zaterdag 22 november 2014

Kleur bekennen

Als ik naar buiten kijk zijn ze er ineens. Een grote stapel gele bladeren bedekt de aarde onder de boom in mijn voortuin. De wat rodere exemplaren hangen nog te glinsteren in de zon. Gisteren heb ik ze nog niet gezien, de gele bladeren op de grond. En ineens overvalt het gevoel mij dat ze daar niet zomaar liggen.

Geel de kleur van wijsheid, helderheid, verstand. Van eigenwaarde en logica. Misschien moet ik ze maar eens loslaten. De herfst liet lang op zich wachten dit jaar en dat is maar goed ook. Ik was er nog niet aan toe om los te laten. Maar nu wel. In het boeddhisme is geel de kleur van wijsheid maar in Egypte en Jordanië staat de kleur voor rouw. In mijn tuin combineren ze prima. De rouw en de wijsheid.

De rodere blaadjes houden nog hardnekkig vast. Niet van plan om los te laten. En ook dat is  goed. De energie en levenskracht van rood heb ik nog nodig. Het vuur en ambitie maar ook de openheid. Het rood van liefde, lijden, offer, strijd, hartstocht en moed. Strijden zal ik, offeren en lijden voor de liefde. Tot de winter komt vol wit, het wit van vreugde, blijdschap, tederheid en liefde.
 'Heel even was er niets anders. Geen verleden, geen toekomst'

Starend naar de blaadjes denk ik aan vorige week, aan de plek waar tere hartvormige blaadjes aan een boom in een waas van mist mij alles vertelden. De rust van het warme water om mijn lichaam, mijn hoofd in de vage mist die boven het water hing. De zachte regen die zilveren druppeltjes vormden aan de bomen om ons heen. De stilte en het alleen samen zijn. Zonder woorden genieten van een perfect moment.

Heel even was er niets anders. Geen verleden, geen toekomst. Alleen het nu. Het samen één zijn zonder verwachtingen. Heel even was er alleen jij en ik alsof het nooit anders was geweest en nooit anders zal worden. En hoewel ik weet dat er nog veel te overbruggen is, is het goed. Goed zoals het is. Een niet uit te leggen gevoel van rust, weten, voelen en vertrouwen. Een niet uit te leggen gevoel van thuis komen.

De blaadjes laten los. Een periode waarin menig het moeilijk heeft en jij niet het minst. Met het korten van de dagen, lijken de emoties hoogtij te vieren. Eerder heb ik het gezien en heb ik machteloos toe moeten kijken. En weer kan ik nu niets anders doen dan er zijn. Maar deze keer zal het anders zijn, deze keer zal ik kleur bekennen. Vandaag beken ik groen. Het groen van vruchtbaarheid, groei en hoop. Van kalmte, geluk, stabiliteit, betrouwbaarheid, bezinning en evenwicht. Het groen van het vierde Chakra dat staat voor de liefde, vriendelijkheid naar jezelf en anderen, geborgenheid en vertrouwen. Van hoop en het vinden van balans. Het groen waarin ‘Ik bemin en word bemind’ centraal staat. Ik zal vertrouwen op mijn gevoel en weten welke kleur van de regenboog vandaag de boventoon zal voeren.

Ik vraag me af waarom ik er nu meer vrede mee heb, meer vertrouwen heb. Dan weet ik dat ik gegroeid ben. Ik laat het iets willen doen los en blijf stil. Ik blijf stil en wacht tot jij zo ver zult zijn. Vol vertrouwen wacht ik en weet ik dat ik op het juiste moment zal weten wat ik moet doen en het rood van liefde het zilveren randje van vast vertrouwen heeft bereikt.


zondag 2 november 2014

Ik droomde

Ik droomde dat ik naast je zat. Opgekruld tegen je aan in het holletje van je oksel. Je arm lag om mij heen, je benen languit terwijl je voeten op tafel rustte. Een intens gevoel, apart en toch samen een. Jij las een boek en de woorden kwamen zonder te lezen via jou bij mij naar binnen.

Er was niets, alleen de stilte en jouw ademhaling. Af en toe sloeg je een bladzijde om. De zon straalde en voelde heerlijk warm. De wind waaide alle onbelangrijke gedachte uit mijn hoofd. Ik luisterde naar de stilte en alle geluiden die je alleen in stilte kunt horen. Naar de woorden die onbesproken bleven omdat ze niet gezegd hoefden te worden.


Ik rook de geur van buiten vermengd met wierook en de geur van jou. Ineens boog je voorzichtig naar mij toe en drukte een kus op mijn hoofd. Mijn ogen zochten en vonden de jouwe. Zonder woorden alles gezegd in die ene glimlach. 


dinsdag 28 oktober 2014

Nevel op de berg

Een intense mist daalt neer. Even zie ik geen hand voor ogen. Dan ontdek ik contouren maar de nevel wil niet weg. Ik durf geen stap meer te zetten. Hoogtevrees en angst spelen mij parten. Moet ik nu vooruit of juist achteruit? Verschrikt blijf ik staan. Maar voor hoe lang?

Hand in hand lopen we de berg op. Allebei hebben we een behoorlijke rugzak mee die ondanks het formaat toch wel te tillen lijkt. Wat er bij de ander in de rugzak zit, weten we nog niet. Hoe kan het ook, we hebben er nog maar amper over gesproken. Het enige dat we weten is dat ons gevoel zegt dat we de berg op willen. Met grote passen beginnen we aan onze tocht. Ik heb niet het idee dat ik ren, maar echt slenteren is het ook niet. We lijken een zelfde tempo te hebben wat prima aanvoelt. Af en toe kijken we naar boven en glimlachen. Wat een prachtige berg daar voor ons, de zon die schijnt en de top die uitnodigend wenkt.

Terwijl we rustig het pad volgen, komt er ineens een stuk met prachtige bloemen. Ik geniet en voel de zon op mijn wangen. Mijn rugzak lijkt even niets te wegen en al pratend en lachend klimmen we verder. Hij lacht en straalt. Ik kijk nog eens vol vertrouwen naar boven en dan ineens is alles gehuld in mist. Het lijkt alsof de berg op zijn kop staat. Op de tast zoek ik naar degene naast mij. Hij zoekt ook, zijn handen dwalend door de mist op zoek naar houvast. Maar de houvast is er niet. Het is alsof hij door onzichtbare armen wordt weggepakt en in een achtbaan wordt gezet. Ik zie vaag de contouren van de wagons die met een sneltreinvaart alle kanten op bewegen.

‘Het komt goed’ fluister ik en heb geen idee of mijn woorden hoorbaar zijn. Komt het goed? En wat kan ik daar aan doen terwijl ik stil op de berg sta. Ik kan niet vooruit of achteruit en ik weet niet of blijven staan wel goed is. Vage beelden van voorheen vullen mijn gedachten. Toen ik daar ook op de berg stond, in een zelfde soort van mist, te wachten tot de mist op zou trekken. Vol vertrouwen bleef ik wachten tot het te laat was en ik koud en verkleumd achter bleef. Die mist is opgetrokken maar de nevel is nog steeds tastbaar in mijn rugzak.


Behalve op de berg is de mist nu ook in mijn hoofd aanwezig. Af en toe vang ik een glimp op van de achtbaan, de man en zijn rugzak. Steeds meer voel ik wat er in de rugzak zit maar zien mag ik het nog niet. En hij? Kan hij mij nog zien staan? De mist hangt als een dikke prop watten om hem heen en hij ziet geen hand voor ogen. Op gevoel zou hij het halen, makkelijk zelfs maar hij is zo vaak over de kop gegaan in deze achtbaan, dat hij niet eens meer weet op welke berg hij was. Is hij op een nieuwe berg of loopt hij nog zoekend op de vorige? Is het een nieuw pad dat hij ingeslagen is. En waar is hij eigenlijk naar op zoek? De achtbaan neemt een loopje met hem, letterlijk en figuurlijk. De mist maakt dat hij zijn pad even niet meer ziet. En ik? Ik weet nog steeds niet of ik een stapje vooruit moet of achteruit. En dus blijf ik weer staan. 


donderdag 23 oktober 2014

De berg leidt tot de meeuw

Hij is terug in mijn leven. De berg. De berg is terug in mijn leven. In zijn droom en daardoor weer in mijn leven. ‘Gedroomd dat wij een berg aan het beklimmen waren’ stuurt hij per sms aan mij. ‘En kwamen we boven?’ vraag ik. Als ik de vraag na lees, ziet het er uit als een gewone vraag. Hij weet niet hoe belangrijk zijn antwoord is. Ik zucht en glimlach. De berg is er weer, een intens geluk stoomt door mij heen.

