roos krijgen of een met zorg echt zelf ontworpen kaart. Hij doet het niet half maar helemaal. Hij schaamt zich nooit. Loopt met gemak gewoon door een volle school om degene die zijn hart verovert te verrassen. Mister Valentine.

Benieuwd ben ik naar het meisje dat uiteindelijk voor altijd zijn hart zal veroveren en hij het hare. Als moeder ben ik natuurlijk behoorlijk bevooroordeeld en denk ik dat het meisje dat zijn hart verovert natuurlijk voor altijd erg gelukkig zal zijn. Maar tot die tijd lijkt het hem niet altijd mee te zitten. Na de jeugdliefdes kwamen er een aantal onbeantwoorde liefdes. Even is hij dan ‘verslagen’ maar al snel is hij er bovenop. En altijd kijkt hij verder, vooruit, en blijkbaar ook om zich heen. Al snel is hij dan weer blij. Dan ineens zie ik de blik en weet ik dat hij er nog altijd in gelooft. Valentijn, is toch wel zijn dag. Maar dan 365 dagen per jaar. Eigenlijk is hij altijd verliefd.   


zaterdag 1 februari 2014

De smaak van het verleden

‘Papa mag ik er al eentje?’ ‘Nee’, zegt hij maar zijn ogen staan lachend. Ik kijk naar de schaal. Hij zegt dat ze niet lekker zijn, maar ze hebben zo’n ongelofelijke aantrekkingskracht op mij. Stil blijf ik naast hem staan en kijk hoe hij de volgende lading voorgebakken frietjes in de schaal doet.

Het is vrijdagavond zeven uur. Ik sta in de keuken en til het deksel van de pan op. Naast mij staat een schaal met vers gesneden patat. Als ik de eerste lading uit de pan haal en in de schaal doe, denk ik aan hem. Mijn vader kookte nooit behalve als we patat aten. En dan stond ik dicht in de buurt om te kijken. De voorgebakken patat in de schaal riepen me toe. Nu begrijp ik waarom ik ze niet mocht eten. En toch…

Stiekem pak ik een voorgebakken patatje uit de schaal en steek het in mijn mond. De smaak van vet verspreid zich over mijn tong en tegen mijn gehemelte. Het frietje is slap en de eerste keer in de pan heeft het zich alleen maar helemaal volgezogen met de olie. Hij heeft gelijk, eigenlijk zijn ze helemaal niet lekker, maar voor mij overheerst de smaak van het verleden. Als ik mijn ogen sluit, lijkt het alsof ik weer een jaar of 10 ben en naast mijn vader in de keuken sta.

 

vrijdag 31 januari 2014

Rijkdom

Zijn hand ligt losjes op mijn schouder. Mijn wang voelt de warmte van zijn huid door zijn shirt heen. De wijn heeft me rozig gemaakt en mijn gedachten zweven af en toe zomaar weg. De onzekerheid laat ik los en ik geniet van het moment. Een moment van pure rijkdom.

Het was een luie zondag. Zo’n dag dat je niets hoeft, moet en dus ook niets doet. Zo’n dag dat het buiten koud en guur lijkt en het al twee uur is voor je het beseft. Af en toe heb ik ze nodig zulke dagen. Nodig om bij te tanken, om de boel de boel te laten en niets te doen. Helemaal niets doen. En het liefst samen niets doen.
Een uur geleden kwamen de kinderen thuis. De oudste zit aan tafel, voorovergebogen op de computer te werken. Een echte opdracht voor een echt bedrijf. De middelste lacht om iets op zijn iPad en de jongste zit tussen ons in. Met zijn drieën proberen we in een spelletje  reclame logo’s compleet te maken. Ineens voel ik zijn hand door mijn haar. Als ik hem aankijk, lachen zijn ogen mij toe.
Even later als ze naar boven gaat roept ze een keer of tien dat ik haar echt een kus moet komen geven. Boven kijk ik toe hoe ze zich omkleed en verbaas me erover hoe groot ze al weer is. Mijn kleine meisje… Ik geef haar een complimentje over haar kamer en een stralende lach trekt over haar gezicht.
Eenmaal weer beneden kruip ik tegen hem aan terwijl hij een boek leest. Een sfeer van iets moet en alles mag hangt in de lucht. De radio vult de ruimte met muziek. De kaarsen geven de kamer een zacht licht en de haard geeft een aangename warmte. Maar het warme gevoel in mij, raakt mij nog het meest. Er is niets speciaals, niets spannends, niets bijzonders. Het is juist de eenvoud die het zo speciaal maakt en die mij treft.
Alle onzekerheid laat ik los en ik geniet. Ik geniet van het geluid van de stilte. Van zijn geur zo dicht bij mij. Van het weten dat de kinderen hier boven in bed liggen. Van zijn aandacht voor zijn boek waar hij helemaal in op lijkt te gaan. Van het niets hoeven zeggen. Van zijn armen warm en beschermend om mij heen. Ik geniet van het hier en het nu. Van het gelukkige gevoel dat mijn lijf vult met een speciale warmte. Van de liefde die ik voel. En ik voel me onbeschrijfelijk rijk.

zaterdag 28 december 2013

Als ik denk aan jou…

Bijna elke dag denk ik wel even aan hem. Herinneringen is wat er over is. Herinneringen aan de man waar ik zo tegen op keek. 8 jaar versus 31 jaar. Mijn kleine hand in zijn grote hand. Ik onzeker en op onbekend terrein. Opkijkend naar hem die het natuurlijk allemaal wist. In mijn ogen dan. Nu weet ik dat hij waarschijnlijk minstens zo onzeker was.

Ik zal hem nooit meer zien. Niet hem, dat is zeker. Hij leeft alleen nog voort in mijn herinnering waar ik ze koester en in doosjes gestopt heb. Af en toe maak ik een doosje open. Dan haal ik heel voorzichtig het lintje er af en daarna heel voorzichtig het dekseltje. Alleen met het doosje in mijn hand laat ik dan de herinneringen toe. De herinneringen aan mijn grote broer.
Foto’s van momenten dringen zich aan mij op. De film waar ik in een huis sta. Een huis dat alleen nog een paar muren is met ladders om op de bovenverdieping te komen. Trots kijk ik naar hem en noteer de nummers die hij zegt. Ik mag vandaag mee, mee naar het werk. En ik mag de cijfers opschrijven van de meters die hij tegen mij roept. Soms moet ik beneden blijven omdat het te gevaarlijk is. Dat geeft een dubbel gevoel. Ik ben toch groot! Maar tegelijk ben ik blij dat hij voor mij zorgt.
Samen in de winkel waar ik niet kon kiezen tussen twee jurkjes en ze beide kreeg. Zijn manier van ‘ik hou van jou’ zeggen. Niet vreemd weet ik nu. De manier waarop we opgevoed en opgegroeid zijn. Hardop zeggen dat je van iemand houdt, zat er niet in. Het zat in de boterham met boter en kaas die hij voor mij smeerde. Ik lustte geen boter maar de liefde waarmee het gesmeerd was, maakte alles goed.
De laatste dag dat ik hem zag, zaten we in het ziekenhuis. Op de plastic stoeltjes in de gang voor de klapdeuren van de intensive care afdeling. Nerveus de tijd te doden tot we bij mijn vader mochten. ‘Weet je wat ik gisteren gemaakt  heb?’ vroeg hij. Ik schudde stil mijn hoofd. ‘Een cake in een springvorm’ meldde hij droog ‘dan krijg je zulke plakken’ en zijn handen onderstreepte de grootte nog eens extra. Een dag later zat ik er weer, maar toen voor hem.
Bijna elke dag denk ik aan hem. 67 jaar zal hij nu zijn. Er is veel gebeurd en soms vraag ik me af of ik hem niet ondanks iedereen er om heen, op moet zoeken. Maar ik weet dat ik hem nooit meer zal vinden. Hij is niet meer hij. Ooit heb ik het geprobeerd. Niemand werd er gelukkiger van. Toch blijft het spoken door mijn hoofd. De vraag, de twijfel, weten, denken en weer los laten.
Stil sluit ik het doosje met herinneringen. De ballonnen die we stiekem aan de voordeur knoopte toen mijn ouders zoveel jaar getrouwd waren. De kaartavonden waar hij niet tegen zijn verlies kon. En zijn altijd van de ene naar de andere kant gekamde haren. Ik pak het lint en strik het voorzichtig vast rond het doosje. Opgeborgen zitten mijn herinneringen. Voor heel even opgeborgen tot ik zomaar weer aan hem moet denken.

