donderdag 25 oktober 2012

Als de blaadjes vallen...

Leeg er komt niets. Gewoon helemaal niets. Moe kijk ik naar mijn scherm. Het lijkt wel alsof ik totaal uitgeput ben. De hele dag kijk ik uit naar dit moment. Even tijd, even voor mij alleen. Ik samen met de laptop aan mijn bureau of met een schijfblok in bed. Even tijd om te schrijven. Even niet nadenken maar gewoon schrijven. Even een momentje rust. Maar nu zit ik hier en komt er niets, behalve dat ik me zo vreselijk moe voel.

“Hoe is het met jou dan?” vroeg ik haar vanmiddag omdat ik wist dat ze vorige week ook ziek was. “Ach het is zo druk en als ik niet uit kijk loop ik mezelf voorbij” zegt ze. “Herkenbaar” antwoord ik. “Ja he” zegt ze dan “Jij hebt het ook he?”. Ik beaam dat ik het precies zo voel. “Het is niet dat ik depressief ben hoor” zegt ze dan “maar alles valt zwaar he” vul ik aan. Moe zijn we beide. Het komt ook door het seizoen, concluderen we.
We hebben het niet alleen. Ik zie het ook bij anderen om me heen. Met het vallen van de blaadjes lijkt het wel alsof alle levenslust ook de grond op valt. Hij vertelde dat hij vorig jaar in september zo depressief was. En nu heeft hij het weer moeilijk. Niet raar als je kijkt naar wat er de afgelopen maanden allemaal gebeurd is maar toch wel toevallig weer in deze tijd van het jaar. Ik kijk naar buiten en terwijl ik de kleuren aan de boom bewonder besef ik dat het de herfst is die het iedereen van slag maakt.
Als ik google stuit ik op een artikel van een dag of 7 geleden. “Met het ingaan van de wintertijd zijn we extra vatbaar voor de herfstdip” staat er. De afgelopen week en komende week zijn volgens wetenschappers de weken waarin we het meest moeten opletten dat we niet in een dip komen. ”Naar schatting heeft 30% van de Nederlanders last van een herfstdip;  de één wordt humeurig en weer een ander voelt zich lusteloos. “Gelukkig” zo meldt het artikel “kan een herfstdip voorkomen worden.”  Lichttherapie, je huis opgeruimd en netjes houden of je gedachten ordenen schijnt te werken.
Ons lichaam moet snel omschakelen en zo ontstaat de herfstdip. De dagen worden korter en buiten is het eerder donker. Het aantal uren zonlicht per dag daalt ineens snel. Maar ook de temperatuur, luchtdruk en de verandering van de windkracht. spelen een rol. En dan begrijp ik mijn gevoel. Ik miste de zon zei ik een paar weken geleden. Voor mijn gevoel kon ik maar geen afscheid nemen van de zomer. En toen ik kon accepteren dat het herfst werd, werd het ineens weer 20 graden. En met die temperatuurswisseling, wisselt alles in mij mee.
Moeheid, lusteloosheid en trek in veel koolhydraatrijk eten schijnen de klachten te zijn in de herfst. Hoeveel je ook slaapt of uitrust, het lijkt niet te helpen. Terwijl ik het lees, verlies ik de moed. Maar deze klachten schijnen vanzelf over te gaan, hoe wel er niet bij staat in welk jaar. Licht is dus het sleutelwoord. Bof ik even dat ik deze week mijn bureau een cm of 25 verplaatste zodat ik nu meer licht heb en zelfs naar buiten kan kijken. Weliswaar naar vallende blaadjes, maar toch. Ons lichaam heeft dit natuurlijke daglicht nodig om cortisol aan te maken, het hormoon dat ons wakker, aandachtig en stressbestendig houdt. In de winter eten we ook anders, we ruilen salades en fruit in voor wild en stoofpotten. Niet toevallig dus, want voldoende dierlijke proteïnen maken het ons makkelijker om voldoende cortisol te produceren. Stevige kost is dus nodig, ook bij het ontbijt! Verduister je slaapkamer volledig, zo wordt er 's nachts voldoende van het slaaphormoon melatonine aangemaakt. Dit zorgt voor de nodige cortisolproductie gedurende de dag” lees ik verder.
Pfff, ik kijk op de klok. Voor mijn gevoel is het al een uur of 11 maar de klok tikt en staat niet verder dan net half 9. De hele dag kijk ik uit naar dit moment. Maar nu voel ik me alleen maar moe. Of het werkt of niet, ik duik mijn bed in. Stiekem kijk ik nog snel op de kalender. Nog een dag of 5 en dan zou het minder moeten worden… Kunnen ze die cortisol niet gewoon in een potje doen?

woensdag 24 oktober 2012

Als er nooit meer een morgen zou zijn....

“Als er nooit meer een morgen zou zijn, en de zon viel in slaap met de maan. Heb je enig idee wat het met je zou doen, als je nog maar een dag zou bestaan” zingt Marco Borsato op de radio als ik na een gezellige middag terug naar huis rijd. En zonder er bij na te denken gaan mijn gedachten naar wat ik zou doen, bij wie ik zou willen zijn.

Dan denk ik aan het bericht dat ik gisteren hoorde. Veel te jong van ons heen gegaan. Vandaag las ik op twitter: “Ze was zo ongelooflijk sterk. Het was niet genoeg, maar ze heeft elke dag van haar leven geleefd alsof het haar laatste was.” Ik ken haar niet zo goed. De laatste keer dat ik haar sprak, stonden we buiten in de zon. We spraken af contact op te nemen met elkaar. Het lijkt nog maar zo kort geleden. Hard is het besef dat het nooit meer kan.
Uitstellen, morgen. Ook in ons land. We lachen er om als we in het buitenland zijn. “Manjana manjana”. Dat doen wij in Nederland wel anders. Wij hebben haast, wij maken afspraken. Maar wat doen we met onze dromen? Maken we die wel vandaag waar? Of stellen we die nog veel langer uit dan “Manjana”. Plicht roept, maar onze verlangens? Is dat niet de stress van elke dag. We moeten, we moeten. Maar wat willen we? Durven wij alles opzij te zetten en vandaag te doen wat we zouden doen als we wisten dat het onze laatste dag was? En wat zouden we dan doen? Wat zouden we veranderen?

Ooit zat ik in het ziekenhuis naast mijn broer. Hij lag in coma en terwijl ik naar hem keek dacht ik: “Vanaf nu ga ik het anders doen. Ik ga niet meer sparen voor later. Ik leef nu. Ik moet nu genieten.” Dan pakte ik zijn hand en dacht aan het laatste dat hij mij vroeg. De dag voor hij in coma raakte zaten we ook daar in het ziekenhuis maar dan op de gang. Te wachten tot we bij onze vader konden zijn na een zware operatie. Daar op de ongemakkelijke stoeltjes hadden we hele gesprekken. Hij vond ziekenhuizen niets en probeerde er met grappen wat van te maken. “Weet je wat ik nu ontdekt heb?” vroeg hij. Ik keek hem vol verwachting aan. “Dat als je cake maakt in een springvorm, je zulke plakken krijgt” zei hij zenuwachtig lachend terwijl hij met zijn handen een enorme plak cake aanduidde. Een dag later zat ik aan zijn bed.
Even ging het goed. Even zette ik sparen en vooruit kijken opzij en leefde ik in het nu. Daarna kwamen toch als vanzelf weer de plannen. We kochten een huis, kregen kinderen en bij het nu kwam ook weer “als” en “dan” en “later”. Af en toe denk ik terug en denk ik: “Stop!! Je leeft nu. Geniet en leef”
Dan hoor ik weer Marco: “We verbannen de dromen naar morgen en later, maar doet het je stiekem geen pijn? Dat je dan pas zou doen wat je altijd al wou, als er nooit meer een morgen zou zijn”. Laten we een voorbeeld nemen aan haar. Niet alleen aan dat ze zich heeft ingezet voor de belangen van het bedrijfsleven. Haar energie inzette voor haar gezin, familie en vrienden. “Een uniek mens is heengegaan” lees ik. Laten we daarom niet alleen denken aan wat ze gedaan heeft, maar laten we echt een voorbeeld nemen aan wat zij deed “ze heeft elke dag van haar leven geleefd alsof het haar laatste was.”

Zo ver weg en toch zo dicht bij


Zo ver weg en toch zo dicht bij

Sluit ik je in mijn armen

Zo ver weg en toch zo dicht bij

Ben je dan even weer bij mij

 

Zo dicht bij maar zo ver weg

Kan ik je niet bereiken

Zo dicht bij maar zo ver weg

Moet samen even voor alleen zijn wijken

 

Zo ver weg en toch zo dicht bij

Zal ik op je wachten

Tot er weer ruimte is

En lucht voor jouw gedachte

 


  

dinsdag 23 oktober 2012

Op weg naar de berg die ze ooit weer naar boven zal leiden

Als ik hem aankijk zie ik de pijn in zijn ogen. Zijn hoofd lijkt vol en leeg te gelijk. Af en toe kijkt hij wazig voor zich uit. Ik zou hem zo graag helpen, zo graag zijn pijn verlichten. Zijn hoofd leegmaken. De pijn en het verdriet eruit halen om weer de ruimte te geven aan de mooie herinneringen. Maar alles wat ik doen kan, is naast hem staan. Er zijn voor als hij ooit wel wil praten.