De berg is een metafoor in mijn leven geworden. Met de berg kan ik mijn gevoel uitdrukken. En of we de top bereiken is belangrijk. Niet de top zelf is belangrijk maar de reis er naar toe. Alleen als ik weet dat ik nooit boven zal komen, kan ik de reis niet opbrengen. Dan struikel ik over elke steen die ik tegen kom. Ik heb dat doel nodig. Nodig om als ik dan toch val, weer op te staan. Op staan en verder lopen, de reis beleven. Met steeds als doel het uitzicht op het ultieme, en met elke stap nieuwe ervaringen opdoen. Weer een stapje hoger. Hoger op de berg, hoger in mijzelf. Voelen en intens beleven. En dan zal ik boven op de top beseffen dat de reis zelf het mooiste was. En dat de top de hele reis samenvat. Ooit zal ik daar staan, een zoen op mijn mond, een arm om mijn schouder. Samen stil genieten van alle momenten, daarvan ben ik overtuigd.  

Hoe ridicuul kan het zijn. Een berg als metafoor als je hoogtevrees hebt. En misschien maakt dat het juist zo bijzonder. Want meer dan anderen is het voor mij belangrijk dat ik me veilig voel op de berg. Durf ik met jou de berg te beklimmen? Ik hoef er niet eens over na te denken. Een volmondig ja vormt zich in mijn hoofd. Een ‘ja ik durf de berg te beklimmen’ staat voor mezelf veilig voelen, volkomen op mijn gemak. En zonder dat, mag je niet met mij mee de berg op.

‘Komen we op de boven?’ was de vraag. ‘Op de top’ komt even later zijn antwoord ‘en daar heb ik je gezoend’. Ik lees de woorden en een brok vormt zich in mijn keel. ‘De berg is bijzonder in mijn leven’ schrijf ik terug. ‘De zeemeeuw voor mij’ antwoord hij. Ik wijs hem simpel naar mijn naam en hij ontdekt de meeuwen. Even denk ik dat het bijna te veel is voor een dag. Voor een uur, nee nog korter. Nooit gedacht dat iemand ooit mijn liefde voor de zeemeeuwen zou snappen. Laat staan de liefde zou delen. ‘De berg leidt tot de meeuw’ zegt hij. De berg leidt tot de meeuw. Ik weet niet wat jou naar mij leidt of mij naar jou. Ik weet niet wie jou op mijn pad heeft gezet of ik op het jouwe. Ik weet niet hoever we komen op de berg. Of we de top zullen bereiken. Maar ik ben bereid mijn rugzak te pakken en mijn eerste stap te zetten. Jij ook?


zondag 21 september 2014

De kleine blonde heks

‘Ik ben een heks’ zegt ze, en slaat haar kleine armpjes vast om mij heen. ‘Oh daarom vind ik je zo leuk’ zeg ik ‘ik ben ook een heks’. Mijn kleine blonde heks knikt en kijkt me als dank stralend aan.

Ze heeft nog geen idee wat een heks is en al helemaal niet waarom ik haar vertel dat ik ook een heks ben. Samen lachen we en betoveren we de tuin zodat de zon gaat schijnen. Ik vraag haar of ze vliegen op de bezem ook zo leuk vindt en zwier haar in het rond. Haar zusje kijkt van een afstandje toe en besluit dan dat ze er ook bij wil horen. ‘Welkom bij de heksenkring’ zeg ik.

Toveren kan, ze die kleine heks, al vanaf het moment dat ik haar de eerste keer zag, heeft ze mij betoverd. Maar het zou mij niet verbazen als er meer in dat kleine ding schuilt. Ik denk aan mijn eigen blonde heksenkind dat ’s nachts de dingen droom die de volgende dag gebeuren. Die zonder er bij na te denken de vinger op de zere plekken kan leggen. Niet altijd even welkom kan ik je melden. Maar ik weet ook dat ze er weinig aan kan doen.

Hoe vaak heb ik niet op mijn kop gekregen van mijn moeder. Omdat ik weer eens een vraag zomaar stelde die blijkbaar net besproken was in de kamer ernaast. Beticht van afluisteren ben ik vaak maar ik deed het nooit. En ze was nooit blij als ik per ongeluk een kastje open deed waar het cadeautje voor mijn verjaardag lag. Geloven dat ik niet op zoek was maar dat het ‘zomaar’ gebeurde, deed ze natuurlijk niet. Dat ik dromen had die later uitkwamen, durfde ik niet te vertellen. En dat ik sommige dingen zomaar wist, al helemaal niet.

Inmiddels weet ik dat ik niet de enige ben. Heerlijk om mensen om je heen te krijgen die snappen waarom jij de dingen doet omdat je gevoel het zo vertelt. Dat je de dingen soms al weet voor ze vertelt zijn. Maar ook hoe lastig het is om zo op je gevoel te durven vertrouwen want oh wat willen we toch graag bevestigingen. De wereld wil de dingen begrijpen dus leg maar eens uit waarom. 

Ja ik geloof in wat anderen toeval noemen. Ik hoor, voel, ruik en zie soms dingen die anderen niet horen, voelen en zien. Maar vooral weet ik het zonder te kunnen weten. Ik kan pijn weghalen met mijn handen. Voel wanneer er iets te gebeuren al kan ik soms niet benoemen wat en al helemaal niet waarom. En nog heel veel meer. Maar al die dingen maken het leven niet altijd makkelijker. Maken dat je je soms erg eenzaam voelt. En als ik het bij de voordeur probeer te ontwijken, komt het gewoon via de achterdeur of een bovenraampje weer terug naar binnen.

Langzaam leer ik de dingen te accepteren en er grip op te krijgen. Bij mijn heksenkring, waar de opperheks ons vertrouwen geeft en helpt. Waar we niet op bezems vliegen en geen drankjes brouwen. En ook op de weegschaal komt er altijd een gewicht te staan, en helaas altijd nog meer dan ik graag zou willen. Niks nul kilogrammen maar ik hoef dan ook niet op de heksenwaag. De heksen van tegenwoordig zijn mannen en vrouwen die hoog sensitief zijn en die je overal tegen komt. Meer dan toen ik klein was, is er van alles te lezen over gevoeligheid en nieuwetijdskinderen. En van mij mag het nog bekender worden.

De kleine blonde heks knuffelt mij nog een keer extra en legt haar hoofdje tegen mij aan en dat was precies wat ik nodig had. Twee turven hoog is ze maar zo bijzonder. 



zondag 24 augustus 2014

Woorden alleen

De woorden in mijn hoofd
Lijken te zijn gevangen
Mijn hoofd dat lijkt verdoofd
Door de woorden die er zijn opgehangen

De woorden in mijn hoofd
Ze kunnen nergens heen
De woorden met zovelen
Zijn toch zo alleen

De woorden in mijn hoofd
Wachten tot de dag
Dat de rust  wederkeert
En het ene na het andere woord

Mijn hoofd verlaten mag


zondag 17 augustus 2014

De worsteling

Stil leg ik mijn hand op zijn handen. Ik zou graag iets zinnigs zeggen nu, maar de woorden komen niet. Het is een schril contrast… zijn twijfel en zijn stralende ogen die elkaar afwisselen. Het is duidelijk dat hij worstelt en dan met name met zich zelf.

Getrouwd is hij niet maar al wel lang samen met zijn vriendin. De laatste tijd gaat het niet goed. En ineens was zij daar. Zomaar. ‘Er is nog niks hoor’ zegt hij stoer en vertelt dat hij haar nu twee keer gezien heeft. Hij is verliefd. Niet dat hij dat zegt, tenminste niet met woorden maar zijn ogen spreken boekdelen. En nu weet hij het even niet meer.