Geld versus geluk

‘Wat zou jij doen? Geld of geluk?’ hoor ik op de radio de reclame over een nieuw programma. ‘Geld maakt niet gelukkig’, zei mijn vader vroeger, ‘maar het is wel makkelijk als je het hebt. ‘ Het eerste deel was ik het altijd al mee eens, maar steeds meer denk ik aan het laatste deel van de woorden. ‘Geld maakt niet gelukkig.’ ‘Geluk kun je niet kopen.’  Er zijn heel wat tegeltjes wijsheden over geluk en gelukkig zijn. En minstens even zo veel over geld.

‘Geluk (of gelukkig zijn) kan gedefinieerd worden als het tevreden zijn met de huidige levensomstandigheden. Hierbij kunnen er diverse positieve emoties aanwezig zijn, zoals vreugde, vredigheid, ontspannenheid en vrolijkheid. ‘ zegt Wikipedia. Even stop ik als ik lees dat onderzoek heeft aangetoond dat geluk voor ongeveer de helft  erfelijk bepaald is. De rest van de verschillen wordt veroorzaakt door invloeden uit de omgeving. Hoe bijzonder is dat.
 
Heel anders is het met geld. ‘Geld is enig object dat in een bepaald land of binnen een gegeven sociaal-economische context algemeen wordt aanvaard als betaling voor goederen en diensten terugbetaling van schulden. Als belangrijkste functies van geld onderscheidt men: ruilmiddel, rekeneenheid, oppotmiddel en incidenteel ook als eenheid voor uitgestelde betalingen’ vermeldt wederom Wikipedia. Maar is geld ook niet erfelijk bepaald. Denk aan ‘oudgeld’ en hebben kinderen met ouders zonder geldzorgen niet meer kansen? En  wat maakt nou dat wij mensen het aan elkaar verbonden hebben?

‘Alles kan een mens gelukkig maken’ de hit die iedereen meezong. ‘Een zingende merel, de geur van de zee. De zon die doorbreekt, een vers kopje thee!’ Maar hoe zit het nu? Zijn mensen die zorgen hebben over geld eerder tevreden? Of voelen ze zich juist ongelukkig, moe van alle zorgen? Benieuwd ben ik naar de leeftijd van mensen. Hoe oud worden mensen die hun leven als gelukkig hebben bestempeld en hoe staat dat in verhouding met het wel of niet hebben van genoeg geld. En wanneer heb je dan genoeg om gelukkig te zijn
Heel wat keren telde ik in de winkel de kosten van de boodschappen op om zeker te weten dat ik bij de kassa genoeg geld in mijn portemonnee had. En altijd probeerde ik ervoor te zorgen dat er wat over bleef om bloemen te kunnen komen. Bloemen in huis, daar werd ik gelukkig van en daar liet ik graag wat anders voor staan. Zolang als het kon. Nu staan er geen bloemen meer. Want van iets aan de kinderen geven, wordt ik nog gelukkiger. En beide zit er meestal niet in. De keuzes van het leven.
 
Waar word ik gelukkig van? Van veel. Van een berichtje zomaar, als ik iemand hoor lachen, van de zee, van een zonsondergang. Inmiddels weet ik dat het hebben van geld je niet per definitie gelukkig maakt. Geluk zit in jezelf. Maar het ontbreken van geld kost je wel veel energie. Energie die ik zoveel liever in andere dingen zou steken die me gelukkig maken. Tijd samen met mijn kinderen, iets knutselen, iets lekkers koken voor manlief of zomaar samen op de bank zitten. 

Nog een paar dagen en dan begint er een nieuw jaar en maakt iedereen weer goede voornemens. ‘Vandaag begint de dag van de rest van je leven is mijn motto.’ Dus begin ik vandaag. Ik begin vandaag met het lijstje wat mij gelukkig maakt. Niet in per definitie in een volgorde, maar wel met alleen de dingen die niets kosten. Want geld maakt niet gelukkig maar het ontbreken ervan maakt je wel moe.

 

zondag 22 december 2013

Ideale man in de morgen

Mijn bed is warm en mijn kussen voelt heerlijk aan onder mijn hoofd. Half slapend merk ik dat mijn matras beweegt terwijl ik stil lig. Ik hoor een zachte tikkend geluid naast mijn hoofd. Dan voel ik een hand door mijn haar. Een zoen op mijn wang en een ‘goeiemorgen schatje’. Langzaam open ik mijn ogen.
Het is zes uur in de ochtend en nog donker buiten. Op de dijk verlichten de koplampen van de auto de weg . Het water rechts van mij, de nieuwe wildernis links. Ik weet hoe het uit ziet maar nu zie ik niets. Alleen het donker en in de verte de oranje gloed van de kassen die de lucht kleuren. Een prachtig bijna magisch uitzicht.
De stem van Sander de Heer vult de kleine ruimte van de auto. De heer ontwaakt en met hem de rest van Nederland. Sander, de ideale man in de morgen. Een auto voor mij houdt zich keurig aan de snelheid. Iets te keurig naar mijn mening en dus vind mijn hand als vanzelf de hendel van het linker knipperlicht. De tegenovergestelde rijbaan is heerlijk leeg. Met gepaste snelheid haal ik de man voor mij in.  Een oog op de kilometer teller want er staat hier iets te vaak controle. Mijn rechterhand vind automatisch de knop van de radio om die net wat harder te zetten en ik luister naar man die tegen Sander vertelt waar hij heen gaat vandaag en dat hij toe is aan een bakje koffie.
Nog 20 minuten ben ik verwijderd van mijn koffie. Op weg naar mijn wekelijkse bijeenkomst snak ik naar koffie. Nog meer nu Sander hoor bellen naar het tankstation waar ‘de naar koffie snakkende man’ zo direct naar binnen zal lopen. En zoals elke week bedenk ik dat ik niet kan bellen. Simpel omdat ik geen tankstation tegen kom onderweg. Ik kijk op de klok en op mijn vergeetachtige Tom Tom die 06.55 uur aankomsttijd meldt. Ik weet dat ik dus rond 06.40 uur arriveer, want Tom weet niet dat er inmiddels snellere wegen zijn die naar de koffie leiden.
 