Als ik haar aankijk zie ik het verdriet. Soms reageert ze niet en dan weer te uitbundig. Af en toe kijkt ze blij en lijkt alles weer normaal. Ik zou haar zo graag helpen, haar verdriet verlichten. Haar hoofd leegmaken. De pijn en het verdriet eruit halen om ruimte te geven om mooie herinneringen te maken. Maar alles wat ik kan doen is haar aandacht geven. En er zijn voor als ze ooit wel wil praten.
Beide staan me na. Beide heb ik lief. Hun verdriet doet me pijn, maar helpen kan ik ze niet. Ik kan er voor ze zijn. Ik kan van ze houden. Ik kan ze vertellen dat achter de wolken de zon nog altijd voor ze schijnt en enkel wacht tot ze haar stralen weer op hun gezichten kan weerspiegelen. Ik kan ze aandacht geven of juist wat meer tijd alleen. Ik hoop dat ik het juiste doe.

Als ik hem aankijk zie ik de twijfel. We lopen en praten. En met elke voetstap die ik zet, ordenen mijn gedachten. Mijn hakken tikken op het beton van het pad. De frisse maar toch zwoele lucht is als balsem voor mijn longen. Af en toe kijk ik op zij. Zijn gedachten dwalen af en toe weg. De afgelopen week heeft hij niet geschreven. Dat is jammer want hij kan prachtig schrijven. Ik lees zijn verhalen graag. Maar deze week was het stil. Geen inspiratie zegt hij. Schrijven kun je niet dwingen, dat weet ik. Ik haal adem want ik weet dat het terug gaat komen. Maar nu is het stil. Maar met elke stap lijkt het als of hij een heel klein beetje opgeruimder kijkt. Soms zie ik een vonkje in zijn ogen. We lopen verder en praten verder. We lachen en houden elkaar vast. Ik sla mijn armen om hem heen en ik hoop dat zijn hoofd wat leger is.
Ze ontwijkt me. Als ik vraag wat er is zegt ze dat er niets is, maar haar stem verraad haar. Ik besluit haar te laten. Voor nu even te laten. Later op de avond als ze bij me zit, komen als vanzelf de tranen. Verteld ze haar gevoel, haar twijfel, haar angst, haar onzekerheid. Dan sla ik mijn armen om haar heen en leunt ze tegen mij aan. Ik kan haar troosten, geruststellen maar vooral luisteren. En tegelijk kan ik niets. Eigenlijk wist ik al wat er was. Ik voelde het. Te laat? Zij leek altijd zo zorgeloos van het leven te genieten. Waarom zag ik het niet eerder. Waarom was ik zo blind of stopte ik het weg. Of kon het niet eerder? Ik voel me machteloos, ik wil en wilde haar zo graag beschermen.
De volgende dag lees ik zijn verhaal. Een klein dal is overwonnen, even loopt hij op het rechte pad. Een recht pad dat misschien wel iets naar boven loopt. Maar er zullen nog meer dalen komen voor we weer bij de berg zijn die ons naar boven kan brengen. Dan zie ik haar lachen en hoor haar plannen maken. Ook daar is een klein dal overwonnen. Maar wat als ze niet kan praten met hem, als hij het niet ziet. Hoe kan ik haar dan door de volgende dalen heen helpen. Ben ik sterk genoeg om haar te kunnen helpen bij haar tocht naar de berg. De berg die haar ooit naar boven zal laten gaan.

maandag 22 oktober 2012

In gedachte

In gedachte sta ik naast je
leun gerust op mij.
In gedachte sta ik naast je
hand in hand, zij aan zij.

In gedachte sta ik achter je,
jou kan niets gebeuren.
In gedachte sta ik achter je,
om je op te vangen of op te beuren

In gedachte ben ik bij je,
als vriendin, als vrouw,
In gedachte omhels ik je,
gewoon omdat ik van je hou

zondag 21 oktober 2012

Los laten… of opnieuw vast pakken….

Stond vorige week alles in het teken van loslaten …… draait het deze week om het opnieuw vastpakken.  Langzaam pak ik de dingen weer op, dingen die ik los gelaten heb. Nog zoekende waar, wat, wanneer en hoe. Het loslaten en los laten of toch opnieuw vastpakken.
Vandaag had ik een gesprek, een goed gesprek. Ik pak de laatste kleine losse stukjes op die er voor zorgen dat ik mijn opdracht goed kan uitvoeren. Geen verwarringen meer, elkaar aankijken en afspraken maken. Hij geeft mij aanwijzingen wat anders kan, zij vult mij aan, samen pakken we het op. Met een fijn gevoel loop ik een van de meest fantastische panden in de polder uit. Wat een eer om hiervoor te mogen werken.

Vandaag heb ik eindelijk weer afgesproken met haar. Te vaak lieten we de afspraak los, maar nu zijn we er. We praten over haar leven, mijn leven. Haar kinderen, mijn kinderen. Terwijl ik mijn week vertel waarin zoveel gebeurde, voel ik hoe ik de dingen los gelaten heb. Zij luistert. Ze weet hoe dingen gaan. Ze heeft geen oordeel, straalt alleen de rust uit die ik even nodig heb. Dan aan het einde van ons gesprek pak ik langzaam al pratend de draad op.
Vandaag haalde ik hem weer op, mijn zoon. Niet de eerste keer maar deze keer moest ik hem langer loslaten. Hem laten gaan. Met school de grens over, het water over. Toen ik vanaf de parkeerplaats naar school liep, hoorde ik andere moeder tegen elkaar praten. “He gelukkig, ben blij dat ze er weer zijn” en voelde precies hetzelfde. Moe zag ik hem de bus uit komen maar gelijk de herkenning en een zucht “ze is er”. “Ik moet je even vastpakken hoor” zeg ik. Ik heb hem even los gelaten, een stukje meer los gelaten. En pak nu de rest weer vast.
Gisteren zag ik hem weer, mijn neefje. Te weinig zien we elkaar maar moeiteloos pakken we altijd de draad weer op. Er altijd voor elkaar zijn. Los maar op de achtergrond. Toch nog een extra knuffel als hij gaat. Kijk je goed uit. Ik zwaai hem uit. Voor altijd een vast plekje in mijn hart.
En toen had ik die e-mail geschreven. Met pijn in mijn hart vertelde ik dat ik los moest laten. Het kon niet anders, het moest. Tot het berichtje. Het besef dat ik los gelaten had. Een stukje moest ik los laten maar niet alles. Paniek overviel me. Als we elkaar eindelijk zien pak ik vast, vast om nooit meer los te laten. Of kan dat al niet meer? Kun je loslaten en toch vasthouden? Moet je soms loslaten om niet te verliezen. Ik hoop het, want ik wil het niet verliezen. Ik wil dit niet verliezen.
Loslaten, delen echt los laten en delen opnieuw vastpakken om niet meer los te laten, nooit meer los te laten. Nu kan ik er niet meer omheen. Ik moest loslaten maar niet alles. Delen moet ik loslaten en delen moet ik opnieuw oppakken, vastpakken. Mijn verleden, mijn heden, mijn vertrouwen, mijn normen, mijn waarden, mijn ideeën, mijn kinderen, degene die ik zo lief heb en mezelf…….

zaterdag 20 oktober 2012

Ik ga…

Als ik hem zoekend rond zie kijken, denk ik: “dat moet hem zijn”. Dan gaat zijn blik mijn kant op en kijkt hij me enigszins vragend aan terwijl hij richting mijn tafeltje loopt.  Altijd lastig om af te spreken met iemand met wie je alleen e-mail contact gehad hebt.