‘Lunchen kan toch wel’ zegt hij en kijkt mij vragend aan. Hij weet best dat het niet om de lunch gaat die niet kan. Het is zijn gevoel waar het ‘mis’ gaat. Niet de lunch, niet de eerste keer dat ze  elkaar tien minuten spraken, niet de telefoongesprekjes en niet de sms’jes tussendoor. Nog geen zoen hebben ze uitgewisseld. Maar de streep is hij al lang over.
                      'ik kon er gewoon niet van slapen'
Ik wil hem vooral gelukkig zien. Maar wanneer is hij gelukkig? Het is een dilemma dat hij met zich zelf moet uitvechten. Ik zou willen dat ik iets kon zeggen... Vertellen dat dit niet kan… dat weet hij zelf ook wel. Zeggen dat hij zijn gevoel achterna moet gaan… maar waar gaat zijn gevoel heen? Zal hij gelukkig worden als hij voor iemand kiest die hij amper twee keer gezien heeft? Maar zal hij gelukkig blijven als hij voor de veiligheid kiest? Ik weet het niet. Even ben ik blij dat ik zijn vriendin niet ken want nu hoef ik me alleen met zijn kant van het verhaal bezig te houden. En dan zijn er ook nog de kinderen…

‘Toen ze laatst met iemand anders uit eten was, voelde dat niet goed’ zegt hij. Ik trek een wenkbrauw omhoog en kijk hem vragend aan. ‘Lig jij niet elke avond naast je vriendin in bed?’ vraag ik. Hij knikt en maakt een ontwijkend gebaar. Dan vertelt hij dat hij hun afspraak afgezegd had, hij kon er gewoon niet van slapen. En dat zij er een punt achter gezet had, om hem te beschermen. Hij vertelt hoe rot hij zich voelde en dat hij haar dezelfde dag al miste. ‘Alsof het een einde van een relatie was..’ zucht hij. En dus had hij toch weer een berichtje gestuurd en zijn ze uiteindelijke gaan lunchen.



‘En nu?’ vraag ik terwijl ik weet dat hij het antwoord niet weet. Ik vraag me af hoe twee zulke verschillende emoties tegelijk in één man kunnen zitten. Waarom komt deze vrouw op zijn pad? Is zij voorbestemd voor hem of moet ze hem laten inzien dat het zo niet verder kan. Ik leg mijn handen weer op de zijne. Hij kijkt me dankbaar aan. Vanavond steek ik een kaarsje voor hem aan. Een beetje hulp kan geen kwaad. 

Nog één weekje dan…

Hij vertelt mij dat ik mooi ben. Niet één keer maar inmiddels is hij de twintig keer al wel voorbij zo schat ik in. Ik moet bekennen dat ik vanmiddag toen ik in de spiegel keek ook blij verrast was. Is het mijn nieuwe mascara of het feit dat ik goed in mijn vel zit? En nu zie ik het weerspiegeld in zijn ogen. Snel hou ik mijn mond als het stemmetje in mijn hoofd al weer begonnen is met praten.

Een tijd geleden vertelde iemand anders me dat ik mooi was. Ik wilde het wel geloven… Oh mijn hemel wat wilde ik het graag geloven, maar het wilde gewoon echt mijn hoofd niet in. En dus maakte ik grapjes als  ‘Je moet echt naar de opticien’ om het te relativeren. Waarschijnlijk vooral voor mijzelf. Hij stopte met het te zeggen en ik dacht dat hij het dus ook niet meende. Hoe kun je ook geloven dat degene die in jouw ogen het meest perfect op de wereld is, jou mooi vindt. Mij is het niet gelukt. Of hij het wel of niet vond… ik zal er niet meer achter komen.
'de kans dat hij mij het bed in probeert te praten ...'
Mijn verstand en gevoel liggen met elkaar in de clinch en niet alleen over het feit of iemand mij wel of niet mooi kan vinden. Mijn gevoel kan mij feilloos leiden maar als het dan over mezelf gaat, heeft mijn verstand de rare neiging mijn gevoel te kleineren en intimideren. In elkaar gedoken trekt mijn gevoel zich terug. Het gekke is dat ze op het werk een super team zijn. Maar zodra er een privé kwestie speelt, staat ‘gevoel’ al snel met 1-0 achter. Misschien moet ik eens een teambuilding organiseren om ze meer bij elkaar te brengen overpeins ik.

De man tegenover mij is duidelijk nog in de versierfase. Ziet alles door een roze bril en gezien het een man is… is de kans dat hij mij probeert het bed in te praten natuurlijk ook altijd aanwezig. Hoe betrouwbaar zijn uitspraken zijn, is dan ook nog niet helemaal duidelijk. Maar ik geniet van de aandacht als een warm bad en voel een lach op mijn gezicht.

’s Avonds weer thuis kijk ik naar de vrouw aan de andere kant van de spiegel. Ze kijkt terug, vol vertrouwen en ze kijkt me recht in mijn ogen aan. Maar dit keer draai ik me niet om. ‘Ik hou van je’ zeg ik en zie dat zij begint te stralen. Echt mooi vind ik mezelf nog steeds niet. Maar als ik op een terrasje zit en bedenk of ik met degene die voorbij lopen wil ruilen, komen er toch bar weinig mensen in aanmerking. En dus heb ik besloten blij te zijn met mezelf en voel ik me een stuk beter. Stap 1 heb ik dus duidelijk voltooid.


Ook stap 2 is prima gegaan en is helemaal op de rit. Maar bij stap 3 blijkt mijn gevoel het ineens niet meer te winnen. ‘Laat los’ roept verstand. ‘Laat het gaan en doe de deur nu maar eens echt helemaal dicht.’ ‘Ja maar..’ sputtert gevoel.  Het slaat nergens op maar gevoel wint. Elke keer weer. Soms denk ik echt dat mijn verstand mijn gevoel verslagen heeft. Maar als ik net opgelucht adem heb gehaald, steekt gevoel weer de kop op. In de vorm van liedjes, vrienden of hoe dan ook. ’Ik ben er wel aan toe’, denk dapper, ‘maar de rest van de wereld nog niet.’

Vastberaden loop ik naar beneden. Ik steek nog één keer een kaarsje aan. Tenminste nog één voor dit doel. Nog één kaarsje en ik geef het nog één dag. Oké nog één week dan. Maar dan, zo spreek ik af met mijn gevoel, dan is het echt klaar. Dan sluit ik definitief de deur. Sterker nog, ik hang er gelijk een hoeveelheid sloten op. Mijn gevoel knikt instemmend en mijn verstand geeft me een high five. Nog één week…

dinsdag 22 juli 2014

Heimwee

Ineens is het er, zomaar vanuit het niets. Het is dat zomergevoel als ik buiten loop, dat liedje dat me raakt, de geur van de zee of het is er als ik eten sta te koken en door het raam naar buiten kijk. Er valt ook geen touw aan vast te knopen wanneer of waarom. Ineens is het er, een gevoel van heimwee.

Over het algemeen ben ik toch aardig optimistisch. Tenminste dat denk ik zelf. Ik kijk graag vooruit en ik heb weinig nodig om gelukkig te zijn. Geluk zit voor mij in de kleine dingen. Intens genieten kan ik van een bloem in het gras, een zonnestraal op het water of een vogel die fluit. Van een grapje tussendoor, een telefoontje, van het ruisen van de wind die waait en zelfs van de regen als die op het juiste moment mijn autoruit schoonspoelt.  En juist die kleine dingen roepen de laatste tijd ineens een gevoel van heimwee op. Zo’n melancholisch gevoel dat je overvalt en alleen maar kunt ondergaan. Stil laat ik het dan ook maar gebeuren.

Heimwee. Heb ik heimwee en naar wat dan? Waarom? Vandaag nog sms’te ik naar iemand dat het leven een reis is waarin je vooral je zelf elke dag beter leert kennen. Een mooie reis die ik het liefst zou af leggen over het strand langs de zee. En ja dan mag het best wel waaien, stormen af en toe. Ik ben nou eenmaal meer van de zee dan van de bergen hoewel die symbolisch natuurlijk veel mooier je levenspad kunnen verwoorden. Want wie loopt er nou zijn hele leven over een vlak pad. Niemand toch. Er zijn altijd ups en downs. Want zonder downs zouden de ups geen ups zijn.  Ik weet niet of ik altijd de juiste keuzes gemaakt heb, maar wie weet dat wel. Menig kruispunt ben ik overgestoken, soms sloeg ik linksaf en soms ook recht.

Is het de zon die overvloedig schijnt de afgelopen weken? Is het het gevoel van rust wat ik in mezelf gevonden heb, dat er nu ook tijd is voor melancholie? Is het het zwart-witte stippeltjes jurkje dat is gisteren in Amsterdam kocht en wat het gevoel van 1920 oproept. Het gevoel in een oude film te lopen en foto’s te maken met een gelige gloed.  Ik weet het niet. Vanmiddag liep ik van de supermarkt naar huis. Gelukzalig bedenkend hoe fijn het is dat je in de vakantie zoveel tijd hebt dat je het je kunt veroorloven om lopend naar de winkel te gaan. Met zonnebril en mijn haren los wapperend in de wind. Aan mijn voeten slippers waardoor het lange gras aan mijn voeten kietelde. De zon voelde warm op mijn huid en de lucht rook naar vakantie. Van ver hoorde ik een auto aankomen vermengd met het geluid van water dat zachtjes tegen de kant aan klotste. En ineens was het er… dat gevoel van heimwee naar iets wat ik blijkbaar mis.