De bellende koffiesnakkende man is ondertussen voorzien van zwart met één klontje suiker. Carmen, die een nieuw kapsel heeft en dus vandaag stoeit met de koptelefoon, vertelt het laatste nieuws en ik tel hoeveel minuten het nog is tot 06.45 uur, het tijdstip dat mijn ‘charmante assistente’ mij zal vragen: ‘Koffie?’ en ik iets te enthousiast zal knikken.
Terwijl Sander mij even later bij praat over wat ik gisteren ‘gemist’ heb op tv, denk ik aan de andere ideale man in de morgen. De man die mij altijd wekt met koffie.  Soms hoor ik half slapend ik het tikkende geluid van het kopje op het nachtkastje en vult de heerlijke koffiegeur langzaam mijn neus. Maar soms word ik pas wakker na een tweede zoen en het ‘goedemorgen schatje’. Mijn lieve ideale man, in de ochtend, middag, avond en in de nacht. Op maandag, dinsdag, donderdag, vrijdag, zaterdag en zondag. Maar niet op de woensdagochtend. Dan slaapt hij nog als ik het bed uit sluip. Op woensdag word ik pas echt wakker gemaakt als de Heer ontwaakt, mijn ideale man op de woensdagmorgen.
 

donderdag 5 december 2013

Warme handen

Vanaf een afstandje kijkt ze toe. Ze houdt de man nauwlettend in de gaten. Niets ontgaat haar. De man staat voor haar vader en zijn handen liggen op haar vaders borst. Stil staat ze daar te kijken tot hij zijn handen terugtrekt, schud alsof er iets vanaf moet vallen en dan glimlachend zegt dat hij klaar is.

Als de man weg is, zegt ze ‘dat kan ik ook’. Haar vader lacht.  Haar grote ogen kijken hem aan, gelooft hij haar niet? Maar ze weet het zeker, zij kan het ook. Net als de man die er net was. Waarom lacht haar vader nu? Dan loopt ze naar hem toe en legt haar handen op zijn borst. ‘Niet doen’ roept haar vader verschrikt terwijl hij haar handen wegduwt’ het wordt net zo warm als bij hem.
Hij had al heel lang pijn, haar vader. Soms zo erg dat hij helemaal wit in elkaar gedoken zat. Het was iets met zijn maag, helemaal begreep ze het niet. In het ziekenhuis konden ze er niets aan doen. En toen hoorde ze via iemand van de man met de genezende handen. Hij zou pijn weg kunnen halen. Haar vader vond het maar onzin maar haar moeder bleef aandringen. Ze konden het toch proberen. ‘Baat het niet dan schaadt het niet’ was de insteek.
En het werkte. Al vanaf de eerste keer had haar vader veel minder pijn. De man kwam terug en elke keer werd de pijn minder. Zij stond elke keer te kijken. Ze wist heel zeker dat ze het ook kon. Pijn weghalen met je handen. Maar van haar vader mocht ze het niet proberen. ‘Zo meteen krijg jij het nog’ was zijn commentaar. Ze had er zich maar bij neergelegd. Tegen de grote mensen kon ze toch niet op.
Vandaag zit ze bij wat ze thuis gekscherend ‘de heksenkring’ noemen. Ondertussen weet ze dat zij het ook kan. Net als de man van toen. Ook haar handen kunnen pijn weghalen. En voorzichtig probeert ze te kijken wat ze nog meer kan. Haar handen glijden over de envelop met de foto. Beelden en gedachten komen binnen. Ze schrijft alles op wat ze ‘doorkrijgt’. Even later verteld de vrouw tegenover haar over de foto van haar dochter die zij had meegenomen. ‘Lief met een scherp randje.' Ze lacht en herkent haar dochter. De vrouw verteld meer en alles klopt. Dan zegt ze half vragend: 'Genezende handen?’
De andere dag zegt haar dochter: ‘dat wat jij kunt, wil ik ook kunnen’. Ze lacht haar dochter liefdevol toe en denkt terug aan de tijd dat zij zo jong was en niemand haar geloofde.  ‘Geduld schat’ zegt ze dan, ‘ooit kan jij dit ook’. 


Dag lieve Noddy

Ik zit naast haar op de grond en streel zachtjes haar kop. Eigenlijk wil ik het niet maar ik weet dat het beter is. Beter voor haar, hoe gek dat ook mag klinken.
Het is nog maar twee maanden geleden dat ik een bult in haar bek ontdekte. Een ontsteking dacht ik nog even. Maar bij de dierenarts was die hoop al snel vervlogen. Toch startte we met een antibioticakuur en hoopte het beste. De zwelling werd amper minder en een week later werd dan ook vastgesteld dat het een tumor was. Een erg snel groeiende ook nog. Heel even nog bespraken we de opties van onderzoek, bestraling etc. Wilde ik dat? De vraag was maar: ‘Wilde zij dat?’ Maar ja, ik kon het wel vragen maar de kans dat ik een antwoord zou krijgen was nihil. Grote ogen keken mij alleen maar aan en terwijl mijn hoofd vol vragen zat, kwispelde ze vrolijk achter mij aan naar de auto.
Een paar maanden hooguit. Meer zouden we er niet mee winnen. Maar eerst onderzoek, de vraag of het überhaupt wel zou kunnen. Meerder keren vroeg ik me af wat ik zou willen als ik het zou zijn. Ik zou rust willen. Geen polonaise aan mijn lijf voor een paar weken misschien maanden meer. En dus besloten we om niets te doen. Nou ja, niets behalve dan extra extra lief voor haar zijn. Een extra koekje, extra boterham. Een klein rondje meer. Vlees in plaats van brokken en een extra aai.
De weken gingen voorbij. Mondspoeling kochten we en een spray omdat de lucht af en toe niet te harden was en we haar toch graag bij ons in de buurt wilden hebben. Nauwlettend hield ik haar in het oog. Kwispelde ze wel? Had ze pijn? De rondjes werden korter. Het spontaan naar je toe komen, werd minder.
Tot de dag kwam dat ze niet meer wilde eten en nog amper op wilde staan. Het gerammel van brokken maakte niets uit. Droevige ogen keken mij aan. Wilde ik nog langer wachten? De laatste dagen leek ze steeds moeilijker adem te kunnen halen. En dus belde ik de dierenarts. Die middag namen we afscheid en liepen samen een laatste rondje buiten. Toen we terug liepen, wilde ze niet naar binnen en dus liepen we nog een stukje verder. Zachtjes begon het te regenen en ze besloot dat het goed was zo en liep terug naar huis.
Ik zat naast haar op de grond en streelde zachtjes haar kop. Eigenlijk wilde ik het niet maar ik wist dat het beter was. Beter voor haar, hoe gek dat ook mag klinken. In haar ene poot zit de drain waarin de dierenarts de vloeistof spuit waardoor ze gaat slapen, de andere poot hou ik vast. Dan valt ze in slaap en zachtjes hoor ik haar snurken. Tot de volgende spuit. Ik hoor dat ze dood is maar zien en weten wil nog niet samen. Het lijkt alsof langzaam mijn hond van vroeger weer terugkomt. In snel tempo schieten alle beelden hoor mijn hoofd. De verkleedpartijen met de kinderen en zij met een hoedje op haar hoofd mij aankijkend van ‘ach laat ze maar’. Rennend in het bos. Lopend door de drek, een van haar lievelingsactiviteiten. En de wachtende blik als ik pannenkoeken bakte want de eerste was altijd voor haar. De momenten dat ze vergat hoe groot ze was en als schoothondje op de bank klom.
Als ik vandaag de post open, zit er een kaartje bij.
‘Woorden van troost zijn snel gegeven,
over de tijd die alle wonden heelt.
Maar weten zij wat wij hebben gedeeld?
Echte vriendschap, zo zeldzaam in het leven.
‘De crematie van Noddy heeft plaatsgevonden op 3 december 2013 om 15.00 uur’ lees ik. Langzaam voel ik mijn keel dichtknijpen en tranen opwellen. Dag lieve Noddy. Ik zal je nooit vergeten.
 


donderdag 10 oktober 2013

Haast

Terwijl ik nog aan de telefoon ben en keurig antwoord op de vragen die mij gesteld worden, pak ik mijn laptop in en gris ik nog snel mijn agenda van mijn bureau en werp een laatste blik in de spiegel waarbij ik een lok keurig achter mijn oor stop. Met mijn laptop tas over mijn schouder en mijn ‘werktas’ in mijn rechter hand, loop ik al bellend de kamer en het huis uit op weg naar mijn afspraak waar ik als haast moet zijn en waar ik als alles mee zit nog net op tijd binnen kan rollen.