Na de standaard beleefde vragen als “heb je het goed kunnen vinden” en “wat een heerlijk weer he” komt de serveerster met de koffie.  We zitten in een restaurant aan de snelweg. Hij stuurde een berichtje. Hij leest mijn blogs. Ik ken hem niet maar hij wilde graag praten, zijn verhaal kwijt  en of ik dat wilde opschrijven. “Voor alle anderen die het ook meegemaakt hebben. Misschien hebben ze er iets aan” zegt hij.
“Eigenlijk had ik een gelukkige jeugd” verteld hij. “Mijn moeder was er altijd. In die tijd werkte de meeste moeders niet en mijn moeder ook niet. Ze bracht me in de ochtend naar school en haalde me dan om 12 uur weer op. Altijd als ze me zag, kwam er een glimlach over haar gezicht. Dan aten we samen en bracht ze me weer naar school. Ik wist dat ze van me hield en elke avond als ik ging slapen, kwam ze me onderstoppen. Dan vertelde ze een verhaaltje of klopte mijn deken nog eens extra op. En dan keek ze me in mijn ogen en zei “Ik hou van jou” en gaf ze me een dikke knuffel en een zoen en deed het licht uit”.
“Mijn vader was er veel minder, maar ja dat was met de meeste vaders. Eigenlijk heb ik niet gemerkt dat die van mij er minder was dan andere vaders. Hij werkte, ging elke ochtend vroeg in een keurig pak met stropdas en met zo’n grote bruine tas de deur uit. Machtig interessant vond ik dat. Later wilde ik ook zo worden. Ik wilde ook zo’n mooie tas. Ik speelde het vaak na kan ik me nog herinneren. Maar dan met een oude tas van hem en dan deed ik zijn oude schoenen aan. Vrouw ik ga naar het werk, zei ik dan met een zware stem. Mijn moeder moest er wel om lachen” gaat hij verder.
“Er was ook nooit ruzie, tenminste niet dat ik het hoorde. “ Even stopt hij en kijkt stil voor zich uit. “Ja” zegt hij dan “tot ik 10 jaar was had ik een fijne jeugd”. “Wat gebeurde er” vraag ik. “Wat er echt gebeurd is, weet ik nog steeds niet” zegt hij. “Ik was met mijn autootjes aan het spelen en om 4 uur zou ik nog even tv mogen kijken. Soms mocht dat. Het was zondagmiddag in de herfst. De zon scheen binnen en de grote boom in onze tuin had al mooi gekleurde bladeren. Mijn moeder had de haard aan gedaan en chocolademelk voor me gemaakt. Mijn vader had eerst de krant gelezen maar daarna bij mijn moeder in de keuken gestaan. Ik hoorde ze zacht praten.”
“Even later kwam mijn vader naast mij staan. Later als ik net zo groot als u ben, koop ik zo’n auto” zei ik trots en hield mijn mooiste autootje om hoog. “Dat is mooi jongen” ze mijn vader. “Kom geef me eens een knuffel!” Dat was raar, mijn vader knuffelde nooit. Toen gaf hij mij een zoen en zei: “Zorg goed voor je moeder, dag jongen, ik ga”. Ik weet nog dat ik het niet snapte, niet begreep waarom hij dat zij. Daarna heb ik hem nooit meer gezien”.
“Nog altijd denk ik dat hij morgen weer binnen kan lopen” zegt hij. “Nu nog steeds, terwijl het al zo lang geleden is. En nog altijd begrijp ik het niet”.

vrijdag 19 oktober 2012

Jij bent mijn maan

Jij bent als de nieuwe maan
degene voor het starten van een nieuwe tijd
Jij bent mijn nieuwe maan
Je zorgt voor emoties en impulsiviteit

Jij bent als de wassende maan
Je zorgt voor een periode van nieuwe kansen en herstel
Jij bent mijn wassende maan
Als jij er bent, zie ik het ineens wel

Jij ben als de volle maan
Ik wordt onrustig door jou kracht
Jij bent mijn volle maan
Geeft mij hernieuwde energie in de verlichte nacht

Jij bent als de afnemende maan  
Jij staat vanaf de zon gezien naast mij
Jij bent mijn afnemende maan
Je laat mij analyseren en maakt mij weer blij

Jij bent als de balsemieke maan
Tijd om het verleden los te laten, verder te gaan
jij bent mijn balsemieke maan
Met jou kan ik het leven aan



Ooit komt het goed

“Ik weet het niet hoor” zegt ze. Ze heeft me amper gedag gezegd en is bezig haar jas uit te doen. “Koffie?” vraag ik en afwezig knikt ze van ja. “Oke, wat is er aan de hand en begin even bij het begin” zeg ik terwijl ik de gemalen koffie in het filter doe en het apparaat volgiet met water.

“Dat latten is niks voor mij hoor” begint ze en ik moet eigenlijk al direct lachen. Beginnen bij het begin is niet haar sterkste kant. Net als geduld. “Ben ik net gewent, is het weer anders” is haar logische vervolg op de eerste zin. Ik weet dat ze sinds een aantal maanden weer een relatie heeft maar deze uitspraken volg ik even niet. “Hoe bedoel je?” vraag ik lekker algemeen. “Laat haar eerste maar eens echt van wal steken” denk ik. “Gooi alle trossen maar los meid, ik zet alle zeilen bij en ga desnoods samen met je het diepe in”.
“Het voelt zo verdomd goed”, zegt ze dan. “Maar net als ik gewend ben dat hij er is, is hij weer weg. En er is de laatste tijd al zoveel chaos in mijn leven, in mijn hoofd. Ik weet gewoon niet of ik dit wel trek”. “Maar je weet toch wanneer hij weer terugkomt” probeer ik. “Nou dat is het juist” zegt ze “we maken wel plannen maar dat veranderd met de dag. Het is ook zo lastig, voor hem, voor mij. We hadden ook beide zo’n ander leven. Hoe gaat dat ooit goed combineren. En kan ik hem wil geven wat hij zo graag van het leven wil?”.
Terwijl ik de koffie in schenk, kijk ik haar aan. Ze ziet er moe uit. “Slaap je wel goed” vraag ik dan. “Nou nee dus” is haar simpele antwoord. Het komt er bits uit. “Na 2 dagen ben ik gewend dat hij snurkt en slaap ik weer goed maar dan is hij weer weg en mis ik hem in bed en lig ik weer wakker. Ben ik net weer gewend aan het alleen zijn, is hij er weer en moet ik weer wennen aan het gesnurk”. Ik kan niet anders dan in de lach schieten om haar hulpeloze gebaren. “Ik word er zoooo moe van” zegt ze en lacht dan met me mee.
“Weet je” zegt ze dan heel serieus “als hij er langer dus een paar dagen niet is, denk ik laat het maar zo. Ik reageer even gewoon niet meer op je sms, even rust. Je komt toch alleen maar als je niks beters   te doen hebt”. Verbaast kijk ik haar aan. “Meen je dat nou” vraag ik “hij kwam op mij heel anders over”. “Nee!” zegt ze, “Ik meen het ook niet, maar het duiveltje in mijn hoofd fluistert het in. Die laat me twijfelen. Ik mis hem verdomme gewoon als hij er niet is. Ik hou van hem. Nog liever dat hij elke avond laat thuis zou komen dan hem dagen niet zien”. “En als hij er dan weer is? ” vraag ik. “Dan is het weer goed” zegt ze en kijkt dromerig voor zich uit.
Ondertussen zijn we 3 koppen koffie en een tablet chocolade verder. “Ik wil gewoon rust” zegt ze. “En zeker weten dat hij mij echt leuk vindt en ik niet weer alleen maar ‘de vervanging van’ ben”. Zo, het hoge woord is er uit! “Je kunt en mag mensen niet vergelijken” zeg ik. “Ik weet ‘t” zegt ze “en ik doe het ook niet, maar de angsten hebben me wel gevormd. En ik vraag me af of hij mij vergelijkt. Als er een liedje op de radio is en hij me vasthoudt, vraag ik me af of dat het hun liedje is en het hem aan haar doet denken. Als hij er dan zo lang niet is dan ga ik twijfelen. Bang om hem te verliezen. Ja, ik maak het mezelf onmogelijk, ik weet het en ik weet dat het niet slim is” zegt ze “maar ik doe het dus wel”.
Ik waardeer haar eerlijkheid en oh wat zou ik graag iets zeggen nu waar ze echt iets aan heeft. Een antwoord dat echt hout snijdt. In plaats daarvan kijk ik haar aan en zeg: “wijntje?” “Ja, laten we dat maar doen” zegt ze terwijl er een glimlach verschijnt. “Die koffie komt me zo onderhand mijn neusgaten wel uit”. Ze weet dat ik geen antwoorden heb, dat ik graag zou willen maar ze er nu gewoon even niet zijn. Ik sta op en schenk twee glazen met wijn in. Dan loop ik naar haar toe, geef haar een glas en zeg “Op jouw geluk, want ooit ooit ooit het goed”.

woensdag 17 oktober 2012

Loslaten of vastroesten

Het lijkt wel alsof alles in het teken van loslaten staat deze week. Het lijkt met koeienletters overal geschreven te staan maar ik zag het niet. Toch kan ik er niet meer omheen. Maar wat, wat moet ik loslaten? Alles, niets, delen, mijn verleden, mijn heden, mijn vertrouwen, mijn normen, mijn waarden, mijn ideeën, mijn kinderen, de mensen die ik lief heb of mezelf…….