Overvallen vraag ik me af of ik bij de laatste splitsing de juiste kant op gelopen ben… of heb ik even daarvoor misschien al een afslag gemist?



zaterdag 7 juni 2014

Levenslessen

‘Misschien is dat wat je te leren hebt in dit leven’ zegt ze tegen mij. Ik vind het nogal ingewikkeld. We hebben allemaal wel iets te leren en als je het geleerd hebt, houdt het dan op of komt dan gewoon de volgende les om de hoek zetten? En wat moeten we dan leren? Alleen al om dat uit te vinden, lijk je een leven lang nodig te hebben. Of doen anderen dit wel veel sneller en kunnen ze dan gewoon rustig en gelukkig leven?

‘Je kiest je ouders zelf uit’ is ook zoiets.  ‘Maar waarom heb ik dan mijn ouders uitgekozen?’ vraag ik mezelf af. En waarom hebben mijn broers dezelfde ouders gekozen? Waarom hebben mijn kinderen mij gekozen en waarom worden anderen niet ‘uitgekozen’? En kies je als kind dan om zelf iets te leren of om je ouder iets te leren? En wat betekent dat dan? De vragen schieten door mijn hoofd. Mijn kinderen zijn gelukkig gezond en meestal erg gemakkelijk in de omgang, is mijn gekleurde mening. Maar betekent dat dan dat ik een ‘goede’ moeder ben of juist niet. Hebben zij mij gekozen omdat ik niet meer aankan of zijn zij zo geworden mede door mijn inbreng. Wat willen zij leren of wat moeten zij mij te leren?

Wat voor levenslessen hebben degene te leren die niet verblijdt worden met kinderen? Het lijkt zo oneerlijk. Of zijn zo zo volmaakt dat ze op dat gebied niets te leren hebben. En waarom wordt de een dan later alsnog vader of moeder en is het voor de ander niet weggelegd. Of hadden zij gewoon de juiste partner nog niet ontdekt? Nog zo’n levensles; partners. Waarom vindt de een zijn levenspartner al op zijn 16e en zoekt de ander op zijn 60e nog steeds? Wat zijn de lessen hierin? Een paar keer dacht ik mijn bestemming gevonden te hebben. Waar was het dat ik stil stond en hij doorliep of andersom. Waar was het dat ik niet merkte dat ik op de kruising een andere kant opliep? En was dat nodig en waarvoor dan?

‘Je moet vooral van jezelf houden’ zei een man een tijdje geleden tegen mij. Ik denk dat ik dat doe. Hoewel ik van mijn moeder geleerd heb dat anderen altijd belangrijker zijn. En soms als ik dan voor mezelf kies, knaagt er iets van een schuldgevoel aan mij. Waar ligt de grens tussen ‘van jezelf houden’ en ‘egoïstisch zijn’. Wat is er mis met dingen voor jezelf op zij zetten omdat je iets doet waar een ander gelukkig van wordt. Wanneer is geven en nemen in evenwicht? Waarschijnlijk is het allemaal een gevoelskwestie en dan kom ik dus terecht op mijn sterkste en tevens zwakste kant.


Mijn gevoel leidt mij feilloos door het leven. En ik ‘weet’ ook eigenlijk altijd weer hoe het af gaat lopen. Maar durf ik te vertrouwen? Durf ik los te laten omdat ik ‘weet’ waar het naar toe zal gaan… Als de tomtom het laat afweten en ik geef me over dan rijdt ik zo naar de bestemming. Stop vaak voor de deur om te kijken waar ik moet zijn. Moet ik dat gewoon nog vaker toepassen in mijn leven? Niet denken maar gewoon laten drijven… Hoe vaak heb ik de afgelopen tijd gezegd wat de uitkomst zou zijn in bepaalde kwesties. En ook al leek het zo’n andere kant op te gaan, ineens klopt het toch.

Het punt is dat ik zo graag wil weten waar het heen gaat. Zodat ik kan volhouden als de omgeving mij vertelt dat het anders is dan ik denk. Ik wil zo graag weten wat mijn lessen zijn zodat ik ze ‘even’ kan doorlopen en verder kan gaan. Het liefst met een soort van klein examen zodat ik weet of ik geslaagd ben. Ik weet heus echt dat je op de moeilijk begaanbare paden vol kiezels en oneffenheden de mooiste dingen tegen komt. Maar even lopen een zacht en effen pad lijkt me zo fijn. Op internet zie ik dat ik niet alleen worstel. Het AD heeft zelfs een pagina  vol wijze levenslessen en de spreuken en sites vliegen je om je oren. Maar nergens vindt ik het handboek.

Waarom geven ze je niet gewoon een documentje mee bij je geboorte. ‘De levenslessen voor jou in dit leven zijn:’ Of een ‘handboek’, graag te downloaden op de e-reader. En mag ik dan direct door scrollen? 

zondag 1 juni 2014

Gestorven van verdriet

Het lijkt alsof de grond onder mijn voeten wegzakt. Ik voel me moe. Moe en leeg van verdriet. De stemmen lijken weg te zakken of was het al stil? Ik weet het niet. Langzaam zak ik in elkaar. Iemand houdt mij vast en legt mij neer. Ik kan niet meer, ik ben zo moe. Op van verdriet. Moe gestreden. Alles is mij afgenomen en nu ga ik dood. Ik voel dat ik dood ga.

Ik weet niet precies waar ik ben maar naast mij, half achter mij, staat een man. Mijn liefde. Mijn grote liefde. Hij kijkt naar mij en ik voel ook zijn verdriet. Ik kan hem niet zien maar ik weet dat hij bij mij hoort. ‘Niet weggaan’ fluister ik, bang dat hij verdwijnt. Weer zal verdwijnen. Maar ik kan hem niet tegen houden. Hij wil niet weg maar hij wordt meegenomen. Bruut weggerukt bij mij door twee mannen in uniform. Mijn hand rijkt naar hem. Ik wil hem vasthouden, aanraken, terughalen, maar hij strompelt tegen zijn zin in weg. Meegesleurd door de mannen. Ik zie hem achterom kijken. ‘Nee!’ schreeuwt het in mij. Mijn lippen bewegen maar er komt amper geluid uit mijn mond. Naast mij staan mensen maar ik weet niet wie ze zijn. De vrouw naast mij houdt mijn hand vast, dat voel ik,  maar ze hoort niet hier in het nu. Alle tijden lopen door elkaar. Ik wil wel denken maar het gaat niet.

Het is oorlog. Maar waar hebben ze mij naar toe gebracht? Waar zijn mijn kinderen. Ik heb twee kinderen maar ze zijn hier niet. Of zijn ze er wel maar mag ik ze niet zien. Net als de man, mijn man. Mijn grote liefde, mijn alles. Alles en iedereen hebben ze van mij afgenomen. Ik ben sterk maar het verdriet verlamt mij en maakt mij klein en kwetsbaar. Ik voel me ziek, ziek van verdriet. Het doet zo immens pijn.

Dan zak ik langzaam weg. Alles wordt donker en stil en even blijft het zo. Donker en stil. Dan lijkt de zon te gaan schijnen. Het is nog steeds stil en leeg. Ik kan me niet bewegen en voel niets meer. Langzaam doe ik mijn ogen open. Moe ben ik, zo ontzettend moe. Dan vervaagt langzaam het beeld maar het gevoel blijft. Puzzelstukjes lijken op hun plaats te vallen terwijl tegelijk de puzzel helemaal door elkaar geschud wordt. Alles en tegelijk niets lijkt er nog logisch te zijn.

Als in een trance ga ik rechtop zitten. Pas later zal ik het begrijpen…


   

donderdag 29 mei 2014

Welkom 'thuis'

‘Ik had het kunnen weten’ zegt hij als hij binnen komt en wijst naar het vuur. Even frons ik maar dan wordt mij duidelijk dat hij mij niet anders kent. En het klopt ook. Ik heb altijd ergens vuur. Kaarsjes, de haard binnen of een houtvuurtje buiten. Als ik op sta, steek ik eerst beneden een kaarsje aan. Er is altijd wel iets of iemand om een kaarsje voor te branden. En als ik ’s avonds naar bed ga, staat er nog steeds een kaarsje te branden.