De dag leek zonder te veel haast te beginnen. Maar terwijl ik mij nog half slapend omdraaide en tegen mijn lief aan kroop, kwam de plannen van de dag al gauw bovendrijven. Nadat kind 1 zich gemeld had voor een kus en een ‘dag ik ben na school direct naar mijn werk’ begon de molen met wie wat waar en hoe laat al weer te draaien. Bij kind 2 kon ik, nog steeds met mijn hoofd op het kussen erbij mompelen dat ik hem niet kon ophalen vanavond en bij kind 3 kwam het besef dat ik om 17.00 uur nog een bespreking had en om 19.30 uur al weer bij een cursus moet zijn, hard binnen denderen.

Eenmaal beneden (gedoucht, aangekleed, de ingekomen e-mails al bekeken  en de was al weer draaiend) waste ik af en haalde vlees uit de vriezer voor vanavond. Iets met kip gestoofd met ui en paprika zou het worden. Maar voor we vijf minuten verder waren, waren de plannen al gewijzigd in een snelle makkelijke variant waarbij ieder apart zou kunnen eten. Na de afwas en nog snel met de stofzuiger door de kamer te zijn geracet, haast ik me weer naar mijn werkkamer om een aantal klusjes af te ronden voor ik naar mijn eerste afspraak zou vertrekken.
Onderweg van de ene naar de andere afspraak geniet ik van de radio en een soort van stiltemoment. Even niets dan autorijden en mijn gedachten laten gaan. Ik hoor over een schrijfster en haar boek en besluit dat ik toch echt vanavond eens door mijn verhalen moet lopen die ik nog steeds moet opsturen voor de correcties. Vanavond? Uh maar dan moet ik naar cursus. Morgen dan? Misschien voor of na het wegbrengen van zoonlief. Of zaterdag, oh nee die zit ook al vol.
Hoe ik het doe, weet ik niet maar op de een of andere manier is er altijd haast. Altijd tijd te kort of plannen te veel. Er is altijd zoveel dat mijn interesse wekt. Mijn werk, nieuwe initiatieven maar ook het vrijwilligerswerk en alles wat daar bij komt. Dan is er nog het vriendennetwerk die ik zo graag vaker zou willen zien, de familie en mijn gezin waar ik zo graag meer tijd voor zou hebben. En alle bijna vergeten hobby’s. Hoe lang is het geleden dat ik geschilderd of getekend heb. Armbanden maken, de laatste is half klaar en ligt op tafel te wachten op een ‘vrije’ avond. Foto’s van jaren die nog ingeplakt moeten worden. Boeken die gelezen willen worden en letters die op papier willen komen. Films die nog niet uit de folie zijn, onkruid dat tussen tegels en planten gehaald moet worden en een huis dat sneller vies dan schoon lijkt te worden. Was die zich vermenigvuldigd waar je bij staat.
Ik geloof in een volgend leven. Ik moet wel want ik heb te veel idealen voor in één leven, zelfs als ik 100 zou worden. Want naast dat alles wil ik ook nog graag af en toe op de bank zitten en niks doen. Gewoon even niks terwijl er ook niks op wacht. Gewoon even gewoon zonder haast.  

zondag 6 oktober 2013

En dat geldt ook voor jongetjes

Zijn ogen kijken verbaasd en zijn wenkbrauwen onderstrepen dat nog eens. Zij lacht haar gulle lach en haar ogen doen vrolijk mee. ‘Tja,’ zegt ze, ‘je kunt het meisje wel uit Brabant halen, maar Brabant niet uit het meisje!’

De aanleiding is een opmerking die in onvervalst dialect uit mijn mond rolt. Zij is mijn vriendin. En niet zomaar een vriendin. Nee een vriendin door dik en dun, al 25 jaar lang. Zij verhuisde, niet een paar straten verder, niet naar de andere kant van het land maar naar de andere kant van de wereld. Ik verhuisde een aantal jaren later, maar ik bleef in ons kikkerland. Wij hielden contact. Soms intensief en dagelijks, soms maanden niet. Maar dat maakt niet uit. Onze basis is er, die zakt niet zomaar weg. Een Brabantse basis met twee benen op de grond. Echte grond onder je voeten die niet zomaar wegdrijft.
En toen was ze ‘zomaar’ weer even in Nederland. In Zeeland nota bene waar ik ‘toevallig’ op vakantie was. Dus staat ze daar aan het einde van het grasveldje met de fiets aan de hand en haar zoontje naast haar. Binnen een paar minuten is het als vanouds, alsof we elkaar gisteren spraken in plaats van meer dan een half jaar geleden. Alles om ons heen vergeten. De campingburen, de kinderen en ook de man die ons gesprek lachend aanhoort en niet wist dat er nog zoveel Brabantse termen in mij huizen.  We praten, lachen, wandelen en even is het 25 jaar geleden.
Een paar dagen geleden zat ik in de prachtige schouwburg van onze stad met als doel een mooi project in de strijd tegen kanker uit te dragen. Stil luister ik naar de presentaties. Straks gaat mijn collega een presentatie geven en ik weet nu al dat ik het niet droog ga houden. Maar nu is eerst onze wethouder aan het woord. Trots op onze stad vertelt hij stralend over de nieuwe initiatieven. Over de film de nieuwe wildernis en hoe deze in meer bioscopen in première ging dan de laatste James Bond film. Dan hoor ik hem tussendoor zeggen ‘da ken nie’. Mijn buurman geeft me een por en schud meewarig zijn hoofd. Ik glimlach. Die drie kleine woordjes geven me een heerlijk ‘thuis gevoel’. Hier in ‘mijn’ stad staat een man vol enthousiasme te vertellen met ‘mijn’ accent.

Dan leun ik naar mijn buurman en zeg: ‘mijn vriendin zegt altijd; je kunt het meisje uit Brabant halen, maar Brabant niet uit het meisje’. Hij lacht. Ik hoor nog een paar woorden van de wethouden en vervolg dan: ‘en dat geldt ook voor jongetjes’.


 

woensdag 7 augustus 2013

Vakantieplaatje

‘Volgend jaar blijven we thuis’ zegt ze. Ze zeult op haar rechter arm een kind mee en twee andere iets oudere koters lopen voor haar. Ze lopen richting strand en zee en zijn ongeveer halverwege.  Ze kijkt niet echt blij en de man naast haar al net zo min. 