Vandaag had ik een gesprek, een goed gesprek. Over zijn bedrijf, over mijn bedrijf. Organisatieontwikkeling en loopbaanbegeleiding doet hij. Op het einde kwamen we op mijn naam en logo. Ik denk al wat langer na over een nieuw logo. Want ik ben niet ontevreden maar helemaal tevreden ook niet. Het mag krachtiger, strakker. Vandaaruit ging ik nadenken over de naam van mijn bedrijf. Ook daaraan begon ik te twijfelen. Maar nu de stap, laat ik dit los en stort ik mij in het nieuwe onbekende……
Maandag zwaaide ik mijn zoon uit. Niet de eerste keer maar deze keer gaat hij wel weer een stukje verder. Voor mij als moeder een stapje verder. In een gastgezin. Het water over. Loslaten, vertrouwen. Zoals iemand ooit over mijn autorijkunsten zei tegen mijn zoon: “ik vertrouw je moeder wel maar de rest van de wereld niet”. Dat gevoel overvalt mij nu. Ik vertrouw hem wel maar lees toch net iets te vaak het nieuws. Blij was ik met de sms gisteravond waaruit blijkt dat hij het loslaten lastiger vindt dan het leek toen hij met amper een kus richting de bus vertrok.  Het gaat goed met hem, ik laat de teugel verder vieren maar of al toe ben aan loslaten…..
Vorige week stopte ik met één van mijn vrijwilligerstaken. Ik kon het niet de aandacht geven die het verdiende. Daar voelde ik me schuldig over en dat vrat energie. Daarbij moet ik er volgend jaar toch mee stoppen dus kon ik het beter nu loslaten. Daar is het weer. Het loslaten van iets dat ik zo leuk vond. Waar ik ooit zoveel energie van kreeg. Verstandig of niet. Het kriebelde toen ik daar die avond zat en bijna zou ik me weer opnieuw aangemeld hebben. Maar het is goed zo. Tijd voor een ander met meer tijd. Ik moet het loslaten…..
En nu heb ik net een e-mail geschreven. Met pijn in mijn hart vertel ik iemand dat ik hem ga los te laten. Het kan niet anders, het moet. Ik krijg geen lucht. Geef geen lucht als ik het niet doe. Of het goed is weet ik niet maar het moet. Zo graag zou ik vasthouden, me vastklampen en nooit meer loslaten. Ik weet niet of het mijn verstandig volgen is of juist mijn gevoel. Ik moet het zeggen, ik moet loslaten om misschien ooit weer vast te kunnen houden.....
Loslaten is blijkbaar het woord deze week. Nog zoveel voorbeelden zou ik kunnen geven die me deze week overkwamen. Het lijkt wel alsof alles in het teken staat van loslaten deze week. Het staat waarschijnlijk al tijden met koeienletters overal geschreven, maar ik zag het niet, wilde het niet zien.  Nu kan ik er niet meer omheen. Ik moet loslaten. Maar wat, wat moet ik allemaal loslaten? Alles, niets of delen. Mijn verleden, mijn heden, mijn vertrouwen, mijn normen, mijn waarden, mijn ideeën, mijn kinderen, degene die ik zo lief heb of mezelf…….

dinsdag 16 oktober 2012

De zee

In de stilte van de zee
Dein ik op de golven mee
Vreugde of verdriet
‘t is de zee die mijn emotie ziet
Zonder woorden begrijpt ze mij
Lopen we samen zij aan zij

Soms sta ik stil
Zij ziet wat ik wil
Ik raap een schelp op uit het zand
Haar glimlach in mijn hand
De pijn neemt ze mee
Dat is de kracht
De kracht van de zee

Mijn ZEN moment

Het gaat als vanzelf, je hoeft er niet bij na te denken. Mijn handen pakken een nat shirt uit de mand en kloppen het uit en hang het over de railing van het trappengat. Als mijn linkerhand het shirt loslaat, heeft mijn rechterhand het volgende stuk wasgoed alweer gepakt.

Routine, gewoonte. Oervervelend saai en dus gaat het vanzelf. Als geautomatiseerd, voorgeprogrammeerd. En precies dat is het. Dat maakt dat ik zo rustig kan nadenken terwijl ik de natte was uit de machine haal, alles uitklop en sorteer en daarna met knijpers aan de lijn hang. Ik hoef er niet bij na te denken. Mijn handen doen automatisch het werk. Ik scan zelfs de was waar nog een vlek op zit en dump die ervaren als ik ben terug in de mand. Maar dan niet “in” de mand maar “over de rand”, anders gaat het natte stuk wasgoed verstikken en komt het “weer” er in. Volledig geprogrammeerd in mijn jonge jaren.
“Wat heb je er aan” hoor ik je al denken. Maar toen ik daar weer op een regenachtige druilerige dag zo gedachteloos de was aan het sorteren en ophangen was, merkte ik dat het mijn rust moment is. Mijn ZEN moment. In de tuin wroeten is er ook zo een. Maar ja als het regent heeft dat ineens niet meer mijn voorkeur. En terwijl ik de was van de trommel richting wasrek transporteer, denk ik rustig na over de zin van het leven en alles wat daar bij komt kijken.
Als vanzelf orden ik mijn gedachten moeiteloos net zoals de was. Met elk shirt of elke broek die ik uitklop en ophang, komt er orde in  de hoeveelheid gedachten die door mijn hoofd gaan elke dag. Of het nu zakelijk of privé is, moeiteloos schijn ik ze te sorteren op grootte, kleur en hoe snel ze opdrogen / op te lossen zijn. Met elke knijper die ik pak en waarmee ik ze ophang, krijgt een opdracht, een probleem of wat dan ook structuur.
Ooit was het washok mijn vluchtoord. Wilde ik alleen zijn, met rust gelaten worden, de hectiek of wat dan ook ontvluchten, vluchtte ik naar mijn washok. Geen mens die mij daar kwam zoeken of laat staan mee helpen.  Dat is voorbij maar de was doen geeft me nog steeds een rustig gevoel. Niet als ik naar de lege mand kijk en ik me bedenk hoe lang het duurt voor die weer vol zit….. Maar het in een ritme sorteren en ophangen van de was… de wereld even op hold zetten. De gedachten zonder ze te veroordelen door mijn hoofd laten gaan. Niet denken maar gewoon maar laten gebeuren.
Mijn Zen moment denk ik als ik als ik naar beneden loop als alles weer hangt en in mijn hoofd weer tot rust gekomen is. Geamuseerd kijk ik naar de kinderen en de grote vlek die mijn zoon op zijn shirt geproduceerd heeft. Pff denk ik. Morgen weer was. Dan glijdt er een glimlach over mijn gezicht en denk ik…. Morgen weer een ZEN moment.

maandag 15 oktober 2012

Wensen


Verlangens en gevoelens
Wensen heel diep verborgen
Reëel of onbezonnen
Geluk of nog meer zorgen

Ontkennen lukt niet meer
Ergens zie iets aan de horizon gloren
Grijp de strohalm vast, is er nog een kans?
Wat zou ik graag het antwoord  horen

Toekomst met of zonder
Wat heb ik nou toch te zeuren
Maar ondertussen hoop ik elke dag
Wens ik dat het nog een keer gaat gebeuren.



 

zaterdag 13 oktober 2012

Kleine dingen maken een groot verschil

“Jongens, ze komt er aan hoor” zeiden ze dan en blijkbaar kwamen dan alle belangrijke vragen nog “even” ter sprake. Ze wist dat het werkte maar hoorde later pas hoe goed het ook werkte. Later toen ze niet meer voor de directeur maar voor een van zijn management teamleden werkte.

In die jaren deed ze veel invalwerk als secretaresse. Dat betekende in dit geval amper drie uur inwerktijd en dan gewoon aan de slag. Zes weken de taak van de directiesecretaresse van een bedrijf met 400 man overnemen. Een eigen werkwijze had ze daardoor gecreëerd. Een werkwijze waarmee ze overal haar werk kon doen. En soms veranderde er dingen binnen zo’n bedrijf waar ze zelf geen idee van had. Zoals in dit geval.
De secretaresse die ze moest vervangen was van het type “ik ben de secretaresse van de directeur dus niet zeuren, ik heb wel wat beters te doen”. En zo zat zij nou net niet in elkaar.  Ze staat nu eenmaal graag voor andere klaar en beseft dat ze juist in haar vak iedereen binnen het bedrijf nodig heeft om haar werk goed te kunnen uitvoeren. Als vanzelf had ze de eerste dag al gesprekken met de koffiejuffrouw. Was ze geïnteresseerd in de mensen van de postkamer en hielp ze degene die niet wist hoe je een fax moest verzenden. Niet omdat het handig was maar omdat ze een echte interesse in de mensen had. En al die mensen stonden dan ook voor haar klaar als ze eens iets met spoed moest regelen. Ze zat anders in elkaar en dat merkte de directeur ook.
“Ja hallo, ik ben hier de directeur” sloeg hij met zijn vuist lachend op tafel toen zij aan één stuk door ratelde of hij dit al gedaan had, die teruggebeld, en dat al geschreven. “Nou doe er wat aan, neem de leiding” zei ze dan lachend terug. Binnen een paar dagen wisten ze wel wat ze aan elkaar hadden. En gingen ze voor elkaar door het vuur. Zij streepte met gemak uren in zijn agenda weg met vage teksten en zorgde er voor dat hij daardoor tijd kreeg om zijn werk ook te kunnen doen. Afspraken bracht ze terug naar de minimale tijd door de persoon eerst zijn verhaal per e-mail te laten sturen zodat haar baas zich op zijn gemak kon inlezen. Ze klopte vijf minuten voor een volgende afspraak op de deur en zei dan “denk je aan je volgende afspraak”. Spijkers met koppen werden er dan geslagen. Hij kreeg zijn imago van op tijd zijn weer terug en er kwam rust in de tent. Had hij weer tijd om eens door zijn bedrijf te lopen en te zien wat er speelde.  
Tussen afspraken door belde hij even naar kantoor en konden ze lachen om van alles wat er gebeurde. Kwam hij laat van afspraken terug, had zij altijd wel een stuk fruit of broodje voor hem klaar liggen. En hij, hij sprak regelmatig zijn waardering uit. Liet blijken hoe prettig het was dat ze van alles deed om hem echt te ondersteunen. Na die zes weken werd ze gevraagd om een van de management teamleden te ondersteunen. Zijn secretaresse zou er drie maanden uit zijn wegens een operatie. Een heel andere baan waarin ze naast een manager een afdeling van 70 personen ondersteunde. De meeste mensen kende ze al en als vanzelf rolde ze die baan in.
“Weet je wel dat de directeur  veel relaxter is geworden sinds jij voor hem ging werken” zei hij in die tijd tegen haar. Nee dat wist ze niet, ze kende hem daarvoor natuurlijk ook niet. “Maar ik doe niks speciaals” had ze nog gezegd. “Misschien is het dat juist” antwoordde hij. “Het zijn die kleine dingen die jij niks noemt, die een groot verschil maken”.