Glimlachend legt hij zijn spullen neer en hangt zijn jas op. Dan ploft hij op een stoel. Alsof het nooit anders is geweest. Hij is mijn ‘tijdelijke zoon’ en voelt zich blijkbaar thuis. Vorig jaar had ik ook zo’n ‘zoon’. Drie weken lang tijdens de vakantie. Alleen had ik daar toen ook een ‘man’ bij en nu niet. Ze zijn heel verschillend de tijdelijke zonen maar toch is er een overeenkomst. Ze bewegen zich even gemakkelijk in ‘ons gezin’ en gedragen zich alsof het nooit anders is geweest. Ze ruimen mee de tafel af, wassen af en maken grappen die eigenlijk niet kunnen maar te leuk zijn om niet te maken.

Het zijn de vrienden van mijn oudste echte zoon maar net zo makkelijk doen ze de dingen voor de anderen in huis of klieren ze mij of hun ‘tijdelijke broertje en zusje’.  Terwijl ik afwas en naar buiten staar, vraag ik mij af hoe dat kan. Is het toeval of komt het door ons? Dan denk ik aan de vriendin die met het grootste gemak in mijn kastjes en koelkast struint op zoek naar suiker en koffiemelk. De ‘tijdelijk man’ die na een paar keer al mijn volledige huidhouden overnam en zich hier soms nog meer thuis voelde dan ik. En als klap op de vuurpijl de man  die na 5 minuten na binnenkomst al zijn jasje uitdeed, mouwen opstroopte en met mijn dochter aan het koekjes bakken sloeg.


Ik kan er niet precies de vinger op leggen wat het is, maar het maakt me wel gelukkig. Het voelt vertrouwd en goed en vooral fijn dat ze zich hier thuis voelen. Dan zie ik het kaarsje dat brandt voor maria. Is het misschien het vuur dat hier altijd brandt? Het open vuur waar iedereen zich bij aan mag sluiten. Het vuur van de kaarsjes op de kast. Het vuur van de haard als het kil in huis is of het vuur buiten in de tuin waarvan je de rook nog dagen in huis ruikt. Of is het ‘t vuur in mijn hart. Het vuur dat eeuwig brandt en dat nooit uit zal gaan, wat er ook op mijn pad komt. Het vuur dat er voor zorgt dat ik steeds weer in vuur en vlam zal staan. Voor iets of voor iemand. Voor mijn kinderen, familie en vrienden, voor een goed doel, voor mijn werk of voor de liefde. 

maandag 14 april 2014

Geluksenergie voor diepe dalen

Half slaperig probeer ik de wekker uit te zetten. Het geluid stopt niet en lijkt alleen maar harder te worden. De vogels kwetteren er lustig op los. Dan besef ik dat het niet mijn wekker met vogelgeluiden is maar puur natuur. De storm van vannacht is gaan liggen en een nieuwe vrolijke dag ligt klaar om opgeraapt te worden. Ik draai me nog heel even om, half wakker snooze ik nog even door tot ook de vogels van de wekker zijn opgestaan. 

Een paar uur later is de dag ineens nog mooier. Een sms'je kleurt mijn dag tot een prachtig dieprood. Het rood van Marco's 'vandaag is rood' rood. En de vogels zingen door mijn hoofd en de vlinders fladderen door mijn hele lijf. De avond die in het vooruitzicht ligt, laat mijn gezicht nu al stralen. Opgewekt maakt ik de laatste e-mails af om daarna bijna fluitend de auto in te stappen op weg naar de afspraken die de agenda vullen. Mijn dag kan niet meer stuk. De kunst is nu om vooral geen verwachtingen te creëren en de dag, de dag te laten zijn. 

'ik wil dat het altijd goed is, maar dat kan niet' 

Onderweg klinken de liedjes op de radio vrolijk door en ontstaan er diverse plannen in mijn hoofd. Hoewel het hard waait, merk ik vooral dat de zon schijnt. Ik voel me intens gelukkig. En ineens moet ik denken aan een uitspraak van vorige week. 'Ik wil dat het altijd goed is maar dat kan niet'  zei ze tegen mij. Ik ken dat gevoel en eigenlijk wil ik dat ook. Dat het niet kan, weten we allebei echt wel, maar toch. Een heel gesprek hadden we er over. En dat het leven ups en downs kent. Dat dat ook goed is. En toch...

Nu hier onderweg in de auto bedenk ik me, dat ik me zo gelukkig kan voelen juist omdat het even minder ging. Ineens waardeer ik dit nog veel meer dan eerst. Het is zo cliché maar er inderdaad zijn geen bergen zonder dalen. Je weet niet wat stilte is zonder geluid. Het een kan niet zonder het ander. Zouden we nog net zoveel genieten van de zon als die elke dag je huid zou verwarmen. Heel even ben ik geneigd om toch 'ja'  te denken. En heel even denk ik ook 'zonder vriezen kan ik de zon ook waarderen' en 'de dalen hoeven toch ook niet heel diep te zijn'. 

Het is waarschijnlijk menseigen om alleen de toppen te willen hebben en niet de dalen. Maar hoe eenzaam zou het zijn als je alleen maar op de top zou staan. En hoe druk ook als we daar allemaal willen zijn... Voor vandaag geniet ik van mijn geluksgevoel. Ik adem het intens in en laat het mijn hart verwarmen. Heel even heb ik het gevoel dat ik minimaal zo gelukkig kijk als afgelopen vrijdag. Toen ik ook het gevoel had dat er zo'n big smile op mijn gezicht zat, dat daar de hele trein van kon meegenieten. Dat als ze de energie die ik voelde zouden kunnen opvangen, de trein er misschien wel van naar mijn bestemming zou kunnen rijden. 

Hoe gaaf zou dat toch zijn. En hoeveel meer zouden we dan dat gevoel kunnen waarderen. Misschien is dat wel een idee voor alle smartkiddo's. Het opvangen van de energie die vrij komt als je je gelukkig voelt. Als ik dan maar geen panelen op mijn hoofd hoef of een molen in de tuin...


zaterdag 5 april 2014

Gematigd zeeklimaat

Vandaag zit ik opgesloten. Opgesloten in een huis dat mijn huis niet is. Het is letterlijk niet mijn huis en voelt niet als mijn huis. Opgejaagd maar niet weten waar naar toe hou ik vast aan een soort van rietstengel. Maar niet alleen opgesloten in het huis, ook opgesloten in mijzelf. Waar gisteren de wereld nog zonnig leek, hangt er nu een grauwe mist.

Is het omdat ik in Nederland woon of opgegroeid ben. Mijn gevoel lijkt de laatste tijd op het weer. Het lijkt zo veranderlijk. Toch heerst er ook in mij een gematigd zeeklimaat. Geen kwestie van extremen. Als het een paar dagen warm is, denk ik al dat er vast regen moet gaan komen. Laat staan dat de temperaturen oplopen… Een week, twee weken, drie weken… Een lange hete zomer? Dan moet het vast wel snel gaan vriezen. 

Je kiest je eigen pad. Je roept af wat je zegt en vooral wat je denkt. Is dat het? In het boek ‘Het miljonairsbrein ontrafeld’ van T. Harv Eker lees ik dat je anders moet denken. Als je genoeg hebt aan ‘net genoeg’ zal je niet meer krijgen. Ik betrap mezelf op veel ‘fouten’. Gestaag lees ik door. Niet vaak maar ik hou wel vol. Tot vorige week… ‘Ben je bereid veel te werken’ staat er in. Ja hoor, dat doe ik al. ‘Ben je bereid om het zien van je familie, je vrienden en leuke dingen op te geven?’ En ineens rinkelen alle alarmbellen. ‘NEE!!!’ schreeuwt het in mij. Alles kan ik opgeven maar niet mijn gezin. Met een klap sla ik het boek dicht. Ineens is alles mij duidelijk.

‘NEE...!!!’ schreeuwt het in mij.

‘Je krijgt wat je vraagt’ zegt een paar dagen later iemand tegen mij. Het is een uitspraak in een heel ander verband maar brengt mij weer even terug bij mijzelf. Elke dag teken ik op de douchewand wat ik graag wil ontvangen. Maar kan ik het ook aannemen? Of denk ik tegelijk dat het niet voor mij bestemd is? Waar gaat het fout? Is het mijn Nederlandse gematigde zeeklimaat? Doe maar gewoon dan doe je gek genoeg. Maar juist dat ‘gewoon’ daar word ik zo gelukkig van. De kleine dingen maken mij zo compleet en blij.