Ik glimlach terwijl ik de andere kant oploop, vanaf zee terug naar de camping. Ineens denk ik aan alle tijdschriften waarin mooie plaatjes je doen geloven dat dit DE tijd van het jaar is. Knappe slanke moeders gekleed in een zwierig zomers jurkje, met aan de hand lief kijkende kinderen, lachen je vanaf de foto toe. Vader tilt de goed gevulde picknickmand met uiteraard allemaal zelfgemaakte sandwiches en salades. De fles met bubbels die ondanks de brandende zon altijd koel lijkt te zijn, steekt net boven de mand uit. Net zoals de plastic, maar niet van glas te onderscheiden, champagne glazen.
Straks aan zee gaat vader met zijn zoon vliegeren terwijl dochterlief in haar snoezig roze stippeltjes bikini zandkoekjes bakt en moeder in de schaduw van een bijpassende parasol een verantwoord boek leest. Als de kids uitgehongerd van de zeelucht weer richting moeder lopen, heeft ze precies op tijd de picknick op het geruite kleed met bijpassend servies klaar staan.
Al snel schrik ik op uit mijn gedachte. Een stukje verder op probeert een moeder namelijk met het dreigement dat de ‘zandpolitie’ eraan komt, haar zoon te bewegen om terug te komen. Zoonlief echter is Oost-Indisch doof door zon, zee en het vakantiegevoel en loopt compleet met emmertje stug door. Vader snelt er al roepend achteraan en zegt, als hij binnen gehoorafstand is, luid en duidelijk dat de krabt echt beslist terug in het water moet. Het jochie van amper twee turven hoog denkt daar echt heel anders over en probeert de brute kracht van vaders armen die hem inmiddels te pakken hebben te weerstaan. Als dat niet lukt, zet hij het effectief op een brullen.
Het doet me denken aan Brigitte Kaandorp die de kerstdagen beschrijft zoals die er in het echte leven ook net anders uitzien dan de Libelle en Margriet doen vermoeden. Met moeders die door zieke kinderen nachten lang niet geslapen hebben. Hun kleding vooral makkelijk en  met chocolademelk vlekken in plaats van de stralende vrouw met opgestoken haar in een glimmende jurk die de prachtig gevulde kalkoen opdient en haar man stralend toe lacht.
Ik ben de kleutertijd met de kinderen al weer lang voorbij en zo ook de illusie dat het leven er uit moet zien zoals de glamour tijdschriften je voorschrijven. Ik geniet van het dagelijkse leven en als het tafelkleedje dan ietwat lijkt op snoezige de plaatjes die ik ooit voorbij zag komen, dan is dat mooi meegenomen.
De volgende ochtend ben ik redelijk vroeg wakker. Ik pak mijn praktische roze toilettas en ‘design’ zwarte handdoek die door de kleur extra geschikt is voor het campingleven. Na een verfrissende douche trek ik een van mijn gezelligste zomerjurkjes aan. Mijn nog natte krullen hou ik in bedwang met een clip en ik smeer zelfs wat mascara op mijn wimpers. Mijn voeten vinden blindelings de goudkleurige slippers die zowel praktisch als van het juiste merk zijn. Als ik bij de retro Eriba caravan kom, zie ik manlief net de zilverkleurige bodum koffiekan op de tafel met het rood met wit genopte kleedje zetten. De kids steken net hun hoofd buiten het tentje en kijken mij lief maar nog slaperig aan.. Laat de fotograaf maar komen, denk ik tevreden, met een beetje geluk doen we het zo slecht nog niet in de Libelle. Het leven is zo gek nog niet en het campingleven al helemaal niet.


dinsdag 6 augustus 2013

Topfunctie

Net als veel van mijn vriendinnen heb ik een top baan. Een leuke en verantwoordelijke baan die helaas wel veel vrije tijd opslokt. Daarnaast heb ik nog wat parttime nevenfuncties, maar die mogen geen naam hebben. Zwaar, ja dat wel. Maar ja, als vrouw moet je tegenwoordig er wat voor over hebben om de top te bereiken.

Ik weet niet eens meer precies hoe ik er ingerold ben. Gesolliciteerd heb ik, zover ik mij kan herinneren, eigenlijk niet. In eerste instantie had ik een leuke duobaan met gedeelde verantwoordelijkheid die eigenlijk nog niet zo heel veel voorstelde. Na een fusie en een verhuizing naar een nieuwe locatie kreeg ik de portefeuillehuisvesting erbij. In de loop van de jaren daarna groeide onze afdeling en met 3 ‘man’.
Ik bleek nogal goed in taken als planning en organisatie en was meer dan eens bereid om overuren te maken en extra taken op te pakken. Lange dagen volgden en meer dan eens rolde ik ’s avonds moe mijn bed in om midden in de nacht weer op te staan om toch nog iets ‘even’ af te handelen.
Na de eerste reorganisatie kreeg ik de volledige verantwoordelijkheid voor ‘mijn team’. Dat was vooral in het begin zwaar maar wende al snel. Binnen een paar jaar werden ik en mijn team overgeplaatst naar het noorden en werden twee afdelingen samengevoegd tot één waardoor ik ineens de dagelijkse leiding over zes personen had. De afdeling was wederom een soort van duobaan maar de samenwerking met het andere MT-lid verliep niet geheel vlekkeloos en bij de volgende reorganisatie viel het team uiteen en volgde al snel weer een overplaatsing.

Weer terug met mijn oorspronkelijke team, bleken wij bestand tegen de stress en de reorganisaties en werd de samenwerking er alleen maar hechter door. Mijn takenpakket is breed en in de loop van de jaren vaak veranderd en/of uitgebreid. Daarentegen kan ik wel redelijk mijn eigen tijd indelen. Sinds kort hebben we er op mijn verzoek weer een MT-lid bijgekregen en kan ik langzaam weer wat taken verdelen. Het is soms nog wennen na zoveel tijd alleen de afdeling gedraaid te hebben maar het is wel erg prettig. Voor hem is juist de verantwoordelijkheid voor een team weer helemaal nieuw. Toch werkt het wonderwel erg goed.
Hoor ik mensen in deze tijd klagen over het vinden van een baan, besef ik des te meer dat ik het goed getroffen heb. Oké in deze tijd van crisis is de druk van zowel financiën, huisvesting, ontwikkeling, scholing en inkoop soms erg zwaar. Als algemeen directeur van ons bedrijf zijn de dagen lang, overschrijden de weken meer dan eens de 40 uur en haal ik de 23 vakantiedagen eigenlijk nooit. Maar toch … ik zou deze top baan voor geen goud willen ruilen.
Oh ja … mocht je inmiddels nieuwsgierig zijn naar mijn functie … ik ben moeder.

zaterdag 20 juli 2013

Beelddenker

‘Toch mis ik het wel’ zegt hij, ‘mijn Bob de Bouwer dekbed.’ Ik doe echt mijn best om mijn lach in te houden maar het lukt niet. ‘Vooral mijn kussensloop met de Bob de Bouwer helm,’ vervolgt hij. ‘En dan zo gaan liggen dat de helm om je hoofd zit. En dan het dekbed met de overal tot net onder je kin.’ Ik proest het uit. Ik ben een beelddenker. Enne als ik zeg dat de man in kwestie de 40 gepasseerd is, hoef ik denk ik niets meer uit te leggen.