Verdwenen kind

Soms voel ik je in mijn huid, mijn haar, heel even maar, zo dicht bij mij…… ’t is of je tussen hart en ziel je plek weer vindt, geliefd verdwenen kind.  

Elk jaar schrijft ze een gedicht voor hem. Haar kind, haar zoon, haar verdwenen kind. “Het slijt nooit, de pijn, het verdriet en het gemis. Ook al heb ik nu een dochter en nog een zoon” zegt ze. Achtendertig jaar is het nu geleden, maar ze denk nog dagelijks aan hem. Aan haar zoon die maar zo kort geleefd heeft, die ze maar zo heel even kon zien.  

Acht maanden zwanger was ze toen de vliezen braken. Dat dat niet goed was, wist ze natuurlijk wel. Eenmaal in het ziekenhuis was het wachten. Gek genoeg was haar man gebeld maar wist zij van niets. Ineens kwamen ze met zijn allen aan haar bed. Onvoorbereid wat er ging komen, werd haar verteld dat ze nu moest bevallen. Ze was nog zo jong. Heel even had ze haar kindje daarna op haar borst, heel even kon ze hem zien, voelen. Daarna werd hij naar de couveuse gebracht. Nog één keer werd ze die dag met bed en al naar haar zoon gebracht, maar kijken moest ze van achter het glas. Aanraken kon ze hem niet. Hoe hard voelt het dan om terug te gaan naar de zaal waar 15 andere moeders hun baby in een bedje aan het voeteneinde hebben staan.  

De volgende ochtend kwam een coassistent haar halen. Niet op de zaal of in een kamertje maar in de badkamer probeert hij al stamelend te vertellen dat haar zoon is overleden. Ze kon het niet, ze kon niet meer terug naar de zaal gaan. Terug naar zoveel gelukkige moeders met baby’s. Ze wilde weg, weg van daar. Haar man wist het al, hem hadden ze blijkbaar die nacht ook al verteld dat het niet goed ging. Maar haar niet. Amper één dag na de bevalling ging ze naar huis. Nu heel gewoon maar niet in die tijd, toen was je kraamvrouw en mocht je niets. Haar spullen haalde haar man van de kamer. Aan afscheid laten nemen, haar kindje nog even kunnen zien of aanraken, daar dacht niemand aan. Thuis, vijf hoog in een flat, wachtte geen hulp. Daar moesten ze het samen maar redden. 

Nog ziet ze de kamer waarin de mensen die haar na staan zitten en beslissen over haar kind. Over waar het begraven zou moeten worden. En dat was niet eenvoudig. Verzekerd was je daar niet voor in die tijd. Een anoniem graf moest het dus worden. De zo misplaatste opmerking van haar broer: “begraaf het maar hier onder de flat” galmt nog steeds na in haar oren. Een begraafplaats mocht niet omdat een ander familielid daar steeds langs zou rijden. Maar niemand dacht aan haar verdriet. Het verdriet om haar zoon die zij al die maanden gedragen had. Ook bij de begrafenis was ze niet. Ze was kraamvrouw dus kon dat niet. Nooit heeft ze geweten waar het grafje was.  

Er was niets. Geen baby, geen foto, geen geboortecertificaat, niets. Alsof het niet bestond. Alsof ze het verzonnen had. Hoe kon ze het bewijzen. Ze wilde zo graag een tastbaar bewijs dat haar zoon er geweest was. Jaren later besluit ze alsnog om dat bewijs naar boven te halen. En dat lukt haar. Haar wil is dan zo sterk. Ze laat mij het geboortecertificaat zien. In het rapport van de arts die nu het dossier behandelde staat dat als het niet in 1974 was geweest maar nu, haar zoon nog geleefd zou hebben. Het voegt niets toe. Wat kun je er mee. Het maakt het gemis niet minder.

Ze wil het zo graag een plekje geven maar nu na het overlijden van haar man, de vader van haar kind, lijkt het gemis nog sterker. Ze had hem zo graag zien opgroeien. Haar man laten zien hoeveel hij op hem zou lijken. Maar dat is haar niet gegund. Inmiddels heeft ze nog twee kinderen en zelfs kleinkinderen. Haar kleinzoon is vernoemd naar haar zoon. Mooi maar ook moeilijk vindt ze dat. De datum komt weer langzaam in zicht. De dagen worden zwaarder. Dit jaar valt de datum weer op zaterdag en zondag, precies zo als toen. Haar gedicht is klaar. Ze telt de dagen. Ze telt tot ze weer voorbij zijn. De geboorte en de sterfdag van haar verdwenen kind.

 Zo ver van hier, toch zo dichtbij. Zachtjes aangeraakt, je bent weer eventjes bij mij.
En even ben ik dan weer blij…… tot jij weer in het niets verdwijnt!!!!

vrijdag 12 oktober 2012

Als kat en hond

Langzaam komt hij dichterbij, oplettend, alert. Klaar om zo weer weg te sprinten. Zij kijkt hem aan met haar grote hondenogen. Een beetje nieuwsgierig , een beetje nonchalant. Dan kijkt ze naar mij en kwispelt. Hij is nog steeds afwachtend, in “ik kan er zo vandoor” houding. Tot hij schrikt van een geluid en weg is.

Zij is een labrador van 11 jaar oud en woonde al hier in het huis. Hij is een kater, een rode kater en is er nog niet zo lang. Niet hier in huis maar ook niet op de wereld. Hij is 1 jaar en nog erg nieuwsgierig. Zo’n grote zwarte hond is nog iets vreemds voor hem. Hij is overigens niet alleen naar hier verhuisd. Zij is er ook nog. Niet zij de grote hond maar zij de donkere poes. Hij en zij woonde al samen. Toen was zij de baas over hem. Maar nu vindt zij die grote donkere hond toch wel een beetje eng.
Na een paar dagen zijn ze eigenlijk wel redelijk gewend aan elkaar. Elke dag komen ze een stukje dichterbij en soms liggen ze bijna naast elkaar voor en op de bank. Geamuseerd hou ik ze in het oog.  Soms aai ik met de ene hand de kater en met de andere de hond. Het is prachtig om te zien hoe hun zoektocht verloopt. Kijken, stapje dichterbij. Uitproberen. Wegrennen en weer terugkomen. We hadden gedacht dat zij de poes de baas zou zijn, maar niets is minder waar. De poes kijkt toe vanaf een veilige afstand of nestelt zich tegen mij aan terwijl ik achter de laptop zit. Dan mag de zwarte hond er best in de buurt liggen, dan durft ze wel. Maar verder houdt ze een veilige afstand.
Ondertussen durft hij, de rode kater, steeds meer. En mij zou het niet verbazen als hij straks de leider in huis wordt. Hoe anders dan we gedacht hadden. Maar tot nu is de zwarte hond degene die doet waar ze zin in heeft. Het is nog duidelijk haar domein en zij loopt dus gewoon rond zoals zij dat wil. Ze wordt niet boos, blaft niet en gromt niet. Wat nou “als kat en hond denk ik dan”. Moet je dit hier zien. Nog niet een keer is er gevochten. Nog even en het zijn vrienden.
Waar komt zo’n spreekwoord vandaan denk ik. Als kat en hond door het leven gaan, daar krijg ik nou geen warm gevoel bij. Is het iets van ons mensen. Want daar zie ik de haat en nijd regelmatig naar boven komen. Al op het schoolplein zie je de groepjes kinderen die het elkaar zo moeilijk mogelijk maken. En hoe zit het dan met het spreekwoord “een hondenleven hebben”. Want als ik zo naar mijn hond kijk, moet ik bekennen dat het me wel iets lijkt hoor, zo’n hondenleven! En als iedereen zijn hond zo behandeld als ik de mijne, lijkt er van het spreekwoord ”iemand als een hond behandelen” ook niets over te blijven.
Die avond als we de hond gaan uitlaten zit er een witte poes midden op de straat. De hond reageert nauwelijks maar ook de poes blijft rustig zitten. Zelfs als ik dichterbij kom, doet ze geen enkele poging om op te staan. Ik kniel op de grond en aai haar. Zij laat het rustig toe.  De hond staat er naast. Ik denk opnieuw aan het gezegde en begrijp er steeds minder van.  Dan sta ik op en besluit de spreekwoorden en gezegden maar te laten voor wat ze zijn en wandel verder. Ineens voel ik grote druppels vallen en binnen een paar seconden regent het dat het giet. Geamuseerd denk ik: “dit is geen weer om een hond door te sturen” en besluit naar huis te gaan.