Stiekem kijk ik op de klok. Nog even, maar is het dan anders? Dan komt er in elk geval niet zomaar iemand binnendringen. Of is een dreigend gevaar weer even van mijn radar. Nog steeds is het huis niet mijn huis. Wat ik ook probeer te doen. Het leek een thuis maar dat lag niet aan het huis. Het zijn de mensen in het huis die mij mijn thuisgevoel geven. Maar niet vandaag. Vandaag ben ik alleen. En alleen zijn is prima alleen niet hier in dit huis. Buiten in het zonnetje lijkt de wereld al iets minder kil. Binnen wachten klusjes op mij die ik het liefst voor me uit zou schuiven. Maar ja, ik ben een Nederlander en dus moet het vandaag in plaats van morgen. Als ik mijn ogen dicht doe voel ik de zon op mijn huid branden. Meeuwen maken een zo typische zee geluid en even denk ik dat ik het water kan horen.


Dan denk ik terug aan alle dagen, weekenden of vakantie aan zee. Het zand door mijn tenen, het water dat ruist en klotst en de zilte lucht. Even voel ik me thuis in mezelf. Dan besluit ik: ‘ik wil wel het zeeklimaat maar niet meer gematigd’. 


vrijdag 4 april 2014

Oorlog of vrede?

‘Er heerst een oorlog in mij’ zegt ze en kijkt wazig voor haar uit. ‘En in een oorlog zijn altijd alleen maar verliezers.  Maar ik weet niet wat ik moet doen om het te stoppen. Ik weet het niet. Het lijkt wel alsof alles wat ik had, aangevallen wordt. Ik wil het beschermen maar ik kan het niet. Ik kan niet eens mezelf beschermen zonder dat ik geraakt word.’ Ze kijkt me aan, verdriet en wanhoop in haar ogen. ‘Snap je wat ik bedoel?’ vraagt ze dan. En ik knik.

Ik ken het worstelen maar ik kan niet helpen. Niemand kan haar helpen als zij het niet toe laat. En toelaten betekent dat het pijn gaat doen. Heel erg pijn. Dus doet ze liever zich zelf pijn. Wat zou ik haar graag even vasthouden en zeggen dat alles goed komt. Maar komt het goed? Ik weet het niet omdat zij het bepaalt. Ze bepaalt of ze er met haar hart voor zal gaan of met haar verstand gaat kiezen. Zal ze de pijn toelaten of kiest ze voor de schijnveiligheid. Alleen weet ze zelf niet eens dat ze een keuze heeft.
't zijn niet mijn stappen die de grond zo doen trillen of...'
Ook in mij botst het. Het stormt. Ik kan blind varen op mijn gevoel maar dan in eens is er een  situatie waarbij ik zo aan mezelf twijfel omdat ik iets voel of weet maar dat het zo absurd is dat je het gewoon niet kunt geloven. Vol twijfels en vol vragen waar je eigenlijk gewoon een duidelijk antwoord op wilt hebben. Waar ik een antwoord op wil hebben maar wat onmogelijk is om te krijgen. Want wat de toekomst gaat brengen, weten we niet. Dan is het verwarrend. Ik wil grip krijgen zeker als de wereld om mij heen vervaagt. De vragen en antwoorden tollen door mijn hoofd en even weet ik niet meer of deze antwoorden gewoon komen of dat ik ze wens. Of ik wakker ben of droom. Of het oorlog is of vrede?

Het voordeel van storm is dat het opruimt. Dat de blaadjes van de bomen gerukt worden en ergens anders als mest de grond weer vruchtbaar maken. Even zijn de takken somber en droevig en vooral lijken ze zo kwetsbaar. Maar als ze overleven zullen ze voller bloeien dan ooit te voren.

Mijn storm raast door mij heen. Ik weet niet meer waar mijn twijfel, mijn twijfel is. Waar mijn angst, mijn angst is en even weet ik ook niet meer waar mijn vertrouwen in mijzelf gebleven is. Is mijn twijfel nu mijn of jouw twijfel of lopen onze wegen door elkaar? De angst die ik voel, wiens angst is dat? Mijn grenzen zijn dat eigenlijk wel grenzen. En waar zijn jouw grenzen? Waar ben jij? Mijn rust is verdwenen en ik voel de strijd die woedt. De strijd die niet mijn strijd is maar doordat ik mij zo verbonden voel met de anders alsnog mijn strijd geworden is. De grond trilt onder mijn voeten. Ik wil het wel stoppen maar het zijn niet mijn stappen die de grond zo doen trillen of toch wel? Verbaasd kijk ik om mij heen. Ik adem diep in en sluit mijn ogen. De oorlog maakt alleen slachtoffers. Dus laat het in hemelsnaam vrede zijn met alleen een paar flinke stormen want die overleef ik wel. Laat het maar eens echt stormen en laten alle takken maar eens kaal worden. Laat de boom kwetsbaar zijn maar echt. En laat dan in mei de boom weer gaan bloeien. Gaan bloeien als nooit daarvoor.





vrijdag 28 maart 2014

Geven en nemen

‘Geven’ staat er vandaag op de kalender. ‘Geven’ is vandaag de rode draad. ‘Geven en nemen’. 

Het ‘geven’ heb ik wel geleerd. Al vroeg leerde mijn moeder mij dat geven belangrijk was. Je was goed als je iets gaf. Iets doen voor een ander, de ander van alles geven. Maar ze vergat mij om ook ‘nemen’ te leren. Nemen was zelfs niet goed. Bij nemen was je egoïstisch. Misschien vergat ze het niet, maar kon ze het niet. Kon ze mij het nemen niet leren omdat ze het zelf nooit geleerd had. 


Dus gaf ik. Altijd, overal en aan iedereen. Aan iedereen behalve aan mezelf. Ik vergat aan mezelf te geven en durfde niet te nemen. En daar loop ik nu stuk. Want hoe kan iemand anders mij geven als ik niet kan nemen. Ondertussen heb ik het denk ik wel een beetje geleerd. Maar duidelijk nog niet genoeg. Als het gaat om de mensen van wie ik houd, geef ik liever. En vandaag laat zij mij beseffen hoe het dan andersom is. Hoe het voor de ander is om te geven als ik het niet kan aannemen. 

Geven kan niet zonder nemen. Het moet in evenwicht zijn en hoe nobel het ook is dat ik graag geef, ik verlies het evenwicht. Niet bewust, maar onbewust kwets ik dus de ander door niet aan te nemen. Het ergste daarbij is dat ik het juist zo dolgraag gewoon aan zou willen nemen maar dat ik blokkeer. Het lukt mij niet. Waarom het niet lukt? Tig antwoorden spoken door mijn hoofd. Ik laat ze eerst maar eens bezinken en focus weer op het geven en nemen. 
'Het ergste is dat ik het juist zo dolgraag zou willen aannemen' 
Al als ik nog bij haar ben, maar thuis nog meer, besef ik hoe vervelend het voor degene moet zijn die van mij houden. Hoe zou ik me voelen als ik zou willen geven maar de ander laat het niet toe. Ik zou me waarschijnlijk afgewezen voelen. Nog zo’n dingetje… Afwijzen en afgewezen worden. Het ergste is dat ik weet hoe het voelt als ik wil geven en het wordt niet geaccepteerd. Want mijn moeder kan het ook niet. Gewoon iets accepteren, aannemen en er van genieten. Naar vind ik dat. Boos voel ik me dan, dat ze mij niet toelaat. En nu besef ik dat ik dat ook doe. Even ben ik stil, uit het veld geslagen stil. Stil en verdrietig om wat ik onbewust heb gedaan. 

Op het toilet zie ik dat de kalender een dag te ver is omgeslagen. Uit automatisme sla ik het kleine blaadje om, terug naar vandaag. ‘Geven’ staat er. Niets meer, niets minder. Even staar ik naar het woord. Werk aan de winkel. Ik ga leren om aan te nemen. Dat zal vast nog lastig worden want het geven en niet nemen zit er ingesleten. En niet een beetje ook.