We zitten op een terrasje loom te genieten van de zon. Maar blijkbaar verveelt hij zich. Aan zijn ogen zie ik dat er nog meer gaat komen en stiekem verheug ik me er al op. ‘Oh ja en dan mijn Baantjer dekbed,’ vervolgt hij. Ik trek mijn wenkbrauwen op. Baantjer dekbed? Bestaan die dan, denk ik nog even heel naïef. Hij knikt vol overtuiging. ‘Dan lig je zo op je rug en dan het dekbed zo tot hier’ zegt hij en wijst net onder  zijn hals. ‘En dan hier’ hij wijst van zijn buik richting zijn hoofd, ‘ligt het lijk. Uiteraard met heel veel bloed en zo.’ Ik gniffel ‘Oh dat slaapt zo lekker he.’ Stiekem denk ik dat het nog zou verkopen ook.
Uh ik dacht even wat anders’ beken ik voorzichtig en voel mijn wangen licht rood worden.
Voor mij zit het verschil in dekbedden vooral in de stof. Katoen of zijde bijvoorbeeld. En in het design natuurlijk. Alleen dan design in bloemetjes, streepjes of varianten daarop. Ik ben niet van de stripfiguren. Ook niet toen de kinderen nog maar vier of vijf waren. De slaapkamer voor de kinderen moet een slaapkamer zijn en geen speelparadijs zodat ze helemaal niet meer kunnen slapen. Rust en reinheid staan ouderwets in het vaandel. Helaas is het door ruimtegebrek soms wel eens wat veranderd, maar stripfiguren op de dekbedden heb ik altijd kunnen weren. Subtiel meld ik dus dat Bob er bij mij niet in zou komen. Tenminste niet als hij bouwer is met een gele helm en op een dekbed prijkt.
 

Playboy dekbed

Na nog twee slokken bier gaat hij echt los en komt de variant ‘het playboy dekbed’ aan bod. Ik zeg even niks en vraag me af hoe lang ik zo wijselijk mijn mond kan houden. Maar mijn vragende ogen dagen hem blijkbaar genoeg uit om verder te gaan. ‘Kijk’ zegt hij, ‘dan lig ik zo’ en hij demonstreert theatraal hoe het dekbed over hem heen zou moeten liggen.  Ik denk dat ik weet wat er gaat komen maar dan legt hij keurig uit hoe zijn hoofd dan precies op het gebruinde en gespierde lichaam past dat uiteraard aan alle zowel mannelijke als vrouwelijke verwachtingen voldoet. De verbazing is blijkbaar van mijn gezicht af te lezen en zijn ogen lachen. ‘Uh ik dacht even wat anders’ beken ik voorzichtig en voel mijn wangen licht rood worden. ‘Ik dacht even dat je je voorstelde hoe je onder perfecte dames zou liggen,’ stamel ik. Dan lacht hij voluit. ‘Ik was ook nog niet klaar met vertellen wat of wie er allemaal nog meer bij ligt’ zegt hij ‘Zo hier ergens ...’ en hij wijst naar een plek zodat het schaamrood nu echt mijn kaken kleurt. Want tja, ik ben een beelddenker. Daarna vraag ik me af of hij ook weet hoe je een vrouw blij maakt in bed ...

  

woensdag 17 juli 2013

Op de vlucht het weiland in of …

‘Die is al ervaren’ zegt hij en wijst naar een voorbij lopende vrouw in een witte badjas met oranje ceintuur. Ik trek mijn wenkbrauwen omhoog en kijk hem vragend aan. ‘Oranje band!’ verduidelijkt hij. ‘Duidelijk een beginner’ volgt er dan en hij knikt met zijn hoofd naar een rondkijkend en duidelijk zoekend meisje in een blauwe badjas met ‘witte band’. ‘Ach daar is de sensei al’ grapt hij verder als er een man richting het meisje loopt. Ik gniffel. Mijn zoon heeft hem vast en zeker de beginselen van de judotermen bijgebracht en even weet ik niet of ik daar nu wel of niet blij mee ben.

We zitten aan een tafel en wachten geduldig op ons gerecht terwijl om ons heen aan elke tafel van alles fout lijkt te gaan. De stevige serveerster met luide stem, die voor minimaal 20 personen bestek met servet aan haar riem heeft hangen, heeft duidelijk haar dag niet. Wij weren haar vooral en dat schijnt wonderwel te helpen. Ondertussen doen we dat 90% van de bevolking op een terrasje doet; mensen kijken! Want ook in een sauna ontkom je daar dus niet aan. Het gaat als vanzelf en dus zie ik heel wat verschillende maten en vormen borsten, billen, buiken en piemels voorbij komen. Het enige verschil is dat het er hier niet toe doet.

Maar niet alleen de ceinturen ook de badjassen zelf, verrijken mijn fantasie. Zie ik het ene moment een dame op leeftijd voorbij scharrelen in een te korte witte badjas met rode hartjes, valt mijn oog even later op de zwarte ‘Batman’ badjas van een ongeveer 30-jarige jongeman. Dan zijn er natuurlijk ook nog de huurbadjassen van een vage kleur beige met daarin mannen met donkere zonnebrillen en steeds heen en weer lopen. En de mannen en vrouwen met onder de badjas een handdoek tot bijna op hun enkels. Een breedgeschouderde, erg gebruinde man in zijn duidelijk te kleine handdoek die zijn billen net niet haalt, komt naast ons zitten. Maar het absolute toppunt van de dag is de man op leeftijd met badjas en handdoek. De handdoek heeft hij alleen zo omgewikkeld dat die precies waarvan je denkt dat de handdoek het zou moeten bedekken, niet bedekt. En waardoor het een toch wel heel ‘lullig’ gezicht wordt.
De sauna zelf is duidelijk een stuk minder in kwaliteit dan een jaar of vijf geleden toen ik er voor ’t eerst heen ging met een vriendin. Het kruiden bad dat toen nog naar kruiden rook, ruikt vandaag meer naar chloor. De groene lamp in de hoek kan zelfs niet eens de indruk wekken dat er echt iets van kruiden in het water zit. Nee dat doet ons plaatselijke zwembad dan toch echt een stuk beter. Daar ruikt het naar lavendel terwijl je juist daar er niet aan denkt. De tuin echter maakt het goed en vooral het vooruitzicht dat we vanavond loom van het niets doen niet zo ver hoeven rijden, was doorslaggevend in de keuze.

Na nog een ontspannen rondje zoutsteensauna en ijs grot, belanden we in het achterste deel van de tuin. Uit de wind, lui in een ligstoel en met uitzicht op weilanden, geniet ik van de ondergaande zon en van de stilte afgewisseld met vogelgeluiden. Heel af en toe hoor ik in de verte nog een koe loeien. Het is alsof we hier helemaal alleen zijn. Niets te merken van de mensen massa die hier toch ronddoolt. Mijn ogen staren in de verte en vallen af en toe dicht. Was ik nog niet ontspannen van de heerlijke massage, dan vloeit nu toch wel het laatste restje stress zo uit mij het weiland in.
Dan valt mijn oog ineens op een man die aan de rand van het weiland staat. Hij staat in zijn blootje met zijn rug naar mij toe. Het is een maf gezicht en ik heb er geen idee van hoe lang hij er al staat. De dieren zijn in elk geval gevlucht. Zouden ze geschrokken zijn van een geluid of van het vooraanzicht van de man? Beelden komen als vanzelf in mij op. Ik probeer ze te negeren maar dan besluit ik. Ik wacht niet af tot hij zich mogelijk omdraait. Ik volg de paarden en de koeien die ik daar straks nog zag staan en sla ook op de vlucht. Of dat slim is weet ik niet want ik vlucht niet het weiland in linea recta de sauna in waar ik in plaats van één blote man er wel een stuk of twintig zie.  