woensdag 10 oktober 2012

Soms (gedicht)


Soms begrijp ik je niet
Dan ben je zo ver weg

Som bereik ik je niet
Dan ben je even weg

Soms ben je er niet
Dan ben je even alleen

Soms bereikt het me niet
dan zijn we even niet meer één

 

 

Uiterlijke invloed op je innerlijk

Ik ben niet perfect. Nooit geweest en zal het ook nooit worden. Uiterlijk is niet belangrijk hoor je soms zeggen. Misschien niet, misschien wel. Ik ben geen modepop, maar dat uiterlijk invloed heeft op je innerlijk, dat weet ik wel.

Op zich ben ik niet zo’n tut-type. Mijn make-up bestaat meestal uit enkel mascara, een minimaal gekleurd streepje oogschaduw boven mijn ogen en soms een lippenstift. Maar ook met de simpele Labello kom ik een heel eind. Oké, ik ga wel zo eens in de 8 weken naar de kapper en probeer mijn grijze haren te camoufleren maar dat is het dan ook wel zo ongeveer. Behalve dan….. die ene  uitzondering. Ik kan niet meer zonder mijn kunstnagels. Die nagels zijn een deel van me geworden. Belangrijk dus. En niet alleen voor mijn uiterlijk.

Vroeger beet ik nagels. Niet heel erg hoor maar wel zo dat ik altijd korte nagels had. Sloeg de stress toe bijvoorbeeld rond examens;  werden mijn nagels nog wat korter. Sloeg de stress hevig toe, moesten ook de velletjes naast mijn nagels het ontgelden. Mijn moeder had van die mooie lange vingers vond ik, met keurige nagels. Een beetje jaloers was ik daar wel op. Mijn vingers leken kort en mijn nagels waren niet om te tonen en zeker niet om trots op te zijn. Op zich misschien niet zo belangrijk maar in mijn werk werd er vaak letterlijk op mijn vingers gekeken.  Soms moest ik mee naar een evenement, nog meer mensen die op mijn vingers keken. Ik weet niet eens meer hoe of waardoor ik op het idee kwam, maar opeens was de dag er dat een beetje ongemakkelijk bij een nagelstudio op mijn stoel zat te draaien.
Na een uur zo ongeveer stond ik weer buiten met lange nagels. Eigenlijk niet eens zo heel lang maar voor mijn gevoel leken ze eindeloos. Wat een lange vingers had ik ook ineens. Die dagen daarna merkte ik dat ik vol trots mijn handen kon laten zien. Niks handen wegstoppen. En ik voelde mezelf groeien. Ik voelde mezelf ineens een stuk mooier, beter, prettiger. Sindsdien heb ik nagels.
Nu zit ik hier. Ik heb er al zo vaak gezeten maar als altijd voel ik me toch een beetje onhandig, onthand zeg maar. Je handen braaf voor je omdat zij er mee aan de slag gaat en dus kan je weinig.  Soms probeer ik nog wel even een sms te sturen maar dat levert meestal een boze blik op. Steevast voel ik dan ook een vermoeidheid opkomen en begin te gapen. Zonder hand voor mijn mond want tja dat kan dus niet. Ze ziet mij vechten en vraagt “Koffie?” Ja daar heb ik wel zin in. Hoe wel ik nu al weer weet hoe lastig het zo direct opdrinken is. Naast mij zit een vrouw ook verveeld om zich heen te kijken. Ze is bijna klaar. Stil ondergaan we het ritueel van vijlen, plakken, smeren en weer vijlen. Ondertussen kijk ik op de klok en zie traag de minuten wegtikken.
Als de vrouw klaar is kijkt ze tevreden naar haar nagels. “He gelukkig” zucht ze dan “ik voel me namelijk zo naar als mijn handen er niet uit zien”. Ik knik, begrijp precies wat ze bedoeld. De vrouw straalt weer en ik besef wat uiterlijk met innerlijk doet. Het geeft net die touch waardoor je je zekerder voelt. En als je lekker in je vel zit, straal je. Dan knikt de nagelmevrouw me toe, ik ben klaar. Trots kijk ik naar mijn handen en denk “Ik ben niet perfect, nooit geweest en zal het ook nooit worden. Maar ik kan weer stralen. “

dinsdag 9 oktober 2012

Overspel

“Drie tegelijk en voor een langere periode of maar één keer over de streep gaan. Maakt het uit?” vraag ik haar. “Ik denk het wel” zegt ze maar ze overtuigt mij niet. “Ik weet het niet hoor” zeg ik half in gedachten “volgens mij ben je in alle gevallen je vertrouwen in elkaar kwijt”.

Met open mond heb ik haar verhaal aangehoord. Zij had hetzelfde gedaan toen haar vriendin haar het verhaal vertelde. Ik ken ze ook, vaag maar toch. En direct vraag ik mezelf af of zoiets mij ook zou kunnen overkomen. Ik denk het niet. Maar als ik dat hardop zeg, zie ik iets in haar ogen waar ik van schrik. Als ik haar wat langer aankijk begint ze te blozen. “Jij toch niet” breng ik eindelijk uit. Want als ik het van iemand niet voor kan stellen is zij het wel. Zij daagt wel uit maar verder. “Ik kan wel zeggen dat het bij anders was” zegt ze dan “maar ja dat zeggen ze vast allemaal. Inderdaad ja, ik ook”.
“Mijn relatie was al niet goed” zegt ze. Dat is geen nieuws maar toch… “Het begon heel onschuldig” vervolgt ze. “We gingen een keer lunchen, gewoon voor het werk. En ja het was erg gezellig. Het klikte en ze merkte heus wel dat ze elkaar aan het uitdagen waren, maar ja dat mag toch wel. Er kwam een tweede keer lunchen en onverwacht kuste hij haar. Wat hij de tien minuten daarna had gezegd wist ze later niet meer. Ze had het niet verwacht. Totaal niet. Van het een kwam het ander en uiteindelijk spraken ze samen af. Wandelen in het bos, auto’s stiekem geparkeerd. Pff wat had ze zich opgelaten gevoeld. Midden in het bos spraken ze af dat er verder niets zou gebeuren. Het kon niet. Hij was getrouwd, ze wilde zijn huwelijk niet in gevaar brengen. Hij wilde niet dat zij problemen zou krijgen en dan was er ook nog een werkrelatie. Maar in de maanden daarna bleken ze niet zo sterk als ze dachten. Ze konden elkaar niet negeren. Wilde het ook niet. En elke keer was er de spijt. Elke keer zou de laatste keer zijn.
Vol verbazing zit ik haar aan te kijken. Het verhaal van daarvoor was eigenlijk al genoeg voer geweest voor één gesprek. Mensen in haar omgeving die gezellig bij elkaar op de koffie gingen en waarbij er onderling gewoon relaties waren ontstaan. Hij die zijn vriendin bedroog met haar beste vriendin. Zij die op haar beurt weer een ander vriendje er bij had en dan de man die er gewoon naast zijn vrouw nog er 3 andere op na hield. Mijn bekrompen wereldje trok dat al amper maar dat mijn vriendin…… Dat was echt een bom die insloeg.
“Nog steeds? vraag ik “ik bedoel hebben jullie nog steeds iets met elkaar”.  “Nee” zegt ze beslist. “Nee, ik heb denk ik voor altijd een zwak voor hem, maar daar blijft het bij. Hij is getrouwd, heeft kinderen. Na die keer in het hotel wisten we dat het over moest zijn” “Je gaat er niet over schrijven hoor” zegt ze dan ineens. “hoewel..” zegt ze dan en haalt er schouders op. Ik lach. Zij leest al mijn verhalen, ze weet dat ik dat nooit zonder haar toestemming zou doen. Ze denkt even na, doet twee klontjes suiker in haar koffie en blijft een tijdlang roeren. Dan zegt ze “Weetje, hij zegt dat hij van haar houdt maar ik vraag me af of dat kan. Mijn relatie was al bagger, niet dat dat mij vrijpleit, maar iets op het spel zetten als er iemand is van wie je echt zoveel houdt…..” Ik denk na en vraag me af of dat het is. Want inderdaad kan ik me dat ook niet voorstellen dat als je van iemand houdt je vreemd zo gaan. Dan moet er toch wel wat mis zijn in je relatie is mijn bekrompen mening.
“En weet je” zegt ze dan “ik vraag me ook nog steeds af of ik voor hem de enige was met wie hij haar bedroog……..”

maandag 8 oktober 2012

Vandaag vier ik de verjaardag van mijn moeder.........… en de verjaardagen van alle moeders die niet zo oud zijn geworden.