Maar waar een wil is, is een weg. De wil is er want ik wil dat geven en nemen in evenwicht komt. Dat ik de mensen die zoveel van mij houden, geen pijn meer doe door hun geven niet aan te nemen. Dus roep ik hierbij iedereen die dit leest op. Als je merkt dat ik iets afwimpel, noem even het woord ‘blog’ en laat me beseffen wat ik doe. Ik doe het namelijk niet bewust en wil je zeker niet afwijzen of kwetsen. Ik ben juist blij als iemand iets wil geven aan mij en ik wil het ook dolgraag aannemen. Ik heb het alleen nooit geleerd, net als duiken, skiën, kiten, windsurfen, snowboarden etc etc. Maar ik wil het wel graag leren! Dus help mij alsjeblieft. 


zondag 23 maart 2014

Altijd een keuze

Ineens heb ik de behoefte om te schrijven. Als ik eenmaal zit en mijn vingers over het toetsenbord glijden, komt er een rustig gevoel over mij heen. Het is lang geleden dat ik iets zomaar op schreef voor mijzelf. Zonder reden. Te lang geleden merk ik nu.

‘Soms lijkt het alsof ik verder van mezelf kom te staan’ zei iemand tegen mij, ‘Sommige dingen vindt ik leuk en geven me juist een goed en rustig gevoel, maar andere dingen niet’. Herkenbaar. Ik doe de dingen anders dan een jaar geleden. En anders dan een twee jaar of vijf jaar geleden. Ik doe dingen nu wel of juist niet meer. De vraag is niet zo zeer door wie of door wat het komt, maar waarom ik het zo doe. Want de beslissing ligt altijd bij jezelf.

Waarom schrijf ik niet zoveel meer? Blijkbaar heb ik andere prioriteiten. Hetzelfde als waarom ik met sommige vriendinnen minder afspreek. In die relaties is er niets veranderd. Het zijn nog steeds mijn vriendinnen en ze zijn zeker niet minder belangrijk geworden. Waarom ik ze dan minder zie? Mijn agenda zit volgepland met zakelijke afspraken en als ik thuis ben, ben ik soms gewoon te moe. Was dat vorig jaar anders? Ja wel iets maar ook toen had ik drukke weken en toch had ik meer tijd voor afspraken en schreef ik bladzijden vol.
'als ik de zin getypt heb, moet ik er even van bijkomen'
Dus wat is er nog meer anders dan bijvoorbeeld een jaar of twee jaar geleden. Mijn relatie, en ja daardoor is mijn tijdsindeling anders geworden. Maar ligt het aan hem als ik bepaalde afspraken niet meer maak? Nee, ik heb nog altijd de keuze om het wel te doen. Alleen weeg ik nu de tijden af. Onbewust scan ik hoeveel tijd ik heb en wat ik moet opgeven bij de ene keuze en wat bij de andere. En dan maak ik een keuze. Een keuze tussen schrijven, lezen, bijkletsen met een vriendin of tijd met mijn gezin besteden. Ik maak een keuze. IK.

Als ik de zin getypt heb, moet ik er even van bijkomen. Ik staat naar het simpele kleine woordje wat eigenlijk zoveel bevat. In die twee letters zitten veel ervaringen, mooie herinneringen, patronen die er ingesleten zijn, hoop, liefde, verlangen, wensen, misstappen, kwesties van vallen en weer opstaan, gevoel, kracht, zwaktes, geluk, verdriet, verleden, heden en toekomst. Alles wat ik was, ben en ooit hoop te zijn. Ik met alles wat daarbij hoort.




Waarom zet degene die de woorden sprak zich zo ver van zichzelf vandaan? Ik weet het niet. Ik kan het ook niet weten en wat nog belangrijker is, ik kan het niet oplossen. De keuze die je maakt om te zijn wie je bent, waar je bent en bij wie je bent liggen in jezelf. En je kunt alleen jezelf maar vragen waarom je die keuze maakt. Wat brengt jou ergens naar toe? En waarom maak je bewust of onbewust de keuzes.


Als mijn vingers over het toetsenbord glijden, weet ik wanneer en waarom ik nu de keuze maak om schrijven. Om te zijn wie ik ben. Om het gesprek met mezelf aan te gaan. Om naar de antwoorden in mezelf te luisteren. Om te voelen waar ik voor sta, wat ik wil en waarom. Om te voelen waar ik denk dat mijn weg naar toe gaat en om de kracht te vinden om dat pad te blijven bewandelen en niet op te geven. Om bewust te worden van mijn onbewuste zijn.

zondag 16 maart 2014

Hiep hiep hoera voor jou!

Zij maakte krullen van de aardappelschillen. Ze kon een aardappel schillen zonder te stoppen. Met open mond keek ik dan naar de lange dunnen schil die in krullen naar beneden hing. Mijn oma was mijn held, mijn voorbeeld. Ze was altijd vrolijk. Tenminste in mijn herinneringen. En ze danste altijd door de kamer.

Vandaag is haar verjaardag. Of moet ik zeggen ‘was haar verjaardag’ want zij overleed toen ik 12 jaar oud was. Vandaag zou ze 113 jaar geworden zijn en zou ze genoten hebben van alle aandacht. Van mijn kinderen die ze nooit heeft kunnen vasthouden en knuffelen. Ze zou hebben gepraat over de anderen die zoveel ouder geworden waren en in gedachten nog steeds 18 zijn geweest. Ze zou natuurlijk nog fit geweest zijn want mijn oma en ziek zijn ging niet zo goed samen. Ze zou alle kaarsen hebben verzameld en aangestoken. En het liefst zou ze gekaart hebben met wat lekkers erbij. Mijn oma hield van gezelligheid, van lezen, spelletjes doen met thee en wat lekkers en kaarslicht. Ik was graag bij haar. Het leek alsof ze altijd de zonnige kant van het leven zag.

'Ze zou alle kaarsen hebben verzameld en aangestoken'

Nu brandt er een kaarsje bij haar foto en denk ik aan alle mooie herinneringen die ik aan haar heb. Samen naar de kermis. Wandelen met de looppop die ze voor mij gewonnen had en rolschaatsen van de boom naar haar en omgekeerd, net zo lang tot het lukte. Ze woonde bij ons in huis en hoewel mijn moeder daar echt hele andere herinneringen aan heeft, was het voor mij de eerste stopplaats als ik thuis kwam uit school. Soms verlangde ik er naar dat ze ergens anders woonde. Niet omdat het niet fijn was dat ze altijd bij mij was. Nee, gewoon omdat ik dan net als alle andere kinderen in de klas op zondag met de auto of de fiets naar mijn oma zou kunnen gaan.

Vandaag vier ik dat mijn oma mijn oma was. Dat ze nog elke dag bij mij is en ik haar altijd weer om raad vraag. Dan bedenk ik wat mijn oma gezegd zou hebben. Voel ik de troostende arm om mij heen of zie ik haar trotse lach. Ik hoor haar zingen en zie haar dansen.
Lieve oma, gefeliciteerd met je verjaardag en maak er daar boven maar een groot feest van.



donderdag 13 februari 2014

Altijd verliefd

‘Ze is zooo lief’ zegt hij en zijn ogen kijken zwijmelend in de verte. Zijn kin rust op zijn handen, zijn ellenbogen op de tafel. Zijn voeten bengelen zo’n 25 cm boven de grond. Op grote stoel aan de grote tafel lijkt hij nog kleiner dan hij is. Bijna 3 jaar oud en hevig verliefd op de dochter van mijn vriendin.

Vandaag kom ik thuis en zie ik een rode roos op het aanrecht staan. Keurig in folie verpakt in een smalle vaas gevuld met water. ‘Zo wie is de gelukkige?’ vraag ik. ‘Een meisje’ geeft hij karig antwoord. Zijn wangen kleuren licht en de blik in zijn ogen is herkenbaar. Behalve dat hij nu jaren ouder is en de openheid van ‘wie wat waar en waarom’ echt drastisch anders dan die eerste keer, is er verder niet zoveel veranderd. Met gesloten vragen kom ik toch nog tot het antwoord dat de roos morgen gegeven zal worden en dat de gelukkige bij hem op school rondloopt.

Meisjes met lang blond haar hebben zijn voorkeur. Zie ik een groepje meiden, kan ik ze er zo uithalen. Altijd lief, een beetje verlegen en altijd erg mooi. Het meisje waar hij als kleuter alsmaar aan moest denken, had prachtige blonde krullen en een lief verlegen lachje. Bij een dagje naar een pretpark liepen ze hand in hand en gaven elkaar kusjes. De foto’s zijn er als blijvend bewijs, met de hoop dat ze nog ooit bij een feest gepubliceerd mogen worden. 