vrijdag 12 juli 2013

Grote tanden en een dikke kont


‘Tjonge, het blijft mij verbazen hoe sommige mensen bijna een karikatuur op zichzelf zijn’ zegt ze voor de tweede keer nog eens op fluistertoon tegen mij. We zitten in de trein en mijn vriendin staart vol verbazing naar een persoon met een donkere zonnebril in een gezicht waarvan ik niet kan zien of het om een man of een vrouw gaat. De mond is tot een streep vertrokken en ook de haardracht kan een link naar beide sekse zijn. Zelfs de kleding, een zwarte broek en witte overhemdachtige bloes, kan niet het verlossende antwoord geven.
Het begon al in de bus, nou eigenlijk al bij de bushalte. Daar stond een jongeman met zijn halflange broek afgezakt tot halverwege zijn kont. Een lichtblauwe boxer stak er zo’n 20 centimeter bovenuit. Daarboven een ontblote lange rug met in de nek een tatoeage met een nummer. Zijn haar was kort met als uitzondering een smalle vlecht van een 30 centimeter die over zijn rug hing. Toen hij een voorbijfietsende man herkende, ging alles bij hem ineens als in een SLO motion. Zijn woorden, zijn gebaren … alsof je vertraagd de film afspeelde. In mijn fantasie zag ik hem getekend in een stripverhaal met allemaal jongens zoals hij.
Eenmaal in de bus, stapte wat haltes verder een man in met een grote bos wit grijzig haar en een ongeveer dito kleur gezicht eronder. In gedachte tekende ik de man al uit. De bos haar werd een immense  haardos en de kleine ogen nog kleiner. De karikatuur stond binnen een seconde op mijn netvlies. Dat gaat vanzelf, ik kan er niets aan doen. Het is een eigenschap die af en toe de kop op steekt en die ik duidelijk deel met mijn vriendin. Jaren geleden toen ik veel vergaderingen moest notuleren, deed ik dat ook al. Soms met als gevolg dat ik echt op moest passen om het niet uit te proesten van het lachen wat uiteraard not done was bij de serieuze onderwerpen. Niet altijd even handig, maar het maakte de soms urenlange saaie vergaderingen wel draaglijk en soms zelfs bijna tot een feest.
Mijn vriendin haalt me bruut uit mijn overpeinzingen door mij hard te porren met haar ellenboog en met haar hoofd een bijna onzichtbaar knikje richting het gangpad te geven. Als ik haar blik volg, zie ik een jongen instappen van een jaar of 18. Het kan ook een jaar meer of minder zijn, dat is moeilijk te schatten. Met zijn grote zwart omrande bril kijkt hij serieus maar tegelijk ook erg onzeker. Het is het type dat makkelijk gepest wordt. Het bange konijntje uit de kanjertrainingen. Hij vraagt er zogezegd bijna zelf om. En ik mag dat zeggen, ik werd ooit zelf gepest en weet hoe het voelt. Ben ik nu nog steeds niet al te slank, was ik dat vroeger zeker niet. Patat aten we niet vaak en snoepen deed ik ook niet en dus begreep ik er niets van. Tja wist ik veel dat mijn moeder erg vet kookte. Nog steeds heb ik medelijden met te dikke kinderen en leg ik bijna standaard de schuld bij de ouders.
‘Ik vraag mij af hoe zijn ons zien’ vertrouw ik mijn vriendin toe. En tegelijk zie ik de tekening voor me die ooit van mij gemaakt is waarop een vrouw met lange lokken mij aanstaarde met een grijns van oor tot oor waardoor haar veel te grote tanden ontbloot werden. Dat laatste vond ik een pijnlijk iets. Nog steeds probeer ik altijd mijn mond stijf dicht te houden als ik op de foto moet. En misschien is dat wel waarom ik de karikaturen in mijn hoofd gewoon in mijn hoofd laat in plaats van te proberen ze te tekenen. Ik zou denk ik geen nacht meer slapen als ik wist wat voor trauma’s ik zou veroorzaken.
De trein dendert verder en ik bedenk me dat het ook niet zo netjes is om zo naar de mensen te kijken. Maar dan naderen we een station en zie ik zoveel verschillende mensen over het perron lopen dat mijn brein binnen een minuut overuren maakt. Snel besluit ik: deze treinreis mag het. Van dit uur maak ik één grote tekenfilm in mijn gedachten waar dikke konten nog dikker zijn, lange mensen extreem lang en grote oren veranderen in zeilen waarmee je met gemak de wereld om zou kunnen zeilen. Grote borsten puilen de shirtjes uit en wratten een factor tig groter zijn.
Mijn fantasie slaat op hol. En ik? Mijn karikatuur zit ontspannen op haar te dikke kont en zet haar te grote tanden gretig in het verhaal.


zaterdag 6 juli 2013

Zon, zee, strand en muziek

Hij draait zijn oor naar haar toe maar zij doet niets en wacht. Dan als hij terugdraait zoent ze hem. Zijn ogen beginnen te stralen. Dan kijkt ze naar hem op en zegt: ‘ik heb je nog nooit in de regen gezoend’. ‘Alles moet een eerste keer zijn’ is zijn commentaar en spontaan zoent ze hem nog eens.

Door en door nat staan ze daar in de menigte. Ze staan iets voor mij. Het regent niet hard maar wel lang. Zo’n iets meer dan miezerige regen die er voor zorgt dat je langzaamaan door en door nat wordt. Ze dacht goed warm aangekleed te zijn, veel laagjes en een winddicht jack. Daaroverheen nog een hel blauw regenjasje. Smurfin had hij haar genoemd waardoor zij vond dat hij dan grote smurf moest zijn met zijn rode regencape. Zijn jack onder de cape blijkt nu niet zo waterdicht, net zo als haar blauwe regenjasje. Daar komt nog bij dat het water precies van het jack op haar broek loopt die nu helemaal door een door nat is. Ook de capuchon laat meer water door dan er vanaf loopt en dat wat er vanaf loopt, sijpelt weer precies het jasje in, in plaats van er af. De druppels vinden hun weg over haar rug naar beneden. Maar ach zelfs dat alles mag de pret niet drukken. Verliefd kijkt ze hem aan en hij voelt de zon vanavond schijnen.
De volgende middag is het druk. Nog drukker dan de avond ervoor. Maar nu schijnt dan ook de zon. Ineens is het zomer daar in Zeeland. De muziek, de zon, het strand, de zee; iedereen is vrolijk. Witte tenten, zand en palmbomen en zo’n 40 .000 blije vrolijke mensen die rondlopen, zingen, dansen, zitten, eten en drinken maar vooral intens genieten. Ineens zie ik ze weer, nu zonder regencape of jas. Haar armen zijn om zijn nek geslagen en ze dansen op de klanken van een lied van Guus. De wereld lijkt op te houden en tegelijk te beginnen, alleen zij tweeën. Links naast haar dansen drie mannen uitbundig en aan de andere kant kijkt een serieuze man half jaloers naar het tafereel. Zijn vrouw is niet in beweging te krijgen en kijkt zuur voor zich uit. Hij neemt nog maar een slok van zijn bier en laat zijn fantasie over aan de zon en de muziek.
Een uur of twee later zit ik op een gekleurd kleed tegen de dijk en kijk uit over het terrein. Duizenden mensen bewegen voor mijn ogen. Ik laat de woorden van alle gespreken om mij heen binnen komen en weer gaan. De muziek dreunt een heerlijk ritme en de woorden vervagen. Gefluit, gelach. Meeuwen vliegen boven mijn hoofd. De wind verkoelt mijn armen en de zon verwarmt mijn hoofd dat in een prettige roes van een groot verkoelend glas bier verkeerd. Verderop ziet een man een vrouw, herkent haar en omhelst haar uitbundig en stevig. Dan houdt hij haar op armlengte afstand. Kijkt nog eens goed naar haar en knuffelt haar dan nog een keer. Voor mij zitten vier vrouwen die duidelijk bij elkaar horen. Ze dragen een roze shirtje met ‘subgroep rocks’ en daaronder vier namen. Twee van hen staan op en kondigen aan dat ze wat te drinken gaan halen. Een ervan is Emmie en ik gok naar de naam van de ander maar of het klopt zal ik nooit weten. Over een paar uur komt Racoon en daarna Blof. Ik kom voor Blof en voor Guus natuurlijk. Mijn Brabantse bloed kruipt waar het niet gaan kan en dus ben ik levenslange fan van Guus. Maar nu zijn we in Zeeland en dus verlang ik de woorden van Blof die me altijd aan het denken zetten.
Zon, zee, strand en muziek. Naast mij ligt mijn lief met zijn ogen dicht. De zon kleurt zijn voorhoofd dat waarschijnlijk straks een kleur bruin zal vertonen die mij licht jaloers maakt en trots tegelijk. Om mij heen dansen menen. Grote, kleine, dikke, dunne mensen met blonde, bruine of zwarte haren. De een met laarzen aan en de ander op slippers. Ik hoor allerlei accenten door elkaar uit alle windstreken met een boventoon van Zeeuws.
Dan trekt een man in pantalon en overhemd mijn aandacht. Rustig loopt hij verder. Het lijkt bijna misplaatst en toch gewoon tegelijk. Zoveel mensen, zoveel geluid en toch…. Ik kom hier tot rust. Ik geniet van de zon en de omgeving. Life is good. Ik tel de uren tot Blof als sluitstuk de mensenmassa tot gekte zal krijgen en tegelijk stel ik het uit. Ik zuig elke minuut op. Dan ga ik liggen en staar naar de lucht. Wat een sfeer hier. Dank je wel schat dat je mij hier mee naar toe nam. Want eindelijk na zoveel jaar ben ik dan eindelijk hier. Ik ben hier en geniet. En plan alvast in mijn hoofd voor volgend jaar.  