Het cadeau van vorig jaar kunnen we niet overtreffen, zelfs niet evenaren. Maar dat willen we ook niet. Zo bijzonder, zo speciaal. Niet gepland maar zomaar gekregen. Dus koop ik maar gewoon dat wat ze gevraagd heeft; een Enkhuizen almanak.

Het is 8 oktober. Vandaag is mijn moeder jarig. Ze wordt 87 jaar en zoals elk jaar moet ik het getal even op me in laten werken. Want voor mij is ze nog niet zo oud. Ergens is haar leeftijd net als de mijne blijven hangen.  “Verwen haar maar” is een van de reacties op twitter als ik met de wereld deel dat zij jarig is. “Ja” denk ik, “dat moet ik vaker doen”. Maar zoals met alles gaat de tijd altijd sneller dan ik zou willen. Passen al mijn plannen niet in de beschikbare uren. En zoals in elke moeder dochter relatie kan ik haar, net als mijn kinderen, af en toe wel achter het behang plakken. En zij mij denk ik.
Misschien is het de leeftijd. Haar leeftijd, mijn leeftijd of ons leeftijdsverschil, een generatiekloof. Misschien is het mijn karakter of het hare. Misschien zijn het de enorme hobbels die zij in haar leven heeft moeten doorstaan. Waarschijnlijk is het de combi van alles bij elkaar. Vroeger keek ik erg tegen haar op. Zag ik alleen de sterke vrouw die ze was en dacht ik dat je zo moest zijn. Jaren heb ik dat geprobeerd. Inmiddels weet ik dat ik daardoor misschien de lat wel veel te hoog leg voor mezelf. Gewoon omdat ik het zo graag goed wilde doen in haar ogen. Inmiddels ben ik ouder en zie haar twijfels en eenzaamheid. Inmiddels kan ik dat alles aanvaarden en weet ik dat en is het goed.  Zij is zij.
 “Wat wil je voor je verjaardag” vroeg ik haar twee weken geleden. “Nou” begon ze “dat zal ik vertellen maar dan moet je beloven dat je alleen dat koopt en niet meer”. Mijn zoon begon al te lachen en al snel riepen we om beurten “Laat me raden mam, een douchemuts, een veger, een stoffer en blik”. Mijn moeder is namelijk kampioen in het verzinnen van de meest vreemde cadeautjes. En het liefst niet boven de 5 euro. Cadeautjes die wij alles behalve leuk vinden om te geven. Vorig jaar vroeg ze een badmuts. Dus kochten we vorig jaar 3 verschillende badmutsen, een regenkapje, zeep etc. Om het geheel op te leuken zeg maar. Dit jaar wil ze een Enkhuizer Almanak. Oké, daar kan ik wel vrede mee hebben. Simpel omdat ik weet dat ze dat echt leuk vindt.
Vroeger zong ze dan het liedje “mijn wiegie was een stijfsel kissie”. Als kind vond ik vooral het zinnetje “het was op de 8e oktober, de ooievaar die moest me kwijt” leuk. Prachtig en voor mij voor altijd verbonden met haar. Sinds vorig jaar is daar een nieuwe dimensie bij gekomen. Want vorig jaar kreeg mijn moeder op haar verjaardag een achterkleindochter. Niet de eerste maar wel heel bijzonder op haar verjaardag. Praktisch riep ze natuurlijk “niet op die dag” maar ondertussen is ze is er maar wat trots op en ik denk dat ze het stiekem ook wel gehoopt had.
Volgende week vieren we haar verjaardag. “Vandaag wordt mijn moeder 87 jaar. Gefeliciteerd mam! Hoop dat mijn dochter dit ooit zal mogen zeggen #OudWordenIsNietVanzelfsprekend” zette ik vanmorgen op twitter. Niet omdat zij het leest, naar omdat ik besef dat oud worden echt niet vanzelfsprekend is. Dus vandaag vier ik de verjaardag van mijn moeder. En de verjaardagen van alle moeders die niet zo oud zijn geworden. Soms staan we er niet bij stil, vinden we het zo normaal. Maar ze zijn beide zo bijzonder. Oud worden en een moeder hebben.

zondag 7 oktober 2012

Een geheim van 15 jaar

Ik st met mijn mond vol tanden en staar haar aan. “Ik uh… uh… ik… pffff  ik weet echt echt niet wat ik zeggen moet” stamel ik. “Dat geeft niet” zegt ze. Er loopt een traan over haar wang. Dan sta ik op en we omhelzen elkaar.

Ze waren 15 jaar bij elkaar. Ik ga als vanzelf na of ik in die tijd signalen heb gezien. “Ik heb het nooit gemerkt” zegt ze dan, alsof ze mijn gedachten leest. Een paar dagen geleden heeft hij het verteld. Verteld dat er een ander was. Dat er meer andere zijn geweest. Maar dat hij het haar niet kon vertellen. Hij kon het niet vertellen omdat hij van haar houdt. Nog steeds. En hij wilde haar geen pijn doen. Maar hij kon het ook niet vertellen uit schaamte en nog wel het belangrijkste, omdat hij niet wist wat hij er mee moest.
In het begin begreep hij het niet van zichzelf. Hij probeerde het te verdringen maar het gevoel bleef. Soms ging het tijden goed. Daarna kwam dan weer een periode van onzekerheid over wie hij was. Hij had blijkbaar gevoelens die anderen niet hadden. “Ik vindt het zo erg” zegt ze “hij heeft zich zo alleen gevoeld. Maar ik begrijp wel dat hij het voor mij verzwegen heeft”.
Zijn geworstel bleef maar duren. Altijd vaag op de achtergrond aanwezig. Tot die keer dat hij voor zijn werk in het buitenland was. Twee weken alleen in een hotelkamer. Overdag in beslag genomen door werk, maar de avonden waren lang en alleen. Die avond was hij de stad in gegaan. Moe van het alleen zijn was hij een gezellig café ingelopen en al snel was hij aan de bar in gesprek geraakt.  In een opwelling had hij er aan toegegeven. Hij had er wel eens eerder over gedacht. En altijd hoopte hij dan dat het daarna over zou zijn. Dat het gewoon een foute fantasie was die zich in zijn hoofd genesteld had. Maar dat bleek alles behalve waar. Die man had zijn ogen geopend. Blij was hij dat hij de volgende dag weer naar Nederland kon. Hem had hij nooit meer gezien. Hij wist alleen zijn voornaam. Maar die ene avond had zijn leven veranderd.
Terug in Nederland bij haar had hij zich schuldig gevoeld. De kinderen waren nog jong en voor geen goud wilde hij ze missen. Uit angst om haar en de kinderen pijn te doen had hij het weer proberen te verdringen. Bang voor zijn eigen gevoel. Maar het was terug gekomen. En in de jaren kwamen er steeds meer mogelijkheden waar hij geen weerstand aan kon bieden. Hij leefde in twee werelden. Naar mate zijn kinderen groter werden voelde hij zich steeds meer schuldig. Bang dat hij onbewust zijn gedrag zou laten zien. Nu moest hij het niet meer alleen voor haar verborgen houden, maar ook voor zijn kinderen. De druk werd groter en toch…. Toen ontmoete hij hem. Hij wist instinctief dat het tijd werd open kaart te spelen. Hij moest het haar vertellen. Ze was altijd zijn grootste steun geweest in alles behalve in dit. Ze had er recht op om het te weten.
“Ben je boos” vraag ik haar. Ze lijkt er even over na te denken. “Nee” zegt ze dan “niet boos, ten minste niet op hem. Wel een beetje op mezelf dat ik het nooit gemerkt heb.  Achteraf zie ik het nu wel, maar ik dacht dat het kwam door het drukke leven dat we hadden. Dat je automatische een beetje meer naast elkaar gaat leven”. Ik kijk naar haar. Ik zie hoe moeilijk ze het er mee heeft. “Voel je je verraden?” vraag ik dan. Weer weegt ze haar woorden in haar hoofd. Dan zegt ze “Ik denk dat ik erger geweest zou zijn als het een vrouw was geweest. Het is niet dat hij niet van mij houdt maar dat hij ook of eigen meer van mannen houdt”.  Haar woorden blijven even hangen in de lucht. “En nu?” ik weet dat het een vraag is waar ze zelf nog geen antwoord op heeft maar ik moet hem toch vragen. Ze heeft het nodig om weer in het heden te komen en om over de toekomst na te denken. “Ik weet het niet” zegt ze. “We hebben afgesproken om het even te laten bezinken en dat ik alle vragen die ik heb of krijg zal stellen. Als ik er klaar voor ben ga ik kennismaken met die andere man. Ik wil weten wie de ander is die zo belangrijk is in zijn leven. En dan zien we het wel.”
Ik zie haar verdriet maar toch valt het me op hoe rustig ze er eigenlijk onder is. Haar leven bleek ineens een grote leugen en toch is ze niet boos. Ik voel een diep respect voor haar. “Concurrentie van een man is een andere concurrentie” zegt ze dan. “Hij blijft mijn vriend. Ik hou nog net zoveel van hem en hij houdt van mij. Maar onze relatie is wel veranderd en dat moet wennen…..”

zaterdag 6 oktober 2012

Koffie met een roze koek bij de openhaard

“Dit moeten we echt vaker doen” zeg ik als ik wegga. “Nou en of” antwoord ze en vaag plannen we wat. We weten beide dat we wel graag willen maar dat de tijd ons beide ontbreekt. Maar zij is zo iemand die je dat niet kwalijk neemt. Misschien wel omdat we beide hetzelfde in elkaar zitten en vooral genieten van de momenten die we wel hebben.