Menig vrouwenhart zou er harder van gaan kloppen. Een man uit de sprookjes. Zomaar een rode roos krijgen of een met zorg echt zelf ontworpen kaart. Hij doet het niet half maar helemaal. Hij schaamt zich nooit. Loopt met gemak gewoon door een volle school om degene die zijn hart verovert te verrassen. Mister Valentine.

Benieuwd ben ik naar het meisje dat uiteindelijk voor altijd zijn hart zal veroveren en hij het hare. Als moeder ben ik natuurlijk behoorlijk bevooroordeeld en denk ik dat het meisje dat zijn hart verovert natuurlijk voor altijd erg gelukkig zal zijn. Maar tot die tijd lijkt het hem niet altijd mee te zitten. Na de jeugdliefdes kwamen er een aantal onbeantwoorde liefdes. Even is hij dan ‘verslagen’ maar al snel is hij er bovenop. En altijd kijkt hij verder, vooruit, en blijkbaar ook om zich heen. Al snel is hij dan weer blij. Dan ineens zie ik de blik en weet ik dat hij er nog altijd in gelooft. Valentijn, is toch wel zijn dag. Maar dan 365 dagen per jaar. Eigenlijk is hij altijd verliefd.   


zaterdag 1 februari 2014

De smaak van het verleden

‘Papa mag ik er al eentje?’ ‘Nee’, zegt hij maar zijn ogen staan lachend. Ik kijk naar de schaal. Hij zegt dat ze niet lekker zijn, maar ze hebben zo’n ongelofelijke aantrekkingskracht op mij. Stil blijf ik naast hem staan en kijk hoe hij de volgende lading voorgebakken frietjes in de schaal doet.

Het is vrijdagavond zeven uur. Ik sta in de keuken en til het deksel van de pan op. Naast mij staat een schaal met vers gesneden patat. Als ik de eerste lading uit de pan haal en in de schaal doe, denk ik aan hem. Mijn vader kookte nooit behalve als we patat aten. En dan stond ik dicht in de buurt om te kijken. De voorgebakken patat in de schaal riepen me toe. Nu begrijp ik waarom ik ze niet mocht eten. En toch…

Stiekem pak ik een voorgebakken patatje uit de schaal en steek het in mijn mond. De smaak van vet verspreid zich over mijn tong en tegen mijn gehemelte. Het frietje is slap en de eerste keer in de pan heeft het zich alleen maar helemaal volgezogen met de olie. Hij heeft gelijk, eigenlijk zijn ze helemaal niet lekker, maar voor mij overheerst de smaak van het verleden. Als ik mijn ogen sluit, lijkt het alsof ik weer een jaar of 10 ben en naast mijn vader in de keuken sta.

 

vrijdag 31 januari 2014

Rijkdom

Zijn hand ligt losjes op mijn schouder. Mijn wang voelt de warmte van zijn huid door zijn shirt heen. De wijn heeft me rozig gemaakt en mijn gedachten zweven af en toe zomaar weg. De onzekerheid laat ik los en ik geniet van het moment. Een moment van pure rijkdom.

Het was een luie zondag. Zo’n dag dat je niets hoeft, moet en dus ook niets doet. Zo’n dag dat het buiten koud en guur lijkt en het al twee uur is voor je het beseft. Af en toe heb ik ze nodig zulke dagen. Nodig om bij te tanken, om de boel de boel te laten en niets te doen. Helemaal niets doen. En het liefst samen niets doen.
Een uur geleden kwamen de kinderen thuis. De oudste zit aan tafel, voorovergebogen op de computer te werken. Een echte opdracht voor een echt bedrijf. De middelste lacht om iets op zijn iPad en de jongste zit tussen ons in. Met zijn drieën proberen we in een spelletje  reclame logo’s compleet te maken. Ineens voel ik zijn hand door mijn haar. Als ik hem aankijk, lachen zijn ogen mij toe.
Even later als ze naar boven gaat roept ze een keer of tien dat ik haar echt een kus moet komen geven. Boven kijk ik toe hoe ze zich omkleed en verbaas me erover hoe groot ze al weer is. Mijn kleine meisje… Ik geef haar een complimentje over haar kamer en een stralende lach trekt over haar gezicht.
Eenmaal weer beneden kruip ik tegen hem aan terwijl hij een boek leest. Een sfeer van iets moet en alles mag hangt in de lucht. De radio vult de ruimte met muziek. De kaarsen geven de kamer een zacht licht en de haard geeft een aangename warmte. Maar het warme gevoel in mij, raakt mij nog het meest. Er is niets speciaals, niets spannends, niets bijzonders. Het is juist de eenvoud die het zo speciaal maakt en die mij treft.
Alle onzekerheid laat ik los en ik geniet. Ik geniet van het geluid van de stilte. Van zijn geur zo dicht bij mij. Van het weten dat de kinderen hier boven in bed liggen. Van zijn aandacht voor zijn boek waar hij helemaal in op lijkt te gaan. Van het niets hoeven zeggen. Van zijn armen warm en beschermend om mij heen. Ik geniet van het hier en het nu. Van het gelukkige gevoel dat mijn lijf vult met een speciale warmte. Van de liefde die ik voel. En ik voel me onbeschrijfelijk rijk.

zaterdag 28 december 2013

Als ik denk aan jou…

Bijna elke dag denk ik wel even aan hem. Herinneringen is wat er over is. Herinneringen aan de man waar ik zo tegen op keek. 8 jaar versus 31 jaar. Mijn kleine hand in zijn grote hand. Ik onzeker en op onbekend terrein. Opkijkend naar hem die het natuurlijk allemaal wist. In mijn ogen dan. Nu weet ik dat hij waarschijnlijk minstens zo onzeker was.

Ik zal hem nooit meer zien. Niet hem, dat is zeker. Hij leeft alleen nog voort in mijn herinnering waar ik ze koester en in doosjes gestopt heb. Af en toe maak ik een doosje open. Dan haal ik heel voorzichtig het lintje er af en daarna heel voorzichtig het dekseltje. Alleen met het doosje in mijn hand laat ik dan de herinneringen toe. De herinneringen aan mijn grote broer.
Foto’s van momenten dringen zich aan mij op. De film waar ik in een huis sta. Een huis dat alleen nog een paar muren is met ladders om op de bovenverdieping te komen. Trots kijk ik naar hem en noteer de nummers die hij zegt. Ik mag vandaag mee, mee naar het werk. En ik mag de cijfers opschrijven van de meters die hij tegen mij roept. Soms moet ik beneden blijven omdat het te gevaarlijk is. Dat geeft een dubbel gevoel. Ik ben toch groot! Maar tegelijk ben ik blij dat hij voor mij zorgt.
Samen in de winkel waar ik niet kon kiezen tussen twee jurkjes en ze beide kreeg. Zijn manier van ‘ik hou van jou’ zeggen. Niet vreemd weet ik nu. De manier waarop we opgevoed en opgegroeid zijn. Hardop zeggen dat je van iemand houdt, zat er niet in. Het zat in de boterham met boter en kaas die hij voor mij smeerde. Ik lustte geen boter maar de liefde waarmee het gesmeerd was, maakte alles goed.
De laatste dag dat ik hem zag, zaten we in het ziekenhuis. Op de plastic stoeltjes in de gang voor de klapdeuren van de intensive care afdeling. Nerveus de tijd te doden tot we bij mijn vader mochten. ‘Weet je wat ik gisteren gemaakt  heb?’ vroeg hij. Ik schudde stil mijn hoofd. ‘Een cake in een springvorm’ meldde hij droog ‘dan krijg je zulke plakken’ en zijn handen onderstreepte de grootte nog eens extra. Een dag later zat ik er weer, maar toen voor hem.
Bijna elke dag denk ik aan hem. 67 jaar zal hij nu zijn. Er is veel gebeurd en soms vraag ik me af of ik hem niet ondanks iedereen er om heen, op moet zoeken. Maar ik weet dat ik hem nooit meer zal vinden. Hij is niet meer hij. Ooit heb ik het geprobeerd. Niemand werd er gelukkiger van. Toch blijft het spoken door mijn hoofd. De vraag, de twijfel, weten, denken en weer los laten.
Stil sluit ik het doosje met herinneringen. De ballonnen die we stiekem aan de voordeur knoopte toen mijn ouders zoveel jaar getrouwd waren. De kaartavonden waar hij niet tegen zijn verlies kon. En zijn altijd van de ene naar de andere kant gekamde haren. Ik pak het lint en strik het voorzichtig vast rond het doosje. Opgeborgen zitten mijn herinneringen. Voor heel even opgeborgen tot ik zomaar weer aan hem moet denken.