dinsdag 2 juli 2013

Zeemeeuw


Pootjes naar achteren

Vleugels wijd

Blik op oneindig

Zwevend in de lucht

 *

Kraalogen ontgaan niets

Kriskras maar zweven

Zon, zee, wind

Verliefd op het leven.

maandag 17 juni 2013

dinsdag 11 juni 2013

Missie geslaagd

Hij is even stil. Zijn laatste zin hangt nog in de lucht. Dan pakt hij een kaarsje van de tafel naast hem en steekt het aan. Langzaam loopt hij naar het hart in het midden en zet zijn kaarsje neer. Hardop zegt hij de naam van de vrouw voor wie hij zijn kaarsje neerzet. Achter hem staat een jongen die hetzelfde doet, ook hij noemt degene voor wie hij hier is. Traag komt er beweging in de kring om hen heen. Eén voor één volgen ze zijn voorbeeld. Ieder met hun eigen verhaal, hun eigen kaarsje, eigen verdriet en gemis.

Terug in de kring slaat zij een arm om haar vriendin. Ze huilen geluidloos in elkaars armen. Naast hen staat een man, zijn ogen worden vochtig. Hij slikt, maar zijn tranen winnen terrein. Dat is niet erg, dat mag. Iedereen berijpt hem, iedereen voelt met hem mee. Dat is waarom ze hier zijn. Morgen is het dan eindelijk zover. Dan fietsen zij de Alp op. Dan kunnen ze eindelijk iets doen in plaats van machteloos toekijken. Want iets doen, daar draait het hier om.
Meer dan 100 pubers van vier verschillende scholen in Flevoland fietsen samen tegen kanker. Weken, maanden hebben ze sponsors gezocht en geld opgehaald. Ze hebben getraind en afgezien. Maar dat was niks met wat ze morgen gaan doen. Vier verschillende scholen, verschillende klassen, verschillende leeftijden. De meeste van de groep kennen ze niet eens. Vijftien uur zaten ze in de bus. Weken trainden ze, vele uren zaten ze op de fiets, de een nog meer dan de ander. Nu staat er op de camping onder aan de Alp D’Huez een veld vol tenten en mobiele keukens, een trailer vol met fietsen. Een vrachtwagen vol met eten. Alles gesponsord. Elke keer weer moest ik een brok in mijn keel wegslikken als een bedrijf ‘gewoon’ zei: ‘Dat sponsoren wij wel’. Chauffeurs die een weekend of een week blijven en een familiefeest voorbij laten gaan. Gewoon om deze leerlingen te helpen. Iets voor elkaar doen bestaat gelukkig nog steeds en dat is mooi.

Dan is het zondagochtend 9 uur, het ontbijt staat klaar. Er wordt nerveus gelachen. Een meisje loopt in trance een uur voor vertrek nog steeds in pyjama over het veld. Ze zijn verschillend en doen dit allemaal op hun eigen manier met hun eigen emotie maar tegelijk zijn ze er allemaal voor elkaar. Ouders kijken toe of geven nog tips. Sommige ouders zijn hier om te kijken en ze te onthalen straks boven op de Alp. Maar dat is helaas niet voor elke leerling weggelegd. Terwijl we een uur later wachten op het busje dat ons naar ‘onze bocht’ brengt denkt het meisje naast mij aan haar moeder. Ze verteld dat ze zo graag zelf had willen fietsen, maar dat haar knie dat niet toe laat. Ze heeft al verloren en het onvermijdelijke hangt in de lucht. Heel stilletjes draagt ze haar verdriet en steunt haar vriendinnen die vandaag fietsen. ‘Wij fietsen ook voor jou hoor’ zeggen ze tegen haar voor ze de berg op gaan. Ze knikt stilletjes en er verschijnt een glimlach op haar gezicht. Wat zou ik graag iets voor haar doen.
De één ploetert nog harder dan de ander en waar de een na iets meer dan een uur boven is, vecht de ander zijn strijd in 3,5 uur. Maar allemaal halen ze het. ‘Ik kon echt niet meer maar toen dacht ik, zij vecht ook door, dus vecht ik ook gewoon door. Opgeven is geen optie’ zegt hij tegen het meisje naast hem. Ze knikt, ze weet wat hij bedoelt. Een aantal begeleiders fietsen heen en weer. Er wordt meegelopen, toegesproken en een ‘Hermannetje’ gegeven. We helpen met drinken, eten, woorden en morele steun. ‘Kom op  topper, je kunt het, je bent er bijna kanjer.‘ Er worden fietsen gerepareerd en tranen gehuild. Tranen van pijn, van opluchting, van vreugde en verdriet. Alle emoties lopen door elkaar. Alles is één vandaag. De groep en de emotie.

Nu schijnt de zon en in groepjes zijn ze naar het dorp of liggen bij het zwembad. Maar we zijn nog niet klaar. We komen niet alleen voor ons zelf. Morgen gaan er 3.000 mensen de alp op, de dag erna nog eens 5.000. En wij, wij helpen ze mee naar boven. We vlaggen in bochten zodat ze veilig kunnen fietsen. We roepen en duwen, we delen water en bouillon uit en geven natte sponsen aan. Voor het vlaggen krijgen we strakjes nog een instructie. En vlak daarvoor vraagt een van de docenten aan zijn groep wie er morgen wil helpen bij de start. Klein detail; je moet er om 2 uur in de nacht al staan. De groep knikt en zij luistert heel aandachtig. Dan deelt de docent een papier uit en vraagt of ze zelf groepjes willen maken. ‘En ga nou niet standaard bij iemand van je eigen groep maar kies eens iemand anders’ zegt hij. Haar wenkbrauwen gaan omhoog. ‘Maar meester’, zegt ze, ‘We zijn toch één groep!’

Ik glimlach met tranen in mijn ogen en denk MISSIE GESLAAGD.