Het heeft altijd al geklikt. Zij is zo’n no-nonsens figuur. Niet lullen maar poetsen. Een harde werker met een hart van goud. Lekker rechtdoorzee. Ook een schorpioen kwam ik pas achter. “Oh nou snap ik het” dacht ik nog. “Nou snap ik waarom het zo lekker loopt tussen ons”. We kennen elkaars verleden en heden, onze sterke maar ook zwakke kanten. Het was al weer een tijdje geleden en we moesten nodig bij praten want er gebeurt nogal eens wat bij ons. Ondanks dat mijn plannen voor het weekend anders werden, was afzeggen echt geen optie, dit is zo’n broodnodige afspraak waarvan we elke keer denken dat moet vaker.
We zitten aan een grote mok koffie. Lekker dicht bij de open haard. “Past wel bij buiten” zegt ze en ik knik. Het is saai en grijs buiten. Herfst maar niet van dat lekker herfst weer met een zonnetje. Nee, saai grijs en grauw, net als mijn gevoel deze week. Daarom is het extra lekker even bij elkaar te zitten.  Ik vertel mijn week en zij de hare. We vullen aan, vragen en ik merk hoe lekker ongecompliceerd ik alles bij haar kwijt. Ik herken haar frustratie en zij de mijne. Na een tijdje kijk ik buiten en zie de zon schijnen. Inmiddels is er al een tweede grote mok koffie naar binnen compleet met een roze koek waarbij we beide zeggen dat ze inderdaad niet gezond maar wel lekker zijn.
Op haar prikbord hangt een pagina uit een of ander tijdschrift met tips om je energieker te voelen. Lachend nemen we ze stuk voor stuk door. Koffie staat op de eerste plaats, we kijken elkaar aan met zo’n samenzweerderig gevoel dat we “goed” bezig zijn. Gezonde voeding op de 2e plaats. Die combineert waarschijnlijk niet met de enorme roze koek in onze andere hand. Dan wijst ze op nr 6 “schrijven” en zegt “die doe je al”. Meer water drinken, “tja dat” moet denk ik, net als sporten, vrije tijd en ga maar zo door. Ach we weten het wel allemaal maar combineer dat maar met werk en je gezin en niet te vergeten ook nog iemand die ooit ook een deel van je gezin was. We houden veel ballen in de lucht en af en toe valt er een. Dat dat niet door iedereen geaccepteerd wordt is lastig maar wel de realiteit.
Als ik weg ga is mijn hoofd weer een stuk leger, mijn zelf vertrouwen weer wat opgekrikt net zoals het cafeïnegehalte, de calorieën en onze vriendschap. Hoewel die altijd wel een evenwichtig niveau behoudt. Buiten vertaald zich dat in een blauwe lucht compleet met een zon. Het mooie herfstweer.  Als ik naar huis ga voel ik me bijna schuldig omdat ik langer weg bleef dan ik gezegd had. Ik betrap me er op dat ik teveel het iedereen naar de zin wil maken en mezelf daarbij nog wel eens wil vergeten. De buitenwereld schijnt dat anders te zien. Die zien blijkbaar een sterke kant en verwachten daarbij perfectionisme. Nu verwacht ik dat zelf eigenlijk ook wel maar de realiteit is dat ik dat niet ben. Helaas ik maak fouten. Ik ben mens. “Hoe meer je doet, hoe meer fouten je kunt maken” zei ze, “iemand die minder doet maakt dus ook zeker minder fouten”.
Als ik thuis kom is het niet erg dat ik langer weg was. Dat is lekker, voelt goed. Als ik de stapel op mijn bureau zie besluit ik die opzij te leggen en te gaan schrijven. Nummer 7 op de lijst; “ontspanning”. Even later loopt er een poes over mijn toetsenbord en als ze de kans ziet nestelt ze zich maar meteen tegen mij aan. Ik laat alles los en geniet van dat zachte mormel dat spinnend in mijn nek kruipt. “Dat mist er op het lijstje” denk ik “of vallen dieren onder ontspanning”. En even denk ik weer aan wat ik tegen haar zei bij het weggaan “Dit moeten we echt vaker doen”.

maandag 1 oktober 2012

Liefde op het eerste gezicht

Verkocht, volledig ingepakt, tot over mijn oren verliefd. Ik geef het toe. Hij ligt naast me en kijkt me met smekende ogen aan. Toe nog één knuffel…..……

Al vanaf de eerste keer dat ik ze zag was het raak. Haar zag ik het eerst. Tante Truus. Een lieve donkere kat die zoals dat bij katten eigenlijk wel hoort, alle touwtjes in handen heeft. “Ze kan nog wel eens moeilijk zijn”, had hij mij gewaarschuwd. “Ze duld niet iedereen in haar buurt”. Dus was ik aardig voorzichtig toen ze binnenkwam. Hmm zou ik wel in de smaak vallen? Als het maar goed zou gaan. Een soort van op audiëntie komen. Niet bij de ouders op de bank om eens aan alle kanten bekeken te worden maar de poes die eens bekijkt of ik wel in “de familie” mag komen. Voorzichtig kwam ze naar mij toe. Even aftasten wat voor vlees ze in de kuip had. Een eerste aai en nog een. En al gauw bleek dat ik haar goedkeuring had.
Hem had ik nog niet gezien. Hij was de hort op. Buitenspelen. En dat snap ik want zij zwaait de scepter in huis. Dus neemt hij het er maar van en struint de buurt af. Zij vindt het prima, want het huis is haar domein. En het is wel prima als hij de deur uit is. Een soort van ouderwets huwelijk hebben ze. Geeft hij zijn mening, snauwt zij hem kort maar duidelijk af. Het soort relatie die het goed doet in een mop ’s avonds in het café. Heel kort zag ik hem die middag boven, maar daarna was hij weg en zag ik hem niet meer. Overdag niet en in de avond niet.
Maar toen ik moe in bed lag, was hij er ineens en vleide zich naast me neer. Meneer Karel. Een geweldige rode kater met zachte witje voetjes alsof hij net door een laagje verf gewandeld is. Zijn ogen staan vriendelijk en hij ligt languit tegen mij aan. Ik aai hem en hij vind het prima. Als ik even stop om mijn haren uit mijn ogen te vegen, duwt hij zijn kop tegen mijn arm. Zijn ogen zeggen: “dooraaien.” Bij hem is er niet veel nodig, wij zijn vrienden. Liefde op het eerste gezicht.
Ook de volgende keren als ik er ben, komt hij direct langs mijn benen strijken en klimt hij als het kan op schoot. Ik mag hem aaien, optillen, kriebelen. Maatjes zijn we, door dik en dun. Maar zo moeilijk is dat ook niet, hij is een allemansvriend. Echt gevleid voel ik me als zij bij me komt zitten. Als zij mijn aandacht trekt door gewoon over het toetsenbord te lopen als ik aan het typen ben. Als ze in mijn nek kruipt als ik op de bank zit. En als ze zich heel gewillig laat aaien en duidelijk is dat niet alleen ik, maar ook zij grenzeloos geniet. Jawel hoor, ik heb het voor elkaar. Niet alleen met meneer Karel ben ik twee handen op een buik, ook door tante Truus ben ik volledig geaccepteerd. Opgenomen in “de familie”. Pff onze relatie heeft het eerste obstakel gehaald.
Als ik die nacht in bed lig en Meneer Karel me voor de 2e nacht probeert wakker te houden omdat hij het zooo gezellig vindt, zeg ik vermoeid: “ik vind je lief hoor Kareltje maar ik ga echt slapen”. En toch stiekem, zonder dat ik zelf echt doorheb, aai ik hem. Half slapend denk ik “Ik geef het toe; verkocht, volledig ingepakt, tot over mijn oren verliefd.”